Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Bodemonderzoek
Tekst van het document
zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
BIJLAGE 12: Toelichting toetsingkader
De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.
Toetsingwaarden¹
AW
1/2(AW+I)
I
RBK eis
Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5
21
40
0.35
Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)
20
510
1000
4.9
Minerale olie Totaal olie C10-C40
190
2595
5000
35
¹
AW ½(AW/I) I RBK
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)
Toetsingwaarden¹
S
1/2(S+I)
I
RBK eis
Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen
0.20 7.0 4.0 0.20 6.0
26 504 77 35 153
30 1000 150 70 300
0.20 0.20 0.20 0.21 0.20
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
35
70 1
0.020
Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan
7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01
454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2
900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630
0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20
50
325
600
50
Minerale olie Totaal olie C10-C40
¹
S ½(S+I) I RBK
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.
Toetsingwaarden¹
AW
Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie
¹
AW ½(AW/I) I RBK
1/2(AW+I)
I
RBK eis
100
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.