CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Teersdijk e.o Toelichting

Raad openbaar Wijchen 26 september 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 142019 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Teersdijk e.o.10.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook is het uitgangspunt dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.

34

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

Gevolgen van/voor het plan Er vindt geen grondwateronttrekking plaats. Bij extreme buien, die vaker kunnen ontstaan door klimaatverandering, is er voldoende afwatering naar het eerder genoemde gemengde rioolstelsel en de onverharde, agrarische gronden. De openbare riolering van Wijchen is niet ontworpen op klimaatbuien. Dit betekent dat de eventuele afvoer van overtollig hemelwater van het particuliere terrein naar de openbare riolering nooit groter kan zijn dan de bui waarop de openbare riolering is ontworpen. Met andere woorden bij een klimaatbui blijft een deel van de neerslag op het particulier terrein. 5.12.8 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater.

De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1.500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geïnfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd.

Gevolgen van/voor het plan Het plan voorziet niet in een toename van verharding. Infiltratie van regenwater zal plaatsvinden zoals dat in de huidige situatie plaatsvindt. 5.12.9 Gezondheid en veiligheid De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico's van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan Het plan voorziet niet in (bouw-)activiteiten of veranderingen van het watersysteem. Derhalve zijn er geen

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

35

veranderingen ten aanzien van watergezondheid en -veiligheid. 5.12.10 Conclusie Het aspect waterhuishouding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Met het planvoornemen worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan die een negatief effect hebben op de waterhuishouding. 5.12.11 Overleg met de waterbeheerder Formeel overleg met de Waterschap Rivierenland in het kader van de watertoets is volgens de nieuwe beleidslijn van het Waterschap verplicht indien toename verharding > 500 m2 (stedelijk gebied) en >1500 m2 (landelijk gebied). Hierop volgt een wateradvies van de waterbeheerder. Het advies van de waterbeheerder dient in de waterparagraaf te worden opgenomen. In overige gevallen kan het ruimtelijke plan (i.c. waterparagraaf) ter kennisneming worden toegezonden aan het waterschap.

5.13

MER beoordeling

Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Toetsing plan Voorliggend bestemmingsplan heeft als doel de bestaande, feitelijke situatie vast te leggen en maximaal vier woningen extra mogelijk te maken.

Er vinden geen wezenlijke (bouw-)activiteiten plaats. Dit betekent dat er milieukundig geen veranderingen plaatsvinden. Derhalve is er geen sprake van MER-plicht.

36

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

Hoofdstuk 6 6.1

Juridisch plan

Algemene plansytematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.

6.2

De bestemmingen

Conform de doelstellingen van dit plan zijn bestemmingen toegevoegd die overeen komen met de feitelijke situatie. De agrarische gronden krijgen een agrarische bestemming. Voor de wegen is een bestemming verkeer opgenomen. voor de te bestemmen watergang die diagonaal door het plangebied loopt, is een waterbestemming toegekend. Voor het realiseren van werken of werkzaamheden die een aanzienlijke ruimtelijke of functionele impact kunnen hebben in het gebied, is een omgevingsvergunningplicht opgenomen. Dit betreft artikel 3 voor het agrarisch gebied. Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren: het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2, anders dan ten behoeve van recreatieve paden; het aanplanten van houtopstanden dan wel het vellen of rooien van houtgewas; het diepploegen en diepwoelen van de bodem; het afgraven, ophogen en egaliseren van de bodem; het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven; het graven en dempen van waterpartijen en watergangen; aanleggen van boomgaarden, behoudens de vervanging van bestaande boomgaarden.

Een dergelijke omgevingsvergunning mag alleen worden verleend indien door de uitvoering geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en/of aardkundige waarden. Voor de aanleg van boomgaarden binnen een afstand van 50 m van een woonbestemming dient te worden aangetoond dat de boomgaard geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat. De bestaande woningen in het gebied hebben een woonbestemming die aansluit bij de standaarden van de gemeente Wijchen. Voor de bestaande woningen richt deze bestemming zich op behoud van het bestaande met enige ontwikkelruimte. Daarnaast zijn specifieke regelingen opgenomen binnen wonen en agrarisch om daarmee het hobbymatig houden van paarden te bestemmen. Met archeologische dubbelbestemmingen, ook conform de standaard systematiek van de gemeente Wijchen, zijn de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschermd. In artikel 16 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om maximaal vier nieuwe woningen mogelijk te maken. Bij het eventueel toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid zullen in een ruimtelijke onderbouwing alle onderwerpen als genoemd in hoofdstuk 4 en 5 onderbouwd worden.

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

37

38

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 7.1

Economische aanvaardbaarheid

Dit plan betreft voornamelijk een conserverend plan. De plankosten hiervoor zijn gedekt door de algemene budgetten die de gemeente voor actualisaties heeft gereserveerd. Indien de wijzigingsbevoegdheid voor nieuwe woningen toegepast wordt, dan zal in dat kader de economische uitvoerbaarheid daarvan onderbouwd worden. Het weghalen van de bestemming Bedrijventerrein kan mogelijk leiden tot recht op planschadevergoeding. De gemeente accepteert de financiële gevolgen hiervan en zal deze eventueel ten laste brengen van de algemene reserve.

7.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Omgevingsdialoog De gemeente heeft individuele gesprekken gevoerd met de eigenaren en bewoners van het plangebied. Alle bewoners hebben aangegeven dat zij een positieve bestemming willen voor hun woning. Met dit bestemmingsplan wordt hierin voorzien. Aan overige wensen is waar mogelijk tegemoet gekomen.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen reageren. We hebben 6 zienswijzen ontvangen. Twee zienswijzen zijn ingetrokken. Daarom gaan we hier niet op in. De ingediende zienswijzen zijn ontvankelijk. 'Ontvankelijk' betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. In de zienswijzennota staat iedere zienswijze kort samengevat, met daaronder de reactie. Deze nota hoort bij het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Als gevolg van de zienswijzen wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, zoals aangegeven in de zienswijzennota.

bestemmingsplan Teersdijk e.o.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=0032b8b7-5590-493f-8542-29345b893cdd