bijlage: Reactie GS op zienswijze gemeente Wijchen m.b.t. omgevingsverordening actualisatieplan 8
Tekst van het document
Meerdere onderwerpen Reactienummer: 56 Indiener: Gemeente Wijchen Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. Indiener wijst op verschillende gebieden op Wijchens grondgebied die zijn aangemerkt als ‘Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk’. Indiener vindt de gebieden tussen Hernen en Niftrik vanwege het ontbreken van draagvlak bij inwoners geen goede gebieden voor windenergie. Daarom heeft indiener zich hard gemaakt om deze verkenningsgebieden niet op te nemen in het definitieve bod Regionale energiestrategie (RES) 1.0. De afspraken die zijn opgenomen in het bod RES 1.0 zijn tot stand gekomen na een intensief participatieproces en een bestuurlijk proces. Indiener gaat ervan uit dat alle bestuurlijke afspraken en kaarten die zijn gemaakt in het kader van het bod RES 1.0 leidend zijn. Het aanwijzen van verkenningsgebieden voor windenergie in de omgevingsverordening op grondgebied van Wijchen is verwarrend en niet gewenst. Deze gebieden moeten overeen komen met de verkenningsgebieden die zijn opgenomen in het bod RES 1.0. Ontwikkelaars van windparken zouden binnen de verkenningsgebieden voor windenergie die zijn opgenomen in de omgevingsverordening via een Provinciaal Inpassings Plan (PIP) windturbines kunnen plaatsen, zonder dat daarvoor politiek draagvlak is.
Indiener roept de provincie op om alles in het werk te stellen om dergelijke PIP’s te voorkomen en verzoekt de volgende afspraak op te nemen in de Omgevingsverordening: “De definitieve afspraken en kaarten die binnen het RES proces zijn gemaakt, zijn leidend voor het handelen van de provincie. Het betreft de definitieve afspraken en kaarten die worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES”. 2. Indiener wil graag weten waarom binnen het Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk geen alternatieventoets nodig is. Daarnaast wil indiener graag weten met welke methode wordt bepaald hoe de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk behouden blijft in geval van compensatie bij windturbines in het Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders Natuurnetwerk. 3.Indiener stelt dat het niet de bedoeling kan zijn dat de gemeente als houder wordt aangewezen om een zwemlocatie te beheren en te onderhouden als de gemeente daarvoor geen financiële middelen heeft. 4. Daarnaast kan het niet de bedoeling zijn dat de gemeente benadeeld wordt door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening. 5.
In een grondwaterbeschermingsgebied mag zonder melding geen baggerspecie worden toegepast waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt, met uitzondering van het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen. Waarom zou eenzelfde uitzondering niet kunnen gelden voor een gemeente voor een toepassing als bijvoorbeeld bermaanvulling langs een weg? 6. Indiener vraagt zich af of sprake is van een fout in de omgevingsverordening, omdat in de 'Instructieregels rangorde bij waterschaarste' geen van de wateren van Waterschap Rivierenland is aangewezen. Zover bekend hanteert Waterschap Rivierenland voor zijn beheergebied wél een rangorde bij waterschaarste.
7. Naar aanleiding van de concepttekst van de Omgevingsverordening 2022, artikel 5.73 (oogmerk instructieregels over zonneparken) stelt indiener voor om als laatste regel van dit artikel de volgende regel toe te voegen: ‘Het realiseren van zonneparken in het buitengebied en langs de gemeentegrenzen, dient afgestemd te worden met de buurgemeenten’. Indiener laat weten geen rekening te kunnen houden met capaciteit van het elektriciteitsnet omdat zij die kennis niet heeft. De rol van de netbeheerder dient volgende de indiener een plaats te krijgen als onderdeel van deze instructieregel. Indiener doet een tekstvoorstel voor wijziging. Antwoord 1. Wij realiseren ons dat het verwarrend is dat zowel in onze omgevingsverordening als in de Regionale Energiestrategie (RES) wordt gesproken over verkenningsgebieden voor wind. Om deze verwarring weg te nemen passen wij de naamgeving in de omgevingsverordening aan. In plaats van Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk hanteren we voortaan “GNN windturbines onder voorwaarden mogelijk”. Anders dan indiener zijn wij niet van mening dat de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn overeen zouden moeten komen met de verkenningsgebieden die zijn opgenomen in de RES 1.0. Dit omdat deze gebieden anders van aard zijn.
Binnen het Gelders natuurwerk (GNN) kennen we al sinds 2017 gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine dan voor de rest van het GNN. In de nieuwe omgevingsverordening komen er geen nieuwe gebieden bij en gaan er ook geen gebieden af. Behalve een aantal kleine grenswijzigingen van bestaande gebieden en behalve de naamgeving, verandert er dan ook niets aan deze gebieden. De gebieden liggen langs snelwegen, vanuit het idee dat verstoring langs snelwegen sowieso optreedt en daarmee het effect op soorten minder zal zijn. Binnen deze gebieden is het onder voorwaarden mogelijk een windturbine te plaatsen. Wel moet uiteraard ook altijd gekeken worden naar bijvoorbeeld het effect van het plaatsen van een windturbine op Natura 2000 gebieden en naar het effect op beschermde soorten. De gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn, zijn dus geen gebieden waar wij naar kijken voor het realiseren van windenergie. Het zijn gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine. De verkenningsgebieden voor windenergie die zijn weergegeven in de RES 1.0 hebben een ander karakter. Dit zijn gebieden die in kaart zijn gebracht als mogelijke locatie voor het realiseren van windenergie. Over de kansen en wenselijkheid hiervan zal vervolgonderzoek plaats gaan vinden.
De uitkomst van de RES 1.0 moet nog vertaald worden naar ons provinciaal beleid. Dat is een belangrijke opgave richting RES 2.0. Mogelijk dat dit ook gevolgen heeft voor de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn. Het opnemen van de definitieve afspraken en kaarten in de omgevingsverordening is niet mogelijk. De omgevingsverordening bevat instructieregels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van een omgevingsplan. Het is niet het instrument voor het opnemen van dergelijke afspraken. 2. Een alternatieventoets maakt onderdeel uit van de “ADC-toets” die is opgenomen in artikel 1.7 van de omgevingsverordening. Daar kom je aan toe wanneer een instructie regel een bepaalde activiteit of ontwikkeling niet toelaat. Een omgevingsplan kan een nieuwe activiteit of ontwikkeling of toelaten als aan de voorwaarden uit artikel 1.7 is voldaan: zwaarwegende maatschappelijke belangen moeten het rechtvaardigen, er mogen geen reële alternatieven beschikbaar zijn en de nadelige gevolgen moeten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende gevolgen worden gecompenseerd. Wordt aan een instructieregel voldaan, dan kom je niet toe aan de alternatieventoets.
Voor de gebieden binnen het GNN waar het onder voorwaarden mogelijk is een windturbine te plaatsen betekent dit dat als de nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het Gelders natuurnetwerk zoveel mogelijk worden beperkt, de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd en de
oppervlakte aan natuur die verloren gaat voor 200% wordt gecompenseerd. Kan een omgevingsplan het bouwen van een windturbine toelaten. Door middel van onderzoek zullen de effecten van het plaatsen van de windturbine op het GNN in beeld moeten worden gebracht. Onderzocht moet worden hoe deze effecten zoveel mogelijk kunnen worden beperkt en hoe de overblijvende effecten kunnen worden gecompenseerd. Dit moet ook vast gelegd worden in een natuurversterkingsplan dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan of omgevingsplan. 3. Een voornemen om een (nieuw) zwemwater en een houder aan te wijzen wordt afge stemd met de waterbeheerder, de locatiebeheerder of exploitant (als die er is) en de gemeente. Daarnaast kennen we hiervoor een wettelijke voorbereidingsprocedure. Het aanwijzen van een houder voor het beheer en onderhoud op zwemlocaties vindt tegelijk plaats met de jaarlijkse aanwijzing van de zwemwateren door de provincie. Op de voorbereiding van de aanwijzing van zwemwateren door Gedeputeerde Staten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (volgens artikel 16.25 Omgevings wet). Dit betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt gevolgd. Er wordt een ontwerp van het te nemen besluit, met de bijbehorende stukken, ter inzage gelegd en op dat ontwerp kunnen zienswijzen worden ingediend.
Als de gemeente in het besluit wordt aangewezen als houder kan de gemeente dus ook een zienswijze indienen, bijvoorbeeld uit kostenoverweging. In dat geval kan een zwemverbod worden ingesteld of een negatief zwemadvies worden afgeven voor de zwemlocatie. Er moet namelijk worden voorkomen dat er door een groot aantal mensen gezwommen wordt op een plek waar geen beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Naast het geven van een negatief zwemadvies of het instellen van een zwemverbod, kan het dan wenselijk zijn om de toegang tot het water onaantrekkelijk of onmogelijk te maken. 4. De gemeente wordt niet benadeeld door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening. De nieuwe regels voor nadeelcompensatie in de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht bieden bijna hetzelfde kader. Verschillen zijn gelegen in de beslistermijnen van het bestuursorgaan; die zijn iets korter geworden. De gemeente hoeft hierover onder de nieuwe regels geen rol meer te vervullen als bestuursorgaan. De instructieregels (aan de gemeenten) over de grondwaterbeschermingsregels worden namelijk gewijzigd in rechtstreeks werkende regels op grond van de omgevingsverordening, met alleen nog de provincie als bevoegd gezag. 5.
Vanwege de risico's voor de kwaliteit van het grondwater is het van belang dat er binnen een grondwaterbeschermingsgebied zo min mogelijk baggerspecie wordt toege past waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt. Het verspreiden van baggerspecie over aan de watergang grenzende percelen is een eeuwenoude vorm van actief bodembeheer en noodzakelijk om voldoende ruimte te hebben voor onderhoudsbaggerspecie die ontstaat uit werkzaamheden van de waterhuishouding. Om die werkzaamheden voor de waterhuishouding niet onnodig te frustreren is deze uitzondering (altijd al) opgenomen, maar dat geldt dus niet voor andere toepassingen. 6. Het betreft geen fout in de omgevingsverordening. Ook in de huidige Waterverordening waterschap Rivierenland zijn geen regels opgenomen over een specifieke rangorde bij waterschaarste. En zoals aangegeven is de inhoud van de waterverordeningen voor de waterschappen beleidsneutraal overgenomen in de omgevingsverordening. Dat betekent dat de bestaande regels alleen worden verplaatst naar de 0mgevingsverordening omdat de Omgevingswet dat verplicht. Aan de regels zelf verandert niets. Het vastleggen van een rangorde voor regionale wateren is alleen nodig als specifieke afwijkingen gewenst zijn van de landelijke rangorde van waterschaarste (zoals vastgelegd in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
Voor zover ons bekend is dat niet het geval voor regionale wateren binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Dat betekent dat de landelijke rangorde bij waterschaarste van toepassing is en door het Waterschap kan en zal worden gehanteerd.
7. Afstemming met buurgemeenten over ruimtelijke ontwikkelingen is een verantwoorde lijkheid die gemeenten al hebben. Daarom voegen we dit niet toe aan de voorgestelde instructieregel voor zonneparken in het buitengebied. De Omgevingswet bevat al een basisregel over afstemming en samenwerking tussen bestuursorganen (artikel 2.2). Aan die regel hebben wij in onze omgevingsverordening niets toe te voegen. Bovendien dragen specifiek voor de zonneparken de gezamenlijke afspraken in de Regionale Energiestrategie bij aan de onderlinge afstemming tussen buurgemeenten. De RES is ook bedoeld als instrument voor onderlinge samenwerking, zowel binnen de RES-regio als met buurgemeenten die deel uitmaken van een andere Regio. Het tekstvoorstel nemen wij daarom niet over. Wat betreft het rekening houden met de consequenties van het elektriciteitsnet is het duidelijk dat gemeenten deze kennis niet zelf in huis hebben. Gemeenten kunnen bij de netbeheerder om informatie of advies vragen. Dit hoort zo vanzelfsprekend bij een zorgvuldige besluitvorming (zie de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht) dat wij dit niet gaan voorschrijven in de omgevingsverordening. Wijzigingen 1. Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen van de naam van de kaart "Verkenningsgebied windturbines in Gelders natuurnetwerk" naar “Gelders natuurnetwerk windturbines onder voorwaarden mogelijk".
De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.