CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Nota Verbonden Partijen_3

Raad openbaar Wijchen 20 december 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 74198 Beslisnota Nazorgonderzoek Munitax13.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Openbaar lichaam Bij een openbaar lichaam ontstaat een nieuwe rechtspersoon. Een openbaar lichaam heeft een geleed bestuur, dat wil zeggen een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Gemeenten kunnen aan een openbaar lichaam – op enkele wettelijke uitzonderingen na – alle gemeentelijke taken en bevoegdheden overdragen. Een openbaar lichaam dient een begroting en jaarrekening vast te stellen. Voorbeelden zijn de VRGZ, de ODRN, de MGR, de Marn en de GGD. Een openbaar lichaam is een verbonden partij. Gemeenschappelijk orgaan Een gemeenschappelijk orgaan wordt in de praktijk vaak ingezet als intergemeentelijk overleg- of adviesorgaan. Dit vanwege het feit dat het geen rechtspersoonlijkheid bezit. Aan een dergelijk orgaan kunnen geen regelgevende bevoegdheden worden gedelegeerd, hooguit beschikkingsbevoegdheden. Vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid wordt niet het gemeenschappelijk orgaan, maar de deelnemende gemeenten gebonden aan de effecten van de besluitvorming door het algemeen orgaan. Een gemeenschappelijk orgaan dient minimaal te beschikken over een algemeen bestuur en een voorzitter. Een gemeenschappelijk orgaan dient een begroting en jaarrekening vast te stellen. Bedrijfsvoeringsorganisatie Bij een bedrijfsvoeringsorganisatie ontstaat een nieuwe rechtspersoon. Een bedrijfsvoeringsorganisatie heeft maar één bestuur.

Gemeenten kunnen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie taken opdragen op het gebied van bedrijfsvoering en uitvoeringstaken.

10 Artikel 169, vierde lid, Gemeentewet. 11 Artikel 1, lid 2, van de Wgr.

36

37

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Centrumgemeente constructie In de centrumgemeente constructie worden de taken van verschillende gemeenten uitgevoerd door één gemeente. In feite is sprake van mandaat van bevoegdheden door het ene aan het andere gemeentebestuur. Hierbij ontstaat geen nieuwe rechtspersoon. Ook een geen begroting of jaarrekening hoeft niet te worden vastgesteld. Een centrumregeling is geen verbonden partij. Lichte regeling Tot slot is er de zogeheten lichte regeling. Hierbij wordt geen organisatorisch verband opgericht. Alleen bepaalde afspraken worden vastgelegd. In dit geval is er sprake van een bestuursovereenkomst in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling. Ook dit is géén verbonden partij. Aan de regeling kunnen geen taken of bevoegdheden van deelnemende gemeenten worden overgedragen. De deelnemende gemeenten worden in beginsel niet gebonden door de besluitvorming van de regeling. Voor gezamenlijk beleid of binding daaraan is gelijkluidende besluitvorming door de afzonderlijke deelnemers nodig. De lichte gemeenschappelijke regeling hoeft niet te voldoen aan wettelijke voorschriften, zoals geleed bestuur, verschaffen van informatie, begroting en jaarrekening. Privaatrechtelijke rechtsvormen Privaatrechtelijk kan de samenwerking worden uitgewerkt in een besloten vennootschap, een naamloze vennootschap, een coöperatie of een vereniging.

Ook de stichting kan worden gebruikt, maar deze vorm is in beginsel minder geschikt voor samenwerking omdat zij geen leden kent. De besloten vennootschap is een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal, waarbij deze aandelen niet vrij overdraagbaar zijn (art. 2:175 lid 1 BW). Hetzelfde geldt voor de naamloze vennootschap, met dien verstande dat de aandelen wel vrij overdraagbaar zijn (art. 2:64 lid 1 BW). De aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort te voorzien in de verliezen van de vennootschap (art. 2:175 lid 1 BW resp. art. 2:64 lid 1 BW). Dit wil zeggen dat een aandeelhouder in geval van faillissement in de meeste gevallen niet meer zal verliezen dan de waarde van zijn aandelen. Een vereniging is een rechtspersoon met leden die gericht is op een bepaald doel (art. 2:26 lid 1 BW). Het doel van de vereniging mag niet inhouden het verdelen van winst onder leden (art. 2:26 lid 3 BW). Een bijzonder vorm van de vereniging is de coöperatie, vroeger ook wel coöperatieve vereniging geheten. Deze stelt zich ten doel in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten met hen gesloten (art. 2:53 lid 1 BW).

In het geval van een coöperatie geldt het verbod van winstdeling niet (art. 2:53a BW). De regels met betrekking tot de vereniging zijn in beginsel ook van toepassing op de coöperatie (art. 2:53a BW). Een stichting is een rechtspersoon, welke geen leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken (art. 2:285 lid 1 BW). Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen, noch aan anderen, tenzij wat deze laatste betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben (art. 2:285 lid 3 BW).

38

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Bijlage 4: Beïnvloedingsinstrumenten Voor een raad is informatie het allerbelangrijkste. Zonder de noodzakelijke informatie kan de gemeenteraad zijn rol niet adequaat invullen. Daarbij gaat het zowel om structurele informatie (jaarverslagen, rapportages) als om incidentele informatie (wanneer er iets bijzonders gebeurt). Individuele raadsleden hebben informatierechten, terwijl het college en zijn leden informatieplichten hebben. Ook het bestuur van een openbaar lichaam heeft informatieplichten jegens raden (en colleges). Structurele informatievoorziening Hierna volgen de instrumenten waarop de raad volgens de wet op de hoogte gehouden dient te worden van het functioneren van verbonden partijen. In de gemeenschappelijke regeling of anderszins kunnen nadere afspraken zijn gemaakt over andere vormen van structurele informatievoorziening. 1 Kadernota samenwerkingsverband (34b Wgr). Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan, stuurt jaarlijks voor 15 april een kadernota aan de raad sturen, waarin de beleidsmatige en financiële kaders voor het jaar erna worden geschetst. Sommige regelingen bepalen dat de raad wordt uitgenodigd hierop zienswijzen in te brengen. Maar ook wanneer hierom niet wordt verzocht, staat het de raad vrij om hierop te reageren. 2 Voorlopig jaarverslag samenwerkingsverband (34b Wgr).

De jaarrekening van het openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan, geeft inzicht in het verloop van het afgelopen jaar. Voor 15 april moet een voorlopige jaarrekening worden toegestuurd aan de raden. Sommige regelingen bepalen dat de raad wordt uitgenodigd hierop zienswijzen in te brengen. Maar ook wanneer hierom niet wordt verzocht, staat het de raad vrij om hierop te reageren. 3 Ontwerpbegroting samenwerkingsverband (35 Wgr). Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan, moet de ontwerpbegroting aan de raden sturen alvorens deze wordt vastgesteld. De ontwerpbegroting maakt inzichtelijk wat er het komende boekjaar gaat plaatsvinden binnen het samenwerkingsverband, zowel beleidsmatig als financieel. De ontwerpbegroting geeft daarnaast aan wat de financiële bijdrage van iedere afzonderlijke gemeente in een bepaald jaar is. De raden kunnen bij het AB een zienswijze naar voren brengen. 4 Jaarverslag samenwerkingsverband (34, lid 3 Wgr). De jaarrekening van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan maakt inzichtelijk wat er het afgelopen jaar allemaal is gebeurd bij het samenwerkingsverband. 5 Begroting samenwerkingsverband (34, lid 1 Wgr).

Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan, stelt een begroting vast. Eventuele zienswijzen worden meegezonden aan het AB. De vastgestelde begroting wordt voor 1 augustus aan GS en de raden gezonden. De raden kunnen bij GS hun zienswijze naar voren brengen.

39

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

6 Jaarverslag gemeente (189 Gemeentewet en BVV). Het jaarverslag van de gemeente kent net als de begroting een paragraaf verbonden partijen. Daarin legt het college verantwoording af over het reilen en zeilen van de verbonden partijen en in hoeverre zij de door de raad in de begroting meegegeven kaders hebben uitgevoerd.

Verantwoordingsinstrumenten De instrumenten met betrekking tot verantwoording komen na de informatie-inwinning. Het gaat hier deels om beoordeling van de informatie, maar ook om het verder duiden waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. Hierna volgt een limitatief overzicht van de wettelijke mogelijkheden.

7 Raadscommissie verbonden partijen (82 Gemeentewet). De raad kan bijzondere raadscommissies instellen die toezien op de sturing en controle van een verbonden partij en/of in het bijzonder op verbonden partijen in het algemeen. De raadscommissie kan neutrale informatievoorzieningen borgen, zonder direct in een politiek steekspel te geraken. De politieke weging van de feiten moet dan in de raad of een andere inhoudelijke raadscommissie plaatsvinden. De raadscommissie biedt ook een mogelijkheid om gestructureerd met andere gemeentebesturen in contact te treden.

13 Verantwoording vragen aan een lid van het bestuur (16, 18 en 19 Wgr) De raad kan een lid van het bestuur van het samenwerkingsverband ter verantwoording roepen over hetgeen dit lid zelf heeft gedaan in het betreffende orgaan. Het lid is uitsluitend verantwoording schuldig over door hemzelf gevoerd bestuur. Hij is geen verantwoording schuldig over handelen en besluitvorming van het (algemeen of dagelijks)bestuur.

Incidentele informatievoorziening Naast structurele informatievoorziening kan de raad ook behoefte hebben aan incidentele informatie, simpelweg vanwege een onvoorziene gebeurtenis of om dat nadere informatie wenselijk is. De raad heeft verschillende instrumenten om aan die informatie te komen. Ook hierbij geldt dat nadere afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze van presentatie van die informatie. We onderscheiden de volgende instrumenten: 8 Informatierecht ten aanzien van het college (169, 155 en 25 Gemeentewet). De raad kan het college of een lid van het college alle gewenste informatie vragen over door het college gevoerd bestuur. Dit geldt ook voor wat door of namens het college wordt besloten. Voor stukken die door het college aan de raad worden voorgelegd over het samenwerkingsverband kan geheimhouding worden opgelegd door het college. 9 Informatierecht ten aanzien van een afgevaardigde in het bestuur (16, 18, 19 Wgr). Een lid van het algemeen bestuur moet de raad alle inlichtingen geven die door één of meer leden van de raad gevraagd worden. 10 Informatierecht ten aanzien van het AB, DB of de voorzitter (17 Wgr). Het bestuur van een openbaar lichaam (zowel het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur als de voorzitter) moet de raden alle door één of meer raadsleden gevraagde inlichtingen verschaffen. In beginsel mag alles worden gevraagd.

Het AB kan ook besloten vergaderen en over die stukken geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding kan ook door het DB of de voorzitter worden opgelegd. In de praktijk wordt informatie zelden rechtstreeks aan het samenwerkingsverband gevraagd. Dit is een goede manier om aanvullende en specifieke informatie te krijgen. 11 Rekenkamercommissie (81oa jo 182 en 184 Gemeentewet). De raad kan de Rekenkamer verzoeken onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een openbaar lichaam. 12 Onderzoekscommissie (155a Gemeentewet). De raad kan een commissie instellen die onderzoek doet naar het handelen van het college of een van zijn leden binnen een samenwerkingsverband. Belangrijk daarbij is dat de onderzoekscommissie geen onderzoek mag doen naar het samenwerkingsverband als zodanig.

40

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

14 Verantwoording vragen aan college(leden) (169 Gemeentewet). De raad kan ook het college (en leden) ter verantwoording roepen voor de wijze waarop gedelegeerde of gemandateerde collegebevoegdheden zijn uitgeoefend en de wijze waarop het college hierop toezicht heeft gehouden. Het college en zijn leden zijn slechts verantwoording schuldig over door hen gevoerd bestuur. Zij zijn geen verantwoording schuldig over handelingen van het bestuur van het samenwerkingsverband. Bij een netwerksamenwerking is het college wel volledig aanspreekbaar, omdat daar met mandaat wordt gewerkt. Dat geldt evenzeer bij bijvoorbeeld omgevingsdiensten, voor zover collegebevoegdheden in mandaat worden uitgevoerd. Bijsturingsinstrumenten De stap van bijsturing volgt op die van verantwoording. Als de verantwoording daar aanleiding toe geeft, kan de raad zijn mogelijkheden voor bijsturing inzetten. Als eindverantwoordelijke binnen de gemeente is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de kaderstelling binnen de gemeente. De raad heeft daartoe de gebruikelijke (niet overgedragen) verordenende bevoegdheden maar ook het budgetrecht. Met deze twee instrumenten kan de gemeenteraad sturen op inhoud/beleid en financiën. Deze kaders dienen als richtlijn voor het college van burgemeester en wethouders en indirect voor het samenwerkingsverband.

De kaders bieden ook de grondslag voor de raad om later te kunnen controleren en al dan niet te interveniëren. Belangrijk om hierbij aan te stippen is dat deze kaderstelling niet alleen afkomstig is van de eigen raad, maar van alle raden tezamen. Als de kaders teveel uiteen gaan lopen, wordt het voor een samenwerkingsverband moeilijk om taken uit te voeren, zeker op een efficiënte en doelmatige wijze. Idealiter houdt de raad dus rekening met de wensen van andere betrokken vertegenwoordigende organen. Voor het bijsturen van de samenwerking heeft de raad de volgende formele instrumenten. 15 Zienswijzeprocedure (35 Wgr). Ten aanzien van de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband kan de raad zienswijzen indienen. In Wijchen is deze bevoegdheid niet gedelegeerd en wordt dus door de raad uitgeoefend. In Druten is deze bevoegdheid onder voorwaarden aan het college gedelegeerd. Dit instrument krijgt pas echt kracht wanneer de raad afstemt over de zienswijzen met andere vertegenwoordigende organen die bij de samenwerking zijn betrokken. Dan ontstaat politieke druk voor het (algemeen) bestuur van het samen werkingsverband om daadwerkelijk iets met de zienswijze te doen.

41

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

16 Gemeentelijke begroting (89 Gemeentewet en BVV). In de paragraaf verbonden partijen in de begroting kan de raad financiële kaders per jaar per verbonden partij meegeven aan het college.

Bijlage 5: Toelichting op de risicoprofielen en toezichtarrangementen

17 Moties (Reglement van orde). Als de raad niet zelf bevoegd is, kan hij via moties en politieke druk altijd proberen het college gebruik te laten maken van zijn bevoegdheden tot ingrijpen bij het samenwerkingsverband. Moties richten zich in beginsel tot het college en moeten voor het college wel uitvoerbaar zijn. Het college kan immers niet altijd besluitvorming afdwingen en een motie die dat eist kan dus nimmer uitgevoerd worden.

Verbonden partijen lopen sterk uiteen in financiële omvang, vorm en maatschappelijke relevantie. Hierdoor variëren de gemeentelijke belangen per verbonden partij. De toezichtarrangementen geven vorm en inhoud aan de sturing en informatievoorziening van de verbonden partij, rekening houdend met de financiële en bestuurlijk maatschappelijke belangen.

18 Verordenende bevoegdheid (147 en 149 Gemeentewet). De raad maakt alle verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht. Hij kan daarbij beleidsmatige en inhoudelijke keuzes vastleggen die bindend zijn voor het college van burgemeester en wethouders en daarmee ook voor een eventueel samenwerkingsverband, tenzij verordenende bevoegdheid is overgedragen. 19 Beleidsregels (4:81 Awb en 10:16 resp. 10:6 Awb). De raad kan beleidsregels stellen over bevoegdheden die hij aan een samenwerkingsverband heeft overgedragen (gedelegeerd). Dat geldt ook voor het college. Als bevoegdheden niet worden gedelegeerd maar gemandateerd, kan de mandaatgever algemene en concrete instructies geven. De beleidsregels zijn bindend voor het samenwerkingsverband. Mocht het college verantwoordelijk zijn, dan kan de raad natuurlijk via moties verzoeken dat het college dit doet. 20 Ontslagrecht ten aanzien van een afgevaardigde (16 en 18 Wgr). Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad (bij een raadsregeling of gemengde regeling) of door het college (bij een collegeregeling) ontslagen worden als hij niet langer het vertrouwen bezit van dat orgaan. Dan kan hij niet meer de gemeente in het samenwerkingsverband vertegenwoordigen, maar wel in zijn huidige functie (bijvoorbeeld wethouder of raadslid) blijven. 21 Ontslagrecht ten aanzien van wethouder (49 Gemeentewet).

Een wethouder kan worden ontslagen als er niet langer vertrouwen bestaat in het functioneren van deze wethouder. Dan kan hij ook niet meer de gemeente in een samenwerkingsverband vertegenwoordigen. Voor de burgemeester geldt dit niet. 22 Wijziging van de gemeenschappelijke regeling (1 en 9 Wgr). Als blijkt dat de kaders in de gemeenschappelijke regeling zelf niet toereikend zijn, kan de gemeenschappelijke regeling gewijzigd worden. Hiervoor is echter, net als bij het treffen van de gemeenschappelijke regeling, wel besluitvorming van alle deelnemers inclusief eventuele toestemming door vertegenwoordigende organen nodig. 23 Uittreding uit gemeenschappelijke regeling (1 en 9 Wgr). De ultieme consequentie van democratische legitimatie: het gemeentebestuur treedt uit het samenwerkingsverband als het te gortig wordt. In de regeling zelf is bepaald wat de gevolgen van uittreding zijn, hoe deze worden vastgesteld en of er een termijn geldt. Anders geldt een algemene norm waarbij nog vijf jaar deels moet worden doorbetaald alvorens men ook financieel van alle verplichtingen af is.

Hoe gaat het in zijn werk? Alle verbonden partijen krijgen een risicoprofiel op basis van het financiële belang en op basis van het bestuurlijk maatschappelijke belang. Dit gebeurt aan de hand van een eerste risico-indicatie. Het risicoprofiel van de verbonden partij bepaalt vervolgens in welk van de drie verschillende toezichtarrangementen de verbonden partij wordt ingedeeld. Daarbij geldt het volgende: ƒƒ Hoe hoger het risicoprofiel van de verbonden partij, des te intensiever zijn de informatievoorziening aan en de sturing door de gemeenteraad. ƒƒ Hoe lager het risicoprofiel van de verbonden partij, des te extensiever zijn de informatievoorziening aan en de sturing door de gemeenteraad. ƒƒ De bestuurlijke aandacht wordt daarmee gericht op verbonden partijen met een hoog risicoprofiel. Dit doet recht aan het financieel en bestuurlijk maatschappelijk belang dat daarmee gemoeid is. A. risico-indicatie en indeling Per verbonden partij wordt conform onderstaand model12 bezien welk financieel en bestuurlijk maatschappelijk belang er is en hoe dit wordt verwerkt in het risicoprofiel van de verbonden partijen. Financiële risico-indicatie De financiële risico-indicatie wordt uitgevoerd aan de hand van de vijf onderstaande indicatoren. Op basis van de antwoorden op deze indicatoren wordt het risicoprofiel van de verbonden partij bepaald op laag, gemiddeld of hoog.

N.v.t.

Laag

Gemiddeld

Hoog

Omvang jaarlijkse bijdrage

-

<350.000€

≤1.500.000€

>1.500.000€

Solvabiliteit

-

≥0,03

<0,03

≤0,01

Bedrijfsvoering van de VP

-

Goed

Voldoende

Zorgelijk

Opgenomen weerstandsvermogen in de risicoparagraaf van de begroting

-

Weerstandsvermogen ≤10.000€

Weerstandsvermogen >10.000€<50.000€

Weerstandsvermogen ≥50.000€

12 Bij de analyse geldt net als bij het afwegingskader dat het geen ‘digitaal’ instrument is dat onafwendbaar tot een bepaalde keuze moet leiden.

42

43

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Toelichting Omvang jaarlijkse bijdrage

Solvabiliteit

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Bestuurlijk maatschappelijke risico-indicatie Voor de onder- en bovengrenzen van de omvang van de jaarlijkse bijdrage (laag, gemiddeld en hoog) is gekeken naar een normaal-curve verdeling van de bijdragen aan verbonden partijen. Bij de solvabiliteit is gekeken naar het vermogen van de verbonden partij en of zij daarmee in staat is aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Voor de onderen bovengrenzen (laag, gemiddeld en hoog) is gekeken naar gangbare normen in het financieel management. De solvabiliteit is uitgedrukt in totaal vermogen/eigen vermogen en gebaseerd op de jaarverslagen 2017.

De bestuurlijk maatschappelijke risico-indicatie wordt uitgevoerd aan de hand van de drie onderstaande indicatoren. Op basis van de antwoorden op deze indicatoren wordt het risicoprofiel van de verbonden partij bepaald op laag, gemiddeld of hoog. N.v.t.

Laag

Gemiddeld

Hoog

Kwalificatie maatschappelijke relevantie beleidsgebied VP

-

Uitvoerend, politiek en maatschappelijk irrelevant

Gedeeltelijk: niet beleidsrijk, niet beleidsarm

Beleidsrijk, politiek en maatschappelijk zeer relevant

Prestaties van invloed op gemeentelijke beleidsdoelen

-

Minimaal tot niet

Gedeeltelijk

Ja, zeer

Prestatieafspraak en -realisatie

-

Ja, op basis van harde afspraken

Gedeeltelijk

Nee, prestatierealisatie is niet vast te stellen

Bedrijfsvoering van de VP

Bij de bedrijfsvoering van de verbonden partij wordt een ambtelijke inschatting gemaakt op basis van ervaringen, zienswijzen en het accountantsrapport van de verbonden partij.

Kwalificatie maatschappelijke relevantie beleidsgebied verbonden partij

Bij deze indicator wordt gekeken naar de vraag of de werksoort of het beleidsgebied politiek en maatschappelijk relevant is. Naarmate dit hoger is, zal de bestuurlijke aandacht ervoor ook groter zijn.

Opgenomen weerstandsvermogen in de risicoparagraaf van de begroting

De laatste indicator betreft het feit of de gemeente zelf actief risicomanagement voert op de verbonden partijen. Dit is terug te vinden in de risicoparagraaf van de programmabegroting. De afkapgrenzen zijn gebaseerd op het gemiddeld aangehouden weerstandsvermogen voor VP’s in de begroting 2018 (±90.000 €).

Prestaties van invloed op gemeentelijke beleidsdoelen

Ook deze indicator geeft een indruk van de relevantie van het werk van de verbonden partij. Het verschil met hierboven genoemde indicator, is dat deze ingaat op gemeentelijke beleidsdoelen. Die kunnen ook uitvoerend van aard zijn (bijv. Munitax).

Prestatieafspraken

Deze indicator geeft aan of met verbonden partijen harde, zachte of geen afspraken zijn gemaakt als het gaat om prestaties en of de prestatie realisatie te volgen is.

De bestuurlijke maatschappelijke indicatoren 1 en 2 zijn kwalitatief en bieden ruimte voor meer interpretatie. Voorafgaand aan de indeling van Verbonden partijen naar toezichtarrangementen wordt dit getoetst met een afvaardiging van de Raad (audit commissie). Risicoprofiel Alle verbonden partijen worden ‘gemeten’ op hierboven genoemde 9 indicatoren. Sommige indicatoren zijn niet van toepassing op bepaalde verbonden partijen. Deze indicatoren worden dan niet meegenomen in de gemiddelde eindtelling. In principe scoren dus alle verbonden partijen op de indicatoren variërend van Laag, Gemiddeld tot Hoog. Het eind-risicoprofiel wordt bepaald volgens onderstaande puntenverdeling. Per indicator

44

Risicoprofiel

Als Laag

1 punt

Totaal aantal punten/ maximaal mogelijk aantal punten <0,5

Als Gemiddeld

2 punten

Totaal aantal punten/ maximaal mogelijk aantal punten ≥ 0,5

Als Hoog

3 punten

Totaal aantal punten/ maximaal mogelijk aantal punten ≥ 0,75

45

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

De risicoprofielen van de verbonden partijen zien er voor 2018 als volgt uit:

Prestatieafspraak

Indicatie totaal

Toezichtsarrangement

gedeeltelijk

ja, op basis van harde afspraken

0,53

2

0

minimaal tot niet

gedeeltelijk

0,39

1

zorgelijk

103.500

ja, zeer

ja, op basis van harde afspraken

0,85

3

n.v.t.

n.v.t.

168.000

minimaal tot niet

nee, prestatierealisate niet vast te stellen

0,61

2

6.578.000

0,02

net voldoende

0

ja, zeer

ja, op basis van harde afspraken

0,76

3

GR MGR IRVN

890.000

n.v.t.

net voldoende

0

minimaal tot niet

gedeeltelijk

0,50

2

GR Euregio Rijn-Waal

14.000

0,35

goed

0

minimaal tot niet

nee, prestatierealisate niet vast te stellen

0,44

1

GR BP Bijsterhuizen

-

0,46

goed

0

minimaal tot niet

nee, prestatierealisate niet vast te stellen

0,44

1

GR VRGZ

2.303.602

0,07

zorgelijk

0

ja, zeer

gedeeltelijk

0,86

3

GR ODRN

509.000

0,36

zorgelijk

0

gedeeltelijk

gedeeltelijk

0,57

2

GR MARN

-

1,00

goed

0

gedeeltelijk

ja, op basis van harde afspraken

0,39

1

n.v.t.

zorgelijk

0

ja, zeer

gedeeltelijk

0,83

3

Omvang jaarlijkse bijdrage

Solvabiliteit

Bedrijfsvoering van de VP

Risicomanagement VP en weerstandsvermogen begroting 2018

Prestaties van invloed op gemeentelijke beleidsdoelen

DAR NV

1.300.000

0,54

net voldoende

0

Leisurelands BV

-

0,73

goed

GR GGD

1.626.000

0,14

GR MGR Platformfunctie

41.000

GR MGR Werkbedrijf

GR Werkorganisatie DW

22.234.000

GR DRAN

385.762

n.v.t.

zorgelijk

0

ja, zeer

gedeeltelijk

0,78

3

GO Arnhem Nijmegen City Region

61.000

0,73

goed

1.000

gedeeltelijk

nee, prestatierealisate niet vast te stellen

0,56

2

MUNITAX Beuningen

660.000

n.v.t.

net voldoende

0

ja, zeer

gedeeltelijk

0,61

2

IBO

100.000

0,03

goed

0

minimaal tot niet

gedeeltelijk

0,47

1

Indicatie financieel

46

Indicatie bestuurlijk

47

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

De indeling van de verbonden partijen is daarmee als volgt13. Toezichtarrangement 1: Basis -

Toezichtarrangement 2: Basis

Toezichtarrangement 3: Basis +

1. 2. 3. 4. 5.

1. 2. 3. 4. 5.

1. 2. 3. 4. 5.

Leisurelands BV GR Euregio Rijn-Waal GR BP Bijsterhuizen GR MARN IBO

DAR NV GR MGR Platform GR MGR IRVN GR ODRN GO Arnhem Nijmegen City Region 6. MUNITAX Beuningen

GR GGD GR MGR Werkbedrijf GR VRGZ GR Werkorganisatie DW GR DRAN

B. Toezichtarrangement Drie pakketten Er wordt gewerkt met drie toezichtarrangementen: 1. het Basis- pakket 2. het Basis pakket 3. het Basis+ pakket. De essentie van deze arrangementen is dat de informatievoorziening aan en sturing door de gemeenteraad oploopt van arrangement 1 naar 3. Dit loopt parallel met de risicoprofielen van de verbonden partijen.

De inhoud van de arrangementen is in de volgende tabel uitgewerkt. Basis -

Basis

Basis +

Samenwerkingswijzer.

P&C-cyclus: actuele informatie over verbonden partijen in paragraaf 8 van de programmabegroting en de jaarrekening, waar van toepassing opname in paragraaf 4 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

GR’s en stichtingen: begroting en jaarverslag worden uiterlijk 15 april aan gemeenten aangeboden.

Overigen: mede afhankelijk van de gemaakte afspraken (statutaire) afspraken.

Basisinformatie over verbonden partijen

Begroting en jaarverslag verbonden partijen

GR’s, stichtingen en overig: begroting en jaarverslag wordt ter inzage gelegd.

Zienswijzen Zienswijzen worden gedelegeerd aan het College.

Zienswijzen worden behandeld in de Raad. Ambtelijke ondersteuning voorafgaand aan zienswijze behandeling in de Raad wordt georganiseerd via informatiebijeenkomst.

Actieve Informatieverstrekking via Informatienota Informatieverstrekking via Informatienota indien er relevante ontwikkelingen zijn bij een verbonden partij.

Vaste en actieve informatieverstrekking via informatienota per kwartaal over ontwikkelingen bij verbonden partij, tenzij er niets te melden is.

 

Informatieverstrekking verbonden partij (lokaal of regionaal georganiseerd) Raadsverzoek tot het organiseren van een Informatiebijeenkomst met verbonden partij over ontwikkelingen eens per jaar.

Onderzoek Raadsverzoek tot een Rekenkameronderzoek van één van de verbonden partij in dit arrangement.

Raadsverzoek tot een ambtelijke evaluatie op nut en noodzaak15 van één van de verbonden partij in dit arrangement.

Coalitievorming met ondersteuning van de Griffies De Raad initieert coalitievorming met andere gemeenteraden met ondersteuning van de betrokken Griffies.

14

13 Zie laatste rechtse kolom.

48

14 Doelstelling van een periodieke evaluatie is om te kunnen vaststellen in hoeverre de samenwerking in de verbonden partij nog steeds de bij aanvang bedachte voordelen heeft, of de gekozen vorm nog geschikt is en of er aanleiding is tot bijstelling of beëindiging.

49

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Bijlage 6: Vragen voor de periodieke evaluatie

Bijlage 7: De bijeenkomst van 27 augustus 2018

Doel ƒƒ Behaalt de verbonden partij haar doelstellingen/resultaten/taken? ƒƒ Past de doelstelling van de verbonden partij nog binnen de gemeentelijke doelstelling?

Op 27 augustus 2018 heeft een vertegenwoordiging van de raad, het college en een vertegenwoordiging van de ambtelijke organisatie een netwerkanalyse gemaakt van de verbonden partijen van de gemeente Wijchen. De hoofdvragen op deze avond waren:

Financiële stand van zaken ƒƒ Hoe verloopt de ontwikkeling van de kosten? ƒƒ Hoe groot is het financiële risico? ƒƒ Bestaan er langlopende contracten met de verbonden partij? ƒƒ Heeft de gemeente Wijchen garanties of leningen uitstaan bij de verbonden partij? ƒƒ Bestaan er samenwerkingsovereenkomsten tussen de verbonden partij en externe partijen? ƒƒ Is de verbonden partij aanbestedingsplichtig (zie notitie commissie BBV)? ƒƒ Zijn er verplichtingen en garanties gesteld bij liquidatie? ƒƒ Hoe is het risicomanagement van de verbonden partij?

ƒƒ Welke van de verbonden partijen vind je belangrijk en welke vind je minder belangrijk? Waarom? ƒƒ Hoe karakteriseer je de relatie met deze verbonden partij? Krijg je er energie van of juist buikpijn? Wat maakt dat de relatie zo is? ƒƒ Welke middelen heb je om informatie en grip te krijgen? Zijn er meer of andere middelen te bedenken?

Bestuurlijke en organisatorische stand van zaken ƒƒ Is er bestuurlijk interesse voor de verbonden partij? ƒƒ Hoe effectief is de bestuurlijke vertegenwoordiging geweest in de afgelopen jaren? ƒƒ Hoe is de invulling van de rol geweest van alle betrokken partijen (zowel de verbonden partij als de raad, het college en de ambtelijke organisatie)? ƒƒ In hoeverre zijn genomen beslissingen van de verbonden partij gunstig/ongunstig uitgepakt voor Wijchen? ƒƒ Hoe is de afstemming met de andere opdrachtgevers/eigenaars van de verbonden partij? Samenwerking ƒƒ Hoe verloopt de samenwerking met de verbonden partij? ƒƒ Komt de verbonden partij haar afspraken na? ƒƒ Heeft/hebben de verschillende partij(en) nog steeds de behoefte om samen te werken?

In bijgevoegde ‘visuele notulen’ is verslag gelegd van het proces van deze bijeenkomst en van de netwerken die beide groepen hebben opgesteld. De verbonden partijen Er is op deze avond gewerkt in twee groepen. Beide groepen hebben de verbonden partijen in kaart gebracht in een netwerk. Is er afstand of juist nabijheid? Wat is de aard van de relatie? De netwerken van beide groepen waren verschillend. Dit is terug te zien in de visuele notulen. De motivatie van beide groepen om verbonden partijen ver weg of dichtbij te plaatsen en de aard van de relatie kwamen echter overeen. Het bleek te gaan om maatschappelijk belang, bestuurlijk risico en om het financiële aspect. Deze drie zaken bepalen hoe we willen sturen op verbonden partijen. Ze zijn nader uitgewerkt in de risico-indicatoren en als zodanig opgenomen in de risicomatrix in bijlage 5. De uitkomst van de risicoanalyse leidt tot een toezichtarrangement dat past bij de verbonden partij. De instrumenten Een tweede vraag betrof mogelijke middelen om de informatievoorziening en sturing te verbeteren. Zaken die in dit kader zijn genoemd: de Samenwerkingswijzer, afstemming met andere raden, lobby, sturen op de begroting, extra informatie als er iets aan de hand is. Deze middelen zijn opgenomen in de toezichtarrangementen.

Integraal ƒƒ Is samenvoegen van samenwerkingsverbanden/verbonden partijen een optie? ƒƒ Welke relevante externe ontwikkelingen vinden plaats? (Nieuwe geïnteresseerde gemeenten? Een proces van herindeling?)

50

51

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

52

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

53

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

Uitkomsten groep 1

Uitkomsten groep 2

Euregio

ODRN

Euregio Rijn Waal

MGR Platform

VRGZ Veiligheids­ regio

DRAN

MGR Werkbedrijf PNGR Platform

GGD Arnhem Nijmegen City Region

DAR Munitax

MGR IRVN

Werk­ organisatie Druten­ Wijchen

Marn

Bedrijven­ terrein Bijsterhuizen

Leisurelands

Bijsterhuizen

Arnem Nijmegen City Region

Werk­ organisatie Druten­ Wijchen

GGD Leisurelands

DAR

IBO

Munitax

ODRN

Dran

IBO

Marn MGR IRVN

Op de kleine rondjes staan de verbonden partijen die wat minder belangrijk zijn

54

MGR Werkbedrijf

Op de middelgrote rondjes staan de verbonden partijen die gemiddeld belangrijk zijn

Afstand Is er veel afstand tot de kern, de raad, dan heeft de raad daar weinig kennis van en grip op.

Op de grote rondjes staan de verbonden partijen die voor de gemeente heel belangrijk zijn

Is er iets afstand tot de kern, de raad, dan heeft

de raad daar gemiddeld veel kennis van en grip op. Ligt de verbonden partij dicht bij de kern, dan heeft de raad daar veel kennis van en grip op.

Op de kleine rondjes staan de verbonden partijen die wat minder belangrijk zijn Op de middelgrote rondjes staan de verbonden partijen die gemiddeld belangrijk zijn

Afstand Is er veel afstand tot de kern, de raad, dan heeft de raad daar weinig kennis van en grip op.

Op de grote rondjes staan de verbonden partijen die voor de gemeente heel belangrijk zijn

Is er iets afstand tot de kern, de raad, dan heeft

de raad daar gemiddeld veel kennis van en grip op. Ligt de verbonden partij dicht bij de kern, dan heeft de raad daar veel kennis van en grip op.

55

Nota Verbonden Partijen | oktober 2018

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdwid=05d96813-99f8-4216-b7dc-99f173323472