Bijlage 9 Archeologisch vervolgonderzoek
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 7604
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente Wijchen Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Colofon Titel: Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente Wijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek. Versie: 10-02-2025 Auteur: I.L.Rom Projectcode: WYHM2 Bestandsnaam: RAAPrap_7604_WYHM2_20250210 Autorisatie: E. Norde
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2025 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Samenvatting In opdracht van BOOT heeft RAAP op 3 februari 2025 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Huurlingsedam 81 te Wijchen’ in de gemeente Wijchen. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was om vast te stellen of er behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig waren binnen de contouren van een uit te graven bouwvlak (het onderzoeksgebied) aan de zuidkant van het plangebied. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van een mogelijk aanwezige vindplaats. Het Programma van Eisen bood de mogelijk om – indien sprake was van een behoudenswaardige vindplaats – in overleg met de bevoegde overheiddoor te starten naar een opgraving. Tijdens het onderzoek is één proefsleuf aangelegd met een totaal oppervlak van 40 m 2 . Dit komt neer op een dekkingsgraad van 42% van het onderzoeksgebied. Er is één vlak in de top van de C-horizont aangelegd op een diepte van 128 cm -mv (7,0 m NAP). In het vlak werden geen sporen aan getroffen. Bij het onderzoek werden twee vondsten gedaan: een wandfragment prehistorisch aardewerk, daterend in het midden- tot laat-neolithicum, en een fragment verbrande leem dat niet dateerbaar was. De vondsten zijn aangetroffen in een akkerlaag daterend in de late middeleeuwen tot nieuwe tijd en kunnen niet gekoppeld worden aan een vindplaats binnen het p langebied.
Gezien de afwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied heeft er geen doorstart naar een opgraving plaats gevonden. Het selectieadvies op basis van het onderzoek is dan ook om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[3]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 6 1.2 Voorgaand onderzoek .......................................................................................................................... 7 1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen ..................................................................................................... 7
2 Methoden ......................................................................................................................................... 8 2.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 8 2.2 Werkputten .......................................................................................................................................... 8 2.3 Documentatie en registratie .................................................................................................................10 2.4 Behandeling van sporen ......................................................................................................................10 2.5 Behandeling van vondsten ...................................................................................................................10 2.6 Behandeling van profielen ...................................................................................................................10 2.7 Bemonstering .....................................................................................................................................10 2.8 Uitwerking ..........................................................................................................................................10 2.9 Afwijking en aanpassing van de
onderzoeksstrategie ............................................................................11
3 Resultaten ...................................................................................................................................... 12 3.1 Landschap en stratigrafie ....................................................................................................................12 3.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................15 3.3 Vondsten ............................................................................................................................................17 3.4 Waardestelling ....................................................................................................................................18 3.5 Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................................18
4 Conclusie ....................................................................................................................................... 20 5 Selectieadvies ................................................................................................................................ 21 Literatuur .......................................................................................................................................... 22 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 23
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[4]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
1 Inleiding In opdracht van BOOT heeft RAAP op 3 februari 2025 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Huurlingsedam 81’ in de gemeente Wijchen (figuur 1). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met de geplande ontwikkeling van het plangebied en de bestemmingsplanwijziging die daarvoor nodig is. Binnen het plangebied zullen een nieuwe woning en een bedrijfspand worden gerealiseerd. Voor de aanleg van de fundering van de nieuwbouw zal de ondergrond tot ongeveer 100 cm -mv worden vergraven. Deze ingreep leidt tot verstoring van de bodem, waarbij eventueel aanwezige archeologische resten verstoord kunnen raken.
Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[5]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
In het voorgaande bureau- en booronderzoek is gesteld dat binnen het plangebied archeologische resten uit de periode van het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. 1 Uit het booronderzoek blijkt dat in het grootste deel van het p langebied de bodem dermate intact is dat eventueel aanwezige archeologische resten verwacht goed bewaard kunnen zijn. Om vast te stellen of er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied, dient binnen het plangebied een waarderend proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd binnen de locatie van het nieuw te bouwen bedrijfspand. Dit deel van het plangebied, met een oppervlak van 94 m 2 , wordt in de rest van het rapport aangeduid als het onderzoeksgebied. Op de locatie van de nieuw te bouw en woning worden vanwege een sanering in 2019 geen archeologische waarden meer verwacht. In dit deel van het plangebied was verder archeologisch onderzoek daarom niet nodig. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie Gelderland. Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld (Luinge 2025). Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteits norm Nederlandse Archeologie (KNA, vigerende versie), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
1.1 Administratieve gegevens Plangebied
Huurlingsedam 81
Opdrachtgever
BOOT
Contactpersoon opdrachtgever
Dhr. T. Derks
Bevoegde overheid
Gemeente Wijchen
Contactpersoon bevoegde overheid
Mevr. E. van der Linden
Plaats
Wijchen
Gemeente
Wijchen
Provincie
Gelderland
Coördinaten
179.576/423.119
Periode veldwerk
3 februari 2025
Projectleider
I.L. Rom
Projectmedewerkers
R. Nillesen en F.H. Heijting
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5680590100
Bewaarplaats documentatie en eventuele vondsten
RAAP Oost en op termijn Archis, e-depot en het Archeologisch Depot Gelderland (in geval van vondsten)
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1
Roodenburg 2023
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[6]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
1.2 Voorgaand onderzoek Soort onderzoek
Uitvoerder
Uitvoeringsperiode
Rapportage
Bureau- en verkennend
Bureau voor
Oktober 2023
Roodenburg, 2023
booronderzoek
Archeologie
Proefsleuvenonderzoek (naastgelegen terrein)
BAAC
Juni-juli 2014
De Winter 2015
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken .
Op basis van het voorgaande onderzoek is duidelijk geworden dat v oor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de aanwezigheid archeologische resten daterend vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Een daadwerkelijke vindplaats was echter nog niet aangetoond.
1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich binnen de begrenzing van het plangebied (figuur 1) behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Het doel is inzicht te verkrijgen in de precieze aard, omvang, diepteligging en da tering van de archeologische resten, en te bepalen of het gaat om een behoudenswaardige vindplaats. In het Programma van Eisen (PvE) zijn hiervoor onderzoeksvragen geformuleerd (zie § 3.5). 2 Het Programma van Eisen biedt de mogelijk om – indien sprake is van een behoudenswaardige vindplaats – in overleg met de bevoegde overheid door te starten naar een opgraving van het volledige bouwvlak van het te realiseren bedrijfspand. .
2
Luinge 2024
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[7]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
2 Methoden 2.1 Algemeen Het proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden op 3 februari 2025. De projectleiding was in handen van mevr. I.L. Rom (KNA archeoloog MA). De wetenschappelijke leiding was in handen van senior KNA archeoloog mevr. F. Heijting. Het veldteam werd bijgestaan door Dhr. R. Nillesen (KNA arc heoloog MA). In het veld heeft telefonisch overleg met de adviseur namens de bevoegde overheid plaatsgevonden, mevr. E. van der Linden. Op basis van de bevindingen is besloten geen doorstart naar een opgraving plaats te laten vinden.
2.2 Werkputten Er is bij het onderzoek één proefsleuf aangelegd conform PvE (tabel 3). Een overzicht van de ligging van de werkput is afgebeeld in figuur 2.
Werkput
Afmetingen (l x b in m)
Aantal vlakken
Totaal oppervlakte
1
4 x 10 m
1
40 m 2
Totaal
40 m 2
Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[8]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 2. Overzicht van het onderzoeksgebied, de aangelegde werkput en de locatie van de gedocumenteerde profielen.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[9]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
2.3 Documentatie en registratie In de werkput is één vlak aangelegd in de top van de C-horizont op 128 cm -mv (7,0 m NAP). De sporen zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een conform KNA-eis OS02 maximale afwijking van 3 cm in zowel het horizontale als ver ticale vlak. Ook de hoogte van het vlak ten opzichte van NAP is bepaald met een GPS. De ruwe GPS-bestanden zijn uitgelezen, gecontroleerd en gecorrigeerd. Spoor- en vondstgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL SIKB 4000.
2.4 Behandeling van sporen Het vlak is waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Evident recente sporen (van na 1950) zijn wel ingemeten maar niet gecoupeerd.
2.5 Behandeling van vondsten Bij de vlakaanleg werden geen archeologische vondsten aangetroffen. Een vondst werd aangetroffen in de profielwand van de proefsleuf en kon worden toegewezen aan een laag. Voor het verzamelen van metaalvondsten is tijdens het aanleggen van de vlakken intensief gebruik gemaakt van een metaaldetector. Dit heeft geen vondsten opgeleverd. Er is slechts één vondstnummer toegewezen (vondst 1).
2.6 Behandeling van profielen In werkput 1 is een circa 1 m brede profielkolom opgeschaafd, gefotografeerd, getekend en beschreven vanaf het maaiveld. De locatie ervan is ingemeten met de RTK -GPS (met X-, Y- en Z-coördinaten) (figuur 2). Om de landschappelijke ontwikkeling en de bodemopbouw goed te begrijpen, zijn de verschillende stratigrafische eenheden genummerd en beschreven. De lagen zijn hierbij in een stratigrafische reeks genummerd, waarbij het eerste deel van het vier- cijferige nummer verwijst naar de werkput en het tweede deel een laagnummer is (bijv. S1020 = laag 20 in WP1). Om lagen aan te duiden, zal in de tekst alleen naar dit laagnummer verwezen worden.
2.7 Bemonstering Er zijn bij het onderzoek geen sporen bemonsterd.
2.8 Uitwerking Documentatie van het onderzoek is na afloop van het onderzoek gecontroleerd.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[10]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Na afloop van het onderzoek is een korte evaluatie van het onderzoek per email verstuurd naar de opdrachtgever en de adviseur namens de bevoegde overheid. 3 Gezien de afwezigheid van sporen en het geringe aantal vondsten werd afgezien van het opstellen van een evaluatierapport. Na afloop van de basisuitwerking van de veldgegevens is gestart met het opstellen van de conceptrapportage. Gedetailleerde spoor- en vondstinformatie is te raadplegen in het e-depot.
2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de onderzoeksstrategie zoals die in het PvE is omschreven.
3
Email 4-1-25
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[11]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3 Resultaten 3.1 Landschap en stratigrafie Een vindplaats kan niet los worden gezien van het landschap waarin hij is gelegen. Voor een correcte interpretatie is het dan ook van belang om de landschappelijke context inzichtelijk t e maken. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de geologische, geomorfologische en bodemkundige aspecten van het plangebied en directe omgeving.
3.1.1 Geologie en geomorfologie Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Lage Maasterrassen', in de landschapszone rivierduinen. Dit was ook goed te zien in de gedocumenteerde profielkolom tijdens het archeologisch onderzoek (tabel 4; figuur 3).
1027
Figuur 3. Profiel 1 met laagnummers.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[12]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Onderin het profiel werd grijs, matig siltig zand aangetroffen (laag 1070) dat is afgedekt met grijsbruin, sterk zandige leem (laag 1060). Het betreft pleistocene beddingafzettingen van de Maas die later zijn afgedekt door de Laag van Wijchen. De rivierafzettingen worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend. Door een opeenvolging van koude en warme perioden in het Eemien en Weichselien, en daarmee gepaarde afzetting en insnijding van de rivieren, ontstond het terrassenlandschap. Het plangebied ligt op het jongste terras, terras X, waarvan sedimentatie circa 10.950 BP eindigt. 4 Dit valt in de overgangsperiode van de laatste ijstijd naar het warmere Holocene klimaat. In deze transitieperiode werd ook de Laag van Wijchen afgezet. Direct boven de laag van Wijchen werd licht grijsgeel, zwak siltig, matig grof zand aangetroffen (laag 5050). Dit betreft opgestoven zand uit het Holoceen dat is afgezet in de vorm van een rivierduin. In koude winters of langere koude en droge perioden kan zand opwaaien uit de droge rivierbedding. Dit rivierduinzand dekt de Laag van Wijchen af en wordt tot het Laagpakket van Delwijnen gerekend. Het plangebied ligt op de zuidwestelijke flank van de rivierduin. 5 Ook lagen 1025 en 1026 kunnen tot het rivierduin gerekend worden. In het zand heeft enige bodemvorming kunnen plaatsvinden.
Laag 1025 bestaat uit bruin/grijsbruin, zwak siltig, matig grof zand en betreft waarschijnlijk een (zeer gebioturbeerd) restant van de B-horizont. Laag 1026 betreft de gebioturbeerde overgangslaag tussen de B- en C-horizont (bruin/geelgrijs, zwak tot matig siltig, matig grof zand). Uit de omgeving van het plangebied zijn overstoven bodems bekend in het rivierduinzand. 6 Om deze reden moest er bij dit onderzoek rekening gehouden worden met de mogelijke aanleg van een tweede vlak. Het archeologisch vlak is aan de onderkant/ direct onder de gebioturbeerde laag 1026 aangelegd. Op een hoger niveau werd bij de aanleg geen sporenvlak en/of overstoven bodem waargenomen. In het profiel is echter mogelijk toch een overstoven bodem te zien , deze is pas bij de uitwerking herkend en laag 1027 genoemd. In figuur 4 is een detail van laag 1026/1027 opgenomen. De zwarte pijl geeft de vrij dunne, mogelijk overstoven bodem aan (2Ahb-horizont). In lagen 1026, 1027 en 1050 is een natuurlijke verstoring te zien (998), waarschijnlijk een boomval. De lagen boven laag 1025 betreffen antropogeen bewerkte bodemlagen. Laag 2020 bestaat uit grijsbruin, zwak humeus, kleiig, matig fijn zand. De laag is duidelijk anders in samenstelling dan het onderliggende rivierduinzand.
Het fijnere zand en de kleibijmenging zijn mogelijk afgezet bij overstromingen van het ongeveer 50 meter ten zuidwesten van het plangebied gelegen Wijchens Maasje beddinggordel (actief tussen 3350 en 1000 voor Christus/ 4765 tot 3020 BP). Deze afzettingen zijn vervolgens door de bewerking van het land in de akkerlaag vermengd met de rivierduinafzettingen. Uit laag 1020 is een stuk prehistorisch handgevormd aardewerk (vnr. 1) afkomstig, maar er werden bij de aanleg van het vlak ook fragmenten baksteen waargenomen. De vondsten bevinden zich dus niet meer in de originele context. De laag dateert vermoedelijk uit de late middeleeuwen/ nieuwe tijd. De jongste/bovenste lagen in het plangebied betreffen een recent bewerkte akkerlaag (donker bruingrijs, sterk humeus kleiig zand, laag 1010), opgebracht e/verstoorde laag (laag 9999) en de recente bouwvoor (laag 1000). Bij verdiepen werd in deze lagen recent puin en afval (plastic) waargenomen.
4 5 6
Roodenburg 2023. Roodenburg 2023. De W inter 2015.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[13]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 4. Detail profiel 1, laag 1026. Groene pijl: onderkant laag 1026, zwarte pijl: mogelijk overstoven bodem, laag 1027.
3.1.2 Bodemopbouw Aan de hand van het profiel in de proefsleuf kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Laagnr.
Vondsten/indicatoren
Diepte
Veronderstelde laagdatering
Interpretatie
1000
Baksteen, plastic
0 cm
Recent
bouwvoor
9999
Baksteen, plastic
18 cm
Recent
verstoring
1010
Baksteen, houtskool
32 cm
Recent
1Aap-horizont
1020
Baksteen, houtskool, keramiek
47 cm
Late middeleeuwen nieuwe tijd
2Aap-horizont
1025
Baksteen- en houtskool spikkels
80 cm
Holoceen (late middeleeuwen – nieuwe tijd
Bw-horizont (met bioturbatie uit 2Aap-horizont)
1026
-
94 cm
Holoceen
Gebioturbeerde B/C-horizont
105 cm
Holoceen
Mogelijke bodem, 3Ahb-horizont
1027 1050
-
128 cm
Laatpleistoceen/vroeg holoceen
1C-horizont, rivierduinzand
1060
-
153 cm
Laatpleistoceen/vroeg holoceen
2Cg-Horizont, laag van Wijchen
1070
-
180 cm
Pleistoceen
3Cg-horizont, pleistoceen zand/ terras X
Tabel 4. Samenvattend overzicht van de laagopeenvolging.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[14]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3.2 Sporen en structuren 3.2.1 Inleiding Tijdens het onderzoek zijn in de opgravingsvlakken en profielen geen archeologische grondsporen gedocumenteerd. Er is dus geen sprake van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied. Recente sporen zijn gedocumenteerd onder spoo rnummer 9999 en natuurlijke verstoringen (alleen in profiel 1) onder spoornummer 998. In figuur 5 is de ASK van werkput 1 vlak 1 weergegeven.
Figuur 5. Allesporenkaart werkput 1.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[15]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3.2.2 Sporen In het vlak werden geen archeologische sporen waargenomen. Wel werd bij het verdiepen van de werkput al op vrij geringe diepte opgemerkt dat er zich boorgaten gevuld met grind en hele bakstenen binnen de noordwestelijke heft van de proefsleuf bevonden (tabel 5; figuur 6) . Deze sporen liepen door tot in het vlak, maar hadden geen tot geringe invloed op de waarnemingsmogelijkheden van archeologische sporen in het vlak. Waarschijnlijk gaat het om boringen die zijn aangebracht ter verbetering van de afwatering van het terrein.
Type spoor
Algemene kenmerken
Ingravingsniveau
Datering
Conservering
9999
Boorgaten met grind en baksteen
130 cm-mv
recent
Nvt.
Tabel 5. Overzicht spoortypen.
Figuur 6. Boorgaten in het vlak van werkput 1
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[16]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3.3 Vondsten Door I.C.G. Hermsen Het archeologisch onderzoek heeft twee vondsten opgeleverd: Een stuk handgevormd aardewerk en een fragment verbrande leem. Beide vondsten waren afkomstig uit de profielwand en toe te wijzen aan laag S1020, de akkerlaag daterend in de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. De vondsten waren dus niet meer aanwezig in hun oorspronkelijke context. V1.0 uit S1020 in WP1 is een wandfragment handgevormd aardewerk dat op grond van zijn baksel en wijze van oppervlakteafwerking is toe te schrijven aan de Vlaardingen -groep uit het midden-neolithicum B of laat-neolithicum A, tussen ca 3400 en 2500 voor Chr. De scherf, met een wanddikte van 9 -10 mm, is afkomstig van het bovenste gedeelte van de licht bolle schouder van een grote pot waarvan de grootste diameter meer dan 25 cm bedraagt. Het aardewerk is hard en onvolledig oxiderend gebakken. De kern is zeer donkergrijs, het buiten- en binnenoppervlak zijn rodig bruin. De magering bestaat uit matig veel kwartsgruis van sterk uiteenlopende grootte (0,5 -8 mm). Bij het glad afwerken van de binnen- en buitenzijde van de pot zijn alle uitstekende mageringsdeeltjes onder het oppervlak gedrukt. Onder een verweringslaag op de buitenkant van de scherf schemert zwarte aanslag door. Mogelijk is dit verbrand aankoeksel dat erop wijst dat de pot als kookpot heeft gediend.
Als zodanig is deze scherf te classificeren als nederzettingsafval. Van het rivierduinencomplex van Wijchen zijn opvallend veel nederzettingsvindplaatsen van de Vlaardingen-groep bekend.*) 7 Op landelijk niveau is Wijchen zelfs één van de regio’s met de grootste dichtheid aan bekende vindplaatsen van de Vlaardingen-groep. De gunstige verkeersgeografische en landschappelijke situatie van omvangrijke hoog gelegen zandgronden langs een rivierdal zullen hierbij een belangrijke rol hebben gespeeld. De mensen van de Vlaardingen -groep hebben op veel plaatsen in het landschap, zowel op de plaatsen waar zij woonden als daarbuiten afval achtergelaten. De hier beschreven scherf is hier een voorbeeld van. V1.1 uit S1020 in WP1 is een klein fragment volledig reducerend (grijs) zacht gebakken leem. Het gaat om een verweerd, plats stuk met een dikte van 12 mm. De oorspronkelijke vorm, functie en datering is niet bekend. Het kan zowel uit prehistorische als uit historische tijd stammen.
7
Jansen & Tuyn 1978; Hermsen 2011; Drenth 2017.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[17]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3.4 Waardestelling 3.4.1 Algemene waarderingssystematiek Omdat het onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied kan worden geconcludeerd dat het terrein niet van archeologische waarde is. Daarom is er geen waardestelling uitgevo erd.
3.5 Beantwoording van de onderzoeksvragen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het PvE als volgt beantwoord worden: 1. Wat zijn de geomorfologische kenmerken van het onderzoeksgebied. Hoe ziet de bodemopbouw eruit? Binnen het plangebied is sprake van een in het holoceen opgestoven rivierduin die is afgezet op laat pleistocene/ vroeg holocene rivierterrasafzettingen. Onderin het profiel was sprake van terrasafzettingen (terras X; laag 1070), afgedekt door de la ag van Wijchen (1060). Hierop lag een pakket rivierduinzand waarin tijdens het holoceen een bodem is gevormd. In het profiel wa ren een restant B-horizont (laag 1025), een B/C-horizont (laag 1026) en de C-horizont (laag 1050) te onderscheiden. Een mogelijke overstoven bodem (Ahb-horizont, laag 1027), werd bij de uitwerking opgemerkt tussen laag 1026 en 1050. De top van het profiel werd gevormd door de bouwvoor (laag 1000), een recente verstoring (9999) een recente akkerlaag (1010) en een oudere akkerlaag/paggendek (laag 1020). Voor een uitgebreide beschrijving van de geomorfologische kenmerken en bodemopbouw wordt verwezen naar hoofdstuk 3.1. 2. Zijn er archeologische grondsporen aanwezig? Zo ja, wat is hun aard, datering, diepteligging, kwaliteit (gaafheid en conservering) en ruimtelijke verspreiding? Er zijn bij het onderzoek geen archeologische grondsporen aangetroffen. 3.
Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig? Wat is de vondstdichtheid/ruimtelijke verspreiding? Hoe is de conserveringstoestand? Wat is de typologische datering? Er is één scherf handgevormd aardewerk aangetroffen in laag 1020, het plaggendek (zie paragraaf 3.3). De scherf bevond zich niet meer in zijn oorspronkelijke context. De scherf dateert in de periode midden- tot laat-neolithicum. Een stuk verbrande leem, ook afkomstig uit laag 1020 kon niet worden gedateerd. 4. Komt de bodemopbouw overeen met de gegevens verkregen door middel van het vooronderzoek (laagopeenvolging en bodemhorizonten)? De bodemopbouw komt grotendeels overeen met de resultaten van het vooronderzoek , maar er is één uitzondering. Bij het vooronderzoek is namelijk een B-horizont aangegeven op een diepte tussen de 40 en 85 cm -mv. 8 In het proefsleuvenonderzoek is duidelijk geworden dat er echter sprake is van een akkerlaag/plaggendek en een (restant) B-horizont. Het kleurverschil was waarschijnlijk te klein om dit te
8
Roodenburg 2023.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[18]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
herkennen in de edelmanboringen. De onzekerheid in interpretatie werd echter al door de onderzoeker aangegeven. Omdat er naast archeologische indicatoren in deze laag eveneens mogelijk keramisch gruis werd aangetroffen kon volgens de onderzoeker worden uitgesloten dat het om een oud bouwlanddek ging. Bij het proefsleuvenonderzoek is duidelijk geworden dat er zowel een oud bouwlanddek als B- en B/C- horizont aanwezig zijn. 5. In welke mate is de bodem in het plangebied verstoord en wat is de co nsequentie hiervan voor de leesbaarheid van archeologische sporen en structuren? Verstoringen binnen het onderzoeksgebied waren gering. Grotere verstoringen beperkten zich tot de bovenste 10 cm van het profiel. Kleinschalige verstoringen waren talrijk (boo rgaten), maar hebben de leesbaarheid van archeologische sporen waarschijnlijk niet tot nauwelijks aangetast. 6. Is sprake van behoudenswaardige archeologische resten? Zo ja, waar en wat is de omvang en ligging van de gebiedsdelen waar deze resten zijn aangetroffen? Er is in het onderzoeksgebied geen sprake van behoudenswaardige archeologische resten.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[19]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
4 Conclusie Het onderzoek heeft geen sporen of vondsten opgeleverd die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De archeologische verwachting kon dan ook niet worden bevestigd. Omdat het onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied, kan worden geconcludeerd dat het terrein niet van archeologische waarde is.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[20]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
5 Selectieadvies Bij het onderzoek werden geen archeologische waarden aangetroffen. De resultaten zijn tijdens het veldonderzoek telefonisch besproken met de adviseur namens de bevoegde overheid, gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden). Op basis van de resultat en werd uitbreiding van het onderzoek niet zinvol geacht. Er heeft dus geen doorstart naar een opgraving plaats gevonden. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[21]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Literatuur Drenth, E. 2017: Aardewerk uit het ven, in: J. van Kampen (red.), Wonen op een toplocatie. Bewoning op een rivierduin aan de oevers van het Wijchens Meer in het Neolithicum, de Bron stijd, Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 69), 91 -115. Janssen, A.J. & W.N. Tuyn, 1978: De Homberg te Wijchen, Westerheem 27 (4/5), 240-243 [het hele artikel bestrijkt de pagina’s 238-255]. Hermsen, I.C.G. (red.), 2011: De Kleine Kamp doorgrond. Archeologisch onderzoek in het plangebied Bijsterhuizen - gemeente Wijchen. Nijmegen (Archeologische Berichten Wijchen – Rapport 8), 35-47 en 122-132. Hermsen, I.C.G, 2018: Aardewerk, in: G. Zielman 2018: Huurlingsedam 64, gemeente Wijchen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek, RAAP-Rapport 3571. RAAP archeologisch adviesbureau B.V., Zutphen. Luinge, C. 2024: Programma van Eisen Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente Wijchen. RAAP-PvE 3146. RAAP archeologisch adviesbureau B.V., Zutphen. Roodenburg, F., 2023: Huurlingsedam 81 en 81a, Wijchen, gemeente Wijchen: bureau0 en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase, Bureau voor Archeologie Rapport 1389. Bureau voor Archeologie, Utrecht. Winter, J. de, 2015: Wijchen – Huurlingsedam.
Bewoning op en gebruik van het plangebied tussen Neolithicum en Nieuwe tijd, inventariserend veldonderzoek do or middel van proefsleuven, BAACRapport A-14.0146. BAAC Bv, ’s-Hertogenbosch.
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[22]
Plangebied Huurlingsedam 81 te Wijchen, gemeente W ijchen . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
5
Figuur 2. Overzicht van het onderzoeksgebied, de aangelegde werkput en de locatie van de gedocumenteerde profielen.
9
Figuur 3. Profiel 1 met laagnummers.
12
Figuur 4. Detail profiel 1, laag 1026. Groene pijl: onderkant laag 1026, zwarte pijl: mogelijk overstoven bodem, laag 1027.
14
Figuur 5. Allesporenkaart werkput 1.
15
Figuur 6. Boorgaten in het vlak van werkput 1
16
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
6
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.
7
Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.
8
Tabel 4. Samenvattend overzicht van de laagopeenvolging.
14
Tabel 5. Overzicht spoortypen.
16
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal
RAAP-rapport 7604 / versie 10-02-2025
[23]
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A
Vroeg
Middeleeuwen
D: Ottoonse tijd
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000