CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Archeologisch advies, Hazenberg Archeologie Leiden, 12 oktober 2012.pdf

Raad openbaar Wijchen 24 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 83052 Beslisnota Bestemmingsplan Huurlingsedam fase 43.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HUURLINGSEDAM FASE 2 ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN Gemeente Wijchen

Opdrachtgever: VOF Huurlingsedam

Hazenberg AMZ Publicaties 2012 - 13

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

2

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Colofon Hazenberg AMZ Publicaties 2012-13 Titel: Huurlingsedam fase 2. Advies voor bestemmingsplan, gemeente Wijchen Projectnummer: 12052 Auteur: E.K. Mietes Opdrachtgever: VOF Huurlingsedam Versie: 1.1 definitief Autorisatie: P.F.B. Jongste

Datum: 12-10-2012 ISSN: 1872-4736 Hazenberg Archeologie Leiden bv Middelstegracht 89r 2312 TT LEIDEN  071-512 62 16  071-521 24 37  http://www.hazenbergarcheologie.nl/ © 2012 Hazenberg Archeologie Leiden bv Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hazenberg Archeologie Leiden bv.

Contactgegevens Hazenberg Archeologie Contactpersoon: Telefoon: Mobiel: E-mail: Postadres:

E.K. Mietes 071-512 62 16 06-51 10 14 55 e.mietes@hazenbergarcheologie.nl Middelstegracht 89r, 2312 TT Leiden

Contactgegevens Opdrachtgever Contactpersoon: Telefoon: E-mail: Postadres:

Dhr. R. Detmers 0412-66 94 44 / 06-23 06 06 68 RDetmers@hb-oss.nl Postbus 179 5340 AD Oss

3

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

1. INLEIDING De gemeente Wijchen is voornemens om ten zuidoosten van de stad, in plangebied Huurlingsedam, een woonwijk te ontwikkelen met een oppervlakte van ca. 30 ha. Deze ontwikkeling vindt gefaseerd plaats (fase 1 t/m 3). Binnen het plangebied dient conform de wet op de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Binnen de AMZ-cyclus worden de archeologische verwachtingen en waarden achtereenvolgens in kaart gebracht, in het veld getoetst en gewaardeerd, en wordt door het bevoegd gezag een keuze in de vorm van een selectiebesluit gemaakt voor behoud in situ (inpassing), behoud ex situ (opgraven) of deselectie. Het plangebied Huurlingsedam is reeds met een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek in kaart gebracht. Op basis van de bevindingen van het verkennend booronderzoek heeft in de zones met een hoge verwachting in 2005 een karterend booronderzoek plaatsgevonden. Tijdens dit onderzoek zijn zeven vindplaatsen ontdekt op de hogere rivierduinopduikingen, met een totale omvang van ca. 13 ha. Realisatie van de plannen voor de woonwijk zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van deze aanwezige archeologische resten. Op basis van deze resultaten is destijds vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd. Hiertoe is een voorstel voor een puttenplan opgesteld.

Aangezien daarna de ontwikkeling van het plangebied in meerdere fasen werd opgedeeld, is dit grootschalige proefsleuvenonderzoek echter niet uitgevoerd. In het kader van het Bestemmingsplan voor fase 2 van de gebiedsontwikkeling heeft Van Wanrooij Projectontwikkeling in de persoon van de heer Ronald Lubbers op 15 juni jl. Hazenberg Archeologie gevraagd voor advies met betrekking tot de omgang met de archeologische waarden.

4

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

2. DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORGCYCLUS Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten in de bodem, is er een methodiek ontwikkeld om gefaseerd te achterhalen wat er aan resten is te vinden op een bepaalde ontwikkellocatie. Deze methodiek wordt aangeduid met het proces van de Archeologische Monumentenzorg, kortweg de AMZ-cyclus (zie figuur 1), en wordt feitelijk al 20 jaar in Nederland toegepast. In deze cyclus zijn de stappen vastgelegd om de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden vast te stellen en, indien aanwezig, te bepalen of deze behoudenswaardig zijn. Zo ja, dan is het streven dat de resten in situ behouden worden; dat wil zeggen op de plek waar de resten gevonden worden. Is dit niet mogelijk, dan resteert slechts behoud ex situ, wat in de praktijk neerkomt op het zo goed mogelijk documenteren (opgraven) van een vindplaats. Elke stap in deze AMZ-cyclus vindt plaats na een formeel selectiebesluit van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag beoordeelt de resultaten van het uitgevoerde onderzoek en beslist of er sprake is van behoudenswaardige archeologie en zo ja, hoe het archeologisch vervolgonderzoek dan dient plaats te vinden.

De AMZ-cyclus bestaat uit de volgende drie stappen: Stap 1 Het onderzoek start met een archeologisch Bureauonderzoek dat tot doel heeft het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, de intactheid van het cultuurlandschap, bekende verstoringen, et cetera. Dit omvat het onderzoek naar de (verwachte) aan- of afwezigheid van de archeologische resten in de ondergrond, de vaststelling van het karakter en de omvang, dateringen, gaafheid en conservering van de desbetreffende archeologische waarden. Ook zullen mogelijke gevolgen van de te verwachten bodemverstorende werkzaamheden worden beschreven. Als blijkt dat er sprake is van (een verwachting van) archeologische waarden wordt er een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) uitgevoerd, vaak in eerste instantie door middel van verkennende grondboringen (Fase 1 Verkennend), om de bodemopbouw in het plangebied te toetsen. Dit wordt gevolgd door een karterend (Fase 2 Karterend) en/of een waarderend onderzoek (Fase 3 Waarderend), waarbij de omvang van een vindplaats en/of de aan- of afwezigheid van archeologische waarden verder wordt onderzocht. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, vindt aansluitend nog een veldonderzoek plaats om de resten te waarderen.

Dit veldonderzoek kan verschillende vormen hebben zoals (uitgebreid) booronderzoek en proefsleuven, maar meestal worden proefsleuven uitgevoerd omdat daarmee de dichtheid aan sporen en vondsten duidelijk in kaart wordt gebracht (Fase 3 Waarderend). Doel daarvan is om aan de hand van vooronderzoek zo goed als mogelijk de archeologische voorraad en potentie (per vindplaats) in kaart te brengen. De resultaten hiervan worden bestudeerd en met behulp van een tabel gescoord op behoudenswaardigheid. Stap 2 Wanneer de archeologische waarden in beeld zijn gebracht, worden zij vastgelegd in een archeologisch Selectiebesluit. In een dergelijk selectiebesluit geeft de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Wijchen, aan welke waarden de archeologische resten in dit gebied hebben en hoe er in de voorgenomen ontwikkeling mee om dient te worden gaan (=STAP 3). De provincie Gelderland is bevoegd gezag bij een ontgrondingsvergunning. Ten slotte is de rijksoverheid bevoegd gezag bij wettelijk beschermde archeologische rijksmonumenten. Stap 3 Voordat met de uitvoering van de geplande ontwikkeling kan worden begonnen, zal de bevoegde overheid met een selectiebesluit voorschrijven welke maatregelen de initiatiefnemer dient te nemen om archeologische waarden veilig te stellen.

Wanneer een bewezen of hoge kans bestaat op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten, kan na het selectiebesluit de laatste stap van de AMZ-cyclus gezet worden: het beschermen en/of inpassen van de archeologische waarden (behoud in situ), of door middel van opgraven en/of het begeleiden van werkzaamheden het verwijderen – maar wel documenteren –

5

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

van de archeologische waarden (behoud ex situ). In uitzonderingsgevallen wordt archeologische begeleiding voorgeschreven. Indien geen of een geringe kans bestaat op behoudenswaardige archeologische resten, vinden er geen maatregelen plaats en wordt het gebied vrijgegeven.

Figuur 1. De Archeologische Monumentenzorg (AMZ)-cyclus (bron: Hazenberg Archeologie).

6

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

2. ARCHEOLOGISCHE WAARDEN IN PLANGEBIED HUURLINGSEDAM Geologie Het grondgebied van Wijchen maakt deel uit van het pleistocene rivierterassenlandschap.1 Een belangrijk kenmerk van dit landschap zijn dagzomende, hooggelegen rivierduincomplexen bestaande uit opgestoven rivierduinruggen en -welvingen. Plangebied Huurlingsedam ligt voor het leeuwendeel op een dergelijke rivierduin.

Figuur 2: Tabel met archeologische perioden (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/Hazenberg Archeologie).

Archeologische beleidskaart gemeente Wijchen 1

Goossens en Flokstra 2009 7

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Wijchen beslaat het leeuwendeel van het oppervlak van plangebied Huurlingsedam een terrein van hoge archeologische waarde, dat als zodanig met nr. 4232 opgenomen is op de Archeologische Monumentenkaart. Het terrein heeft deze kwalificatie op basis van de resultaten van het karterende booronderzoek gekregen, door het archeologisch vondstmateriaal en de mate van intactheid van de bodemopbouw van het rivierduin. Rondom het terrein is een attentiezone van 50 m afgebakend, waarbinnen men, gezien de nabijheid van archeologische waarden op AMK-terrein 4232, alert dient te zijn op een voortzetting van deze waarden.

Figuur 3: Uitsnede van de archeologische beleidskaart Wijchen (bron: RAAP, 2009).

2

Archeologische verwachting Ten zuiden en westen van het terrein van hoge archeologische waarde geldt voor het terrein een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Deze hoge verwachting valt samen met de aanwezigheid van een dagzomende rivierduin in de ondergrond. Ten noordwesten geldt een middelmatige verwachting voor archeologische waarden. Dit komt doordat de rivierduin hier is afgegraven. Dit geldt ook voor de afgegraven delen ten zuiden van de Huurlingsedam en direct ten oosten van AMK-terrein 4232. Ten noorden van AMK-terrein 4232 bevindt zich een dalvlakte in de ondergrond. Hier geldt een lage archeologische verwachting voor het gebied. Daar waar een rivierduin in de ondergrond dagzoomt, wijzigt dit in een hoge verwachting op archeologische waarden. Resultaten archeologisch onderzoek tot op heden - Bureauonderzoek en verkennend inventariserend veldonderzoek In juli 2004 heeft RAAP archeologisch adviesbureau een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen uitgevoerd voor plangebied Huurlingsedam.3 2

Voor een overzicht van de legenda, zie bijlage 1 Heunks, E., 2005: Plangebied Huurlingsedam, gemeente Wijchen, archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkenning), RAAP-rapport 1109, Amsterdam

3

8

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Het verkennend onderzoek leidde tot het onderscheiden van vijf landschappelijke eenheden binnen het plangebied: 1) de restgeul Wijchens Maasje, 2) oever- en komgebied, 3) overgangsgebied van oever- en komgebied naar rivierduinopduiking, 4) rivierduinopduikingen, 5) pleistocene dalvlakte. De archeologische waarnemingen concentreren zich voornamelijk op de rivierduinopduikingen en in de randzones hiervan. Verspreid over deze opduikingen zijn sporen van bewoning aangetroffen uit de steentijd tot en met de late middeleeuwen. In deze zones is veelal sprake van intacte bodemprofielen. Voor deze zones geldt een hoge archeologische verwachting. Op basis van deze resultaten werd geadviseerd om binnen plangebied Huurlingsedam een karterend vervolgonderzoek te laten plaatsvinden; de volgende stap in de AMZ-cyclus. Karterend inventariserend veldonderzoek – booronderzoek en oppervlaktekartering In maart en april 2005 heeft dit karterend onderzoek binnen plangebied Huurlingsedam plaatsgevonden.4 Het bestond uit een booronderzoek en een oppervlaktekartering. Het onderzoek heeft zich beperkt tot de aan de hand van de verkennende fase geselecteerde zones met een hoge archeologische verwachting. Binnen dit gekarteerde oppervlak zijn zeven vindplaatsen gedefinieerd.

Figuur 4: Overzicht gekarteerde vindplaatsen Huurlingsedam met de vindplaatsnummers in rood aangegeven (bron: RAAP, 2005).

4

Flokstra, L.M., en E. Heunks, 2005: Plangebied Huurlingsedam, gemeente Wijchen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (kartering), RAAP-rapport 1174, Amsterdam 9

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Het betreft zones waarbinnen de aanwezigheid van (deels) intacte (grond)sporen van bewoning (nederzettingssporen) uit het verleden zeer waarschijnlijk worden geacht. De vindplaatsen beslaan samen een lange bewoningsperiode (mesolithicum tot en met late middeleeuwen), waarbij vooral de prehistorie goed vertegenwoordigd is. De begrenzing van de vindplaatsen is vastgesteld op basis van een combinatie van verspreiding van archeologische vondsten en paleolandschappelijke kenmerken. De zones met rivierduinopduikingen buiten de als vindplaats aangemerkte oppervlakken, inclusief een zone van 50 m in de aangrenzende lagere delen, kunnen als periferie worden opgevat. In de periferie kunnen eveneens archeologische resten worden verwacht. Vindplaats 1 betreft een ca. 6,8 ha grote zone met archeologische vondsten uit boringen. De vindplaats bevindt zich op het hoger gelegen, westelijke deel van de centrale rivierduinopduiking. De bodemopbouw wordt gekenmerkt door het ontbreken van een kleidek en het vrijwel vlakdekkend voorkomen van intacte B-inspoelingshorizonten. De vindplaats vormt een optelsom van prehistorische jachtkampjes en grotere en kleinere nederzettingsterreinen inclusief periferie, akkerareaal, begraving en/of grafveld uit de periode mesolithicum tot en met middeleeuwen. Met name in het noordelijke en oostelijke deel van de vindplaats is de bodemopbouw intact.

Vindplaats 2 heeft een omvang van ca. 2,8 ha en bevindt zich op een relatief hooggelegen gedeelte van de zuidoostelijke rand van de centrale rivierduinopduiking. De vindplaats is niet of nauwelijks afgedekt door kleiige afzettingen. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er in principe geen sprake is van een stratigrafische gelaagdheid: archeologische sporen en vondsten bevinden zich aan het oppervlak. In afwijking hierop kunnen in de zuidelijke begrenzing van vindplaats 2 archeologische sporen en lagen afgedekt zijn door holocene oever- en komafzettingen. Vindplaats 2 is geclassificeerd als een nederzetting inclusief periferie, akkerareaal, begraving en/of grafveld uit de periode neolithicum tot en met middeleeuwen. Kleine kampementen uit het mesolithicum kunnen niet worden uitgesloten.

10

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Vindplaats 3 betreft een relatief kleine prehistorische vindplaats van ca. 0,75 ha op het relatief hooggelegen deel in het midden van de centrale rivierduinopduiking. De vindplaats wordt gekenmerkt door het ontbreken van een kleidek en een intacte B-inspoelingshorizont. Op basis van het vondstmateriaal wordt de vindplaats gedateerd in de periode neolithicum tot en met bronstijd. Er kunnen nederzettingssporen en perifere sporen in de vorm van akkerarealen en graven worden aangetroffen.

Vindplaats 4 betreft een relatief kleine archeologische zone van ca. 0,70 ha in het meest noordwestelijke deel van het plangebied. De vindplaats ligt op de zuidelijke flank van een groot rivierduinencomplex dat zich tot enkele kilometers ten noorden van het plangebied voortzet. De vindplaats kent rommelige en slechts deels intacte bodemprofielen. Het betreft de randzone van vroegere bewoningsactiviteiten uit de periode prehistorie tot en met middeleeuwen. Landschappelijk gezien vormen vindplaats 4 en 5 één geheel, maar zij zijn gescheiden door een diepe verstoring.

Vindplaats 5 betreft een archeologische zone met een omvang van ca. 1,8 ha tegen de noordelijke begrenzing van het plangebied aan. De vindplaats ligt op de zuidelijke flank van een groot rivierduinencomplex dat zich tot enkele kilometers ten noorden van het plangebied voortzet. De vindplaats kent rommelige en slechts deels intacte bodemprofielen. Het betreft de randzone van vroegere bewoningsactiviteiten uit de periode prehistorie tot en met middeleeuwen. Landschappelijk gezien vormen vindplaats 5 en 4 één geheel, maar zij zijn gescheiden door een diepe verstoring.

11

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Vindplaats 6 betreft een kleine archeologische zone van 0,4 ha tegen de oostelijke begrenzing van het plangebied aan. De vindplaats ligt op het hoogste deel van een geïsoleerde rivierduinopduiking en is op grond van een aardewerkfragment gedateerd in de periode ijzertijd-Romeinse tijd. Er kunnen nederzettingssporen en perifere sporen in de vorm van akkerarealen en graven worden aangetroffen. Het oostelijke deel van de vindplaats wordt gekenmerkt door een intacte bodemopbouw.

Vindplaats 7 betreft de locatie van de 17de-eeuwse huisplaats ’t Slotje en is gelegen op de zuidelijke flank van de centrale rivierduinopduiking. Eventuele oudere bewoningsfasen bevinden zich ondergronds.

Op basis van deze resultaten werd geadviseerd om in de zeven vindplaatsen het inventariserende veldonderzoek voort te zetten met een waarderend proefsleuvenonderzoek. Voor dit grootschalige proefsleuvenonderzoek is destijds het volgende puttenplan opgesteld. Bij de ontwikkeling van fase 1 is naar aanleiding van de archeologische bevindingen de locatie van het Slotje in de inrichtingsplannen beschermd door hier niets op te bouwen.

12

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Figuur 5: Voorstel puttenplan RAAP voor fase 1 en fase 2 (bron: RAAP archeologisch adviesbureau).

Aangezien daarna echter de ontwikkeling van het plangebied in meerdere fasen werd gedeeld, waarbij het onderzoek van de fasen 2 en 3 (waarin het merendeel van het archeologisch interessante oppervlak ligt) voor onbepaalde tijd werd uitgesteld, is het proefsleuvenonderzoek niet uitgevoerd. In plaats daarvan is alleen de zuidelijke helft van het plangebied (fase 1), ten zuiden van de weg Huurlingsedam op een aantal plaatsen onderzocht. Dit heeft de volgende resultaten opgeleverd:

13

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Karterend inventariserend veldonderzoek – proefsleuvenonderzoek In juli 2007 heeft Bilan een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in de zone van fase 1, ten zuiden van de Huurlingsedam, ter hoogte van vindplaatsen 1 en 2.5 Tijdens dit onderzoek is de aanwezigheid van de twee vindplaatsen bevestigd. Er zijn paalkuilen, kuilen en greppels aangetroffen waarbij vondstmateriaal is verzameld dat in de periode middenbronstijd – vroege ijzertijd (vindplaats 1) en late middeleeuwen – nieuwe tijd (vindplaats 2) is gedateerd. Als gevolg van de gefaseerde planontwikkeling was het niet mogelijk om vindplaats 1 en 2 te waarderen. Het onderzoek heeft enkel kunnen aan tonen dat archeologische waarden aanwezig zijn in de zone van fase 1 van het plangebied.

Figuur 7: Puttenplan onderzoek Bilan in 2007 (bron: Bilan)

Archeologische begeleiding In de periode oktober 2008 - juni 2009 heeft Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen de aanleg van riolerings- en drainagesleuven in plangebied Huurlingsedam fase 1 archeologisch begeleid.6 De sleuven doorsneden het rivierduinenlandschap en de oeverzone in de richting van het Wijchens Maasje. Op de rivierduinen ter plaatse van vindplaats 1 en 2 is vastgesteld dat onder de recente bouwvoor een B-horizont gevolgd door een C-horizont liggen. Plaatselijk blijkt dat delen van het landschap zijn afgetopt. Ter plaatse van vindplaats 2 is in een drietal putten handgevormd aardewerk aangetroffen uit de periode late bronstijd – Romeinse tijd. De begeleiding heeft derhalve enige aanvullende informatie over beide vindplaatsen opgeleverd, maar zij zijn nog altijd onvoldoende in kaart gebracht en nog niet gewaardeerd. 5

Kooi, A., en C. Verbeek, 2009: Wijchen – Alverna (G), Huurlingsedam, Proefsleuvenonderzoek, Bilan-rapport 2009/152, Tilburg 6 Kuppens, W. en K. van Heijst, 2010: Archeologisch onderzoek en waarnemingen in het plangebied Huurlingsedam te Wijchen, Archeologische Berichten Nijmegen, Briefrapport 71, Nijmegen 14

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Figuur 8: Overzicht van de locaties waar bodemopbouw, sporen en vondsten zijn gedocumenteerd door Bureau Archeologie en Monumenten Nijmegen in 2008-2009 (bron: BAMN).

15

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

4. ADVIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK HUURLINGSEDAM FASE 2 Het plangebied Huurlingsedam fase 2 – zie figuur 7 - beslaat het leeuwendeel van vindplaats 1, ca. een derde deel van vindplaats 2, en vindplaats 3 in zijn geheel. Alle drie de vindplaatsen komen in aanmerking voor een inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven met als doel het waarderen van de vindplaatsen. Binnen de gele zones bevinden zich vindplaats 4, 5, 6 en een deel van vindplaats 2. Deze vindplaatsen komen ook in aanmerking voor behoud in situ, maar in deze zones blijft de huidige situatie gehandhaafd. Dit impliceert dat de bodem hier niet verstoord gaat worden. Dan hoeft daar geen archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Er dient wel rekening mee te worden gehouden, dat dit zeker moet zijn. Dat wil zeggen dat als in een later stadium de plannen aangepast zouden worden, en er vindt toch verstoring van de bodem plaats, er toch nog archeologisch vervolgonderzoek plaats dient te vinden. De gele zones zijn dus niet vrijgegeven voor archeologie. Nota bene: Indien voorafgaand of parallel aan het proefsleuvenonderzoek binnen de archeologische zones voorbereidende grondverstorende werkzaamheden plaatsvinden, zoals de sloop van opstallen en dergelijke, dient afstemming plaats te vinden met het bevoegd gezag omtrent de omgang met betrekking tot archeologie bij deze ingrepen.

Het bevoegd gezag zou deze locaties in aanmerking kunnen laten komen voor archeologische begeleiding.

Figuur 7: Plangrens Wijchen Huurlingsedam fase 2, met in geel afgebakend de zones die bij het bestemmingsplan horen maar waar de situatie ongewijzigd is, en rood omlijnd het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt (bron: VOF Huurlingsedam). Vanwege het grote oppervlak van als vindplaats afgebakende archeologische zones stellen we voor om voor dit proefsleuvenonderzoek een herzien puttenplan op te laten stellen. Enerzijds uitgaande van de plangrenzen van fase 2, maar aanvullend ook om het grote oppervlak van met name vindplaats 1 gericht verder af te bakenen tot kleinere eenheden.

16

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

Met het proefsleuvenonderzoek wordt het landschap nader in beeld gebracht, vervolgens de spreiding van de archeologische waarden hierbinnen en tenslotte de afbakening van deze vindplaatsen. Op deze wijze worden de afzonderlijke kerngebieden binnen de nu hectaregrote vindplaatsen afgebakend. Bij het proefsleuvenonderzoek dient tevens aandacht te zijn voor de aanwezigheid van vroegprehistorische vindplaatsen (mesolithicum, neolithicum). Deze vindplaatsen worden in de regel in kaart gebracht door een gericht, systematisch zeefprogramma als onderdeel van het proefsleuvenonderzoek. Deze methode is beproefd bij andere projecten waar archeologische landschappen dienden te worden geïnventariseerd en nader afgebakend, waaronder bijvoorbeeld de locatie Voormalig vliegveld Valkenburg. Vindplaatsen met een diameter van 20 m zouden met deze methode moeten kunnen worden aangetroffen, wat in de lijn ligt van de Leidraad Proefsleuvenonderzoek die op verzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (Borsboom en Verhagen, 2009) is opgesteld. Het doel van inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het verzamelen van voldoende betrouwbare gegevens ten aanzien van de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de locatie, met betrekking tot de aard, ouderdom, omvang, gaafheid en conservering.

Conform de Archeologische Monumentenzorgcyclus levert analyse en interpretatie van de gegevens een waardestelling op die een selectiebesluit van het bevoegd gezag over de behoudenswaardigheid van de vindplaatsen mogelijk maakt.7 Daarnaast heeft het proefsleuvenonderzoek ons inziens tot doel om de wetenschappelijke en maatschappelijke meerwaarde van de vindplaatsen te onderzoeken. In geval van behoudenswaardigheid adviseren wij om voor het plangebied een voorstel voor het definitieve archeologisch onderzoek middels opgraving op te laten stellen in de vorm van een Selectief Hoogwaardig Archeologisch Programma (SHARP). Dat zou na selectiebesluit dan aansluiten bij het archeologiebeleid dat de gemeente Wijchen ontwikkelt op basis van de uitgangspunten van SHARP. Voor de gemeente Wijchen zou dit het tweede project zijn dat aan de hand van dit programma wordt uitgevoerd – de opgraving Wijchen Bijsterhuizen vormde het startschot voor deze aanpak. Het programma is een alternatieve aanpak van archeologie in de ruimtelijke ordening, ontwikkeld door Hazenberg Archeologie. Het geeft concreet invulling aan de Monumentenwet 1988 en houdt rekening met de Wro. SHARP vergroot de output van archeologisch onderzoek, genereert nieuwe kennis, zorgt voor lokale en regionale geschiedschrijving, maakt heldere keuzes en stimuleert wetenschap.

Daarmee is het een positief, kosteneffectief antwoord op de vraag hoe om te gaan met archeologische verplichtingen. Met een duidelijk publieksgericht en wetenschappelijk doel voor ogen. Bij elke vindplaats stelt SHARP de vraag welke specifieke bijdrage archeologisch onderzoek kan leveren aan de lokale/regionale geschiedenis en de beleving ervan. Met een vastgestelde kennisbehoefte en ambitie wordt onderzoek kostenverantwoord en ontstaat meer enthousiasme voor de archeologie bij publiek, bestuurders, ontwikkelaars en archeologen. Na scherpe selectie garandeert het programma een hoogwaardig product. Dat betekent dat de beschikbare regionale kennis altijd wordt meegenomen, zodat elke opgraving meer oplevert voor inwoners en wetenschappers. SHARP maakt een einde aan de versnippering van onderzoek en voegt nieuwe kennis uit opgravingen toe aan de kennisvoorraad van een gemeente of een regio, zodat concreet wordt bijgedragen aan de lokale/regionale geschiedschrijving. Zo wordt de Archeologische Monumentenzorg gestuurd door de lokale kennisbehoefte en de onderzoeksmogelijkheden die de voorraad biedt. SHARP biedt een helder overzicht van concrete, planbare doelstellingen, zodat besluitvorming transparant wordt. Van elke archeologische vindplaats wordt bij elke stap afgewogen welke bijdrage verder onderzoek oplevert.

Zo realiseert het programma een zinvolle opgraving, economisch uitgevoerd, met nieuwe inzichten voor opdrachtgever, publiek en wetenschap. 7

Daarbij dient ook gebruik gemaakt te worden van de informatie uit het archeologisch onderzoek door middel van een proefsleuf dat – in opdracht van de gemeente Wijchen – in september 2012 is uitgevoerd op Huurlingsedam 74 door VU-hbs. De rapportage hiervan wordt ten tijde van dit schrijven ieder moment verwacht. 17

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

LITERATUUR Borsboom, A. en P. Verhagen, 2009: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek, Deel: Proefsleuven (IVO-P), SIKB, Gouda Flokstra, L.M., en E. Heunks, 2005: Plangebied Huurlingsedam, gemeente Wijchen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (kartering), RAAP-rapport 1174, Amsterdam Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009: Archeologiebeleid gemeente Wijchen, RAAP-rapport 1828, Weesp Heunks, E., 2005: Plangebied Huurlingsedam, gemeente Wijchen, archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkenning), RAAP-rapport 1109, Amsterdam Kooi, A., en C. Verbeek, 2009: Wijchen – Alverna (G), Huurlingsedam, Proefsleuvenonderzoek, Bilan-rapport 2009/152, Tilburg Kuppens, W. en K. van Heijst, 2010: Archeologisch onderzoek en waarnemingen in het plangebied Huurlingsedam te Wijchen, Archeologische Berichten Nijmegen, Briefrapport 71, Nijmegen

18

HUURLINGSEDAM FASE 2, ADVIES VOOR BESTEMMINGSPLAN, GEMEENTE WIJCHEN

BIJLAGEN Bijlage 1: Legenda archeologische beleidskaart gemeente Wijchen (bron: RAAP, 2009)

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=44ae79de-2666-48f0-8c72-ae65fac15baf