Bijlage 7 quickscan flora en fauna
Tekst van het document
APRIL 2019
Quickscan flora en fauna
QUICKSCAN FLORA & FAUNA TORENSTRAAT 24 BALGOIJ
Buiting Advies BV
1
COLOFON Contactpersoon
Gea Offerein
Datum Status Projectnummer
April 2019 Definitief 19047
Auteur Controle
Lineke Bosman Tim Asbreuk
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
5
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
7
3.1 3.2 3.3
SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND
7 8 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
9
5
RESULTATEN
10
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.3
WET NATUURBESCHERMING FLORA VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN REPTIELEN EN AMFIBIEËN VISSEN ONGEWERVELDEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND
10 10 10 13 13 15 15 15 16 17
6
CONCLUSIE
18
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
AANLEIDING In april 2019 heeft Buiting Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd bij de woning aan de Torenstraat 24 Wijchen. Men is voornemens in het plangebied gebouwen te slopen en een nieuwe woning te plaatsen. Een deel van het achterhuis wordt gesloopt en opnieuw opgebouwd. Doel van deze quickscan flora en fauna was te onderzoeken of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen op deze locatie. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusies.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
PLANGEBIED De locatie ligt ten noorden van de bebouwde kom van Balgoij (afbeelding 1) en bestaat uit een woning, schuren, tuin en een perceel de in intensief agrarisch gebruik is. Het terrein is beperkt verhard. Rondom de woning en schuren zijn diverse heesters, enkele bomen en andere beplanting aanwezig. Verder bestaat de voortuin voor een groot deel uit gazon en heesters.
Afbeelding 1: de locatie van het plangebied (rood).
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
5
Afbeelding 3: Het plangebied bestaat uit een woning, (vervallen) schuren, tuin en een bijbehorend agrarisch perceel .
VOORGENOMEN ONTWIKKELING De opdrachtgever is voornemens in het plangebied gebouwen te slopen en een nieuwe woning te plaatsen op het perceel ten noorden van het plangebied. Een deel van het achterhuis wordt gesloopt en opnieuw opgebouwd.
Afbeelding 3: Voorgenomen ontwikkelingen
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
6
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.
3.1
SOORTBESCHERMING
ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
7
ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.
3.2
NATURA 2000
Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).
3.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies. GELDERS NATUURNETWERK In Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor ontwikkelingen binnen de GNN geldt het “nee, tenzij-principe”, wat inhoudt dat ontwikkelingen die een significant negatieve invloed hebben op wezenlijke kenmerken en waarden, in beginsel niet zijn toegestaan. Wel bestaat in dat geval nog een mogelijkheid om ontwikkelingen toch te realiseren door gebruikmaking van de instrumenten “herbegrenzing ” (bij relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen) of “Saldobenadering ” (bij grote integrale gebiedsontwikkelingen). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden partijen uitgenodigd om te helpen met de realisatie van groene doelen. In dit gebied is ontwikkelingsruimte voorhanden.
Afhankelijk van de ontwikkeling vraagt de provincie een bijdrage te leveren aan de GO.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij vormt de NDFF de belangrijkste bron aangevuld met eventuele andere verspreidingsinformatie over soorten. Tevens wordt gekeken of de ontwikkelingen binnen het plangebied invloed kunnen hebben op de Natura 2000-gebieden in de omgeving en of er ontwikkelingen plaatsvinden binnen het Natuurnetwerk Nederland. VELDBEZOEK Op 29 april 2019 is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek was een beeld krijgen van het plangebied, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij het bezoek is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij goed is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen daarvan. ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek, is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.
Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
9
5
RESULTATEN
5.1
WET NATUURBESCHERMING
Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde of bedreigde soorten in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van bureaustudie en het veldbezoek. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.1.1
FLORA
Rondom de woning groeien naast aangeplante soorten, algemene plantensoorten van voedselrijke (verstoorde) bodem zoals kleefkruid, pinksterbloem, paarse dovennetel, klimop, gewone braam, grote brandnetel, paardenbloem, robertskruid, grote weegbree, vogelmuur en bonte wikke. Beschermde plantensoorten kwamen niet uit het bureauonderzoek of veldonderzoek naar voren. Beschermde plantensoorten worden gezien de groeiplaatsomstandigheden binnen het plangebied niet verwacht.
5.1.2
VOGELS
Bij het veldbezoek werden in de omgeving van het plangebied koolmees, houtduif, koekoek, merel, roodborst, winterkoning, spreeuw en kauwtje waargenomen. Waarschijnlijk komen ook andere vogels voor binnen het plangebied. Deze en andere soorten broeden mogelijk in (de omgeving van) het plangebied. Merel, kauw, roodborst, spreeuw, koolmees en de winterkoning zijn met nestmateriaal aangetroffen. Alle broedende vogels zijn bij wet beschermd. In de omgeving van de planlocatie komen bomen, hagen, opslag en de vervallen schuren voor die geschikt zijn als broedplaats voor vogels. Indien werkzaamheden plaatsvinden binnen het indicatieve broedseizoen (15 maart-15 juli) mogen deze niet leiden tot verstoring van eventuele broedgevallen in de schuren, bomen, hagen of andere groenelementen. Hier dient bij de werkzaamheden dan rekening mee te worden gehouden. Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn eventueel broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is veel kleiner. Geadviseerd wordt de te verwijderen bomen, struiken en schuren ruim buiten de indicatieve broedperiode te verwijderen. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffend moment.
Tevens is leefgebied (zoals foerageergebied) dat essentieel is voor de functionaliteit van een broedplek/nest van een dergelijke soort beschermd. Uit de bureaustudie blijkt dat de huismus en gierzwaluw in de omgeving van het plangebied voorkomen. Deze soorten hebben een jaarrond beschermde nestplaats en broeden in/op gebouwen. Ook komen de in bomen broedende buizerd, ransuil, boomvalk, torenvalk, ooievaar en sperwer in de omgeving van het plangebied voor. Ook deze soorten hebben een jaarrond beschermde nestplaats. Voor de in de omgeving voorkomende ooievaar en de steenuil geldt dat deze zowel in bomen als in gebouwen kunnen broeden. Huismus Uit de bureaustudie blijkt dat de jaarrond beschermde huismus (Wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van de huismus zijn de voortplantings- en rustplaatsen jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Huismussen broeden met name onder dakpannen, maar ook in nissen en andere openingen van gebouwen, klimop en dichte hagen. Het dak van de woning is geschikt als broedplaats voor huismus en het is op basis van deze quickscan niet vast te stellen of er daadwerkelijk nesten aanwezig zijn van deze soort en om hoeveel nesten het gaat. Onder de dakpannen bevinden zich op meerdere locaties
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
10
geschikte openingen voor de huismus. Via deze openingen kunnen de huismussen de ruimte tussen het dakbeschot en de pannen bereiken om hier vervolgens te nestelen. Tijdens het veldbezoek dat plaatsvond in het broedseizoen is een huismus aangetroffen. Naast de voortplantings- of rustplaatsen is ook het essentiële leefgebied voor het functioneren van deze plekken beschermd. Huismussen maken onder andere gebruik van het opgaande groen om in te schuilen en te foerageren. In de omgeving is ruim voldoende leefgebied voorhanden. Effecten van het verdwijnen van delen van de tuin als gevolg van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van een voortplantings- of rustplaats van de huismus worden dan ook niet verwacht. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen werkzaamheden een beschermde voortplantings- of rustplaats worden vernield.
Afbeelding 4: tijdens het veldbezoek zijn geschikte plekken om weg te kruipen achter de dakpannen aangetroffen.
GIERZWALUW Uit de bureaustudie kwam een incidentele waarneming van gierzwaluwen naar voren. Van de gierzwaluw zijn de voortplantings- en rustplaatsen jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Gierzwaluwen broeden met name in steden en dorpen. Het gebouw in het plangebied is gelegen in het buitengebied, Sovon geeft aan dat broedende gierzwaluwen bij verspreide bebouwing in het buitengebied vaak ontbreken. De kans dat gierzwaluwen in het gebouw broeden wordt nihil geacht. Gierzwaluwen foerageren in de lucht, tot tientallen kilometers van hun broedplek, van een essentieel onderdeel van het leefgebied is binnen het plangebied dan ook geen sprake. Er worden mogelijk negatieve effecten op gierzwaluwen of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht. STEENUIL Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde steenuil op meerdere locaties in de directe omgeving van het plangebied voorkomt. Van steenuilen zijn de voortplantings- (nest) en rustplaatsen en het omliggende essentiële leefgebied beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). De steenuil broedt in oude schuurtjes, holtes in bomen, onder dakpannen met voldoende ruimte en steeds vaker in speciaal voor steenuilen aangebrachte nestkasten. Via de opening zoals te zien is in afbeelding 5 kunnen de steenuilen de ruimte in de ouder schuren bereiken om hier vervolgens te nestelen.
Tevens is er een grote holte aangetroffen in de kastanje aan de noordkant van het plangebied. Het slopen van de schuren heeft mogelijk effect op het functioneren van eventuele voortplantings- of rustplaatsen van de steenuil. Derhalve is aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Effecten op eventueel essentieel leefgebied wordt niet verwacht gezien de aard en de schaalgrootte en van de werkzaamheden en blijft er voldoende leefgebied in de omgeving.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
11
KERKUIL Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde kerkuil n de directe omgeving van het plangebied voorkomt. Van kerkuilen zijn de voortplantings- (nest) en rustplaatsen en het omliggende essentiële leefgebied beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Kerkuilen broeden op zolders, in kerken, holle bomen en steeds vaker in speciaal geplaatste nestkasten. Via de opening zoals te zien is in afbeelding 5 kunnen de kerkuilen de zolder bereiken om hier vervolgens te nestelen. Tevens is er een grote holte aangetroffen in de kastanje aan de noordkant van het plangebied. De voorgenomen ontwikkelingen hebben mogelijk effecten op het functioneren van eventuele voortplantingsof rustplaatsen van de kerkuil. Derhalve is aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Effecten op eventueel essentieel leefgebied wordt niet verwacht gezien de aard en de schaalgrootte en van de werkzaamheden en blijft er voldoende leefgebied in de omgeving.
Afbeelding 5: Geschikte openingen en dele van het leefgebied voor de steenuil en kerkuil.
BUIZERD, RANSUIL, BOOMVALK, TORENVALK, OOIEVAAR EN SPERWER Uit de bureaustudie blijkt dat diverse in bomen broedende roofvogels met een jaarrond beschermde nest- of rustplaats als buizerd, ransuil, boomvalk, torenvalk, ooievaar en sperwer in de omgeving van het plangebied voorkomen. Er zijn geen horsten aangetroffen tijdens het veldbezoek (afbeelding 6). Wanneer de bomen geveld worden, wordt aangeraden van te voren nog een keer goed te kijken naar eventuele horsten. Er worden geen negatieve effecten op de in bomen broedende buizerd, ransuil, sperwer ooievaar of andere soorten die in bomen broeden met een jaarrond beschermde nestplaats. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Ook effecten voortplantings- of rustplaatsen van deze soorten worden niet verwacht Van overige jaarrond beschermde soorten zijn hooguit incidentele waarnemingen bekend, er zijn geen aanwijzingen voor een nestplaats binnen het plangebied en er vinden geen werkzaamheden of ontwikkelingen plaats waarvan te verwachten is dat ze kunnen leiden tot beschadiging of vernieling van een nestplaats- of rustplaats of aantasting van de functionaliteit daarvan.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
12
5.1.3
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. Mogelijk doorkruizen in Gelderland vrijgestelde soorten als haas en konijn het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde bever, das en steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) voorkomen in de omgeving van het plangebied. BEVER Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde bever (Wet natuurbescherming 3.5) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van deze soort zijn alle vaste voortplantings- en rustplaatsen en het bijbehorende essentiële leefgebied beschermd. Bevers verblijven in beverburchten die worden gebouwd met takken en modder, maar ook in holen in de oever. Wilgenbossen langs watergangen zijn erg belangrijk als foerageergebied voor bevers. Tijdens het veldbezoek zijn geen voortplantings- of rustplaatsen van de bever aangetroffen. Door het ontbreken van water in het plangebied worden deze ook niet verwacht. Ook is binnen het plangebied geen sprake van een essentieel leefgebied (o.a. wilgenbos) van de bever. Er worden geen negatieve effecten op de bever of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht. DAS Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het gebouw de beschermde das (Wet natuurbescherming 3.10) aanwezig is. Van deze soort zijn alle vaste voortplantings- en rustplaatsen en het bijbehorende essentiële leefgebied beschermd.
Dassen leven in familieverband in burchten onder de grond. Vaak maakt een dassenfamilie gedurende het jaar gebruik van meerdere burchten. Dassenburchten liggen vaak in dichte bosjes, struwelen of rustige delen van heiden of ruige graslanden. Voortplantings- en rustplaatsen (burchten) zijn niet aangetroffen van dassen zijn niet aangetroffen tijdens het veldonderzoek. Ook zijn er in het plangebied geen sporen aangetroffen die er op wijzen dat het wordt gebruikt als foerageergebied voor dassen. Er worden geen effecten op de das verwacht door het slopen van de schuren en het bouwen van de woning. Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort. STEENMARTER Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) op enkele locaties rondom het plangebied is waargenomen. Steenmarters maken gebruik van veel verschillende verblijfplaatsen waaronder gebouwen, dichte struwelen en boomholtes. Er zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een steenmarterverblijfplaats in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van de steenmarter. In en rondom de schuren zijn geschikte “rommelhoekjes” aangetroffen voor de steenmarter. De schuren zijn mogelijk geschikt als schuil- en rustplaats voor de steenmarter. Ook kunnen steenmarters verblijven onder de dakpannen.
Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen werkzaamheden een beschermde voortplantings- of rustplaats worden vernield.
5.1.4
VLEERMUIZEN
Verblijfplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). Uit de bureaustudie blijkt dat diverse gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger in de omgeving van het plangebied voorkomen. Ook komen boombewonende soorten als ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en mogelijk andere soorten in de omgeving voor. In de woning zijn geschikte invliegopeningen (afbeelding 6) voor vleermuizen aangetroffen die mogelijk toegang bieden tot voortplantings- en/of rustplaatsen voor vleermuizen. Het slopen van de schuren kan leiden tot verstoring en aantasting van deze mogelijk aanwezige beschermde voortplantings- en rustplaatsen.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
13
In de bomen in het plangebied zijn mogelijk geschikte holtes aangetroffen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen werkzaamheden voortplantings- of rustplaatsen worden aangetast. Het plangebied is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving van het plangebied is voldoende alternatief (geschikter) foerageergebied aanwezig. Het plangebied vormt derhalve geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Bepaalde soorten vleermuizen zijn (zeer) gevoelig voor verlichting. Het wordt dan ook aangeraden spaarzaam om te gaan met de toe te passen verlichting. Het is onwaarschijnlijk dat de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot aantasting van een essentieel leefgebied of essentiële vliegroute. Het is aan te raden tijdens het aanvullend onderzoek ook te letten op een mogelijke vliegroute en of door de voorgenomen werkzaamheden een overtreding van de Wet natuurbescherming kan optreden.
Afbeelding 6: naast de geschikte ruimtes bij de dakpannen, loodslabben en holtes binnen het plangebied zijn ook andere geschikte invliegopeningen aanwezig die vleermuizen gebruiken zoals ruimtes achter de betimmering, gaten/scheuren in muren.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
14
5.1.5
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Uit de bureaustudie blijkt dat vrijgestelde soorten als bruine kikker en de gewone pad voorkomen in de omgeving van het plangebied. Mogelijk doorkruizen deze en andere in Gelderland vrijgestelde soorten het plangebied. Beschermde amfibieën en reptielen, waarvoor geen vrijstelling geldt (Wet natuurbescherming 3.5 en 3.10) worden niet verwacht op basis van de bekende verspreiding en de (a)biotische omstandigheden binnen het plangebied. Er worden geen negatieve effecten op reptielen en amfibieën of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht.
5.1.6
VISSEN
Binnen het plangebied is geen permanent natuurlijk open water aanwezig. Daarmee ontbreekt geschikt habitat voor beschermde vissoorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10). Er worden geen negatieve effecten op beschermde vissen verwacht.
5.1.7
ONGEWERVELDEN
Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de in Wet natuurbescherming (3.5, 3.10) beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.). Uit de bureaustudie kwam één waarneming van de teunisbloempijlstaart naar voren. TEUNISBLOEMPIJLSTAART De teunisbloempijlstaart is streng beschermde (Wet natuurbescherming 3.5) en zeldzame nachtvlinder die eitjes afzet op de teunisbloem. De soort breidt zich de laatste jaren vanuit Limburg uit. Effecten van de voorgenomen ingrepen op eventuele populaties van de teunisbloempijlstaart worden niet verwacht. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar deze soort is niet noodzakelijk. Overige meldingen van beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied ontbreken. Er worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten uit andere soortgroepen (dagvlinders, libellen, kevers etc.).
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
15
5.2
NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)
Het plangebied ligt op ongeveer 10 km van het Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’ (afbeelding 7). Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, worden geen nadelige invloeden op de beschermingsdoelen van de Natura 2000-gebieden verwacht. Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn is niet noodzakelijk.
Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebied ‘de Rijntakken’.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
16
5.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone (afbeelding 8). Er vindt geen ruimtebeslag op het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone plaats. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone worden voor, na of tijdens de werkzaamheden niet (significant) aangetast. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk.
Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
17
6
CONCLUSIE
Door de voorgenomen sloop worden mogelijk geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van huismussen, steenuil, kerkuil, steenmarters en vleermuizen aangetast. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd of vernield. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart-15 juli) uit te voeren. Op overige beschermde flora en fauna worden geen effecten verwacht. Wel wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. NATUURNETWERK EN NATURA 2000 Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn en Natuurnetwerk Nederland is niet noodzakelijk.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
18
BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE DIERSOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis
Quickscan flora en fauna
ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn
Buiting Advies BV
19
BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis
Quickscan flora en fauna
ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat
Buiting Advies BV
20
BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
21
VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.
Quickscan flora en fauna
Buiting Advies BV
22
OKTOBER Quickscan flora2018 en fauna
Buiting Advies BV
23