Bijlage 7 Quickscan Externe veiligheid
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Pouderoyen-Tonnaer POU039 30 maart 2023
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Pouderoyen-Tonnaer POU039 20230330-POU039-RAP-EV 1.0 Definitief 30 maart 2023
Opsteller: PC
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
-+C0PC+-
Verificatie: RvH
-+R0RvH+-
Validatie: RvH
© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+V0RvH+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4 2.5
Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Risiconormen............................................................................................................................................................. 5 Beleidsvisie ............................................................................................................................................................... 6 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 6 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor .............................................................................................................................................. 8
3.1 3.2 3.3
Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 9
4.1 4.2 4.3
Inleiding ................................................................................................................................................................. 10 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 10 Inventarisatie relevante inrichting ................................................................................................................................ 10
3
1
INLEIDING In opdracht van Pouderoyen-Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het plan om een beschermd wonen locatie te realiseren aan de Veenhof te Wijchen. Aangezien het plan niet binnen de vigerende bestemming past, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Externe veiligheid is een van de milieuaspecten die nader beschouwd moet worden. De globale ligging van het plangebied (rode arcering) is onderstaand weergegeven.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied (bron: PDOK en Famegroep, d.d. 25 augustus 2021)
In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.
4
2
TRANSPORTASSEN
2.1
Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
2.2
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden.
2.2.1
Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden.
In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.
5
Tabel 1
Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3
2.2.2
Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.
Beleidsvisie De gemeente Wijchen heeft een eigen beleidsvisie externe veiligheid1. Daar waar noodzakelijk wordt naar deze beleidsvisie verwezen.
2.3
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Binnen een afstand van 1.070 meter zijn geen waterwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen geen belemmering vormen voor de planvorming.
2.4
Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Voor het plangebied zijn, binnen een straal van 4.000 meter, de volgende wegen relevant: - A326 - A50 - A73 In afbeelding 2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de wegen weergegeven.
1 Beleidsvisie externe veiligheid, Wijchen, 20 april 2016
6
Afbeelding 2
Ligging wegen t.o.v. het plangebied (rode cirkel) (bron: Google)
A326 Het plangebied ligt op circa 620 meter afstand van de A326 (wegvak G90). Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet. Deze weg kent geen plaatsgebonden risico PR 10-6 en ook geen PAG2. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is ook de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van deze weg, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is. A50 Op een afstand van circa 3.600 meter is de rijksweg A50 (wegvak G65) gelegen. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Ook deze weg kent geen plaatsgebonden risico, maar wel een PAG. Echter op grond van de ruimtelijke scheiding vormt dit geen aandachtspunt. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Aangezien het plan op meer dan 1.500 meter van de A50 is gelegen, is een verantwoording op grond van de beleidsvisie niet noodzakelijk. A73 Op een afstand van circa 2.800 meter is de rijksweg A73 (wegvak G26/G27) gelegen. Deze weg is eveneens opgenomen in het Basisnet. Ook deze weg kent wel een plaatsgebonden risico en een PAG, echter op grond van de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen aandachtspunt.
Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Aangezien het plan op meer dan 1.500 meter van de A73 is gelegen, is een verantwoording op grond van de beleidsvisie niet noodzakelijk.
2 Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Dit is een gebied
van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd
7
2.5
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op een afstand van ruim 850 meter is de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen (route 64H) aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op grond van Bijlage II Tabel Basisnet spoor heeft deze spoorlijn geen PR 10-6 risicocontour en ook geen PAG. Deze aspecten vormen geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de spoorlijn ligt, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van de spoorlijn, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is.
8
3
BUISLEIDINGEN
3.1
Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.
3.2
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.
3.3
Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de Atlas Leefomgeving is geconstateerd dat binnen een afstand van 580 meter geen buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
9
4
EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN
4.1
Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.
4.2
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.
Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing zijn, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.3
Inventarisatie relevante inrichting Met behulp van de Atlas Leefomgeving is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
10
Afbeelding 3
Ligging inrichtingen ten opzichte van het plan (bron: Signaleringskaart)
Uit de bovenstaande afbeelding blijkt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting is gelegen. De risico’s als gevolg van risicovolle inrichtingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
11
5
CONCLUSIE In opdracht van Pouderoyen-Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeven van het plan om een beschermd wonen locatie te realiseren aan de Veenhof te Wijchen. Transport over het water Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport over het water vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Transport over de weg Het plangebied ligt op circa 620 meter afstand van de A326. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet. De PR10-6 risicocontour en het PAG vormen geen aandachtspunt, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van deze weg, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is. Transport over het spoor Het plangebied ligt op circa 850 meter afstand van de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. De spoorlijn kent geen PR10-6 risicocontour en PAG, waardoor deze aspecten geen aandachtspunt vormen, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van deze weg, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is.
Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding in de omgeving. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingplicht is niet aan de orde. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig waarvan het invloedsgebied tot aan het plangebied reikt. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
12