Bijlage 6: Zienswijzenota
Tekst van het document
Zienswijzenota Bestemmingsplan “ VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen …” Beantwoording zienswijzen in het kader van het ontwerp bestemmingsplan “VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen”, behorende bij raadsbesluit nr. PM, d.d. PM. Met ingang van 2-12-2022 heeft, gedurende een termijn van 6 weken, het ontwerp bestemmingsplan “VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen” ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn 4 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen richten zich op diverse onderdelen van de ter visie gelegde stukken en worden in deze beantwoording puntsgewijs behandeld. 1. Zienswijze van Natuur en Milieu Gelderland
a) Beschrijving zienswijze Het bestemmingplan valt in wat door de provincie is aangewezen als ‘groene ontwikkelingszone’. Bestemmingsplannen in die zone moeten volgens de provinciale verordening per saldo en naar rato van de ingreep de ter plekke genoemde kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen versterken. Reactie: Dit is een correcte conclusie. In de paragrafen 5.7 en 5.12 van de toelichting is dan ook nader ingegaan op de ligging binnen de GO en de daarbij gestelde randvoorwaarden voor ontwikkeling. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. b) Beschrijving zienswijze Het bestemmingsplan moet ook een onderzoek bevatten naar de kernkwaliteiten ter plekke (artikel 2.53a provinciale verordening) en een daarbij aansluitend versterkingsplan (art. 2.53b). Om te kunnen beoordelen of dit versterkingsplan per saldo ook voldoende bijdraagt aan ‘versterking’ heeft de provincie vorig jaar rekenregels vastgesteld. Vervolgens moeten de realisatie van dit versterkingsplan en de monitoring over de uitvoering in het bestemmingplan geborgd worden (art. 2.53c). Reactie: Bij de toelichting van het bestemmingsplan is ‘Bijlage 2 Natuurinclusief landschapsplan’ gevoegd, waarin de kernkwaliteiten meer in detail en locatiegericht zijn toegelicht en waarmee deze versterkt worden. Het is juist dat deze echter niet geborgd zijn met het bestemmingsplan.
Daartoe zal er in de planregels een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen waarmee de realisatie van de in dat plan genoemde maatregelen wordt geborgd. Deze reactie is aanleiding voor planaanpassing. Er wordt in de planregels, artikel 4, lid 4 een sublid 4.4.2. toegevoegd met een voorwaardelijke verplichting ter borging van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap. Paragraaf 6.2. (juridische toelichting) zal worden aangevuld met: Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de goede landschappelijke inpassing en landschapsversterking conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting bij de planregels is geborgd.
c) Beschrijving zienswijze Voorliggend plan bevat weliswaar een ‘natuurinclusief landschapsplan’, maar dat voldoet in onze ogen niet aan de voorwaarden die de provinciale verordening daaraan stelt. Reactie: Gedurende de zienswijzeperiode heeft de provincie een reactie gegeven waarin is opgenomen dat de ecoloog het plan zal toetsen en zo nodig voorwaarden zal stellen. Dit is niet gedaan, waaruit geconcludeerd wordt dat de provincie instemt met het bestemmingsplan in relatie tot de toetsingsregels uit de Omgevingsverordening. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. d) Beschrijving zienswijze Bovendien ontbreekt de borging van de realisatie van dat plan. Wij willen u vragen om het bestemmingsplan alsnog zo aan te passen dat voldaan wordt aan de provinciale vereisten. Reactie: Als aangegeven onder de beantwoording van reactie ‘b’, zal de gemeente voorzien in een borging. Deze reactie is aanleiding voor planaanpassing. Er wordt in de planregels, artikel 4, lid 4 een sublid 4.4.2. toegevoegd met een voorwaardelijke verplichting ter borging van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap. Paragraaf 6.2. (juridische toelichting) zal worden aangevuld met: Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de goede landschappelijke inpassing en landschapsversterking conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting bij de planregels is geborgd.
2. Zienswijze van Michel Peters, Rijdtsestraat 5B, 6603 LE Wijchen
e) Beschrijving zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan biedt in beginsel de mogelijkheid tot de nieuwbouw van 4 woningen en een omzetting van een gesplitste dienstwoning naar 2 woningen. Deze ontwikkeling is in mijn optiek een kwaliteitsverbetering gelet op de huidige toestand en gebruik van de locatie. Wel heb ik moeite met de verdere invulling van het bestemmingsplan. Reactie: In beginsel hanteert de gemeente voor nieuwe bestemmingsplannen in het buitengebied de zelfde standaardbepalingen (in dit geval voor wonen) als in het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Indien er aanleiding is om van deze standaarden af te wijken en dit ook geen onevenredige belemmeringen zal vormen voor belanghebbenden, kan daar gemotiveerd van worden afgeweken. Deze afweging is hierna toegelicht. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing.
f)
Beschrijving zienswijze Binnen genoemde hoofdbestemmingen worden veel andersoortige mogelijkheden geboden welke weinig te maken hebben met deze hoofdbestemmingen. Het plan geeft te ruime gebruiks- en bouwmogelijkheden. De achterliggende gedachte hiervan is niet duidelijk en biedt omwonenden/belanghebbenden onvoldoende rechtszekerheid en is een groot punt van zorg en strookt mijn inziens niet met het aangehaalde onderliggende vastgestelde beleid.
Reactie: Als aangegeven onder de beantwoording van reactie ‘e’, is het in beginsel gebruikelijk om standaardbepalingen te hanteren in het buitengebied. Voor zover die in onderhavig plan als directe mogelijkheden zijn opgenomen, dat wil zeggen dat het bestemmingsplan direct toestaat om binnen aangegeven vlakken te bouwen, met bepaalde goot- en bouwhoogten, gebruiksbepalingen etc, zullen deze niet zullen worden aangepast. Hiertoe bestaat op basis van de zienswijze ook geen aanleiding. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. Wel heeft de gemeente de mogelijkheden voor afwijking en wijziging overwogen op basis van de zienswijze. Hier wordt verderop in deze beantwoording op ingegaan. g) Beschrijving zienswijze Te denken valt hier aan de mogelijkheid tot een minicamping(s), met 25 kampeerplaatsen per minicamping? Met ook mogelijkheden tot de bouw van daarbij behorende gebouwde voorzieningen? Kantine? Recreatievoorzieningen? inclusief bijbehorende parkeervoorzieningen op eigen terrein? Reactie: Omdat het realiseren van een minicamping aan toetsingsregels onderhevig is, ziet de gemeente in beginsel geen noodzaak om deze te schrappen. Dit vanuit het gelijkheidsbeginsel, op basis waarvan in het buitengebied ook elders dergelijke mogelijkheden voor een binnenplanse toets bestaan.
De gemeente heeft evenwel op basis van deze zienswijze terugkoppeling gehad met initiatiefnemers van de bouwplannen. Deze geven aan er geen moeite mee te hebben indien de betreffende mogelijkheid wordt geschrapt. Op basis daarvan is de gemeente bereid om deze mogelijkheid dan ook te schrappen. Deze reactie is aanleiding tot het doorvoeren van de volgende aanpassingen in de planregels: 3.5.1 Omgevingsvergunning minicampings wordt geschrapt. In artikel 4.1.1 Algemeen wordt de volgende bepaling deels geschrapt: b. na een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.1 of 4.5.2, recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast danwel kleinschalig kamperen (mini camping); 4.5.1. Omgevingsvergunning minicampings wordt geschrapt. h) Beschrijving zienswijze Daarbij biedt het plan ook nog erg ruime bed- en breakfast mogelijkheden. Reactie: Hiervoor geldt dat deze eveneens overeenkomstig de standaard is die de gemeente in haar buitengebied toepast. Omdat het in dit geval voldoende grote woningen en woonpercelen betreft, waar bij invulling van deze mogelijkheid redelijkerwijs geen belangen van derden kunnen worden aangetast, ziet de gemeente geen aanleiding om deze passage te wijzigen. Indiener van de zienswijze motiveert ook niet nader
waarom dit zijn belang zou kunnen aantasten. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. i)
Beschrijving zienswijze Hoe valt dit te rijmen met de dubbelbestemming cultuurhistorisch waardevol gebied, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelzone?
Reactie: De gemeente heeft een integrale afweging van belangen gedaan, waarbij het belang van het beschermen en ontwikkelen van genoemde waarden is afgezet tegen het belang van het duurzaam in stand houden en kunnen gebruiken van het gebied. Daarbij is geconcludeerd dat de met dit bestemmingsplan geboden ontwikkelruimte voldoet aan goede ruimtelijke ordening en dat daarmee de belangen van genoemde waarden voldoende gediend en geborgd blijven. Voor zover die belangen zijn vertaald in beleidsregels etc. wordt hier ook aan voldaan. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. Beschrijving zienswijze En hoe valt dit rijmen met de kleinschaligheid die gemeente Wijchen betoogt in de aangehaalde Woonvisie Gemeente Wijchen 2025? Reactie: Met dit plan worden aanzienlijke agrarische bouwvolumes gesloopt en wordt bovendien de planologische uitbreidingsmogelijkheid voor omvangrijke agrarische opstallen weggenomen. In ruil daarvoor maakt dit plan behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mogelijk en staat het plan naar aard, omvang en schaal in het kleinschalige landschap van dit buurtschap woningbouw toe, met een zeer ruime landschappelijke inpassing. De schaal waarin e.e.a. mogelijk wordt gemaakt, past binnen het gemeentelijk beleid.
De doelgroepen waarvoor wordt gebouwd, is eveneens passend in het gemeentelijk beleid, zo is aangegeven in paragraaf 4.4.2 Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 aangegeven. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. j)
Beschrijving zienswijze Er ontstaat de indruk dat het programma van het ontwerpbestemmingsplan veel groter is dan op het eerste oog lijkt te worden voorgesteld. lk vraag de Raad dan ook deze mogelijkheden te schrappen.
Reactie: Als hiervoor aangegeven is bij de vaststelling de bereidheid om de mogelijkheid voor minicampings te schrappen. De mogelijkheid voor bed & breakfast blijft ongewijzigd deel uitmaken van het plan. k) Beschrijving zienswijze Ook wordt de mogelijkheid geboden voor de plaatsing van kleine windturbines. Daarbij worden bouwregels meegegeven van maximaal 20 meter hoogte hetgeen absoluut niet als klein is aan te merken gelet op de omgeving. Dit is een zeer onwenselijke mogelijkheid en ook dit staat haaks op de geldende dubbelbestemming cultuurhistorisch waardevol gebied en het behoud van de ecologische verbindingszone. Naast het visuele bezwaar is geeft het geluidsniveau van windturbines onwenselijke overlast en ligt te dicht op omliggende woningen. Reactie:
Omdat het realiseren van windturbines aan toetsingsregels onderhevig is, ziet de gemeente in beginsel geen noodzaak om deze te schrappen. Dit vanuit het gelijkheidsbeginsel, op basis waarvan in het buitengebied ook elders dergelijke mogelijkheden voor een binnenplanse toets bestaan. De gemeente heeft evenwel op basis van deze zienswijze terugkoppeling gehad met initiatiefnemers van de bouwplannen. Deze geven aan er geen moeite mee te hebben indien de betreffende mogelijkheid wordt geschrapt. Op basis daarvan is de gemeente bereid om deze mogelijkheid dan ook te schrappen. Deze reactie is aanleiding tot het doorvoeren van de volgende aanpassingen in de planregels: In sublid 4.1.1 Algemeen wordt de volgende doorhaling geschrapt: c. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; 4.3.2 Omgevingsvergunning kleine windturbines wordt geschrapt. l)
Beschrijving zienswijze In het verlengde daarvan wil ik de raad vriendelijk wijzen op slordige traject en gebrekkige communicatie met betrekking tot de plaatsing van de 40 meter hoge GSM mast een eindje verderop in de Rijdtsestraat. Mede daarom vraag ik de raad nu ook waarom er geen participatie heeft plaatsgevonden met belanghebbenden/omwonenden?
Reactie: Genoemde mast ligt buiten onderhavig plangebied en maakt geen deel uit van deze zienswijzeprocedure. Er wordt daarom niet nader ingegaan op dit aspect. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. m) Beschrijving zienswijze Verder wordt er specifiek een mogelijkheid geboden tot mantelzorg in vrijstaande bijgebouwen. Dit is echter in landelijke wetgeving geregeld en is onder diezelfde voorwaarden vergunningsvrij. Wat is de meerwaarde om dit specifiek in het bestemmingsplan vast te leggen? Reactie: Hiervoor geldt dat deze eveneens overeenkomstig de standaard is die de gemeente in haar buitengebied toepast. Omdat het in dit geval voldoende grote woningen en woonpercelen betreft, waar bij invulling van deze mogelijkheid redelijkerwijs geen belangen van derden kunnen worden aangetast, ziet de gemeente geen aanleiding om deze passage te wijzigen. Indiener van de zienswijze motiveert ook niet nader waarom dit zijn belang zou kunnen aantasten. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing. n) Beschrijving zienswijze De nieuwe woningen dienen te worden ontsloten. Langs de wegen staan veel waardevolle oude eikenbomen. lk zou graag zien dat de ontsluiting van de woningen explicieter wordt vastgelegd in het plan met het oog op het behoud van deze bomen.
Reactie: In de plansystematiek van het buitengebied worden waar nodig waardevolle bomen of andere houtopstanden op de verbeelding vastgelegd en beschermd. Aanvullend
geldt een aanlegvergunningenstelsel daar waar de kap van bomen minimaal toetsbaar gemaakt moet worden om de natuur- en landschapswaarden te kunnen afwegen tegen het belang dat gepaard gaat met de kap van bomen. In voorliggende situatie ziet de gemeente geen aanleiding om in afwijking van deze systematiek een aanvullende regeling op te nemen die ofwel toeziet op bescherming van de bomen, ofwel de plaatsbepaling van de inritten nader vast zal leggen. Deze belangen zijn enerzijds in het bestemmingsplan reeds voldoende geborgd en anderzijds is de kap van bomen vergunningplichtig en is de aanleg van een inrit vergunningplichtig. Binnen dat stelsel wordt het behoud van de bomen en situering van een inrit op juiste wijze afgewogen en geborgd. Dubbele of aanvullende regelgeving in het bestemmingsplan is niet noodzakelijk. Deze reactie is geen aanleiding voor planaanpassing.
3. Zienswijze van Provincie Gelderland
o) Beschrijving zienswijze Deze locatie ligt in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Echter, in de toelichting is aangegeven dat de locatie geen provinciale belangen raakt. Voor het initiatief is wel een landschapsplan met ecologische versterking opgenomen. Om aan de eisen voor GO te voldoen moet dit landschapsplan als voorwaardelijke verplichting bij de regels van het BP zijn opgenomen. Dat is nu niet het geval. Reactie: Paragraaf 4.2 van de toelichting zal hierop worden aangepast. De verwijzing naar de paragrafen 5.7 en 5.12, zoals die al in de toelichting zijn opgenomen, zijn juist en daarin is de ligging in de GO en de toets aan de randvoorwaarden toegelicht. Het is juist dat het landschapsplan echter niet geborgd is in het bestemmingsplan. Daartoe zal er in de planregels een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen waarmee de realisatie van de in dat plan genoemde maatregelen wordt geborgd. Deze reactie is aanleiding voor planaanpassing. Er wordt in de planregels, artikel 4, lid 4 een sublid 4.4.2. toegevoegd met een voorwaardelijke verplichting ter borging van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap. Paragraaf 6.2.
(juridische toelichting) zal worden aangevuld met: Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de goede landschappelijke inpassing en landschapsversterking conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting bij de planregels is geborgd (deze bijlage wordt ook toegevoegd).
4. Zienswijze van ARAG, namens de heer G.P. Schouten, Woordsestraat 6, 6603 LG te Wijchen p) Beschrijving zienswijze Cliënt constateert dat er op grond van het vigerende bestemmingsplan mogelijkheden bestaan tot het oprichten van een minicamping. Cliënt zou graag zien dat deze mogelijkheid uit het bestemmingsplan wordt gehaald, nu de gelegenheid daartoe zich voordoet. Naar opvatting van cliënt is een minicamping
niet passend binnen het plangebied en de omgeving daarbuiten. Cliënt is bekend met het feit dat de mogelijkheid tot het oprichten van een minicamping ook bestaat op zijn eigen perceel, maar cliënt is hiertoe allerminst voornemens en wat hem betreft mag het bestemmingsplan dat op zijn perceel vigeert eveneens worden aangepast en de mogelijkheid tot het oprichten van een minicamping uit het bestemmingsplan worden gehaald' Reactie: Omdat het realiseren van een minicamping aan toetsingsregels onderhevig is, ziet de gemeente in beginsel geen noodzaak om deze te schrappen. Dit vanuit het gelijkheidsbeginsel, op basis waarvan in het buitengebied ook elders dergelijke mogelijkheden voor een binnenplanse toets bestaan. De gemeente heeft evenwel op basis van deze zienswijze terugkoppeling gehad met initiatiefnemers van de bouwplannen. Deze geven aan er geen moeite mee te hebben indien de betreffende mogelijkheid wordt geschrapt. Op basis daarvan is de gemeente bereid om deze mogelijkheid dan ook te schrappen. Deze reactie is aanleiding tot het doorvoeren van de volgende aanpassingen in de planregels: 3.5.1 Omgevingsvergunning minicampings wordt geschrapt. In artikel 4.1.1 Algemeen wordt de volgende bepaling deels geschrapt: b.
na een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.1 of 4.5.2, recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast danwel kleinschalig kamperen (mini camping); 4.5.1. Omgevingsvergunning minicampings wordt geschrapt. q) Beschrijving zienswijze ln dit kader merkt cliënt nog op dat er in het ontwerpbestemmingsplan de nodige definitiebepalingen ontbreken, te weten: 'minicamping', 'kampeermiddel', 'sanitaire voorziening', ,kampeerplaats,, ,recreatieruimte' en 'kantine'. Reactie: Nu de mogelijkheid voor de minicamping, als aangegeven onder de beantwoording van reactie ‘p’ wordt geschrapt, is het ook niet nodig om de opname van genoemde definities in de planregels nader in overweging te nemen. Deze reactie zal niet leiden tot planaanpassing. r) Beschrijving zienswijze Ook is het cliënt onduidelijk wat er moet worden verstaan onder de parkeerbehoefte'. op welke wijze dient deze te worden vastgesteld en op welke wijze zijn de van toepassing zijnde normen geborgd in de planregels? Reactie: Daar waar het bestemmingsplan functies toelaat die zullen leiden tot een parkeerbehoefte (i.c. de behoefte aan het kunnen parkeren van auto’s door bewoners of bezoekers) wordt in de betreffende gebruiksregels bij de bestemmingen of bij de mogelijkheden voor afwijking of wijziging bepaald dat die betreffende behoefte op eigen terrein moet worden ingevuld.
Dit is aldus naar omvang afhankelijk van de functie die het betreft. Om helderheid te scheppen in welke normen en bandbreedtes daarbij van toepassing zijn, bevat het bestemmingsplan de volgende bepaling:
Artikel 11 Algemene gebruiksregels 11.1 Parkeren Het plangebied dient geheel in eigen parkeerbehoefte te voorzien. Bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 11 april 2020 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. Deze bepaling is standaard en voldoende helder voor wat betreft de te hanteren parkeernormen. Deze reactie zal niet leiden tot planaanpassing. s) Beschrijving zienswijze Cliënt wilt u daarnaast verzoeken om de mogelijkheid tot het oprichten van een 'kleine windturbine (artikel 4.3.2) uit het bestemmingsplan te halen. Een dergelijke windturbine wordt door cliënt niet als passend ervaren binnen het plangebied en de omgeving daarbuiten. In dat kader wordt door cliënt nog opgemerkt dat in de definitiebepalingen niet wordt omschreven wat onder een 'windturbine, wordt verstaan, alsmede wat onder de 'ashoogte' en 'tiphoogte' moet worden verstaan. Reactie: Omdat het realiseren van windturbines aan toetsingsregels onderhevig is, ziet de gemeente in beginsel geen noodzaak om deze te schrappen. Dit vanuit het gelijkheidsbeginsel, op basis waarvan in het buitengebied ook elders dergelijke mogelijkheden voor een binnenplanse toets bestaan.
De gemeente heeft evenwel op basis van deze zienswijze terugkoppeling gehad met initiatiefnemers van de bouwplannen. Deze geven aan er geen moeite mee te hebben indien de betreffende mogelijkheid wordt geschrapt. Op basis daarvan is de gemeente bereid om deze mogelijkheid dan ook te schrappen. Deze reactie is aanleiding tot het doorvoeren van de volgende aanpassingen in de planregels: In sublid 4.1.1 Algemeen wordt de volgende doorhaling geschrapt: c. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; 4.3.2 Omgevingsvergunning kleine windturbines wordt geschrapt.
Samenvatting van door te voeren wijzigingen bij vaststelling Regels Voorwaardelijke verplichting Er wordt als volgt een voorwaardelijke verplichting aan de regels toegevoegd ter borging van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap: 4.4.2
Voorwaardelijke verplichting
a. een omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen kan alleen verleend worden indien de gronden landschappelijk worden ingepast conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting. De landschappelijke inpassing dient binnen 3 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouw van een woning gerealiseerd te zijn en vervolgens in stand te worden gehouden. Hieronder vallen ook het in stand houden en onderhouden van de - als zodanig in bijlage opgenomen- bestaande aanplant. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het hierboven bepaalde indien: - het hierboven bepaalde door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en; - voor zover op andere wijze wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing. Aan de regels wordt Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting toegevoegd. In aanvulling daarop wordt 3.6.4 aangevuld:
Schema omgevingsvergunningen als volgt
De werkzaamheden die nodig zijn ter uitvoering van 4.4.2 Voorwaardelijke verplichting conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting worden niet beschouwd als omgevingsvergunningplichtige werken op basis van dit sublid. Schrappen van minicamping en windturbine In artikel 4.1.1
Algemeen wordt de volgende bepaling geschrapt:
b. na een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.1 of 4.5.2, recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast danwel kleinschalig kamperen (mini camping); 4.5.1.
Omgevingsvergunning minicampings wordt geschrapt.
In sublid 4.1.1
Algemeen wordt de volgende doorhaling geschrapt:
c. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; 4.3.2
Omgevingsvergunning kleine windturbines wordt geschrapt.
Ambtshalve aanpassing Sublid 8.1.2 Nadere detaillering van de bestemming wordt geschrapt omdat deze een foutieve verwijzing bevat.
Tevens wordt toegevoegd Bijlage 3 Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, ter vervanging van de verwijzing naar een externe bijlage in 8.2.3 Toetsen aan aanwezige waarden. Daarin is de volgende onderstreepte aanpassing doorgevoerd: Een omgevingsvergunning voor het slopen kan worden verleend, indien bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het geheel of gedeeltelijk slopen een bouwhistorisch onderzoek is overgelegd. Dit bouwhistorisch onderzoek voldoet aan de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek zoals opgenomen in Bijlage 3 Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek. Uit dit bouwhistorisch onderzoek volgt dat:….
Verbeelding In de verbeelding volgen geen inhoudelijke wijzigingen.
Toelichting Paragraaf 4.2 (provinciaal beleid) van de toelichting, ligging in de GO, zal worden aangepast. Paragraaf 6.2. (juridische toelichting) zal worden aangevuld met: Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de goede landschappelijke inpassing en landschapsversterking conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting bij de planregels is geborgd.