bijlage 6 verkennend archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Molenweg 28 te Bergharen Gemeente Wijchen
Opdrachtgever Familie Peters Tel. Jos Peters: 06-30671000 De Horst 4 6617 AM Bergharen via: Oosterhout Architecten Mw. G. Offerein www.oosterhoutarchitecten.nl tel. 024 – 677 5054 Dorpssingel 12, 6641 BE Beuningen
Projectnummer
213234 Kenmerk DIR/HAMA/MWB/213234
Eindredactie/kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl
Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum
05-01-2022
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Colofon Opdrachtgever
Familie Peters via Oosterhout Architecten
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Molenweg 28 te Bergharen
Projectnummer
213234
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Molenweg 28 te Bergharen; Gemeente Wijchen
Datum en versie
05-01-2022, (versie 2.1, definitief)
Auteurs
Mw. C.H.H. Bakker Bsc, D. Woolschot MSc en Drs. E.E.A. van der Kuijl
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Luchtfoto van het plangebied (Archis3)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
2 van 17
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.
2
3
4
Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7
1.3
Werkwijze ....................................................................................................................... 7
1.4
Beleidskaders ................................................................................................................. 7
1.5
Administratieve gegevens ............................................................................................. 11
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 12 2.1
Landschapsgenese....................................................................................................... 12
2.2
Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving ................................... 16
2.3
Archeologische waarden .............................................................................................. 19
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 21
2.5
Conclusie ...................................................................................................................... 22
Booronderzoek....................................................................................................................... 24 3.1
Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 24
3.2
Resultaten ..................................................................................................................... 24
Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 28 4.1
Conclusie ...................................................................................................................... 28
4.2
Selectieadvies ............................................................................................................... 28
4.3
Selectiebesluit ............................................................................................................... 28
4.4
Voorbehoud .................................................................................................................. 29
Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 30 Rapporten .................................................................................................................................. 30 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 30 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 31
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
3 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van familie Peters via Oosterhout Architecten een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een verkennend booronderzoek conform BRL 4003 uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Kasteellaan 48 te Wijchen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt, waarna twee nieuwe starterwoningen worden gerealiseerd. De toekomstige verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal zeker meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart (west) een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 60 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is. Bureauonderzoek Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit alle perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd). Deze hoge verwachting is gerelateerd aan de landschappelijke situatie. Het plangebied is gelegen op een hoger in het landschap liggende rivierduin in de buurt van water. Resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Tweede Wereldoorlog worden direct in of onder de bouwvoor verwacht.
De archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd worden onder de bouwvoor en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. In Wijchen is aan te bevelen om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Aardewerk en houtskool zullen redelijk geconserveerd zijn. Booronderzoek De bodemopbouw binnen het plangebied is uniform. Onder de bouwvoor is vanaf minimaal 40 cmmv (boring 4) en maximaal 60 cm-mv (boring 5) een eerdlaag aangetroffen (A1-horizont). In boring 2 en 3 is hieronder een plaggendek waargenomen (A2-horizont). De eerdlaag en het plaggendek (A1- of A2-horizont) gaat geleidelijk over in het onderliggende intacte fijne dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 80 cm-mv (boring 4) en maximaal 155 cm-mv (boring 2) waargenomen. Het dekzand gaat vervolgens geleidelijk over in rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen).
De overgang vindt op minimaal 185 cm-mv plaats in boring 3 en op maximaal 280 cm-mv in boring 1. In boring 1 is in de top van het rivierduinzand sprake van een overstoven cultuurlaag. Deze uit bruine, humeuze, zwak siltig, matig fijn zand bestaande laag is tussen 240 en 280 cm-mv aangetroffen. Erboven ligt een pakket dekzand (C1- en C2-horizont) en eronder ongeroerd rivierduinzand (C4-horizont). Op basis van de stratigrafie wordt deze laag in de Prehistorie gedateerd. Selectieadvies Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In het plangebied bevinden zich archeologische waarden die met de geplande ontwikkelingen verloren kunnen gaan. Proefsleuvenonderzoek wordt de meest geschikte methode geacht om de aanwezige vindplaatsen te karteren en waarderen. Voorafgaand aan een Proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst zal worden door de beleidsadviseur archeologie (mw. E. van der Linden).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
4 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Selectiebesluit Het definitieve rapport en het selectieadvies zijn op 21-12-2021 beoordeeld door het bevoegd gezag1. De gemeente Wijchen sluit zich aan bij het selectieadvies dat vervolgonderzoek nodig is. De archeologische lagen kunnen vanaf 40 cm onder maaiveld voorkomen en de funderingsdiepte voor de nieuwbouw gaat dieper, ca. 80-100 cm onder maaiveld. 2 De zuidelijke nieuwe woning ligt voor een groot deel buiten het bouwvlak van de oude woning (ca. 50 m2). Voor deze woning is archeologisch vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Als de nieuwe fundering niet dieper wordt gelegd dan de oude fundering kan het onderzoek beperkt blijven tot het gedeelte buiten de fundering van de oude woning is gepland. Als de fundering wel dieper wordt gelegd, is onderzoek nodig voor de gehele nieuwe woning. Dit vervolgonderzoek mag ook worden uitgevoerd in de vorm van archeologische begeleiding (protocol proefsleuvenonderzoek) bij de aanleg van de fundering. Als de nieuwe fundering voor de noordelijke woning op dezelfde diepte wordt gepland als de oude fundering is voor de bouw van deze woning geen vervolgonderzoek nodig, omdat de nieuwe woning grotendeels ter plaatse van de oude woning wordt aangelegd. Het gedeelte buiten de bestaande fundering is dan te klein om archeologisch onderzoek zinvol te laten zijn.
Maar als de locatie van de nieuwe woning toch verder buiten het bouwvlak van de oude woning wordt geplaatst, kan archeologisch vervolgonderzoek alsnog nodig zijn. Dat geldt ook als de fundering van de nieuwe woning dieper komt te liggen dan de fundering van de oude woning. Het archeologisch onderzoek moet worden vastgelegd in een rapport, dat moet worden beoordeeld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Voor een proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen nodig, dat eveneens moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”.
Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (mw. drs. E. van der Linden).
1
Brief van mw. E. van der Linden (beleidsadviseur archeologie) namens gemeente Wijchen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
5 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van de familie Peters via Oosterhout Architecten een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een verkennend booronderzoek conform BRL 4003 uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen (zie Afbeelding 1). De bestaande woning en bijgebouwen worden gesloopt waarna twee nieuwe geschakelde starterswoningen worden gerealiseerd. De toekomstige verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal zeker meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Het plangebied heeft een totale grootte van 736 m2. Het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart (west) een hoge archeologische verwachting. Dit betekent dat archeologisch onderzoek bij ingrepen groter dan 60 m2 archeologisch onderzoek verplicht is. Ten noorden van het plangebied is een de attentiezone van een archeologische vindplaats gelegen.2 Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek en veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten en aanbevelingen uit de conceptrapportage zijn op 16 november 2021 getoetst door het bevoegd gezag, de Gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden, beleidsadviseur archeologie). De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage.
Het selectiebesluit is op 21 december 2021 genomen door Gemeente Wijchen en verwerkt in deze rapportage.
Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3)
2
Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
6 van 44
Project Kenmerk
1.2
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek nodig zal zijn of niet.
1.3
Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) Beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); Beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); Beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); Het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); Het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • • • •
1.4
Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; Geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Archeologische Waardenkaart gemeente Wijchen; Archeologische rapporten en publicaties.
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
7 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek.
In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.
Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma3. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen.
Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: • Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie; • Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) • Archeologische en cultuurhistorische Beleidsadvieskaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; • Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; • Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek leegstand van monumentaal vastgoed; • Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; • Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed; • Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; 3
www.gelderland.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
8 van 44
Project Kenmerk
• •
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen; De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer.
Provinciale kennisagenda Rivierenland4 Deze agenda heeft de volgende thema’s: • De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici5 hierin. • Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Beuningen en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Beuningen speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. • Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht. • Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?
Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Wijchen beschikt derhalve over eigen archeologiebeleid en treedt op als bevoegd gezag. De gemeente beschikt tevens over een archeologische beleidskaart uit 2009 (zie Afbeelding 2).6 Hierop is het plangebied gelegen in de bebouwde kom met een hoge verwachting. Tevens ligt het op de vindplaats en in de aandachtszone van een archeologische vindplaats. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwwerk groter dan 30 m² de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.7
4
zie hoofdstuk 3; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012 Burgerlijke nederzetting bij een militair fort 6 Goossens & Flokstra, 2009 7 Artikel 28 Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014 via https://www.ruimtelijkeplannen.nl 5
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
9 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 2: Uitsnede uit de Archeologische beleidskaart, met het plangebied in het rode kader (Goossens & Flokstra, 2009, Beleidskaart oost)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
10 van 44
Project Kenmerk
1.5
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie
Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Wijchen
Toetser namens bevoegd gezag
Mw. E. van der Linden, beleidsadviseur archeologie
Provincie, Gemeente, Plaats
Gelderland, Wijchen, Bergharen
Toponiem, Adres
Molenweg 28
Kaartbladnummer 1:25000
39O
RD-coördinaten
X, Y NO
174.423, 429.400
NW
174.410, 429.397
ZO
174.440, 429.368
ZW
174.417, 429.358
Centrumcoördinaat
174.423, 429.379
Hoogte centrumcoördinaat8
8,53 m+NAP
Kadastrale gegevens9
Gemeente Wijchen, Sectie H, perceel 417, 418, 1203
Onderzoekmeldingsnummer10
510744110
Oppervlakte plangebied 11
736 m²
Huidig grondgebruik 12 Toekomstig grondgebruik
Bebouwing, gras 13
Geologie14
Bx4: Formatie van Delwijnen, rivierduinzand
Geomorfologie 15, extrapolatie Bodemtype
Woningen, erf
16
B57 rivierduin Zb30 Vorstvaaggrond
Grondwatertrap 17
VII (H 80-140, L >120)
Periode
Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
8
AHN Archis3 10 Archis3 11 Opgave opdrachtgever en opmeting in GIS-programma 12 Opgave opdrachtgever 13 Opgave opdrachtgever 14 Geologische kaart 1:50.000 15 Archis3 geomorfologische kaart 2008 16 Archis3 bodemkaart 2014 17 http://maps.bodemdata.nl 9
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
11 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geologie Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Bergharen. Bergharen ligt in het rivierengebied ingeklemd tussen de Waal in het noorden en de Maas in het zuiden en is daardoor langdurig beïnvloed door sedimentatie vanuit de rivieren. Voornamelijk de Rijn heeft dikke pakketten grind, zand en klei afgezet. In de ondergrond bevinden zich oude rivierafzettingen van de Rijn die behoren tot de Formatie van Kreftenheye en tijdens het Weichselien zijn gevormd (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden).18 De rivieren kenmerkten zich in deze periode door een vlechtend patroon met meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. Vanaf het Laat-Glaciaal (circa 15.000 – 11.755 jaar geleden) tot in het Vroeg-Holoceen (circa 11.755 jaar geleden) begonnen de rivieren te meanderen. Op het zand en grind van de Formatie van Kreftenheye werd een pakket compacte, zandige klei afgezet, de Laag van Wijchen. Deze Laag van Wijchen wordt gevormd door klei die tijdens overstromingen in de riviervlakte werd afgezet en waar vervolgens zand inwaaide. Het inwaaien van zand uit de rivierbedding zorgde in het rivierengebied voor het lokaal voorkomen van rivierduinen. De rivierduinen stammen uit de Jonge Dryas (circa 12.745 – 11.755 jaar geleden).
In deze periode is het tijdelijk heel koud en droog geworden en hebben de rivieren deels weer een vlechtend patroon, zodat een groot deel van de overstromingsvlakte een groot deel van het jaar droog en onbegroeid is. Op deze manier is weer zand beschikbaar dat door de wind is weggeblazen en elders is opgewaaid. Het rivierduinzand bestaat uit matig gesorteerd, matig grof zand en wordt tot het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel gerekend.19 Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland 20 ligt het plangebied in een gebied met pleistoceen zand 2,0 tot 3,0 m-mv (zanddiepte code 22).
Geomorfologie Het gehele plangebied ligt op de geomorfologische kaart21 op een rivierduin (B57). Deze rivierduinen zijn ontstaan doordat de wind over korte afstanden rivierzand verplaatst. Ze zijn gevormd tijdens de Late Dryas, één van de laatste fasen van het Pleistoceen (zie Bijlage 2). De duinen in het land van Maas en Waal kunnen een parabole vorm hebben.22 Ten noorden van het plangebied ligt een terrasvlakte (M53).
18
Berendsen, 2005 Berendsen, 2008 20 https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=471707400d6f44d5a743100c65e3ce9b 21 Archis3 22 https://legendageomorfologie.wur.nl/ 19
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
12 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 3: Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Bodem Op de bodemkaart23 ligt het plangebied in een gebied met vorstvaaggronden die bestaan uit grof zand (Zb30) (zie Afbeelding 4). Vorstvaaggronden zijn hoog liggende zandgronden, waarvan de bouwvoor licht gekleurd is en weinig humus bevat. De ondergrond van deze gronden bestaat uit geel zand met ijzerhuidjes. Vorstvaaggronden hebben een enigszins geelbruin gekleurde bovenlaag, die tot 60-80 m-mv diep reikt. Daaronder ligt een soortgelijk lichtgeel zand. Ook hebben vorstvaaggronden een zwak ontwikkelde B-horizont.24 Ten noordwesten van het plangebied liggen kalkloze poldervaaggronden bestaande uit zavel en lichte klei (Rn62C). Deze gronden hebben profielverloop 2. Ten noordoosten van het plangebied liggen duinvaaggronden bestaande uit grof zand (Zd30).
23 24
Archis3 De Bakker & Schelling 1989, 39.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
13 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 4 : Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Grondwater In het plangebied komt grondwatertrap VII voor25. Bij grondwatertrap VII bevindt het grondwater zich bij een hoge grondwaterstand tussen 80-140 cm-mv en bij een lage grondwaterstand dieper dan 120 cm-mv.
Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland heeft het plangebied een hoogte van ca. 8,53 m+NAP.26 Er zijn geen grote hoogteverschillen in het plangebied zelf aanwezig. Het plangebied is duidelijk hoger gelegen dan waar de geul van de Maas aanwezig. Deze lagergelegen geul bevindt zich ten zuiden van de Maas. Westelijk van het plangebied is het maaiveld echter hoger gelegen. Het plangebied lijkt dan ook meer op de flank van een rivierduin te liggen dan dat het meer centraal op deze eenheid gelegen is (zie Afbeelding 5).
25 26
http://maps.bodemdata.nl AHN
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
14 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 5: Hoogte van het plangebied op de hoogtekaart (AHN3 maaiveld)
Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich in de ontwerpfase. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnische- en geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever. In het Bodemloket27 staat weergegeven dat van het plangebied de ‘historie bekend’ is (AA029600505). Ter plaatse van Molenweg 28 heeft tot 1994 een ondergrondse hbo-tank (Huisbrandolie) gezeten. Deze tank is in 1994 uit de grond verwijderd. Op basis van informatie uit het Historisch BodemBestand is op deze locatie in het kader van de bodemsaneringsoperatie geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Op deze locatie is pas op termijn of bij locatieontwikkeling een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en de ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen. Het is niet bekend tot in hoeverre de ondergrondse tank de bodem vervuild heeft. In het dinoloket zijn twee boringen in de buurt van het plangebied gelegen.28 Boring B39H0016 is 305 meter zuidwestelijk van het plangebied gelegen. De boring betreft een geologische boring en is tot 25 meter diep gezet.
Diepte in m-mv Vanaf het maaiveld tot 1,15
27 28
Van 1,15 tot 2,20 Van 2,20 tot 6,30
Lithostratigrafie Antropogeen, onbewerkt grond Formatie van Echteld Formatie van Kreftenheye
Van 6,30 tot 8,10 Van 8,10 tot 17,00 Van 17,00 tot 23,65 Van 23,65 tot 25,00
Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye
Grondsoort Klei Klei Zand, matig grof, matig grindig, zwak siltig Zand, zeer grof, sterk grindig Grind Zand, zeer grof, grindig Zand, grove categorie, sterk grindig
www.bodemloket.nl RD-coördinaat 174.480, 423.050
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
15 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Boring B39H1498 is 145 meter noordelijk van het plangebied gelegen. De boring is tot 1,90 m-mv in de bodem gezet.
Diepte in m-mv Vanaf het maaiveld tot 0,20 Van 0,20 tot 1,30 Van 1,30 tot 1,50 Van 1,50 tot 1,90
2.2
Lithostratigrafie Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen
Grondsoort Zand, matig humeus Zand, matig grof Leem, sterk zandig Zand, zeer grof
Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving Bergharen29 Het plangebied is gelegen aan de Molenweg te Bergharen. Bergharen is gelegen op een rivierduin dat deel uit maakt van een hele reeks rivierduinen in het land van Maas en Waal. De Molenweg is de hoofdweg van het dorpje en mondt leidt in het oosten tot de molen ‘De Verrekijker’. Deze molen is in 1905 gebouwd door de plaatselijke molenmaker Willem Coppes, met onderdelen van andere molens uit de omgeving. Op deze plek stond vanaf 1313 een molen die in bezit was van de Cisterciënzers van klooster Altkamp in Duitsland. Naast de molen bezaten de Cisterciënzers ook een uithof (een kloosterboerderij) op de plek van de onlangs gesloopte boerderij Munnikhof. Het kloostergoed van de Cisterciënzers behoort tot de oudste van het land van Maas en Waal. Naast de molen ligt sinds de 14e eeuw een openbare bidplaats waar een houten Mariabeeld wordt vereerd. Het beeld is afkomstig van de ateliers van de Nederrijnse school en wordt gezien als het oudste van het land. In 1621 zorgden de Protestanten ervoor dat de Cisterciënzers vertrokken. Hun goederen werden verkocht en de kapel werd gesloopt. Ondanks dat stopten de bedevaarten niet en bleef men het Mariabeeldje bezoeken. Op de plaats van de kapel werd een Linde geplant, die 300 jaar het centrum werd van de bedevaarten.
In de linde werd door bedevaarders reepjes kleding van zieken gehangen, zodat de zieke snel zou genezen. In de 20e eeuw werd een nieuwe kapel gebouwd. De nieuwe toegangspoort is gebouwd met stenen uit de fundamenten van het vroegere kasteel Balgoij.
Plangebied Het plangebied 30 ligt op de indicatieve kaart militair erfgoed (IKME) binnen een Nederland omvattend gebied, waarbinnen kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen aanwezig kunnen zijn. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 werd het plangebied gebruikt voor tuinbouw en als hakhoutbos (zie Afbeelding 6). Gedurende de decennia daarna is op de historische bonnebladen te merken dat de omgeving van het plangebied steeds meer veranderd. Wegen worden aangelegd en er komt steeds meer woningbouw. Pas op de kaart van 1970 is te zien dat het plangebied bebouwd is (zie Afbeelding 7). Deze bebouwing lijkt tot het heden niet te veranderen (zie Afbeelding 8).
29 www.wijchenis.nl/informatie/cultuur-en-historie// https://nl.wikipedia.org/wiki/Wijchen_(plaats) 30 www.ikme.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
16 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 6: Uitsnede uit de Kadastrale kaart van 1811-1832 met het plangebied in het rode kader (https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
Afbeelding 7: Situatie in 1970 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
17 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 8: Situatie in 2015 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)
Bouwhistorische waarden Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied pas in 1970 bebouwd is. In 1976 is het eerste gebouw in het plangebied verbeterd (zie Afbeelding 9). Uit de bouwtekeningen31 van deze woningverbetering blijkt dat de fundering zich op 80 cm-mv bevindt. Daarnaast is op de bouwtekeningen te zien dat de woning een kruipruimte heeft.
31
Door de opdrachtgever aangeleverd, documenten TEK_001_7967.pdf & TEK_002_4532.pdf
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
18 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Afbeelding 9: Aanvullende bouwtekening woningverbetering 1976 (Bron: TEK_002_4532.pdf)
2.3
Archeologische waarden In Archis 3 zijn in binnen een straal 300 m van het plangebied drie onderzoeksmeldingen gedaan (zie Afbeelding 10). In kader van de sloop van een bestaande woning en nieuwbouw heeft het Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen in opdracht van de gemeente Wijchen een waarneming uitgevoerd op het perceel Molenweg 14 te Bergharen (2206897100). Het onderzoek heeft geen sporen en vondsten opgeleverd, waardoor de locatie kan worden aangemerkt als lage kwaliteit. Op basis van de waardering is aangeraden om het perceel vrij te geven voor verdere ontwikkeling.32 Op 260 meter ten zuidwesten van het plangebied is door Gemeente Nijmegen een archeologische opgraving uitgevoerd (2262754100).33 Dit onderzoek betreft De Weem in Bergharen, en samenvattend kan gezegd worden dat het plangebied gedurende de eeuwen heen min of meer bewoond is geweest vanaf het begin van de Romeinse tijd. De bewoningskern is echter door de jaren heen wel meerdere keren verschoven, waardoor de vondsten uit de Romeinse tijd, de Merovingische tijd, en de laatste 400/500 jaar slechts beperkt zijn vertegenwoordigd. Daarnaast ontbreken bewoningssporen uit deze perioden geheel. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat onder het moderne Bergharen veel verschillende oudere fasen schuil gaan.
Volgens de auteurs was nader onderzoek nodig om uit te wijzen hoe groot het areaal van archeologische waarde is. Uit het onderhavige onderzoek is gebleken dat de voorgangers van het huidige Bergharen op een dusdanig niveau liggen, dat deze nauwelijks worden aangetast door moderne ingrepen in de bodem. Om een goed beeld te krijgen van functie de aangetroffen landweer (bestaande uit
32 33
Kuppens & Wildenberg 2009. Diepeveen & Van Enckevort 2009.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
19 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
grachten uit waarschijnlijk de 15e en 16e eeuw) en de overige oudere sporen, wordt geadviseerd om voorafgaand aan nieuwe ingrepen, nieuw archeologisch onderzoek uit te voeren. Bij de sloop van het voormalig dorpshuis aan de Dorpstraat 43 te Bergharen (2254046100) is door het bureau archeologie en monumenten van de gemeente Nijmegen waargenomen dat de oostelijke helft van het terrein tot 2 m-mv verstoord was. De westelijke helft van het plangebied bleek minder diep verstoord te zijn, hier hadden de sloopwerkzaamheden een diepte van 1 tot 1,2 m-mv. Het bodemprofiel is aan de westzijde nog deels intact, waardoor de onderliggende bodemvondsten nog ongeroerd aanwezig zouden kunnen zijn. Om deze reden wordt geadviseerd om bij toekomstige grondwerkzaamheden wel archeologisch onderzoek te doen.34 Ten oosten van het plangebied is in 2021 een archeologische opgraving uitgevoerd (4878067100). Dit onderzoek is nog niet gerapporteerd, maar uit de eerste bevindingen blijkt dat er twee complexen zijn aangetroffen. Het eerste complex betreft een kampement met een datering vanaf het Laat-Paleolithicum tot het Mesolithicum. Er is een vuursteenconcentratie in een depressie aangetroffen, met daaromheen haardkuilen. Het tweede complex betreft een niet opgehoogde nederzetting zonder een stedelijk karakter. Dit complex dateert uit de IJzertijd en is een huisplattegrond uit de IJzertijd.35
Afbeelding 10: Uitsnede uit de kaart met onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3).
Naast onderzoeksmeldingen zijn in de buurt van het plangebied vier vondstmeldingen gedaan. 3108889100 Deze vondstlocatie ligt ten noorden van het plangebied en bevat meerdere keramiek vondsten. 36 Het complextype betreft een middeleeuwse akker of tuin. Deze vondstlocatie is geen onderdeel van de bovengenoemde archeologische onderzoeken en wordt hierom apart genoemd. Andere vondstlocaties rondom het plangebied zijn onderdeel van de bovengenoemde onderzoeken. 34
Harmsen & Kuppens 2011. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2020. 36 Archis.cultureelerfgoed.nl 35
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
20 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Objectnummer
Aantal
Materiaal
Type
Datering
811028
200
Keramiek
Aardewerk, handgevormd
Vroege IJzertijd
811029
9999
Keramiek
Kogelpot
Vroege Middeleeuwen C – Vroege Middeleeuwen D
813264
9999
Keramiek
Knikwandpot/biconisch, glad/ruwwandig
Vroege Middeleeuwen B – Vroege Middeleeuwen C
Afbeelding11: Uitsnede uit de kaart met vondstmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3).
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied is geomorfologisch gezien gesitueerd op een rivierduin. Bijbehorend wordt ter plaatse van het plangebied afzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen (rivierduinzand) verwacht. Naar alle waarschijnlijkheid is er ter plaatse van het plangebied een hoge vorstvaaggrond ontwikkeld, die archeologische lagen heeft afgedekt en mogelijk heeft beschermd tegen latere bodemverstoringen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
21 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Waarnemingen in Archis3 in de omgeving van het plangebied bevestigen menselijke aanwezigheid vanaf de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuw Tijd. Vanaf 1970 is het plangebied bebouwd, op historische kaarten lijkt het plangebied voor 1970 altijd veld te zijn geweest. Op de bouwtekeningen heeft het huis een kruipruimte, waardoor het gebied op de plekken van de bebouwing vermoedelijk verstoord is. De vondsten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zijn niet verwonderlijk gezien de landschappelijk situatie waar het plangebied zich in bevindt. Het plangebied is hoger gelegen in de buurt van water. Dit soort gradiëntzones zijn van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. Resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Tweede Wereldoorlog worden direct in of onder de bouwvoor en in de top van het esdek verwacht. De archeologische resten uit het LaatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd worden onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Verwacht wordt dat de vondstenlaag uit deze perioden is opgenomen onder in het esdek, waardoor sprake zal zijn van een cultuurlaag. Archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont.
In Bergharen is het dan ook aan te bevelen om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Aardewerk en houtskool zullen redelijk geconserveerd zijn. Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied
Periode
Verwachte grondlaag
2e wereldoorlog
Laag
Crashlocaties, veldgraven en onderduikholen, munitie (zie paragraaf 2.2)
In of direct onder de bouwvoor
Vroege Middeleeuwen - Nieuwe Tijd
Hoog
Resten van voormalige bebouwing, oud erf, akkers, erfgreppels, sloten
In of direct onder de bouwvoor
Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen
Hoog
Nederzettingsterreinen, begravingen, zandpaden, afvaldumps
In de top van de Chorizont
Bronstijd - IJzertijd
Hoog
Nederzettingsterreinen, urnenvelden, zandpaden, afvaldumps
In de top van de Chorizont
Hoog
In de top van de Chorizont, bij deze periode Nederzettingsterreinen, jachtkampen, dient rekening te worden haardkuilen, losse vuursteenstrooiingen gehouden met overstoven lagen
Laat-Paleolithicum-Neolithicum
2.5
Verwachte vindplaatstypen
Conclusie Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. De onderzoeksvragen uit Hoofdstuk 1 kunnen op basis van de resultaten van het bureauonderzoek als volgt beantwoord worden: •
Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Het plangebied is gelegen op een rivierduin, welke in de buurt van water is gelegen. Ter plaatse van het plangebied wordt rivierduinafzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen verwacht. Het plangebied wordt pas in de jaren ‘70 van de vorige eeuw bebouwd. De sloop en bouw van nieuwe bebouwing heeft de bodem vrijwel zeker verstoord. Op basis van door de opdrachtgever aangeleverde bouwtekeningen heeft de deze bebouwing de bodem tot 80 cmmv verstoord.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
22 van 44
Project Kenmerk
•
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm?
Ja. Binnen het plangebied kunnen zich archeologisch waardevolle lagen bevinden, zoals blijkt uit de vindplaatsen en vondsten die in de directe omgeving zijn gedaan. Binnen het plangebied bestaat de kans op het aantreffen van archeologische waarden uit alle perioden. Vondsten uit de Nieuwe tijd tot en met de Middeleeuwen worden direct in de bouwvoor verwacht. Oudere archeologische waarden worden als een vondstenlaag onder de bouwvoor verwacht. Archeologische sporen zullen zich in de top van de C-horizont bevinden. Het plangebied is vanaf circa 1970 deels bebouwd geraakt. Binnen het plangebied kunnen nog funderingsresten van deze bebouwing aanwezig zijn. Volgens de bouwtekeningen zouden de funderingsresten tot 80 cm-mv kunnen voorkomen. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt verwacht dat de fundering (diepte > 80cm-mv) van de nieuwe woning waardevolle archeologische lagen uit alle archeologische perioden zal verstoren. Hamaland Advies adviseert om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling vast te stellen. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) voor verkennende boringen opgesteld dat op 7 september 2021 namens gemeente Wijchen getoetst en geaccordeerd is door mw. E. van der Linden.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
23 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
3
Booronderzoek
3.1
Werkwijze Booronderzoek Op 8 september 2021 zijn conform het door de gemeente geaccordeerde Plan van Aanpak door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) met ondersteuning van H. van der Weide (veldmedewerker) ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal vijf (5) boringen gezet. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, de BRL SIKB 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak. De boringen zijn verkennend gezet met een 7 centimeter edelmanboor. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld en buiten de locaties van kabels en leidingen gezet. De exacte locaties van de boorpunten zijn met GPS ingemeten. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Alle boringen zijn doorgezet tot in de natuurlijke ongeroerde grond. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn droog gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
3.2
Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in bijlage 4. Een verstoringsdieptekaart is opgenomen in bijlage 5. De bodemopbouw binnen het plangebied is uniform. Onder de bouwvoor is sprake van een eerdlaag en in boring 2 en 3 een ouder plaggendek met daaronder een pakket dekzand dat geleidelijk overgaat in rivierduinafzettingen (zie Tabel 3). Alleen in boring 1 is op een dieper niveau een overstoven cultuurlaag aangetroffen (zie Afbeelding 12). Tabel 3: Bodemopbouw (boring 2)
Diepte (cm – mv) 0-55 55-120 120-155 155-240
240-290
Samenstelling Grijsbruin, matig siltig, fijn zand Bruin, iets humeus, matig siltig, fijn zand Lichtbruin, matig siltig, fijn zand Lichtgrijs, zwak siltig, fijn zand
Geel, zwak siltig, matig fijn zand met grindjes
Interpretatie Ap1; bouvwvoor A1; eerdlaag A2; eerdlaag C1; dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) C2; rivierduin (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen)
Interpretatie en conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? De bodemopbouw binnen het plangebied is uniform. Onder de bouwvoor is vanaf minimaal 40 cm-mv (boring 4) en maximaal 60 cm-mv (boring 5) een eerdlaag aangetroffen (A1-
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
24 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
horizont). In boring 2 en 3 is hieronder een ouder plaggendek waargenomen (A2-horizont). De eerdlaag en het plaggendek (A1- of A2-horizont) gaat geleidelijk over in het onderliggende intacte fijne dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 80 cm-mv (boring 4) en maximaal 155 cm-mv (boring 2) waargenomen. Het dekzand gaat vervolgens geleidelijk over in rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen). De overgang vindt op minimaal 185 cm-mv plaats in boring 3 en op maximaal 280 cm-mv in boring 1. In boring 1 is er in de top van het rivierduinzand sprake van een overstoven cultuurlaag. Deze uit bruine, humeuze, zwak siltig, matig fijn zand bestaande laag is tussen 240 en 280 cm-mv aangetroffen. Erboven ligt een pakket dekzand (C1- en C2-horizont) en eronder ongeroerd rivierduinzand (C4-horizont). Op basis van de stratigrafie wordt deze laag in de Prehistorie gedateerd.
Afbeelding 12: Foto van het boorprofiel van boring 1 met tussen 240 en 280 cm-mv een donkere humeuze overstoven (begraven) cultuurlaag.
-
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? Onder de subrecente bouwvoor is sprake van een intact bodemprofiel. De maximale verstoringsdiepte bedraagt 60 cm-mv in boring 5.
-
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan? In drie boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de A1-horizont. De diepte waarop de vondsten aangetroffen zijn varieert tussen 60 en 140 cm-mv. In onderstaande tabel (zie Tabel 4 en Afbeelding 13) is een overzicht van de vondsten weergegeven. Het betreft in alle gevallen handgevormd aardewerk, waarvan alleen bij vondstnummer 3 goed zichtbaar is dat er sprake is van zandmagering. Vondstnummer 1 en 2 kunnen in de
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
25 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
IJzertijd gedateerd worden. Vondstnummer 3 betreft een fragment Kogelpotaardewerk uit de Vroege of Late Middeleeuwen. Tabel 4: Overzicht van tijdens het booronderzoek aangetroffen archeologische indicatoren
Vondst 1
Boring 1
Diepte 120-140; A1
2
5
60-120; A1
3
3
90; A1
Omschrijving 3 kleine wandfragmenten aardewerk, inwendig grijs, uitwendig oranje 2 kleine wandfragmenten aardewerk, inwendig grijs, uitwendig oranje 1 groot wandfragment aardewerk met zandmagering, inwendig grijs, uitwendig oranje
Datering IJZ IJZ VMELME
Afbeelding 13: Fragmenten handgevormd aardewerk uit de boringen van de Molenweg 28 te Bergharen, met van boven naar onderen vondstnummer 1, 2 en 3.
-
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan? Zoals hierboven beschreven, zijn er drie relevante archeologische niveaus aangetroffen. Allereerst is er sprake van een eerdlaag met fragmenten aardewerk uit de IJzertijd en de Vroege of Late Middeleeuwen (A1-horizont). De top hiervan is op minimaal 40 cm-mv (boring 4) en maximaal 60 cm-mv (boring 5) aangetroffen. De minimale dikte van de laag bedraagt 40 centimeter (boring 4); de maximale dikte 95 centimeter (boring 1). Vervolgens is in boring 2 en 3 sprake van een ouder plaggendek, die in boring 2 tussen 120 en 155 cm-mv voorkomt en in boring 4 tussen 100 en 120 cm-mv. De dikte bedraagt dus respectievelijk 35 en 20 centimeter. De laatste archeologische laag is de overstoven cultuurlaag in boring 1. Deze is tussen 240 en 280 cm-mv aangetroffen en heeft een dikte van 40 centimeter. Op basis van de stratigrafische ligging wordt deze laag in de Prehistorie
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
26 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
gedateerd. Vanwege het ontbreken van vondstmateriaal is een preciezere datering vooralsnog niet mogelijk. -
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? Op basis van het bureauonderzoek werd verwacht dat er sprake was van een rivierduin met daarop een afdekkende laag dekzand. Het booronderzoek heeft aangetoond dat dit het geval is. De archeologische lagen komen vanaf 40 cm-mv voor, waardoor de verwachting dat de bodem ter plaatse van de bebouwing gedeeltelijk verstoord is, ook bevestigd kan worden. Bouwdossieronderzoek heeft namelijk aangetoond dat de funderingen tot 80 cm-mv reiken. Uit het booronderzoek blijkt tevens dat de bodemverstoring net buiten het huidige bouwvlak beperkt is tot circa 40 cm-mv. De hoge archeologische verwachting voor alle perioden (inclusief overstoven bodems) kan gehandhaafd worden. In bijlage 6 is een overzichtskaart opgenomen met de locatie van de huidige bebouwing en de nieuwbouw.
-
Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt? Proefsleuvenonderzoek wordt de meest geschikte methode geacht om de aanwezige vindplaatsen te karteren en waarderen. Voorafgaand aan een Proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst zal worden door de beleidsadviseur archeologie (mw. E. van der Linden).
Afbeelding 14: Impressie van de onderzoekslocatie ten tijde van het booronderzoek. Foto genomen vanaf het zuiden richting het noorden.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
27 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
4
Conclusie en aanbeveling
4.1
Conclusie Bureauonderzoek Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. Deze hoge verwachting is gerelateerd aan de landschappelijke situatie. Het plangebied is gelegen op een hoger in het landschap liggend rivierduin in de buurt van water. Resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Tweede Wereldoorlog worden direct in of onder de bouwvoor verwacht. De archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd worden onder de bouwvoor en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. In Wijchen is het dan ook aan te bevelen om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Aardewerk en houtskool zullen redelijk geconserveerd zijn. Booronderzoek De bodemopbouw binnen het plangebied is uniform.
Onder de bouwvoor is vanaf minimaal 40 cmmv (boring 4) en maximaal 60 cm-mv (boring 5) een eerdlaag aangetroffen (A1-horizont). In boring 2 en 3 is hieronder een plaggendek waargenomen (A2-horizont). De eerdlaag en het plaggendek (A1- of A2-horizont) gaat geleidelijk over in het onderliggende intacte fijne dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 80 cm-mv (boring 4) en maximaal 155 cm-mv (boring 2) waargenomen. Het dekzand gaat vervolgens geleidelijk over in rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen). De overgang vindt op minimaal 185 cm-mv plaats in boring 3 en op maximaal 280 cm-mv in boring 1. In boring 1 is in de top van het rivierduinzand sprake van een overstoven cultuurlaag. Deze uit bruine, humeuze, zwak siltig, matig fijn zand bestaande laag is tussen 240 en 280 cm-mv aangetroffen. Erboven ligt een pakket dekzand (C1- en C2-horizont) en eronder ongeroerd rivierduinzand (C4-horizont). Op basis van de stratigrafie wordt deze laag in de Prehistorie gedateerd.
4.2
Selectieadvies Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In het plangebied bevinden zich archeologische waarden die met de geplande ontwikkelingen verloren kunnen gaan. Proefsleuvenonderzoek wordt de meest geschikte methode geacht om de aanwezige vindplaatsen te karteren en waarderen. Voorafgaand aan een Proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst zal worden door de beleidsadviseur archeologie (mw. E. van der Linden).
4.3
Selectiebesluit Het definitieve rapport en het selectieadvies zijn op 21-12-2021 beoordeeld door het bevoegd gezag37. De gemeente Wijchen sluit zich aan bij het selectieadvies dat vervolgonderzoek nodig is. De archeologische lagen kunnen vanaf 40 cm onder maaiveld voorkomen en de funderingsdiepte 37
Brief van mw. E. van der Linden (beleidsadviseur archeologie) namens gemeente Wijchen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
28 van 44
Project Kenmerk
: BO en IVO plangebied Molenweg 28 te Bergharen, gemeente Wijchen : DIR/HAMA/MWB/213234
voor de nieuwbouw gaat dieper, ca. 80-100 cm onder maaiveld. 2 De zuidelijke nieuwe woning ligt voor een groot deel buiten het bouwvlak van de oude woning (ca. 50 m2). Voor deze woning is archeologisch vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Als de nieuwe fundering niet dieper wordt gelegd dan de oude fundering kan het onderzoek beperkt blijven tot het gedeelte buiten de fundering van de oude woning is gepland. Als de fundering wel dieper wordt gelegd, is onderzoek nodig voor de gehele nieuwe woning. Dit vervolgonderzoek mag ook worden uitgevoerd in de vorm van archeologische begeleiding (protocol proefsleuvenonderzoek) bij de aanleg van de fundering. Als de nieuwe fundering voor de noordelijke woning op dezelfde diepte wordt gepland als de oude fundering is voor de bouw van deze woning geen vervolgonderzoek nodig, omdat de nieuwe woning grotendeels ter plaatse van de oude woning wordt aangelegd. Het gedeelte buiten de bestaande fundering is dan te klein om archeologisch onderzoek zinvol te laten zijn. Maar als de locatie van de nieuwe woning toch verder buiten het bouwvlak van de oude woning wordt geplaatst, kan archeologisch vervolgonderzoek alsnog nodig zijn. Dat geldt ook als de fundering van de nieuwe woning dieper komt te liggen dan de fundering van de oude woning.
Het archeologisch onderzoek moet worden vastgelegd in een rapport, dat moet worden beoordeeld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Voor een proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen nodig, dat eveneens moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag.
4.4