Bijlage 6: Programma van Eisen zwembad De Meerval, mei 2023
Tekst van het document
Geluidsproductie
Spectrum
Toegestaan achtergrond-geluidsniveau
Horeca
85 dB(A)
Popmuziek
45 dB(A)
Wedstrijdbassin
80 dB(A)
Sport, toeschouwers
45 dB(A)
Recreatiebassin
85 dB(A)5
Popmuziek
45 dB(A)
Overige verblijfsruimten
75 dB(A)
Spraak
40 dB(A)
Discozwemmen
Het toegestane achtergrondgeluidsniveau is het maximaal aanwezige geluidsniveau in de betreffende ruimte als gevolg van de interne geluidsproductie conform bovenstaande tabel. Verder geldt dat het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een aangrenzende ruimte niet kleiner is dan 47 dB(A).
5.5.2 Diverse exploitatie technische aandachtspunten Vanuit de exploitatie dienen de onderstaande aandachtspunten opgenomen te zijn in het ontwerp: •
Hinderlijk licht-/zoninval in de ruimten dient te worden voorkomen;
•
Schilderijrail in kantoor- en personeelsruimte;
•
Stormankers op vluchtdeuren;
•
Hoekbeschermers op buitenhoeken in verkeersruimten;
•
Deurstoppers;
•
Hoofdverkeersruimte breedte doorgang minimaal 1,50 meter;
•
Wandtegelwerk in kleedkamergebied personeel en toiletruimten tot 200 mm boven plafond;
•
Wandtegelwerk in zwemzaal bij peutergebied tot minimaal 2,00 meter hoog;
•
Plafond akoestisch uitvoeren, opgehangen aan gecoate noniushangers;
•
Alle houten binnendeurkozijnen voorzien van hardsteen of kunststof neuten minimaal 150 mm hoog;
•
Brandslanghaspels in brandslanghaspelkasten verwerkt vlak in de wand.
5.6 Installaties algemeen Installatiecomponenten zoveel als mogelijk buiten bereik van publiek aanbrengen in separate ruimtes (technische ruimtes). Daar waar in verblijfsruimtes toegepast en verlaagde plafonds aanwezig zijn, de componenten opnemen in het plenum boven het plafond. Leidingwerk (waterleidingen, mantelbuizen, kabels) in de wanden wegwerken. In de zwembadomgeving hangende componenten voorzien van een extra safety ketting.
5
Aangenomen wordt dat 85 dB(A) popmuziek in het zwembad niet gelijktijdig zal plaatsvinden en deze activiteit uiterlijk 23:00 uur zal zijn afgelopen.
25
5.6.1 Algemeen sanitair Al het sanitair dient vrij van de grond te worden aangebracht in verband met schoonmaak. Al het sanitair (zoals douches, toiletten, kranen op wastafels, etc.) dienen bediend te worden door middel van sensoren. Deze zijn aangesloten op een vaste voeding (niet batterij gevoed). Alle douches dienen voorzien te zijn van een automatisch spoelsysteem, welke de individuele douches automatisch kan laten ‘aan’ gaan (frequentie op basis van beheersplan Legionella) en het totale systeem thermisch kan laten spoelen. In de drinkwaterinstallatie rekening houden met automatische doorspoeling van leidingen (ook koud waterleiding), geen dode einden en het einde van de leiding bijvoorbeeld op een automatisch spoelend toilet of suppletie zwembad aansluiten. Kranen op wastafels dienen voorzien te zijn van stopkranen direct onder de wastafel. Achter uitstortgootstenen of wasbakken is tegelwerk aangebracht.
5.6.2 Brandbeveiligingsinstallatie Brandslanghaspels aanbrengen in inbouw haspelkasten met handbrandmelders in de deur geïntegreerd. Brandslanghaspels in corrosiebestendige kunststof uitvoering, gemonteerd in kunststof haspelkasten. De haspelkasten voorzien van inbouwruimte voor een ontruimingsmelder.
5.6.3 Wateraansluitpunten schoonmaak zwembad (peutergebied) In het nieuwe peutergebied voldoende wateraansluitpunten opnemen om de schoonmaakwerkzaamheden mogelijk te maken met een maximale lengte 15 m1 schoonmaakslang.
5.6.4 Vandalisme en veiligheid Wandcontactdozen in publieksruimten voorzien van kinderbeveiliging. Contactdozen voor algemeen gebruik in kleedruimten en verkeersgebieden plaatsen op een hoogte van 2.000 mm +vloer. Aanpassen van de inbraakinstallatie, de brandmeldinstallatie en de mindervaliden signalering. Vluchtdeuren in publieksruimtes voorzien van een akoestisch alarm, waarbij oneigenlijk gebruik (ook bij uitgeschakelde inbraakinstallatie) gesignaleerd wordt bij de receptiebalie.
5.6.5 Interne infrastructuur Bekabeling bij voorkeur opnemen in kabelgoten. Hierbij een strikte scheiding tussen zwakstroombekabeling en 230V/400V bekabeling. De kabelgoten zó dimensioneren, dat bij oplevering maximaal 80% vulling plaats vindt, dit ten behoeve van toekomstige uitbreiding. Afgaande kabels in gebruiksruimtes opnemen in mantelbuizen in de (binnen- en buiten) wanden. In zwemzaal en ruimtes waar zwembadlucht aanwezig is, dienen lasdozen geschikt te zijn voor toepassing in een chloride omgeving.
5.6.6 Alarmering en calamiteiten Ingeschakelde inbraaksignalering zal onnodig ingeschakelde systemen en verlichting afschakelen en alle functies terugschakelen naar de basisinstelling (veegschakeling). Uitgeschakelde inbraaksignalering zal oriëntatieverlichting ter plaatse van de verkeerswegen inschakelen (waakfunctie). Bij detectie van een inbraak zal de verlichting in verkeerswegen inschakelen. De (nood)oproepen uit de MIVA’s en verzamelde urgente storingsmeldingen uit de verschillende installaties worden weergegeven ter plaatse van de receptiebalie. Storingsmeldingen en (nood)oproepen worden vergezeld door middel van een tekstueel instructiescherm. De instructies zijn door de exploitant aan te passen. Brandmeldingen (automatisch en handbrandmeldingen) worden op de brandmeldcentrale gesignaleerd. Het akoestisch signaal van de brandmeldinstallatie dient in de receptie hoorbaar te zijn (naast of behoudens een eventueel slow whoop signaal). 26
5.6.7 Lichtinstallaties Alle verlichting dient in LED uitgevoerd te worden. De schakeling van de verlichting dient via een 0-10V sturing te zijn, behoudens de DMX-gestuurde verlichting. De verlichting in het pand dient centraal gestuurd te worden vanuit de receptiebalie, het zwembaddeel (inclusief kleedruimten) dient ook vanuit de zwemzaal bediend te kunnen worden. Uitvoeringswijze handbediening mag met puls schakelaars op knoppentableau ’s en behoeft niet middels een touchscreen. De verlichtingsinstallatie van de horeca en multifunctionele ruimte automatisch schakelen op aanwezigheid. De verlichting schakelt automatisch in op de hoge stand, door de centrale bediening (receptiebalie is gekoppeld aan de horeca) is het mogelijk de lichtsterkte te dimmen en verschillende scenes te schakelen (scenes vooraf te programmeren door ON op basis van overleg met exploitant, scenes met gebruikmaking van hoofd- en sfeerverlichting). Na een periode van afwezigheid zal de automatische schakeling worden gereactiveerd (tot ingestelde dimstand/scene). Er worden gescheiden groepen voor verlichting en wandcontactdozen aangebracht in de te renoveren ruimten. De verlichting wordt per ruimte groter dan 100 m² over ten minste twee eindgroepen verdeeld.
De nood- en vluchtweg verlichting wordt op (per ruimte of groep van ruimten) op dezelfde eindgroepen aangesloten als de verlichting, zodat bij storing in de betreffende groep (en lichtuitval) de noodverlichting aan gaat. Bij het ontwerp van de verlichtingsinstallaties is de sfeer in het gebouw van groot belang. De verlichtingsinstallaties moeten dusdanig worden ontworpen dat sprake is van sfeerverlichting in publieksruimten. Alle verlichting uitvoeren met hoogwaardige LED-lichtbronnen en drivers afkomstig van fabrikanten met in Nederland gevestigde dealers. Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten: •
Minimale armatuurrendement 110 lumen per watt;
•
Te verwachten levensduur 50.000h/CLO voor de armaturen ter plaatse van de zwemzaal. 50.000h/L80 ter plaatse van intensief gebruikte ruimten en 50.000h/L70 voor de armaturen ter plaatse van minder intensief gebruikte ruimten;
•
Voor de berekening kan uitgegaan worden van een schoonmaakcyclus van 3 jaar met een normale vervuiling;
•
Kleurweergave (CRI) minimaal 80 Ra;
•
Lage kleurtolerantie van MacAdam 3 SDCM of beter;
•
Voor de Drivers een verwachte levensduur van 100.000h/10% uitval, cos phi minimaal 0,90, minimaal 90% efficiëntie en een ripple kleiner dan 8%.
5.6.8 Noodverlichting De noodverlichtingsarmaturen uitvoeren in onderhoudsvriendelijke uitvoering. Het noodverlichtingssysteem uitvoeren met een automatisch inspectie- en onderhoudssysteem. Automatische functietesten dienen buiten openingstijden plaats te vinden. Bij toepassing van batterijen deze voorzien van een door de leverancier afgegeven garantieperiode van minimaal 4 jaar.
5.6.9 Universeel datanetwerk Actieve ICT- en telefonieapparatuur is momenteel al aanwezig. De universeel te gebruiken passieve data aansluitingen maken deel uit van de leveringsomvang van de ON. De benodigde actieve componenten 6 ten behoeve van het functioneren van de CCTV-installatie, Wifi netwerk, GBS en gebouw-gebonden hardware7 dienen door ON geleverd en in gebruik gesteld te worden. ON verstrekt uiterlijk twee weken voor oplevering een overzicht met de toegepaste componenten met hun MAC-adressen, teneinde de exploitant deze in haar netwerk (LAN) kan opnemen.
6 7
Switches, PoE Switches, Acces Points, etc. Meet- en regelkasten GBS, lichtbesturing en overige IP gebaseerde systemen
27
Het universeel te gebruiken bekabelingsysteem voldoet minimaal aan de categorie 6a standaard en dient te worden opgeleverd met een door de systeemleverancier af te geven garantie op materiaal, arbeid- en applicatiegarantie voor een periode van 25 jaar.
5.6.10Omroep- en geluidinstallatie De huidige omroep- en geluidinstallatie dient te worden aangepast waarbij in elke nieuwe ruimte (horeca, multifunctionele ruimte en peutergebied) een ander programma kan worden gedraaid. De bediening dient zowel centraal als lokaal te regelen te zijn. Alle toe te passen componenten dienen geschikt te zijn voor de klimatologische omstandigheden van de betreffende ruimte. Centrale apparatuur zoals versterkers en centrale audiobronnen in 19”-rack opstellen buiten het bereik van bezoekers. Centraal worden de maximale (zone-)volumes en dergelijke ingesteld. Ter plaatse van elke nieuwe ruimte (peutergebied, de horeca en de multifunctionele ruimte) inkoppelpunten opnemen voor het aansluiten van mobiele devices (RCA +3,5 mm jack) en microfoon (XLR). Voor de mobiele devices dient een 230 Volt wandcontactdoos en een voorziening voor het neerleggen van de device en microfoon aanwezig te zijn. De lokale bedieningsmogelijkheden omvat het na-regelen van het geluidsvolume en er kan gekozen worden voor de centraal en lokaal aan te sluiten audiobronnen en koppeling van het geluid uit alle andere zones/ruimtes. De receptiebalie voorzien van een microfoontableau waarmee kan worden omgeroepen binnen de verschillende zones en over all (alle zones).
In geval een algemene oproep vanuit de receptiebalie (alle zones of een specifieke zone) dient de betreffende zone(s) overruled te worden (ook als het volume zacht of uitstaat). De mee te leveren centrale audiobronnen omvat een (DAB+) tuner, CD-wisselaar, MP-3 speler (harddisk), USB-player. Tevens dienen er in totaal 1 (één) draadloze microfoon en 2 (twee) headsets te worden meegeleverd met laadstations. Het vermogen van de installaties dient dusdanig te zijn dat deze bepaald zijn op het beoogde gebruik.
5.6.11Bijkomende werkzaamheden Voor het realiseren van de diverse werkzaamheden moeten de benodigde installaties worden uitgeschakeld (denk hierbij onder andere aan: LBK’s, verlichting, zwembadtechniek etc.). ON dient het systeem uit te zetten en het zwembad leeg te laten lopen om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Ook zal ON het bassin weer vol dienen te laten lopen en te conditioneren. Indien er beheersmaatregelen nodig zijn gedurende de renovatiefase zal de ON dit uitvoeren. Uitgangspunt is het weer volledig operationeel (gebruiksklaar) overdragen van het zwembad aan OG die hem weer aan de exploitant overdraagt. Het zwembad zal gedurende 36 weken gesloten zijn voor publiek om gerenoveerd te kunnen worden. Daarna zal het wedstrijdbassin, de kleedruimten en het recreatiebassin weer gebruikt moeten worden.
28
29