CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5: Bijlagen bij de toelichting

Raad openbaar Wijchen 25 mei 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 92571 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen22.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -

VAB Woordsestraat1-3 Wijchen Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -

VAB Woordsestraat1-3 Wijchen Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.BGBwoordsestr1en3-DFBP

Status:

vastgesteld

Datum:

7 april 2023

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Inrichtingsschets Woordsestraat 1-3

6

Bijlage 2

Natuurinclusief landschapsplan

8

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Woordsestraat 3

21

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

186

Bijlage 5

Aanvullend faunaonderzoek

221

Bijlage 6

aanvullend onderzoek mussen en vleermuizen

237

Bijlage 7

AERIUS-berekening gebruiksfase

256

Bijlage 8

Archeologisch vooronderzoek

262

Bijlage 9

Rapport omgevingskwaliteit

313

Bijlage 10

Watertoets

348

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

3

4

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

5

Bijlage 1

6

Inrichtingsschets Woordsestraat 1-3

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

 





0

10

20

30

40

50m

N



  

P201256 April 2022 Schetsontwerp Woordsestraat, Wijchen

Bijlage 2

8

Natuurinclusief landschapsplan

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Pouderoyen Tonnaer Is een handelsnaam van Pouderoyen BV

MEMO / ADVIES Aan:

JK Consultancy

T.a.v. :

mevrouw J.M.P. Kamp

Van:

de heer ir. L.A.W. van Berkel

Datum:

14 oktober 2021

Betreft:

Woordsestraat 1-3 Natuurinclusief Plan

Project:

P201256

Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

Geachte mevrouw J.M.P. Kamp, Voor Woordsestraat 1-3 in de gemeente Wijchen hebben wij een plan voor de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de VAB-ontwikkeling uitgewerkt. In het kader van het KPI-traject is geconstateerd dat er nog een aanvulling wenselijk is voor wat betreft het puntje ‘natuurinclusief bouwen’. De wijze waarop daaraan invulling gegeven kan worden op deze locatie, is in voorliggend memo uitgewerkt. In een vervolgfase kan e.e.a. nader worden gedetailleerd en aangevuld op basis van een nog uit te voeren ecologische quickscan, die evenwel pas bij een planologische procedure aan de orde zal zijn. In voorliggende notitie is aangeven op welke wijze ecologische waarden geïntegreerd worden in het bouwplan en in het landschapsplan.

Pouderoyen BV

P201256.003/LBE, pagina 2 van 11

Natuurinclusief bouwen Op de locatie blijft de bestaande woonboerderij met 2 woningen en aangebouwde bijgebouwen behouden. De rieten kap op de hoofdbouw vormt een ecologisch meest waardevolle daktoepassing, die voortdurend wordt beheerd en onderhouden. De rieten kap en de zadel- en schilddaken op de aanbouwen verschillende overstekken, goten of druiplijnen, waaronder nestelmogelijkheden voor o.a. zwaluwen behouden blijven. Ook de verschillende oudere gevels, baksteen met deels openingen in stootvoegen, kleine gaten etc. bieden ruimte aan eventueel vleermuizen, mussen en insecten. De nieuwbouw zal worden gerealiseerd in de vorm van vier vrijstaande woningen. Deze worden uitgevoerd in een landelijke woonstijl met bijpassende architectuur en detaillering, passend in dit buurtschap. Dit betekent o.a. toepassing van zadeldaken met ruime overstekken en traditionele bouwmaterialen. In het bouwplan worden natuur-inclusief oplossingen meegenomen zoals: -

-

Vleermuizen, mussen en zwaluwen: toegankelijke nokvorsten, gevelpannen en vleermuisen huismuspannen bij pannendak, vleermuiskasten, nestplanken en nestkasten onder de overstekken en/of in de muur geïntegreerd voor vogels, open stootvoegen in de buitenmuur met toegang naar de spouw; Insecten: openingen in de gevel, insectenhotels in gevelstenen geïntegreerd en insectentoegankelijke kieren, spleten en gaten in gevels, dakrandaansluitingen, etc. en toepassing van hout, waartussen insecten kunnen verblijven, bijvoorbeeld bij een gepotdekselde gevel.

Bovendien worden bestaande erfverhardingen en recentere stalgebouwen gesloopt, waardoor ruimte wordt gemaakt voor boerentuinen (zie hierna), die ecologisch veel meer divers en waardevol zijn dan de bestaande erfverhardingen.

Ecologische meerwaarde landschapsplan In toenemende mate wordt een waardevol en aantrekkelijk landschap geassocieerd met een ecologisch rijk, natuurlijk gebied. Een hoogwaardige en gradiëntrijke, robuuste ecologische inrichting is daarmee onderdeel van een goede landschappelijke inrichting, naast dat dit een extra laag vormt in het ruimtegebruik. Tegelijkertijd wordt met de landschappelijke inpassing, gericht op gebiedseigen beplantingsstructuren en plantsoorten, een rijker, meer divers netwerk van groen gerealiseerd, dat als ecologisch raamwerk gebiedsversterkend is. Zoals eerder onderzocht, maakt de planlocatie en de ruimere omgeving geen deel uit van ecologisch beschermde gebieden. Wel heeft het gebied zijn eigen intrinsieke ecologische waarde, die met dit plan versterkt zal worden. De belangrijkste

P201256.003/LBE, pagina 3 van 11

natuurwaarden in de ruime omgeving van het plangebied worden gevonden in wegbermen, slootkanten, bosjes en lijnvormige beplantingen, welke ook aanwezig zijn langs de bestaande wegen Rijdtsestraat en Woordsestraat. De cultuurgronden binnen deze straten en het grotendeels verharde erf bij de bestaande boerderij hebben door het moderne agrarische gebruik nog slechts een gering belang voor weide- en akkervogels. Vooral de erven in de omgeving vormen voor vele soorten vogels van het kleinschalige agrarische cultuurlandschap een belangrijke broedplaats. Ook onderhavig erf zal daarvoor versterkt worden. Hierna is het landschapsplan weergegeven dat voor deze VAB-ontwikkeling is uitgewerkt. Daarin zijn gebiedseigen landschapselementen bijeengebracht tot een samenhangende nieuwe landschapsstructuur rond een gezamenlijk erf van woningen. Om de ecologische waarde te versterken worden de landschappelijke maatregelen zoals hierna weergegeven en beschreven tevens met de volgende ecologische doelstellingen gerealiseerd.

P201256.003/LBE, pagina 4 van 11

Lijnen in het landschap Momenteel vormt de laanbeplanting langs de Rijdtsestraat een gefragmenteerd, doodlopende ecologische structuur als oriëntatielijnen voor o.a. foeragerende vleermuizen, insecten en vogels. Daarnaast zijn deze lijnen monotoon qua structuur en soortensamenstelling. Met voorliggend plan worden verbindingen en doorlopende route gesloten en worden meer diverse randen toegevoegd, waardoor migratie- en foerageermogelijkheden sterk toenemen. De te realiseren ontbrekende schakels zijn in onderstaand beeld aangegeven en betreffen: -

Verspreid staande solitaire bomen en boomgroepen in de weide; Robuuste struweelhaag met enkele boomvormers, noord-zuid, tussen Woordsestraat en Rijdtsestraat, midden door het erf; Boomgaardrand, en haagbeplanting als verbindende schakel tussen voornoemde struweelhaag en de dubbele laanbeplanting noordelijk langs de Woordsestraat.

P201256.003/LBE, pagina 5 van 11

Fruitbomen, notenbomen en lindes Hoe klein ook; notenbomen en lindes in de weide en tuinranden en de boomgaard met hoogstamfruitbomen in de noordflank van de planlocatie zijn vanuit ecologische optiek een zeer waardevolle toevoeging in het landschap. Muizen en andere kleine zoogdieren profiteren van het valfruit en de noten. Soorten als egel, konijn, haas en ree kunnen foerageren in het bloemrijke grasland in de ondergroei. Voor vleermuizen kunnen de randen van de boomgaarden en rond de solitaire bomen – juist op deze plek samen met het bebouwde erf – een sluitstuk vormen in oriëntatielijnen in het landschap van opeenvolgende erven. Vogels vinden hier hun voedsel, schuil- en broedplaatsen. Dit geldt ook voor vele insecten, vlinders etc., waarvoor fruitbomen en lindes belangrijke waardsoorten zijn. De combinatie van hagen en de fruitbomen in de boomgaard, die meer schaduwrijk en vochtig is dan de bezonde erven, zal ruimte bieden aan vocht- en schaduw minnende kruidachtigen. Te denken valt aan soorten zoals hondsdraf, vogelmuur, ridderzuring, witte klaver, pinksterbloem, scherpe boterbloem, speenkruid, veldzuring etc. Om deze groeiplaatsfactoren te versterken, kan overwogen worden het dakwater van de gebouwen af te voeren naar de erfranden en juist daar te laten infiltreren.

P201256.003/LBE, pagina 6 van 11

Hagen De hagen rond het erf vormen lijnvormige dichte groenelementen die talloze vogelsoorten, kleine zoogdieren en insecten een schuilplaats, broedplaats en foerageerplaats bieden. De afwisseling van lagere en hoge hagen en de directe aansluiting op de boomgaard en bomenrijen langs de Woordsestraat en Rijdtsestraat en de gevarieerde boerenerfinrichting, leidt tot ecologisch waardevolle gradiënten en overgangen. De hagen geven verbinding aan de verschillende landschapselementen op en rond het erf, waardoor het erf en directe omgeving leefgebied kunnen vormen voor talloze diersoorten. De hagen en struwelen bestaan uit een mengsel van gebiedseigen beplantingen passend bij de standplaats met bloemdragende en vruchtdragende struik- en struweelsoorten zoals sleedoorn, hazelaar, kornoelje, veldesdoorn en diverse soorten wilgen (geoorde wilg, grauwe wilg, kraakwilg en schietwilg). Meer diversiteit wordt bereikt door groepsgewijs bijmenging toe te passen van bloeiende en besdragende soorten, zodat de landschappelijke en ecologische waarde wordt versterkt. Toegepast kunnen worden: egelantier, sporkehout, gewone vlier, kardinaalsmuts, krent en mispel.

P201256.003/LBE, pagina 7 van 11

Bloemrijke weiden in bufferzone In de weiden rond het boerenerf zullen drogere vormen van fauna- en kruidenrijke graslanden tot ontwikkeling worden gebracht. Door beplanting (zie hiervoor), zullen gradiënten ontstaan tussen natte en drogere standplaatsen en zon- en schaduwplaatsen, waardoor als vanzelf ook een gradueel verloop in de plansoorten zal ontstaan. Fauna- en kruidenrijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland of glanshaverhooiland behoren. Immers is ter plaatse de bodem door historisch landbouwkundig gebruik te rijk aan nutriënten. De vegetatie kan gegeven de groeiomstandigheden behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Het grasland wordt extensief beheerd. Het beheertype Fauna- en kruidenrijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Faunaen kruidenrijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. Het nu in te zaaien kruidenrijk grasland zal een tijdelijk fase zijn.

Na verloop van jaren zullen de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden geleidelijk verbeteren en zal de natuurwaarden en zeldzaamheid van het grasland geleidelijk toenemen. Fauna- en kruidenrijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Fauna- en kruidenrijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren.

P201256.003/LBE, pagina 8 van 11

Boerenerf Het boerenerf rond de bestaande en te realiseren woningen biedt, door zijn verscheidenheid aan planten, bomen, struiken, hoekjes, schuren en ruigten, aan vele planten en dieren een plaats om te schuilen, te foerageren of om zich voort te planten. Denk bijvoorbeeld aan zwaluwen, kerkuilen, zaadetende en insectenetende zangvogels, vleermuizen, kikkers, padden en salamanders (bij een tuinvijver of poel), egels, hermelijnen en wezels. Ook veel planten, struiken en bomen vinden een eigen plekje op het boerenerf. Bloemrijke randen, ruigtes met braam, de begroeiing van taluds langs sloten en hagen zijn daar een voorbeeld van. De erfbeplantingen zijn met name in de open gebieden van groot belang voor de flora en fauna. Door hun verscheidenheid in hoog-laag en dicht-open vormen ze in de meer open een grootschalige agrarische omgeving rond buurtschap Lunen een uitstekende schuil- en foerageerplaats. Ze zijn te beschouwen als eilandjes van opgaande beplanting in een open landschap. Deze eilandjes worden met elkaar verbonden door middel van verbindingszones (sloten, bermen, perceelsranden en houtwallen en -singels). De erven kunnen ook fungeren als tijdelijke verblijf- en rustplaats langs verbindingszones tussen meerdere erven. De afstanden tussen natuurgebieden zijn vaak groot en voldoende "stepping stones" en kunnen deze gebieden verbinden.

Zo wordt voorkomen dat de natuurgebieden eilanden worden die onbereikbaar zijn voor flora en fauna.

P201256.003/LBE, pagina 9 van 11

Fauna De toe te passen inheemse hagen, bomenrijen, solitaire bomen en fruitbomen, maar ook de droge fauna- en kruidenrijke graslanden en de boerenerven zijn waardevol als schuilgelegenheid, foerageergebied en migratielijnen in het landschap voor talloze diersoorten, zoals vogels, zoogdieren, insecten, vlinders etc. Binnen het boerenerf zullen aanvullende voorzieningen worden gerealiseerd die het rijke ecologische leven verdergaand versterken, zoals de plaatsing van enkele insectenen bijenkasten, takkenrillen en ook zullen de bloembedden deels braak gehouden worden als open zand, met veel licht en warmte, voor meer variatie in bodem- en vegetatiestructuur; randjes en open zand voor aan zandbodem gebonden insectensoorten, zoals bijenwolf, heidezandbij, heideviltbij en graafwespen en hun parasieten. Bloemrijke graslanden trekken veel algemene soorten aan zoals insecten (vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen, sprinkhanen en kevers), die op hun beurt weer insectenetende vogels aantrekken. Insectenrijke graslanden langs struweelranden of bomenrijen zijn jachtplekken voor vleermuizen. Bloemrijke graslanden vormen het leefgebied van diverse zoogdieren, zoals (spits)muizen, konijn, haas en egel.

Daarnaast zullen er in het plangebied enkele inrichtingsmaatregelen getroffen worden die voor specifieke soorten (maar ook voor andere soorten die vergelijkbare biotoopeisen stellen) een meerwaarde vormen: -

-

-

-

-

-

Steenuil: realisatie foerageergebied door extensief maaibeheer, kruidenzomen, planten met bessen/noten/vruchten in de hagen en op enkele plaatsen in de hagen hoge paaltjes (zitplaatsen) niet dicht langs de weg (donkerte en rust); Kerkuil: realisatie foerageergebied door open plekken met korte vegetatie, kruidenzomen, struweel, planten met bessen/noten/vruchten, paaltjes als ziten uitkijkpost, houtstapels, takkenrillen; Kleine marters: realisatie van foerageergebied aan de randen van het terrein bij en onder struiken/hagen, plekken met hoge bloemrijke vegetatie, dichte begroeiing, rommelhoekjes, takkenrillen; Das: realisatie van foerageergebied in het grasland met delen met een korte vegetatie, struiken met bessen/noten/vruchten, struiken/hagen en de appelgaard met valfruit; Bijen en zweefvliegen: insectenhotel in de fruitgaard, foerageergebied door toepassing van stuifmeel- en nectarbloemen, extensief en gefaseerd maaibeheer, vergraafbare open zandgrond in de zon (onder/aan de rand van hagen en op bezonde randen; Grondgebonden zoogdieren (egel, konijn): leefgebied, verblijfplaatsen in kruidenzomen, extensief maaibeheer, struweel, takkenrillen, heggen en hagen; Vleermuizen: realisatie foerageergebied in kruidenzomen, struiken/hagen.

P201256.003/LBE, pagina 10 van 11

Aan de rand van de boomgaard worden gespreid vier palen als uitkijkpost voor de steenuil en andere vogelsoorten geplaatst en in de fruitgaard een bijenhotel en uilenkast. Extensief en ook gefaseerd maaibeheer (deels korter gemaaid en deels ruiger) draagt bij aan de soortenrijkdom in zowel flora als fauna. Het bewust laten liggen/ aanbrengen van (delen van het) snoeihout aan de rand van de boomgaard en in het verlangde van hagen is ook van belang voor het bevorderen van biodiversiteit. Houtrot trekt schimmels en daardoor insecten aan. De insecten dienen als voedsel voor onder andere vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Door het inzaaien en inplanten van een variëteit aan soorten, wordt de huidige monocultuur in vegetatie geleidelijk vervangen door een meer divers, ecologisch robuust vegetatiepakket. Daarmee ontstaat een basis voor meer soortenrijkdom. Dit is alleen al voor de locatie zelf van waarde, maar ook als ecologische stapsteen naast andere lijnen en elementen van ecologische waarde in deze omgeving.

P201256.003/LBE, pagina 11 van 11

Slotnoot Wij hebben nog de ‘Ecologische quickscan Rijdtsestraat 7, Wijchen (uitgevoerd In het kader van de natuurwetgeving (2013) voor het destijds vervaardigde bestemmingsplan) nagelopen. Deze is wat gedateerd, maar geeft geen aanleiding voor verwachting beschermde soorten in het gebied. Evenwel zal, als in de inleiding aangegeven, bij de planologische procedure van de wijziging van de bestemming naar wonen op deze locatie ook een quickscan flora en fauna worden uitgevoerd, die zou kunnen leiden tot additionele ecologische maatregelen die wellicht nog niet benoemd zijn in voorliggend memo. Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet, Pouderoyen Tonnaer

de heer ir. L.A.W. van Berkel

 





0

10

20

30

40

50m

N



  

P201256 Oktober 2021 Schetsontwerp Woordsestraat, Wijchen

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Woordsestraat 3

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

21

VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCL. ASBEST (NEN 5740, NEN 5707 EN NEN 5897) Woordsestraat 3 in Wijchen

ORTAGEO Noordoost B.V.

ORTAGEO Zuidoost B.V.

ORTAGEO West B.V.

ORTAGEO Asbest B.V.

TITELBLAD

Opdrachtgever:

J.K. Consultancy Maasstraat 16a 5361 GG Grave

Rapportnummer:

214550/R01

Status rapport:

Definitief

Datum:

23 april 2021

Projectomschrijving:

Verkennend bodemonderzoek incl. asbest (NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897) Woordsestraat 3 in Wijchen

Rapport opgesteld door:

Ortageo Zuidoost B.V. Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: +31 24 397 57 62 E-mail: info@ortageo.nl

STD_R070_v013_20181207

INHOUDSOPGAVE 1 2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 7 Hypothese ................................................................................................................................................

7 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 7 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 9 Opzet ........................................................................................................................................................ 9 Resultaten .............................................................................................................................................. 10 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 12 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 12 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 13 5.2.1 Chemische parameters ...................................................................................................................... 13 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................

15 Toetsing aan de gestelde hypothesen .................................................................................................... 16 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 16 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 17

Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording

214550/R01

1

INLEIDING

In opdracht van J.K. Consultancy is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 uitgevoerd op de locatie Woordsestraat 3 in Wijchen (gemeente Wijchen). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (van agrarische bestemming naar woonbestemming). Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.

214550/R01

1/19

2

VOORONDERZOEK

Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.

Bron

Verwijzing/toelichting

1

Topografische kaart, kadastrale gegevens

Kadaster, opgenomen in bijlagen 1 en 6

2

Mondelinge / schriftelijke informatie van opdrachtgever

Verwerkt in dit hoofdstuk

3

Werkorganisatie Druten Wijchen

Verwerkt in dit hoofdstuk, omgevingsrapportage opgenomen in bijlage 6

Internetbronnen: A.

Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten

www.google.nl/maps

B.

Historische topografische kaarten

www.topotijdreis.nl opgenomen in bijlage 6

C.

TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)

www.dinoloket.nl

D.

Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)

E.

Provinciale bodematlas

http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_bodemver ontreinigingen, opgenomen in bijlage 6 https://www.gelderland.nl/bestanden/Geoteksten/Webmaps/Asbestdakenkaart/index.html, uitsnede kaart opgenomen in bijlage 6

F.

Ligging kabels en leidingen

www.klic-online.nl

www.bodemloket.nl, opgenomen in bijlage 6

4

5

Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie

Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk. Foto’s opgenomen onder bijlage 7.

6

Eigen archief Ortageo

Verkennend bodemonderzoek (nulsituatie) Woordsestraat 3 in Wijchen, rapportnr. 210511/R01 d.d. 20 juni 2019.

Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel.

214550/R01

2/19

Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres

Woordsestraat 3 in Wijchen

Kadastrale aanduiding

Gemeente Wijchen, sectie P, nummers 2388 en 2389 (gedeeltelijk)

Kadastrale oppervlakte

17.540 m² (totaal beide percelen)

Oppervlakte onderzoekslocatie

16.690 m2

Eigenaar

Perceel 2388: de heer A.G.J. Gerrits en mevrouw W.M.P. Remmers Perceel 2389: de heer F.F.H Gerrits en mevrouw N.E. Arts

Algemene omschrijving

Veehouderij, akkerbouw-, loon- en grondverzetbedrijf

Bebouwing

Woning en enkele schuren

Verharding

Inpandig: Klinkers en beton Buitenterrein: Een deel van het gebied rondom de bedrijfswoning en schuren (erf) is verhard met klinkers en beton(platen) en deels voorzien van een laag van gebroken puin. Onder de klinkers is een circa 0,25 meter dikke puinlaag aanwezig. De laag gebroken puin is pas enige jaren geleden aangebracht en betreft gecertificeerd menggranulaat.

De situering van de onderzoekslocatie is met een rode contour globaal op onderstaande afbeelding aangegeven.

Afbeelding 1: Luchtfoto onderzoekslocatie (bron 4A)

Bodemgebruik In de volgende tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving.

214550/R01

3/19

Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie

Historisch

De locatie is gelegen in het buitengebied ten zuiden van Wijchen en voor zover bekend altijd in gebruik geweest ten behoeve van: boerderij (bedrijfswoning met schuren) met boomgaarden, bouw- en weilanden. Op de locatie is voor 1900 al bebouwing aanwezig.

Uit historische kaarten (bron 3B) blijkt dat delen van de onderzoekslocatie wisselend in de periode tussen globaal 1930 en 1965 in gebruik zijn geweest ten behoeve van de fruitteelt (als boomgaard). Vanwege het veelvuldig gebruik van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de fruitteelt is de bovengrond/toplaag derhalve verdacht voor eventueel verontreiniging met OCB. In het kader van het oprichten van het veehouderij, akkerbouw-, loon- en grondverzetbedrijf is in juni 2019 een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd (bron 6, zie verder paragraaf 2.3). Door de opdrachtgever is aangegeven dat in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning de toen onderzochte verdachte activiteiten thans niet onderzocht hoeven te worden.

Huidig

Veehouderij, akkerbouw-, loon- en grondverzetbedrijf

Toekomstig

De bedrijfsactiviteiten worden beëindigd. De stallen worden gesloopt en daarvoor in de plaats komen woningen en de bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen.

Verder bestaat de dakbedekking van de bedrijfswoning en de grote schuur deels uit asbestcement golfplaten (bron 4E) waarbij geen goten aanwezig zijn voor de afvoer van regenwater. Bovendien heeft de kleinere schuur een dak gehad dat uit asbestcementplaten bestond (reeds gesaneerd). De directe omgeving rond de schuren en de druppelzones zijn derhalve verdacht voor eventuele verontreiniging met asbest. Verder is de puinlaag onder de klinkerverharding verdacht voor eventuele verontreiniging met asbest.

Voor zover bekend geen

Directe omgeving Historisch

Agrarische doeleinden

Volgens Bodemloket is op de locatie Woordsestraat 1 een ondergrondse HBO-tank aanwezig. Deze is voor zover bekend niet relevant voor de onderzoekslocatie

Huidig

Agrarische doeleinden

Voor zover bekend niet relevant voor de onderzoekslocatie

Toekomstig

Agrarische doeleinden

Voor zover bekend niet relevant voor de onderzoekslocatie

Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Bij Bodemloket, provincie Gelderland en Werkorganisatie Druten Wijchen is geen informatie voor de onderzoekslocatie zelf beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering (zie gegevens opgenomen in bijlage 6). In opdracht van JK Consultancy is door Ortageo Zuidoost B.V. in 2019 het volgende onderzoek op de locatie uitgevoerd: Verkennend bodemonderzoek (nulsituatie) Woordsestraat 3 in Wijchen (bron 6). De aanleiding voor het onderzoek betrof de bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen ingediende melding Activiteitenbesluit milieubeheer voor het op de locatie starten van een veehouderij, akkerbouw-, loon- en grondverzetbedrijf. Omdat op de locatie door het bedrijf potentieel bodemverontreinigende activiteiten zouden worden verricht, diende een nulsituatie bodemonderzoek te worden uitgevoerd (brief ODRN met kenmerk OD50/W.Z18.109957.01/D190059302 d.d. 14 februari 2019). De tekening uit voornoemd onderzoek is opgenomen onder bijlage 6.

214550/R01

4/19

Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: Deellocatie A: bovengrondse dieseltank en aftankplaats In de grond en het grondwater is geen verontreiniging met aardolieproduct aangetoond. Deellocatie B: opslag oliën, verf/oplossers en koelvloeistof In de grond is geen verontreiniging met glycolen, metalen, minerale olie, vluchtige aromaten (BTEXN) en vluchtige minerale olie aangetoond. In het grondwater is alleen voor koper een lichte verontreiniging c.q. overschrijding van de streefwaarde aangetoond. Glycolen, minerale olie, vluchtige aromaten (BTEXN) en vluchtige minerale olie zijn in het grondwater niet aangetoond bij de door het laboratorium gehanteerde bepalingsgrenzen. Deellocatie C: opslag vaste mest en spoelplaats laadklep veewagen In de grond is geen verontreiniging voor de parameters van het standaardpakket aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen c.q. overschrijdingen van de streefwaarden voor nikkel en zink aangetoond. Voor fosfaat is een gehalte van 6,8 mg P/l aangetoond. Kjeldahl-stikstof is niet aangetoond bij de door het laboratorium gehanteerde bepalingsgrens van 0,5 mg N/l. Directe omgeving Voor zover bekend is in de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd.

Voor de locatie Woordsestraat 1 wordt bij Bodemloket vermeld: “De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.” Een bodemonderzoek wordt zowel bij Bodemloket en provincie Gelderland niet vermeld (zie gegevens opgenomen in bijlage 6).

Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de volgende afbeeldingen. In afbeelding 2 is de situering van de dwarsdoorsnede weergegeven.

Afbeelding 2: Situering dwarsdoorsnedes (bron 4c)

214550/R01

5/19

Afbeelding 3: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II.1 (bron 4c)

Afbeelding 4: Landelijk model DGM v2.2 (bron 4c)

De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 2,5 m –mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket noord tot noordwestelijk. Op circa 1,5 kilometer zuidelijk van de locatie bevindt zich rivier de Maas. Deze heeft grote invloed op de grondwaterstanden en de –fluctuaties. Afhankelijk van de waterstand is sprake van kwel of wegzijging. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.

214550/R01

6/19

3

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese

Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de voorinformatie is voor de gehele onderzoekslocatie uitgegaan van een 'verdachte locatie' omdat: • Door het voormalig gebruik ten behoeve van de fruitteelt (boomgaard) een eventuele verontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de bovengrond is te verwachten, • Doordat de locatie al voor 1900 bebouwd is worden met name ter plaatse van het erfgedeelte lichte verontreinigingen met PAK en zware metalen verwacht. Deze diffuse verontreinigingen zijn waarschijnlijk heterogeen verspreid ter plaatse van het erf aanwezig. Het grondwater bevat waarschijnlijk van nature licht verhoogde concentraties aan zware metalen. Asbest (NEN 5707 / NEN 5897) NEN 5707 (asbest in grond) Op basis van de voorinformatie is voor het erfgedeelte uitgegaan van een 'verdachte locatie' omdat door de aanwezigheid van daken van asbestcementgolfplaten en het ontbreken van goten een verontreiniging met asbest wordt verwacht. Deze verontreiniging is mogelijk diffuus en heterogeen verspreid in de toplaag van de druppelzones en bovengrond aanwezig. NEN 5897 (asbest in puinlagen) De onder de klinkerverharding aanwezige puinlaag is als verdacht met betrekking tot asbest aangemerkt.

Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5740 onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht.

Asbest (NEN 5707 / NEN 5897) NEN 5707 (asbest in grond) Druppelzone Voor onderzoek van de druppelzones (onverharde bodem in de druppelzone van een asbesthoudend dak of de uitstroomzone van een hemelwaterafvoer op het maaiveld) wordt aangesloten bij de NEN 5707- strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Op basis van de voorinformatie is uitgegaan van 2 besmettingszones (de zone waar de bodem potentieel (het meest) belast is met asbest). Per te onderzoeken besmettingszone wordt een representatief mengmonster genomen van de toplaag van de bodem. Een representatief mengmonster wordt genomen door gelijkmatig verspreid over de besmettingszone 3 tot (afhankelijk van de lengte/oppervlakte van de besmettingszone) 6 ondiepe proefgaten te maken. Grepen worden genomen door met een spade de toplaag van 10 cm af te steken. Het mengmonster moet bestaan uit tenminste 10 kg droge stof. Deze proefgaten worden niet gecombineerd met proefgaten die voor de gehele onderzoekslocatie worden uitgevoerd omdat deze zich richten op het vaststellen van een eventuele diffuse bodembelasting.

214550/R01

7/19

Overige terrein Het erfgedeelte is onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Daarbij is uitgegaan van een oppervlakte tot 4.000 m2. NEN 5897 (asbest in puinlagen) De puinlaag onder de klinkerverharding van het erf is onderzocht volgens 'halfverhardingslagen' (paragraaf 6.5.2). Hiervoor is een oppervlakte van maximaal 500 m2 aangehouden.

214550/R01

8/19

4

VELDWERKZAAMHEDEN Opzet

Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 4: Uitvoeringsgegevens Datum

23-03-2021

31-03-2021

Werkzaamheden

Beoordelingsrichtlijn/ protocol

Erkende organisatie

Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten

2000/2001

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

2000/2018

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in puin

-/-

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Nemen van grondwatermonsters

2000/2002

Ortageo Metingen en Controle B.V.

Verantwoordelijk medewerker

F. Regeling E.A.J. Eeren R. van Eijken

E.A.J. Eeren

Ten behoeve van het onderzoek naar het voorkomen van asbest is een maaiveldinspectie uitgevoerd waarbij het maaiveld van het voor asbest verdachte erfgedeelte systematisch is afgezocht op asbestverdacht (plaat)materiaal. De inspectie-efficiëntie is geschat op 50%-70%. Ter plaatse van de verharde terreindelen kon geen maaiveldinspectie worden uitgevoerd. In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur en kleur). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldwerkprogramma Onderdeel

Boringen

Boringen met peilbuis Proefgaten met boringen1

Grondwatermonstername uit peilbuis 1

Aantal

Diepte (m –mv)

19

0,5 à 0,7

01, 02, 04, 06, 07, 08, 10, 11, 12, 14, 15, 18, 25, 26, 29, 31, 32, 33, 34

16

1,0 à 1,6

17, 20, 21, 22, 24, 28, 35, 36, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 45, 46

Nummers

8

2,0

3

3,0 à 3,4

03, 09, 19

12

0,7 à 1,6

33, 34, 35, 36, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 45, 46

2

3

05, 13, 16, 23, 27, 30, 39, 44

2,0

39, 44

2,0 - 3,0

03-1-1

2,0 - 3,0

09-1-1

2,4 - 3,4

19-1-1

proefgaten zijn vanaf circa 0,5 à 0,7 m –mv dieper doorgeboord

214550/R01

9/19

Opgemerkt wordt dat de proefgaten en boringen 33 t/m 36 op dezelfde locaties uitgevoerd. Verder wordt opgemerkt dat voor het onderzoek op organochloorbestrijdingsmiddelen van de bovengrond extra monsters zijn genomen van de bovenste 0,3 meter. Per onderscheiden druppelzone (zie situatietekening in bijlage 2) is in het veld een representatief mengmonster samengesteld. Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.

Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodemopbouw van het erfgedeelte en het weiland/akkerland erg van elkaar verschillen. In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem tot de maximaal onderzochte diepte op de betreffende delen van de onderzoekslocatie is opgebouwd. Tabel 6: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m -mv)

Hoofdbestanddeel

Nadere omschrijving

0 tot 0,8 à 1,6

Zand

Matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin tot grijsbruin

0,8 à 1,6 tot 1,6 à 2,0

Zand

Matig fijn, zwak siltig, oranjegeel

1,6 à 2,0 tot 3,6

Zand

Matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel

0 tot 0,5 à 1,0

Klei

Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin

0,5 à 1,0 tot 1,5

Klei

Zwak zandig, grijsbruin

1,5 tot 2,0

Klei

Matig siltig, bruingrijs

1,0 à 2,0 tot 3,5

Zand

Matig grof, zwak siltig, zwak roesthoudend, oranjegeel

Erfgedeelte

Weiland/akkerland

Visueel waargenomen bijzonderheden Op het maaiveld van de locatie en aan de uitkomende grond zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest op en in de bodem. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden weergegeven. Opgemerkt wordt dat alleen bijmengingen met puindeeltjes zijn waargenomen op het erfgedeelte.

214550/R01

10/19

Tabel 7: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt

Einddiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

Grondsoort

03

3,50

0,6 - 1,0

Sterk roesthoudend

Klei

1,5 - 3,5

Zwak roesthoudend

Zand

05

2,00

0,6 - 1,5

Zwak roesthoudend

Klei

09

3,50

1,0 - 1,5

Zwak roesthoudend

Klei

2,0 - 3,5

Zwak roesthoudend

Zand

13

2,00

0,5 - 1,5

Zwak roesthoudend

Klei

17

1,00

0,0 - 0,5

Sporen baksteen

Klei

0,5 - 1,0

Zwak roesthoudend

Klei

18

0,50

0,0 - 0,5

Zwak baksteenhoudend

Zand

19

3,60

0,0 - 0,5

Zwak baksteenhoudend

Zand

20

1,20

0,0 - 0,6

Matig puinhoudend

Zand

21

1,00

0,0 - 0,5

Sporen baksteen

Zand

22

1,00

0,08 - 0,5

Volledig menggranulaat

-

24

1,00

0,2 - 0,5

Volledig menggranulaat

-

27

2,00

1,0 - 1,2

Sporen puin

Zand

30

2,00

0,6 - 1,5

Zwak roesthoudend

Klei

1,5 - 2,0

Zwak roesthoudend

Zand

33

0,70

0,2 - 0,7

Zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend 62,1 kg > 20 mm 1,24 kg

Zand

34

0,70

0,2 - 0,7

Matig puinhoudend, 61,3 kg > 20 mm 1,42 kg

Zand

35

1,30

0,2 - 0,8

Zwak baksteenhoudend, 71,0 kg > 20 mm 0 kg

Zand

36

1,20

0,2 - 0,7

Zwak puinhoudend, 58,4 kg > 20 mm 0 kg

Zand

37

1,30

0,08 - 0,5

Gravel van tennisbaan

-

0,5 - 0,8

Zwak puinhoudend, 32,4 kg > 20 mm 0 kg

Zand

38

1,30

0,08 - 0,5

Matig puinhoudend, 58,7 kg > 20 mm 0,65 kg

Zand

39

2,00

0,0 - 0,6

Zwak puinhoudend, 72,4 kg > 20 mm 0,46 kg

Zand

40

1,10

0,3 - 0,6

Brokken puin, 32,6 kg > 20 mm 1,23 kg

Zand

41

1,00

0,0 - 0,5

Zwak baksteenhoudend, 54,9 kg > 20 mm 0 kg

Zand

44

2,00

1,4 - 1,6

Sterk roesthoudend

Zand

45

1,00

0,0 - 0,5

Volledig menggranulaat, 67,8 kg > 20 mm 13,8 kg

-

46

1,60

0,0 - 0,5

Volledig menggranulaat, 66,9 kg > 20 mm 12,7 kg

-

0,5 - 1,1

Zwak puinhoudend

Zand

Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 8: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis

Monstercode

Filterstelling (m –mv)

Waargenomen bijzonderheden

03

03-1-1

2,00 - 3,00

09

09-1-1

2,00 - 3,00

19

19-1-1

2,40 - 3,40

214550/R01

Grondwaterstand (m -mv)

Zuurgraad (pH)

Geleidingsvermogen (µs/cm)

Troebelheid (NTU)

Geen

1,78

6,8

624

8,7

Geen

1,70

6,7

532

5,7

Geen

2,15

6,4

671

5,3

11/19

5

LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma

Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In aanvulling op de geplande analyses is één extra analyse uitgevoerd in verband met de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. De puinlaag ter plaatse van onderzoekspunten 22, 24, 37, 45 en 46 is geen bodem en is daarom niet geanalyseerd. Tabel 9: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel

Monstercode

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Waargenomen bijzonderheden

Analysepakket

Bovengrond

M1

0,0 - 0,3

01-1, 02-1, 04-1, 07-1

Geen

OCB1

M2

0,0 - 0,3

05-1, 09-1, 10-1, 13-1

Geen

OCB

M3

0,0 - 0,3

12-1, 15-1, 16-1, 17-1

Sporen baksteen

OCB

M4

0,0 - 0,3

25-1, 29-1, 31-1, 32-1

Geen

OCB

M5

0,0 - 0,3

19-1, 20-1, 21-1, 23-1

Sporen baksteen tot matig puinhoudend

OCB

M6

0,0 - 0,5

34-2, 36-2, 38-1, 41-1

Zwak tot matig puinhoudend

OCB

M7

0,0 - 0,5

34-2, 36-2, 38-1, 41-1

Zwak tot matig puinhoudend

Standaardpakket grond2

M8

0,0 - 0,5

01-2, 02-2, 03-2, 04-2, 05-2, 06-2, 07-2, 08-2, 09-2

Geen

Standaardpakket grond

M9

0,0 - 0,5

11-2, 12-2, 13-2, 14-2, 15-2, 16-2, 17-2

Sporen baksteen

Standaardpakket grond

M10

0,0 - 0,6

25-2, 26-2, 27-2, 28-2, 29-2, 30-2, 31-2, 32-2

Geen

Standaardpakket grond

M11

0,0 - 0,7

20-2, 34-3, 38-2

Matig puinhoudend

Standaardpakket grond

M12

0,0 - 0,5

18-2, 19-2, 39-2, 41-2

Zwak puinhoudend

Standaardpakket grond

M13

0,2 - 0,8

33-3, 35-3, 36-3, 37-2

Zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend

Standaardpakket grond

M14

0,5 - 1,0

03-3, 09-3, 16-3, 17-3, 44-3

Geen

Standaardpakket grond

M15

0,5 - 1,2

19-3, 22-2, 23-3, 24-3, 27-3, 36-4, 38-3, 41-3, 43-3, 45-2

Geen

Standaardpakket grond

M16

0,8 - 2,1

03-5, 16-4, 19-5, 23-4, 27-5, 30-5, 35-4, 37-3, 38-4

Geen

Standaardpakket grond

03-1-1

2,0 - 3,0

-

Geen

Standaardpakket grondwater3

09-1-1

2,0 - 3,0

-

Geen

Standaardpakket grondwater

19-1-1

2,4 - 3,4

-

Geen

Standaardpakket grondwater

Ondergrond

Grondwater

1

Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB)

2

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte

3

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie

214550/R01

12/19

Asbest (NEN 5707 / NEN 5897) Op basis van de visuele waarnemingen en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn in het veld grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven. Tabel 10: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707/NEN 5897 Monstercode

Onderzoekspunten

Traject (m -mv)

Druppelzone 1

0,0 - 0,1

Visuele waarnemingen / omschrijving

Analysepakket

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen / ter plaatse van uitloop dakgoot

Asbest in grond (NEN 5898)

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen / bovengrond d.m.v. 8 ondiepe proefgaten

Asbest in grond (NEN 5898)

Grond ASDZ1

ASDZ2

ASM1

ASM2

ASM3

Druppelzone 2

0,0 - 0,1

33 34 35 36 37

0,2 - 0,7 0,2 - 0,7 0,2 - 0,7 0,2 - 0,7 0,5 - 0,8

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

38 39 40 41

0,08 - 0,5 0,0 - 0,5 0,3 - 0,6 0,0 - 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

42 43 44

0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

45 46

0,0 - 0,5 0,0 - 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

Asbest in grond (NEN 5898)

Asbest in grond (NEN 5898)

Asbest in grond (NEN 5898)

Puin ASM4 (puin)

Asbest in puin (NEN 5898)

Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.

5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven.

214550/R01

13/19

Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode

Overschrijding van de

Traject (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

achtergrondwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

interventiewaarde (index1 >1)

M1

0,0 - 0,3

Geen

-

-

-

M2

0,0 - 0,3

Geen

-

-

-

M3

0,0 - 0,3

Sporen baksteen

-

-

-

M4

0,0 - 0,3

Geen

-

-

-

M5

0,0 - 0,3

Sporen baksteen tot matig puinhoudend

OCB (som 21) () DDE (som) (0,07) DDD (som) (-) Drins (som) (-)

-

-

M6

0,0 - 0,5

Zwak tot matig puinhoudend

-

-

-

M7

0,0 - 0,5

Zwak tot matig puinhoudend

PCB (0,01)

-

-

M8

0,0 - 0,5

Geen

zink (0,02)

-

-

M9

0,0 - 0,5

Sporen baksteen

zink (0,01) cadmium (-)

-

-

M10

0,0 - 0,6

Geen

-

-

-

M11

0,0 - 0,7

Matig puinhoudend

-

-

-

M12

0,0 - 0,5

Zwak puinhoudend

zink (0,01) minerale olie (0,05)

-

-

M13

0,2 - 0,8

Zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend

zink (0,05)

-

-

M14

0,5 - 1,0

Geen

zink (0,01)

-

-

M15

0,5 - 1,2

Geen

-

-

-

0,8 - 2,1

Geen

-

-

-

Bovengrond

Ondergrond

M16 1

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)

Bovengrond weiland/akkerland In de kleiige bovengrond van het weiland/akkerland (M1 t/m M4) is geen verontreiniging met OCB aangetoond. Wel zijn plaatselijk in de kleiige bovengrond (M8 t/m M10) lichte verontreinigingen (marginale overschrijdingen van de achtergrondwaarden) met cadmium en zink aangetoond. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit (zie bijlage 6) is deze grond van klasse achtergrondwaarde, altijd toepasbaar. Bovengrond erfgedeelte Voor OCB zijn alleen in de zandige bovengrond van het zuidelijke erfgedeelte (M5) lichte verontreinigingen (overschrijdingen achtergrondwaarden) met DDE, DDE en Drins (som) aangetoond. In de zandige bodemlaag van het overige erfgedeelte (M6) zijn geen OCB aangetoond. De plaatselijk aangetoonde lichte verontreinigingen met OCB zijn te relateren aan het voormalig gebruik van (delen van) de locatie ten behoeve van de fruitteelt (boomgaard). Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit (zie bijlage 6) is deze grond door de aangetoonde lichte verontreinigingen met OCB van klasse industrie. In de matig puinhoudende zandige bovengrond van het erf (M11) zijn geen verontreinigingen voor de parameters van het standaardpakket aangetoond. Wel zijn plaatselijk in de veelal zwak puinhoudende zandige bovengrond van het erf (M7, M12 en M13) lichte verontreinigingen met zink en PCB aangetoond.

Deze licht verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan het voorkomen van puindeeltjes als gevolg van antropogene belasting van de locatie sedert het begin van de vorige eeuw. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit is deze grond van klasse achtergrondwaarde, altijd toepasbaar.

214550/R01

14/19

Voor de lichte verontreiniging met minerale olie die is aangetoond in de zandige bovengrond van het zuidelijke erfgedeelte (M12) is geen eenduidige oorzaak bekend omdat ter plaatse geen aan olie gerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden noch plaatsvinden. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit is deze grond door de aangetoonde lichte verontreiniging met minerale olie van klasse industrie. Ondergrond gehele locatie In de ondiepe kleiige ondergrond (M14) is een lichte verontreiniging (marginale overschrijding van de achtergrondwaarde) met zink aangetoond. In de ondiepe (M15) en diepere (M16) zandige ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit is deze grond van klasse achtergrondwaarde, altijd toepasbaar. Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 12: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Overschrijding van de

Monstercode

Traject (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

03-1-1

2,0 - 3,0

09-1-1 19-1-1

streefwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

interventiewaarde (index1 >1)

Geen

zink (-) barium (0,23)

-

-

2,0 - 3,0

Geen

barium (0,19)

-

-

2,4 - 3,4

Geen

zink (0,01) barium (0,14)

-

-

-

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)

Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentraties aan barium en zink en het gebruik van de locatie en er voor zover bekend geen antropogene bron aanwezig is in de directe omgeving, zijn de licht verhoogde concentraties waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig.

5.2.2 Asbest De resultaten van de asbestanalyses zijn in de volgende tabel samengevat beschreven. Opgemerkt wordt dat de gehalten indicatief zijn omdat sprake is van een verkennend bodemonderzoek. Tabel 13: Analyseresultaten asbest Monstercode

Onderzoekspunten

Traject (m -mv)

Visuele waarnemingen / omschrijving

Indicatief gewogen gehalte (mg/kg d.s.)1

ASDZ1

Druppelzone 1

0,0 - 0,1

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen / ter plaatse van uitloop dakgoot

10,2

ASDZ2

Druppelzone 2

0,0 - 0,1

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen / bovengrond d.m.v. 8 ondiepe proefgaten

0,7

Grond

ASM1

33 t/m 37

0,2 - 0,8

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

-

ASM2

38 t/m 41

0,0 - 0,6

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

-

ASM3

42 t/m 44

0,0 - 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

-

45 en 46

0,0 - 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen

1,1

Puin ASM4 (puin)

214550/R01

15/19

Tabel 13: Analyseresultaten asbest Monstercode

Onderzoekspunten

Traject (m -mv)

Visuele waarnemingen / omschrijving

1

gewogen gehalte asbest = gehalte serpentijnasbest + (10 * gehalte amfiboolasbest)

-

geen asbest aangetoond

Indicatief gewogen gehalte (mg/kg d.s.)1

Uit het onderzoek naar asbest blijkt dat alleen in de toplaag (bovenste 10 centimeter) van de druppelzones asbest is aangetoond in gewogen gehalten ruim beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Dit als gevolg van de aanwezigheid van stukjes verweerde plaat, isolatie en grond met bundels met afmetingen tussen 0,5 en 8 mm. In de bovengrond uit de over het erf verdeelde proefgaten is geen asbest aangetoond. In de puinlaag is asbest aangetoond in een gewogen gehalte dat ruim beneden de samenstellingswaarde van 100 mg/kg d.s. ligt. Dit als gevolg van één stukje plaatmateriaal in de zeeffractie 4 tot 8 mm.

Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' is een correcte hypothese omdat er in de grond plaatselijk verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde en in het grondwater in concentraties boven de betreffende streefwaarde. Asbest in bodem (NEN 5707) De voor de grond ter plaatse het erf gestelde hypothese ‘verdachte locatie’ is correct en wordt aangenomen omdat asbest is aangetoond in de bovenste 10 centimeter van de bodem ter plaatse van de druppelzones. Asbest in puin (NEN 5897) De voor de puinlaag ter plaatse het erf gestelde hypothese ‘verdachte locatie’ is correct en wordt aangenomen omdat in de puinlaag asbest is aangetoond.

Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) Er zijn geen parameters aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Asbest (NEN 5707) Omdat het indicatief (gewogen) gehalte aan asbest niet groter is dan de helft van de interventiewaarde (< 50 mg/kg d.s. (gewogen)), is in voldoende mate vastgesteld dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Asbest in puin (NEN 5897) Omdat het indicatief (gewogen) gehalte aan asbest beneden de samenstellingswaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen) ligt, is in voldoende mate vastgesteld dat het puin voor hergebruik in aanmerking komt en geen nader onderzoek noodzakelijk is.

214550/R01

16/19

6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van J.K. Consultancy is door Ortageo Zuidoost B.V. in de periode maart/april 2021 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 uitgevoerd op de locatie Woordsestraat 3 in Wijchen (gemeente Wijchen). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (van agrarische bestemming naar woonbestemming). Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL) waarbij de bovengrond vanwege het voormalig gebruik van de locatie ten behoeve van de fruitteelt (boomgaard) aanvullend is onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen ((OCB). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL).

Asbest in grond (NEN 5707) Druppelzones Voor onderzoek van de druppelzones (onverharde bodem in de druppelzone van een asbesthoudend dak of de uitstroomzone van een hemelwaterafvoer op het maaiveld) is aangesloten bij de NEN 5707- strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Er zijn twee besmettingszones (de zone waar de bodem potentieel (het meest) belast is met asbest) onderzocht. Overige terrein Het erfgedeelte is onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Daarbij is uitgegaan van een oppervlakte tot 4.000 m 2. Asbest in puin (NEN 5897) De puinlaag onder de klinkerverharding van het erf is onderzocht volgens 'halfverhardingslagen' (paragraaf 6.5.2). Hiervoor is een oppervlakte van maximaal 500 m2 aangehouden. Resultaten In de volgende tabel zijn de resultaten van het bodemonderzoek samengevat weergegeven.

214550/R01

17/19

Tabel 14: Samenvatting toetsingsresultaten Onderdeel

Overschrijding van de achtergrond- of streefwaarde

tussenwaarde

interventiewaarde

Kleiige bovengrond weiland/akkerland

Cadmium Zink

-

-

Zandige bovengrond erfgedeelte

OCB (som 21) DDE (som) DDD (som) Drins (som) Zink PCB Minerale olie

-

-

Kleiige ondergrond gehele locatie

Zink

-

-

Zandige ondergrond gehele locatie

-

-

-

Grondwater gehele locatie

Barium Zink

-

-

-=

Geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

Bovengrond weiland/akkerland In de kleiige bovengrond van het weiland/akkerland (M1 t/m M4) is geen verontreiniging met OCB aangetoond. Wel zijn plaatselijk in de kleiige bovengrond (M8 t/m M10) lichte verontreinigingen (marginale overschrijdingen van de achtergrondwaarden) met cadmium en zink aangetoond. Bovengrond erfgedeelte Voor OCB zijn alleen in de zandige bovengrond van het zuidelijke erfgedeelte (M5) lichte verontreinigingen (overschrijdingen achtergrondwaarden) met DDE, DDE en Drins (som) aangetoond. In de zandige bodemlaag van het overige erfgedeelte (M6) zijn geen OCB aangetoond. De plaatselijk aangetoonde lichte verontreinigingen met OCB zijn te relateren aan het voormalig gebruik van (delen van) de locatie ten behoeve van de fruitteelt (boomgaard). In de matig puinhoudende zandige bovengrond van het erf (M11) zijn geen verontreinigingen voor de parameters van het standaardpakket aangetoond. Wel zijn plaatselijk in de veelal zwak puinhoudende zandige bovengrond van het erf (M7, M12 en M13) lichte verontreinigingen met zink en PCB aangetoond. Deze licht verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan het voorkomen van puindeeltjes als gevolg van antropogene belasting van de locatie sedert het begin van de vorige eeuw.

Voor de lichte verontreiniging met minerale olie die is aangetoond in de zandige bovengrond van het zuidelijke erfgedeelte (M12) is geen eenduidige oorzaak bekend omdat ter plaatse geen aan olie gerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden noch plaatsvinden. Ondergrond gehele locatie In de ondiepe kleiige ondergrond (M14) is een lichte verontreiniging (marginale overschrijding van de achtergrondwaarde) met zink aangetoond. In de ondiepe (M15) en diepere (M16) zandige ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Indicatie klasse Besluit bodemkwaliteit De grond is indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit overwegend van klasse achtergrondwaarde, altijd toepasbaar met uitzondering van de zandige bovengrond van het zuidelijke erfgedeelte (M5 en M12) die vanwege de licht verhoogd aangetoonde gehalten voor OCB en minerale olie indicatief van klasse industrie is. Asbest in grond Visueel is geen asbestverdacht materiaal (> 20 mm) waargenomen. Analytisch is alleen in de toplaag (bovenste 10 centimeter) van de druppelzones asbest aangetoond in gewogen gehalten ruim beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In de bovengrond uit de over het erf verdeelde proefgaten is geen asbest aangetoond.

214550/R01

18/19

Asbest in puin Visueel is geen asbestverdacht materiaal (> 20 mm) waargenomen. Analytisch is in de puinlaag asbest aangetoond in een gewogen gehalte dat ruim beneden de samenstellingswaarde van 100 mg/kg d.s. ligt. Conclusies Er zijn geen chemische verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde. Daarnaast is geen asbest aangetoond boven de halve interventiewaarde. Het uitvoeren van een nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van de puinlaag ligt het gewogen asbestgehalte ruim beneden de samenstellingswaarde zodat in voldoende mate is vastgesteld dat het puin voor wat betreft asbest voor hergebruik in aanmerking komt. Het uitvoeren van een nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de bestemmingswijziging (van agrarische bestemming naar woonbestemming) c.q. het beoogde gebruik. Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=870e9209-1b3a-4e3b-8a62-1463db6e3661