Bijlage 4d Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Notitie quickscan Wet Natuurbescherming bouwwerkzaamheden Zesweg 125 Wijchen
Inleiding Zaai Tuindesign is voornemens om bouwwerkzaamheden uit te voeren op een bedrijfsperceel aan de Zesweg 125 te Wijchen. Op het adres is een hoveniersbedrijf gevestigd. De geplande werkzaamheden omvatten aanpassingen aan de bestaande bebouwing en ondergrond en de constructie van een nieuwe werkloods op het bestaande bedrijfsperceel. Om de effecten van deze ingrepen op eventueel aanwezige beschermde soorten te beoordelen in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), is door een ecologisch deskundige een quickscan uitgevoerd. De quickscan bestond uit een oriënterend veld- en bronnenonderzoek. Doel van de quickscan was om na te gaan of beschermde soorten mogelijk op het perceel voorkomen en verstoord kunnen worden door de geplande ingrepen. In deze notitie wordt nader ingegaan op het onderzoeksgebied, methodiek, resultaten en conclusies. Onderzoeksgebied Het perceel betreft het adres Zesweg 125 – Wijchen (fig. 1) en wordt gebruikt voor de dagelijkse bedrijfsvoering van het hoveniersbedrijf Zaai Tuindesign. Op het terrein zijn een bedrijfsloods en bijgebouwen aanwezig. Het oppervlak van het terrein is grotendeels bestraat of verhard. Buiten de bedrijfsgebouwen wordt het perceel gebruikt als parkeerplaats, voor het laden en lossen van voertuigen en voor de opslag van materialen en groenvoorzieningen.
De randen van het terrein worden begrensd door ruigte, bestaande bebouwing, hekwerken en enkele bomen. In de noordhoek van het perceel ligt een waterberging in de vorm van een wadi waar hemelwater tijdens stortbuien tijdelijk opgeslagen wordt en in de grond kan inzijgen. In de bijlage zijn karakteristieken van het perceel in de vorm van foto's weergegeven. Wettelijk kader en relevante soortgroepen Het hier beschreven onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Op basis van de huidige habitatgeschiktheid van het perceel zijn mogelijk amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels aanwezig. Het uitgevoerde onderzoek was gericht op beschermde soorten uit deze groepen. Op basis van de habitatgeschiktheid van het perceel en de omgeving worden geen beschermde soorten uit de soortgroepen planten, ongewervelden en reptielen verwacht.
1
Fig. 1. Het onderzochte perceel betreft Zesweg 125 – Wijchen (rood omlijnd).
Methodiek Het onderzoek in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een éénmalig oriënterend veldbezoek aangevuld met een bronnenonderzoek. Veldbezoek Het veldbezoek aan het perceel vond plaats op 17 januari 2022. Hierbij is door een ecologisch deskundige (M. Dorenbosch) op basis van habitatgeschiktheid beoordeeld in hoeverre beschermende soorten aanwezig kunnen zijn op het perceel. Leidraad zijn de soortgroepen zoals boven beschreven. Er heeft zover bekend nooit eerder ecologisch onderzoek op het perceel of in de directe nabijheid (straal van 250 m) plaatsgevonden. De beoordeling tijdens het veldbezoek heeft in twee fases plaatsgevonden: 1) Aan het begin van het veldbezoek is in een eerste globale inspectieronde vastgesteld welke habitatelementen aanwezig zijn die mogelijk geschikt zijn voor beschermde soorten in het kader van de Wnb. 2) Op basis van deze bevindingen is direct aansluitend een tweede detail inspectieronde uitgevoerd waarbij de bedrijfsgebouwen, bomen en waterberging/wadi nader zijn onderzocht op aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens deze detailinspectie is ook de zolder (balken, beschot, nok) van de bedrijfsloods bezocht en heeft sporenonderzoek plaatsgevonden met een lamp naar aanwezigheid van vleermuizen en steenmarter (mest, 2
prooiresten). Vervolgens is de buitenzijde van de loods onderzocht op de aanwezigheid van kieren, spleten en mogelijke holtes die door vleermuizen en/of vogels (huismus, gierzwaluw, steenuil) gebruikt kunnen worden. 3) Tenslotte zijn de twee op het perceel aanwezige bomen op de aanwezigheid van holtes die door vleermuizen en/of vogels gebruikt kunnen worden. Bronnenonderzoek Aanvullend aan het veldonderzoek is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor de meest actuele gegevens over de aanwezigheid van beschermde soorten. Hierbij is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. 500 meter om het onderzoeksgebied. Resultaten Amfibieën Aangenomen wordt dat de algemene amfibieën bruine kikker en gewone pad in de nabijheid van het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Op het terrein is een waterberging in de vorm van een wadi aanwezig waar hemelwater tijdens stortbuien tijdelijk opgeslagen wordt en in de grond kan inzijgen. Er is geen waterhoudende laag aanwezig, hemelwater wordt direct door de bodem opgenomen. Er is geen sprake van permanent oppervlaktewater op het terrein dat als voortplantingslocatie voor amfibieën kan worden gebruikt. Vanwege het intensieve gebruik van het perceel, is er geen geschikt landhabitat voor amfibieën aanwezig. Het terrein heeft daarmee geen functie als leefgebied voor amfibieën.
Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het perceel komen mogelijk grondgebonden zoogdieren met een vaste verblijfplaats voor zoals eekhoorn en steenmarter. Er zijn geen waarnemingen van eekhoorn en steenmarter nabij het perceel bekend in de NDFF. Tijdens het veldbezoek zijn geschikte habitatelementen voor beide soorten aangetroffen. De gebouwen worden intensief gebruikt voor bedrijfsprocessen en herbergen geen holtes die als verblijfplaats voor steenmarter kunnen fungeren. De gehele zolder is in gebruik, het dak en dakrand is in goede staat van onderhoud, openingen voor steenmarter ontbreken. De aanwezige bomen (twee platanen) zijn te jong en te klein (stamdoorsnede < 30 cm) om als verblijfplaats voor eekhoorn te fungeren (holtes en spleten ontbreken), nesten zijn niet aangetroffen. Er staan geen vruchtdragende bomen op het perceel die als foerageerhabitat voor eekhoorn kunnen fungeren. Er zijn geen sporen van andere grondgebonden zoogdieren zoals egels, vos, das, konijn of haas aangetroffen. Vleermuizen In de nabije omgeving van het onderzoeksgebied is alleen de algemeen voorkomende gewone dwergvleermuis bekend (laatste waarneming 2007, NDFF). Andere vleermuissoorten zijn niet in de nabije omgeving van het perceel waargenomen. Vleermuizen -verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige gebouwen gecontroleerd op geschiktheid als verblijfplaats voor vleermuizen.
Alleen de centrale bedrijfsloods is groot genoeg
3
om eventueel in aanmerking te komen als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebouw heeft een spouwmuur en een open zolder. Er zijn echter geen voor vleermuis geschikte invliegopeningen in de buitenmuur, dakrand of dakbeschot aangetroffen. De zolder wordt intensief gebruikt als opslag, er werden geen sporen van vleermuizen gevonden (mest). Het dakbeschot is van de binnenzijde van de loods niet toegankelijk voor vleermuizen. Het gebouw is hiermee ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De bomen (twee platanen) aan de rand van het terrein herbergen geen holtes die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen (zie ook bevindingen grondgebonden zoogdieren). Op basis van de gegevens kan geconcludeerd worden dat het terrein geen functie heeft als verblijfplaats voor vleermuizen. Vleermuizen - foerageergebied en vliegroute Het terrein wordt 's nachts mogelijk gebruikt als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis. Foerageergebied is in de nabije omgeving van het perceel (bebouwde kom, tuinen) in ruime mate voorhanden. De werkzaamheden zullen geen impact hebben op foerageerkansen van vleermuizen in de omgeving. Na de werkzaamheden zal het terrein weer op dezelfde wijze kunnen fungeren als foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn geen lijnvormige landschapselementen op het terrein aanwezig die kunnen fungeren als essentiële vliegroute (bomenrijen, hagen).
Bestaande groene elementen aan de rand van het perceel blijven daarnaast bestaan. Van aantasting van essentiële foerageer- en vliegroutefuncties voor vleermuizen als gevolg van de ingreep is geen sprake. Vogels In de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend van de volgende soorten met een jaarrond beschermde nestplaats: steenuil, gierzwaluw en huismus. De soorten zijn niet bekend van het perceel zelf. Op basis van habitatgeschiktheid (tuinen, landschapselementen en ruigte) is huismus
4
waarschijnlijk wel in de nabije omgeving van het perceel aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen huismussen aangetroffen op het terrein. Ten noorden van het perceel op ca. 250 m afstand ligt een cluster waarnemingen van steenuil (fig. 2).
Fig. 2.
Cluster van waarnemingen van steenuil ten noorden van het perceel. Op het perceel zelf is nooit steenuil waargenomen.
Op basis van het veldbezoek is geconstateerd dat de aanwezige gebouwen ongeschikt zijn als nestplaats voor de genoemde soorten (zie ook de bijlage voor details). De bedrijfsgebouwen worden intensief gebruikt voor bedrijfsdoeleinden (zie bevindingen grondgebonden zoogdieren en vleermuizen). De dakranden, goten dakbedekking (pannen), nokvorsten en buitenmuren zijn in goede staat van onderhoud en bevatten geen invliegopeningen die toegankelijk zijn voor vogels. Er zijn geen bomen met holtes aanwezig op het terrein die als nestplaats kunnen fungeren (o.a. voor steenuil). Omdat het terrein grotendeels in gebruik is en vrijwel volledig verhard is, zijn de foerageerkansen voor huismus beperkt. Functie van het perceel voor foeragerende steenuilen Het perceel wordt gebruikt voor het lossen, laden en parkeren van voertuigen, en voor opslag van materialen en groenvoorzieningen en is grotendeels bestraat of anders verhard (zie ook opmerking huismus). Er zijn geen korte vegetatiestructuren aanwezig zoals grasland, kruidenruigte of houtwallen. Het ontbreken van deze elementen in comabinatie met het intensieve gebruik van het perceel, maken het terrein ongeschikt als foerageergebied voor steenuil. De omliggende terreinen herbergen wel deze elementen.
Omdat de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden, wordt geen uitstralend verstorend effect verwacht op in de avond en 's nachts foeragerende steenuilen in de omgeving van het terrein. De werkzaamheden
5
op het perceel zullen de foerageermogelijkheden van steenuilen ten noorden van het terrein niet significant beïnvloeden. Conclusies Geschiktheid voor vogels, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Op basis van het veldonderzoek zijn geen habitatelementen aangetroffen die door deze groep beschermde soorten gebruikt worden als verblijf- of nestplaats. Er zijn geen sporen aangetroffen of zichtwaarnemingen van deze soorten verricht. Nadere inspectie van de mogelijk geschikte habitatelementen op het perceel wees uit dat deze in de huidige staat ongeschikt zijn als leefgebied voor beschermde soorten (met uitzondering van foeragerende gewone dwergvleermuizen). Het perceel heeft geen waarde als foerageergebied voor steenuilen. De steenuilen die op korte afstand van het perceel zijn waargenomen foerageren waarschijnlijk in tuinen en landschapselementen rondom het perceel. Het perceel zelf herbergt geen geschikt foerageergebied voor steenuil. In de omgeving van het perceel zijn voldoende foerageermogelijkheden voor jagende gewone dwergvleermuizen. Nadelige effecten van de geplande ingrepen op beschermde soorten zijn niet aan de orde, aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
Overige soorten Het perceel is in de huidige staat ongeschikt voor andere beschermde soorten in het kader van de Wnb, zoals planten, ongewervelden, reptielen (geen geschikt leefgebied, geen soorten uit de omgeving bekend) en amfibieën (er zijn geen voortplantingswateren of landhabitat aanwezig).
6
Bijlage – overzicht en karakteristieken van het perceel Zesweg 125
De hoofdgebouwen op het perceel (loods en overkapping).
7
Gesloten muren, dakranden en dakbedekking en onderaanzicht open zolder.
8
Overzicht van de randen van het achterliggende terrein.
9
Boven: twee platanen aan de rand van het terrein (holtes niet aanwezig) Onder: tijdelijke waterberging/wadi
10