CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 quickscan flora en fauna

Raad openbaar Wijchen 25 mei 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 75776 Beslisnota vaststellen bestemmingsplan Molenweg 28 Bergharen3.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SEPTEMBER 2021 Quickscan flora en fauna

QUICKSCAN FLORA & FAUNA MOLENWEG 28, BERGHAREN

Buiting Advies BV

1

COLOFON Opdrachtgever

Familie Peters

Datum Status Projectnummer

september 2021 Definitief 2021-138

Auteur Controle

Jeroen Willems Babette Eijkelenkamp

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

2

INHOUD 1

INLEIDING

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

5

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

7

3.1 3.2 3.3

SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND

7 8 8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

9

5

RESULTATEN

10

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.3

WET NATUURBESCHERMING VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN OVERIGE SOORTGROEPEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND

10 10 11 11 12 12 13

6

CONCLUSIE

14

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

3

1

INLEIDING

AANLEIDING In augustus 2021 heeft Buiting Advies in opdracht van Oosterhout Architecten een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Molenweg 28 te Bergharen. Men is voornemens om de bebouwing te slopen. Middels een quickscan flora en fauna dient vastgesteld of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de toekomstige werkzaamheden. Tevens wordt middels de quickscan onderzocht of er een significant negatief effect op het functioneren van Natura-2000 gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone (onderdeel NNN) is te verwachten. De onderzoeksmethode en resultaten zijn in deze rapportage opgenomen. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusie.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

PLANGEBIED Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Bergharen en bestaat uit een woning met een siertuin, moestuin, gazon en verharding. De woning ligt aan de Molenweg (afbeelding 1). De omgeving bestaat voornamelijk uit bebouwing, verharding en groene elementen. Daarnaast bestaat de omgeving uit agrarisch gebied en kleine percelen bos. Afbeelding 2 tot en met 7 geven een indruk van het plangebied.

Afbeelding 1: de locatie het plangebied (rood).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

5

Afbeelding 2 t/m 5: Impressie van het plangebied

VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN Men is voornemens om alle bebouwing in het plangebied te slopen en om twee nieuwe woningen te bouwen.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

6

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.

3.1

SOORTBESCHERMING

ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

7

ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.

3.2

NATURA 2000

Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).

3.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies. GELDERS NATUURNETWERK In Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor ontwikkelingen binnen de GNN geldt het “nee, tenzij-principe”, wat inhoudt dat ontwikkelingen die een significant negatieve invloed hebben op wezenlijke kenmerken en waarden, in beginsel niet zijn toegestaan. Wel bestaat in dat geval nog een mogelijkheid om ontwikkelingen toch te realiseren door gebruikmaking van de instrumenten “herbegrenzing ” (bij relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen) of “Saldobenadering ” (bij grote integrale gebiedsontwikkelingen). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden partijen uitgenodigd om te helpen met de realisatie van groene doelen. In dit gebied is ontwikkelingsruimte voorhanden.

Afhankelijk van de ontwikkeling vraagt de provincie een bijdrage te leveren aan de GO.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestaat uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij vormt de NDFF de belangrijkste bron aangevuld met eventuele andere verspreidingsinformatie over soorten. Tevens wordt gekeken of de ontwikkelingen binnen het plangebied invloed kunnen hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden en of deze nader onderzocht dienen te worden. Daarnaast wordt gekeken of de ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het functioneren van het Gelders Natuurnetwerk en de wezenlijke kenmerken en waarden van de Groene Ontwikkelingszone. VELDBEZOEK Op 24 augustus is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek is een beeld krijgen van het plangebied, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij het bezoek is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij goed is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen daarvan.

ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

9

5

RESULTATEN

5.1

WET NATUURBESCHERMING

Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde soorten in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van de bureaustudie en het veldbezoek. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Daarnaast wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de aan- of afwezigheid van een beschermde soort aan te tonen.

5.1.1

VOGELS

Tijdens het veldbezoek zijn onder andere groenling, heggenmus en houtduif waargenomen. Deze en mogelijk andere soorten broeden mogelijk in of rond het plangebied. De werkzaamheden mogen nimmer leiden tot verstoring van een broedgeval of beschadiging van in gebruik zijnde nesten. Het is aan te bevelen de werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van een nest dat in gebruik is uit te voeren buiten de indicatieve broedtijd (1 maart- 31 juli). Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is dan veel kleiner. Desalniettemin is ook dan nog een check op in gebruik zijnde nesten noodzakelijk. Hoe verder buiten het indicatieve broedseizoen, hoe kleiner de kans is op een nest dat in gebruik is. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffend moment. Tevens is leefgebied (zoals foerageergebied) dat essentieel is voor de functionaliteit van een broedplek/nest van een dergelijke soort beschermd. Uit de bureaustudie blijkt dat de huismus in de omgeving van het plangebied voorkomt.

Daarnaast blijkt uit de bureaustudie dat de jaarrond beschermde gierzwaluw in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Deze soorten broeden in gebouwen. Ook komen de in bomen broedende buizerd, boomvalk, havik, wespendief, ransuil, sperwer, roek en steenuil in de omgeving van het plangebied voor. Ook deze soorten hebben een jaarrond beschermde nestplaats. Daarnaast komen uit de bureaustudie waarnemingen naar voren van de ooievaar en grote gele kwikstaart. In het plangebied zelf zijn geen bomen aanwezig. In de bomen die in de omgeving staan van het plangebied zijn geen geschikte nesten aangetroffen voor soorten met een jaarrond beschermde nestplaats. Daarnaast is het gebouw ongeschikt als broedplaats voor de ooievaar en de grote gele kwikstaart. HUISMUS Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde huismus (Wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. De voortplantings- en rustplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd. Huismussen broeden onder dakpannen en gaten en kieren in gebouwen. Het gehele dak van de woning en de schuur is bekeken. Het dak van de woning is mogelijk geschikt als voortplantings- en rustplaats van de huismus, aanvullend onderzoek dient aan te tonen of het dat wordt gebruikt als voortplantings- en rustplaats door de huismus. De schuur is niet geschikt als voortplantings- of rustplaats.

Negatieve effecten op voortplantings- en rustplaatsen van de huismus als gevolg van werkzaamheden aan de woning zijn niet uit te sluiten. In de omgeving blijven na de werkzaamheden voldoende groene elementen aanwezig. Negatieve effecten op het functioneren van het leefgebied van huismussen worden niet verwacht. Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

10

GIERZWALUW Bureaustudie toont aan dat de jaarrond beschermde gierzwaluw (Wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van de gierzwaluw zijn de voortplantings- en rustplaatsen jaarrond beschermd. Gierzwaluwen broeden onder andere onder dakpannen. In de woning zijn geen invliegopeningen aangetroffen die geschikt zijn voor gierzwaluwen. Negatieve effecten op gierzwaluwen en hun vaste voortplantings- en/of rustplaatsen als gevolg van de werkzaamheden worden niet verwacht. Gierzwaluwen foerageren hoog in de lucht tot enkele tientallen kilometers van hun broedplaats. Er is dan ook geen sprake van mogelijk verlies van functioneel leefgebied. Negatieve effecten op het functioneren van hun leefgebied worden niet verwacht.

5.1.2

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Uit de bureaustudie komen waarnemingen naar voren van de beschermde bever, das en eekhoorn (Wet natuurbescherming 3,5 en 3.10) in de omgeving van het plangebied. Voor de das, bever en de eekhoorn is geen geschikt habitat aanwezig gezien het plangebied enkel bestaat uit een woning, schuur en een siertuin zonder bomen. STEENMARTER Uit de bureaustudie komen geen waarnemingen van de beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) naar voren. Op basis van de bekende verspreidingsgegevens is de kans op voorkomen van de steenmarter in de omgeving van het plangebied wel zeer waarschijnlijk. Van deze soort zijn alle vaste voortplantings- en rustplaatsen en het bijbehorende essentiële leefgebied beschermd. Steenmarters verblijven vaak in gebouwen, dichte hagen en struwelen, holle bomen, nestkasten, takkenhopen en in konijnenholen onder de grond. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen sporen van steenmarters aangetroffen. Hierbij is speciaal gelet op de zolders van de schuur en een kleine zolder van de woning. Het voorkomen van steenmarters in het plangebied wordt dan ook niet verwacht. Negatieve effecten op steenmarters en hun voortplantings- en verblijfplaatsen worden niet verwacht.

5.1.3

VLEERMUIZEN

Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). Vleermuizen leven zowel in gebouwen als bomen. Uit de bureaustudie komen diverse meldingen van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger uit de omgeving van het plangebied naar voren. Op basis van de bekende verspreidingsgegevens is het zeer waarschijnlijk dat ook andere vleermuissoorten in de omgeving van het plangebied voorkomen, zoals de gewone grootoorvleermuis en de ruige dwergvleermuis. In gebouwen maken vleermuizen vaak gebruik van spouwmuren, plekken onder dakpannen, achter gevelbetimmering en luiken, ruimtes achter boeiboorden en windveren en zolders. In bomen gebruiken vleermuizen vaak holten, lengtescheuren in de stam of takken en ruimtes achter losse schorsplaten. Vliegroutes (bijvoorbeeld langs bomenrijen, bosranden en watergangen) en foerageergebieden die van essentieel belang zijn voor het functioneren van deze voortplantings- of rustplaatsen zijn ook beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn geschikte invliegopeningen aangetroffen aan de dakrand. Ook de schuur is een geschikte voortplantings- en rustplaats. Het is niet uit te sluiten dat vleermuizen gebruik maken van de

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

11

woning en schuur als voortplantings- en rustplaats. Aanvullend onderzoek zal het gebruik van de woning en de schuur door vleermuizen moeten uitsluiten of aantonen. In het plangebied staan geen bomen. Negatieve effecten op boombewonende soorten worden dan ook niet verwacht. Het plangebied heeft geen kenmerken die overeenkomen met vliegroutes of foerageergebied dat essentieel is voor het functioneren van een voortplantings- of rustplaats van vleermuizen. Negatieve effecten hierop worden dan ook niet verwacht.

5.1.4

OVERIGE SOORTGROEPEN

Door het ontbreken van geschikt habitat worden negatieve effecten op beschermde soorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) uit andere soortgroepen niet verwacht.

5.2

NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)

Het plangebied ligt op circa 3,5 kilometer van het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ (afbeelding 6). Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Sinds juli 2021 hoeft de stikstofuitstoot van bouwwerkzaamheden (waaronder sloop) niet meer getoetst te worden middels een Aeriusberekening. In de gebruiksfase verandert het gebruik van 1 woning naar 2 woningen. Gezien de afstand tot het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ en de minimale verandering in het gebruik, worden in de gebruiksfase geen negatieve effecten verwacht op het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ of andere Natura-2000 gebied.

Afbeelding 6: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (blauwgroen).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

12

5.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk of in de Groene Ontwikkelingszone (afbeelding 7). Effecten van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van het Gelders Natuurnetwerk en de wezenlijke kenmerken en waarden en de Groene Ontwikkelingszone worden niet verwacht.

Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (groen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

13

6

CONCLUSIE

SOORTBESCHERMING Huismus en vleermuizen Negatieve effecten op de huismus en vleermuizen (Wet natuurbescherming 3.1, 3.5) als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden aan de woning en de schuur kunnen niet worden uitgesloten. Om vast te stellen of uit te sluiten dat de woning gebruikt wordt als voortplantings- en/of rustplaats door de huismus, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Om vast te stellen of uit te sluiten dat de woning en de schuur gebruikt worden als voortplantings- en/of rustplaats door vleermuizen, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Overige beschermde soorten Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op overige beschermde soorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) worden niet verwacht. Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd, vernield of verstoord. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (1 maart-31 juli) uit te voeren. Zorgplicht Ook is het verplicht om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. NATURA 2000, NATUURNETWERK EN GROENE ONTWIKKELINGSZONE Gezien de kleine verandering in de gebruiksfase en de afstand tot het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ worden negatieve effecten op het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ of andere Natura-2000 gebieden niet verwacht.

Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Gelderland of de Groene Ontwikkelingszone, een verder toetsing is niet noodzakelijk.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

14

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE SOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis

Quickscan flora en fauna

ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn

Buiting Advies BV

15

BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis

Quickscan flora en fauna

ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat

Buiting Advies BV

16

BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

17

VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

18

OKTOBER Quickscan flora2018 en fauna

Buiting Advies BV

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=955e25b3-4152-4c79-a827-ad41929af674