CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Bijlagen bij de toelichting

Raad openbaar Wijchen 25 april 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 133204 Beslisnota vaststellen bestemmingsplan Grotestraat 29 Bergharen21.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

projectnummer: 67260, 28 oktober 2015

verkennend en nader bodemonderzoek, Grotestraat 29 te Bergharen

Bijlage 6 : Fotorapportage

projectnummer: 67260, 28 oktober 2015

verkennend en nader bodemonderzoek, Grotestraat 29 te Bergharen

Bijlage 7 : Verklaring van onafhankelijkheid

projectnummer: 67260, 28 oktober 2015

verkennend en nader bodemonderzoek, Grotestraat 29 te Bergharen

Bijlage 8 : Asbest rekenblad

projectnummer: 67260, 28 oktober 2015

Overzichtstabel met analyseresultaten en gegevens voor bepaling asbestconcentraties in grond NEN 5707

Projectnummer:

67260

Projectnaam:

Bergharen

Ingevoerd door:

C. van Eck

Datum berekening:

26-aug-15

Overzicht asbestconcentraties (verzamelmonsters en grondmonsters)

Monster codering

(veldgegeven) Ontgraven grond uit monstersleuf (m³)

Totaal te rapporteren asbest in grond resultaten lab gegevens resultaten semi-kwantitatieve analyse asbest- resultaten lab gegevens grondmonsters (lab gegeven) (geschat) (geschat) (geschat) (labgegeven) materiaalmonsters concentratie in grond van materiaalmonsters ( <10mg op 0,1 mg) concentratie Aantal deeltjes Inspectie Inspectie Soortelijk Droge stof Verzamel95% min 95% max Verzamel95% min 95% max Grond 95% min 95% max asbest per monsterefficiency efficiency gewicht grond monster monster monster mg/ kg sleuf >16 mm laagste (%) hoogste (%) (ton/m3) % mg absoluut mg absoluut mg absoluut mg asbest/kg mg asbest/kg mg asbest/kg mg asbest/kg mg asbest/kg mg asbest/kg

serp.

RE1 (SL1 + SL4)

0,8

28

100

100

1,6

91,0

262625

225,5

amf.

RE1 (SL1 + SL4)

0,8

28

100

100

1,6

91,0

0

0,0

230 0,0

Totaal

230

gewogen

230

serp.

SL1

0,4

23

100

100

1,6

91,0

237000

406,9

amf.

SL1

0,4

0

100

100

1,6

91,0

0

0,0

410 0,0

Totaal

410

gewogen

410

serp.

SL4

0,4

5

100

100

1,6

91,0

26525

45,5

46

amf.

SL4

0,4

0

100

100

1,6

91,0

0

0,0

0,0

Totaal

46

gewogen

46

(serp): (amf): "0": -:

In de 2e tot en met de 10e kolom zijn de invoergegevens weergegeven waarmee de concentraties in de 11e tot en met de 13e kolom zijn berekend. Bij de berekening zijn de formules uit paragraaf 10.5 van de NEN 5707 gebruikt. In de 11e tot en met de 13e kolom zijn de resultaten van de semi-kwantitatieve analyse van de hoeveelheid asbest, in de verzamelde asbesthoudende materialen, in de grond weergegeven; In de kolommen 14, 15 en 16 zijn de resultaten weergegeven van de analyses van de grondmonsters; In de laatste 3 kolommen zijn de totale asbestconcentraties in de grond weergegeven. De concentraties in deze kolommen zijn de som van respectievelijk de kolommen 11 en 14; 12 en 15; 13 en 16. sepentijnasbest amfiboolasbest niet aangetoond niet van toepassing

ruimtelijke eenheid

sleuf/monster

re1

sl1-1 sl1-2 sl4-1

re1

gewicht veld % asbest gram serpentijn amfibool 1893 12,5 3 12,5 205 12,5

5 0 0

totaal mg serpentijn amfibool 236625 94650 375 0 25625 0

Advies Bodem

Aan

Werkorganisatie Druten Wijchen Registratienummer / datum

W.Z23.106435.01 / 24 augustus 2023 Opgesteld door, telefoonnummer

Tweede lezer

Onderwerp

Bodemadvies ruimtelijke ordening Grotestraat 29 in Bergharen

CONCLUSIE Op basis van de beoordeling van de ingediende gegevens kan niet voor het gehele plangebied worden beoordeeld of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het voorgenomen (gevoelig) gebruik. Het is noodzakelijk om binnen de niet onderzochte delen van het plangebied inzicht in de bodemkwaliteit te krijgen. Ook hier is straks sprake van een wijziging van de bestemming. Een aanvullend argument voor de noodzaak van dit onderzoek is dat het voorkomen van sterke bodemverontreiniging (en eventuele risico’s) niet is uit te sluiten. De eerder vastgestelde (en gesaneerde) asbestverontreiniging en sterke PAK verontreiniging zijn hier voorbeelden van. De resultaten van huidig bodemonderzoek zijn niet volledig opgenomen in de bodemparagraaf van het bestemmingsplan. In deze paragraaf dient de bodemkwaliteit (na sanering) te zijn beschreven. Daarbij dienen de nog te behalen onderzoeksresultaten te worden beschreven. Wij merken daarnaast op dat het bodemonderzoek uit 2015 is uitgevoerd voorafgaande aan de voltooiing van sloopwerkzaamheden op de locatie. Voor een toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) dient rekening te worden gehouden met aanvullend bodemonderzoek. Hierdoor dient te worden voldaan aan artikel 2.1.5, lid 4 van de bouwverordening van de gemeente Wijchen. Dit is ter informatie. De volledige beoordeling van de ODRN is als bijlage toegevoegd.

Advies Bodem

Vervolgvel

1

BIJLAGE: BEOORDELING Adviesvraag Op verzoek van gemeente Wijchen heeft de ODRN een beoordeling uitgevoerd voor de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem voor de planlocatie Grotestraat 29 in Bergharen. Bij de beoordeling zijn de volgende documenten gebruikt: - Bestemmingsplan herbestemming schuur Grotestraat 29, Gemeente Wijchen, HSRO, juli 2023. - Verbeelding Bestemmingsplan Herbestemming Schuur Grotestraat 29 Bergharen Gemeente Wijchen, 15 juli 2023. - Verkennend en nader (asbest in) bodemonderzoek Grotestraat 29 te Bergharen, Lankelma, kenmerk 67260, 28 oktober 2015. - Evaluatie sanering (BUS). - Besluit instemming evaluatieverslag BUS, ODRA, kenmerk 195236523, 4 augustus 2017. De documenten zijn ingediend in het kader van een aanvraag voor een wijziging van het bestemmingsplan. De wijziging heeft betrekking op een deel van het perceel waar nu sprake is van de bestemming ‘Agarisch’. Dit wordt ‘Wonen’ waarbij een extra bouwvlak (voor een woning) wordt toegevoegd. Wij beschouwen dit als gevoelig gebruik. De beoordeling beperkt zich tot de planlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor het bestemmingsplan zijn diverse bodemrapporten/-documenten ingediend. Beoordeling reikwijdte onderzoek Het bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de aanwezige bebouwing (zie afbeelding 1).

Delen van het plangebied (zie afbeelding 2) waarop het bestemmingsplan van toepassing is zijn niet onderzocht.

Afbeelding 1: situatietekening bodemonderzoek 2015

Advies Bodem

Vervolgvel

2

Afbeelding 2: verbeelding bestemming 2023 (in blauw de locatie wijziging bestemming) Het bodemonderzoek geeft dus geen inzicht in alle delen van het plangebied. Onderstaande beoordeling is gericht op de delen die wel zijn onderzocht. Daarbij wordt afgewogen of de behaalde gegevens voldoende representatief zijn voor het gehele plangebied. Beoordeling historisch vooronderzoek Uit de beoordeling blijkt dat het vooronderzoek conform NEN 5725 is uitgevoerd. Beoordeling verkennend en nader bodemonderzoek Uit de beoordeling blijkt dat het verkennend bodemonderzoek op basis van ondergenoemde punten niet conform NEN 5740 is uitgevoerd. Het bodemonderzoek wijkt op het volgende punt af: -

Mengmonster MM1 is samengesteld uit deelmonsters van zowel zintuiglijk schone grondlagen als lagen waarin bodemvreemde bijmenging voorkomt. Hierdoor zijn minder en meer van verontreiniging verdachte grondlagen vermengd. Dit is een kritische afwijking op NEN 5740.

Uit de behaalde onderzoeksresultaten blijkt nu dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper en PAK. Een uitzondering hierop betreft de locatie van boring 7; hier is sprake van sterke verontreiniging met PAK. Aansluitend heeft een afperkend grondonderzoek plaatsgevonden en is de sterke verontreiniging zowel horizontaal als verticaal afgeperkt. De omvang van de sterk verontreinigde grond betreft circa 5 m 3. Het grondwater op de locatie is licht verontreinigd met barium en nikkel.

Advies Bodem

Vervolgvel

3

Beoordeling verkennend en nader asbestonderzoek Uit de beoordeling blijkt dat het verkennend en nader asbestonderzoek op basis van ondergenoemde punten niet conform NEN 5707 is uitgevoerd. Het bodemonderzoek wijkt op de volgende punten af: -

Alle monsters van grond die zijn geanalyseerd voldoen niet aan de minimale gewichtseis van 10 kg droge stof. Verschillende eisen die worden gesteld aan de rapportage (registratie van gegevens) ontbreken.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt het behaalde onderzoeksresultaat wel als representatief beschouwd. Daarbij heeft inmiddels al een bodemsanering op de locatie plaatsgevonden (zie hieronder). Er was sprake van een asbestverontreiniging binnen één deel van het plangebied als gevolg van hoofdzakelijk plaatmateriaal (fractie > 20 mm) in de grond. Beoordeling van het resultaat van de bodemsanering Uit de ingediende BUS evaluatie en het besluit van de ODRA blijkt dat zowel de verontreiniging met asbest als de sterke verontreiniging met PAK zijn gesaneerd. Er is voor beide parameters niet langer sprake van (sterke) verontreining. Aanvulling van de ontgravingsputten heeft plaatsgevonden met schone grond (klasse AW). Beoordeling bestemmingsplan Regels voor bodem bij ruimtelijke plannen zijn opgenomen in de Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Algemene wet bestuursrecht en Nota bodembeheer. De resultaten van het onderzoek zijn hieraan getoetst. Wij stellen dat het bodemonderzoek niet voldoende inzicht geeft in de kwaliteit van de bodem binnen alle delen van het plangebied. Het is noodzakelijk om binnen de vooralsnog niet onderzochte delen van het plangebied inzicht in de bodemkwaliteit te krijgen. Ook hier is straks sprake van een gevoelig gebruik (Wonen met tuinen).

Een aanvullend argument voor de noodzaak van dit onderzoek is dat het voorkomen van sterke bodemverontreiniging (en eventuele risico’s) niet is uit te sluiten. De asbestverontreiniging en sterke PAK verontreiniging zijn hier voorbeelden van. De resultaten van huidig bodemonderzoek zijn niet volledig opgenomen in de bodemparagraaf van het bestemmingsplan. In deze paragraaf dient de bodemkwaliteit (na sanering) te zijn beschreven. Daarbij dienen de nog te behalen onderzoeksresultaten te worden beschreven. Wij merken daarnaast op het bodemonderzoek uit 2015 is uitgevoerd voorafgaande voltooiing van sloopwerkzaamheden op de locatie. Voor een toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) dient rekening te worden gehouden met aanvullend bodemonderzoek. Hierdoor dient te worden voldaan aan artikel 2.1.5, lid 4 van de bouwverordening van de gemeente Wijchen.

Berekening wegverkeerslawaai Grotestraat 29 Bergharen Standaard Rekenmethode I - Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012

NB Worst Case benadering intensiteit Grotestraat is lager dan afritten Deestersteeg. Grootste deel verkeer gaat naar en van van Heemstraweg. Info uitspraak bestemmingsplan Paardenhouderij (Grotestraat in 2015 circa 2000 motorvoertuigen) Aanname 2350 voertuigen in 2023, 3500 voertuigen 2033. Autonomen groei 2 % per jaar. verdeling 70 % dag (07.00-19.00 uur),avond 20 % (19.00-23.00 uur) en 10 % nacht(23.00-07.00 uur) Vrachtverkeer is gemiddeld 5 % van het totaal. Zowel de intensiteiten als de verdeling tussen personenauto’s en vrachtverkeer zijn hoger aangehouden dan in werkelijkheid te verwachten is.

De correcties volgens artikel 110g Wgh en volgens artikel 3.4 en 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 Lden (exclusief artikel 110g Wgh) 52,9 dB Correctie - 5 dB Lden (inclusief artikel 110 Wgh) 47,9 dB

QUICKSCAN NATUURWAARDEN BERGHAREN, GROTESTRAAT 29

JULI 2023 HSRO, AFFERDEN

QUICKSCAN NATUURWAARDEN BERGHAREN, GROTESTRAAT 29

COLOFON Datum: Juli 2023 Versie: 1.0-05072023 Door: HSRO 6654 BA Afferden tel: 0487-542906 www.hsro.nl In opdracht van: Familie Kersten

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDING................................................................................................................................................................................7 1.1 Aanleiding......................................................................................................................................................................7 1.2 Doel van het onderzoek................................................................................................................................................7 1.3 Leeswijzer......................................................................................................................................................................7 2 WETTELIJK KADER....................................................................................................................................................................8 2.1 Wet Natuurbescherming...............................................................................................................................................8 2.2 Zorgplicht.......................................................................................................................................................................8 2.3

Soortenbescherming.....................................................................................................................................................8 2.4 Soortenbescherming.....................................................................................................................................................8 3 HUIDIGE SITUATIE EN HET VOORNEMEN..............................................................................................................................10 3.1 Locatie.........................................................................................................................................................................10 3.2 Het voornemen...........................................................................................................................................................12 4 ONDERZOEKSMETHODE........................................................................................................................................................13 4.1 Soortenbescherming...................................................................................................................................................13 4.3 Gebiedsbescherming...................................................................................................................................................13 5

NATUURWAARDEN................................................................................................................................................................14 5.1 Flora.............................................................................................................................................................................14 5.2 Vogels..........................................................................................................................................................................14 5.3 Zoogdieren...................................................................................................................................................................14 5.4 Amfibieën....................................................................................................................................................................14 5.5 Overige beschermde soorten .....................................................................................................................................14 6 BEOORDELING SOORTENBESCHERMING..............................................................................................................................15 6.1 Wet

Natuurbescherming.............................................................................................................................................15 6.2 Vogels..........................................................................................................................................................................15 6.3 Vleermuizen.................................................................................................................................................................15 6.4 Overige soortgroepen.................................................................................................................................................15 6.5 Uitwerking algemene zorgplicht.................................................................................................................................15 7 BEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING................................................................................................................................16 7.1 Wet Natuurbescherming.............................................................................................................................................16 7.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone.............................................................................................16 8 SAMENVATTING &

EINDCONCLUSIE......................................................................................................................................17 8.1 Soortenbescherming...................................................................................................................................................17 8.2 Gebiedsbescherming ..................................................................................................................................................17 8.3 Algemene aanbevelingen............................................................................................................................................17 LITERATUUR.............................................................................................................................................................................19 BIJLAGEN..................................................................................................................................................................................20 Bijlage 2: Checklist en toelichting natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen .......................................................20 Bijlage 3: Brochure Vleermuisvriendelijk bouwen...........................................................................................................32

Versie 1.0 3-7-2023

5

Versie 1.0 3-7-2023

6

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel aan de Grotestraat 29, te Bergharen één bestaande schuur om te vormen naar een woning en één schuur gedeeltelijk te slopen. Naar aanleiding van deze ontwikkeling is, in het kader van de Wet Natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland, onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten en de effecten van het voornemen op beschermde gebieden. Aangezien de geplande werkzaamheden mogelijk invloed kunnen hebben op beschermde soorten en gebieden, is dit onderzoek noodzakelijk om indien nodig ontheffing en/of vergunning aan te vragen.

1.2

Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is om, door middel van een veldonderzoek en een aanvullend bronnenonderzoek, vast te stellen of er wettelijk beschermde flora- en faunasoorten in het plangebied voorkomen en welke beschermde natuurgebieden in de omgeving van het plangebied zijn gesitueerd. Vervolgens wordt nagegaan wat de effecten van de voorgenomen plannen hierop zullen zijn en hoe deze effecten zich verhouden tot de (inter-) nationale natuurwetgeving. Indien er beschermde soorten in het plangebied voorkomen, wordt tenslotte geadviseerd op welke wijze hiervoor beschermende maatregelen noodzakelijk zijn en op welke wijze deze kunnen worden gerealiseerd.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijke kader van dit onderzoek beschreven. Hierna volgt in hoofdstuk 3 een beschrijving van de onderzoekslocatie en het voornemen. Hoofdstuk 4 beschrijft de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de huidige natuurwaarden aan de hand van veld- en bronnenonderzoek. Hoofdstuk 6 en 7 beoordelen het voornemen aan de uitvoerbaarheid binnen respectievelijk de soorten- en gebiedsbescherming. Hoofdstuk 8 geeft een samenvatting en een eindconclusie.

Versie 1.0 3-7-2023

7

2

WETTELIJK KADER

2.1

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt daarmee de eerdere Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet natuurbescherming is gericht op: • het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; • het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waarde-volle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

2.2

Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd (zie tabel I). Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden.

2.3

Soortenbescherming Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijf-plaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10).

2.4

Soortenbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.

2.4.1

Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke

Versie 1.0 3-7-2023

8

flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheer-plan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudings-doelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2).Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de Provincie. 2.4.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

Versie 1.0 3-7-2023

9

3

HUIDIGE SITUATIE EN HET VOORNEMEN

3.1

Locatie Het plangebied ligt aan de Grotestraat 29 te Bergharen (zie figuur 3.1 & 3.2). Het plangebied maakt deel uit van een buurtschap dat tussen Deest en Bergharen ligt. Op het perceel bevinden zich een woning met tuin, verharding en twee voormalig agrarische schuren (zie figuur 3.3). Het plangebied wordt omsloten door woningen, tuinen, akkers, weilanden en een paardenhouderij. Het plangebied omvat een deel van het kadastrale perceel 384 van de kadastrale gemeente Bergharen, Sectie G. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 400 m2.

Figuur 3.1: Plangebied t.o.v. de omgeving

Figuur 3.2: Perceel 384 met de twee schuren

Versie 1.0 3-7-2023

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=4cf20f2c-1bee-4639-8c79-c942a2cd894b