CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 bij de toelichting Archeologisch onderzoek.pdf

Raad openbaar Wijchen 16 december 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 60273 Vaststellen bestemmingsplan 'Niftrik, Kerkstraat 4 en 6'.8.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik Gemeente Wijchen

10m

Opdrachtgever Lycens B.V. dhr. B. Franke Postbus 336 7570 AH Oldenzaal 06 19 44 45 72 b.franke@lycens.nl

Projectnummer 192595 Kenmerk ../192595

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum

06-02-2020

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Colofon Opdrachtgever

Lycens

Project

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik

Projectnummer

192595

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Dorpsstraat 2 te Niftrik, Gemeente Wijchen

Datum en versie

06-02-2020, versie 2.0 (definitief)

Auteurs

Drs. E.E.A. van der Kuijl en mw. Ing. J.F.M. Rohling

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto van het plangebied (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

2 van 17

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Inhoud 0.

Samenvatting ........................................................................................................................... 4

1.

Inleiding.................................................................................................................................... 6

2

3

4

1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7

1.3

Werkwijze ....................................................................................................................... 7

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 7

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 11

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 12 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 12

2.2

Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving ................................... 16

2.3

Archeologische waarden .............................................................................................. 18

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 19

2.5

Conclusie ...................................................................................................................... 20

Booronderzoek....................................................................................................................... 22 3.1

Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 22

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 22

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 24 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 24

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 25

4.3

Voorbehoud .................................................................................................................. 25

Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 28 Rapporten .................................................................................................................................. 28 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 28 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 29

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 40

Project Kenmerk

0.

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Lycens een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor een bestemmingsplanwijziging aan de Dorpsstraat 2 te Niftrik. Op de locatie komen, in de achtertuin van de bestaande woning, twee nieuwe bouwvlakken voor een vrijstaande en een 2-onder-1-kap woning. Het plangebied heeft een omvang van circa 1.119 m2. De diepte van de geplande bodemverstoringen is nog onbekend, maar bedraagt vanwege een vorstvrije fundering tenminste 80 cm-mv. Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart (west) in de bebouwde kom met een hoge archeologische verwachting. Tevens ligt het in een reeds bekende vindplaats en in de aandachtszone van deze vindplaats. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is.1 Bureauonderzoek Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag.

In het plangebied bevinden zich waardevolle archeologische lagen zich vanaf maaiveld tot een diepte van 2,30 m-mv in de C-horizont. In de omgeving zijn vondstlagen aangetroffen onder de bouwvoor in bruingrijze klei met mangaan (LME + NT) op 20-55 cm-mv. In de grijsbruine iets zandige klei met mangaan en ijzeroxidatie (PREHIST, ROM, LME) vanaf 55-110 cm-mv. In het plangebied zelf waren vanaf circa 1820 tot 1918 het gebouw en tuinen van de voormalige pastorie aanwezig. Resten van deze bebouwing en gerelateerde vondsten zijn mogelijk nog in de ondergrond aanwezig. Booronderzoek Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw, met uitzondering van boring 5a en 5b uit een circa 45 cm dikke subrecente bouwvoor bestaat die overgaat in een dikke cultuurlaag bestaande uit fosfaatrijke zandige klei met fragmenten houtskool en puinspikkels. De dikte van dit pakket varieert van 80 cm in boring 3 tot 180 cm in boring 1. In boring 1 is nog een tweedeling aanwezig in het pakket. De onderste 90 cm van dit pakket bestaat uit een relatief schoon pakket zandige klei waarin alleen wat puinspikkels aanwezig zijn. De basis van het bodemprofiel bestaat uit lichtbruin kleiig matig fijn zand (boring 2, 3 en 4) of sterk zandige klei (boring 1). Het betreft rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van Huiseling-Demen.

In boring 4 is op een diepte tussen 10 en 90 cm-mv sprake van opvallend veel zacht gebakken oranje baksteenpuin. Boring 5a en 5b zijn beiden gestuit op een fundering die opgetrokken is uit dezelfde oranje zachte baksteen. Dit betreft vermoedelijk de fundering van de voormalige pastorie die hier tussen circa 1820 en 1918 aanwezig was. Een belangrijk indicatie voor deze bebouwing vormt tevens de oorspronkelijke toegangspoort van de pastorie ter hoogte van deze boringen. Deze toegangspoort is nog altijd aanwezig aan de noordoostzijde van het perceel (zie Afbeelding 13). Selectieadvies Vanwege de aanwezigheid van een oude cultuurlaag met archeologische indicatoren die duiden op één of meerdere vindplaatsen uit de periode Romeinse Tijd tot en met de Nieuwe Tijd adviseert Hamaland Advies om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren indien de bodemingrepen dieper dan 35 cm-mv reiken (top van het muurwerk van de voormalige pastorie). Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld, dat getoetst wordt door gemeente Wijchen en diens archeologisch adviseur (mw. E. van der Linden). 1

Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Selectiebesluit De resultaten en aanbevelingen uit de conceptrapportage zijn op 3 februari 2020 getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden, gemeentelijk archeoloog). De opmerkingen en wijzigingen, waaronder de omvang van het plangebied, zijn verwerkt in deze definitieve versie 2.0 van het rapport. Op grond van de onderzoeksresultaten zal door gemeente Wijchen een selectiebesluit genomen worden of vervolgonderzoek noodzakelijk is voorafgaand aan de geplande bodemingrepen. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”.

Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (mw. drs. E. van der Linden).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Lycens een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor een bestemmingsplan-wijziging aan de Dorpsstraat 2 te Niftrik. Op de locatie komen, in de achtertuin van de bestaande woning, twee nieuwe bouwvlakken voor een vrijstaande en een 2-onder-1-kap woning. Het plangebied heeft een omvang van circa 1.119 m2.2 De diepte van de geplande bodemverstoringen is nog onbekend, maar bedraagt vanwege een vorstvrije fundering tenminste 80 cm-mv. Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart (west) in de bebouwde kom met een hoge archeologische verwachting. Tevens ligt het in een reeds bekende vindplaats en in de aandachtszone van deze vindplaats. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is.3 Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek en uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en advies voor eventueel vervolgonderzoek is geformuleerd.

De resultaten en aanbevelingen uit deze rapportage zijn op 3 februari 2020 getoetst door het bevoegd gezag, de Gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden, gemeentelijk archeoloog). De opmerkingen en wijzigingen, waaronder de omvang van het plangebied, zijn verwerkt in deze definitieve versie 2.0 van het rapport.

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3)

2 3

Archis3 perceelgrootte Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 40

Project Kenmerk

1.2

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek nodig zal zijn of niet.

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • • • •

1.4

Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; Geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Archeologische Waardenkaart gemeente Wijchen; Archeologische rapporten en publicaties.

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek.

In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma4. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen.

Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: • Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie; • Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) • Archeologische en cultuurhistorische Beleidsadvieskaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; • Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; • Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek leegstand van monumentaal vastgoed; • Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; • Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed; • Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; • Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen; 4

www.gelderland.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 40

Project Kenmerk

•

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer.

Provinciale kennisagenda Rivierenland5 Deze agenda heeft de volgende thema’s: • De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici6 hierin. • Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Beuningen en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Beuningen speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. • Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht. • Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?

Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Wijchen beschikt derhalve over eigen archeologiebeleid en treedt op als bevoegd gezag. De gemeente beschikt tevens over een archeologische beleidskaart uit 2009.7 Hierop is het plangebied gelegen in de bebouwde kom met een hoge verwachting. Tevens ligt het op de vindplaats en in de aandachtszone van een archeologische vindplaats. Het betreft de voormalige pastorie van de kerk van Niftrik die omstreeks 1918 is gesloopt (nr. 498). Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwwerk groter dan 30 m² de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.8

5

zie hoofdstuk 3; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012 Burgerlijke nederzetting bij een militair fort 7 Goossens & Flokstra, 2009 8 Artikel 28 Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014 via https://www.ruimtelijkeplannen.nl 6

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

0

100m

Afbeelding 2: Uitsnede uit de Archeologische beleidskaart, met het plangebied in het rode kader (Goossens & Flokstra, 2009, Beleidskaart West)

Afbeelding 3: Legenda van de Archeologische beleidskaart (Goossens & Flokstra, 2009, Beleidskaart West)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 40

Project Kenmerk

1.5

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Bevoegd gezag

Gemeente Wijchen

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Wijchen, Niftrik

Toponiem, Adres

Dorpsstraat 2

Kaartbladnummer 1:25000

45F

RD-coördinaten

X, Y NO

174.397, 423.047

NW

174.361, 423.082

ZO

174.387, 423.031

ZW

174.345, 423.059

Centrumcoördinaat

174.372, 423.056

Hoogte centrumcoördinaat

9

Kadastrale gegevens10

Gemeente Niftrik, Sectie A, perceel 1653 (deels)

Onderzoekmeldingsnummer11 Oppervlakte plangebied

12

Toekomstig grondgebruik

4766149100 1.119 m²

Huidig grondgebruik 13

Geologie15

8,60 m+NAP

gras, bomen 14

woningen, erf Formatie van Echteld op Formatie van Beegden

Geomorfologie 16

3B44

Stroomrug

Rd10C

Kalkloze Ooivaaggrond lichte zavel

Grondwatertrap 18

III

GHG19 <40 cm-mv, GLG20 80-120 cm-mv

Periode

Neolithicum t/m Nieuwe Tijd

Bodemtype

17

9

AHN Archis3 Archis3 12 Opgave opdrachtgever en opmeting in GIS-programma 13 Opgave opdrachtgever 14 Opgave opdrachtgever 15 Geologische kaart 1:50.000 16 Archis3 geomorfologische kaart 2008 17 Archis3 bodemkaart 2014 18 http://maps.bodemdata.nl 19 GHG: gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) 20 GLG: gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) 10 11

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de bebouwde kom van Niftrik. Niftrik ligt in het rivierengebied direct ten noorden van de Maas en is daardoor langdurig beïnvloed door sedimentatie vanuit de rivier. Deze heeft dikke pakketten grind, zand en klei afgezet. In de ondergrond bevinden zich oude rivierafzettingen van de Rijn die behoren tot de Formatie van Kreftenheye en tijdens het Weichselien zijn gevormd (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden).21 De rivier kenmerkt zich in deze periode door een vlechtend patroon met meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. Vanaf het Laat-Glaciaal (circa 15.000 – 11.755 jaar geleden) tot in het VroegHoloceen (circa 11.755 jaar geleden) begonnen de rivieren te meanderen. In het plangebied is sprake van rivierdeposities van klei en zand van de Formatie van Echteld uit het Holoceen op fijn zand van de Formatie van Beegden. Deze formatie bestaat uit alle afzettingen van de rivier de Maas op Nederlandse bodem en in de Nederlandse ondergrond, vanaf het Plioceen (5 miljoen jaar geleden) tot het heden.22 Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland 23 ligt het plangebied in een gebied met beddingzand van onbedijkte rivieren, met de top van het pleistocene zand tussen 2,0 - 3,0 m-mv (zanddieptecode 16). Er is geen zand aan het maaiveld aanwezig (deklagencode 0).

Op de ouderdomskaart van Cohen24 ligt het plangebied buiten de stroomgebied van de Maas in een gebied met een ontstaansperiode rond 500 BC. Volgens de rivierarmenkaart van Berendsen ligt het plangebied op de oude rivierarm Huisseling-Demen die 3000-2000 jaar Before Present (1050-50 vC)25. Archeologische vondsten zijn mogelijk uit de periode van het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. 26

Geomorfologie Het gehele plangebied is op de geomorfologische kaart27 gekarteerd als Stroomrug (3B44). Ten zuiden van het plangebied is een niet geclassificeerd deel en zijn Meanderruggen en –geulen (3L42D) aanwezig (zie Afbeelding 4).

21

Berendsen, 2005 Berendsen, 2008 i.c.m. boring B45F0079 via dinoloket.nl 23 http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_zandbanen 24 Cohen, 2014 (bestand UIKAV2014_Bijlage_H_ATLAS_Ouderdomskaart.pdf) 25 Berendsen, 2005 26 2001 met laatste update 2005 in bestand channel_belt_ages.pdf 27 Archis3 22

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Stroomrug (3B44)

Meanderruggen en –geulen (3L42D) Stroomrug3B44

Afbeelding 4: Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).

Bodem De bodemkaart28 typeert het noordelijk deel als een kalkloze ooivaaggrond met lichte zavel (Rd10C) en het zuidelijk deel als een DIJK (grijs, zie Afbeelding 5). Ten zuiden van de dijk is een kalkloze ooivaaggrond met zware zavel en lichte klei (Rd90C) aanwezig. Bij nadere bestudering van de hoogtekaart (zie Afbeelding 6) blijkt dat het gehele plangebied ten noorden van de dijk gelegen is. We verwachten dan ook in het gehele plangebied een ooivaaggrond aan te treffen.

28

Archis3

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Kalkloze ooivaaggrond Lichte zavel (Rd10C)

DIJK

Kalkloze ooivaaggrond Zware zavel, lichte klei (Rd90C)

Afbeelding 5: Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).

Grondwater Het noordelijk deel van het plangebied met de ooivaaggrond heeft grondwatertrap III29. Bij deze grondwatertrap is er een gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) minder dan 40 cm onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) van tussen de 80 en 120 cm onder maaiveld. Het zuidelijk deel met de bodemtypologie Dijk, is niet geclassificeerd met een grondwaterstand. Dit gebied zal echter zal, vanwege de capillaire werking en de grondbelasting van het dijklichaam globaal eenzelfde grondwaterstand hebben als het noordelijk deel. Door de ligging in de bebouwde kom zal er van een natuurlijke grondwaterstand echter nauwelijks meer sprake zijn. Aangenomen mag worden dat deze grondwaterstand door de geplande ingrepen niet of nauwelijks verandert.

Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland heeft het plangebied een hoogte van ca. 8,60 m+NAP.30 Er zijn geen grote hoogteverschillen in het plangebied zelf aanwezig. Direct zuidelijk grenzend aan het plangebied begint de dijk met een maximale kruinhoogte van 11,40 m+NAP. Meer naar het noordwesten ligt de A50 op een nog hogere dijk met de kruin op 16,80 m+NAP (zie Afbeelding 5).

29 30

http://maps.bodemdata.nl AHN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

16,80m +NAP

8,60m +NAP 11,40m +NAP

Afbeelding 6: Hoogte van het plangebied op de hoogtekaart (AHN3 maaiveld)

Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich in de fase van de aanvraag van de bestemmingsplanwijziging ter voorbereiding op de planvormingsfase. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnische- en geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever. In het Bodemloket31 is voor de Dorpsstraat 2, ten westen van het plangebied, waar een broodfabriek in 1951 aanwezig is geweest, aangegeven dat op basis van de informatie uit het historisch bodembestand geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Op deze locatie is pas op termijn, of eerder bij locatieontwikkeling, een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen.32 Uit dit onderzoek moet blijken of op de onderzoekslocatie activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem mogelijk hebben verontreinigd. De Bodemverontreinigingenkaart van de provincie Gelderland33 bevestigt dit en tevens dat de locatie ‘potentieel verontreinigd’ is. In het dinoloket is een boring geregistreerd die in 1940 op 100 meter ten noordoosten van het plangebied, ter hoogte van Kerkstraat 13 (boring B45F0079) is gezet.34 Vanaf het maaiveld tot 7,80 m-mv bevindt zich zandige klei in de bodem. Daaronder is een 1,20 m dik pakket klei aanwezig. Beide lagen behoren tot de Formatie van Echteld. Van 9,00-16,00m-mv is grof grindig zand aanwezig van de Formatie van Beegden.

31

www.bodemloket.nl Identificatiecode GE029600311 www.bodemloket.nl 33 https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers 34 RD-coördinaat 174.480, 423.050 32

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 40

Project Kenmerk

2.2

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving Niftrik Van de plaatsnaam Niftrik wordt het eerst melding gemaakt toen in 1388 de slag bij Niftrik plaatsvond tussen de graven van Brabant en Gelre. De naam Niftrik, vroeger Nijfterik, betekent 'nieuwe oversteek', wat duidt op een doorwaadbare plaats in de rivier. In 1760 heeft een overstroming Niftrik voor een groot deel onder water gezet, waarbij delen van de bodemlagen zijn verspoeld.35 In de Tweede Wereldoorlog stak het Nederlandse leger op 10 mei 1940 alle boven de dijk uitstekende bebouwing van Niftrik in brand, om te voorkomen dat Duitse troepen de gebouwen zouden kunnen gebruiken om de Nederlandse linies bij Ravenstein te beschieten. Een derde van het dorp ging daarbij in vlammen op. Later in de oorlog werd op 1 september 1944 de spoorbrug, ca 1 km ten noordwesten van het plangebied, over de Maas gebombardeerd. 36

Plangebied Het plangebied heeft37 in de Tweede Wereldoorlog geen onderdeel uitgemaakt van het operatieterrein van ‘Market Garden’, waardoor verdedigingslinies niet verwacht worden. Wel kunnen kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen aanwezig zijn. Het plangebied ligt op de kadastrale minuut uit 182038 (zie Afbeelding 7) op percelen behorende bij de pastorie van Niftrik. In het plangebied ligt de bebouwing van de pastorie met erf, tuin en bleekveld.39 Op de Militaire topografische kaarten van 1850 en 1860 en het Bonneblad van 1868 is er ten opzichte van 1820 niets veranderd (zie 1868, Afbeelding 8). Op de kaart van 1918 is de bebouwing van de pastorie verdwenen en resteert een onbebouwd gebied (zie Afbeelding 9). Dit blijft zo tot de huidige tijd (zie 2018 in Afbeelding 10).

0

100m

35

Flokstra, L.M., 2003 https://www.wijchen.nl/in-wijchen/geschiedenis-van-de-gemeente 37 www.ikme.nl 38 minuutplan Niftrik, Gelderland, sectie A, blad 02 via https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl 39 oorspronkelijke aanwijzende tafel Niftrik, Gelderland, sectie A, blad 014 via. https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl 36

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Afbeelding 7: Uitsnede uit de Kadastrale kaart van 1820 met het plangebied in het rode kader (https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

0

100m

0

100m

Afbeelding 8: Situatie in 1886 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

Afbeelding 9: Situatie in 1918 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

0

100m

Afbeelding 10: Situatie in 2018 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

Conclusie bouw- en cultuurhistorische waarden Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied al in 1820 bebouwd is met de pastorie. Deze is gesloopt voor 1918. Resten van gesloopte bebouwing van de pastorie kunnen eventueel nog in de ondergrond aanwezig zijn. Er is dus een trefkans op (resten van) bouwhistorische waarden in de ondergrond.

2.3

Archeologische waarden Het plangebied is niet eerder onderzocht. In Archis 3 zijn in de bebouwde omgeving een aantal vondstmeldingen en twee onderzoeken geregistreerd (zie Afbeelding 11).

Afbeelding 11: Overzicht van de onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Het onderzoek met nummer 2045430100 is 150 meter van het plangebied aan de Lagestraat gelegen. In 2003 is hier een booronderzoek uitgevoerd40. Als gevolg van het aantonen van resten uit de late middeleeuwen is in 2007 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Er zijn aardewerk, baksteen en bot aangetroffen tezamen met kuilen, paalgaten en greppels. De vondsten dateren op enkele uitzonderingen na in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Bij de uitzonderingen betreft het een aantal aardewerkscherven uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Sommige resten van bouwmateriaal, zoals dakpan, leisteen en tufsteen dateren mogelijk uit de Romeinse tijd. Het bodemprofiel tot 50 cm onder het maaiveld bestaat uit zandige klei met recente puindeeltjes en grind. Daaronder bevindt zich een pakket oeverafzettingen (zandige klei) tot 80–150 cm. Deze afzettingen bevinden zich op grofzandig en grindhoudend zand dat wordt geïnterpreteerd als rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van Huiseling-Demen. De top van de zandlaag lag bij de meest zuidelijke boringen 2,30 m onder het maaiveld of lager. Vondstlagen zijn aangetroffen onder de bouwvoor in bruingrijze klei met mangaan (LME + NT) op 20-55 cm-mv. In de grijsbruine iets zandige klei met mangaan en ijzeroxidatie (PREHIST, ROM, LME) vanaf 55-110 cm-mv.

Oeverafzettingen van bruingrijs gevlekt kleiig zand bevinden zich vanaf 110-130 cm-mv en onder de 130 cm-mv bevindt zich grijsbruin grof zand van de rivierbeddingafzettingen Huiseling-Demen41. Bij dit onderzoek behoren de vondstmeldingen met nummers 2045430100, 2211237100 en 3065067100. Het onderzoeksnummer 2303001100, 250 meter noordoostelijk van het plangebied aan de Gildestraat betreft een bureau- en inventariserend veldonderzoek uit 2010. In twee van de vijf boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Deze bevonden zich in de oeverafzettingen, die worden gekarakteriseerd door sterk siltige, zwak grindige, bruingrijze tot grijze klei. In boring 6 is daarbij een fragment grijsbakkend aardewerk aangetroffen daterend uit de 12 e eeuw na Chr. Op grond van deze archeologische indicatoren, de ligging van het plangebied binnen de oude dorpskern van het dorp Niftrik en de resultaten van archeologisch onderzoek in de directe nabijheid kan worden aangenomen dat het hier sprake is van een oude Middeleeuwse bewoningslaag. Deze is aan de randen van het plangebied nog intact, maar in het merendeel van het plangebied door bouw- en sloopactiviteiten reeds verstoord.42 Er zijn geen vervolgonderzoeken uitgevoerd, omdat de nieuwe bebouwing in reeds verstoorde grond wordt gerealiseerd. De randen blijven daarbij archeologisch intact.

Bij dit onderzoek behoort de vondstmelding met nummer 2303001100. 110 meter noordoostelijk is vondstnummer 2924021100 geregistreerd. Tijdens onderzoek door de STIBO zijn Middeleeuwse scherven gevonden op een akker. Het gaat om kogelpotaardewerk en steengoed.

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Waarnemingen in Archis3 in de omgeving van het plangebied bevestigen menselijke aanwezigheid in de periode Neolithicum tot en met de Nieuw Tijd. Met een groot aandeel van de vondsten uit de Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd, ten tijde van de bewoning van de kern Niftrik. Op basis van boringen (dino en archeologie) uit de omgeving van het plangebied en Archis3 kaarten is te concluderen dat de ondergrond bestaat uit grof zand van de Formatie van Beegten. De top van de zandlaag bevind zich in de omgeving vanaf 2,30 m onder het maaiveld. Hierop is de Formatie van Echteld (zandige klei en klei) tot het maaiveld aanwezig. Indien sprake is van oeveren beddingafzettingen dan is er een hoge trefkans voor archeologische vindplaatsen vanaf de Romeinse Tijd. Indien sprake is van komafzettingen dan is sprake van een lage archeologische verwachting. Het bodemprofiel tot 50 cm onder het maaiveld bestaat naar verwachting uit zandige klei met recente puindeeltjes en grind. Dit pakket dateert uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. 40

Flokstra, L.M., 2003 Wildenberg, J.J.A.J. & K. Zee, 2007 42 Brouwer, R.M., 2010 41

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Daaronder bevindt zich vermoedelijk een pakket oeverafzettingen (zandige klei) vanaf 50 tot 80/150 cm. Hieronder bevinden zich grofzandig en grindhoudend zand dat wordt geïnterpreteerd als rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van Huiseling-Demen. Archeologische waardevolle lagen bevinden zich vanaf maaiveld tot een diepte van 2,30 m-mv in de C-horizont (zie Tabel 2, hieronder). Door afzettingen van de rivier van voor de bedijking in de 13e eeuw en latere overstromingen zijn verspoelingen van cultuurlagen uit de Romeinse Tijd en Middeleeuwen mogelijk. De mate waarin dit heeft plaatsgevonden dient nader te worden vastgesteld, evenals de mate van intactheid van de bodem tot aan de verwachtte maximale verstoringsdiepte. Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied

Periode

2.5

Verwachte vindplaatstypen

Verwachte grondlaag

2e wereldoorlog

Laag

crashlocaties, veldgraven en onderduikholen

in of direct onder de bouwvoor

Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd

Hoog

Resten van voormalige bebouwing pastorie, oud erf, akkers, erfgreppels, , sloten

in of direct onder de bouwvoor in zandige klei

Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen

Hoog

Nederzettingsterreinen, begravingen, zandpaden, afvaldumps

in de oeverafzettingen 0,50-1,50m-mv

Bronstijd - IJzertijd

Hoog

Nederzettingsterreinen, urnenvelden, zandpaden, afvaldumps

in de rivierbeddingafzetting van Huiseling-Demen vanaf 1,50m-mv

Mesolithicum-Neolithicum

Hoog

Nederzettingsterreinen, jachtkampen, Top van de C-horizont haardkuilen, losse vuursteenstrooiingen vanaf 2,30 m-mv

Conclusie Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. De onderzoeksvragen uit Hoofdstuk 1 kunnen als volgt beantwoord worden: •

Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?

Er is een ooivaaggrond op een stroomrug in het plangebied aanwezig. De top van de stroomrug bevindt zich in de omgeving vanaf 2,30 m onder het maaiveld. Hierop zijn oever en beddingafzettingen van de Formatie van Echteld (zandige klei en klei) tot het maaiveld aanwezig. Het bodemprofiel tot 50 cm onder het maaiveld bestaat naar verwachting uit zandige klei met recente puindeeltjes en grind. Daaronder bevindt zich een pakket oeverafzettingen (zandige klei) vanaf 50 tot 80/150 cm. Hieronder bevinden zich grofzandig en grindhoudend zand dat wordt geïnterpreteerd als rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van Huiseling-Demen. •

Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm?

Ja. In het plangebied bevinden zich waardevolle archeologische lagen zich vanaf maaiveld tot een diepte van 2,30 m-mv in de C-horizont. In de omgeving zijn vondstlagen aangetroffen onder de bouwvoor in bruingrijze klei met mangaan (LME + NT) op 20-55 cm-mv. In de grijsbruine iets zandige klei met mangaan en ijzeroxidatie (PREHIST, ROM, LME) vanaf 55-110 cm-mv. In het plangebied zelf waren vanaf circa 1820 tot 1918 het gebouw en tuinen van de voormalige pastorie

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

aanwezig. Resten van deze bebouwing en daaraan gerelateerde vondsten zijn mogelijk nog in de ondergrond aanwezig. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt verwacht dat de fundering (diepte > 80cm-mv) van de twee nieuwe woningen waardevolle archeologische lagen uit de periode van de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zal verstoren en mogelijk ook oudere niveaus, afhankelijk van de funderingsdiepte. Wij adviseren om vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling vast te stellen. Dit advies is door het bevoegd gezag overgenomen. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een PVA opgesteld dat op 21 januari 2020 getoetst en geaccordeerd is door het bevoegd gezag, de Gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

3

Booronderzoek

3.1

Werkwijze Booronderzoek Op 23 januari 2020 zijn conform het Plan van Aanpak door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal 5 verkennende boringen gezet tot een maximale diepte van 260 cm-mv. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, de BRL SIKB 4003 en het vooraf opgestelde en door de gemeente geaccordeerde Plan van Aanpak.43 De boringen zijn gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld volgens een verspringend driehoeksgrid. Boring 1, 2 en 3 zijn iets verplaatst ten opzichte van het oorspronkelijke boorplan uit het Plan van Aanpak, vanwege de aanwezigheid van boomstronken. De exacte locaties van de boorpunten zijn met GPS ingemeten. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2). Ten tijde van het onderzoek bestond het plangebied uit grasland (tuin). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn droog gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De X-, Y- en Z-coördinaten van de boorpunten zijn opgenomen in Bijlage 4. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 5. In het plangebied is in vier boringen een intact bodemprofiel aangetroffen. Boring 5 is tweemaal gestuit op een fundering van zachte oranje baksteen. De bodemopbouw van de intacte boringen kan als volgt worden weergegeven: Tabel 3: Bodemopbouw (boring 2)

Diepte (cm – mv) 0-10 10-45

45-210

210-230 230-250

43

Samenstelling Gras Donkerbruin tot grijs humeuze zandige klei met puin en grindjes Bruingrijs iets gevlekte zandige klei met fosfaten, houtskool, puinspikkels en aardewerk Lichtbruine sterk zandige klei Lichtbruin kleiig matig fijn siltig zand (260 µm)

Interpretatie Ap1; (sub)recente bouwvoor

A1; cultuurlaag

C1; oeverafzettingen C2; riviermeanderafzettingen

Van der Kuijl, 2020.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Interpretatie en conclusie De bodemopbouw bestaat, met uitzondering van boring 5a en 5b uit een circa 45 cm dikke subrecente bouwvoor die overgaat in een dikke cultuurlaag bestaande uit fosfaatrijke zandige klei met fragmenten houtskool en puinspikkels. De dikte van dit pakket varieert van 80 cm in boring 3 tot 180 cm in boring 1. In boring 1 is nog een tweedeling aanwezig in het pakket. De onderste 90 cm van dit pakket bestaat uit een relatief schoon pakket zandige klei waarin alleen wat puinspikkels aanwezig zijn. De basis van het bodemprofiel bestaat uit lichtbruin kleiig matig fijn zand (boring 2, 3 en 4) of sterk zandige klei (boring 1). Het betreft rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van HuiselingDemen. In boring 4 is op een diepte tussen 10 en 90 cm-mv sprake van opvallend veel zachtgebakken oranje baksteenpuin. Boring 5a en 5b zijn beiden gestuit op een fundering die opgetrokken is uit dezelfde oranje zachte baksteen. Dit betreft vermoedelijk de fundering van de voormalige pastorie die hier tussen circa 1820 en 1918 aanwezig was. Een belangrijk indicatie voor deze bebouwing vormt tevens de oorspronkelijke toegangspoort van de pastorie ter hoogte van deze boringen. Deze toegangspoort is nog altijd aanwezig aan de noordoostzijde van het perceel (zie Afbeelding 13).

Archeologie Tijdens het booronderzoek zijn in alle boringen met intacte bodems vondsten aangetroffen. Alle vondsten zijn afkomstig uit de oorspronkelijke bouwvoor en de oude cultuurlaag en bestaan voornamelijk uit fosfaten, houtskoolfragmenten, baksteenpuin en in boring 2 op een diepte van 160 cm-mv een fragmentje gladwandig gedraaid aardewerk, lichtgrijs aan de buitenzijde en oranje/roze aan de binnenzijde (zie Afbeelding 12). De vermoedelijke datering is Romeinse Tijd of Vroege Middeleeuwen.

Afbeelding 12: Foto van het in boring 2 aangetroffen aardewerkfragment.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Conclusie Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. In het plangebied bevinden zich waardevolle archeologische lagen zich vanaf maaiveld tot een diepte van 2,30 m-mv in de C-horizont. In de omgeving zijn vondstlagen aangetroffen onder de bouwvoor in bruingrijze klei met mangaan (LME + NT) op 20-55 cm-mv. In de grijsbruine iets zandige klei met mangaan en ijzeroxidatie (PREHIST, ROM, LME) vanaf 55-110 cm-mv. In het plangebied zelf waren vanaf circa 1820 tot 1918 het gebouw en tuinen van de voormalige pastorie aanwezig. Resten van deze bebouwing en gerelateerde vondsten zijn mogelijk nog in de ondergrond aanwezig.. Op grond van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt worden beantwoord: •

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? De bodemopbouw bestaat, met uitzondering van boring 5a en 5b uit een circa 45 cm dikke subrecente bouwvoor die overgaat in een dikke cultuurlaag bestaande uit fosfaatrijke zandige klei met fragmenten houtskool en puinspikkels. De dikte van dit pakket varieert van 80 cm in boring 3 tot 180 cm in boring 1. In boring 1 is nog een tweedeling aanwezig in het pakket. De onderste 90 cm van dit pakket bestaat uit een relatief schoon pakket zandige klei waarin alleen wat puinspikkels aanwezig zijn. De basis van het bodemprofiel bestaat uit lichtbruin kleiig matig fijn zand (boring 2, 3 en 4) of sterk zandige klei (boring 1). Het betreft rivierbeddingafzettingen van de meandergordel van Huiseling-Demen. In boring 4 is op een diepte tussen 10 en 90 cm-mv sprake van opvallend veel zachtgebakken oranje baksteenpuin. Boring 5a en 5b zijn beiden gestuit op een fundering die opgetrokken is uit dezelfde oranje zachte baksteen. Dit betreft vermoedelijk de fundering van de voormalige pastorie die hier tussen circa 1820 en 1918 aanwezig was. Een belangrijk indicatie voor deze bebouwing vormt tevens de oorspronkelijke toegangspoort van de pastorie ter hoogte van boring 3. Deze toegangspoort is nog altijd aanwezig aan de noordoostzijde van het perceel (zie Afbeelding 13).

•

Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? In het plangebied is in vier boringen een intact bodemprofiel aangetroffen (boring 1 t/m 4). Boring 5 is tweemaal gestuit op een fundering van zachte oranje baksteen.

•

Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan? Ja, in de oude cultuurlaag zijn archeologische indicatoren aangetroffen uit de periode Romeinse Tijd – Nieuwe Tijd.. De indicatoren bestaan uit fragmenten fosfaten, houtskool, baskteenpuin en een fragmentje gedraaid aardewerk. De top van de cultuurlaag bevindt zich op dieptes variërend van 45 cm-mv in boring 2 tot 90 cm-mv in boring 4. De basis van de cultuurlaag is aangetroffen op dieptes variërend van 130 cm-mv in boring 3 tot 210 cm-mv in boring 2. In boring 5a en 5b is sprake van de oude funderingen van de voormalige pastorie die hier van 1822 tot 1918 aanwezig was en daarna gesloopt is.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 40

Project Kenmerk

•

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan? Ja, zie het antwoord op de vorige vraag.

•

Wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan? Zie het antwoord op bovenstaande vraag.

•

In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de verwachtingen. De basis van het bodemprofiel bestaat uit beddingafzettingen van de meandergordel van HuiselingDemen. Daarop zijn oeverafzettingen aanwezig waarin door eeuwenlange bewoning een dikke cultuurlaag is gevormd met archeologische indicatoren die dateren uit de periode van de Romeinse Tijd tot en met de Nieuwe Tijd.

•

Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt? Vervolgonderzoek wordt noodzakelijk geacht. In boring 5a en 5b zijn de funderingen van de voormalige pastorie aanwezig. Deze bevinden zich in de noordoosthoek van het plangebied en zullen vermoedelijk nog grotendeels aanwezig zijn. In de overige boringen is vanaf een diepte van 45 cm-mv sprake van een dikke cultuurlaag waar ook oudere resten in aanwezig kunnen zijn.

4.2

Selectieadvies Vanwege de aanwezigheid van een oude cultuurlaag met archeologische indicatoren die duiden op één of meerdere vindplaatsen uit de periode Romeinse Tijd tot en met de Nieuwe Tijd adviseert Hamaland Advies om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren indien de bodemingrepen dieper dan 35 cm-mv reiken (top van het muurwerk van de voormalige pastorie). Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld, dat getoetst wordt door gemeente Wijchen en diens archeologisch adviseur (mw. E. van der Linden).

4.3

Selectiebesluit De resultaten en aanbevelingen uit de conceptrapportage zijn op 3 februari 2020 getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden, gemeentelijk archeoloog). De opmerkingen en wijzigingen, waaronder de omvang van het plangebied, zijn verwerkt in deze definitieve versie 2.0 van het rapport. Op grond van de onderzoeksresultaten zal door gemeente Wijchen een selectiebesluit genomen worden of vervolgonderzoek noodzakelijk is voorafgaand aan de geplande bodemingrepen.

4.4

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (mw. drs. E. van der Linden).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Afbeelding 13: Foto van de voormalige toegangspoort van de pastorie.

Afbeelding 14: Overzichtsfoto van het plangebied genomen in oostelijke richting.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

27 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Gebruikte literatuur Rapporten Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen (Fysische geografie van Nederland). Berkel, G. van & K. Samplonius, 2007. Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie. Utrecht. Brouwer, R.M. 2010. Plangebied Gildestraat te Niftrik, Gemeente Wijchen: Archeologisch vooronderzoek: een bureau-en inventariserend veldonderzoek, RAAP-notitie 3557, Amsterdam Flokstra, L.M., 2003. Plangebied Lagestraat / Kerkstraat te Niftrik - Gemeente Wijchen. Een inventariserend archeologisch onderzoek, Amsterdam, RAAP-NOTITIE 277. Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009. Archeologiebeleid gemeente Wijchen incl. kaartbijlagen, RAAPrapport 1828. Weesp. Kuipers S.F., 1991. Bodemkunde, Culemborg. Tol, drs. A., 2012, Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: Verkennend booronderzoek Archeologie. Status: versie 2.0. Geactualiseerd op 4 december 2012. Versie 1.0 van deze leidraad is op 30 maart 2006 vastgesteld door het CCvD Wildenberg, J.J.A.J. & K. Zee, 2007. Laat-middeleeuwse sporen langs de Maas.

Proefsleuvenonderzoek in de Lagestraat te Niftrik - Gemeente Wijchen (Gld.), Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten, Archeologische Berichten Nijmegen Briefrapport 4.

Geraadpleegde websites http://zoeken.cultureelerfgoed.nl; Archis3 voor informatie over vondsten, onderzoeken, Bonneblad, minuutplan 18111932 en OAT, geomorfologie, bodem, grondwater, rd-coördinaten, hoogtekaart, kadaster, luchtfoto 2009-2014 https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding www.topotijdreis.nl voor informatie historische kaarten vanaf 1845 www.dans.easy.nl voor rapporten https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ voor detail hoogtekaart www.dinoloket.nl voor informatie over ondergrondse boringen www.bodemloket.nl voor bodemkwaliteitsgegevens http://maps.bodemdata.nl voor grondwatertrappen https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers voor gelderse kaarten http://www.ikme.nl voor informatie over WOII https://originals.dotkadata.com voor oude luchtfoto’s http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen voor bestemmingsplannen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

28 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

29 van 40

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Bijlage 1: Plangebied binnen het rode kader

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Afbeelding 15: Het plangebied. Ter plaatse van het rode kruis zal een vrijstaande woning worden gerealiseerd en ter plaatse van het zwarte kruis zal een twee-onder-één kap woning worden gerealiseerd. (opdrachtgever in email vrijdag 13 december 2019 15:02 van Bjorn Franke aan info@hamaland-advies.nl)

Afbeelding 16: Uitsnede uit de kadastrale kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Bijlage 2: Overzicht van geologische en archeologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Bijlage 3: Boorpuntenkaart

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Bijlage 4: X, Y- en Z-waarden van de boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

boorpunt

x-coördinaat

y-coördinaat

z-coördinaat (hoogte m+NAP)

1

174.364

423.070

8,27

2

174.356

423.064

8,39

3

174.375

423.054

8,49

4

174.389

423.049

8,47

5a (eerste poging)

174.383

423.039

8,70

5b (tweede poging)

174.380

423.043

8,63

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

Bijlage 5: Boorlegenda en boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Dorpsstraat 2 te Niftrik : EKU/DIR/HAMA/192595

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=b3d61ca5-7827-4476-83d9-8c84018ef67b