Bijlage 4_accountantsverslag jaarrekening 2020
Tekst van het document
Aan de leden van het bestuur van de Werkorganisatie Druten Wijchen Kasteellaan 27 6602 DB WIJCHEN Datum
Ons kenmerk
12 april 2021
2020-AV-300045.701
Onderwerp
Accountantsverslag 2020 Geachte leden van het bestuur, Hierbij ontvangt u ons accountantsverslag over het boekjaar 2020. Dit verslag bevat de belangrijkste uitkomsten van onze werkzaamheden, waarvan wij vinden dat die voor u relevant zijn voor een goed begrip van de jaarrekening 2020, en voor het beoordelen van de financiële positie van uw organisatie. De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de directie. In overeenstemming met uw opdracht hebben wij de jaarrekening 2020 gecontroleerd. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening van de organisatie Werkorganisatie Druten Wijchen. Wij hebben deze rapportage besproken tijdens de bijeenkomst op 12 april 2021 met het bestuur. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden. Het verslag van bevindingen is, zoals hiervoor reeds verwoord, bedoeld om u te ondersteunen in uw beoordeling van de jaarrekening 2020.
Wij wijzen u erop dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole Wij bedanken de medewerkers van de organisatie voor de prettige samenwerking en zijn vanzelfsprekend graag bereid een nadere toelichting te verstrekken. Hoogachtend, Astrium Overheidsaccountants B.V.
Drs. N.E. Lansbergen RA EMITA RE
Astrium Overheidsaccountants B.V. Edelgasstraat 57, 2718 SX Zoetermeer www.astrium.nl
Tel: (079) 36 23 613 Fax: (079) 361 57 77 info@astrium.nl
IBAN NL10RABO0322622360 BTW nr. NL810591625B01 KVK: 34168056
Accountantsverslag
Werkorganisatie Druten Wijchen 1
1.
Inleiding
In het kader van de door het bestuur aan ons verstrekte opdracht voor de controle van de jaarrekening 2020 van de Werkorganisatie Druten Wijchen brengen wij u hierbij verslag uit van onze belangrijkste bevindingen naar aanleiding van onze eindejaars controlewerkzaamheden die wij onlangs hebben uitgevoerd. Dit accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in uw beoordeling van de jaarrekening 2020. Wij wijzen u erop dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening van de Werkorganisatie Druten Wijchen. Onze werkzaamheden zijn erop gericht een oordeel te kunnen geven over de jaarrekening 2020 van de Werkorganisatie Druten Wijchen en niet primair op het opsporen van fraudes of onregelmatigheden in uw organisatie. De bevindingen in deze brief zijn daarom beperkt tot de punten die voortvloeien uit de controle van de jaarrekening.
Het accountantsverslag is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Kernpunten van de controle Hoofdstuk 3 Analyse van vermogen en resultaat Hoofdstuk 4 Inkoop en aanbestedingen Hoofdstuk 5 Wet Normering op Topinkomens (WNT) Hoofdstuk 6 Impact Covid-19 op de jaarrekening Hoofdstuk 7 Interne beheersing en automatisering Hoofdstuk 8 Rechtmatigheid Hoofdstuk 9 Overige bevindingen jaarrekeningcontrole 2020
Bijlagen: A. Niet gecorrigeerde controleverschillen B. Onafhankelijkheidsbevestiging en overige dienstverlening
Wij hebben deze rapportage tijdens de bijeenkomst op 12 april 2021 met het bestuur besproken en eventuele vragen die er waren, beantwoord.
2
2. Kernpunten van de controle 3
2.
Kernpunten van de controle
2.1 Controleverklaring
De jaarrekeningcontrole is uitgevoerd zoals overeengekomen in de opdracht overeenkomst. In oktober 2020 hebben wij de interimcontrole verricht, die gericht is op de processen binnen de organisatie. De interimcontrole hebben wij afgesloten met een separate managementletter en een boardletter voor de audit commissies van de gemeenten Druten en Wijchen. De controle in het voorjaar 2021 is gericht op het uitbrengen van een oordeel omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening 2020 van Werkorganisatie Druten Wijchen. Wij hebben een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2020 verstrekt voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Deze controleverklaring is na de bespreking en vaststelling van de jaarrekening door het bestuur op 12 april 2021 separaat naar u toegezonden.
2.2 Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De reikwijdte van onze controle staat hierin omschreven. Er is gedurende het verloop van de controle over 2020 op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Tijdens de uitvoering hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2020 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
2.3 Grondslagen
De accountantscontrole omvat onder meer een onderzoek naar de toepassing van de juistheid van de grondslagen in de jaarrekening. Naar onze mening zijn de door het bestuur gekozen waarderings- en resultaatbepalingsgrondslagen aanvaardbaar, conform wet- en regelgeving en consistent toegepast. In het boekjaar 2020 zijn geen wijzigingen doorgevoerd in de keuze of de toepassing van de belangrijkste verslaggevingsgrondslagen uit het BBV.
2.4 Onafhankelijkheid
▪ ▪
Astrium Overheidsaccountants B.V. (hierna: Astrium) is onafhankelijk van Werkorganisatie Druten Wijchen en de gemeenten Druten en Wijchen en voor zover wij weten heeft zich geen inbreuk voorgedaan op de van toepassing zijnde regels en het beleid ten aanzien van onafhankelijkheid. Ons zijn geen relaties bekend tussen Astrium en Werkorganisatie Druten Wijchen, die naar ons professionele oordeel mogelijk van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bijlage B bevat een nadere uiteenzetting van onze onafhankelijkheid.
4
2.5 Schattingen
Schattingen op basis waarvan een aantal jaarrekeningposten worden bepaald, zijn gebaseerd op inzichten van het management. Wij hebben de belangrijkste gehanteerde factoren en veronderstellingen beoordeeld. Wij hebben vastgesteld dat de schattingen en veronderstellingen aanvaardbaar zijn in het kader van de jaarrekening als geheel.
2.6 Goedkeuringsen rapporteringstolerantie
De materialiteit bij de planning en uitvoering van de jaarrekeningcontrole 2020 is € 360.000 (2019: € 340.000) . Deze materialiteit vloeit voort uit de wettelijk voorgeschreven (minimum)vereisten, zoals opgenomen in de Bado. De rapporteringsgrens is conform het ‘Controleprotocol van de Werkorganisatie Druten Wijchen’, zoals vastgesteld op 15 april 2019, bepaald op € 25.000. Goedkeuringstoleranties Fouten
1% van de totale lasten
Onzekerheden
3% van de totale lasten
€
360.000 (2019: € 340.000)
€ 1.080.000 (2019: € 1.020.000)
Rapporteringstoleranties Fouten
€ 25.000
Onzekerheden
€ 25.000
Realisatie fouten en onzekerheden Fouten Onzekerheden
Getrouwheid
Rechtmatigheid
€ 37.000
€ 125.000
€-
€-
In bijlage A is een toelichting op de niet-gecorrigeerde controleverschillen en onzekerheden opgenomen. De totale omvang van de fouten is lager dan de tolerantie van 1% van de totale lasten (€ 360.000) en heeft derhalve geen gevolgen voor de strekking van onze controleverklaring. De totale omvang van de onzekerheden is lager dan de tolerantie van 3% van de totale lasten (€ 1.080.000) en heeft derhalve geen gevolgen voor de strekking van onze controleverklaring.
5
2.7 Analyse vermogen en resultaat
Het gerealiseerd resultaat (inclusief de mutaties in de reserves van € 582.000 positief) bedraagt circa € - versus een begroot resultaat (na begrotingswijzigingen) van € - inclusief mutaties in de reserves van € 666.000 positief. In hoofdstuk 3 gaan wij nader in op het resultaat en de ontwikkeling van het (weerstands)vermogen. In de jaarrekening (paragraaf 8.1 – Rekening van baten en lasten inclusief toelichting) heeft de directie de belangrijkste afwijkingen tussen de gerealiseerde baten en lasten en de begrootte baten en lasten toegelicht. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze toelichting.
2.8 Weerstandsvermogen
Omdat WDW in principe een eigen vermogen c.q. reserves kent, is er ook sprake van een weerstandsvermogen. Ten einde een oordeel te geven over de financiële positie van de organisatie dienen de risico’s zoals opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing te worden betrokken. In het jaarverslag zijn de belangrijkste risico’s tekstueel weergegeven in de paragraaf weerstandvermogen. Aangezien WDW alleen specifieke bestemmingsreserves kent, betekent dit dat beide gemeenten de lasten van WDW moeten dragen voor eventuele andere tegenvallers. Eventuele financiële risico’s die zich openbaren moeten worden gedragen door de betrokken gemeenten. Wij geven u in overweging mee om in de komende jaren ruimte te creëren in de begroting om een algemene reserve op te bouwen teneinde zelfstandig (onverwachte) risico’s financieel te kunnen opvangen. Het verloop van de in de jaarrekening opgenomen reserves is als volgt opgebouwd: Omschrijving
Boekwaarde 01.01.2020
Dotaties
Onttrekkingen
Overheveling
Boekwaarde 31.12.2020
397.000
-
-193.000
-
204.000
-
257.000
-179.000
-
78.000
225.000
126.000
-201.000
-
150.000
1.474.000
-
-496.000
-21.000
957.000
525.000
258.000
-155.000
21.000
649.000
2.621.000
641.000
-1.224.000
-
2.038.000
Bestemmingsreserves Egalisatiereserve verlof Egalisatiereserve kwaliteitsfonds Egalisatiereserve periodiek verschil Reserve implementatie Afschrijvingsreserves Afschrijvingsreserves ICT Totaal
6
2.9 Dotatie afschrijvingsreserve ICT
Goedkeuring bestuur vereist voor dotatie aan de afschrijvingsreserve ICT
2.10 Voorzieningen
WDW heeft per balansdatum geen voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s getroffen in de balans. Wij hebben bij de uitvoering van de controle ook geen signalen verkregen die aanleiding geven voor het vormen van een voorziening.
2.11 Schatkistbankieren
In 2020 is een dotatie gedaan aan de afschrijvingsreserve ICT voor een bedrag van € 103.000 die niet is meegenomen in de begroting van WDW. In beginsel is deze mutatie in de bestemmingsreserves onrechtmatig en nemen wij deze mee in onze foutevaluatie. Het bestuur heeft bevestigd dat deze mutaties voorafgaand aan de definitieve vaststelling van de jaarrekening op 12 april 2021 alsnog schriftelijk worden bekrachtigd middels een indemniteitsprocedure. Daarmee zijn deze mutaties passend binnen bestaand beleid en blijven deze mutaties onrechtmatig, maar tellen niet mee in onze foutevaluatie.
De wet Financiering decentrale overheden (Fido), Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, Uitvoeringsregel Financiering decentrale overheden (Ufdo) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) bevatten regels die de risico’s voor gemeenten (en gemeenschappelijke regelingen) moeten beperken bij lenen en beleggingen. De overtredingen van deze wet- en regelgeving leiden tot onrechtmatigheden. Gedurende het boekjaar 2020 heeft WDW gedurende alle vier kwartalen de kasgeldlimiet (van € 268.800) overschreden. Ook in voorgaand jaar hebben wij overschrijdingen geconstateerd van de kasgeldlimiet. Onrechtmatigheden inzake de in de voorgaande genoemde regelgeving dienen door de accountant te worden gerapporteerd maar wegen niet mee in het accountantsoordeel inzake de rechtmatigheid. Aan deze overtredingen zijn dan ook geen financiële gevolgen verbonden. Wij adviseren u wel om maatregelen te treffen om de overschrijdingen van de kasgeldlimiet te voorkomen.
2.11 Begroting 2021
Wij hebben de begroting voor het boekjaar 2021 van WDW doorgenomen en daarbij, aansluitend op de bevindingen in de analyse van de provincie Gelderland, geconstateerd dat de voorgeschreven meerjarige balansprognose voor drie opeenvolgende begrotingsjaren ontbreekt. In artikel 22 van het BBV is dit als verplicht onderdeel opgenomen. Wij adviseren u om in de eerstvolgende begroting (2022) invulling te geven aan dit artikel van het BBV, aansluitend op het advies van de provincie.
7
3. Analyse vermogen en resultaat 8
3.
Analyse vermogen en resultaat
3.1 Eigen vermogen
Het BBV kent een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling (het gerealiseerde saldo van baten en lasten) en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. De organisatie mag geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen muteren. Om het resultaat van de jaarrekening goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat u inzicht heeft in wat het effect op de reserves van uw organisatie is geweest (x € 1.000). Verloopoverzicht van de reserves
(x € 1.000)
Eigen vermogen per 1 januari 2020
2.621
De totale baten van uw organisatie over 2020 bedragen:
34.740
De totale lasten van uw organisatie over 2020 bedragen:
35.322
Het resultaat bedraagt dan (saldo baten en lasten programma’s):
-582
In 2020 heeft u voor diverse zaken besloten gelden te reserveren. Deze gelden zijn in de reserves gestort:
+ 641
Tevens hebt u besloten tot het dekken van diverse uitgaven uit de reserves. Over 2020 betreft dit:
- 1.223
Per saldo gedurende het jaar gelden onttrokken (meer onttrokken aan de reserves dan er in gestort):
- 582
Eigen vermogen per 31 december 2020
2.038
9
3.2 Financiële positie
Inclusief het onverdeelde resultaat 2020 bedraagt het eigen vermogen van de organisatie per ultimo 2020 € 2,0 miljoen. Ten opzichte van het jaar 2019 is sprake van een daling van € 0,6 miljoen. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere onttrekkingen aan de reserves. Voor een nadere onderbouwing hiervan verwijzen wij u naar de toelichting op het eigen vermogen in de jaarrekening 2020 (pagina 29). De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. WDW blijft met een solvabiliteit van 13,1% onder de VNG norm. Uw gemeenschappelijke regeling heeft een eigen vermogen opgebouwd in de vorm van bestemmingsreserves en een afschrijvingsreserve. WDW kan de bestemmingsreserves echter niet zomaar inzetten ter dekking van verliezen in enig jaar en daarmee is sprake van een ‘beklemd’ deel van het eigen vermogen. De solvabiliteit van uw organisatie, de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen bedraagt per 31 december 2020 13% (2019: 29%). De organisatie is niet gericht op het opbouwen van vermogen (lees algemene reserve) en de lasten worden jaarlijks gedekt vanuit de bijdragen van de deelnemende gemeenten.
Daarnaast willen wij erop wijzen dat ultimo 2020 sprake is van incidentele balansverlenging als gevolg van reeds aan de gemeenten Wijchen en Druten gefactureerde bijdragen 2021. Deze bijdragen staan op balansdatum grotendeels open als vordering. Bij normalisatie van het balanstotaal zou de solvabiliteit uitkomen op een percentage van 26%. De structurele exploitatieruimte helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om (structurele) tegenvallers op te vangen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Voor WDW komt in 2020 de structurele exploitatie ruimte op nihil, echter is dit passend bij de financieringsstructuur vanuit beide gemeenten. Voor een nadere toelichting op dit kengetal verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandvermogen van uw jaarverslag. De netto schuldquote bedraagt 1,1% (2019: -0,4%) en daarmee nagenoeg nihil. De ratio geeft aan in hoeverre de schulden meer bedragen dan de jaarlijkse inkomsten. Daarnaast stellen wij vast dat op basis van deze kengetallen wordt voldaan aan de gehanteerde norm van de provincie Gelderland. Er is derhalve sprake van een laag risicoprofiel voor de netto schuldquote.
Conclusie De van toepassing zijnde kengetallen en de inschatting van eventuele risico’s geven initieel een signaal voor een verhoogd risico omdat WDW zelf geen algemene reserves en nauwelijks weerstandsvermogen kent. Door gebrek aan eigen reserves dient WDW volledig te steunen op de bijdragen van beide gemeenten om eventuele toekomstige 10
tegenvallers op te vangen. Dat is de consequentie van de samenwerking zoals die voor de organisatie is geregeld in de gemeenschappelijke regeling en daarmee tegelijkertijd de mitigerende factor voor eventuele risico’s. Ten opzichte van voorgaande jaren is dit niet veranderd. 3.3 Weerstandsvermogen
Ten einde een oordeel te geven over de financiële positie van de organisatie dienen naast het eigen vermogen ook de risico’s zoals opgenomen in de risicoparagraaf te worden betrokken. In de jaarrekening is een toelichting opgenomen in paragraaf 2. Weerstandvermogen en risicobeheersing. Evenals voorgaande jaren worden de risico’s geheel gedekt vanuit de deelnemende gemeenten Wijchen en Druten, zoals ook nader uitgewerkt in de gemeenschappelijke regeling. Derhalve heeft WDW ook geen eigen risico analyse opgenomen in de jaarrekening. Aangezien WDW alleen specifieke bestemmingsreserves kent, betekent dit dat beide gemeenten de lasten van WDW moeten dragen voor eventuele andere tegenvallers. Eventuele financiële risico’s die zich openbaren moeten worden gedragen door de betrokken gemeenten. Wij geven u in overweging mee om in de komende jaren ruimte te creëren in de begroting om een algemene reserve op te bouwen teneinde zelfstandig (onverwachte) risico’s financieel te kunnen opvangen. Wij zijn van mening dat de toelichting in de paragraaf weerstandsvermogen op een adequate wijze heeft plaatsgevonden. Als gevolg van de ‘dekking’ van risico’s door de beide gemeenten, kan de weerstandcapaciteit als ‘toereikend’ worden aangemerkt ten aanzien van mogelijke risico’s.
3.4 Baten
De werkelijke bijdragen van gemeenten zijn, als gevolg van een begrotingswijziging in de slotrapportage 2020, gelijk aan de gewijzigde begroting. Ten opzichte van begroting is sprake van een verschuiving van baten buiten de verdeelsleutel naar baten binnen de verdeelsleutel. Daarnaast heeft WDW in 2020 voor een bedrag van € 159.000 gerealiseerd middels detachering van medewerkers bij andere (overheids)organisaties en € 35.000 verkoopopbrengst bij desinvestering van een vrachtwagen.
3.5 Lasten
In 2020 zijn de gerealiseerde personele lasten (inclusief overige personele lasten) binnen de sleutel € 0,4 mio hoger dan begroot, de lasten buiten de sleutel zijn € 0,2 mio lager dan begroot. Deze (per saldo) stijging van de personele lasten heeft een aantal oorzaken die ook in het jaarverslag toereikend zijn toegelicht en onder andere zijn toe te rekenen aan: - In 2020 is aanzienlijk meer personeel extern ingehuurd door WDW. Ten opzichte van begroting is in totaal sprake van extra uitgaven van € 2,9 mio. Deze extra uitgaven worden grotendeels opgevangen vanuit niet 11
-
vervulde formatieruimte € 1,4 mio en extra doorbelastingen vanwege Covid-19 en inzet van een calamiteitenbijdrage € 0,7 mio. WDW heeft daarnaast in 2020 een beroep gedaan op een bij de gemeenten Druten en Wijchen gereserveerd budget van € 574.000 voor (tijdelijke) vervanging vanwege ziekte. Dit dekt eveneens de stijging van externe inhuur.
De overige kosten (binnen en buiten de sleutel gezamenlijk) zijn in totaal € 0,3 lager dan begroot. Deze afwijking is in de jaarrekening eveneens toereikend toegelicht. Ten opzichte van de investeringsbegroting is de realisatie in 2020 vertraagd. De begrote investeringen voor ICT bedroegen € 513.000 en de gerealiseerde investeringen in ICT bedroegen € 27.000. De ICT investeringen blijven achter op de investeringsbegroting en betreffen projecten die uitgesteld zijn en daarmee dus ook de afschrijvingslasten.
12
4. Inkoop en aanbestedingen 13
4.
Inkoop en aanbesteden 4.1 Naleving Europese Aanbestedingsrichtlijnen
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole, zoals vastgesteld door het bestuur, bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw organisatie uitgevoerde crediteurenanalyse (SPEND-analyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende boekjaar 2020 is nageleefd. Naast inzicht in de rechtmatigheid van individuele dossiers geeft deze analyse ook inzicht in de beheersing van het inkoopproces, die (ook) het naleven van de aanbestedingswetgeving moet waarborgen. De organisatie heeft zelf een inkoopanalyse uitgevoerd en hierbij zijn geen overschrijdingen van de drempelwaarden geconstateerd. Wij merken de aandacht die de organisatie heeft voor het naleven van de Europese aanbestedingsregels en de gedetailleerde wijze waarop de SPEND-analyse wordt uitgevoerd. Wij hebben geconstateerd dat de organisatie in 2020 nog verdergaande verbeteringen heeft doorgevoerd in het contractbeheer, het gebruik van een aanbestedingskalender en de aanstelling van een inkoopadviseur. In de aangeleverde dossiers hebben wij geen onrechtmatigheden ten aanzien van de Europese aanbestedingswetgeving geconstateerd. 4.2 Uit de spend-analyse volgen de volgende bevindingen: Bij de uitvoering van de werkzaamheden hebben wij geen bevindingen ten aanzien van het overschrijden van de drempel van € 214.000.
Wij hebben naast de toetsing aan de Europese aanbestedingswetgeving expliciet ook aandacht besteed aan de ‘Notitie effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020’ van de Commissie BADO. In deze notitie wordt specifiek aandacht besteed aan de impact van Covid-19 op het naleven van aanbestedingswetgeving. Daar vallen ook zogenoemde ‘spoedinkopen’ onder en de samenhang tussen de toewijsbare oorzaak aan Covid-19 in relatie tot de duur van wijzigingen.
14
Onze bevindingen ten aanzien van de SPEND analyse kunnen als volgt gespecificeerd worden.
Boekjaar
Bedrag ten onrechte niet Europees aanbesteed
2020
€ nihil
2021 e.v. (inschatting)
€ nihil
Totaal
€ nihil
Wij hebben bij onze controle beoordeeld in hoeverre de organisatie risico loopt bij de aanbesteding van inhuur van extern personeel op basis van de aanbestedingswet, die sinds 1 juli 2016 ingrijpend is gewijzigd ten aanzien van (onder andere) inhuur van personeel. Organisaties moeten vanaf 1 juli 2016 het volledige regime van de aanbestedingswet toepassen bij het gunnen van contracten vanwege inhuur van extern personeel. De situatie in uw organisatie als volgt: Diverse opdrachten ten aanzien van inhuur van personeel zijn of op basis van een Europese aanbesteding bij één partij ondergebracht of via onderhandse aanbestedingsprocedures gegund, wat toegestaan is omdat de individuele inhuurcontracten beneden de aanbestedingsdrempel zijn. Wij hebben ten aanzien van inhuur van personeel geen onrechtmatigheden geconstateerd. De organisatie hanteert een zorgvuldig opgebouwd inhuuroverzicht met onderliggende documentatie, waarmee actief wordt gemonitord op zowel de rechtmatigheid als doelmatigheid van inhuur. Dit is een belangrijke verbetering in het proces en de sturing die de organisatie heeft doorgevoerd.
15
5. Wet normering topinkomens 16
5.
Wet normering topinkomens
5.1 WNT algemeen
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd, beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging van € 201.000 niet te boven gaan. Uit de werkzaamheden blijkt dat in 2020 voor de topfunctionarissen geen sprake is van een overschrijding van de grensbedragen en dat de WNT juist is verantwoord in de jaarstukken. In de jaarrekening wordt op een juiste wijze toegelicht dat voor de directie, welke wordt gevormd door topfunctionarissen van de beide gemeenten, sprake is van reeds bekende functies bij andere WNT instellingen. Wij hebben kennis genomen van de voorlopige WNT opgave van beide gemeenten en geconstateerd dat geen sprake zal zijn van onverschuldigde betalingen.
5.2 Overige rapportageverplichting WNT
In de jaarrekening is een toelichting opgenomen dat, behoudens de vermelde topfunctionarissen, geen sprake is van overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging hebben ontvangen boven het individueel toepasselijk drempelbedrag. Wij hebben dit ook vastgesteld bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden.
5.3 Anticumulatiebepaling WNT
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
17
6. Impact Covid-19
18
6.
Impact Covid-19
6.1 Covid-19 Algemeen
In maart 2020 is het Covid-19 virus uitgebroken en na een jaar is nog geen sprake van volledig herstel. Maatschappelijk en economisch heeft dit grote gevolgen en veel organisaties worden financieel geraakt. Ook voor WDW en de beide gemeenten Wijchen en Druten brengt dit onzekerheden met zich mee. Enerzijds worden de contouren van de economische en maatschappelijke impact van het virus steeds duidelijker, anderzijds is nog steeds sprake van (economische) beperkingen en heeft dit mogelijk ook impact op de door WDW te realiseren doelstellingen. In 2020 heeft WDW meerdere tussentijdse analyses uitgevoerd van de impact van Covid-19 en is hierover gerapporteerd aan het bestuur. De uitkomst laat zien dat de financiële impact vooralsnog beperkt is en extra lasten worden bekostigd vanuit de deelnemende gemeenten. Voor deze gemeenten geldt dat een deel van de lasten wordt vergoed vanuit extra bijdragen vanuit het Rijk. Vooralsnog ondervindt WDW, in financieel opzicht, geen grote hinder van de Corona-pandemie. Het totaal aan risico’s voor WDW neemt dus niet toe, maar het bestuur van WDW is zich wel bewust van de nog grotere noodzaak tot het voortdurend monitoren van de risico’s, lasten en met name de realisatie van de doelstellingen.
Het bestuur schat op basis van de uitgevoerde analyses het doorvoeren van een duurzame waardevermindering op de activa van de gemeenschappelijke regeling niet van toepassing. De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op een positieve continuïteitsveronderstelling. Hoewel de toekomstige financiële impact van de uitbraak van Covid-19 ten tijde van het opmaken van deze jaarrekening niet duidelijk is, is de directie van mening dat op basis van de thans beschikbare informatie, de inmiddels genomen maatregelen en de huidige liquiditeitspositie, dat de bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerde continuïteitsveronderstelling niet materieel wordt beïnvloed.
6.2 Verwerking in de jaarrekening
De commissie BADO heeft op 26 februari 2021 de ‘Notitie effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020’ uitgebracht. In deze notitie zijn richtlijnen, voorstellen en aandachtspunten opgenomen ten aanzien van de verantwoording van de impact van Covid-19 in de jaarrekening. In de notitie is in hoofdstuk 4.3 opgenomen dat de organisatie de mogelijkheid wordt geboden om een onverplichte paragraaf in de jaarrekening op te nemen.
19
Het bestuur van WDW heeft ervoor gekozen om geen separate paragraaf Covid-19 op te nemen in de jaarrekening. In de jaarrekening 2020 van WDW is op diverse onderdelen een toelichting opgenomen op de impact van Covid-19. Wij concluderen dat de huidige wijze van toelichten voldoet aan de vereisten zoals voorgeschreven door de commissie BBV en de BADO notitie. 6.3 Monitoring impact Werkorganisatie Druten Wijchen heeft in de voortgangsrapportage 2020 en middels diverse separate updates op uitgaven en periodiek en tijdig aan het bestuur gerapporteerd over de financiële impact als gevolg van Covid-19. Waar nodig inkomsten zijn ook tijdig financiële maatregelen getroffen en is de begroting tijdig bijgesteld. Wij adviseren u om ook de komende periode de actuele ontwikkelingen te blijven volgen.
20
7. Interne beheersing en automatisering
21
7.
Interne beheersing en automatisering
7.1 Samenvatting bevindingen managementletter 2020
Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole hebben wij in oktober 2020 een interimcontrole uitgevoerd. Deze interimcontrole is primair gericht op de bedrijfsvoering binnen de organisatie en met name op de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB). Dit voor zover van belang voor onze controle op de betrouwbaarheid van de in de jaarrekening opgenomen gegevens. Onze bevindingen, voortvloeiend uit de interimcontrole, zijn vastgelegd in de managementletter van 8 december 2020. Uit onze interimcontrole blijkt dat de organisatie haar zaken beheersmatig op orde heeft, voor zover wij dat beoordelen in het licht van de jaarrekeningcontrole. Ons beeld is dat de administratieve organisatie en interne beheersing (de controles binnen de processen, gecombineerd met de verbijzonderde interne controles) van WDW voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Directie en het management van WDW heeft verbeteringen hoog op de agenda staan en werkt hierin nauwgezet en gestructureerd met een projectenkalender. Daarmee wordt op een strak georganiseerde en effectieve wijze gebouwd aan een robuuste en toekomstbestendige organisatie. Wij constateren dat in het boekjaar 2020 hard is en wordt gewerkt aan het verder verbeteren en optimaliseren van de kwaliteit van de operationele bedrijfsvoeringsprocessen binnen uw organisatie.
Ondanks de beperkingen van Covid-19 en de lockdown heeft de organisatie toch mooie stappen daarin kunnen zetten. Voor onze specifieke bevindingen en overige aanbevelingen (verbeterpunten) verwijzen wij u naar de genoemde managementletter d.d. 8 december 2020.
22
7.2 Opvolging bevindingen management letter
Tussen het moment van het uitbrengen van de managementletter (december 2020) en de controle van de jaarrekening (maart 2021) is de organisatie actief aan de slag gegaan met bevindingen in de managementletter. Wij hebben geconstateerd dat er intern hard wordt gewerkt om de kwaliteit van de interne operationele processen nog verder te verhogen en de aanbevelingen vanuit de managementletter goed worden opgevolgd. Door de lock-down (vanwege het Corona virus) van de afgelopen maanden, zijn nog niet alle aanbevelingen opgevolgd, echter zijn ook deze onderhanden. De bevindingen die wat meer tijd kosten staan op de planning voor 2021. Tijdens de interimcontrole 2021 zullen wij de status van deze punten wederom onderzoeken en hierover aan u rapporteren in de managementletter 2021.
7.3 Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen, die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Op grond van artikel 393 lid 4, Titel 9 Boek 2 BW rapporteren wij onze bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking in dit verslag. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de controle van de jaarrekening niet specifiek is gericht op de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. Wij zijn van mening dat voldoende maatregelen zijn getroffen om de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking en informatievoorziening te waarborgen.
23
8. Rechtmatigheid
24
8. Rechtmatigheid 8.1 Begrotingsrechtmatigheid
De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn gebaseerd op de artikelen 189, 190 en 191 van de Gemeentewet. Deze normen dient de organisatie zelf nader in te vullen en te concretiseren. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat de directie belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig meldt aan het bestuur, zodat het bestuur hierover tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan het bestuur van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat de directie inbreuk maakt op het budgetrecht van het bestuur. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. Een overschrijding van de begroting is altijd onrechtmatig, maar hoeft door de accountant niet in alle gevallen te worden meegewogen in zijn oordeel. In die gevallen dat het bestuur geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat de accountant deze kostenoverschrijdingen niet betrekt bij de beslissing of hij al dan niet een goedkeurend rechtmatigheidsoordeel kan afgeven. Essentieel is dat het bestuur nadere regels kan stellen wanneer: 1.
Kostenoverschrijdingen zijn gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten 2. Kostenoverschrijdingen passen binnen het beleid of 3. Kostenoverschrijdingen bij open einde regelingen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan de directie in de jaarrekening moet aangeven dat het bestuur deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij het bestuur nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid kijkt de accountant naar de lastenoverschrijdingen per programma (indien van toepassing in relatie met de batenoverschrijding). WDW kent geen programma’s en heeft maar één activiteit waarvoor in beginsel sprake kan zijn van onrechtmatige uitgaven (begrotingsonrechtmatigheid), omdat de overschrijdingen van de begroting strijdig is met artikel 189, vierde lid van de Gemeentewet.
25
Volgens artikel 28 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dienen deze overschrijdingen goed herkenbaar in de jaarrekening te worden opgenomen. Voor 2020 is sprake van een onderschrijding van de gerealiseerde lasten versus de begrote lasten ad € 84.000 waardoor geen sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid. 8.2 Schatkistbankieren
Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid, afgemeten aan de omvang van de begroting (dezelfde maatstaf die ook wordt gebruikt voor de berekening van de kasgeldlimiet). De drempel is nu gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. De drempel is nooit lager dan € 250.000, wat betekent dat een decentrale overheid altijd gemiddeld € 250.000 buiten de schatkist mag houden. In de tabel op de volgende pagina is aangegeven welke bedragen gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist zijn gehouden. Per 31 december 2020 stond een bedrag van € 5.200.000 op de rekening bij de schatkist.
Drempelbedrag schatkistbankieren Lasten begroting 2020 (inclusief dotaties aan reserves) Maximaal toegestaan drempelbedrag (0,75% of minimum) Gemiddeld saldo buiten schatkist gehouden 1e kwartaal Gemiddeld saldo buiten schatkist gehouden 2e kwartaal Gemiddeld saldo buiten schatkist gehouden 3e kwartaal Gemiddeld saldo buiten schatkist gehouden 4e kwartaal
2020 € 35.843.000 € 268.800 € 1.965.000 .965 € 876.000 € €
397.000 391.000 391.000 In de jaarrekening is de uitvoering van het schatkistbankieren conform art 52c van het BBV verantwoord. Het bedrag dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden (drempelbedrag) bedraagt voor 2020 € 268.800. In alle kwartalen van 2020 is deze drempel overschreden, vanwege onvoldoende monitoring vanuit de organisatie op deze drempel. Aan deze overschrijdingen zijn geen financiële gevolgen verbonden.
26
Deze overschrijding van het drempelbedrag is te beschouwen als een ‘ formele’ onrechtmatigheid en weegt derhalve niet mee in ons oordeel. Wel adviseren wij WDW om hier in de toekomst beter op te letten en tijdig maatregelen te treffen om aan de norm te voldoen. Mede ook omdat de Provincie als toezichthouder hier actief op toetst. 8.3 Rechtmatigheidsverklaring vanaf 2021
Over de jaarrekening 2021 van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zal – zoals het er nu naar uitziet – de directie verplicht zijn een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen. Het formele wetsbesluit moet nog door de overheid worden goedgekeurd en het BBV wordt hierop in de komende tijd aangepast. De accountant zal zijn/haar oordeel geven over de getrouwheid van de jaarrekening waar de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van uitmaakt. Er komt geen apart rechtmatigheidsoordeel meer. Inmiddels is er een standaardtekst voor deze verantwoording ontwikkeld. Hierin geeft de directie aan dat er zich geen rechtmatigheidsfouten (alleen de 3 criteria: begroting, voorwaarden en M&O) in de financiële handelingen gedurende het kalenderjaar hebben voorgedaan boven een gestelde verantwoordingsgrens. De keuze van de hoogte van deze grens – de verantwoordingsgrens – wordt aan het bestuur overgelaten en is maximaal 3% van de totale lasten inclusief de toevoegingen aan reserves. Overigens merken wij hierbij op dat de huidige drempels ten aanzien van foutevaluatie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) uitgaan van maximaal 1% afwijking (ook ten aanzien van getrouwheid). Hiermee ontstaat mogelijk een discrepantie tussen eigen normenkader en accountantsregelgeving. Dit geldt voor fouten én onzekerheden.
Als deze zich boven de grens bevinden dan is het vereist aan te geven welke afwijkingen het betreft. Van de directie wordt tevens verwacht dat er in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording wordt gegeven en welke acties zij neemt om dergelijke afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Om deze verplichting te kunnen invoeren moet onder andere de Gemeentewet, het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) en de Kadernota rechtmatigheid nog worden aangepast.
Vooralsnog wordt nog steeds uitgegaan van de invoering per 2021. De wijziging in de verantwoordelijkheden ten aanzien van rechtmatigheid betekent dat de directie van de WDW zelfstandig een controlesystematiek moet inrichten, deze moet laten uitvoeren en over de uitkomsten moet rapporteren middels een rechtmatigheidsverantwoording.
27
De organisatie heeft al diverse voorbereidende maatregelen genomen en is actief bezig met de implementatie van dit traject. Binnen WDW en ook voor beide gemeenten is hard gewerkt aan de opzet en verdere aanscherping een intern controleplan. Wij adviseren om dit de komende periode verder vorm te geven en tijdig te starten met de uitvoering van deze interne controlewerkzaamheden. Dit leidt ertoe dat de directie in staat is om tijdig een dergelijke verklaring te kunnen afgeven.
28
9. Overige bevindingen jaarrekeningcontrole 2020 29
9.
Overige bevindingen jaarrekeningcontrole 2020
9.1 Wijziging in verslaggevingsvoorschriften en overige wet- en regelgeving
In de jaarrekening 2020 zijn geen stelsel- of schattingswijzigingen verwerkt. De organisatie heeft de jaarrekening opgesteld conform de bepalingen in het BBV en overige relevante wet- en regelgeving als de Wet Normering Topinkomens (WNT).
9.2 Bevestiging van de directie
Wij hebben van de directie een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
9.3 Beperking in reikwijdte van de controle
Er zijn geen meningsverschillen met het management noch de directie geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door de medewerkers en de directie van uw organisatie de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
9.4 Onjuiste BTW aangifte tweede kwartaal 2020
Wij hebben geconstateerd dat in de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2020 een foutieve grondslag is aangegeven waarover verschuldigde BTW is afgedragen. De organisatie heeft abusievelijk een bedrag van € 82.433.000 als grondslag gehanteerd, waar dit € 8.243.300 had moeten zijn. Het verschuldigde bedrag aan BTW is wel juist berekend en afgedragen. Daarmee is dit een formele afwijking en heeft geen impact op de jaarrekening. Wij adviseren wel dit te herstellen middels een suppletie aangifte omzetbelasting.
9.5 Verwerking baten aan derden
Wij adviseren de organisatie in overweging te nemen om vanaf het boekjaar 2021 de baten die aan derden in rekening worden gebracht, zoals bijvoorbeeld detachering van personeelsleden, als opbrengsten derden te rubriceren. In 2020 zijn deze baten, conform begroting en consistent met voorgaande jaren, in mindering gebracht op de loonkosten.
30
9.6 Fraude als onderdeel van de accountantscontrole
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Hoewel wij een kritische houding hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, willen wij opmerken dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd binnen het controleteam en met de ambtelijke organisatie van Werkorganisatie Druten Wijchen. Tijdens dit overleg is gesproken of het management aanwijzingen en of vermoedens heeft gehad voor de mogelijke aanwezigheid materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of de werknemers zijn betrokken die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing, of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn voor de jaarrekening. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die erop gericht waren om het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren.
Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Conclusie: Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van fraude.
31
Bijlagen 32
Bijlage A – Niet-gecorrigeerde controleverschillen en / of onzekerheden Toleranties t.b.v. foutenevaluatie (getrouwheid en rechtmatigheid)
Fouten
Onzekerheden
Goedkeuringstolerantie (respectievelijk 1% en 3% van de totale lasten)
€ 360.000
€ 1.080.000
Rapporteringtolerantie fouten en onzekerheden (grens waarboven gerapporteerd wordt aan het bestuur)
€
€
Foutenevaluatie
Fouten
Aard van de fouten Uitgaven inzake jaarlicenties met een doorlooptijd tot in 2021 zijn ten onrechte niet als vooruitbetaalde kosten verantwoord
Getrouwheid €
81.000
Nagekomen factuur inzake inhuur Winterdienst over december 2020 is niet meegenomen in de overlopende passiva
Totaal
37.000
25.000
Onzekerheden
Rechtmatigheid
Getrouwheid
€
81.000
€
-
€
-
€ 44.000
€
-
€
-
€ -44.000
€
25.000
€
125.000
€
Rechtmatigheid
-
€
Bevestiging vanuit de directie Wij hebben van de directie een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin de directie bevestigt dat geen sprake is van niet- gecorrigeerde fouten die, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening materieel (kunnen) zijn. Conclusie: Bij de jaarrekening 2020 kan een goedkeurende verklaring worden verstrekt inzake getrouwheid en rechtmatigheid.
33
-
Bijlage B – Onafhankelijkheidsbevestiging en overige dienstverlening Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met de Nederlandse Corporate Governance Code dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van de directie en het bestuur. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van Werkorganisatie Druten Wijchen en de beide deelnemende gemeenten Wijchen en Druten in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Astrium beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersings- maatregelen.
Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie: • Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt. • Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle gevolmachtigden en werknemers bij Astrium. • Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften. • Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven. • Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen. De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen.
34
• Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Astrium wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Indien de bestuursstructuur van de controlecliënt voorziet in een audit commissie of bestuur, overwegen wij ook een van deze beide instanties te raadplegen. De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de wettelijke controle van een controlecliënt meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen. Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties met de organisatie Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen Astrium, haar gevolmachtigden en haar medewerkers en de organisatie die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn ons geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd dienen te worden.
35