Bijlage 3c Beleidsnota cultuurhistorie met bijlagen
Tekst van het document
Opgemerkt dient nog te worden dat de meeste thema’s een tastbare, materiële kant en een zachte, immateriële kant hebben: de elementen versus de verhalen over deze elementen of verhalen over gebeurtenissen. De gemeenten hechten eraan dat beide kanten van het erfgoed naar voren komen.
6.2.2 Het grote kader: cultuurhistorische thema’s Het grote kader van het cultuurhistorisch erfgoed in de gemeenten Beuningen, Heumen, Druten en Wijchen kan worden gekoppeld aan de cultuurhistorie in de regio zoals we die in hoofdstuk 3 hebben beschreven en zoals deze op de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische waarden- en verwachtingskaart zijn benoemd. De 7 thema’s zijn relatief algemeen van aard. Om die reden willen we ze nader duiden door hier heel concrete erfgoedlijnen uit te destilleren. Wat zijn specifieke deelonderwerpen binnen de genoemde thema’s die in het beleid van de gemeenten Wijchen, Heumen, Druten en Beuningen een plek krijgen?
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[3 8 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Thema
Erfgoedlijn
Zichtbare prehistorie
- Wonen en begraven op de hogere gronden
Romeinen en Merovingers
- De context van Noviomagus: dicht bewoond gebied in de Romeinse tijd, achter de Limes - Verbinding: Romeinse wegen van Blerick naar Nijmegen, tussen Wijchen en Heumen, tussen Nijmegen en Druten - Merovingisch hartland
Karolingers, de kerstening en
- Abdijen als grootgrondbezitters
christelijke tradities
- Middeleeuwse kerken en kapellen - Protestanten vs. katholieken: de reformatie - Het Rijke Roomse Leven: kloosters, kerken en vrome burgers - De kerstening weerstaan? Volksgeloof in Maas en Waal
Kastelen en heerlijkheden
- Burchten en ridders: middeleeuwse kastelen - Wonen op ’t land: edelmanswoningen, havezates, buitenplaatsen en landgoederen - ‘Land van de heerlijkheden’
Cultuurlandschappen en de strijd tegen het water
11
- Maas en Waal in de Nederlandse delta - Wonen op de stroomrug - Veilig achter de dijken (of toch niet?) - Afwatering en ontginning van de kommen - Uiterwaarden en steenfabrieken - Het boerenland na de bedijking - Fruitteelt
Bezetting en strijd tegen de be-
- Deel van een militair-strategisch belangrijk rivierengebied: de
zetter
Tachtigjarige Oorlog - Maas en Waal tijdens de Tweede Wereldoorlog - Koude Oorlog
Bouwkunst van stad en land
12
- Kerken - Molens - Agrarisch erfgoed - Scholen
11 12
Vanwege de nauwe verbondenheid hebben we deze twee thema’s samengenomen. Vanwege het separate karakter binnen deze nota hebben we dit onderdeel – in afwijking van de opzet van hoofdstuk 3, aan de lijst met thema’s toegevoegd.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[3 9 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Daarnaast zijn er erfgoedlijnen aan te wijzen die thema-overstijgend te noemen zijn. Zij passen in de meeste geval binnen ‘Communicatie en herkenbaarheid’, ‘Educatie en ontsluiting’, ‘Kennisontwikkeling t.b.v. beleidsvorming’ en ‘Visualisatie en verbeelding’.
6.3 Hoe benaderen we deze cultuurhistorie? 6.3.1 Inleiding De gemeenten zouden de kansen van het erfgoed en belangen van private partijen die zich voor erfgoed willen inzetten tekort doen als we alleen de planologische kant (in hoofdstuk 5) zouden belichten of de genoemde thema’s en erfgoedlijnen (in paragraaf 6.2) volledig aan het private domein zouden overlaten. Inspireren, ontwerpen en het versterken van de betrokkenheid van burgers, educatie, recreanten en toeristen, en bedrijven zijn minstens zo belangrijk om de aandacht ervoor en de economische voordelen ervan voor de lange termijn te verzekeren. Een gemeente is ervoor het algemene belang te dienen. Dat algemene belang kan in dit geval zijn om de voordelen van erfgoed op het gebied van woon- en werkklimaat, educatie en economie veilig te stellen of mee te werken aan beleefbaarheid van en aandacht voor cultuurhistorie.
13
Zowel de vele bestaande initiatieven (zie bijlage 6) als nieuwe initiatieven bieden veel mogelijkheden het erfgoed beter voor het daglicht te brengen. In deze paragraaf zullen we, gekoppeld aan maatschappelijke trends, aangeven welke richting de 4 gemeenten met hun erfgoed op willen. Deze richting wordt in bijlage 8 binnen de thema’s en erfgoedlijnen nader uitgewerkt in de vorm van concrete projectideeën. De vier gemeenten stellen zich bij de uitvoering van het cultuurhistorisch beleid hoofdzakelijk op als faciliterende en initiërende overheid. Zo mogelijk kan men ook de rol van uitvoerende overheid op zich nemen. Burgers worden door een actieve en heldere opstelling van de gemeente gemotiveerd om zelf zaken op te pakken. Bedrijven worden daarnaast gemotiveerd om op hun eigen manier een bijdrage te leveren. De gemeente kan zich bijvoorbeeld inzetten voor verdieping en verspreiding van kennis over erfgoed, met een koppeling naar erfgoededucatie. Dat geldt ook voor de inzet van deze kennis in het creëren van een erfgoedaanbod aan inwoners en toeristen/recreanten.
6.3.2 Hoe beleeft het publiek cultuurhistorie? Met alleen thema’s hebben we nog geen beeld hoe we dit erfgoed op een zinvolle wijze kunnen benaderen. Hoe zorgen we nu dat initiatieven die we binnen deze thema’s ontplooien of ondersteunen, ook aansluiten bij wat het publiek belangrijk vindt? Wanneer is een initiatief maatschappelijk relevant en de moeite waard om te ondersteunen? De relevante trends binnen de cultuurhistorie en monumentenzorg kunnen worden geduid vanuit een sociologische invalshoek.
13 14
14
Deze gedegen waarneming van wat er in wisselwerking tussen
Bovengrondse visualisatie van ondergronds erfgoed is hiervan een goed voorbeeld. Deze duiding is van de hand van de Nijmeegse hoogleraar ‘Geschiedenis van Gelderland’, Dolly Verhoeven. Zie voor de volledige tekst: http://nationaalmonumentencongres.nl/files/2013/12/Binnen-zonder-kloppen-NationaalMonumentencongres-2013.pdf
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 0 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
publiek en erfgoed speelt vormt de basis voor de projectideeën op het gebied van erfgoedbeleving en –benutting die door Wijchen, Heumen, Druten en Beuningen worden geformuleerd.
15
De
verschillende trends worden aangeduid met 5 steekwoorden, namelijk intensivering, informalisering, individualisering, internationalisering en informatisering. In bijlage 7 zijn deze trends nader uitgewerkt. Deze trends zullen als leidraad worden gebruikt bij de ontplooiing of ondersteuning van projecten.
Figuur 6.1 Er zijn meerdere manieren om het publiek te betrekken bij erfgoed. Manifestaties, de digitale wereld en ervaringen uit het buitenland spelen een rol bij wensen en verwachtingen.
6.4 Initiatieven en partners De gemeenten Heumen, Beuningen, Druten en Wijchen zullen zelf enkele initiatieven op het vlak van de promotie / ontsluiting van erfgoed ontplooien. De financiële middelen en menskracht zijn op dit moment echter zo beperkt dat het niet mogelijk is om een strak afgebakend overzicht te maken van datgene wat zij als gemeenten in de komende jaren zouden willen realiseren. Die beperking geldt eveneens waar het gaat om de ondersteuning van particuliere initiatieven. In de komende jaren zal daarom per situatie bekeken worden of de gemeente aan de realisatie van projectideeën uit de maatschappij kan bijdragen en zo ja, op welke manier. In bijlage 8 is een
15
Ruimtelijke-inrichtingsprojecten kunnen los staan van deze trends.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 1 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
overzicht van mogelijke projectideeën opgenomen. Daarnaast zullen de gemeenten intern afstemmen hoe de koppeling met het toeristisch-recreatief beleid gelegd gaat worden.
6.5 Communicatie Profilering valt of staat met zichtbaarheid. De gemeenten streven er naar om met hun erfgoed zichtbaar te zijn in de lokale en regionale media. Hierbij nemen zij ook zelf het initiatief om ontplooide projecten aan het publiek bekend te maken via deze media. Naast incidentele berichten kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan artikelen- of persberichtenseries, bijvoorbeeld in relatie tot Open Monumentendag of andere te organiseren evenementen. Elke gemeente kan hierbij ook andere betrokkenen erop wijzen de publiciteit te zoeken. Waar mogelijk zullen sociale media via de gemeentelijke communicatieadviseurs worden ingezet om gericht berichten over ontwikkelingen op erfgoedgebied naar buiten te communiceren. Daarnaast hebben we in deze nota bij verschillende onderdelen aangegeven wat de relatie tussen gemeente en het brede of smallere publiek (zoals monumenteneigenaren) is en welke rol communicatie hierin speelt. Burgers worden ook aangemoedigd zelf bekendheid te geven aan (succesvolle) initiatieven, zoals via het online platform van de Participatiekaart.
6.6 Draagvlak voor monumentenbeleid Een geslaagd monumentenbeleid staat of valt met draagvlak onder de inwoners van de gemeenten in het algemeen en de eigenaren van de rijks- en gemeentelijke monumenten in het bijzonder. Dat draagvlak is op diverse manieren te verkrijgen.
6.6.1 Een soepel proces Allereerst zijn een zorgvuldige onderbouwing van de monumentale waarde en een snelle, maar zorgvuldige en deskundige afhandeling van vergunningaanvragen noodzakelijk. In de Wabo is de snelheid van het proces reeds gewaarborgd. Zorgvuldigheid kan worden bereikt door eigenaren met ontwikkelingsplannen vóór de indiening van de aanvraag te laten overleggen met de betrokken ambtenaar en/of de monumentencommissie. In dit vooroverleg kan worden verkend of er mogelijkheden voor de ontwikkeling bestaan en zo ja, welke ideeën wel en welke niet wenselijk zijn. Naast vooroverleg met de monumentencommissie kan ook gekozen worden voor indiening van een informele aanvraag Vooroverleg via het Omgevingsloket. Daar kan dan (zonder dat wettelijke termijnen gaan lopen) een brede advisering plaatsvinden, bijvoorbeeld voor cultuurhistorie, RO, bodem, archeologie, welstand etc. Vooraf adviseren in plaats van achteraf corrigeren vergroot het draagvlak voor monumentenzorg. Het ondersteunt de eigenaar en verhoogt de kans dat de ingreep vanuit cultuurhistorisch perspectief succesvol wordt en met vergunning kan worden uitgevoerd.
6.6.2 Open Monumentendag Hier zijn communicatie en voorlichting van groot belang. De gemeente heeft hierin overwegend een stimulerende en soms ook faciliterende rol. Open Monumentendag wordt elk jaar landelijk georganiseerd in het tweede weekend van september. Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 2 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
hechten grote waarde aan deze dag en werken mee aan de organisatie ervan door de organiserende commissie/organisatie te subsidiëren. Open Monumentendag is voor veel mensen (900.000 mensen landelijk op jaarbasis) de belangrijkste dag dat zij zich bezig houden met ons gebouwd erfgoed. De gemeenten hechten er dan ook aan hun huidige rol in de toekomst voort te zetten.
Figuur 6.2 Open Monumentendag speelt een belangrijke rol in de kennismaking en ervaring met lokaal erfgoed.
Actiepunten - faciliteren en indien mogelijk initiëren van ‘cultuurhistorische kansen’, waar mogelijk in relatie tot de beschreven thema’s en trends, en in samenwerking met het maatschappelijk middenveld; - actief communiceren via traditionele en nieuwe media over gemeentelijke cultuurhistorische activiteiten en burgers aanmoedigen hierover zelf ook te communiceren; - voor de burgers zorg dragen voor een snelle, zorgvuldige en deskundige afhandeling van vergunningaanvragen; - stimuleren van vooroverleg over plannen die invloed hebben op cultuurhistorische waarden; - blijven nemen van de stimulerende en faciliterende rol t.a.v. de organisatie van Open Monumentendag.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 3 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
7 Nawoord Deze beleidsnota werd opgesteld door Luuk Keunen (RAAP Archeologisch Adviesbureau) en Dènes Jansen (Buro Waalbrug). Zij bedanken de betrokken ambtenaren van de gemeenten Heumen (Ria Koeneman), Beuningen (Koen Antonise, Guido Woutersen, Harm Bekker, Nancy van de Zande en Karin Eppink), Druten (Louis Nieboer, Susanne Welbers, Ivo Verploegen en Mark Jansen) en Wijchen (Fred Coolen, Rob Ribbink, Paul Vereijken, Patricia van Wolferen en Lambert van Beusekom) voor hun constructieve inbreng tijdens de ontwikkeling van deze nota. Daarnaast werd belangrijke inhoudelijke ondersteuning gekregen van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen, de monumentencommissie Wijchen, Historisch Besef Beuningen, het Gelders Genootschap en landschapshistoricus Ferdinand van Hemmen. Zonder hun bijdragen was de totstandkoming van deze nota in deze vorm niet mogelijk geweest. Deze beleidsnota cultuurhistorie kon worden opgesteld dankzij subsidie van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.
Colofon Opdrachtgever: Gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten Titel: Samen in verscheidenheid: beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten Status: definitief concept Datum: april 2015 Auteurs: ir. L.J. Keunen (RAAP) & mr. D. Jansen (Buro Waalbrug)
ISSN: 0925-6229
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
Buro W aalbrug
Postbus 5069
Postbus 165
1380 GB W eesp
6640 AD Beuningen
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 4 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Bijlagen en kaartbijlagen Bijlage 1. Inventarisatie wetgeving en beleid. Bijlage 2. Beschrijving planologische borging per gemeente. Bijlage 3. Cultuurhistorische analyse. Bijlage 4. Toelichting op de waarderingskaarten. Bijlage 5. Overzicht van karakteristieke bebouwing in Wijchen, Heumen en Beuningen. Bijlage 6. Maatschappelijke initiatieven. Bijlage 7. Cultuurhistorische trends in de maatschappij. Bijlage 8. Projectideeën. Kaartbijlage 1. Waarderingskaarten Wijchen, Heumen, Beuningen en Druten. Kaartbijlage 2. Cultuurhistorische beleidskaart. Verantwoording afbeeldingen: Foto’s wethouders: respectieve gemeenten/Ger Loeffen/Niels Stam Fotocommunity.de, MH1961: 6.1 Gemeente Beuningen: 3.2 Layar.com: 6.1 Marketgarden70.nl: 6.1 Oud-Beuningen: 3.8 Open Monumentendag.nl: 6.2 Provincie Gelderland: 4.1, 4.2, 4.3, 4.4 RAAP: 1.1, 3.1, 3.3, 3,7 Wikimedia Commons: 3.4, 3.5, 3.6 WUR, Speciale collecties: 2.1
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 5 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Bijlage 1 – Inventarisatie wetgeving en beleid B1.1 Rijk B1.1.1 Modernisering Monumentenzorg (MoMo) Op 1 januari 2012 zijn de wetswijzigingen in werking getreden die het gevolg waren van de modernisering van de monumentenzorg, in het kort MoMo genoemd. Deze modernisering werd in 2009 aangekondigd in de vorm van een beleidsbrief. Het belangrijkste vertrekpunt daarin was dat de monumentenzorg voortaan in de eerste plaats gebieds- en ontwikkelingsgericht diende te zien, en niet langer in de eerste plaats object- en behoudsgericht. Om die wensen te kunnen operationaliseren werden drie beleidspijlers vormgegeven: - Pijler 1: Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening. Van gemeenten werd verwacht
16
dat zij voortaan voorafgaand aan het vaststellen van een bestemmingsplan
een cultuurhistorische analyse zouden laten uitvoeren en daar vervolgens een afweging over te maken of, en zo ja hoe, deze waarden in het bestemmingsplan zouden worden opgenomen. - Pijler 2: Krachtiger en eenvoudiger regelgeving. Eigenaren van (gebouwde) monumenten kregen meer ruimte voor eigen afwegingen. - Pijler 3: Bevorderen van herbestemmingen. Door maatschappelijke veranderingen hebben steeds meer gebouwen, complexen, terreinen en landschappen behoefte aan een nieuwe functie. Het gebrek aan een functie is immers een bedreiging voor het voortbestaan van het object. Deze voornemens hebben ertoe geleid dat op 1 januari 2012 onder meer de Monumentenwet en het Besluit ruimtelijke ordening zijn gewijzigd. In het Bro is nu de afwegingsverplichting over cultuurhistorie in het kader van de ruimtelijke ordening verwerkt, in de Monumentenwet zijn vergunningvrije activiteiten met betrekking tot monumenten en in beschermde gezichten opgenomen.
B1.1.2 Monumentenwet 1988 De basis voor de landelijke monumentenzorg wordt gevormd door de Monumentenwet 1988, die in 2007 is gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) en in 2012 andermaal in verband met de implementatie van de Modernisering Monumentenzorg. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten een monumentencommissie moeten hebben om te kunnen adviseren over vergunningaanvragen. Wijchen en Druten hebben een eigen monumentencommissie (al dan niet met inbreng van het Gelders Genootschap), Beuningen en Heumen kennen een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit die in zijn geheel vanuit het 16
De opdracht uit het Besluit ruimtelijke ordening (zoals dat per 1 januari 2012 komt te luiden) aan gemeenten om “rekening te houden” met cultuurhistorische waarden is een generieke bepaling. Deze opdracht is in algemene termen gesteld, maar is zeker geen vrijblijvende opdracht. Het is immers niet mogelijk om rekening te houden met cultuurhistorische waarden zonder te weten waarover men het eigenlijk heeft. Daarvoor zal altijd een degelijk cultuurhistorisch onderzoek nodig zijn. Op het moment dat die op tafel ligt, zal dat in de verdere besluitvorming een bepalende factor zijn die in alle openheid moet worden afgewogen (Brief van staatssecretaris H. Zijlstra aan de Eerste Kamer, 27 mei 2011).
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 6 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Gelders Genootschap wordt bemand. De taak om rekening te houden met aanwezige of te verwachten ondergrondse archeologische waarden komt ook voort uit de Monumentenwet.
B.1.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen met betrekking tot nationale ruimtelijke belangen. In dat kader zijn regels opgenomen die betrekking hebben op erfgoederen met een universele waarde. Hieronder wordt het volgende verstaan: Als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde worden aangewezen: •
Nieuwe Hollandse Waterlinie;
•
Romeinse Limes;
•
Werelderfgoed De Beemster;
•
Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam.
Deze erfgoederen komen niet voor in de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen.
B1.2 Regionaal (w.o. provincie) B1.2.1 Cultuur- en erfgoedprogramma 2013-2016 De provincie Gelderland heeft haar ambities met betrekking tot cultureel erfgoed vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma 2013-2016. Hierin zijn enkele zaken veranderd na het aflopen van het voorgaande Belvoir-beleid. De ontwikkelingsgerichtheid van MoMo is erin verankerd door cultuur te zien als bouwsteen voor ontwikkeling. Daarnaast wil men de provincie niet meer louter van een subsidiërende kant laten zien, maar als professioneel partner waarin ook ruimte moet zijn voor tegenprestaties. Door dit partnerschap uit te dragen hoopt men ook te bereiken dat de maatschappij meer bij cultuur en erfgoed betrokken wordt. De provincie ziet zichzelf als partner, regisseur, financier en makelaar/verbinder. Door een beperktere hoeveelheid middelen worden bovendien scherpere keuzes gemaakt. Bij cultureel erfgoed wordt gekozen voor het overdragen en beleefbaar maken van de historie en het zichtbaar maken door middel van zichtbare kunst en ontwerp. Om doelen te bereiken heeft de provincie het initiatief genomen om met gemeenten tot bestuurlijke afspraken te komen in de vorm van een cultuur- en erfgoedpact. Bij de initiatieven waarover afspraken worden gemaakt kiest de provincie voor een ondersteuning van de uitvoering, en minder van de coördinatie.
De provincie maakt middelen vrij voor het ondersteunen van cultuurfestivals (w.o. erfgoedfestivals), het bevorderen van innovatieve kennis en vakmanschap voor het behoud en ontwikkeling van erfgoed, het ondersteunen musea en daarmee verbonden partijen en activiteiten (inclusief het onderzoeken van de mogelijkheden voor een leerstoel ‘Erfgoed van Gelderland’), het bevorderen van herbestemming en het investeren in onderzoek naar en praktische werkzaamheden aan typische Gelderse, actuele thema’s (buitenplaatsen, cultuurhistorie van bos en natuur, militaire linies). Hierin komt het zogenaamde ‘provinciaal belang’ naar voren. De contourennota geeft een praktische uitwerking van het genoemde programma en benoemt de besteding van de structurele middelen.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 7 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
B1.2.2 Visie Waalweelde (2009) Het totale project Waalweelde wil, in haar eigen woorden, de Waal en haar omgeving mooier, veiliger, natuurlijker en economisch sterker (…) maken. Onder regie van de provincie Gelderland werken verschillende partijen samen. Cultuurhistorie is één van de zeven thema’s, naast Veiligheid, Natuur, Bedrijvigheid, Wonen, Recreatie en toerisme, Energie en Klimaat. Vanwege de geografische ligging zijn van de vier gemeenten hierbij alleen Druten en Beuningen betrokken. In deze gemeenten gaat het om een tiental geformuleerde projecten, vooral practisch gericht zoals de omvorming van bedrijventerreinen naar woningbouw, het graven van nevengeulen en de ontwikkeling van nieuwe natuur.
B1.2.3 Toeristische herpositionering Rijk van Nijmegen (2013) Deze visie is tot stand gekomen door een samenwerking van het Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem-Nijmegen, de gemeenten en het bedrijfsleven. Er is een toeristische visie ontwikkeld om het merk Rijk van Nijmegen beter op de kaart te zetten. Cultuur en cultuurhistorie vormen een belangrijke pijler onder de visie. Hier spelen het Romeins verleden, de Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog als thema’s die meer zichtbaar en beleefbaar gemaakt zouden moeten worden.
B1.2.4 Deltaprogramma (2014) Om de veiligheid in onze delta te vergroten is in de afgelopen jaren het Deltaprogramma uitgewerkt. Het Deltraprogramma van 2014 is de vierde op rij. Voor onze regio zijn binnen het deelprogramma Rivieren de regio’s Waal en Bedijkte Maas van belang. Alhoewel dit uiteraard niet het hoofddoel is, heeft cultuurhistorie wel een nadrukkelijke plek in het programma. Cultuurhistorie wordt, net als natuurontwikkeling en recreatie, gezien als ‘meekoppelkans’ en net als leefbaarheid, landschap en natuur een ‘aandachtspunt’. Binnen ons gebied zijn retentiegebieden van Keent en Wijchen-Heumen en dijkverleggingen bij Heumen en Overasselt voorzien waar het om de Maas gaat.
B1.3 Gemeenten B1.3.1 Algemeen Gemeenten zijn de eerst aangewezen overheidslaag als het gaat om het beschermen van het brede erfgoed. Zij staat dicht bij de burger en is daarnaast voor een groot aantal typen ingrepen het bevoegd gezag. In bestemmingsplannen komt het thema cultuurhistorie als zodanig in veel gevallen maar heel beperkt terug. Zo vinden we in het Bestemmingsplan Buitengebied van Heumen (2009) een toelichting op de monumentale bebouwing (geregeld via Monumentenwet 1988 en monumentenverordening), de molens (met regels ten aanzien van bebouwing in de omgeving) en de bescherming van archeologische waarden. Veel vaker zijn cultuurhistorische kwaliteiten verweven met thema’s als waardevol landschap. Tekenend is de eerste zin van de paragraaf onder het kopje
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 8 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
‘landschap’ in voornoemd bestemmingsplan, wanneer het Streekplan 2005 van de provincie Gelderland wordt aangehaald: Gelderland omvat een grote variatie aan landschappen met een rijke cultuurhistorie. Kennelijk wordt het cultuurhistorische aspect van alle andere aspecten in de landschappen het meest relevant geacht. In de doelstelling van het bestemmingsplan is dan ook opgenomen dat het bestemmingsplan een bescherming van waarden en belangen biedt, waartoe ook archeologische en cultuurhistorische waarden behoren.
B1.3.2 Beuningen Waterplan (2005) Het Waterplan van de gemeente Beuningen was vooral gericht op kwaliteit en veiligheid. Cultuurhistorie vormt geen expliciet onderdeel van het plan.
Landschapsontwikkelingsplan (2006) In december 2006 werd de landschapsvisie ‘Landschap in beweging’ voor de gemeenten Beuningen, Druten en Wijchen afgerond en vervolgens in 2007 door de drie gemeenteraden vastgesteld. De samenhang en identiteiten van het historisch cultuurlandschap, onderscheiden in meerdere landschapstypen, vormen hierin het raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. Afhankelijk van het landschapstype is het cultuurhistorisch karakter hier sterker of minder sterk in de visie richting de toekomst aanwezig. Zo is in de uiterwaarden van Waal en Maas meer ruimte voor natuur en rivierdynamiek geboden, terwijl op de Waaloeverwallen het kleinschalige historisch cultuurlandschap vertrekpunt is. Expliciet wordt uitgesproken dat aardkundige en archeologische waarden behouden en versterkt moeten worden en dat cultuurhistorische waarden behouden moeten blijven en als inspiratiebron gebruikt moeten worden, omdat zij bijdragen aan de identiteit van de landschapstypen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen behoud (beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke en rijksmonumenten, de omgeving van de monumenten) en versterking van ruimtelijke patronen zoals dijken, achterkaden, wielen, wagen- en verkavelingspatronen etc. door deze structuren op te nemen in ontwerpen. Daarbij kan worden teruggegrepen op meerdere referentieperioden.
Waar mogelijk wordt gestreefd naar educatief of recreatief gebruik van waardevolle objecten. De relatie tussen de hedendaagse landschappen, de historische achtergronden ervan en de mogelijkheden die dat voor de toekomst biedt komt in het plan duidelijk naar voren. In oktober 2007 is vervolgens het eerste uitvoeringsplan afgerond. Hierin zijn 4 thema’s met bijbehorende doelen geformuleerd, namelijk a) behouden en versterken landschap, b) economische dragers landschap, c) ecologisch netwerk en d) toegankelijkheid. Alle thema’s hebben een directe relatie met de cultuurhistorische waarden in het landschap, maar met thema a is de relatie met meest duidelijk. Om de doelen te kunnen bereiken is sturing nodig, mogelijk in volgorde van passiviteit naar activiteit: faciliteren, stimuleren en actief sturen. Om de gewenste doelen te kunnen bereiken is vol-
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[4 9 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
gens de opstellers ook verankering in gemeentelijk beleid noodzakelijk. Het betreft het bestemmingsplan buitengebied, de welstandsnota, notitie recreatie en toerisme, monumenten, economisch beleidsplan, waterplan en het milieubeleidsprogramma. In het uitvoeringsplan zijn uiteindelijk 15 in 2007 lopende projecten benoemd en 15 projecten voor de periode 2008-2012. In 2013 is een nieuw uitvoeringsprogramma vastgesteld, dat een looptijd tot 2018 heeft. Hierin zijn projecten opgenomen met directe cultuurhistorische relevantie en met indirecte cultuurhistorische relevantie, zoals landschapsontwikkelingsprojecten. Hieronder een selectie: - Gebiedsuitvoeringsprogramma Maas en Waal (GUP) (indirect); - Landschappelijke inpassing (bedrijfs)bebouwing (indirect); - QR-codes op cultuurhistorisch waardevolle plaatsen (direct); - Cultuurhistorische landschapselementen, herstel, belevingbevordering en aanleg (direct); - Maasheggenherstel, deel van cultuurhistorische landschapselementen (direct); - Bevorderen herkenbaarheid historische waterlopen (direct); Elk jaar wordt het uitvoeringsplan van het landschapsontwikkelingsplan geëvalueerd. De concrete projecten komen hierin aan de orde. Erfgoedverordening en restauratiesubsidieregeling (2010) Op 6 januari 2011 trad de huidige erfgoedverordening van de gemeente Beuningen in werking.
In deze verordening zijn de mogelijkheden om gemeentelijke monumenten te kunnen aanwijzen vastgelegd, en is bepaald welke regels gelden met betrekking tot de instandhouding van gemeentelijke monumenten. Ook zijn hierin de regels vastgelegd met betrekking tot beschermde archeologische monumenten en gebieden met specifieke archeologische verwachtingswaarden. Tenslotte is hierin een subsidieregeling ten aanzien van gemeentelijke monumenten uitgewerkt. Structuurvisie (2012) Op 8 mei 2012 werd de structuurvisie ‘Groen en dynamisch’ vastgesteld door de gemeenteraad van Beuningen. Hierin zijn de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende 10 tot 20 jaar vastgelegd. Hierin zijn structuurvisies voor deelgebieden uit de jaren ervoor gecombineerd met een nieuwe visie voor het overige gedeelte van het gemeentelijk grondgebied. Cultuurhistorie komt als onderwerp meerdere malen in de structuurvisie voor. Als hoofdopgave is geformuleerd om de cultuurhistorische waarden onder de structuur van het dorp Beuningen meer zichtbaar te maken. Daarnaast is uitgesproken dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden steeds het uitgangspunt zijn bij de ontwikkeling van Ewijk. Daar houdt de aandacht voor cultuurhistorie echter niet op.
Op een groot aantal andere pagina’s in de structuurvisie wordt impliciet naar cultuurhistorische waarden verwezen, bijvoorbeeld waar het gaat om de kwaliteitsverbetering van oude linten in Weurt door deze te herinrichten met aansluiting op de historische karakteristiek. De scheidslijn tussen ‘landschappelijke waarden’ en ‘cultuurhistorische waarden in het landschap’ is vaak erg dun. Bij de afronding van Ewijk is men van plan het landschap te gebruiken
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 0 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
als onderlegger. Daarbij doelt men op het gebruiken als vertrekpunt van ‘landschapskenmerken, zowel in het veld herkenbare elementen als historische verwijzingen, archeologie en bodemtechnische bijzonderheden’. In het stedelijk gebied van Ewijk vormen de historische linten het vertrekpunt. Voor het uiterwaardengebied geldt dat ‘behoud, versterken van de leesbaarheid van het landschap en behoud van cultuurhistorische elementen’ één van de (deel)hoofdopgaven is. Op de oeverwallen vormen enkele bijzondere historische structurende elementen van het rivierengebied (paden over kwelkaden, voormalige loop dijk, landgoederen) de dragers. Wanneer we vervolgens weer opschalen zien we dat – ook al wordt het soms niet expliciet als historisch benoemd – in grote lijnen de historische landschapsstructuur van oeverwallen, uiterwaarden en kommen als waardevol wordt gezien, met in de bebouwde kommen een wat meer genuanceerde benadering op specifieke onderdelen of in specifieke (delen van) kommen. Met name ten noorden van de A50-N322 zijn ontwikkelingen voorzien met een groot ruimtebeslag, zoals de zandwinning Beuningse Plas en de zandwinningslocatie H1 bij Winssen. Groenbeleidsplan (2012) In het groenbeleidsplan van de gemeente Beuningen komt cultuurhistorie als één van de andere ‘functies’ voor die bij de visievorming betrokken is, naast spelen, water, archeologie en recreatie.
Dit komt onder meer terug in de historische linten als speciaal aandachtsgebied en in de bijzondere aandacht voor waardevolle of monumentale bomen. Deze linten worden door versterking met bomenrijen herkenbaarder. Hetzelfde geldt voor de historische dorpskernen. Hiermee wordt aangesloten bij één van de doelen van het LOP, namelijk het zichtbaar maken van historie. Bomenverordening (2012) Beuningen beschikt over een bomenverordening waarin regels met betrekking tot het bomenbestand in de gemeente zijn opgenomen. Leidend document hierin is de gemeentelijke Groene Kaart, waarop monumentale en waardevolle groenelementen zijn opgenomen. De verordening heeft betrekking op deze bomen en op alle andere bomen die in gemeentelijk bezit zijn. Coalitieakkoord (2014) Cultuurhistorie als zodanig komt in het coalitieakkoord van Beuningen niet voor. Impliciet is dat echter wel het geval, bijvoorbeeld in de paragraaf over recreatie en toerisme: wij hebben een gevarieerde en karakteristieke gemeente die gezien mag worden. Men is voornemens de promotie van Beuningen te versterken en Beuningen beter op de kaart te zetten. Welstandsnota Welstandsnota’s zijn doorgaans ingestoken vanuit een analyse van de bebouwingskarakteristiek zoals die zich historisch in een specifiek gebied heeft ontwikkeld. Daarmee gecombineerd of geconfronteerd worden eigentijdse wensen voor specifieke nieuwe functies.
In algemene zin wordt in welstandsnota’s gestreefd naar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, waarin (cultuurhistorische) kenmerken een belangrijke rol spelen. Met name voor wijken uit de laatste de-
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 1 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
cennia gaat cultuurhistorie langzaam over in meer algemene ruimtelijke kwaliteit. Dit zien we ook terug in de welstandsnota van Beuningen. In het buitengebied komt de historische karakteristiek en de wens tot behoud daarvan heel sterk naar voren. Ook in meer recente wijken komt de “historische” karakteristiek van het oorspronkelijke ontwerp als kader naar voren. In gebieden met meer recente grootschalige ontwikkelingen, zoals het de Heuve Shoppingpark, speelt cultuurhistorie vanuit het perspectief van welstand geen rol.
B1.3.3 Wijchen Waternota Wijchen (2004) In 2004 heeft de gemeente Wijchen een beleidsnota vastgesteld met betrekking tot het thema ‘water’. Alhoewel in 2004 de aandacht voor het thema cultuurhistorie al wel toenam, werd het op dat moment nog niet automatisch meegenomen bij het opstellen van ruimtelijk beleid. Cultuurhistorie komt als thema in deze nota beperkt terug. Alleen het Wijchens Ven, de Balgoijse Wetering, de (nagenoeg verdwenen) Elst in het stedelijk gebied, oude rivierbochten van de Maas en oude veerstoepen, de grachten rond de kastelen van Wijchen, Hernen en Batenburg en het Hernens Meer worden aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. In het projectenoverzicht wordt het versterken van de (herkenbaarheid van de) historische betekenis van De Elst als cultuurhistorisch project benoemd. Voor die laatste lopen op dit moment al voorbereidingen als het gaat om visualisatie van een deel van genoemd water en publieksinformatie via QR-codes en ANWBinformatiepanelen. Landschapsontwikkelingsplan (2006) Voor details met betrekking tot het landschapsontwikkelingsplan verwijzen we naar § 3.3.1 (Beuningen). Daarbij moet nog worden opgewerkt dat Wijchen de essentie van het LOP inmiddels in het bestemmingsplan buitengebied heeft verwerkt.
Strategische Visie 2025 (2007) In deze strategische visie is vooral ingezet op inbreiding en revitalisering binnen het stedelijk gebied als het gaat om nieuwbouw. Daarnaast is er een vervoersparagraaf die binnen dit kader minder relevant is. De strategische visie heeft als input gediend voor de structuurvisie (zie verderop). Groenstructuurplan Wijchen 2008-2017 (2008) Bij het beschrijven van de gewenste ontwikkelingen op groengebied richt Wijchen zich in de eerste plaats op verbetering van de samenhang tussen de verschillende groenelementen, verbeteren van de entrees naar het centrum en versterking van beleving en gebruik van bijzondere groengebieden. Cultuurhistorie is een expliciet onderwerp in deze nota, tot uiting komend in het feit dat ook belangengroepen op dit terrein hebben meegedacht. Bomenrijen worden van belang geacht voor de markering van cultuurhistorische lijnen. Bij de uitgifte van reststroken is opgeno-
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 2 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
men dat het geen invloed mag hebben op cultuurhistorische of archeologische waarden. Ook in de verschillende deelgebieden worden cultuurhistorisch waardevolle terreinen, zoals de omgeving van kasteel, molen en Tienakker, expliciet benoemd. Interessant hierbij is dat objecten ook als referentie worden genoemd en niet alleen vanwege hun intrinsieke waarde: de molen refereert aan het agrarische karakter van de kern Wijchen. Samenvattend kunnen we stellen dat cultuurhistorie een leidend thema is binnen het plan, al is wel opmerkelijk dat het woord ‘cultuurhistorie’ alleen wordt genoemd in relatie tot de kern en niet in relatie tot alle andere delen van de bebouwde kom van Wijchen. Cultuurhistorische waarden van naoorlogse woningbouw zijn pas na 2008 in de schijnwerper komen te staan. Monumentennota Wijchen 2008-2015 (z.j.) In deze monumentennota is het gemeentelijk beleid van Wijchen ten aanzien van het monumentaal erfgoed vastgelegd. Dat beleid richt zich in de eerste plaats op het vergroten van het maatschappelijk draagvlak onder monumenteneigenaren en het verbeteren van voorlichting, maar daarnaast ook door het leveren van een bijdrage aan het erfgoedbeheer. Zo is voorgesteld om de subsidieverordening aan te passen en het subsidiebedrag te indexeren. Het opstellen van de erfgoedverordening is eveneens een beleidsdoel geweest.
Het beoogde opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart heeft inmiddels plaatsgevonden. Ook is aandacht geschonken aan de uitvoering en handhaving van het monumentenbeleid en het aanpassen van de Verordening op de monumentencommissie (hetgeen eveneens heeft plaatsgevonden). Het herijken van de monumentenlijst en het aanwijzen van Wijchen als beschermd gezicht werd eveneens als beleidsdoel gesteld. Interessant in het kader van deze nota is ook de wens om te komen tot een zo goed mogelijke ambtelijke afstemming als het gaat om de raakvlakken van cultuurhistorisch beleid met ander beleid, zoals natuur- en landschapsbeleid en planologie. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor met name de beleidsadviseurs voor de diverse vakgebieden binnen de organisatie. Visie op toerisme in Wijchen 2009-2015 (2009) In vervolg op de voorgaande nota toerisme is de doelstelling om de werkgelegenheid in de toeristische sector te bevorderen, waarbij gestreefd wordt meer toeristen te trekken die langer in Wijchen verblijven. Cultuurhistorie is een aspect dat in vele passages in de nota terugkomt, zowel in de aangehaalde rijks- en provinciale beleidsdocumenten, als in het destijds staande gemeentelijk beleid, als in het nieuw verwoorde beleid. Daarnaast komt de waarde van het (historisch) cultuurlandschap impliciet aan de orde als wordt gesproken over extensieve recreatie in het buitengebied.
De bezoekers associëren de naastgelegen regio Rijk van Nijmegen met natuur, landschap en cultuurhistorie, wat kansen voor Wijchen biedt. In de SWOT-analyse wordt de rijke cultuurhistorie naast de ‘afwisselende natuur
17
, aanwezigheid van het rivierenlandschap, aan-
wezigheid van rust en ruimte en authenticiteit van de dorpen’ (ook aspecten van het historisch
17
Het is onduidelijk wat men hier als ‘natuur’ aanduidt; waarschijnlijk doelt men op extensief gebruikt cultuurlandschap, zoals de uiterwaarden.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 3 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
cultuurlandschap) als sterkte genoemd. In de confrontatiematrix wordt cultuurhistorie als sterkte met name gekoppeld aan de toename van het aantal 50+ ers, terwijl de authenticiteit van de dorpen aan de behoefte aan authenticiteit en de toename van het aantal 50+ ers wordt gekoppeld. Dit alles leidt in de ‘visie op toerisme’ tot de conclusie dat cultuurtoerisme naast plattelandstoerisme en promotie één van de pijlers van het toerisme in Wijchen is. Daar komt bij dat ook plattelandstoerisme een cultuurhistorische betekenis heeft. De regionale component als aspect van betekenis wordt ook in de nota aangestipt, vooral richting het westen en oosten (Land van Maas en Waal en verder richting oosten) en in mindere mate richting het zuiden (Brabant). De economische betekenis van het toerisme wordt erkend. Als we bekijken wat dan als cultuurhistorie wordt aangemerkt, is die definitie in de nota erg beperkt. Men noemt de molens, het Museum Kasteel Wijchen, de drie kastelen en de monumenten in zijn algemeenheid, waarbij zowel monumentale gebouwen als herdenkingsmonumenten worden genoemd. Men concludeert dat met betrekking tot de natuur- en landschapsbeleving en cultuurhistorie de meeste kansen gerelateerd zijn aan de toename van het aantal 50+ ers. Het investeren wordt als taak gezien van ondernemers én de gemeente.
Uit deze conclusies komt een aantal actiepunten voort, die deels betrekking hebben op het cultuurhistorische aspect, zoals de verbetering van het haventje van Batenburg om het stadje beter te ontsluiten en het thema ‘Land van de Heerlijkheden’, waarvoor een bezoekerscentrum in Leur zou worden ingericht (hetgeen inmiddels tot stand is gekomen). Hiermee diende een impuls gegeven te worden aan de gebiedsrecreatie, met name op de fiets. De uitbreiding van het museum in Wijchen en het regionaal cultuurpact van de provincie zijn twee andere actiepunten met een cultuurhistorische relevantie. Specifiek onder het kopje cultuurhistorie staat het benadrukken van het Romeinse verleden binnen de Euregiocontext, het promoten van de watergebonden cultuurhistorie (industrieel erfgoed, beheersing, beleving en natuur), het ontwikkelen van een fietsrouteboekje m.b.t. monumenten en het ontwikkelen van een informatieboekje (‘sporenboek’) over de cultuurhistorie binnen de gemeente. Structuurvisie Wijchen (2009) In 2009 is de nieuwe structuurvisie van de gemeente Wijchen opgesteld en vastgesteld. Cultuurhistorie en archeologie vormen hierin samen één van de lagen binnen de huidige woon- en leefomgeving. Hiermee sterk verwante lagen zijn bodem en water, natuur en landschap.
Zo komt onder het aspect ‘natuur’ het advies ‘behoud en ontwikkeling landschap en natuur’ voor en worden onder ‘landschap’ de verschillende cultuurlandschappen met daaraan verbonden opgaven met een historische insteek benoemd. In het hoofdstuk ‘cultuurhistorie en archeologie’ worden als kansen behoud van cultuurhistorische waarden, versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen en openstelling of gebruik van cultuurhistorische objecten (m.n. gebouwd erfgoed) genoemd. Verder worden ook andere keuzes gemaakt die van belang zijn
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 4 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
waar het gaat om mogelijkheden om cultuurhistorie als factor van belang mee te laten wegen, zoals de ontwikkelingsgebieden voor grootschalige landbouw. Voor het onderdeel Landschap haakt men aan op het reeds bestaande LOP en Groenstructuurplan. Verder worden het koesteren van de open ruimte rond de dorpen en Batenburg en het verbinden van landschap en stedelijke uitbreiding als aan de cultuurhistorie rakende gewenste ontwikkeling voorzien. In het onderdeel cultuurhistorie worden de hiervoor genoemde kansen uitgewerkt. Die uitwerking is duidelijk nog gebaseerd op de periode vóór MoMo. De ambitie van de gemeente met betrekking tot de aspecten ‘behoud van de cultuurhistorische waarden’ en ‘versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen’ beperkte zich tot het aanwijzen van Batenburg en Leur als beschermd gezicht en meerdere gebouwen als beschermd object. Erfgoedverordening (2010) De gemeentelijke erfgoedverordening van Wijchen voorziet in de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Met betrekking tot voorgenomen aanpassingen aan deze monumenten zijn sturende/richtinggevende regels en een vergunningplicht opgenomen. Ook zijn hierin regels ten behoeve van de instandhouding van archeologische terreinen opgenomen, waartoe tevens vrijstellingsgrenzen en dieptegrenzen voor de onderzoeksplicht behoren.
De erfgoedverordening kent tevens de mogelijkheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht. Welstandsnota (2013) Welstandsnota’s zijn doorgaans ingestoken vanuit een analyse van de bebouwingskarakteristiek zoals die zich historisch in een specifiek gebied heeft ontwikkeld. Daarmee gecombineerd of geconfronteerd worden eigentijdse wensen voor specifieke nieuwe functies. In algemene zin wordt in welstandsnota’s gestreefd naar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, waarin (cultuurhistorische) kenmerken een belangrijke rol spelen. Met name voor bebouwing uit de laatste decennia gaat cultuurhistorie langzaam over in meer algemene ruimtelijke kwaliteit. In Wijchen is belangrijk dat de welstandstoets voor latere toevoegingen en bijgebouwen is verdwenen. Voor hoofdgebouwen, beschermde gezichten, monumenten, veldlinten en dijklinten en gebieden met een beeldkwaliteitsplan blijft die toets wel bestaan. Hier blijkt al uit dat men voor beschermde en ten dele ook niet-beschermde cultuurhistorische waarden een uitzondering maakt. Verder gaat ook deze nota uit van gebiedstypen met historisch gegroeide karakteristieken waar specifieke toetsingscriteria uit voortkomen. Coalitieakkoord (2014) Cultuurhistorie komt niet expliciet voor in het coalitieakkoord van Wijchen.
De enige verwijzing ernaar is dat men stelt: “Karakteristieke panden dragen sterk bij aan de uitstraling van het straatbeeld en het landschap. Dit willen we graag zo houden.”
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 5 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
B1.3.4 Heumen Welstandsnota (2004) Welstandsnota’s zijn doorgaans ingestoken vanuit een analyse van de bebouwingskarakteristiek zoals die zich historisch in een specifiek gebied heeft ontwikkeld. Daarmee gecombineerd of geconfronteerd worden eigentijdse wensen voor specifieke nieuwe functies. In algemene zin wordt in welstandsnota’s gestreefd naar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, waarin (cultuurhistorische) kenmerken een belangrijke rol spelen. Met name voor bebouwing uit de laatste decennia gaat cultuurhistorie langzaam over in meer algemene ruimtelijke kwaliteit. De historische insteek klinkt onder meer door in de verschillende gebieden binnen de categorie ‘historisch gegroeide gebieden’, namelijk de historische dorpsgebieden en historische dorpse bebouwingslinten. Woongebieden zijn vanuit hun oorspronkelijke karakteristiek beschreven, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen bijvoorbeeld woonwijken uit de wederopbouw, de woonerven en de projectmatige woningbouw. Ook het buitengebied is sterk vanuit de historische karakteristiek ingestoken: De oorspronkelijke karakteristiek van de erven staat hierdoor eveneens onder druk. Uiteindelijk is de hele gemeente in welstandsniveau’s ingedeeld, variërend van zware toetsing tot welstandsvrij.
Deze beide extremen ontbreken; gekozen is voor de reguliere toetsing (buitengebied, historische dorpsgebieden, historische dorpse linten en enkele categorieën van recentere ontwikkelingen) en de soepele toetsing (planmatige naoorlogse wijken). Groenstructuurplan (2007) Heumen heeft een visie ontwikkeld op de gewenste groenstructuur in de gemeente, in de eerste plaats in de kernen. Cultuurhistorie komt hierin als onderdeel terug, zij het dat wordt geconstateerd dat buiten enkele individuele bomen het merendeel van het groen van na 1960 dateert. Er wordt in het stuk aangegeven dat de cultuurhistorisch waardevolle bomen nog geïnventariseerd dienen te worden. Daar staat tegenover dat een deel van het groen weliswaar niet oud is, maar als structuur wél een historische dimensie kent. Zo wordt ingegaan op de bomenrij langs de Rijksweg, een historisch gegeven dat nu nauwelijks nog te herkennen is. Waterplan (2008) RPS/BCC heeft in opdracht van de Gemeente Heumen en het Waterschap Rivierenland in 2008 een waterplan voor de kernen opgesteld. De cultuurhistorisch-landschappelijke inleiding is beperkt en algemeen. Cultuurhistorie is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ecologie, geen expliciet onderdeel van het plan. Erfgoedverordening (2011) De erfgoedverordening van Heumen is vergelijkbaar met die van Beuningen.
De mogelijkheid tot het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en de vergunningplicht ten aanzien van wijzigin-
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 6 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
gen zijn opgenomen, evenals verplichtingen ten aanzien van het archeologisch bodemarchief. In tegenstelling tot in Wijchen kennen Heumen en Beuningen geen mogelijkheden voor een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Toetsingskader Ruimte voor ruimteregeling (2011) Dit toetsingskader is opgesteld naar aanleiding van het Bestemmingsplan Buitengebied (2009) en vooruitlopend op de structuurvisie en beoogt een beleidslijn weer te geven voor de ruimtevoor-ruimteregeling. Cultuurhistorie komt zijdelings aan de orde, bijvoorbeeld door te stellen dat de bouw van woningen in plaats van te slopen agrarische bebouwing mogelijk is, maar dat dat niet mogelijk is als het gaat om monumentale, karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle panden. Ook moet de woningbouw landschappelijk worden ingepast en vindt er verevening plaats door de aanleg van landschappelijke beplanting en/of wordt er een bijdrage geleverd aan het realiseren van een deel van de Ecologische Hoofdstructuur. Voor het referentiekader van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het Natuurbeheerplan Gelderland 2011. Ook dienen er onderzoeken plaats te vinden bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid, maar daar is geen sprake van cultuurhistorisch onderzoek (wel van archeologisch onderzoek). Tenslotte dient er een beeldkwaliteitsplan te worden overlegd.
Gebiedsuitvoeringsprogramma (2012) Heumen heeft samen met Beuningen, Druten, Wijchen (de drie LOP-gemeenten) en West Maas en Waal een gebiedsuitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin waren ook de groenblauwe diensten, één van de projecten van het LOP, opgenomen. Particuliere grondeigenaren konden tegen marktconforme vergoedingen afspraken maken over landschapsherstel en –beheer. In het voorjaar van 2012 heeft een provinciale beleidswijziging plaatsgevonden en is het realiseren van landschapsdoelen door gemeenten in samenwerking met andere gebiedspartijen de insteek. Landschapsbeheer Gelderland heeft hiervoor de nulmeting verricht. Voorzien is om het GUP voorjaar 2014 vast te stellen. Het GUP bevat in de eerste plaats uitvoeringsprojecten op het vlak van landschappelijk herstel, waarbij met enige regelmaat wordt verwezen naar cultuurhistorische kwaliteiten. Herstel van landschapselementen en toeristisch-recreatief ontsluiten van belangrijke cultuurhistorische kenmerken zijn voorname doelstellingen van het GUP. Beleidsnota Vrijetijdseconomie 2013-2016 (2013) In deze beknopte nota komt cultuurhistorie terug. Daarbij wordt een relatie gelegd met het bezoekerscentrum Land van de Heerlijkheden in Leur, waar het middeleeuws erfgoed centraal staat. Meteen wordt daarmee ook de regionale samenwerking gezocht.
Binnen de verbetering van het aanbod is het beleefbaar maken van het verleden één van de twee aandachtspunten. Daarbij worden het belevenisnetwerk ‘Spannende Geschiedenis’ en het Kroonwerk De Coehoorn als voorbeelden genoemd. Daarbij wordt van belang geacht om bestaande projecten voortdurend te benutten. In de uitvoeringsparagraaf zijn het project Land van Walrick 2012-2014, het eventuele vervolg van het project Kroonwerk De Coehoorn en het toerisme rond de rivieren opgenomen.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 7 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Structuurvisie Heumen 2025 (2014) Cultuurhistorie in expliciete zin wordt alleen in algemene termen aangeduid. De gemeente staat op het standpunt dat cultuurhistorie als kwaliteit beter zichtbaar gemaakt en benut moet worden voor zowel de bewoners als voor toeristen en recreanten. Als we verder lezen blijkt toch dat cultuurhistorie nog wel op meer plaatsen in de structuurvisie wordt aangehaald. In de ambities wordt cultuurhistorie samen met landschappelijke variatie als kwaliteit genoemd die vorm en inhoud geeft aan de identiteit van de gemeente Heumen. Deze maken volgens de structuurvisie bovendien het wonen, leven en recreëren in de gemeente Heumen aantrekkelijk. Ook is men van zins om cultuurhistorisch erfgoed concreet aan te duiden en te visualiseren op een kaart die zal behoren bij een wijziging van de welstandsnota. Dat landschap ook een cultuurhistorische kwaliteit is, wordt in de paragraaf ‘landschap’ bevestigd: Het landschap van de gemeente Heumen wordt versterkt op basis van de historisch landschappelijke structuren waarmee de oorspronkelijke cultuurlandschappen herkenbaar zijn. Als inzet voor de toekomst wordt behoud en waar mogelijk versterking genoemd. Voor de verschillende landschapstypen worden karakteristieken beschreven. Zowel voor enkele afzonderlijke deelgebieden als voor de landschapstypen zijn in de structuurvisie ruimtelijke visies opgenomen.
De ambities in de projectgebieden Lierdal, de Landschapszone Malden-Noord en de Teersche Sluispolder evenals de Maasuiterwaarden leveren een bijdrage ‘aan het behouden en versterken van de cultuurhistorische waarden in de gemeente’. Bij de oeverwallen, het Neder- en Overasseltsche Broek, de natuurgebieden (Overasseltsche Vennen, Heumensbos, Elshof, Erpewaai, Heumensoord en Maldens Vlak) wordt deze conclusie niet getrokken, alhoewel in de beschrijvingen wel de cultuurhistorische waarden worden benadrukt en in de ruimtelijke visies wel bijvoorbeeld welstandstoetsen van belang worden geacht en ‘het historische cultuurlandschap met historische bebouwing’ tot de belangrijkste waarden wordt gerekend. Op deelaspecten wordt dus cultuurhistorie (impliciet) wel relevant geacht. Elders worden (historische) landschapswaarden nadrukkelijk niet benoemd, zoals in het Broek (landbouw als belangrijkste waarde) en de natuurgebieden (natuurwaarden en recreatieve gebruik als belangrijkste elementen). In de dorpen worden cultuurhistorische waarden nergens heel nadrukkelijk vermeld. Ruimtelijke kwaliteit en de verweving met het buitengebied spelen echter vooral in Heumen, Overasselt en Nederasselt wel een rol. Voor Malden wordt de constatering dat men aan de grenzen van de groei zit door omliggende waardevolle landschappen genoemd.
Daardoor worden overal (historisch-)landschappelijke kwaliteiten toch nog indirect als wegingsfactor benoemd. Die kwaliteiten worden ook in specifieke zones, zoals de Rijksweg en de dorpsranden, van belang geacht. Coalitieakkoord Heumen (2014) Heumen is de enige van de 4 gemeenten waar cultuurhistorie expliciet in het coalitieakkoord voorkomt: Voor alle dorpen geldt dat een goede fysieke woonomgeving een positieve invloed
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 8 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
heeft op de leefbaarheid. De coalitie beschouwt investeren in de fysieke woonomgeving ook als investeringen in mensen. Daarbij wil de coalitie in alle dorpen de cultuurhistorie versterken. Dat wil zij nadrukkelijk in samenwerking met de inwoners en het Erfgoedplatform doen. Hiervoor zijn enige middelen vrijgemaakt. Bij Nederasselt wil men verder de zichtbaarheid van het verdedigingswerk Coehoorn versterken. Bij de herinrichting van de Kuilseweg als fietspad wil de coalitie rekening houden met het cultuurhistorische karakter van de vroegere Romeinse weg.
B1.3.5 Druten Landschapsontwikkelingsplan (2006) Voor details met betrekking tot het landschapsontwikkelingsplan verwijzen we naar § 3.3.1 (Beuningen). Nota Leefbaarheid kleine kernen gemeente Druten 2007 (2007) Om de kleine dorpen leefbaar te houden heeft de gemeente Druten een visie opgesteld waarin thema’s met betrekking tot leefbaarheid aan de orde komen. Cultuurhistorie, landschap of aanverwante aspecten komen in de nota niet voor. Waterplan (2007) In 2007 werd door Arcadis in opdracht van de gemeente Druten en het Waterschap Rivierenland een waterbeleidsplan voor Druten opgesteld. Het is in de eerste plaats gericht op de stedelijke gebieden en de overgangsgebieden naar het buitengebied. Als kernwoord van het huidige waterbeleid wordt ‘water inzetten voor recreatie, natuur en cultuur’ wordt genoemd. In de visie wordt dit verder uitgewerkt; cultuurhistorische elementen zijn in de visie duidelijk herkenbaar in het landschap. Onder de noemer ‘ruimtelijke kwaliteit’ komt het daarnaast nog impliciet voor. Cultuurhistorie is in het waterplan echter geen doel op zich. Cultuurbeleid (2009-2012) In de kadernota cultuurbeleid geeft de gemeente Druten aan welk beleid zij wil voeren op het gebied van cultuur. Cultuurhistorie is een nadrukkelijk onderdeel en is in één van de hoofdstukken uitgewerkt. Uit het hoofdstuk komen drie beleidsvoornemens voort: 1.
het stimuleren van het ontsluiten van cultuurhistorische waarden voor een breder publiek
2.
het betrekken van de verenigingen die zich bezig houden met cultureel erfgoed bij het cultuurbeleid, via deelname aan het cultureel netwerk
3.
Voortzetten financiële ondersteuning bovengenoemde verenigingen die actief zijn op het gebied van het immateriële cultuurhistorische erfgoed
In het hoofdstuk wordt tevens een nadrukkelijke koppeling gelegd met de Beleidsnota Monumentenzorg 2007-2011. Zowel voor die nota als de nota cultuurbeleid geldt dat zij een beperkte looptijd hadden die momenteel verstreken is.
RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017
[5 9 ]
Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten
Erfgoedverordening 2010 (2009) De erfgoedverordening van Druten is vergelijkbaar met die van Beuningen en Heumen. De mogelijkheid tot het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en de vergunningplicht ten aanzien van wijzigingen zijn opgenomen, evenals verplichtingen ten aanzien van het archeologisch bodemarchief. In tegenstelling tot in Wijchen kennen Druten, Heumen en Beuningen geen mogelijkheden voor een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Woonvisie 2012 (2012) De gemeente heeft de woonvisie opgesteld om het prettige woonklimaat te behouden en te versterken. Cultuurhistorische waarden hebben in de afwegingen geen rol gespeeld. Structuurvisie (2012) De structuurvisie van de gemeente Druten bevat inventarisaties en analyses van cultuurhistorie & archeologie, van natuur en van landschap. Deze aspecten zijn uitgewerkt. In de structuurvisie wordt de nauwe verbondenheid van cultuurhistorie en landschap aangestipt, en tegelijk wordt vooral de nadruk gelegd op enkele facetten, zoals de landgoederen en de historische kernen. Behoud, versterking en gebruik in routes worden als belangrijke kansen van erfgoed gezien. Ook wordt als kans het opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart aangegeven, hetgeen inmiddels is uitgevoerd. In de analyse van natuurwaarden wordt de verbondenheid met cultuurhistorie overigens niet aangestipt.
Dat gebeurt wel weer in de landschappelijke paragraaf, waar cultuurhistorie als één van de waarden van landschap wordt aangegeven, naast aardkunde, archeologie, ecologie en ‘landschap’. Per hoofdlandschapstype worden ontwikkelingskansen aangegeven, die in de eerste plaats – zonder het expliciet aan te geven – op de historische kwaliteiten zijn geënt. Belangrijk zijn de koppeling met het LOP en het waardevol landschap ‘Rivierduin Wijchen Bergharen’ uit het Streekplan. In de paragraaf Recreatie en toerisme komt gebruik van het historisch cultuurlandschap aan bod, alhoewel cultuurhistorie in die paragraaf nergens expliciet wordt genoemd. Het visiegedeelte richt zich wat betreft cultuurhistorie en archeologie op de eerder genoemde drie kansen: behoud, versterking en gebruik van monumenten in routes. Onder ‘behoud’ wordt aangegeven dat behoudenswaardige objecten en bijzondere waarden een plek krijgen in bestemmingsplannen. Het versterken van cultuurhistorische landschapselementen wordt door de gemeente ondersteund (de vorm waarin wordt niet genoemd). Cultuurtoerisme wordt vooral als regionale kans aangestipt. Voor landschap wordt in het visiedeel niet expliciet naar cultuurhistorie verwezen; wel wordt het LOP opnieuw aangestipt. Onder ‘Recreatie en toerisme’ komt cultuurtoerisme als belangrijke pijler terug, evenals het toegankelijk en beleefbaar maken van het landschap.