Bijlage 3 Zienswijzenota
Tekst van het document
Zienswijzennota ‘Zonnepark Bankhoef’ NL.IMRO.0296.BGBzpBankhoef-OW01 I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reactie (‘zienswijze’) over de ontwerp omgevingsvergunning en VVGB. • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het plan. Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad voor het afgeven van de definitieve verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Deze zienswijzenota gaat in op de aspecten die verband houden met het ruimtelijke deel c.q. de ontwerp Vvgb. Reclamant heeft één opmerking (punt 2 in de navolgende samenvatting) die verband houdt met de Omgevingsvergunning zelf. Deze opmerking wordt beantwoord in een separate zienswijzenota die ingaat op de Omgevingsvergunning. Volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die sinds 28 mei 2018 van toepassing is, mogen naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aangeboden worden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen persoonsgegevens wel digitaal aangeboden worden.
Deze nota wordt digitaal aangeboden. Daarom worden er geen naw-gegevens genoemd, behalve waar de wet dat toelaat. In een apart overzicht staat wie welke zienswijze heeft ingediend. Dat overzicht is op papier beschikbaar, dus niet digitaal. II. PROCEDURE De ontwerp omgevingsvergunning en VVGB hebben met ingang van 8 december 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging is er één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is in deze nota samengevat en beantwoord. Ook is aangegeven welke gevolgen de beantwoording van de zienswijze voor het plan heeft. De samenvatting van de zienswijze kan inhouden dat niet alle aspecten expliciet in die samenvatting zijn genoemd. Er heeft echter wel een integrale beoordeling van de zienswijze plaatsgevonden. III. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze, ingekomen op 17 januari 2023 Samenvatting zienswijze Zienswijze namens cliënt die woont nabij het plangebied. Reclamant maakt zich zorgen over de natuurcompensatie die is beoogd in het plangebied in relatie tot de bedrijfsvoering van cliënt en gaat hierbij in op de in het kader van de planvorming uitgevoerde ‘Quickscan flora en fauna’ en het ‘aanvullend onderzoek beschermingsmaatregelen das’. Reclamant heeft een aantal opmerkingen op het plan: 1
1. Reclamant merkt op dat uit de stukken blijkt dat het plangebied zelf, ter plaatste van de zonnepanelen, fungeert als secundair foerageergebied. Tevens merkt reclamant op dat het gebied ten noorden en oosten van het plangebied fungeert als primair foerageergebied. Reclamant geeft aan dat desondanks en zonder reden een extra perceel ten zuidoosten van het zonnepark wordt ingericht als foerageer gebied. Reclamant is tegen de beoogde locatie voor de natuurcompensatie. Reclamant was in het voortraject op constructieve wijze betrokken bij het initiatief, maar heeft recent via de media vernomen dat er een perceel nabij zijn bedrijf wordt ingezet als foerageergebied voor de das. Reclamant was hierdoor verrast en ziet zich genoodzaakt om te reageren. 2. Reclamant merkt op dat hij eerder al een reactie heeft gegeven met betrekking tot de gewenste ontsluiting voor aanleg en onderhoud van het zonnepark. Hierin wordt verzocht om in de vergunning de voorwaarde op te nemen dat bij de bouw voor de realisatie van Zonnepark Bankhoef geen gebruik wordt gemaakt van de inrit gelegen aan de straat De Bankhoeve in verband met geluidshinder. 3. Reclamant betoogt dat zijn bedrijf direct en indirect wordt belemmerd door het inrichten van het compensatieperceel als natuur.
In de ruimtelijke ordening geldt de omgekeerde werking en dit betekent dat nieuwe veehouderijen of de uitbreiding van bestaande veehouderijen effect kunnen hebben op de aanwezige flora en fauna en nabijgelegen natuurgebieden. Bij het ontwikkelen van veehouderijen speelt natuur mee bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dergelijke ontwikkelingen kunnen effect hebben op de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een veehouderij kan effect hebben op beschermde flora en fauna, bijvoorbeeld door het bouwen van een nieuwe stal, aanleggen van verharding, rooien van beplanting en dempen van sloten. Reclamant geeft aan dat de inrichting op dit moment niet wordt belemmerd, zoals blijkt uit de als bijlage bij de zienswijze gevoegde effectenindicator. Wel zijn er diverse beschermde soorten aanwezig in de omgeving van de inrichting. Bij het toelaten of uitbreiden van veehouderijen is een beperkt aantal maatregelen mogelijk voor het behoud van natuur, waaronder afstand houden tot natuurgebieden. Reclamant merkt op dat dit wordt bemoeilijkt als extra gebieden nabij de locatie van reclamant worden ingericht als natuurgebied. Reclamant merkt op dat de afstand tot natuur door het compensatiegebied aanzienlijk wordt verkleind. Betoogd wordt dat het bedrijf van reclamant zowel direct als vanuit de omgekeerde werking ernstig wordt belemmerd.
Het compensatieperceel ligt op zeer geringe afstand (nog geen 100 meter) van het perceel van reclamant en opgemerkt wordt dat nergens uit blijkt dat er rekening is gehouden met de belangen van cliënt. Door de realisatie van het gekozen compensatiegebied verwacht reclamant overlast te ondervinden door de aantrekkingskracht van verschillende diersoorten (met name de das, maar ook zwijnen) en ongedierte naar het gebied en dus naar zijn bedrijf. Anderzijds voorziet reclamant problemen bij een mogelijke uitbreiding dan wel aanpassing van zijn bedrijf door de realisatie van het compensatiegebied. 4. De inrichting van reclamant betreft een gesloten varkenshouderij met speciale aandacht voor veterinaire eisen. Reclamant beschikt over een recent verleende omgevingsvergunning. Reclamant denkt momenteel na over een mogelijke omschakeling naar een biologische varkenshouderij, waarbij vrije uitloop van dieren verplicht is. Hierbij wordt de grond rondom het bedrijf gebruikt voor uitloop en voorzien van een hekwerk. Dit hekwerk sluit niet uit dat er rechtstreeks contact is tussen de varkens en in het wild levende zoogdieren. Reclamant draagt zorg voor goede veterinaire omstandigheden in en rondom zijn bedrijf, waarbij wordt opgemerkt dat dierziekten en zoönose door wild eenvoudig overdraagbaar zijn. Opgemerkt wordt dat in het wild levende dieren niet in 2
5.
6. 7.
8.
nauw contact dienen te komen met landbouwdieren, zeker niet met dieren welke met mensen in aanraking komen, zoals het geval is op het bedrijf van reclamant. Reclamant wenst in de nabijheid van zijn bedrijf géén natuurcompensatie gebieden met een aantrekkende werking op in het wild levende dieren. Reclamant merkt op dat uit het onderzoek voor natuurcompensatie blijkt dat het beoogde compensatiegebied is aangemerkt als ‘secundair foerageergebied’ van lage kwaliteit, terwijl in de directe omgeving gronden aanwezig zijn die zijn aangemerkt als ‘primair foerageergebied’ van hoge kwaliteit. Reclamant vindt het vreemd dat juist het gebied met lage kwaliteit is gekozen als compensatiegebied. Reclamant geeft aan dat tevens de consequentie voor de archeologische waarden en de gevolgen van de aanwezige gasleiding niet afdoende zijn onderzocht. Reclamant wenst geen natuurcompensatie gebied nabij zijn bedrijf. Ook ziet hij hier niet de noodzaak van, omdat dit in de uitgevoerde ecologische onderzoek niet benoemd dan wel verlangd wordt. Wanneer het compensatieperceel wel noodzakelijk wordt geacht wordt voorgesteld om het compensatieperceel voor de dassen te verplaatsen naar het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Bergharen, sectie D, 186, 192 en 194. Er zijn reeds tunnels aanwezig en hiermee wordt ook aansluiting gezocht met drassige beheersgronden.
Tevens wordt opgemerkt dat het in het noorden aangrenzende perceel nu al foerageergebied van hoge waarde is. Betoogd wordt dat het alternatief voorgestelde perceel bestaande natuurbestemmingen verbindt en niet zorgt voor potentiële hinder aan agrarische bedrijven. Reclamant rekent erop dat bij het nemen van het definitieve besluit rekenschap wordt gegeven aan de zienswijze.
Reactie op zienswijze 1. Reclamant merkt op dat ‘desondanks en zonder reden’ een extra perceel wordt ingericht als foerageergebied voor de das. Echter, zoals in paragraaf 4.4.3 van de ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven wordt het betreffende perceel ingericht om de functionaliteit van het plangebied als foerageergebied en Ecologische verbindingszone te behouden. Dit is nodig op grond van het volgende: a. Vanwege de aanwezigheid van de das in het plangebied is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing nodig. In 2022 heeft initiatiefnemer in het kader van een gevraagde ontheffing Wnb voor de das een Activiteitenplan opgesteld met daarin te nemen maatregelen om de functionaliteit van het plangebied als foerageergebied en ecologische verbindingszone voor de das te waarborgen. Zonder het nemen van maatregelen kunnen de twee dassenburchten door verlies van foerageergebied hun functie verliezen. Dit is verboden op grond van de Wnb. Het betreffende compensatieperceel is onderdeel van het plan en een verplichte compensatie van foerageergebied. De provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor de aanvraag Wnb. In december 2022 is de benodigde ontheffing Wnb als ontwerpbesluit ter inzage gelegd. b. Het plangebied is gelegen op gronden die door de provincie Gelderland in haar verordening zijn aangewezen als ‘Groene Ontwikkelingszone’ (hierna: GO).
Ruimtelijke ontwikkelingen in de GO zijn toegestaan, maar voorwaarde is dat de natuur daarbij versterkt wordt. Ook als er geen natuur verloren gaat. Met het compensatieperceel wordt invulling gegeven aan deze voorwaarde. 2. De opmerking van reclamant met betrekking tot de ontsluiting van het bouwverkeer houdt direct verband met de ontwerp omgevingsvergunning en niet met de inhoud van het plan c.q. de ontwerp Vvgb. Om die reden wordt deze opmerking door het College van B&W 3
3.
4.
5.
6.
beantwoord in een separate zienswijzenota in het kader van de ontwerp omgevingsvergunning. Ten aanzien van het betoog van reclamant wordt het volgende opgemerkt: a. Het compensatieperceel verandert van bouwland naar grasland, dat als optimaal dassenfoerageergebied wordt ingericht. De planologische bestemming wordt niet gewijzigd naar ‘natuur’, dus het perceel behoudt de bestemming ‘agrarisch’. b. Het compensatieperceel zal geen grote aantrekkende werking hebben op dassen vanuit de verre omgeving. Het is bedoeld om dassenfoerageergebied dat verdwijnt door de realisatie van het zonnepark te compenseren en de GO te versterken. De huidige populatie dassen zal nu ook al rondom het bedrijf van reclamant komen. c. Het compensatieperceel blijft een kleinschalig agrarisch karakter houden. De invulling van het perceel is nader toegelicht in het landschappelijke inpassingsplan. d. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het compensatiegebied wilde zwijnen aantrekt, te meer omdat de dichtstbijzijnde populaties voorkomen op de zuid Veluwe en bij Groesbeek, op respectievelijk meer dan 20 km en meer dan 10 km van het plangebied. e. Het klopt dat de afstand tussen het bedrijf van reclamant en het compensatieperceel kleiner is dan 100 meter. Echter, in de (directe) omgeving van het plangebied zijn meerdere gronden aanwezig die wél een natuurbestemming hebben, grenzend aan agrarische gronden.
Ook op landelijke schaal is het gebruikelijk dat natuurbestemmingen en agrarische bestemmingen aan elkaar grenzen. Hierbij wordt nogmaals opgemerkt dat in dit geval de agrarische bestemming behouden blijft. Onevenredige hinder aan- en/of belemmering voor de bedrijfsvoering van reclamant als gevolg van het plan is niet te verwachten. Bij onze Raad zijn geen plannen bekend voor de omzetting naar biologische varkenshouderij waarbij sprake is van vrije uitloop. Op dit moment heeft het bouwvlak van reclamant de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast kunnen in de huidige situatie in het wild levende dieren al contact hebben met landbouwhuisdieren. Op het compensatieperceel en direct rondom het bedrijf van reclamant kunnen nu ook al in het wild levende dieren aanwezig zijn. Zoals opgemerkt behoudt het compensatieperceel een kleinschalig agrarisch karakter. Nederland is sinds 1999 (meer dan 20 jaar) vrij van Bovine tuberculose1. Er is slechts een aantal gevallen bekend, hierbij betrof het geïmporteerde runderen. Daarnaast is onderzoek gedaan naar drager van deze ziekte. In Nederland zijn dassen geen drager. Ook in ander wilde dieren in Nederland is tot op heden geen tuberculose aangetoond. In overleg tussen de initiatiefnemer en de provincie Gelderland is voor dit perceel gekozen, omdat hiermee de ecologische verbinding tussen noord en zuid wordt versterkt.
Ook wordt opgemerkt dat het juíst wenselijk is dat het gebied met lage waarde wordt opgewaardeerd naar een gebied met hoge waarde. Dit is ook onderbouwd in het landschappelijk inpassingsplan. Zoals in paragraaf 4.4.1 van de ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht blijven de graafwerkzaamheden op het compensatieperceel beperkt tot maximaal 0,3 meter onder het maaiveldniveau. Op grond van de regels uit het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014’ is nader
1 https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/bioveterinary-
research/dierziekten/bacteriele-ziekten/bovine-tuberculose-1.htm
4
onderzoek niet nodig. Ook de aanwezige gasleiding zorgt niet voor een belemmering. Indien nodig wordt er in het kader van werkzaamheden afstemming gezocht met de leidingbeheerder. 7. Zoals opgemerkt onder punt 5 is het betreffende perceel gekozen in overleg tussen de initiatiefnemer en de provincie Gelderland. Het perceel is volgens de provincie geschikt vanwege de versterking van de noord-zuid verbinding en het opwaarderen van de ecologische waarde. Ook praktische overwegingen hebben een rol gespeeld bij de afweging. Andere onderzochte percelen bleken niet haalbaar in verband met te beperkte oppervlakte, grondeigendom c.q. langlopende pachtcontracten. Ten slotte is de aanvraag vanuit de initiatiefnemer leidend. 8. Deze zienswijzennota betreft de inhoudelijke reactie op de zienswijze van reclamant. Conclusie Onderhavige zienswijzennota betreft de beantwoording van de ingediende zienswijze. De zienswijze heeft niet geleid tot een inhoudelijke aanpassing van het plan. IV. TEKSTUELE WIJZIGINGEN In de ruimtelijke onderbouwing zijn twee tekstuele wijzigingen doorgevoerd: -
In paragraaf 4.4.3 wordt ter verduidelijking verwezen naar de bij de provincie Gelderland aangevraagde ontheffing Wnb; In paragraaf 5.2 is de ingediende zienswijze benoemd.
5