CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Waterparagraaf 070722

Raad openbaar Wijchen 30 maart 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 67858 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan ‘Bergharen, herziening Molenweg tussen 33/33a en 35’1.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B.V.

Waterparagraaf woning Molenweg Bergharen Aan

VP Ontwikkeling

T.a.v.

dhr. Veldhuis

Van

R.P.E.F. van Meurs

Datum

07-07-2022

Betreft

Waterparagraaf Molenweg Bergharen

Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

Geachte heer Veldhuis, Op een onbebouwd perceel tussen de Molenweg 33 en 35 te Bergharen bestaat het voornemen een nieuwe woning te realiseren. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect water aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Kenmerken plangebied en planvoornemen Ligging plangebied Het plangebied betreft een L-vormig perceel ingeklemd tussen de Molenweg 33 en 35 in Bergharen. Het bijgebouw dat op de luchtfoto op het perceel staat is momenteel reeds gesloopt

Figuur 1

Luchtfoto van het plangebied Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

J217080.004/RME, pagina 2 van 7

Huidig gebruik Het plangebied is momenteel onbebouwd. Het voormalige bijgebouw is reeds gesloopt.

Figuur 2

Huidig gebruik plangebied

Planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de realisatie een levensloopbestendinge woning, erf en ontsluiting. Het overige perceeldeel wordt groen/natuurlijk ingericht. Onderstaande afbeelding geeft het bouwplan weer.

Figuur 3 Bouwplan planvoornemen Op basis van het voorgaande globale plan kan het volgende worden geconcludeerd ten aanzien van

J217080.004/RME, pagina 3 van 7

de verharding:

Bebouwing (incl. bijgebouwen) Verharding terrein Totaal verharding

Huidige situatie (m2) 0

Beoogde situatie (m2) 205

0 0

205

Beleid Waterwet De Waterwet regelt de leggerplicht voor alle waterstaatswerken. Om goed te functioneren moeten waterstaatswerken voldoen aan de norm uit de legger. De eerste Legger rijkswaterstaatswerken is vastgesteld in 2012. In oktober 2014 is de Legger geactualiseerd. De Legger bestaat uit een formeel besluit en digitale geografische datasystemen. Beheerders, vergunningverleners en toezichthouders zijn de vaste gebruikers van deze Legger, maar de Legger is voor iedereen toegankelijk. In Asten geldt de legger voor de Zuid-Willemsvaart. Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP) 2016-2021. Het PMWP is een kaderstellende nota die op hoofdlijnen weergeeft wat de beleidsdoelen en voorgestelde aanpak zijn. De doelen van het PMWP zijn:  Voldoende water voor mens, plant en dier  Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht)  Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s  Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening

Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een structuurvisie en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Met dit Nationaal Waterplan zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Rijk streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om samen te komen tot een waterrobuuste ruimtelijke inrichting, het beperken van overlast en rampen en het verstandig handelen in extreme situaties.

J217080.004/RME, pagina 4 van 7

Beleid waterschap ‘Rivierenland’ Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Het Waterschap Rivierenland hanteert de beleidsregel 'Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak'. Deze heeft als doel de versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak te beperkten tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet vanuit waterhuishoudkundig opzicht dus waterbalans-neutraal plaatsvinden. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied.

Deze vrijstelling geldt alleen voor particulieren. Er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Voor ontwikkeling met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m² kan een standaardberekening worden toegepast, waarbij wordt uitgegaan van een maatgevende bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt. Vuistregel daarbij is dat 436 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak nodig is. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer: In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder de alinea met beleidsuitgangspunten samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Op grond van de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater. Perceeleigenaren dienen hemelwater op eigen perceel te verwerken. Indien dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking.

Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structureel de gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen c.q. te beperken, tenzij dit niet doelmatig is of de verantwoordelijkheid van de provincie of het waterschap.

J217080.004/RME, pagina 5 van 7

Waterhuishouding plangebied Hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 6,5-8 m+NAP. Op onderstaande figuur is te zien dat de lager gelegen delen aan de achterzijde van het perceel gesitueerd zijn (groene kleuren).

Figuur 4

Actueel Hoogtebestand Nederland met ligging planlocatie

Oppervlaktewater Direct ten noorden van het plangebied is een A watergang gelegen.

Figuur 5

Uitsnede legger met watergang en plangebied

J217080.004/RME, pagina 6 van 7

Deze watergang maakt geen onderdeel uit van het planvoornemen, er zijn geen werkzaamheden beoogt bij deze watergang, noch zal het plangebied hier wezenlijk veranderen (de woning komt immers aan de Molenweg, het overige deel van het perceel wordt landschappelijk ingericht) en de waterberging zal niet direct worden voorzien aan deze watergang. Geohydrologie De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de locatie wordt geen grondwater onttrokken. Regenwater Het plangebied is onbebouwd. Het hemelwater dat op de locatie valt infiltreert in de bodem. Zover bekend is er momenteel geen wateroverlast op en nabij de locatie aanwezig. Bodem De bodem op het plangebied kan geclassificeerd worden als ‘Vorstvaaggronden; grof zand’. Dergelijke gronden hebben een grondwatertrap VIII ( GHG >140 cm-mv, GLG >140 cm-mv).

Figuur 6

Bodemkaart van NL (bron: Atlas van de Leefomgeving)

J217080.004/RME, pagina 7 van 7

Waterberging planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens twee nieuwe woningen te realiseren op de plangebied. In de toekomstige situatie zal de verharding toenemen omdat het plangebied momenteel onverhard is.

Bebouwing bijgebouwen) Verharding terrein Totaal verharding

(incl.

Huidige situatie (m2) 0

Beoogde situatie (m2) 205

0 0

205

Waterschap Rivierenland stelt dat er per hectare aan nieuwe verharding, 463 m3 waterberging gerealiseerd dient te worden, omdat het hemelwater binnen 100 meter afstand uit de B-watergang ten noorden in de bodem wordt geïnfiltreerd. De benodigde compensatie bedraagt derhalve 9 m3 (205 x 0,0436). Op basis van grondwatertrap VIII (GHG <140cm en GLG <140cm) en het bouwplan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van voldoende ontwateringsdiepte (<1.00 meter t.o.v. GHG) en voldoende drooglegging (<1.30 meter t.o.v. GLG). Het bouwpeil zal immers op maaiveld worden gerealiseerd, waardoor door de drooglegging ten opzichte van de GHG <140 onder peil, meer dan 130 centimeter bedraagt. Waterberging kan gerealiseerd worden door een wadi in de groenvoorziening aan te leggen. Door de geringe compensatie zal de wadi beperkt in omvang zijn. De wadi dient wat lager aan te worden gelegd dan de omgeving zodat hemelwater op natuurlijke daar naartoe kan stromen. Derhalve wordt de wadi aangelegd in het laagste perceel. Het perceel is ten opzichte van de buurpercelen hoger gelegen. Het regenwater zal door middel van watergeleiding het water richting de wadi worden gevoerd.

Indien blijkt dat de natuurlijke situatie geen soelaas biedt voor dergelijke gevallen, kan een noodoverloopconstructie er dan voor zorgen dat het overtollige water gecontroleerd naar een plek wordt afgevoerd waar het geen overlast kan veroorzaken (de aan te leggen wadi).De infiltratiecapaciteit van de grond is voldoende hoog om het hemelwater te kunnen bergen en de bergingsvoorziening op tijd leeg is voor de volgende bui. In de beoogde situatie wordt het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woningen afgekoppeld en middels een nieuwe aansluiting aangesloten op het bestaande riool. Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Pouderoyen Tonnaer

R.P.E.F. van Meurs

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=1031fc95-ab64-4753-b8e4-4e5566a3d562