Bijlage 3 - Vastgesteld BP De Passerot 18 in Wijchen
Tekst van het document
Als uitstroming plaats vindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten 'bereikbaarheid calamiteit' en de '(primaire en secundaire) bluswatervoorziening' speelt hierin een rol. Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleidingen is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat het zich snel kan ontwikkelen. Zelfredzaamheid is mogelijk, mits ontvluchting uit gebouwen en omgeving op een juiste manier mogelijk is. Vluchten kan dan alleen maar via een route buiten het "zicht' van de fakkel. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Er zijn voldoende vluchtwegen aanwezig om van de leidingen af te vluchten. Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn voor advies aan de regionale brandweerNeiligheidsregio voorgelegd.
De aanvullende adviezen die hierop zijn afgegeven, zijn hierna weergegeven. 1.
Het plan betreft de bouw van een viertal vrijstaande woningen. Conform Bouwbesluit dient op maximaal 40 meter van de toegang van de woningen een opstelplaats voor de brandweer te zijn. Dit betekent uiteraard ook dat het brandweervoertuig tot op deze plek kan komen. Artikel 6.37 geeft aan dat er een verbindingsweg moet zijn met een breedte van 4,5 meter (waarvan minimaal 3,25 m verhard) en een doorgangshoogte van 4,2 meter.
24
Pouderoyen Compagnons
PaupEROYEN
Reactie: 2 van de 4 woningen worden aan de weg Passerot gerealiseerd, 2 worden wellicht op meer dan 40 meter van de weg gerealiseerd. Daartoe zal in dat geval de toerit op het erf als voldoende brede weg gerealiseerd worden, conform de voornoemde eisen mbt breedte en verhard terreindeel. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar en e.e.a. zal getoetst worden bij de aanvraag activiteit bouwen. 2.
Verder dient er een toereikende bluswatervoorziening te zijn (30 m3/u) conform Bouwbesluit (art. 6.30), in beginsel op 40 meter van de toegang van het pand/de panden (bij de opstelplaats). Er wordt gesproken over een 'erfachtige' opzet. Indien dit betekent dat de woningen rondom een centraal erf worden gebouwd en dus qua toegankelijkheid op dit erf georiënteerd zijn, dan is het dus belangrijk dat dit erf goed bereikbaar is voor hulpverleningsvoertuigen en er sprake is van een bluswatervoorziening. Dit kan een brandkraan zijn, maar ook een geboorde put. Reactie: Conform de voornoemde eisen mbt bluswatervoorzieningen, zal een voorziening conform bouwbesluit worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar en e.e.a. zal getoetst worden bij de aanvraag activiteit bouwen.
3.
Tevens dient er een keervoorziening voor hulpverleningsvoertuigen te zijn. Reactie: aan het einde van de inrit is ter hoogte van de laatste woning een keerpunt voorzien in de vorm van een verbreding (zie onderstaande afbeelding). Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar en e.e.a. zal getoetst worden bij de aanvraag activiteit bouwen.
4.
Dit plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoor Nijmegen-Den Bosch, de ASO, de A 73, A326 en een tweetal aardgastransportleidingen. De A326 valt weliswaar niet onder het Basisnet, maar wordt wel in het beleid van Wijchen aangewezen. Reactie: Gezien de afstand tot deze risicobronnen kan hier, conform de beleidsvisie van Wijchen, volstaan worden met verantwoording via de in de beleidsvisie opgestelde standaard tekst, zo heeft de brandweer aangegeven.
5.
Met betrekking tot het aspect 'Zelfredzaamheid': Vlakbij de breuklocatie is er, gezien de grote hittestraling, nauwelijks sprake van zelfredzaamheid. Tot op ongeveer 220 meter van de leiding zullen gebouwen gaan branden; de straling is daarbij zo hoog dat vluchten ook niet mogelijk is. Het plangebied ligt op ca. 320 meter. Op die locatie is de hittestraling minder; ontbranding van de woning of inventaris is niet meer waarschijnlijk. De hittestraling kan echter nog wel zo hoog zijn dat verwondingen mogelijk zijn als de huid blootgesteld wordt de straling. Binnen schuilen is dan ook het aangewezen handelingsperspectief. Reactie: Het uitgangspunt Binnen schuilen is dan ook het aangewezen handelingsperspectief." wordt overgenomen. Op deze afstand hoeven hiervoor geen aanvullende (bouwkundige) voorzieningen getroffen te worden. In algemene zin is het belangrijk dat bewoners van het plangebied op de hoogte zijn van de risico's in hun omgeving en de bijbehorende wijze van handelen.
25
Pouderoyen Compagnons
PO,DE«OYEN
Geluid wegverkeer Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Door Aelmans ROM is een 'Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting' uitgevoerd (bijlage 7 bij de toelichting, Rapportnummer: M 182726.001.002/JGO 10. december 2019). Dit onderzoek richt zich op de nieuw te realiseren woninegn. De Passerot 16 is een bestaande, niet te wijzigen woning, die geen onderzoek behoeft. Voor de nieuw te realiseren woningen zijn de volgende conclusies uitgewerkt.
Net geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder kunnen de volgende conclusies worden getrokken. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de wegen Donkerstraat, Egelpad, Kavelpad, Klapstraat en Randweg Noord overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het bouwplan. Ten gevolge van de gezoneerde weg De Passerot wordt op bouwvlak 1 (gevel noord) de voorkeursgrenswaarde zijnde 48 dB overschreden met 1 dB. Ten gevolge van de gezoneerde weg A326 wordt de voorkeursgrenswaarde zijnde 48 dB overschreden: - op bouwvlak 1 met maximaal 4 dB; - op bouwvlak 2 met maximaal 1 dB; - op bouwvlak 3 met maximaal 2 dB; - op bouwvlak 4 met maximaal 1 dB.
26
Pouderoyen Compagnons
PQuEOYEN
De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwe woningen in stedelijk gebied én 53 dB ten gevolge van de A326 wordt echter nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting door bron- en overdrachtsmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) of het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 11 0a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Deze onderbouwing is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van bijlage 7. Het Ontwerpbesluit hogere waarden in toegevoegd als bijlage 11. Cumulatie Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 11 0g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige wegen. Dit betekent dat in onderhavige situatie formeel gesproken de cumulatieve geluidbelasting enkel bepaald dient te worden voor de wegen A326 en De Passerot.
Daar de geluidbelasting exclusief correctie artikel 11 0g Wet geluidhinder hoger is dan 53 dB is formeel een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel noodzakelijk voor: - bouwvlak 1, gevel noord en gevel west; - bouwvlak 2 gevel noord. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel. Karakteristieke geluidwering van_de gevel Aangezien op bouwvlak 1 en 2 de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Op de overige bouwvlakken is de gecumuleerde geluidbelasting lager dan 53 dB en is geen aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Op basis van de akoestische onderzoeken kan worden geconcludeerd, dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is op het aspect wegverkeerslawaai.
Aangezien de cumulatieve geluidbelasting op bouwvlak 1 en 2 hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel.
27
Pcuderoyen Compagnons
PuDEROYEN
Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woonen leefklimaat gewaarborgd. Deze toetsing is evenwel pas aan de orde bij de aanvraag omgevingsvergunning, activiteit bouwen. Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen in de hele gemeente. Voor niet vergunningplichtige veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Ten aanzien van de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrond belasting en achtergrondbelasting. De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting van individuele veehouderij op een geurgevoelig object.
De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen. Voorgrond belasting Zoals door de Omgevingsdienst reeds is getoetst en aangegeven, zal de afstand tussen het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Passerot en de geprojecteerde nieuwbouwvlakken van de 4 nieuwe woningen in onderhavig plan meer bedragen dan 50 meter. Door de aard en omvang van de ontwikkeling zal blijvend geen spraken zijn van een "bebouwde kom-situatie" als bedoeld in de bestendige jurisprudentie over dit onderwerp. Zie bijvoorbeeld 201606207/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 15 november 2017: "Onder verwijzing naar haar uitspraak van 20 juni 2012 (ECU: NL: RVS:2012: BW8839), overweegt de Afdeling dat het begrip bebouwde kom volgens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet geurhinder en veehouderij kan worden omschreven als het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven.
De grens van de bebouwde kom wordt niet bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving." Bij dierensoorten waarvoor een vaste afstand geldt (zoals rundvee), is dan volgens de Wet geurhinder en veehouderij (en het Activiteitenbesluit) 50 meter tot het bouwvlak bij situaties buiten de bebouwde kom voldoende. Het plangebied ligt dus buiten de contour van de geldende norm, zodat in principe sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat.
28
Pouderoyen Compagnons
PQUpEROYEN
Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen. Ten aanzien van de achtergrondbelasting kan op basis van de zeer beperkte aanwezigheid van veehouderijbedrijven in de directe omgeving worden gesteld dat sprake is van een acceptabel achtergrondsniveau voor geur. Qua cumulatie van geur is ook een "goed" woonklimaat aanwezig, zo heeft de Omgevingsdienst bepaald. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar klimaat in het kader van geur. Derhalve vormt het aspect geur geen belemmering voor onderhavig plan. Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wmb.
In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Onderstaande berekening bevestigd dat de toename ruimschoots onder de NI BM-grens blijft, uitgaande van een bestemminswijziging waarbij 5 woningen bestemd worden, waar er reeds twee bestemd waren (per saldo 3 woningen toename, uitgaand van 1 O vervoersbewegingen per woning per etmaal).
29
Pouderoyen Compagnons
POpEROYEN
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2018
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
30
Aandeel vrachtverkeer
10.0% 0.05
Maximale bijdrage extra verkeer
NO in g/mo PM,3 in gym?
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in g/m'
0.01 1.2
Conclusie
De bijdrage van het extraverkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Onderhavige planontwikkeling is aan te merken als NIBM. Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente en het feit dat de ontwikkeling niet is gelegen bij knelpunten ten aanzien van de luchtkwaliteit, kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wmb. De Wmb staat derhalve de realisering van de woningen niet in de weg. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
4.4.
Natuur
Arcadis heeft in opdracht van Talis een "Quickscan Natuurwetgeving Passerot Wijchen" uitgevoerd (bijlage 8 bij de toelichting, projectnummer C05062.000365.0100, referentie 079804559 A, gedateerd 9 april 2018. Op basis van deze quick scan zijn de volgende conclusies getrokken: Soortenbescherming In het plangebied komen naar verwachting géén beschermde dier- en plantensoorten voor, behalve algemene broedvogels, algemene zoogdieren en algemene amfibieën. Er zijn negatieve effecten mogelijk op algemene broedvogels, door het mogelijk vernietigen of beschadigen van nesten en eieren. Algemene zoogdieren en amfibieën zijn vrijgesteld, dus voor deze soorten is bij uitvoering geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. Wel geldt de zorgplicht voor deze soortgroepen. Mitigerende maatregelen voor deze soorten zijn kortmaaien van de vegetatie voor het broedseizoen het werken in één richting zodat dieren kunnen ontsnappen. De kruipruimtes onder de funderingen zouden overwinteringsplaatsen van gewone grootoorvleermuizen kunnen herbergen. Dit is niet uitgesloten. Daarom is het van groot belang dat sloop en verwijdering van deze kruipruimtes en funderingen niet in
30
Pouderoyen Compagnons
-.
PQupE.ROYEN
de periode oktober Um maart plaatsvindt, om eventueel doden of verstoren van overwinterende vleermuizen te voorkomen . Door de mitigerende maatregelen en het uitvoeren van de werkzaamheden in de aangegeven periodes is overtreding van verbodsbepalingen volledig te voorkomen. Er is derhalve géén vervolgonderzoek noodzakelijk. Er is géén ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
a
Gebiedsbescherming De meest nabijgelegen Natura-2000 gebieden liggen op circa 6,56 km (zie navolgend beeld). De bouw van vier woningen leidt in de bouwfase (worst case) eenmalig tot een uitstoot van 20 tot 30 kg NOx, wat bij de gegeven afstand geen berekenbare depositie levert groter dan 0,00 mol/ha/jr. Er is geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
IEE
Het planvoornemen kan worden uitgevoerd met inachtneming van de hiervoor benoemde uitvoeringsmaatregelen.
4.5.
Parkeren
In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GWP) legt de gemeente Wijchen haar beleid voor verkeer, vervoer en infrastructuur vast. Het GWP deel 1 is op 30 oktober 2008 vastgesteld en parkeren maakt hier onderdeel van uit. Omdat parkeren veelomvattend is, is gekozen om de beleidslijn van het GWP te verbijzonderen en alle andere aspecten rondom parkeren hierin te verwoorden. Verkeer Het verkeerseffect als gevolg van de bestemmingswijziging betreft naast de reeds bestemde 2 woningen een toevoeging van 3 woningen. In totaal is de verkeersgeneratie die verwacht mag worden bij deze extra woningen ca. 30 autobewegingen per etmaal, verdeeld over de dag en verdeeld over aan- en wegrijden in twee richtingen (in hoofdzaak waarschijnlijk in oostelijke richting).
31
Pouderoyen Compagnons
POUpEOYEN
Dergelijke geringe verkeersaantallen gaan op in het heersende verkeersbeeld en zullen niet leiden tot significante wijzigingen in de verkeersintensiteiten. Voor een goede aansluiting van de woonpercelen op de openbare weg is reeds rekening gehouden met een voldoende ruime en open erftoerit, in de bestaande binnenbocht van de Passerot, zodat er overzicht is voor de weggebruikers bij het in- en uitrijden van het erf. De erftoegangen zijn na afstemming met de omwonenden centraal in het plangebied geprojecteerd, op ruime afstand van de bestaande, belendende erven. De ontsluiting van De Passerot 16 wijzigt niet; deze woning behoudt zijn eigen ontsluiting. Parkeren Het beleidsplan GVVP omvat vele verschillende onderdelen rondom parkeren. Voor onderhavige specifieke ontwikkeling is van belang dat bij de woningen op eigen terrein voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernorm. Dit sluit aan bij het primaire gemeentelijke uitgangspunt, dat elk gebied, voorziening, complex, bedrijf of instelling in de eigen parkeerbehoefte dient te voorzien. Daarbij is het belasten van omliggende gebieden met parkeerdruk door een plaatselijk tekort ongewenst. Om te kunnen bepalen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn in een gegeven situatie heeft het CROW kencijfers opgesteld.
Voor het bepalen van een parkeerbalans, wordt de parkeernorm berekend aan de hand van parkeerkencijfers, rekening houdend met de eigenschappen en kenmerken van een locatie en de functie van de bebouwing. Als uitgangspunt is vastgelegd om de maximale parkeernormen te gebruiken, rekening houdend met de verstedelijkingsgraden en parkeren op eigen terrein. Ook in een toekomstige situatie moet dit mogelijk zijn, indien het pand een andere eigenaar of functie krijgt. Er mag geen nadelig gevolg ontstaan dat het parkeren en / of laden en lossen in de openbare ruimte plaats vindt. Tevens dienen deze parkeerplaatsen via eigen terrein te bereiken te zijn zonder gebruik te moeten maken van aangrenzend terrein of openbare groenvoorzieningen. Het CROW heeft algemene parkeerkencijfers ontwikkeld (CROW-publicatie 317 ten tijde van de vaststelling van het parkeerbeleid, inmiddels geactualiseerd in de publicatie van december 2018) waarvoor een gemeente vertaalslag gemaakt moet worden. Indien binnen de planlocatie per woning op eigen terrein wordt voorzien in 3 parkeerplaatsen, dan wordt voldaan aan de norm (woningen vrijstaand, duur, buiten bebouwde kom). Daarnaast kan worden geconstateerd dat de percelen dusdanig ruim worden en lange toeritten krijgen, dat er ook voor incidenteel bezoekersparkeren voldoende ruimte is binnen het plangebied.
Gelet op vorenstaande vormen de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling.
32
PQuUpEROYEN Pouderoyen Compagnons
4.6.
Waterhuishouding
Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal bestuursakkoord water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In een ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met water en watervoorzieningen. Het beoogde ruimtegebruik mag immers geen negatieve gevolgen hebben voor de waterhuishoudkundige situatie en vice versa. Dit moet zijn onderzocht en onderbouwd in de waterparagraaf van bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Overigens betreft de watertoets niet alleen het belang van de waterbeheerder, maar ook het gemeentelijk waterbelang. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding.
Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap (of resultaat van de digitale watertoets) in de waterparagraaf verwerkt. Onderdelen van de waterparagraaf zijn: beschrijving beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie (oude en nieuwe situatie), motivering van meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. 1__Huidig watersysteem Geomorfologie en grondwatersysteem De gemiddelde maaiveldhoogte op het perceel bevindt zich rond 10 meter boven NAP (bron: AHN). Tot circa 5 meter beneden maaiveld bestaat de bodem uit (matig) fijn dekzand van de Formatie van Boxtel (bodemtype informatiebron:www.dinoloket.nl). Hieronder wordt tot circa 45 meter beneden maaiveld (matig) grof zand aangetroffen van achtereenvolgens de Formatie van Kreftenheye en de Formatie van Peize. Hieronder bevindt zich een scheidende (zandige) kleilaag van de Formatie van Waalre. Uit het bodem- en asbestonderzoek uit 2004 (Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Passerot 18 te Wijchen, Ecopart B.V., 13596/7, juli 2004) blijkt dat de freatische grondwaterstand wordt aangetroffen rond 1,7 m-mv. Tijdens het bodemonderzoek is de gehele huidige onderzoekslocatie onderzocht. Hierbij zijn geen verontreinigingen in de grond en het grondwater aangetoond.
33
Pouderoyen Compagnons
PO,pEROYEN
Grondwater De gemiddelde grondwaterstand bevindt zich op +5,70 m+NAP en de gemiddeld hoogste grondwaterstand op +6,40 m+NAP. Het maaiveld varieert volgens het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN) van 9,80 m+NAP (noordzijde) tot 10,30 m+NAP (zuidzijde). Hemelwater Het hemelwater werd niet op de riolering geloosd, maar binnen het plangebied verwerkt (in de bodem geïnfiltreerd). Oppervlakte- en afvalwatersysteem Binnen het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Dit vanwege de lage grondwaterstanden en goede doorlatendheid van de bodem. Het oorspronkelijke woongebouw De Passerot 18 was aangesloten op de openbare drukriolering (zie navolgende afbeelding). De aansluiting De Passerot 16 blijft onveranderd.
Ecosysteem De planlocatie ligt niet in of nabij de Ecologische hoofdstructuur (Gelders natuurnetwerk); natte natuur heeft hier geen bijzondere waarde en het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone voor natte natuur. 2_Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Waterbeleid In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder punt 3 samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid.
34
Pouderoyen Compagnons
PO,pEROYEN
Zorgplichten De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33). Hemelwater dient door perceeleigenaren op eigen terrein te worden verwerkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In dat geval treedt de gemeentelijke zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemelwater in werking (Waterwet art 3.5). Wat betreft grondwater heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structurele gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen danwel beperken, tenzij dit niet doelmatig is of een verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Waterschap De gemeente Wijchen valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing van afvalwater op oppervlaktewater (Waterwet art 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt de waterbeheerder het onderhoud van A-watergangen. 3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan 3.
1 Wateroverlast en volksgezondheid Beleidsuitgangspunten Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Gevolgen voor het plan Aan de ontwaterings- of droogleggingseisen wordt voldaan gezien de lage grondwaterstanden. In geval van ondergronds bouwen of onderkeldering moet in het bouwplan rekening worden gehouden met eventuele grondwateroverlast. Consequenties van ondergronds bouwen voor het grondwaterregime in de directe omgeving worden niet verwacht gezien de lokale situatie van natuurlijke infiltratie en afstroom, die ongewijzigd zal blijven. 3. 2 Afkoppeling en waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het rioleringsstelsel met de voorkeursvolgorde: 1. Benutting, 2. Bodeminfiltratie, 3. Vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater, 4. Afvoeren via rioolstelsel. Uitgangspunt bij nieuwbouw is aanleg van gescheiden HWA- en DWA-afvoer (hemelwater- en droogweerafvoer).
35
Pouderoyen Compagnons
PauER8OYEN
Hemelwater dient in beginsel op eigen perceel te worden verwerkt. Wanneer hemelwaterberging niet op eigen perceel kan plaatsvinden en direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, dan is het plan compensatieplichtig op grond van het waterschapsbeleid. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. In alle gevallen moet het adequaat functioneren van de infiltratie- of bergingsvoorziening voor hemelwater zijn gewaarborgd. Gevolgen voor het plan Op grond van de hierboven genoemde grondwaterstanden in combinatie met de maaiveldpeilen kan worden geconcludeerd dat het plangebied voldoet aan de vereiste ontwateringsdiepte (GHG > 1,00 m onder toekomstig vloerpeil begane grond). Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken, zoals daken, terreinen en wegen, binnen het plangebied zal worden geïnfiltreerd in de bodem. Door de lage grondwaterstanden en goede infiltratie-eigenschappen van de zandige bodem zijn op eigen terrein (ruime percelen) goede infiltratiemogelijkheden. De benodigde ruimte en locatie van infiltratie- of bergingsvoorzieningen is nader bepaald aan de hand van een inschatting van het bebouwde en verharde oppervlak.
De voorzieningen worden voldoende gedimensioneerd en op de juiste plek aangelegd om overlastsituaties te voorkomen, zoals water op straat. Dit ook bij hevige buien. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen (zie Waterkwaliteit). Rekening wordt gehouden met klimaatbestendig bouwen bij de uitvoering van de plannen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m3 per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m3 bij bui T=100+10%, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. Om hemelwater op een juiste wijze te laten infiltreren in de bodem, worden de volgende infiltratievoorzieningen aangelegd: •
Gezamenlijke erftoegang; De gezamenlijke erftoegang tussen de nieuwe woningen heeft een oppervlakte van ca. 700 m2. Door deze iets hoger aan te leggen dan het omliggende maaiveld en deze met een bolling aan te leggen, stroomt hemelwater af naar de randen. Rekening houdend met de plaatsen van de wegaansluiting en erftoegangen, blijft een randlengte over van ca., 200 meter lengte waar wadi's kunnen worden aangelegd aan de rand van de erfverharding. Uitgaande van de bui T=100+10%, dient 46,5 m3 aan bergende capaciteit in de wadi's aanwezig te zijn (dit is worst case omdat in de praktijk water direct zal infiltreren en dus niet de bui volledig geborgen behoeft te worden). Dit betekent bij een wadilengte van ca 200 meter dat poer strekkende meter een berging van 0,25 m3 toereikend is, ofwel bij een breedte van ca. 1 meter en diepte van 30 cm wordt voldaan. Een dergelijke vorm is prima toepasbaar als beperkte terreinverlaging in de bermen langs de verharding.
36
Pouderoyen Compagnons
•
Paup2EROYEN
Individuele percelen; De terreinindeling van het bestaande erf De Passerot 16 wijzigt als gevolg van dit plan niet. Per overig (nieuw) perceel zal de totale omvang van bebouwing en verharding ca. 300 m2 bedragen. Het vloerpeil van de woningen wordt 30 cm boven maaiveld voorzien. Hemelwater kan in wadi's op eigen terrein infiltreren, zoals ook langs de toeritten wordt voorgestaan. Uitgaande van de bui T=100+10%, dient 20 m3 aan bergende capaciteit in de wadi's aanwezig te zijn (dit is worst case omdat in de praktijk water direct zal infiltreren en dus niet de bui volledig geborgen behoeft te worden). Dit betekent bij een wadidiepte van gemiddeld 50 cm dat per woning ca. 40 tot 50 m2 toereikend is. Een dergelijk oppervlak is prima toepasbaar aan in de vorm van een droge greppel aan bijvoorbeeld de zijdelingse of achterste perceelsranden. Het is aan de individuele bewoners en hun wensen om deze bergingsvoorziening verder te concretiseren in de fase bouwaanvraag.
3.3 Waterkwaliteit Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Duba-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater afkomstig van daken en andere verharde oppervlakken wordt alleen afgevoerd via een zuiverende voorziening, zoals een bodempassage. Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Gevolgen voor het plan Het huidige rioolsysteem bestaat uit drukriolering, waarop alleen afvalwater van de woningen wordt aangesloten. De Passerot 16 blijft ongewijzigd aangesloten. De drukriolering loost op de vrij vervalriolering van Heilige Stoel. Volgens het Basisrioleringsplan kern Wijchen (integraal onderdeel van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022) is het drukriool van het gebied Passerot uitgelegd op het afvalwater van 27,5 inwoners.
De gemeentelijke inschatting is dat de restcapaciteit voldoende is voor de beoogde toe te voegen woonfuncties (4 woningen), aangezien er hiervoor ook al bebouwing stond die aangesloten was op de drukriolering. Overigens worden op deze locatie niet de te doen gebruikelijke mogelijkheden voor bed & breakfast of minicamping bij burgerwoningen toegestaan, waardoor er bij de aansluiting op het riool ook geen rekening gehouden moet worden met de bijbehorende capaciteitsvraag. 3.4 Natte natuurwaarden Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan.
37
Pouderoyen Compagnons
PaupE8OYEN
Bouwplan en toekomstige beheer van de planlocatie geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Bij aanleg van open water moet worden gestreefd naar aanleg van natuurvriendelijke (en veilige) oevers. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Gevolgen voor het plan Van belang is dat natuurlijke grondwaterstanden worden beschermd danwel hersteld. Door afkoppeling en infiltratie van (schoon) hemelwater wordt de waterbalans zo min mogelijk verstoord. Hierbij moet rekening worden gehouden met de kwaliteit van het te infiltreren hemelwater (zie Waterkwaliteit). Per saldo zal het verhard oppervlak op de locatie (door sanering bebouwing en verhardingen) afnemen waardoor verdeeld over het plangebied water op een meer natuurlijke manier kan infiltreren. 3.5 Drinkwaterbesparing Beleidsuitgangspunten Drinkwaterverspilling dient te worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen voor het plan Bij de concrete uitwerking van de aanvraag activiteit bouwen kan hieraan invulling worden gegeven, bijvoorbeeld door de toepassing van waterbesparende (sanitaire) voorzieningen.
3.6 Beleving van water Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Gevolgen voor het plan Omdat open water van nature niet thuis hoort in dit gebied, zal hier ook niet naar worden gestreefd. Afkoppelen van hemelwater van daken en wegen bij voorkeur zichtbaar maken, bv. door aanleg van gootjes. 4. Overwegingen en conclusie Overwegingen Gezien de terreinhoogte en grondwaterstanden wordt voldaan aan de ontwateringseisen. Hemelwater wordt op eigen terrein bewerkt en niet afgevoerd naar riolering en/of oppervlaktewatersysteem, waardoor de noodzaak voor compenserende waterberging komt te vervallen. Gezien het zeer beperkte ruimtebeslag worden de waterhuishoudkundige voorzieningen nader uitgewerkt in de bouwplanfase. In de tuinen bij de woningen is daartoe voldoende ruimte.
38
Pouderoyen Compagnons
POU2EROYEN
Conclusie Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. 5. Overleg met waterbeheerder Voor alle ruimtelijke plannen geldt dat een digitale watertoets moet worden uitgevoerd door de initiatiefnemer(www.digitalewatertoets.nl). Dit resulteert in een wateradvies van het waterschap. Wanneer sprake is van een relevant waterschapsbelang, moet het wateradvies worden uitgewerkt in de waterparagraaf. In sommige gevallen is een nader overleg met de waterbeheerder noodzakelijk. Initiatieven in het buitendijkse gebied moeten worden afgestemd met Rijkswaterstaat. Ook het advies van deze waterbeheerder moet, voor zover aan de orde, in de waterparagraaf worden meegenomen.
piaitale.aanteel Dié
L
t
0 ra
I
a
ra Uitsnede toetsingslagen; conclusie geen waarden van belang De waterparagraaf is tot stand gekomen op basis van de gemeentelijke waternota en nadere afstemming met de waterbeheerders gemeente en waterschap in het kader van de watertoets. De rapportage digitale watertoets en de samenvatting zijn als bijlage 9 opgenomen bij deze toelichting. Voor het verdere proces is het van belang om de accountmanager van het waterschap te betrekken bij het plan en rekening te houden met de in dit document aangegeven uitgangspunten en adviezen. Dit kan middels het regulier vooroverleg bestemmingsplan tussen gemeente en waterschap. De reacties van de gemeente op voorliggende waterparagraaf zijn verwerkt in dit plan. Na het lezen van de toelichting en het beoordelen van de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan heeft het waterschap geen grote aandachtspunten en het waterschap heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het voorgelegde plan. Wel wil het waterschap nog meegeven dat de voorkeur uit gaat naar infiltratie in bovengrondse voorzieningen (wadi's) boven ondergrondse voorzieningen. Bovengrondse voorzieningen zijn ook robuuster en maken het water zichtbaar en geven met de hoogteverschillen een verrassend effect in het landschap. Realisatie van onderhavig plan leidt niet tot negatieve effecten op de aspecten met betrekking tot de waterhuishouding.
Het aspect water vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
39
Pouderoyen Compagnons
RQuEOYEN
5.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
5.1.
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid komt geheel voor risico van initiatiefnemende partij Talis. Uit door Talis overlegde gegevens blijkt afdoende dat het plan economisch haalbaar kan worden geacht. De plan- en procedurekosten voor dit bestemmingsplan worden door Talis voldaan. Tussen de gemeente Wijchen en Talis wordt een realisatieovereenkomst gesloten, voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure. Hierin worden onder andere het kostenverhaal (onder andere van de eventuele aanleg/wijziging van openbare voorzieningen) en het verhaal van eventuele planschade vastgelegd. Tussen Talis en de eigenaren van De Passerot 16 is overeenstemming bereikt over de grondoverdracht.
5.2.
Maatschappelijke aanvaardbaarheid
Zienswijzen Met ingang van 14 mei 2020 heeft het ontwerpbestemmingsplan "De Passerot 18 in Wijchen" en de daarop betrekking hebbende stukken voor iedereen zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn er twee schriftelijke zienswijzen ingediend, die zijn samengevat en van een reactie zijn voorzien in de zienswijzennota. Deze maakt deel uit van het vaststellingsbesluit. Het bestemmingsplan is als gevolg van de zienswijzen ongewijzigd vastgesteld en in de toelichting is een aanvulling opgenomen in de slotalinea over de waterparagraaf.
40
Pouderoyen Compagnons
6.
JURIDISCHE REGELING
6.1.
Algemene plansystematiek
FuDEROYEN
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.
6.2.
De bestemmingen
Het voorliggende bestemmingsplan omvat de bestemming Wonen. Deze is ontleend aan en afgestemd op de planregels van het bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014'. Door op de verbeelding bouwvlakken op te nemen, is de plaats van de nieuwe woningen vastgelegd. De bestemming 'Tuin' komt in het bestemmingsplan Buitengebied niet voor, maar is opgenomen om daarmee duidelijk een zone aan de weg te bestemmen die uitsluitend als voortuin kan worden benut. Een voldoende recent bestemmingsplan waarin de bestemming 'Tuin' is opgenomen, is het bestemmingsplan 'Huurlingsedam 28 Wijchen' (vastgesteld 0p 24-10-2010), waaruit de tuinbestemming is overgenomen. Tevens zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen, zodat deze vigerende regeling van toepassing blijft. De archeologische dubbelbestemmingen uit het vigerende plan zijn overgenomen, ondanks dat het archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat onder enkele voorwaarden gebouwd kan worden zonder beschadiging van archeologische waarden.
41
Bestemmingsplan - Regels-
De Passerot 18 Gemeente Wijchen
ree6eRoveN JNNAeR pouderoyentonnaer.n I
l
4
;
a
re6eRovEN JNNAER
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
De Passerot 18 Gemeente Wijchen
ION-nummer:
NL.IMRO.0296.BPdepasserot18-VGD1
Status:
vastgesteld
Datum:
29 oktober 2020
eöRoveN JNAER Locatie Nijmegen
Locatie Vught
$. Stevenskerkhof 2
Parklaan 21
6511 V2Nijmegen
5261 LR Vught
02432245 79 info@pouderoyentonnaer.nt www.pouderoyentonnaer,nl
da
ai.ui
P UDEROYEN JNNAER
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1
Begrippen
5
Artikel 2
Wijze van meten
9
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3
Tuin
11
Artikel 4
Wonen- 1
12
Artikel 5
Waarde - Archeologie 1
16
Artikel 6
Waarde - Archeologie 2
18
Artikel 7
Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
20
Hoofdstuk 3 Algemene regels
23
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
23
Artikel 9
Algemene bouwregels
24
Artikel 10
Algemene afwijkingsregel
25
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
27
Artikel 11
Overgangsrecht
27
Artikel 12
Slotregel
28
bestemmingsplan De Passerot 18
]
P'UDEROYEN JNAER
4
bestemmingsplan De Passerot 18
P UDEROYEN
NAR
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'De Passe rot 18' met identificatienummer NL.IMRO.0296.BPdepasserot18-VG01 van de gemeente Wijchen;
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aan huis verbonden bedrijfsactiviteit:
het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;
1.6
aan huis verbonden beroep:
een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse;
1. 7
afhankelijke woonruimte:
een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht;
1.8
archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde;
1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.10 •
bestaand:
t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
bestemmingsplan De Passerot 18
/0EROYEN JNAER •
t.a.v. werken of werkzaamheden: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel toegestaan krachtens omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.13
bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
1.14
bijgebouw:
een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat hetzij functioneel hetzij door zijn situering of afmeting ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte;
1.15
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.16
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
1.17
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.18
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.20
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.21
bouwwijze
de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a.
onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd;
1.22
cultuurhistorische waarde:
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;
6
bestemmingsplan De Passerot 18
1.23
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, inclusief daarbij behorende aan- en uitbouwen; 1.26
kleine windturbine:
windturbine bedoeld voor het leveren van stroom aan de/het ter plaatse aanwezige woning/bedrijf, waarbij reststroom aan het net doorgezet kan worden. De windturbine heeft een ashoogte van niet meer dan 15 meter en een tiphoogte van niet meer dan 20 meter; 1.27
mantelzorg:
het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een op dat perceel wonende huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.28
nevenactiviteit:
activiteiten die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een bouwperceel; 1.29
omgevingsvergunning:
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.30
ondergeschikte functie:
een functie die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie binnen een bestemming; 1.31
permanente bewoning:
bewoning van een bouwwerk waarbij sprake is van gebruik van het object als hoofdverblijf zoals bedoeld in de wet GBA en/of er geen sprake is van een hoofdverblijf elders; 1.32
vloeroppervlak(te):
de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt; 1.33
voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: •
gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand;
bestemmingsplan De Passerot 18
7
~~
P UDEROYEN
JNAER 1.34
vrijstaand bijgebouw:
een bijgebouw, dat fysiek geheel los staat van enig ander gebouw, dan wel slechts met een ander gebouw verbonden is door een bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een overkapping of pergola;
1.35
waterhuishoudkundige doeleinden:
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.;
1.36
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van dit plan;
1.37
woning/wooneenheid:
een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
8
bestemmingsplan De Passerot 18
o P UDEROYEN
NAR
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt a Is volgt gemeten:
2.1
de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens:
de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens;
2.2
bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
2.3
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
4
A. B. C.
D, E.
F, G.
2.5
- druiplijn = denkbeeldige doorlopende daklijn zadeldak / tentdak gecombineerd dak platdak variabel gecombineerd dak /lessenaarsdak dak met terras/ loggia platdak met dakopbouw gebogen dak
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
bestemmingsplan De Passerot 18
9
P/UDEROYEN JNAER
2.7
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.8
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;
2.9 •
peil: voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel;
•
10
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
bestemmingsplan De Passerot 18
P UDEROYEN NNAER
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
tuinen; plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten;
c.
water(lopen);
d.
paden en in- en uitritten;
e.
speelvoorzieningen;
f.
geluidafschermende voorzieningen,
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen en (on) bebouwde gronden.
3.2
Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 3.1 gegeven bestemmingsomschrijving met inachtneming van de volgende bepalingen:
3.2.1
Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden opgericht.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat: a.
de bouwhoogte van terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelbouwgrens niet meer dan
b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer dan 2 m mag bedragen.
1 m mag bedragen;
bestemmingsplan De Passerot 18
11
0 P'UDEROYEN JNAER
Artikel 4
Wonen -1
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor Wonen- 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
wonen; beroep of bedrijf aan huis; de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; d. waterhuishoudkundige doeleinden; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, tuinen en erven en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 4.1.2
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.2:
a Aantal woningen
Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan.
b Aan huis verbonden beroep
Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte beroepsactiviteit aan huis toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
2. 3. 4. 5.
het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 80 m; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen niet zijn toegestaan;
c Aan huis verbonden bedrijf
Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten zijn niet toegestaan, behoudens na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.2.
d Duurzame energie
De opwekking van duurzame energie is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie.
12
bestemmingsplan De Passerot 18
o PUDEROYEN JNAER
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane bebouwing
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2
Situering
Indien in een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangeduid zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak". 4.2.3
Maatvoering
Met betrekking tot de maatvoering en situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dient aan het volgende te worden voldaan:
HOOFDGEBOUWVAN DE WONING
MAX.
goothoogte
Sm
(nok)hoogte
10 m 800 m?
Inhoud
BIJGEBOUWENBIJ WONING
MAX.
gezamenlijke oppervlakte per woning
120 m2
goothoogte
3m
(nok)hoogte
6m
BOUWWERKEN,GEEN GEBOUWENZIJNDE
MAX.
hoogte erfafscheidingen
2m
hoogte carports c.q. overkappingen
3m
oppervlakte van een carport c.q. overkapping
20m2
hoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde
6m
4.2.4
Zwembaden
In afwijking van het bepaalde in 4.2.3 geldt voor zwembaden, niet zijnde een gebouw, dat: a. b. c. d. e.
deze uitsluitend op het zij- en/of achtererf worden gebouwd; de hoogte maximaal 1 m bedraagt; de afstand tot de grens van het bouwperceel minimaal 2 m bedraagt; de oppervlakte maximaal 50 m? bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken op het zij- en achtererf maximaal 50% van de oppervlakte van dat zij- en achtererf bedraagt.
4.2.5
Ondergronds bouwen
Ondergrondse ruimten (kelders) bij woningen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag en mogen uitsluitend worden gesitueerd onder de woning (met inbegrip van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) dan wel tot maximaal 25 m2 buiten de woning, alsmede onder de vrijstaande bijgebouwen.
bestemmingsplan De Passerot 18
13
c P UDEROYEN
NNAER
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Omgevingsvergunning maatvoering
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde de voorgeschreven goot- en bouwhoogte met 10% van de voorgeschreven hoogte te verhogen.
4.3.2
Omgevingsvergunninginhoud woning
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde de toegestane inhoud van de woningen te vergroten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b.
de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 1000 m; de voorgeschreven goot- en bouwhoogte mag met maximaal 10% van de voorgeschreven maatvoering worden verhoogd;
c.
de rayonarchitect/ dorpsbouwmeester dient om advies gevraagd te worden met betrekking tot de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van het voornemen;
d.
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, dat wordt onderbouwd en gevisualiseerd in een terrein-/ beplantingsplan; dat wordt onderbouwd en gevisualiseerd in een terrein-/ beplantingsplan;
e. f.
het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
4.3.3
Omgevingsvergunningkleine windturbines
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde binnen het bestemmingsvlak de oprichting van 1 kleine windturbine ten behoeve van (aanvullende) stroomverziening op het betreffende perceel mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
de ashoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 15 m;
b.
de tiphoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 20 m;
c.
het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
d.
de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van dein 4.1 genoemde waarden.
4.3.4
Omgevingsvergunningt.b.v. kapschuur
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 voorzover het de maximale goothoogte van bijgebouwen bij de woning betreft, teneinde een maximale goothoogte van 4,5 maan één zijde te kunnen toestaan ten behoeve van een zgn kapschuur (schuur met ongelijke goothoogte) met dien verstande dan het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.
4.4
Specifieke gebruiksregels
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen, het gebruiken en/of het laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a.
vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
b.
een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit.
14
bestemmingsplan De Passerot 18
o P UDEROYEN
JNAER
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Omgevingsvergunning mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 onder a en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
b. c.
d.
e. f. g. h. i.
een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen; met dien verstande dat de maximale oppervlakte van de afhankelijke woonruimte niet meer dan 120 m' mag bedragen; er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de hoofdwoning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw/bedrijfsgebouw meer geschikt is; de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben; de voorziening dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan; de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.