Bijlage 3 - Nota Beantwoording Zienswijzen NRD PlanMER RES GMR.pdf
Tekst van het document
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Gemeente
Indiener
Zienswijze
Antwoord
Arnhem
Gemeente Arnhem
De Groene Metropoolregio coördineert het proces Milieueffectrapportage voor de Regionale Energiestrategie, waarvoor de 16 deelnemende gemeenten én de provincie bevoegd gezag zijn. De eerste stap in het proces is het vaststellen van een concept No e Reikwijdte en Detailniveau door alle colleges. U hee ons gevraagd hierover onze zienswijze kenbaar te maken uiterlijk 23 december 2022. Met deze brief voldoen wij aan dit verzoek. Op 23 november jl. hee onze gemeenteraad ingestemd met onderstaande zienswijze.
Dank voor uw zienswijze.
Arnhem
Gemeente Arnhem
We willen ook in Arnhem bijdragen aan het tegengaan van de opwarming van de aarde en concreet invulling geven aan de doelstellingen uit het Akkoord van Parijs. Dat vraagt om keuzes, maatregelen en investeringen. Die keuzes zijn tegelijk kansen; de energietransi e kan een vliegwiel zijn voor innova e, nieuwe bedrijvigheid en extra werkgelegenheid. Door het verminderen van C02 dragen we niet alleen bij aan de aanpak van klimaatverandering, maar neemt ook de luchtkwaliteit, de gezondheid en de kwaliteit van het wonen van de Arnhemmers toe.
Dank voor uw uiteenze ng en uw bijdrage.
Ons doel is dat Arnhem klimaatneutraal en duurzaam is, uiterlijk in 2050. We willen dan niet meer direct of indirect a ankelijk zijn van fossiele brandstoffen en reststoffen. Daarnaast hebben we hoge ambi es voor het verbeteren van de biodiversiteit, het klimaatadap ef maken en vergroenen van onze stad, een circulaire economie en het toevoegen van duurzame woningbouw. Al deze ambi es leggen beslag op de schaarse ruimte. We zijn een gemeente met een stedelijk karakter en een beperkte beschikbare ruimte in het buitengebied. Als we kijken naar de hoeveelheid energie die nodig is om zelfvoorzienend te zijn in 2050 en de ruimte die hiervoor nodig is, dan kunnen we met de huidige technieken binnen onze gemeentegrenzen niet alles realiseren. Dit betekent dat Arnhem de regio nodig hee voor een deel van de duurzame energieopwekking en de daarmee samenhangende beoogde C02-reduc e. Het plan-MER traject van de Regionale energiestrategie, waarvan nu het resultaat van de eerste stap voorligt - de concept NRD - is daarom voor ons een belangrijk proces. Dit zal ons en de regio helpen om objec eve informa e te verkrijgen over de effecten van energieopwekking op de leefomgeving, de natuur, het landschap en het energiesysteem. Die informa e gee ons de mogelijkheid om alle belangen op een goede manier af te wegen en op basis daarvan keuzes te maken die in de Regionale energiestrategie 2.0.
zullen worden vastgelegd en in de regionale Verstedelijkingsstrategie worden afgewogen. Wij onderschrijven de noodzaak, het doel, de scope, de kaders, de onderzoeksaanpak, de uitgangspunten, het detailniveau, de te onderzoeken alterna even, het beoordelingskader en de par cipa e-aanpak die in de NRD zijn beschreven. Wij vertrouwen erop met deze zienswijze bij te dragen aan een zorgvuldig MER-proces. Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
In de Circulaire Regio is bestuurlijk besloten om de concept No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vrij te geven voor publica e. Dat betekent dat de inzageperiode is gestart en het belanghebbenden vrij staat om een zienswijze in te dienen. In deze brief vindt u de zienswijze van de gemeente Berg en Dal. Wij onderschrijven dat de stap voor het uitvoeren van een planMER alle gemeenten kan helpen als het gaat om besluitvorming op lokaal niveau, omdat het feitelijke en objec eve informa e biedt. Dit is essen eel voor de uitvoering van RES 2.0. Zo kunnen we construc ef verder met het regionale bod om 1,62 TWh duurzaam op te wekken. We geven u daarnaast de volgende punten mee voor het vervolgproces. Dit doen wij in de vorm van 14 vragen waarop wij graag aanpassingen zien, dan wel nadere onderbouwing verwachten. Daarnaast geven wij u ook een aandachtspunt mee over het thema Warmte.
Dank voor uw zienswijze.
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Vragen n.a.v. de omgang met cultuurhistorie: Over de ‘’90% versie’’ van het stuk hebben wij vragen gesteld over de keuze voor het bepalen van harde en zachte regelgeving Het klopt dat er in eerder overleg is toegelicht dat de Romeinse Limes onder 'zacht' zijn geschaard. Wij zijn bekend met tel en uw mo vering om de Romeinse Limes onder “zacht” beleid te scharen. Wij hebben uw reac e vervolgens besproken met de Nederlandse Limes Samenwerking, het 2.13. Hierin wordt benoemd dat er wordt gedelegeerd naar de provinciale verordening. De doelgroep die in de verordening is samenwerkingsverband tussen de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland voor de inschrijving van de Neder-Germaanse Limes op de UNESCOwerelderfgoedlijst. opgenomen verwijst naar de gemeente. Ons inziens is geen sprake van een beperking die wordt gedelegeerd aan de gemeente. Zoals ongetwijfeld bij u bekend is, hee het Rijk in tel 2.13 van het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening instruc es gegeven ten aanzien van het werelderfgoed en het behoud van de universele waarden daarvan.
Ar kel 2.59 uit de verordening stelt: "De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederze ngen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wach orens In de provinciale verordening delegeert de provincie één-op-één deze beperking door aan gemeenten. De gebiedskwaliteiten van de binnen de Neder-Germaanse Limes en scheepswrakken." Deze mogen niet worden aangetast. beschermde delen zijn opgenomen in bijlage 8 van het BARRO. Onze vragen zijn: 1). Is er op basis van het bovenstaande geen sprake van hard beleid? Er is immers geen sprake van een afwijkingsmogelijkheid die de kernkwaliteiten van het werelderfgoed Op voorhand kan niet gesteld worden dat de opwek van duurzame elektriciteit of warmte zorgt voor een aantas ng van de aantast. kernkwaliteiten. Daarnaast gelden de bepalingen uit ar kel 1a.3 van de verordening. Er is daarmee sprake van afwijkruimte en 2). Indien u op basis hiervan van mening bent dat er sprake is van hard beleid, hoe gaat u dit verwerken? zodoende van een zachte belemmering. 3). Indien u van mening bent dat er geen sprake is van hard beleid, kunt u ons dan uitleggen waarom daar geen sprake van is? Wij delen uw mening dat dit beter onderbouwd kan worden. Dit zal worden opgenomen in het milieueffectonderzoek.
Daarnaast zijn we van mening dat de Romeinse Limes belangrijke landschapselementen bevat. We stellen daarom voor om binnen het alterna ef 'landschap' de Romeinse Limes op te nemen als uitslui ngsgrond.
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Vragen n.a.v. de concept-NRD. Ten aanzien van het Alterna ef Leefomgeving: Natuur en natuurgebieden maken onlosmakelijk onderdeel uit van de leefomgeving. Desalnie emin worden ze niet als sturend principe meegenomen in het Alterna ef Leefomgeving. Gezien het belang van natuur en natuurgebieden voor de leefomgeving zou dit wel moeten. Gebeurt dit niet dan is de benaming “Alterna ef Woonomgeving” veel beter op zijn plaats. 4). Welke ac e gaat u hierop ondernemen?
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Ten aanzien van het Alterna ef Natuur: Op een eerder moment hee u ons gevraagd om te reageren op de “90%-versie”. Wij hebben toenter jd aangegeven dat het voor Voor de NRD is een quickscan natuur opgesteld. Op basis hiervan zijn de beschermde gebieden t.a.v. natuur in beeld gebracht ons onbegrijpelijk is dat bij het alterna ef natuur zonneparken mogelijk zijn op plaatsen waar nu bos staat. U gee in de beantwoording aan “Dit hangt samen met tabel 3.4, en is bepaald welke gebieden vanuit natuur-oogpunt ongeschikt zijn voor wind- en zonne-energie. Bestaande bosgebieden zijn gekozen als zachte belemmering. Wordt heroverwogen”. In de concept-NRD is niets terug te vinden van uw heroverweging. Daarmee gaat de huidige concept-NRD er nog hier, net als concentra egebieden niet in beeld gebracht, tenzij deze vallen onder een beschermd gebiedsbeschermingsregime. steeds vanuit dat het volgens het alterna ef natuur beter is om bestaande bosgebieden die niet vallen onder de “harde restric es” te kappen en daarvoor in de plaats Het is dus niet in beeld gebracht als harde- en/of zachte belemmering omdat bossen op regionale schaal niet op voorhand zonnepanelen te leggen. beschermd zijn. Zo zijn er voorbeelden van energieopwekprojecten in bossen of een bosrijke omgeving. 5). Wat is de heroverweging geweest? En; 6).
Wat zijn de resultaten van die heroverweging? En; Wel stellen we voor om bosgebied in het alterna ef natuur uit te sluiten. We delen de mening dat bosgebied belangrijke 7). Gaat u dit alsnog aanpassen rich ng de defini eve NRD? En; natuurlijk waarden kent. 8). Indien zo niet, waarom niet?
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Ten aanzien van het Alterna ef Landschap: Bij de “90%-versie” hebben wij ook gevraagd hoe wordt omgegaan met agrarische natuur. Dit is een gebied met beschermde In het milieueffectonderzoek worden de effecten beschouwd op alle genoemde thema's. Uit het milieueffectonderzoek zal landschapselementen afgewisseld met landbouwgronden. De waarde zit in de combina e van die twee. Dat maakt dat dit soort landschappen uniek en waardevol zijn. Maar duidelijk worden welke waarde dergelijke gebieden landschappelijk en ecologisch hebben op regio-niveau. Het is echter niet in alle lagen wordt over dergelijke combina es heen gestapt omdat één van beide er niet onder valt. Waarom worden dit soort landschappen niet meegenomen in de passend bij het regioniveau om dit per gemeente, laat staan op perceelsniveau, te beschouwen. alterna even? Uw antwoord daarop was: “Dit hee vanuit wet- en regelgeving geen status waar we op regionaal planMER niveau rekening mee (kunnen) houden.” 9). Wat zijn de consequen es voor het agrarisch landschap? En; Het uitgangspunt is daarom geweest om gebieden op landelijk, provinciaal en regionaal niveau te beschouwen en uit te sluiten 10). Is dit voor wat betre de planMER vogelvrij? En; of op te nemen als zachte belemmering. In het milieueffectonderzoek wordt dit nader beschouwd. Uiteindelijk is de keuze aan 11).
Waarom dan wel of niet? het bevoegd gezag, het milieueeffectonderzoek beschouwt en onderzoekt enkel.
De namen 'woonomgeving' en ook 'gebouwde omgeving' zijn voor dit alterna ef overwogen. Echter vallen s ltegebieden bijvoorbeeld ook onder dit alterna ef. Na overleg met de regiogemeenten en de provincie stellen we daarom voor om de naam Leefomgeving te handhaven en in het PlanMER te beschrijven wat binnen dit alterna ef wordt bedoeld.
1
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Wij vragen ons af of het leidende principe ‘zonnevelden in natuurgebiedsranden’ voor het alterna ef Landschap (p41) de juiste is. Vooral omdat juist in die overgangen vaak De leidende principes komen voort uit de eerdere landschapsateliers die gehouden zijn voor de RES 1.0 (H+N+S) en is het de mooiste landschappelijke vergezichten te vinden zijn. resultaat van een regionaal proces. 12). Waarom is er voor dit leidende principe gekozen? En; 13). Hoe neemt u dan de waarde van deze vergezichten mee in de alterna even? En; In het milieueffectonderzoek wordt het alterna ef 'landschap' nader uitgewerkt in lijn met de overige alterna even. 14). Waarom is hiervoor gekozen? Gezien onze opmerkingen op het Alterna ef Natuur en het Alterna ef Landschap komen wij tot de conclusie dat deze alterna even, niet goed het belang van natuur en landschap in beeld brengen, terwijl ze wel daarvoor bedoeld zijn.
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Aandachtspunt voor het deel Warmte: Het is goed dat ook warmte een onderdeel vormt van het concept-NRD en de planMER. Zoals het concept-NRD ook beschrij bestaat Het onderdeel warmte beschouwt de effecten op hoofdlijnen. Juist hier is het lokale proces erg belangrijk om de er nog veel leemte op dit onderdeel. Het onderzoek in de planMER kan helpen die leemte te dichten en moet ingezet worden om de RES 2.0 op dit onderdeel verder te warmtetransi e vorm te geven. De gemeenten in de regio kunnen de resultaten van het milieueffectonderzoek onderdeel brengen. De afspraak zoals deze is gemaakt in de RES 1.0 om in samenspraak tot een juiste verdeling te komen is belangrijk maar moet niet leiden tot vertraging van (lokale) warmte benu en op lokaal niveau. processen die al lopen.
Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal
Tot slot: We waarderen de voortgang die is geboekt en begrijpen de waarde en het belang voor het opstellen van de planMER. We zijn ook zeer benieuwd naar de resultaten Dank voor uw zienswijze. die de planMER oplevert
Beuningen
Gemeente Beuningen
In de Circulaire Regio is bestuurlijk besloten om de concept No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vrij te geven voor publica e. Dat betekent dat inzageperiode start en het belanghebbenden vrij staat om een zienswijze in te dienen. In deze brief vindt u de zienswijze namens de gemeente Beuningen.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Belangenafweging: De stap voor het uitvoeren van een planMER kan alle gemeenten helpen als het gaat om besluitvorming op lokaal niveau. De milieuonderzoeken die Dank voor uw uiteenze ng. volgen voor het planMER biedt feitelijke en objec eve informa e die goed meegewogen kan worden in besluitvormingsproces. Die is essen eel om deze opgave goed in de leefomgeving te passen en vraagt om een goede en juiste afweging. Daarbij geldt een brede belangenafweging waarbij het milieubelang er één van is. Op die manier kunnen we construc ef verder om de regionale ambi e van 1,62 TWh duurzaam op te wekken. We geven u daarnaast de volgende aandachtspunten mee voor de concept-NRD en het vervolgproces.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Aandachtspunten Bestaand milieuonderzoek: Als Beuningen hebben we onze eigen plannen voor wind en zon opgenomen in de RES 1.0. Voor het windpark is in onze gemeente al een planen projectMER doorlopen. Die documenten bieden goed en uitgebreid inzicht op lokaal niveau. Documenten die wat ons betre direct meegenomen kunnen worden in de regionale planMER. In de concept-NRD is te lezen dat rekening wordt gehouden met bestaande milieuonderzoeken. We gaan er dan ook vanuit dat, in het kader van nut en efficiën e, onze bestaande informa e uit plan- en projectMER opgenomen gaat worden in het regionale planMER.
Dank voor uw zienswijze.
In het NRD is inderdaad benoemd dat rekening wordt gehouden met bestaande milieuonderzoeken. Hierbij geldt dat dit milieueffectonderzoek wordt opgesteld op regionaal niveau en dit regionale niveau integraal wil benaderen. Waar mogelijk en zinvol zal uit bestaande studies worden geput, met name als dit kri sche informa e biedt over gebieden.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Geschikt, ongeschikt en geschikt te maken: In het NRD worden verschillende alterna even beschreven die allen inzicht geven op hun eigen thema. Deze geven allen per thema op hun manier inzicht in de milieueffecten. Voor alle alterna even is uiteen gezet wat geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt is in hoofdstuk 4. Voor het alterna ef Landschap is dat echter niet eenduidig. Er worden principes gebruikt maar onduidelijk is hoe zich dat vertaald naar geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt.
We onderschrijven dat het alterna ef landschap binnen dit NRD nog erg basaal en op hoofdlijnen staat beschreven. We nemen uw advies ter harte en stellen voor om dit alterna ef in het milieueffectonderzoek verder uit te werken tot een niveau vergelijkbaar met de overige alterna even.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Verhouding zon en wind: Als reac e op het concept-Bod gaven we u aan dat de verhouding zon-wind meer aandacht verdient. In de RES 1.0 is deze zorg benoemd en erkent Het verbeteren van de verhouding tussen de opwekking van zonne- en windenergie is een van de aanleidingen om dit dat deze verhouding minder scheef moet worden. Niet alleen vanwege de enorme maatschappelijke kosten maar zeker ook vanwege het netwerk. Wat ons betre is het milieueffectonderzoek uit te voeren. daarom zeer goed om als alterna ef het Energiesysteem te gebruiken met als uitgangspunt de kosten en de netwerkcapaciteit. Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Warmte: Het is goed dat ook warmte een onderdeel vormt van het concept-NRD en het planMER. Zoals het concept-NRD ook beschrij bestaat er nog veel leemte op dit onderdeel. Het onderzoek in het planMER hiervoor kan helpen die leemte te dichten en moet ingezet worden om de RES 2.0 op dit onderdeel verder te brengen. De afspraak zoals deze is gemaakt in de RES 1.0 om in samenspraak tot een juiste verdeling te komen is belangrijk maar moet niet leiden tot vertraging van (lokale) processen die al lopen.
Dank voor uw uiteenze ng.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Inbreng Beuningen: Vanuit Beuningen hebben we onze lokale plannen voor zon en wind ingebracht in de RES 1.0. We leveren hiermee een mooie en substan ële bijdrage aan de RES en wat ons betre blij het hierbij. Zoals we eerder hebben aangegeven op het concept Bod, verwachten wij dat andere gemeenten nu ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Een evenredige verdeling van de opgave en ruimtelijke druk vinden wij belangrijk en een extra opgave voor Beuningen is niet aan de orde. Ook als gebieden bijvoorbeeld door wetgeving zoals de Wespendief uitgesloten worden.
Dank voor het uiteenze en van uw posi e.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Urgen e is hoog: De inzageperiode voor de concept-NRD is een belangrijke stap om te komen tot verdere planvorming. De urgen e om deze plannen te realiseren is groot in Dank voor uw betoog. We onderschrijven dat het milieueffectonderzoek geen vertragend effect hoe te hebben op lopende of het licht van het klimaat en zeker ook vanwege de oorlog in Oekraïne. We roepen daarom ook op om het planMER geen vertragend effect te laten hebben op lopende of opstartende projecten. opstartende projecten. Als nieuwe projecten zich aandienen moet daar wat ons betre het gesprek over aangegaan worden. Als dat nodig is, ook in regioverband.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Tot slot: We waarderen de voortgang die is geboekt en begrijpen de waarde en het belang voor het opstellen van het planMER. We zijn ook zeer benieuwd naar de resultaten die het planMER oplevert. Met de uitkomsten daarvan gaan we ervan uit dat ook andere gemeenten de handschoen gaan oppakken om duurzame opwek te realiseren. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en alleen dan kan de ambi e die in de RES 1.0 is afgesproken gehaald worden.
Dank voor het uiteenze en van uw posi e.
Gemeente Duiven
In verband met de actualisa e van de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de Groene Metropoolregio (GMR) in een RES 2.0 wordt eerst een milieueffectrapportage (MER) gemaakt. Hiervoor wordt de we elijk voorgeschreven procedure gevolgd.
Dank voor uw zienswijze. Van uw par cipa eproces voorafgaand aan de RES 1.0 en de documenten die dat hee opgeleverd is kennis genomen. Het leidt niet tot wijzigingen in het voorgenomen milieueffectonderzoek, maar is waarde in het vervolgproces rich ng herijking van de RES.
Doesburg Duiven
De raad van de gemeente Duiven hee kennis genomen van de gepubliceerde concept-No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De raad hee op 6 december 2022 besloten hierop een zienswijze in te dienen. Deze luidt: ‘houdt rekening met het gevoerde intensieve par cipa eproces voorafgaande de RES 1.0 en de onderzoeken die daarvoor bijvoorbeeld al zijn uitgevoerd op lokaal niveau in Westervoort en Duiven’. Graag zien wij in de defini eve NRD terug hoe u met onze zienswijze rekening zal houden. Voor nadere toelich ng kunt u zich wenden tot de genoemde contactpersoon, de heer <naam medewerker>. Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
Graag willen wij onze zienswijze indienen op de No
e Reikwijdte en Detailniveau (NDR) Fase 1.
Dank voor uw zienswijze.
2
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
In de no e lezen wij het volgende: Zonnevelden Voor zonnevelden zijn voorwaarden van toepassing (met uitzondering van ar kel 2.42 en 2.62). In aanvulling hierop zijn in paragraaf 2.7.4 de ‘Instruc eregels zonnevelden in het buitengebied’ opgenomen. Ar kel 2.65a (gebieden of loca es voor zonnevelden) stelt het volgende: c. de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of loca es waar zonnevelden mogelijk zijn en de wijze waarop deze kwaliteit behouden of blijvend versterkt kan worden; d. de samenhang met het omringende landschap;
Dank voor uw uiteenze ng.
Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonnevelden, warmtecentrales, mest - vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de provincie haar ambi e halen. Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan conflicteren met andere Gelderse kwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap met de uiterwaarden en het erfgoed. In paragraaf 2.7.1 zijn de ‘Instruc eregels windturbines’ opgenomen. Ar kel 2.62 stelt dat een bestemmingsplan dat de oprich ng van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt, aandacht besteedt aan: 1 de ruimtelijke kenmerken van het landschap; 2 de maat, schaal en inrich ng in het landschap; 3 de visuele interferen e met een nabijgelegen windturbine of windturbines; 4 de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; 5 de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap. Daarnaast stelt ar kel 2.63 dat windturbines niet geplaatst mogen worden in rustgebieden voor winterganzen, de weidevogelgebieden en delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Voor weidevogelgebieden geldt op basis van ar kel 2.51a dat een nieuw bestemmingsplan in ieder geval windturbines niet toe staat.
Het bestemmingsplan bepaalt in welke mate de bij aanleg en gebruik van een zonneveld gerealiseerde versterking van de ruimtelijke kwaliteit na verwijdering van het zonneveld in stand wordt gehouden. Het planMER maakt onderscheid tussen 2 type harde belemmeringen: 1 fysieke objecten: dit zijn bijvoorbeeld gebouwen en infrastructuur (wegen, spoorwegen, buisleidingen, bestaande windturbines). Het is hier fysiek niet mogelijk om een zonneveld, windturbines, warmtebron of energie-infrastructuur te realiseren; 2 beperkingen vanuit wet- en regelgeving: dit legt beperkingen op vanuit onder andere geluid, veiligheid, waterkwaliteit en waterveiligheid. Voor de beoordeling van de mate van geschiktheid in het kader van het energiesysteem is onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: - ongeschikt: gebieden waar realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld juridisch niet haalbaar wordt geacht in het kader van de wet- en regelgeving (harde belemmeringen) en/of waar een afstand van meer dan 10 km geldt tot de genoemde ondersta ons; - mogelijk geschikt: gebieden waar de realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld op een afstand van 5 tot 10 km rond de hierboven genoemde ondersta ons mogelijk is; - geschikt: gebieden waar de realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld binnen 5 km rond de hierboven benoemde ondersta ons mogelijk is. Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
Zienswijze van de St. Milieuvrienden Duiven: 1. De instruc eregels voor windturbines (ar kel 2.62 en 2,63) moeten ook gelden voor zonnevelden of een combina e met windturbines.
In de Omgevingsverordening zijn dit de instruc eregels voor windenergie. Ze gelden niet voor zonnevelden.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
2. Wij vragen u rekening te houden met de afspraken die zijn gemaakt tussen Rijk, Provincie, de Nederlandse WindEnergie Associa e (NMEA), TenneT en Vogelbescherming Nederland, Zoogdiervereniging en de Natuur en Milieufedera es. Zij hebben dit vastgelegd in NIEWHOL. Natuurinclusieve Energietransi e voor wind en hoogspanning op land.
In het onderzoek wordt rekening gehouden met ecologische effecten. In het vervolgprocesvoor herijking van de RES zal expliciet rekening met NIEWHOL worden gehouden. Voor dit milieueffectonderzoek leidt dit niet tot wijzigingen in de onderzoeksaanpak.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
3. Meenemen wat de gevolgen zijn voor de bodem en het grondwater ter hoogte van de te plaatsen zonnevelden.
De effecten worden op regionaal niveau (algemene ingreep-effect rela e) beschouwd. Dit is niet onderscheidend voor een loca ekeuze, want een effect treedt overal in min of meer gelijke mate op.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
4. Meenemen wat de gevolgen zijn voor de bodem en het grondwater in de naaste omgeving van de te plaatsen zonnevelden.
De effecten worden op regionaal niveau (algemene ingreep-effect rela e) beschouwd. Dit is niet onderscheidend voor een loca ekeuze, want een effect treedt overal in min of meer gelijke mate op.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
5. Meenemen wat de gevolgen zijn voor de vegeta e ter hoogte van een zonneveld.
De effecten worden op regionaal niveau (algemene ingreep-effect rela e) beschouwd. Dit is niet onderscheidend voor een loca ekeuze, want een effect treedt overal in min of meer gelijke mate op.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
6. Meenemen wat de gevolgen zijn voor de fauna in een weidevogelgebied op en rond een zonneveld.
In het milieueffectonderzoek worden de ecologische effecten beschouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met weidevogelgebieden die zijn vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
7. Meenemen wat de toegevoegde waarde is bij het omgrenzen van een zonneveld met een haag of een singel.
In het milieueffectonderzoek wordt niet ingegaan op de specifieke effecten. Wel worden algemene aanbevelingen t.a.v. inpassing gedaan.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
8. Meenemen wat de gevolgen zijn als gevolg van ingrepen in bodem- en grondwaterhuishouding in de nabij gelegen omgeving zoals ontzandingen, plaggen, grondwaterwinning, aanleg van watergangen.
De effecten worden op regionaal niveau (algemene ingreep-effect rela e) beschouwd. Dit is niet onderscheidend voor een loca ekeuze, want een effect treedt overal in min of meer gelijke mate op.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
9. Meenemen wat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied is na verwijdering van een zonneveld.
Dit wordt niet meegenomen in het milieueffectonderzoek. Het milieueffectonderzoek gee antwoord op de vraag welke gebieden mogelijk geschikt zijn voor zonnevelden.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
10. Op de kaartjes 4.8; 4.11; en 4.15 lijkt het erop dat Duiven ongeschikt is voor wind en/of zon en een gecombineerd systeem zon en wind. De kaartjes in het digitale rapport zijn niet goed te interpreteren en de vraag is of dit de juiste conclusie is.
Op basis van de harde en zachte belemmeringen zijn de kaarten vormgegeven. Dit milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied en hee als doel om geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden te iden ficeren voor de opwek van tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek en warmte. De kaarten en de resolu e van de kaarten lenen zich voor dat doel. Het iden ficeren van specifieke loca es is in dit onderzoek niet aan de orde. Wel wordt bekeken of in het PlanMER hogere resolu e kaartmateriaal kan worden opgenomen om aan uw wens tegemoet te komen.
Duiven
S ch ng Milieuvrienden Duiven
Wij zouden graag van de gelegenheid gebruik willen maken om op een later jds p verdere aanvullingen door te geven en onze standpunten mondeling toe te lichten.
Dank voor uw zienswijze. U kunt deze aanvullen tot twee weken na de deadline voor zienswijzen van 23 december, dus tot 6 januari. Voor een mondelinge toelich ng kunt u contact opnemen met uw gemeente. In dit geval de gemeente Duiven.
3
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Duiven
Eneco
Bij Eneco zijn we intrinsiek gemo veerd om in 2035 klimaatneutraal te zijn, samen met onze klanten. Deze ambi es hebben we omschreven in ons One Planet Plan1. Dit plan bevat meetbare doelstellingen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, circulariteit en de maatschappij.
Dank voor uw zienswijze en uiteenze ng.
Allereerst complimenteren we de provincie Gelderland, betrokken instan es en inwoners voor de energie en passie die zij in regionale energiestrategieën (RES) hebben gestoken. Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de No e Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de planMER RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Nie emin maken we ons zorgen of met het voorgestelde omgevingsbeleid de RES-doelstellingen van 2030 behaald. Graag maakt Eneco Wind B.V. gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Wij willen in uw gemeente graag een duurzaam energieproject ontwikkelen. Eneco ontwikkelt Energiepark A12 samen met de grondeigenaren. 1 Klimaat (eneco.nl) Duiven
Eneco
Verzoek: Als ini a efnemers willen we u vragen een extra verkenningsgebied mee te nemen in de planMER om zodanig een goede regionale afweging te kunnen maken om Het milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied, het gebied dat u aangee is daarmee al opgenomen in de (regionale) ambi es om het vlak van duurzaamheid te behalen. de scope van het onderzoek.
Duiven
Eneco
Energiepark A12 Het ini a ef “Energiepark A12” is een lokaal ini a ef. Het is gestart toen in 2016 een lokaal rentmeesters kantoor Eneco benaderde. Uit de door Eneco uitgevoerde planologische QuickScan kwam naar voren dat het gebied zich leent voor de realisa e van 3-5 windturbines en zonne-energie. In 2017 zijn de groep grondeigenaren en Eneco een samenwerking aangegaan. In figuur 1 is het plangebied van Energiepark A12 weergegeven. <Figuur 1 - Plangebied>
Dank voor uw uiteenze ng. In het NRD wordt voorgesteld om rustgebieden voor winterganzen als zachte belemmering op te nemen. Dat lijkt in lijn te zijn met uw voorstel. Het is niet zo dat de NRD aanvullende verkenningsgebieden voor windturbines vaststelt. De NRD (en ook het milieueffectonderzoek zelf) zijn geen beleidsdocumenten, maar enkel onderzoeksdocumenten. Er wordt dus niets vastgesteld, er wordt enkel antwoord gegeven op de hoofdvraag van het onderzoek. Het gebied dat u noemt is reeds onderdeel van de scope van het onderzoek.
Waarom loca e Energiepark A12 geschikt is als aanvullend verkenningsgebied - kent aanslui ng met de A12 en doortrekking van de A15 - ligt in het verlengde van bedrijventerrein Innofase - de combina e van wind en zon is mogelijk - te samen met de huidig vergunde windturbines en het poten eel zonne-energie maakt een energielandschap mogelijk - benut de schaarse ruimte voor Wind in regio Arnhem-Nijmegen In de huidige Omgevingsvisie van de Provincie is een deel van de loca e uitgesloten. De oorzaak hiervan is dat het gebied is aangewezen als “rustgebied voor winterganzen” in onderling overleg met de grondeigenaren en gebruikers is hier echter van af te wijken. Onze verwach ng is dat binnen het plangebied hierover afspraken zijn te maken. Coali e akkoord In het huidige coali e akkoord worden drie belangrijke opgaven aangehaald, waaronder duurzaamheid. Als de te nemen ac es verwoord het college o.a. het volgende; - Blijven (ook regionaal) inze en op clustering van energieopwekking door zon en wind in het zoekgebied Innofase/Centerpoort-Noord. Energiepark A12 kan een goede bijdrage leveren aan de pijler Duurzaamheid, daarnaast ligt de loca e direct aan het cluster van Innofase. De opgewekte energie biedt daarnaast mogelijkheden om het bedrijfsleven in dit gebied (verder) te verduurzamen.
RES In RES 1.0 zijn de zoekgebieden voor de realisa e van windturbines en zonnevelden vastgesteld. In de NRD zijn aanvullende verkenningsgebieden voor windturbines vastgelegd, om zo meer mogelijkheden voor windenergie in beeld te brengen. Deze gebieden tellen niet mee in het bod van 1,62 TWh van de RES 1.0. Deze wil de regio in het RES 2.0-proces nader onderzoeken. Bij dezen willen we u verzoeken ook de loca e Energiepark A12 als verkenningsgebied voor RES 2.0 mee te nemen. De loca e was eerder wel opgenomen als mogelijk alterna ef, zie hieronder in figuur 2, zoekgebied D. <Figuur 2 Concept RES 1.0> Duiven
Eneco
We hopen met dit verzoek een bijdrage te kunnen leveren aan de opwek van duurzame energie in de regio. Zodat u uiteindelijk uw RES-doelstellingen voor 2030 kunt behalen.
Dank voor uw zienswijze.
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben kunt u contact opnemen met <contactgegevens werknemer>. Hartelijk dank voor het meenemen van onze overwegingen. Druten
Gemeente Druten
De Groene Metropoolregio coordineert het proces Milieueffectrapportage voor de Regionate Energiestrategie; waarvoor de 16 deelnemende gemeenten én de provincie bevoegd gezag zijn. De eerste stap in het proces is het vaststellen van een concept No e Reikwijdte en Detailniveau door alle colleges. U hee ons gevraagd hierover onze zienswijze kenbaar te maken uiterlijk 23 december 2022. Met deze brief voldoen wij aan dit verzoek. Op 15 december hee onze gemeenteraad ingestemd met onderstaande zienswijze.
Dank voor uw zienswijze.
Druten
Gemeente Druten
ZIENSWIJZE CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU PLAN-MER RES
Dank voor uw uiteenze ng.
Ons klimaat verandert dras sch en ook in Druten moeten we nu ingrijpen. Niet pas in 2040 willen we dat onze gemeente energieneutraal is, maar zoveel eerder als dat kan. Daarom ze en we vol in op het opwekken van zonne-energie, maar niet op windmolens de komende vier jaar. Als Druten hebben we een bijdrage gedaan in het bod RES 1.0 van 50 ha zonneparken. Bij een nieuwe RES pakt Druten in gezamenlijkheid met de 15 gemeenten in de regio daar haar aandeel in. Het plan-MER traject van de Regionale energiestrategie, waarvan nu het resultaat van de eerste stap voorligt - de concept NRD - is voor ons een belangrijk proces. Dit zal ons en de regio helpen om objec eve informa e te verkrijgen over de effecten van energieopwekking op de leefomgeving, de natuur, het landschap en het energiesysteem. Die informa e gee ons de mogelijkheid om alle belangen op een goede manier af te wegen en op basis daarvan keuzes te maken die in de Regionale energiestrategie 2.0. zullen worden vastgelegd en in de regionale Verstedelijkingsstrategie worden afgewogen. Wij onderschrijven de noodzaak, het doel, de scope, de kaders, de onderzoeksaanpak, de uitgangspunten, het detailniveau, de te onderzoeken alterna even, het beoordelingskader en de par cipa e-aanpak die in de concept-NRD zijn beschreven. We geven u daarnaast de volgende aandachtspunten mee voor de concept-NRD en het vervolgproces.
4
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Druten
Gemeente Druten
Aandachtspunten Geen zoekgebied rond N322 Zoals al eerder vermeld zet Druten vol in op zonne-energie en niet op windmolens. We zien nadrukkelijk geen verkenningsgebied voor windenergie langs de N322 op grondgebied van de gemeente Druten. Geschikt, ongeschikt en geschikt te maken In het concept-NRD worden verschillende alterna even beschreven die inzicht geven op hun eigen thema in de milieueffecten. Voor alle alterna even is uiteen gezet wat geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt is in hoofdstuk 4. Voor het alterna ef Landschap is dat echter niet eenduidig. Er worden principes gebruikt maar onduidelijk is hoe zich dat vertaald naar geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt. Warmte Wij stellen het op prijs dat warmte een onderdeel vormt van het concept-NRD en het planMER. Zoals het concept-NRD beschrij bestaat er nog veel leemte op dit onderdeel. Het onderzoek hiernaar in het planMER kan helpen die leemte te dichten en moet ingezet worden om de RES 2.0 op dit onderdeel verder te brengen. De afspraak zoals deze is gemaakt in de RES 1.0 om in samenspraak tot een juiste verdeling te komen is belangrijk maar moet niet leiden tot vertraging van (lokale) processen die al lopen.
In de RES 1.0 zijn zoekgebieden vastgesteld. Daarnaast zijn in de RES 1.0 verkenningsgebieden voor wind ingetekend. Deze verkenningsgebieden zijn niet door alle gemeenten vastgesteld. Dit milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied. De keuze voor addi onele zoekgebieden voor wind (of zon) vindt in het vervolgproces plaats. A eelding 4.13 Model 3 gee een eerste indica e van het alterna ef landschap. Dit alterna ef wordt nader uitgewerkt in het milieueffectonderzoek, in lijn met de overige alterna even. Dank voor uw uiteenze ng op het thema warmte. Het milieueffectonderzoek is ondersteunend aan lopende processen. Voor de uitvoering van de RES 1.0 afspraken en lokale warmtetransi evisies hoe niet op het milieueffectonderzoek te worden gewacht. Het milieueffectonderzoek werkt daardoor niet vertragend.
Druten
Gemeente Druten
Wij vertrouwen erop met deze zienswijze bij te dragen aan een zorgvuldig MER-proces.
Dank voor uw zienswijze.
Heumen
Eneco
Bij Eneco zijn we intrinsiek gemo veerd om in 2035 klimaatneutraal te zijn, samen met onze klanten. Deze ambi es hebben we omschreven in ons One Planet Plan1. Dit plan bevat meetbare doelstellingen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, circulariteit en de maatschappij.
Dank voor uw zienswijze.
Allereerst complimenteren we de provincie Gelderland, betrokken instan es en inwoners voor de energie en passie die zij in regionale energiestrategieën (RES) hebben gestoken. Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de No e Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de planMER RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Nie emin maken we ons zorgen of met het voorgestelde omgevingsbeleid de RES-doelstellingen van 2030 behaald. Graag maakt Eneco Wind B.V. gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Wij willen in uw gemeente graag een duurzaam energieproject ontwikkelen. 1 Klimaat (eneco.nl) Heumen
Eneco
Het milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied, het gebied dat u aangee is daarmee al opgenomen in Verzoek: Als ini a efnemers willen we u vragen een extra verkenningsgebied mee te nemen in de planMER om zodanig een goede regionale afweging te kunnen maken om d de scope van het onderzoek.
Heumen
Eneco
Windpark Heumen Het ini a ef is tot stand gekomen in samenspraak met een aantal lokale agrariërs in het gebied langs de Maas. Onder deze agrariërs bestaat de wens om hun bedrijven te verduurzamen en een bijdrage te leveren aan de duurzame energieambi es van provincie en gemeente.
Dank voor uw uiteenze ng. De NRD (en ook het milieueffectonderzoek zelf) zijn geen beleidsdocumenten, maar enkel onderzoeksdocumenten. Er wordt dus niets vastgesteld, er wordt enkel antwoord gegeven op de hoofdvraag van het onderzoek. Het gebied dat u noemt is reeds onderdeel van de scope van het onderzoek.
Na de uitgevoerde planologische QuickScan kwam naar voren dat het gebied zich leent voor de realisa e van 3-5 windturbines en ruimte biedt voor de realisa e van zonne-energie. Vervolgens is overleg gevoerd met de overige grondeigenaren en sinds 2016 hee Eneco een samenwerking met een groep grondeigenaren. Coali e akkoord uitzoeken RES In RES 1.0 zijn de zoekgebieden voor de realisa e van windturbines en zonnevelden vastgesteld. In de NRD zijn er nog enkele aanvullende verkenningsgebieden voor windturbines vastgelegd, om zo meer mogelijkheden voor windenergie in beeld te brengen. Deze gebieden tellen niet mee in het bod van 1,62 TWh van de RES 1.0, maar wil de regio in het RES 2.0 proces nader onderzoeken. Bij dezen willen we u verzoeken ook onderhavige loca e (figuur 1) als verkenningsgebied voor RES 2.0 mee te nemen. De loca e is eerder besproken als mogelijk alterna ef binnen gemeentelijk beleid, zie hieronder in figuur 2. <Figuur 1 Zoekgebied Heumen> <Figuur 2verzamelingskaart inbreng dialoogsessies> In de Ruimtelijke Visie Duurzame Energie (17-4-2019) is de loca e in de uiterwaarden tussen Nederasselt en Overasselt afgevallen. Er waren zowel voor- als tegenstanders van deze loca e voor windenergie.
Volgens de visie vraagt het beleid van Rijkswaterstaat echter wel om een mo vering dat windmolens in de uiterwaarden geen belemmering vormen voor de doorstroming, of dat dit wordt gecompenseerd. Verder is gesteld dat daardoor op voorhand onduidelijk of windenergie hier realis sch is. Daarnaast is het Kroonwerk Coehoorn in dit gebied gelegen. De cultuurhistorische waarde hiervan wordt door de gemeente onderschreven. Op voorhand is onduidelijk of deze kwaliteit in overeenstemming is te brengen met de ontwikkeling van windturbines. Als ini a efnemers zijn wij bereid om te onderzoeken wat de mogelijke impact is op de doorstroming en op welke wijze die kan worden gecompenseerd. Wij zien hier zeker kansen liggen. Ook zijn wij ons bewust van de aanwezigheid van het Kroonwerk Coehoorn en zijn bereid om te onderzoeken op welke wijze een windpark landschappelijk zodanig kan worden ingepast dat de cultuurhistorische waarde niet wordt beperkt. Om die reden zou een verdere verkenning binnen RES 2.0 dan ook een goede basis kunnen vormen. Juist in de regio Arnhem-Nijmegen waar de planologische ruimte voor Windenergie schaars is lijkt het ons meer dan nodig om de beschikbare ruimte nader te onderzoeken. Heumen
Eneco
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben kunt u contact opnemen met <contactgegevens werknemer>.
Dank voor uw zienswijze
Hartelijk dank voor het meenemen van onze overwegingen. Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
Inleiding: Wij danken u voor de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het document “Concept No Arnhem Nijmegen”. Wij zullen hier in het vervolg naar verwijzen a ls rapport of document.
e Reikwijdte en Detailniveau planMER RES Groene Metropoolregio Dank voor uw zienswijze.
Als bewoners van het plangebied zijn wij een belangrijke belanghebben de in de plannen die opgesteld zijn door de RES Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen. Wij moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheden in de RES hun menskracht en exper se in ze en om ook onze belangen te behar gen en tot een evenwich ge en navolgb arre (uitlegbare) afweging te komen van alle belangen. In dat kader hebben wij in onze zienswijze vooral aandacht besteed of in onze ogen alle aspecten voldoende meegenomen zijn en of de criteria die gehanteerd worden vold oende navolgbaar zijn in de gepresenteerde resultaten. Dit resulteert in een aantal zienswijzen ten aanzien van “gezondheid”, “overige aspecten” en “navolgbaarheid“.
5
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
Gezondheid: Op pagina 51 van het document wordt uitgelegd waarom gezondheid niet beschouwd is als onderwerp. Hierin wordt onder andere gesteld “Met name voor Dank voor uw uitgebreide uiteenze ng. We stellen vast dat er veel vragen leven over de gezondheidseffecten van geluidhinder is een verband aangetoond met gezondheidsklachten (onderzoek ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’ van het RIVM uit 2020). Omdat de windturbines en windturbinegeluid. Op dit moment loopt er vanuit Rijkswege een onderzoek naar windturbinenormen. Dat effecten op gezondheid m et name raken aan geluid, wordt h et aspect ‘gezondheid’ niet als apart criterium behandeld in het planMER” betekent ook dat de windturbinenormen zoals die zijn beschreven in de Actviteitenregeling en het Ac viteitenbesluit momenteel buiten werking zijn. Voor windprojecten geldt dan ook dat op lokaal niveau eigen normen dienen te worden Ons inziens is het feit dat gezondheidseffecten met geluid samen hangen een constatering en geen afdoende m o va e om gezondheid uit te sluiten van het onderzoek. Het onderzocht en onderbouwd. is ju ist een belangrijk punt dat niet onbesproken mag blijven voor een transparante afweging van belangen.
Dit milieueffectonderzoek onderzoekt de geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van Er treden volgens het RIVM aantoonbare nega eve gezondheidseffecten op bij omwonenden ten gevolge van geluidshind er van windturbines . Ook of juist al s aan de ge duurzame elektriciteit en warmte op regioniveau. Als samenwerking van lokale- en regionale overheden vinden we het niet luidsnorm wordt vold aan die in dit rapport gehanteerd wordt . A ankelijk van het gebied ( aantal omwonenden dat aan een bepaald geluidsniveau blootgesteld wordt) onze taak om nieuwe normen te introduceren waarvoor een we elijke basis ontbreekt. Een grondig onderzoek naar passende zullen de gezondheids effecten variëren . Deze gezondheidseffecten dienen vermeden te worden (zie zienswijze (1) verder) of genormeerd en gemodelleerd te worden (zie windturbinenormen vindt bovendien plaats op na onaal niveau. zienswijze (2) verder). We wijzen er graag op dat dit NRD en deze onderzoeksaanpak mede tot stand is gekomen via een drietal omgevingsdialogen, In het aangehaalde RIVM document (h ps://www.rivm.nl/windenergie/windturbines-gezondheid/vragen-en-antwoorden-gezondheidseffecten-windturbines) wordt waarbij ook de GGD Zuid en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) aanwezig waren.
Een passende benoemd dat er een aantoonbaar verband is tussen erns ge hinder en gel uid van windturbines. Daarnaast wordt uitgelegd dat hinder een erkend schadelijk beoordeling op projectniveau volgt voor windprojecten bovendien in een passende m.e.r.-beoordeling of ProjectMER. Wel gezondheidseffect is: hebben we de vraag hoe om te gaan met windturbinenormen in dit onderzoek expliciet voorgelegd bij de commissie m.e.r.. Op basis daarvan stellen we bij wijze van gevoeligheidsanalyse voor om in het alterna ef Leefomgeving op een strengere contour “Er is een duidelijk verband tussen het geluid van windturbines en hinder. In lijn met de WHO (World Health Organiza on) defini e van gezondheid beschouwen we hinder van 700 meter te toetsen. ook als een schadelijk gezondheidseffect.” Daarnaast wordt uitgelegd dat er bij de in dit rapport ( vooral) gehanteerde norm van 47 dB Lden een significant percentage omwonenden erns ge hinder ervaart: “Op basis van de blootstelling-respons rela e uit 2008 (Janssen et.
al., 2008) weten we dat bij een etmaal norm van 47 dB (decibel)Lden (Level day-evening-night) ongeveer 8 á 9% van de bewoners in huis erns ge hinder ondervinden, buitenhuis is dit percentage hoger.“ In de RIVM factsheet windturbines (h ps://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-08/Factsheet-windturbines.pdf) wordt benoemd dat hinder o p lange termijn tot (andere) gezondheidsklachten kan leiden: “Chronische hinder kan ook omschreven worden als stressor, die op lange termijn tot gezondheidsklachten kan leiden. We spreken dan van een indirect gezondheidseffect, omdat er geen direct verband is met het geluidniveau.” In dat document wordt ook een verband gelegd tussen het geluidsniveau Lden en de ervaren erns ge hinder: <grafiek 'Erns ge hinder door geluid van windturbines'> Een andere bron is onderzoek van Zembla h ps://www.bnnvara.nl/zembla/ar kelen/geluidsoverlast door windmolens dit is wat zembla erover ontdekte waarin een onderzoeksr apport van de inspec e VROM wordt aangehaald en een uitspraak van Jan de Laat (Leids Universitair Medisch Centrum ) in de 2e kamer. De inspec e schrij dat de 47dB Lden norm de burger onvoldoende beschermt en dat de norm niet handhaa aar is: “De inspecteurs van VR OM schrijven dat de regeling burgers 'onvoldoende' beschermt tegen 'geluidsoverlast' en waarschuwen voor ‘slaapverstoring door piekbelas ng’.
'Overtredingen' op de geluidsnormen kunnen v olgens de inspecteurs 'straffeloos' worden begaan. Volgens het rapport is de geluidsnorm in de prak jk niet handhaa aar. Dit is omdat pas aan het eind van het jaar duidelijk is of de molens gemiddeld te veel lawaai hebben gemaakt.” Jan de Laat pleit in de 2e kamer voor een limiet van 35dB Lden: “Wat is er bekend over de gezondheidsschade die overlast door windmolenlawaai kan veroorzaken? Een gezaghebbende wetenschapper in Nederland op dit gebied is Jan de Laat, verbonden aan het Leids Universitair Medis ch Centrum (LUMC). Eerder dit jaar trad hij op als expert in de Tweede Kamer, daar zei De Laat er het volgende over: “De gezondheidsklachten betreffen vooral slaapstoornissen, maar ook duizeligheid, misselijkheid en hoofdpijn. “Vervolgens komen ook andere zaken aan de orde, zoals concentra everlies, ten gevolge van die slaapstoornissen, maar ook hoge bloeddruk, hartslag, problemen, bronchi s, rusteloosheid, angst en soms ook depressie.” De Laat pleit voor een geluidslimiet van windmolens van maximaal 35 decibel. Dat is fors lager dan de huidige norm van 47 decibel.” Uit het eerder aangehaalde verband tussen geluid en erns ge hinder is ook duidelijk dat er bij 35dB Lden veel minder erns ge hinder optreedt.
Op basis van bovenstaande hebben wij de volgende bezwaren tegen de gehanteerde normen in het rapport: − bij de gehanteerde normen van 47 dB Lden en 45 dB Lden treden vrijwel zeker gezondheidsklachten op bij omwonenden. Dit is een belangrijk aspect dat benoemd moet worden zodat gezondheidseffecten door de plaatsing van windturbines meegenomen kunnen worden door de beleidsmakers die dit rapport gebruiken voor verdere stappen. − Bij de gevonden zoekgebieden wordt het gezondheidseffect niet gekwan ficeerd; er zullen gebieden zijn waarbij rela ef weinig huiz en aan de maximale norm worden blootgesteld en er dus rela ef weinig erns ge hinder zal optreden als daar windturbines geplaatst worden. Daarnaast zullen er ook gebieden zijn waar veel hui zen worden blootgesteld aan geluid boven 35dB Lden en er dus erg veel erns ge hinder zal optreden als daar windturbines geplaatst worden . Het is belangrijk dat bij de evalua e van de zoekgebieden in dit rapport onderscheid wordt gemaakt ten aanzien van te verwachten e rns ge hinder bij plaatsing van wind turbines in die gebieden. − er is zeer grote twijfel over de handhaa aarheid van de gehanteerde norm.
6
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
Dit leidt tot de volgende zienswijzen: (1) Wij zijn van mening dat in dit rapport een geluidsnorm moet worden gehanteerd van 35 dB Lden omdat bij deze norm de kans op gezondheidsklachten voldoende klein is. De handhaa aarheid van de 35dB norm speelt dan minder een rol. Op basis van de huidige inzichten is het met deze norm ook redelijk dat gezondheid niet beschouwd wordt in dit rapport (2) Als u zienswijze (1) verwerpt en bij de op dit moment gehanteerde geluidsnormen blij dan zijn wij van mening a) Dat gezondheidsaspecten gemodelleerd en gekwan ficeerd moeten worden in het rapport. Voor bijvoorbeeld de wespendief wordt in het rapport inzichtelijk aangegeven welke mortaliteit ten gevolge van windmolens acceptabel is. Wij vragen u om op eenzelfde manier te kwan ficeren en te normeren wat acceptabel is ten aanzien van erns ge hinder ten gevolge van de plaatsing van wind turbine parken, dus wat is een maximaal acceptabel aantal mensen per zoekgebied en voor het hele RES gebied dat erns ge hinder mag ondervinden ten gevolge van de plaatsing van windturbines . Wij vragen u dit toe te passen op de zoekgebieden zodat voor elk gebied dat in de huidige versie wordt benoemd als “geschikt voor wind (evt in combina e met zon)” duidelijk wordt hoeveel erns ge hinder zal optreden bij omwonenden.
Uiteraard kan dit ertoe leiden dat de huidige zoekgebieden meer gedifferen eerd worden, met andere woorden bepaalde delen van een huidig gebied zullen meer geschikt zijn wat gezondheid betre dan ande re delen van een bestaand zoekgebied . Daarnaast moeten gebieden die de gestelde normen wat betre gezondheid overschrijden uitgesloten worden. b) Dat er een maximale geluidsnorm wordt gehanteerd die niet overschreden mag worden en daarmee handhaa aar is op het moment dat overlast optreedt. Ons voorstel is hier voor de normen over te neme n die gelden voor geluid dat een warmtepomp mag maken op de erfgrens met de buren (45dB overdag, 4 0 dB s nachts)nachts).
We stellen vast dat er veel vragen leven over de gezondheidseffecten van windturbines en windturbinegeluid. Op dit moment loopt er vanuit Rijkswege een onderzoek naar windturbinenormen. Dat betekent ook dat de windturbinenormen zoals die zijn beschreven in de Actviteitenregeling en het Ac viteitenbesluit momenteel buiten werking zijn. Voor windprojecten geldt dan ook dat op lokaal niveau eigen normen dienen te worden onderzocht en onderbouwd.
In de RES 1.0 is 0,04 TWh uit waterkracht voorzien. De ontwikkeling van waterkracht kent aanzienlijke milieueffecten. Tegelijker jd zijn die milieueffecten zeer projectgebonden. Het detailniveau van het planMER leent zich niet voor een milieuanalyse van waterkracht. Deze milieuanalyse vindt plaats als zich een project voor waterkracht aandient (in een projectMER).
Dit milieueffectonderzoek onderzoekt de geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van duurzame elektriciteit en warmte op regioniveau. Als samenwerking van lokale- en regionale overheden vinden we het niet onze taak om nieuwe normen te introduceren waarvoor een we elijke basis ontbreekt. Een grondig onderzoek naar passende windturbinenormen vindt bovendien plaats op na onaal niveau. We wijzen er graag op dat dit NRD en deze onderzoeksaanpak mede tot stand is gekomen via een drietal omgevingsdialogen, waarbij ook de GGD Zuid en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) aanwezig waren. Een passende beoordeling op projectniveau volgt voor windprojecten bovendien in een passende m.e.r.-beoordeling of ProjectMER. Wel hebben we de vraag hoe om te gaan met windturbinenormen in dit onderzoek expliciet voorgelegd bij de commissie m.e.r.. Op basis daarvan stellen we bij wijze van gevoeligheidsanalyse voor om in het alterna ef Leefomgeving op een strengere contour van 700 meter te toetsen.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
Overige aspecten: Ten aanzien van overige aspecten dienen wij de volgende zienswijzen in: (1) Waterkracht is ten onrechte geen onderdeel van de planMer. Een waterkracht centrale in de Maas is vergelijkbaar is met een windturbine park en dat krijgt nu onvoldoende aandacht en levert daarmee geen evenwich ge aanpak van de lokale energieopwekking.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
(2) Er wordt voorbij gegaan aan de mogelijkheden die elke regio biedt. De Maas of Maas/Waal kanaal wordt niet genoemd als mogelijke bron voor grootschalige warmtenet U refereert hier aan de warmtetransi e. De RES doelen hebben enkel betrekking op de opwek van duurzame elektriciteit. De oplossingen. Toch zijn hier hele wijken mee te verwarmen in het hele stroomgebied. Wij stellen voor dit mee te nemen als mogelijkheid om de RES doelen te halen. regie voor de warmtetransi e is belegd bij gemeenten. Wel is in het kader van de RES 1.0 een regionale structuur warmte opgesteld en op provinciaal niveau is per warmtebron de poten e in beeld gebracht via de Gelderse Warmteatlas: h ps://rhk.maps.arcgis.com/apps/MinimalGallery/index.html?appid=65f26148fc784f12b37ddc3e8fa0ad5a# Een grootschalige aquathermie-oplossing zoals u voorstelt zal binnen uw gemeente en ook binnen de regio en provincie met enthousiasme worden ontvangen.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
(3) Er wordt te veel gedacht vanuit een centrale en daarmee kwetsbare energievoorziening. Indien energie plaatselijk gebruikt en gebufferd wordt is er geen noodzaak deze energie heen en weer te slepen in dikke kabels.
Dit onderwerp raakt aan de problemen rond netconges e bij landelijke en regionale netbeheerders.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
(4) De kaders welke opwekking waar plaats vindt komt op verkeerde gronden tot stand. De kosten en baten van een loca e worden niet afgewogen. Er wordt geen rekening gehouden met netaanslui ng, het samenvoegen van technieken, de aanleg van leidingen, transportkosten etc . Dit levert een inefficiënte opwekking op.
Dit milieueffectonderzoek is een onderzoek naar milieuaspecten en milieueffecten. In de besluitvorming zullen ook andere aspecten worden meegewogen, zoals ne npassing en lokaal eigendom. Op projectniveau valt te verwachten dat een ini a efnemer zal sturen op een efficient gebruik van grondstoffen, het samenvoegen van technieken en een gedegen kosten-baten analyse, waar dat het project zal helpen.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
(5) Uiterwaarde n in het RES gebied dienen uitgesloten te worden als zoekgebied voor windturbine parken en / of zonneparken De kaartjes van de zoekgebieden dienen hierop aangepast te worden.
Voorstel is om een gevoeligheidsanalyse op het energiesysteem in het planMER op te nemen, om de alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Deze nieuwe informa e is inderdaad bekend geworden jdens de zienswijzeperiode van deze No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De uitgangspunten in dit NRD zijn gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving, kaders en beleid. De beleidslijn grote rivieren (Bgr) zit op dit moment nog in de beslissingsprocedure. Zo is het nog onduidelijk wat verstaan wordt Wij baseren ons voor het laatste punt op de recente kamerbrief (25 november 2022) van de minister en staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat. Link naar de brief: onder bebouwing en of windturbines en zonnevelden hieronder vallen. Hier is de brief niet helder over. h ps://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend Op het moment dat de Bgr jdig wordt aangepast, dan wordt de nieuwe informa e meegenomen in dit onderzoek. In een De volgende citaten uit de brief ondersteunen onze zienswijze: ander geval kan de nieuwe informa e een plek krijgen in passende m.e.r. procedus en ProjectMER'en op het moment dat zich “We st aan in de uiterwaarden (die vallen onder de Beleidslijn grote rivieren) geen nieuwe bebouwing meer toe. Daarmee maken we onze rivieren klimaatrobuuster en een energieproject aandient. voorkomen we toenemende schade. Par jen houden hier vanaf heden rekening mee.
Er wordt onderzocht hoe de Beleidslijn grote rivieren (Bgr) wordt aangescherpt. Dit is niet van toepassing op ontwikkelloca es, waar met het Rijk reeds bestuurlijke beleids)afspraken over zijn gemaakt.” en “Geen nieuwe bebouwing in het rivierbed De koers wordt om geen nieuwe bebouwing in de uiterwaarden meer toe te staan. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe ac viteiten of objecten in het rivierbed de plannen voor toekomstbestendigere rivieren duurder of onmogelijk maken. Ook wordt verdere schade voorkomen bij hoge waterstan den of overstromingen. De Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) wordt hiervoor in 2023 geëvalueerd en aangescherpt” Het laatste citaat maakt duidelijk dat dit over bebouwing en objecten gaat, en wij zien de overheden die samenwerken in de RES als par j en die hier vanaf heden rekening mee dient te houden.
Heumen
Dorpsraad Nederasselt Windkracht Heumen
Navolgbaarheid: Wij zijn van mening dat er vele aspecten zijn waarop dit rapport onnavolgbaar is. Het is vaak niet duidelijk op basis van welke aspecten een gebied geselecteerd wordt en hoe de grenzen ervan bepaald zijn. Wij zijn bekend met het feit dat er so ware beschikbaar is om zoekgebieden te evalueren en gaan ervan uit dat die gebruikt is. Voor ons oordeel is het belangrijk dat ook voor ons als inwoners van het gebied navolgbaar is hoe selec e plaatsvindt. Dat zal leiden tot een beter begrip en meer duidelijkheid over de gemaakte afwegingen. Ons inziens is dit essen eel om het vertrouwen tussen burger en overheid in dit proces te bewaren.
Voor geluid nemen we een dergelijke toelich ng op in de milieueffectrapportage. Voor slagschaduw geldt dat dit niet wordt beoordeeld in het in dit milieueffectonderzoek. Op projectniveau is dat uiteraard wel het geval. Op regioniveau zijn de geluidscontouren echter maatgevend.
Onderstaande zijn wat dit betre belangrijke sugges es voor verbetering die we hier als zienswijze presenteren: (1) Referen e molens - goed dat deze referen e molens in het rapport staan. Vul dit aan met een geluidscontour van de referen e molens en een slagschaduw contour van de betreffende molens (van bovenaf gezien) zodat voor lezers duidelijk is wat de verwachte contouren zijn. Met name voor geluid is het ons duidelijk dat dit af kan hangen van de windrich ng en sterkte maar dat laat nog steeds de mogelijkheid een gemiddelde” contour te tonen (ZW windkracht 4) en aan te geven hoe dit kan variëren Heumen