CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2- Toetsingsadvies Commissie MER op planMER RES AN

Commissievergadering Wijchen 18 januari 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 129638 beslisnota raad Onderzoek naar een gedragen visie op wind- en zonne-energie in Wijchen3.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale Energiestrategie 2.0 Arnhem Nijmegen

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 2 november 2023 / projectnummer 3679

1

Advies over het MER in het kort De Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen (verder GMR) heeft informatie verzameld over zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden (verder wind en zon) voor de Regionale Energiestrategie (RES) 2.0. Daarnaast onderzoekt de GMR de mogelijkheden voor het gebruik van diverse warmtebronnen in de regio. De milieugevolgen van een RES 2.0 zijn onderzocht in een milieueffectrapport (verder MER). Hieronder zijn ter illustratie in figuur 1 de zoekgebieden voor wind (ashoogte 166 meter) uit het MER weergegeven. GMR heeft de Commissie begin oktober 2023 in een memo op de hoogte gebracht van de laatste actualiteiten in de regio.1 Hieruit volgt onder meer dat er geen regiobreed-besluit over een RES 2.0 meer aan de orde is. GMR heeft de Commissie desondanks gevraagd te adviseren over de juistheid en de volledigheid van het al opgestelde MER. Hieronder gaat de Commissie eerst in op de consequenties van de actualisatiememo1. Verderop in dit advies reageert de Commissie op de kwaliteit en volledigheid van de verzamelde milieu-informatie.

Figuur 1, geschiktheidskaart voor windturbines met een ashoogte van 166 meter (bron: pagina 20 samenvatting MER).

Consequenties gewijzigde besluitvormingsaanpak wind en zon, meer lokaal georganiseerd Dit is landelijk het eerste MER voor een RES 2.0 dat afgerond is en waarover de Commissie adviseert. Aanvankelijk begreep de Commissie dat met behulp van dit MER op regio-niveau min of meer definitieve besluiten over de zoekgebieden voor wind en zon genomen zouden worden. In andere woorden nu al zoveel mogelijk over de 'waar'-vraag van toekomstige

1

Zie hiervoor de GMR-memo: ‘Laatste actualiteiten RES Arnhem-Nijmegen’, e-mail aan de Commissie, d.d. 4 oktober 2023.

-1-

energieprojecten besluiten.2 Dit was nodig vanwege de afspraak uit het Klimaatakkoord3 over het mogelijk maken van vergunningverlening voor de energieprojecten van GMR uiterlijk op 1 januari 2025. Het advies van de Commissie over de NRD2 was ook in lijn met deze veronderstelling. GMR heeft de Commissie begin oktober 2023 in een memo op de hoogte gebracht van de veranderingen in het besluitvormingsproces.1 Daaruit blijkt dat: 

geen regiobreed-besluit over een RES 2.0 aan de orde is. Reden hiervoor is dat de regiogemeenten en provincie Gelderland het bod en de kaders van hun RES 1.0 niet opnieuw ter discussie willen stellen;

bestaande RES 1.0-afspraken wel nader uitgewerkt worden. Eén van die afspraken is het verbeteren van de verhouding tussen wind en zon door extra zoekgebieden voor wind toe te voegen. Lokaal draagvlak en gemeentelijke ruimtelijke besluiten zijn daarbij de drijvende kracht;

concrete locatieafwegingen en -keuzes over wind en zon (in andere woorden: het beantwoorden van de ‘waar’-vraag) dus pas later op gemeentelijk niveau aan de orde zijn;

duidelijkheid over hoe vervolgprocedures voor energieprojecten, binnen gemeenten en bij de provincie, er precies uit gaan zien er nu nog niet is. Deze procedures verschillen ook per gemeente. Het gaat dan om bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsbesluiten en/of bij gemeentelijke of provinciale vergunningsprocedures.

Een milieueffectrapport is in Nederland altijd gekoppeld aan een te nemen besluit, en bedoeld om dit specifieke besluit van milieu-informatie te voorzien en alternatieven daarvoor te onderzoeken. In dit geval is dat een besluit over de RES 2.0. Milieueffectrapporten en besluiten moeten daarom in Nederland goed op elkaar aansluiten.4 Nu een dergelijk besluit achterwege blijft, is het MER in die zin geen formeel milieueffectrapport meer, maar een verzameling van feitelijke milieu-informatie die hergebruikt kan worden door overheden die samenwerken binnen de GMR. De Commissie heeft het MER in dit advies ook als zodanig getoetst. Vanwege de voornoemde gewijzigde besluitvormingsprocedure gaat de Commissie er in dit advies vanuit dat het MER een beperkte reikwijdte heeft en alleen gaat over het aanleveren van feitelijke informatie aan regiogemeenten en de provincie, bedoeld om tussentijds te helpen bij: 

gesprekken over zoekgebieden en de milieueffecten die optreden door windturbineparken en zonnevelden;

het verbeteren van de verhouding wind/zon uit de RES 1.0.5

De Commissie gaat er in dit advies ook vanuit dat formele afwegingen en besluitvorming over de zoekgebieden later lokaal nog plaatsvinden in Omgevings- en vergunningbesluiten bij de gemeenten en/of door de provincie Gelderland6 en dat daarvoor ook de bijbehorende milieueffectrapporten nog worden opgesteld. 2

3 4

5 6

Zie ook de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van GMR, pagina 8: ‘’...Het doel is vergunningverlening voor de

energieprojecten uiterlijk op 1 januari 2025 om realisatie voor 2030 mogelijk te maken’. Klimaatakkoord. Een MER onderzoekt normaliter dan ook realistische alternatieven (op grond van een doelstelling) en bevat een vergelijking daartussen met een voorkeursalternatief als resultaat. In de RES 1.0 is afgesproken om te werken aan een betere verhouding tussen wind en zon (nu relatief veel zon). Bijvoorbeeld in het kader van provinciale coördinatie van besluiten over windparken onder de Elektriciteitswet 1998.

-2-

Wat is het advies van de Commissie? Het MER bevat een nieuwe GIS7-analyse die veel digitale basisinformatie oplevert voor GMR en kan dienen als basis voor de gesprekken met de aangesloten gemeenten. Er zijn alternatieven voor de duurzame elektriciteitsopwekking met wind en zon gemaakt. Dit is gebeurd voor de leidende thema’s landschap, natuur en leefbaarheid. Daarbij is aangegeven welke totale energieopbrengst per kaart (thema) te realiseren is (wanneer alle kansrijke gebieden worden benut). Ook is hiermee een eerste haalbaarheidscontrole uitgevoerd op de eerder in de RES 1.0 opgenomen zoekgebieden voor zon en wind. Voor warmtebronnen en warmteopslag zijn locaties aangegeven die vanuit milieuperspectief niet haalbaar zijn of bij voorkeur vermeden moeten worden. Ook is op hoofdlijnen inzicht geven in waar milieueffecten kunnen optreden. De Commissie vindt het positief dat hiermee verdere stappen zijn gezet in de informatieverzameling voor de GMR. Zoals gezegd is de scope van het MER beperkt. Echter ook voor een MER dat alleen bedoeld is om gemeenten tussentijds feitelijke informatie over zoekgebieden voor wind en zon aan te leveren is de informatie over natuur en landschap nog onvoldoende. Het gaat om het volgende: 

de regio heeft nu geen antwoord op de vraag of vanuit natuur vrijelijk te kiezen is tussen zoekgebieden of dat er (toch) relevante milieuverschillen zijn en/of onmogelijkheden;

bij het landschapsalternatief vraagt de Commissie zich af of alle zoekgebieden daarin wel even ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ zijn vanuit landschappelijk perspectief.

De Commissie vindt het essentieel dit MER aan te vullen met informatie over natuur en landschap om het belang van het milieu een volwaardige rol te kunnen geven bij gesprekken met de regiogemeenten.8 De Commissie vraagt daarbij om de kaarten in de aanvulling te voorzien van een helderde(r) legenda en toelichting. Daardoor wordt duidelijk wat daarop getoond wordt en wat dit precies betekent voor toekomstige locatiekeuzes voor zon en wind (wat 'zeggen’ de vlekken op de kaarten precies?).9,10 Doordat het onderzoek naar concretisering van de zoekgebieden en milieugevolgen én naar samenhang tussen zoekgebieden achterwege is gebleven is volgens de Commissie een reëel risico ontstaan op vertraging bij de uitvoering van duurzame energieprojecten en daarmee ook voor het tijdig behalen van de voorziene bijdrage van GMR aan het Klimaatakkoord. Ook vraagt de Commissie bij de gemeenten aandacht voor de vraag hoe de samenhang tussen zoekgebieden in de regio nu wel bewaakt gaat worden, bijvoorbeeld om onbedoelde stapeling van milieueffecten (cumulatie) te voorkomen.

7

GIS staat voor Geografisch Informatie Systeem. Verschillende soorten digitale informatie worden hierbij geïntegreerd.

8

De regio geeft in het MER op pagina 150 aan dat het MER later nog uitgebreid of geactualiseerd zal worden. Mogelijk kan de

9

Zo lijkt het er bijvoorbeeld op dat elke gekleurde vlek in afbeelding 2.6 (samenvatting milieubeoordeling windturbines

aanvulling hiermee gecombineerd worden.

ashoogte 120 m) in potentie mogelijkheden voor windturbines aanduidt, maar dat dit slechts op één van de milieuthema's het geval is en dus (!?) op andere thema's (zie losse kaarten onder afbeelding 2.5) wellicht geen mogelijkheden biedt. Een

goede uitleg over de totstandkoming van de kaartweergave en hoe de legenda's geïnterpreteerd moeten worden (zowel van de deelaspecten als van de conclusie) kan hieraan bijdragen. 10

Op basis van de (vele) kaarten in het MER is het voor de Commissie erg lastig een goed overzicht te verkrijgen wat er nu

echt haalbaar is voor de plaatsing van wind en zon.

-3-

Gemeenten en de provincie Gelderland zullen dit ‘informatiegat’ nu later zelf nog moeten aanvullen. Eerdere NRD-adviezen aan de GMR regio11 én aan de provincie Gelderland12 beschrijven het volgens de Commissie nog noodzakelijke onderzoek. De Commissie heeft begrepen dat GMR zich van deze risico’s bewust is en nadenkt over de opzet van een ‘regionaal programma realisatiekracht’1 om over gemeentegrenzen heen te kijken en ook gemeenten met een kleine ambtelijke organisatie daarbij te ondersteunen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel verder toe en geeft ze ook een aanbeveling voor het vervolgtraject over de ‘geografische matching’ van regionale warmtebronnen en -afnemers. Aanleiding MER De GMR heeft het Rijk in de RES 1.0 een bod gedaan om in 2030 1,62 TWh duurzame energie op te wekken door windturbines, zonnevelden en zon op dak. Daarnaast heeft de GMR de mogelijkheden voor het gebruik van diverse warmtebronnen in de regio onderzocht.13 GMR wilde eerder met het planMER voor een RES 2.0 haar bevoegde gezagen vanuit de milieuaspecten beslisinformatie bieden, onder meer voor het bepalen van de (extra) zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden in de RES 2.0. Inmiddels is bekend dat er geen regiobreed-besluit over een RES 2.0 volgt.

Afwegingen en besluitvorming over gebieden vindt nu later nog lokaal plaats bij de gemeente (Omgevingbesluiten en -vergunningen) en/of door de provincie Gelderland (provinciale omgevingsverordening en besluiten in het kader van provinciale coördinatieprocedures6). Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de samenwerkende overheden van de RES-regio GMR - besluit over een RES 2.0. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3679 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

2

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de samenwerkende overheden in de GMR-regio. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

11 12 13

NRD-advies Commissie over het MER voor de RES 2.0 Van de GMR, zie paragraaf 3.2.

NRD-advies Commissie over het MER voor ‘Windenergie en RES provincie Gelderland’, zie paragraven 3.3 en 3.4. Eerder adviseerde de Commissie ook over de RES 1.0 van de GMR, zie www.commissiemer.nl/adviezen/3589.

-4-

2.1

Natuurgevolgen niet onderscheidend in beeld Het MER bevat geen onderzoek dat specifiek ingaat op het verschil in effecten tussen locaties tegen de Veluwe aan, in het Rivierengebied en daarbuiten. De Commissie adviseerde dit eerder omdat natuurwaarden en -doelen in deze gebieden sterk verschillen. Ook ‘vogeldynamiek’ (zoals vliegbewegingen) en ‘versnippering’ in het rivierengebied, is niet specifiek onderzocht.14 In het MER zijn effecten dus niet specifiek beoordeeld. Zo zijn bijvoorbeeld de effecten rondom Vogelrichtlijngebieden en ganzenrustgebieden altijd als maximaal ‘licht negatief’ (0/-) beoordeeld. Windturbines binnen GNN15 scoren per definitie ‘negatief’ (-), en binnen Natura 2000-gebieden ‘sterk negatief’(--). Weidevogelgebieden16 en beschermde soorten17 spelen geen rol in de beoordeling. Het MER voert kennisleemtes als reden voor de wijze van effectbeoordeling op en stelt terecht dat nader onderzoek noodzakelijk is. De Commissie kan deze conclusie echter niet volgen. Zij had verwacht - en vond het ook noodzakelijk - dat kennisleemtes juist in het kader van dit MER beter ingevuld zouden worden. Deze informatie is namelijk uitermate relevant voor een RES 2.0, én ook voor gesprekken over de zoekgebieden door de regiogemeenten. Door de onderzoeksaanpak in het MER kan er nu nooit een te negatief effect optreden op of rondom een natuurgebied.

Daardoor kunnen natuureffecten zijn onderschat en komen verschillen tussen effecten op beschermde natuurgebieden nooit in beeld, ze scoren namelijk altijd hetzelfde. Ook ontbreekt inzicht in aanwezigheid van en daarmee effecten op beschermde soorten. De regiogemeenten hebben nu geen antwoord op de vraag of vanuit natuur vrijelijk te kiezen is tussen zoekgebieden of dat er (toch) relevante milieuverschillen zijn en/of onmogelijkheden. Natuur kan op deze wijze geen volwaardige rol spelen bij gesprekken over zoekgebieden. Ook voor het verbeteren van de verhouding wind/zon is alsnog natuuronderzoek op maat nodig. De Commissie vindt het essentieel voor het besluit dat de natuurgevolgen van de zoekgebieden voor wind en zon in een aanvulling op het MER alsnog wél voldoende onderscheidend in beeld worden gebracht. Reden hiervoor is dat gevolgen voor de natuur volgens de Commissie een volwaardige rol moeten kunnen spelen bij gesprekken over zoekgebieden voor wind en zon en over het verbeteren van de verhouding wind/zon.

14

De Commissie wijst in dit kader ook op het lopende natuur onderzoek Wespendief en windenergie Veluwe, waarover de

Commissie ook adviseert, zie Adviezen - Commissiemer.nl. Mogelijk zullen vanwege dit onderzoek nog potentiële

zoekgebieden uit de RES 1.0 en/of het MER moeten afvallen. Dit kan betekenen dat dan andere gebieden nodig zijn om de energieambitie van de regio te halen. 15 16

Gelders Natuurnetwerk.

Deze worden volgens het MER niet meer beoordeeld omdat hierbinnen geen afwijking van de provinciale Omgevingsvisie

mogelijk is. Realisatie buiten weidevogelgebieden kan wel leiden tot negatieve effecten, de verstoringsafstand van de

meeste weidevogels is zeker meer dan een halve rotordiameter. Daarmee zijn wel effecten te onderscheiden nabij deze gebieden merkt de Commissie op. 17

Ondanks het gebruik van de risicokaart, wordt geen onderscheid gemaakt in beoordeling. Hierdoor ontbreekt inzicht in

aanwezigheid en daarmee effecten op beschermde soorten. De tekst in het MER suggereert dat er voor alle soorten (vogels en vleermuizen) en alle ontwikkelingen risicokaarten zijn. Uit het deelrapport Natuur (Bijlage-V) blijkt echter dat er alleen een risicokaart van vogels voor windturbines beschikbaar is.

-5-

2.2

Landschapsalternatief De landschapsanalyse in het MER beperkt zich tot een typering en waardering van de in het studiegebied aanwezige landschappen. De nadruk ligt daarbij op de aantasting van kwalitatief hoogwaardige landschappen (door vervaging, doorsnijding), maar niet op de wijze waarop wind en zon in het landschap kunnen worden ingepast. Ook gaat het MER niet in op de kansen om met behulp van een duidelijke visie energieprojecten en landschap op elkaar te laten aansluiten. Het rapport geeft hierover alleen aan dat ervoor gekozen is om geen aanvullende landschapsanalyses uit te voeren. Daarom is in het landschapsalternatief gekozen om alleen gebieden uit te sluiten (‘ongeschikt’) en is er geen samenhangende landschapsvisie opgesteld om gebieden te selecteren.18 Voor wind leidt deze keuze tot zoekgebieden die zich vooral concentreren bij landschappelijk minder gewaardeerde en beschermde gebieden, zoals in de buurt van grootschalige infrastructuur. Voor zon blijven (erg) veel losse vlekken van zoekgebieden over die naar oordeel van de Commissie geen samenhangend landschapsalternatief kunnen vormen. De Commissie vraagt zich af of alle gebieden in het landschapalternatief wel even ‘geschikt’ zijn vanuit landschappelijk perspectief zoals uit het MER in tabel 7.3 lijkt te volgen.

Of zijn er (toch) relevante milieuverschillen die voor een andere (beperktere) selectie van zoekgebieden in dit alternatief pleiten? Hiervoor is het nodig de selectie van zoekgebieden in het landschapsalternatief alsnog te verfijnen door een analyse te maken welk type opstellingen wind en zon passen bij de verschillende landschaptypes in de regio. Laat zien wat dit betekent voor de selectie van zoekgebieden en hoeveel energie er dan opgewekt kan worden. De Commissie vindt het essentieel voor het besluit dat een aanvulling op het MER de gevolgen voor het landschap wél voldoende onderscheidend in beeld brengt, zodat hier desgewenst rekening mee gehouden kan worden bij gesprekken over zoekgebieden voor wind en zon en over het verbeteren van de verhouding wind/zon. Maak hiertoe een analyse welk type opstellingen wind en zon passen bij de verschillende landschapstypes in de regio. Verfijn vervolgens hiermee de selectie van gebieden in het landschapsalternatief.

2.3

Samenhang en cumulatie gebieden wind en zon niet in beeld Door de beperkte scope van het MER bestaat de kans dat nu onvoldoende rekening gehouden wordt met de cumulatieve effecten op natuur en landschap. Doordat nu geen regiobreedbesluit over een RES 2.0 wordt genomen is straks bij vervolgbesluiten door gemeenten en provincie onduidelijk waarvan (welke concrete sets mogelijke zoekgebieden) cumulatieve effecten op natuur bepaald moeten worden. Voor landschap geldt iets vergelijkbaars. Ook hier is onduidelijk waarvan (welke concrete sets mogelijke zoekgebieden) cumulatieve effecten op het landschap bepaald moeten worden. Een landschapsvisie18 helpt in deze situatie. Zoals ook in hoofdstuk 1 van dit advies vermeld is, is dit een belangrijk leemte in informatie. Daarmee is het invullen daarvan een aandachtspunt bij vervolgbesluitvorming

18

Een dergelijke visie helpt bijvoorbeeld om landschappelijke samenhang tussen zoekgebieden te creëren en om

versnippering tegen te gaan.

-6-

door de gemeenten en bij de provincie Gelderland. Eerdere NRD-adviezen aan de GMR regio11 én aan de provincie Gelderland12 beschrijven het volgens de Commissie nog noodzakelijke onderzoek.

2.4

Warmte vervolgtrajecten Zoals gezegd vindt de Commissie het positief dat in het MER voor warmtebronnen en warmteopslag locaties zijn aangeduid die vanuit milieuperspectief niet haalbaar zijn of bij voorkeur vermeden moeten worden. In de bijlage ‘Notitie energiesysteem planMER RES GMR Arnhem-Nijmegen’ van het MER is uitgebreid ingegaan op zon/wind, een net-impact analyse en geografische matching van grote verbruikers in de buurt van wind/zon om het gebruik van het netwerk voor elektriciteitstransport te minimaliseren. De eerder door de Commissie voorgestelde ‘geografische matching’ van locaties van warmtebronnen en mogelijke afnemers van de warmtestructuurkaart is echter achterwege gebleven. Reden is dat GMR, in tegenstelling tot de Commissie, dit niet vindt passen bij het karakter van een strategisch MER.19 Consequentie hiervan is dat hierdoor op dit moment geen goed zicht is op de milieuconsequenties van bovenregionale keuzes over warmte. Tegelijkertijd heeft de Commissie begrepen van GMR dat al wel gesprekken lopen over bijvoorbeeld geothermie en bovenregionale warmtenetten.20 Vanuit het oogpunt om snelheid te maken, kan de Commissie een dergelijke werkwijze volgen. Formele afwegingen en besluitvorming over bovenregionale warmte-oplossingen voor zowel bronnen, transport als opslag, hebben echter nog niet plaatsgevonden.

De milieugevolgen zijn ook niet vooraf overzichtelijk en transparant in beeld gebracht. De Commissie beveelt daarom aan om alsnog een bovenregionale ‘geografische matching’ van locaties van warmtebronnen en mogelijke afnemers van de warmtestructuurkaart uit te voeren, zodat deze een rol kan spelen bij de onderbouwing van latere vervolgbesluiten over geothermie en bovenregionale warmtenetten.

19 20

Zie voor deze reden bijlage IV pagina 3 van het MER.

Zie bijvoorbeeld onderdeel warmte uit de voortgangsrapportage van GMR (augustus 2023), pagina 13.

-7-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA ir. Annemie Burger (voorzitter) dr. Theo Fens ir. Arjen Goutbeek drs. Sjoerd Harkema (secretaris) Jasper Hugtenburg MSc MLA Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Nvt (eerder regiobreed-besluit over een RES 2.0) Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. GMR wilde eerder met het planMER voor een RES 2.0 haar bevoegde gezagen vanuit de milieuaspecten beslisinformatie bieden, onder meer voor het bepalen van de (extra) zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden in de RES 2.0. Zie bijlage 1 van het advies a3679rd (commissiemer.nl) voor een toelichting op de m.e.r.-plicht van een RES 2.0. Inmiddels is bekend dat er geen regiobreed-besluit over een RES 2.0 volgt. Afwegingen en besluitvorming over gebieden vindt nu later nog lokaal plaats bij de gemeente (Omgevingbesluiten en -vergunningen) en/of door de provincie Gelderland (provinciale omgevingsverordening en besluiten in het kader van provinciale coördinatieprocedures). Bevoegd gezag Samenwerkende overheden van de RES-regio GMR Initiatiefnemer Samenwerkende overheden van de RES-regio GMR Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3679 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=8653b56b-76e5-4ac2-8dbf-e6cc141c2fb9