Bijlage 2 - Toelichting wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Wijchen
Tekst van het document
Toelichting Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Bij voorstel van 24 oktober 2023, iBabs nummer 5151; Wijzigingen i.v.m. de Omgevingswet Algemeen: De Algemene plaatselijke verordening Wijchen bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Artikelsgewijs Artikel 1:1, 1:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:14, 2:21, 2:28, 2:29, 2:39, 2:60), 3:6, 3:13, 4:1, 4:5, 4:6, 4:13, 4:15, 4:17, 4:18, 5:5, 5:6, 5:18, 5:20, 5:24, 5:25, 5:28, 5:30, 5:32 en 5:34. In deze artikelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe. Artikel 1:1 In dit artikel wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de Apv. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.
Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de Apv staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikelen 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6 In deze artikelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing zijn op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow.
Artikel 2:71 In dit artikel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de Apv wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie.
Artikel 4:1 en 4:5 Deze artikelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de Apv uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen. Artikel 4:15 Artikel 4:15, tweede lid, wordt aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Artikel 4:17 De definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 wordt aangepast.
Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Inhoudelijke wijzigingen Artikelsgewijs Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen. Dit is een inhoudelijke wijziging. De huidige Apv regelt dat het college perioden kan aanwijzen. Dit is voor handhaving niet praktisch. In overleg met de brandweer is er voor gekozen om dit artikel te koppelen aan het risico-instrument van de brandweer (dat staat op Home (natuurbrandrisico.nl)). Zodra er verhoogd risico op een natuurbrand optreedt, geldt dan automatisch het verbod. Hiermee voorkomen we dat er een vaste periode moet worden aangewezen of dat het college aanwijzingsbesluiten moet nemen. Artikel 2:25a Termijnen aanvragen evenementenvergunning. Dit is een inhoudelijke wijziging. Bij evenementen komt steeds meer regelgeving kijken waaraan organisatoren moeten voldoen en waar aanvragen aan getoetst moeten worden.
Het is van belang dat de organisatie van een evenement een volledige en kwalitatief goede aanvraag indient bij de gemeente. Aanvragen die niet compleet of kwalitatief onvoldoende zijn hebben tot gevolg dat de aanvragen niet binnen de wettelijke beslistermijn beoordeeld kunnen worden. In de praktijk is gebleken dat vergunningen daardoor in sommige gevallen pas heel kort voor het evenement worden verstrekt. Dit is niet wenselijk. Ook zorgt dit ervoor dat GHOR, Brandweer en Politie niet tijdig kunnen adviseren. Voor organisatoren is het bovendien fijn dat de gemeente meer maatwerk kan verlenen bij evenementen als er gewerkt wordt met een ruimere aanvraagtermijn. Zo is er dan bijvoorbeeld nog tijd om een tweede advies te vragen bij de hulpdiensten bij een aangepast plan vanuit de organisatie.
Daarnaast is het van belang dat er tijdig keuzes worden gemaakt over wanneer, welke capaciteit wordt ingezet. Met de verruiming van de aanvraagtermijn kan de noodzakelijke (advies)capaciteit en gekozen behandelaanpak (A, B of C) tijdig worden bepaald. Alle gemeenten in Tweestromenland hebben afgesproken de aanvraagtermijn van B evenementen naar 12 weken te zetten. Dat geeft ook eenduidigheid aan de organisatoren. Artikel 5:1 Deelmobiliteit. Dit is een inhoudelijke wijziging. Op dit moment is het mogelijk dat commerciële partijen voertuigen voor deelmobiliteit aanbieden in Wijchen zonder dat daar een vergunning voor nodig is. Dat zou kunnen leiden tot een vervuild straatbeeld met rondslingerende deelscooters of –fietsen. Ook kan het er toe leiden dat te veel parkeerplaatsen langdurig bezet worden gehouden door deelauto’s. Dat is niet wenselijk. In Wijchen loopt een pilot met een aanbieder voor deelscooters. Op basis van de resultaten van deze pilot zal worden gekeken of er nadere regels moeten worden opgesteld en zo ja, welke. Artikel 6:5 Overgangsbepalingen. Dit is een inhoudelijke wijziging. De overgangsbepaling met betrekking tot artikel 2:28 is door tijdverloop inmiddels niet meer van toepassing. Het is wenselijk een overgangsbepaling op te nemen voor de exploitant die de pilot draait.
Dit omdat de pilot nog doorloopt na de inwerkingtreding van de vergunningplicht van artikel 5:1. Artikel II van het wijzigingsbesluit, Inwerkingtreding Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Ow in werking treedt, aldus 1 januari 2024. Tevens geldt deze datum als datum voor de inwerkingtreding van de inhoudelijke wijzigingen. Het tweede lid wijkt hiervan af voor de artikelen 4:1 en 4:5. Zie de toelichting op die artikelen. Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde Apvbepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting (de artikelen 4:1 tot en met 4:5 Apv). Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow.