Bijlage 2: Regels TAM-omgevingsplan Eindsestraat 32
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen
4 4 5 10
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5
Specifieke regels over functies Agrarisch met waarden – 1 Wonen - 1
12 12 15
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels over functies Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bouwactiviteit - algemeen Maatwerkvoorschrift
21 21 21 21 21 22
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Regels ter bescherming van waarden en objecten Leiding – Gas Waarde - Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3 Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied
23 23 25 27 30
Hoofdstuk 5 Artikel 15
Overgangsregels Overgangsrecht
31 31
Bijlage 1. Landschappelijk inpassingsplan
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Regels
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende bepalingen
Toepassingsbereik
Omgevingsplan Wijchen
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Wijchen in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Wijchen een hoofdstuk 22g wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22g van het omgevingsplan Wijchen. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22g.’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22g.’ gelezen worden. 1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan. 1.4
Verwijzing naar verbeelding
De regels van dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat32-VG01.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Artikel 2
Begripsbepalingen
2.1 Van toepassing verklaring Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan. 2.2 Aanvullende begrippen In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.46 gehanteerd. 2.3 Plan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat32-VG01 van de gemeente Wijchen bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat32-VG01 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.4 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit Het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
2.5 Aan huis verbonden beroep Een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 2.6 Aardkundige waarde Gebieden met waardevolle aardkundige elementen met betrekking tot reliëf en bodem die een bepaalde (beperkte) mate van bescherming genieten. 2.7 Afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht. 2.8 Agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren en andere dieren ten behoeve van de agrarische producten zoals (sier)vissen, wormen en bijen; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en paardenhouderijen. 2.9 Archeologische waarden Waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
2.10 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.11 Bed & breakfast Een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 2.12
Bestaand(e situatie)
•
t.a.v. bebouwing: Bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
•
t.a.v. gebruik: Het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
•
t.a.v. werken of werkzaamheden: Zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel toegestaan krachtens omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2.13 Bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning 2.14 Bijgebouw Een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat hetzij functioneel hetzij door zijn situering of afmeting ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte 2.15 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. 2.16 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.17 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.18 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.19 Bouwwerk, geen gebouw zijnde Een bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 6
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
2.20 Bouwwijze De wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c.
onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap);
d. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd. 2.21 Cultuurhistorische waarde De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur. 2.22 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.23 Extensief recreatief medegebruik Die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie. 2.24 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 2.25 Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, inclusief daarbij behorende aan- en uitbouwen.
2.26 Huishouden Eén of meerdere personen, die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn. 2.27 Kleine windturbine Windturbine bedoeld voor het leveren van stroom aan de/het ter plaatse aanwezige woning/bedrijf, waarbij reststroom aan het net doorgezet kan worden. De windturbine heeft een ashoogte van niet meer dan 15 meter en een tiphoogte van niet meer dan 20 meter.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
2.28 Kuilvoerplaat Agrarische bedrijfsvoorziening in de vorm van een gesloten (doorgaans betonnen) vloer ten behoeve van opslag van veevoeder (hooi, stro, gras e.d.). 2.29 Landschappelijke waarde De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 2.30 Levensloopgeschikte grondgebonden woning Een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen. De woning is rollator toe- en doorgankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, toilet) bevinden zich op de begane grond. De leefruimten zijn zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein zo veel mogelijk drempelloos toegankelijk. 2.31 Locatievlak Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 2.32 Mestplaat Constructie in de vorm van een verharde vloer, al dan niet voorzien van keerwanden bedoeld voor de opslag van meststoffen 2.33 Natuurwaarde De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
2.34 Nevenactiviteit Activiteiten die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een bouwperceel. 2.35 Overkapping/ carport Een dakconstructie, vrijstaand met maximaal één wand, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw. 2.36 Paardenbak Een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining. 2.37 Permanente bewoning Bewoning van een bouwwerk waarbij sprake is van gebruik van het object als hoofdverblijf zoals bedoeld in de wet GBA en/of er geen sprake is van een hoofdverblijf elders. 2.38 Schuilstal Gebouw ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid aan gehouden dieren welke noodzakelijk is in het kader van dierenwelzijn.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 8
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
2.39 Sleufsilo Agrarische bedrijfsvoorziening in de vorm van een (doorgaans betonnen) keerwand van maximaal 3 m hoog en dichte vloerafdekking, ten behoeve van opslag van veevoeder (hooi, stro, gras e.d.). 2.40 Sociale relatie De band tussen twee of meerdere mensen op maatschappelijk (sociaal) gebied. Dit kan een familieband zijn maar ook een andere relatie is mogelijk bijvoorbeeld vrienden. 2.41 Teeltondersteunende voorzieningen Ondersteunende voorzieningen ten behoeve van vollegronds groente-, fruit-, bloemen, en boomteelt; te onderscheiden in de volgende categorieën: •
laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend nodig zolang de teelt het vereist zoals insectengaas, afdekfolies, acryldoek, lage tunnels;
•
laag/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m en met een permanent karakter zoals een containerveld;
•
hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend nodig zolang de teelt het vereist, zoals menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten (tijdelijk voorzover het het gebruik van hagelnetten betreft; de bij de hagelnetten behorende constructiepalen zijn permanent);
•
hoog/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m met een permanent karakter, zoals stellingenteelt en regenkappen.
2.42 Vloeroppervlak(te) De totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt. 2.43 Voorgevelrooilijn De denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: •
gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel;
•
gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand.
2.44 Vrijstaand bijgebouw Een bijgebouw, dat fysiek geheel los staat van enig ander gebouw, dan wel slechts met een ander gebouw verbonden is door een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals een overkapping of pergola. 2.45 Waterhuishoudkundige doeleinden Doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d. 2.46 Wonen Het verblijven van één huishouden in een woning.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
2.47 Woning/wooneenheid Een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 2.48 Zorg-voor-elkaar-woning Een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de (hoofd)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van (toekomstige) mantelzorg dan wel een leeftijd van 60 of ouder gehuisvest is. Het kan hierbij gaan om een permanent bijbehorend bouwwerk of om een tijdelijke woonunit. Er moet sprake zijn van een sociale relatie tussen de bewoners van de (hoofd)woning en de zorg-voor-elkaar-woning.
Artikel 3 3.1
Meet- en rekenbepalingen
Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de meetbepalingen van Artikel 3. 3.2
Afstand van een gebouw tot de perceelsgrens
De afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens. 3.3
Bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel
De oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 3.4
Bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5
Dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 10
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
3.6
Goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.7
Hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 3.8
Inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.9
Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.10
Peil
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
Specifieke regels over functies
Agrarisch met waarden - 1
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.xxxx- is aangewezen voor het gebruiksdoel Agrarisch met waarden - 1. 4.2
Functieomschrijving Agrarisch met waarden - 1
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Agrarisch met waarden - 1 heeft de volgende functies: a. bedrijfsmatig dan wel hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. het beweiden van gronden door landbouwdieren; c. water en waterhuishoudkundige doeleinden; d. extensief recreatief medegebruik; e. doeleinden van openbaar nut; f. tuin- en erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; g. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; h. geluidwerende voorzieningen; i. behoud, beheer en herstel en/of ontwikkeling van de verschillende karakteristieke landschapstypen, de aardkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden, meer specifiek zijnde het kleinschalige karakter en het waarborgen van de dynamiek daarbinnen. De aardkundige waarden worden gevormd door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen. De cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden gevormd door de historische verkavelingstructuur en kleinschaligheid van het landschap en met name door de binnen het gebied voorkomende reliëfrijke bodem, de kronkelende wegen, het door bos en heide ontstane besloten karakter en de voorkomende landschapselementen; j.
ter plaatse van de aanduiding "cultuurhistorische waarden": het behoud, beheer en herstel van de aanwezige cultuurhistorische en monumentale waarden van de gebouwen en de omgeving; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen, tuinen en sloten, en overeenkomstig de in 4.3 opgenomen nadere regels. 4.3
Gebruiksactiviteit - nadere regels
4.3.1
Extensief recreatief medegebruik
De gronden gelegen binnen deze bestemming mogen worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik zijn beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d. 4.3.2
Duurzame energie
Het opwekken van duurzame energie is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie. 4.3.3
Tuin
Het inrichten en gebruiken van gronden als tuin is toegestaan, voorover het gronden betreft, die onderdeel uitmaken van de bij een bedrijfswoning behorende tuin dan wel voor zover het gronden betreft, direct grenzend aan locaties die zijn aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 12
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
4.4
Gebruiksactiviteit - verboden
4.4.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die: a. niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden; en b. niet in overeenstemming is met de in 4.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 4.4.2
Opslaan, storten of bergen
Het is in ieder geval verboden om gronden te (laten) gebruiken voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, tenzij het opslag in het kader van de agrarische of agrarisch gerelateerde productie ten behoeve van een nevenactiviteit buiten het bouwvlak betreft, voor zover deze opslag in het kader van de oogst én voor maximaal één aaneengesloten periode van één maand plaatsvindt. 4.5
Bouwactiviteiten - algemeen
4.5.1
Functionele relatie
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2; 4.6
Bouwactiviteit - bouwwerken buiten het bouwvlak
Voor het oprichten van bouwwerken geldt het volgende: a. uitsluitend mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat het oprichten van sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten niet is toegestaan; b. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximale hoogte van 2 m; c. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan met een hoogte die niet meer mag bedragen dan 3 m, alsmede permanente constructiepalen ten behoeve van de (tijdelijke teeltondersteunende) hagelnetten met een hoogte van maximaal 6 m; d. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan; e. paardenbakken zijn toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de paardenbak dient ten behoeve van hobbymatig gebruik; b. de paardenbak kan redelijkerwijs niet worden gesitueerd binnen het bouwvlak of binnen een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1; c. de paardenbak wordt aansluitend aan het bouwvlak of een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1 gesitueerd; d. de paardenbak wordt zodanig gesitueerd en/of ingepast dat deze geen onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden vormt; e.
schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; f. de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 1200 m²; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. schuilstallen zijn toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de schuilstal dient noodzakelijk te zijn in het kader van dierenwelzijn; b. aannemelijk dient te worden gemaakt dat er geen mogelijkheid bestaat om de schuilstal op te richten binnen het direct aangrenzende, bijbehorende agrarisch bouwperceel, een locatie die is aangewezen als wonen of locatie die is aangewezen als een andere niet agrarische functie; c. de oppervlakte van de schuilstal mag niet meer bedragen dan 30 m²; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; e. bij een schuilstal in de vorm van een hooischelf mag de hoogte van de onderbouw niet meer bedragen dan 2,5 m en de nokhoogte niet meer dan 6 m; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
f.
de schuilstal wordt landschappelijk ingepast; dit betekent dat bij de situering zoveel mogelijk aansluiting dient te worden gezocht bij bestaande landschapselementen, perceelsafscheidingen of aangrenzende bebouwing; g. de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 4.2 onder i genoemde waarden. 4.7
Omgevingsplanactiviteit
4.7.1 Minicampings 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken ten behoeve van een minicamping en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan op gronden gelegen op of direct grenzend aan het agrarisch bouwvlak, tot maximaal 100 m uit het (agrarisch) bouwvlak gerekend vanaf de achtergrens en/of zijdelingse grens van het bouwvlak, of direct grenzend aan de locatie die is aangewezen als wonen, tot maximaal 100 m uit de grens van de locatie van de bij de minicamping behorende woning, gemeten vanaf de achtergrens / zijdelingse grens van de locatie die is aangewezen als Wonen - 1; b. de minicamping dient gesitueerd te zijn op een afstand van minimaal 100 m van een (locatie die is aangewezen als wonen ten behoeve van een) woning van derden; c. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans); d. er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; e.
gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan binnen het agrarisch bouwvlak, met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 50 m2, en een maximale hoogte van 6 m; de voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; f. het inrichten van een recreatieruimte/kantine is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; g. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De initiatiefnemer dient hiertoe een door het bevoegd gezag goed te keuren landschapsplan en realisatie overeenkomst te overleggen; h. de voorziening is uitsluitend toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; i. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l.
het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.2 omschreven waarden; n. Alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. 4.7.2 Teeltondersteunende voorzieningen 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te (laten) gebruiken voor het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen (niet zijnde een bouwwerk). 2. Het bepaalde onder 1 geldt niet voor lage/tijdelijke voorzieningen in de vorm van afdekfolie en insectengaas. 3. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de teeltondersteunende voorzieningen zijn noodzakelijk ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; b. het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen leidt niet tot een onevenredige aantasting van de karakteristiek van onderhavige gronden, zoals omschreven in 4.2. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 14
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Artikel 5 5.1
Wonen - 1
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat32-VG01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1. 5.2
Functieomschrijving Wonen - 1
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1 heeft de volgende functies: a. wonen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - levensloopgeschikte grondgebonden woning’ uitsluitend levensloopgeschikte grondgebonden woningen; c. aan huis verbonden beroep; d. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; e. waterhuishoudkundige doeleinden; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, tuinen en erven en overeenkomstig de in 4.3 opgenomen nadere regels. 5.3
Gebruiksactiviteit - nadere regels
5.3.1
Aantal woningen
Per locatievlak dat is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - 1 is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ het aantal woningen niet meer mag bedragen dan met deze aanduiding is aangeduid. 5.3.2
Aan huis verbonden beroep
Het gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte beroepsactiviteit aan huis is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 80 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte binnen het openbaar gebied; d. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet; e. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen niet zijn toegestaan; f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g. alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan.
5.3.3
Duurzame energie
De opwekking van duurzame energie is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
5.4
Gebruiksactiviteit - verboden
5.4.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden. 5.4.2
Zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen
Het is in ieder geval verboden om vrijstaande bijgebouwen te gebruiken en/of te laten gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte. 5.5
Gebruiksactiviteit - voorwaardelijke verplichting
5.5.1 Landschappelijk inpassingsplan 1. Gebruik overeenkomstig het bepaalde in 5.2 is in het deelgebied aan de Eindsestraat 32 Balgoij enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er binnen een termijn van maximaal 1 jaar na ingebruikname uitvoering is gegeven aan de aanleg en vervolgens instandhouding van het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels. 2. Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde onder 1 en het gebruik als bedoeld onder 1 toestaan, indien er binnen een termijn van maximaal 1 jaar na ingebruikname uitvoering is gegeven aan de aanleg en vervolgens instandhouding van een ander maar naar het oordeel van het bevoegde gezag gelijkwaardig landschappelijk inpassingsplan. 5.6
Bouwactiviteit - algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2. 5.7
Bouwactiviteit - beoordelingsregel situering, maatvoering en bouwwijze
5.7.1 Situering 1. Gebouwen zijn toegestaan binnen een locatie die is aangewezen als Wonen - 1. 2. Indien er binnen een locatie als bedoeld onder 1 een bouwvlak is aangeduid zijn in afwijking van het bepaalde onder 1, gebouwen alleen toegestaan binnen dat bouwvlak. 5.7.2
Maatvoering
Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dient aan de volgende regels te worden voldaan: HOOFDGEBOUW VAN DE WONING
MAX.
goothoogte
4,5 m
(nok)hoogte
7,5 m
inhoud
Zie 5.7.4
BIJGEBOUW BIJ WONING
MAX.
gezamenlijke oppervlakte per woning
120 m²
goothoogte
3m
(nok)hoogte
6m
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 16
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAX.
hoogte erfafscheiding
2m
hoogte carports c.q. overkappingen
3m
oppervlakte van een carport c.q. overkapping
20 m²
hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6m
5.7.3
Bouwwijze
Met betrekking tot de inhoud van woningen geldt het volgende: a. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ is het hoofdgebouw van de woning uitsluitend toegestaan in de bouwwijze ‘vrijstaand’; b. ter plaatse van de aanduiding "twee-aaneen" is het hoofdgebouw van de woning uitsluitend toegestaan in de bouwwijze ‘twee-aaneen’. 5.7.4
Inhoud
Met betrekking tot de inhoud van woningen geldt het volgende: a. indien de bestaande inhoud van een woning kleiner is dan 350 m3 dan mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan 450 m3; b. indien de bestaande inhoud van een woning groter is dan 350 m3 maar kleiner dan 450 m3 dan mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan 600 m3; c. indien de bestaande inhoud van een woning groter is dan 450 m3 maar kleiner dan 800 m3, dan mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan 800 m3; d. indien de bestaande inhoud van de woning 800 m³ of meer dan 800 m³ bedraagt, dan mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan de bestaande inhoud; e. voor zover het een gesplitste woning betreft, geldt de inhoud van voor de splitsing voor de gesplitste woningen gezamenlijk als totale maximale inhoud; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' mag de inhoud van per woning niet meer bedragen dan met deze aanduiding is aangegeven. 5.7.5
Zwembaden
In afwijking van en in aanvulling op het bepaalde in 5.7.2, geldt voor zwembaden, niet zijnde een gebouw het volgende: a. zwembaden mogen uitsluitend op het zij- en/of achtererf worden gebouwd; b. de hoogte bedraagt maximaal 1 m; c. de afstand tot de grens van het bouwperceel bedraagt minimaal 2 m; d. de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m²; e. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken op het zij- en achtererf mag maximaal 50% van de oppervlakte van dat zij- en achtererf bedragen; f. lozing van het zwembadwater op de openbare (druk)riolering is niet toegestaan. 5.7.6
Herbouw
Bij de herbouw van een bestaande woning geldt het volgende: a. de herbouw vindt grotendeels plaats op de (voor zover aanwezig) bestaande fundamenten van de woning; b. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn van de woning; c. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, twee-aaneen of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en).
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
5.7.7
Ondergronds bouwen
Ondergrondse ruimten (kelders) bij woningen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag en mogen uitsluitend worden gesitueerd onder de woning (met inbegrip van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) dan wel tot maximaal 25 m² buiten de woning, alsmede onder de vrijstaande bijgebouwen. 5.8
Bouwactiviteit - afwijken van beoordelingsregels
5.8.1 Situering woning bij herbouw 1. Het bevoegde gezag is bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.7.6 onder b, teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving; e. er moet voldaan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, dat wordt onderbouwd en gevisualiseerd in een terrein-/ beplantingsplan; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 2. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1. 5.8.2 Kapschuur 1.
Het bevoegde gezag is bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 5.7.2 voor zover het de maximale goothoogte van bijgebouwen bij de woning betreft, teneinde een maximale goothoogte van 4,5 m aan één zijde te kunnen toestaan ten behoeve van een zogenaamde kapschuur (schuur met ongelijke goothoogte) met dien verstande dan het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 2. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1. 5.8.3 Kleine windturbines 1. Het bevoegde gezag is bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in 5.7.2 teneinde binnen een locatie die is aangewezen als Wonen 1 de oprichting van 1 kleine windturbine ten behoeve van (aanvullende) stroomvoorziening op het betreffende perceel mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de ashoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 15 m; b. de tiphoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 20 m; c.
het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de activiteit leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 5.2 genoemde waarden. 2. Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 18
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
5.9
Omgevingsplanactiviteit
5.9.1 Bed & Breakfast 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een bed & breakfast. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bed & breakfast is bedoeld voor maximaal 8 personen en er zijn niet meer dan 4 kamers toegestaan; b. deze nevenactiviteit is enkel in de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen toegestaan; c. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; d. de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; e. ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn maximaal 8 (éénpersoons)bedden toegestaan; f. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; g. er wordt een nachtregister bijgehouden; h. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; i. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; k. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; l. alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. 5.9.2 Minicamping 1.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een minicamping inclusief de daarvoor noodzakelijke voorzieningen zoals sanitaire voorzieningen. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. indien de kampeermiddelen worden gesitueerd op een locatie die is aangewezen als agrarisch zijn de voorwaarden van deze functie van toepassing; b. in afwijking van a worden de noodzakelijke voorzieningen, als bedoeld in de aanhef van dit artikel, binnen het locatievlak dat is aangewezen als Wonen - 1 gesitueerd; c. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; e. alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. 5.9.3 Aan huis verbonden bedrijf 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een aan huis verbonden (bedrijfs)activiteit. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
het ten behoeve van de aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen met een maximum van 80 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; d. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
5.9.4 Zorg-voor-elkaar-woning 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een zorg-voor-elkaar-woning. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 wordt alleen verleend als sprake is van één van de volgende situaties: a. er is sprake van een leeftijd van 60 jaar of ouder. In dit geval hoeft de behoefte aan mantelzorg niet te worden aangetoond; of: b. er bestaat aantoonbare behoefte aan mantelzorg. Deze behoefte dient te worden aangetoond door middel van een verklaring van een onafhankelijke deskundige; of: c. er is sprake van een progressieve aandoening waarbij aantoonbaar binnen 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat. Deze behoefte dient te worden aangetoond door middel van een verklaring van een onafhankelijke deskundige. 3. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. in geval van een tijdelijke woonunit mag deze slechts aanwezig zijn gedurende de periode dat sprake is van de situaties zoals genoemd in lid a van dit artikel en maximaal drie maanden nadat bewoning van de woonunit is beëindigd; b. bewoning van het bijbehorend bouwwerk of de woonunit wordt direct beëindigd nadat de situatie zoals genoemd in lid a van dit artikel is komen te vervallen, tenzij niet direct een geschikte vervangende zelfstandige woonruimte beschikbaar is.
In dat geval mag bewoning van het bijbehorend bouwwerk of de woonunit maximaal 12 maanden worden voortgezet nadat de situatie zoals genoemd in lid 1 van dit artikel is komen te vervallen; c. de bouwhoogte van de tijdelijke woonunit mag niet meer bedragen dan: in geval van een plat dak, 3 meter; in geval van een hellend dak, 4 meter; d. het bijbehorend bouwwerk of de tijdelijke woonunit is gelegen binnen het bouwvlak dan wel de afstand tot het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 50 meter; e. de oppervlakte van de zorg-voor-elkaar-woning bedraagt niet meer dan 100 m², met dien verstande dat: bij gebruik van een bijbehorend bouwwerk de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet mag worden overschreden; bij gebruik van een tijdelijke woonunit overschrijding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan; f. de bewoning vindt niet plaats op de verdiepingen van een bijbehorend bouwwerk; g. het gebruik van een bijbehorend bouwwerk of woonunit voor bewoning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de omgeving en belangen van derden; h. de ontsluiting dient plaats te vinden via de bestaande ontsluiting; i. er mag geen onevenredige extra parkeerdruk ontstaan in de openbare ruimte; j.
er bestaan geen milieuhygiënische en ruimtelijke belemmeringen tegen het gebruik van het bijbehorend bouwwerk of woonunit voor bewoning; k. met karakter van de omgeving moet voor wat betreft de aanwezige landschapswaarden gehandhaafd blijven. Indien noodzakelijk moet hiervoor de woonunit landschappelijk worden ingepast; l. alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan. 5.10
Maatwerkvoorschrift
5.10.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een maatwerkvoorschrift nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in verband met: a. het voorkomen van een onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van de naastgelegen gronden; b. de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit; c. de verkeersveiligheid en brandveiligheid.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 20
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels over functies
Toepassingsbereik
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GMLbestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat32-VG01.
Artikel 7
Aanvraagvereisten
1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9 9.1
Bouwactiviteit - algemeen
Ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,75 m bedraagt. 9.2
Bestaande afwijkende maatvoering
Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Omgevingswet of diens rechtsopvolgers respectievelijk de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar waarvan de maatvoering afwijkt van de regels van dit plan, zijn toegestaan in de bestaande maatvoering.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Artikel 10
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in Hoofdstuk 2 van dit plan, teneinde toestemming te verlenen voor de plaatsing van een antennemast voor mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de antennemast wordt geplaatst binnen een locatievlak waarin geen woningen aanwezig zijn; b. de antennemast leidt ook overigens niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. de antennemast is aantoonbaar noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie en site-sharing behoort aantoonbaar niet tot de mogelijkheden; d. de antennemast is niet hoger dan noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie met een maximum van 40 m.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 22
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Regels ter bescherming van waarden en objecten
Leiding – Gas
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 11.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat 32-VG01 is aangewezen als Leiding - Gas. 11.3
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Leiding - Gas heeft mede als functie de aanleg en instandhouding van een gastransportleiding. 11.4
Bouwactiviteit - algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 11.3. 11.5
Bouwactiviteit - afwijken van algemene regel
Het bevoegde gezag is bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 11.4 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding, alsmede uit oogpunt van externe veiligheid geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. 11.6
Aanlegactiviteit
11.6.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van (half-)verhardingen; b. het vergraven, ophogen, diepwoelen of diepploegen van de bodem; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; d. het verwijderen van beplanting; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; f. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; g. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen. 11.6.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 11.6.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanleg- of omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
11.6.3 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in 11.6.1 wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. 11.6.4 Voorschriften Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning de verplichting verbinden tot het treffen van technische maatregelen ter bescherming van de gastransportleiding in de bodem.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 24
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 2
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 12.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat 32-VG01 is aangewezen als Waarde Archeologie 2. 12.3
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 2 heeft mede als functie het behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 12.4
Bouwactiviteit
12.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m²,dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 2. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: a. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; b. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; d. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
12.4.2 Aanvullende vergunningvoorschriften Indien uit het onder 12.4.1 onder 1 genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in 12.4.1 onder 2 sub d, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
12.5
Aanlegactiviteit
12.5.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen; d. verlagen van de waterstand. 12.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 12.5.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor aanlegactiviteiten in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; c. voor aanlegactiviteiten in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; d.
voor zover het aanlegactiviteiten in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 120 m²; f. voor zover het aanlegactiviteiten in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor aanlegactiviteiten die op het moment van het van kracht worden van dit artikel legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. 12.5.3 Aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning dient de aanvrager voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 2. Een rapport als bedoeld onder 1 is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 3.
Indien het rapport bedoeld onder 1 of andere beschikbare informatie als bedoeld onder 2 daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 12.5.4 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast. 12.5.5 Voorschriften Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning de verplichting verbinden tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij" 26
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij
Artikel 13 13.1
Waarde – Archeologie 3
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 13.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBEindsestraat 32-VG01 is aangewezen als Waarde Archeologie 3. 13.3
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 3 heeft mede als functie het behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. 13.4
Bouwactiviteit
13.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 1000 m²,dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 2. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: a. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; b. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; d. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.