CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 raad 2097561 Hekkelman Advokaten memo advies verzoek windpark A50

Raad openbaar Wijchen 27 mei 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 54931 principe verzoek planologische medewerking windpark A50 - bespreken8.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1-lekkel

MEMO AAN

:

VAN DATUM BETREFT

: : :

1.

De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen Jan van Vulpen 1 april 2021 Wijchen/Windunie windpark juridisch-planologische beoordeling

Inleiding

De Vereniging Windpark Wijchen en cooperatie Energie Samen hebben in samenwerking met enkele partners op 18 november 2020 een principeverzoek van 18 november 2020 om vergunningverlening voor het windpark Wijchen A50 bij de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen ingediend. Het gemeentebestuur wil aan dit principeverzoek niet tegemoetkomen en heeft Hekkelman Advocaten gevraagd juridisch-planologisch onderzoek naar het plan te doen om weigering mee te werken aan het principeverzoek te onderbouwen. Hierna volgt een beschrijving van de ruimtelijke argumenten die aan deze weigering ten grondslag liggen.

2.

Strijd met het bestemmingsplan

Op een groot deel van de percelen waarop windpark Wijchen A50 is beoogd, rust op grond van het vigerende bestemmingsplan `Buitengebied en herziening 2014' (geconsolideerde versie) de enkelbestemming `Agrarisch' en de dubbelbestemming Vaarde - Archeologie 3' of Vaarde - Archeologie 2'. (Op een deel van de percelen rust geen archeologische dubbelbestemming.) Op grond van artikel 3.1.1 van de planregels zijn de voor `Agrarisch' aangewezen gronden bestemd voor - samengevat - agrarische bedrijfsvoering en dus niet voor de realisatie van een windpark. Voor zover de planregeling wel (sub I.) de opwekking van duurzame energie mogelijk maakt in de vorm van windenergie en zonne- energie alsmede warmtekoude opslag, is dit op grond van artikel 3.1.1, sub g, van de planregels uitsluitend toegestaan voor aan het agrarisch gebruik ondergeschikte functies. Op grond van artikel 3.2.3 van de planregels mogen ter plaatse van de aanduiding `bouwvlak' bepaalde bouwwerken worden gebouwd, maar daartoe behoren geen windturbines.

rk Pagina 2

Op grond van artikel 3.4.5 van de planregels, mag het bevoegd gezag hiervan afwijken door middel van een binnenplanse omgevingsvergunning teneinde ter plaatse van de aanduiding bouwvlak' de oprichting van 1 kleine windturbine mogelijk te maken ten behoeve van de stroomvoorziening op het betreffende perceel met een tiphoogte van niet meer dan 20 m. Deze planregels zijn in lijn met de plantoelichting (par. 6.6) waarin is beschreven dat de gemeente opwekking van duurzame energie wenst te stimuleren, mits het een ondergeschikte activiteit betreft en past binnen de maatvoering van de bouwvoorschriften van de bestemmingen agrarisch, bedrijven, maatschappelijk, recreatie en wonen. Conclusie Het beoogde windpark Wijchen A50 van (in ieder geval) 5 turbines met een tiphoogte van 250 meter is in strijd met het bestemmingsplan. Voor het door initiatiefnemers gewenste windpark moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld of een omgevingsvergunning worden verleend voor afwijken van het bestemmingsplan. De initiatiefnemers stellen voor om te werken met een (buitenplanse) omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3, van de Wabo.1 3.

Goede ruimtelijke ordening - beleidsruimte bevoegd gezag

Uit de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) volgt dat de raad bij een besluit over de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte heeft en hij de betrokken belangen moet afwegen. Het college heeft bij een aanvraag om een omgevingsvergunning beleidsruimte om te beslissen of het al dan niet gebruik zou maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan.2 Bij het nemen van beide besluiten, is het aan de raad en het college om te bepalen wat onder een `goede ruimtelijke ordening' moet worden verstaan.3 Daarbij dienen zij alle betrokken belangen af te wegen. Dat daarbij

Zie p. 8 van de notitie van Pondera Projectplan Windpark Wijchen A50'. O.a. AbRS 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2474, ABRS 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1664, r.o. 2, ABRS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1323 en ABRS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:763, r.o. 6.2 en ABRS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3937, r.o. 5.1. 3 Zie artikel 3.1 Wro (vaststelling bestemmingsplan) en artikel 2.12, lid 1 Wabo (verlening omgevingsvergunning). 1

2

Ilekkel m ik Pagina 3

ook gewicht mag worden toegekend aan het gebrek aan draagvlak, volgt ook de jurisprudentie van de Afdeling waaronder de uitspraak van 23 december 20204,5 Uitgaand van de `vrijheid' voor het gemeentebestuur bij de invulling van het begrip goede ruimtelijke ordening staat voorop dat windparken ruimtelijk belastend zijn voor de naaste omgeving. Het gaat hierbij om bekende nadelen die samenhangen met windparken zoals geluidbelasting (inclusief laagfrequent geluid), slagschaduw en landschapsverstoring. Ook het gemeentebestuur herkent en erkent deze (aanzienlijke) nadelen en zal kritisch beoordelen of de realisatie van nieuwe windparken in overeenstemming is met een `goede ruimtelijke ordening'. Dit geldt ook voor het windpark Wijchen A50 dat is beoogd in het open agrarische landschap met een hoge landschappelijke kwaliteit en relatief veel gevoelige woonbestemmingen, veel beschermenswaardige natuur en cultuur- en historische waarden. Toch, ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening, meent het gemeentebestuur dat het in het belang van een duurzame wereld een bijdrage moet leveren aan onder meer de energietransitie waarvan nieuwe windparken onderdeel uitmaken. De gemeente Wijchen neemt hierin verantwoordelijkheid door het stimuleren van en medewerking verlenen aan vele initiatieven die bijdragen aan een verbetering van de duurzaamheid in en rond de gemeente.

In dit licht zal de gemeente onder meer medewerking verlenen aan het zogenoemde windpark Bijsterhuizen op de gelijknamige locatie ten noorden van de gemeente. Dit windpark is uit ruimtelijk oogpunt minder belastend dan het windpark Wijchen A50. Het windpark Wijchen A50 brengt volgens het gemeentebestuur uit ruimtelijk oogpunt te veel nadelige effecten met zich die in samenhang bezien zwaarder wegen dan het belang bij het opwekken van duurzame energie met het voorliggende windparkproject. Zoals hierna is beschreven betreft dit vooral de aspecten natuur, cultuurhistorie en aantal gehinderden. Daarbij komt dat voor dit windpark Wijchen A50 zeer weinig draagvlak bestaat bij de direct omwonenden en de bewoners van de kernen Niftrik en Hernen. Verder is voor dit windpark Wijchen A50 niet gehandeld in overeenstemming met de Gedragscode Windenergie Wijchen van 4 februari 2016. Conclusie Het gemeentebestuur is na de weging van alle ruimtelijke belangen van mening dat het windpark Wijchen A5O niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is.

ECLI:NL:RVS:2020:3071. Het belang 'gebrek aan draagkracht' weegt dus mee, maar aan dit belang kan echter voor zover deze niet ruimtelijk relevant is - geen doorslaggevend gewicht worden toegekend.

4 5

1-lekkel m rt Pagina 4

In de volgende (deel)paragrafen bezie ik, na een korte beschouwing van de bevoegdheid van de provincie, de (eventuele) ruimtelijke argumenten die hierbij van belang zijn in reactie op het principevoorstel. Daarbij geldt dat ook beleidsmatige argumenten als ruimtelijke argumenten moeten worden aangemerkt. 4.

Bevoegdheid provincie

In het kader van de weigering van het gemeentebestuur is van belang dat ook provinciale staten van de provincie op grond van artikel 9e Elektriciteitswet juridisch niet verplicht zijn om een inpassingsplan vast te stellen voor een windpark (zoals in het principevoorstel) dat in strijd is met provinciaal beleid. De hierna te bespreken RES 1.0 is aan te merken als provinciaal beleid en het windpark Wijchen A50 is daarmee in strijd, omdat deze projectlocatie buiten de zorgvuldig tot stand gekomen en afgewogen zoekgebieden en verkenningsgebieden valt. De verplichting op grond van artikel 9e, tweede lid, Elektriciteitswet voor provinciale staten om toepassing te geven aan de bevoegdheid om een provinciaal inpassingsplan vast te stellen heeft alleen betrekking op de toepassing van de bevoegdheid als zodanig en niet op de locatie, vorm of anderszins inhoudelijke afwegingen.6 Voorop staat altijd dat provinciale staten een uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening acceptabele beslissing moeten nemen. Dit betekent dat provinciale staten in deze (niet-acceptabele) gevallen een (nadere) afweging moeten maken of andere locaties zich in ruimtelijk opzicht wellicht beter lenen voor een windpark.

Als provinciale staten daarbij de door de ontwikkelaar beoogde locatie niet geschikt oordelen, zullen zij een alternatieve locatie voor het schriftelijk gemelde windpark moeten zoeken.' Uiteraard blijft voorop staan dat de wet in de weg staat aan ruimtelijk niet acceptabele locaties. Het ligt voor de hand dat in de zoektocht naar alternatieve locaties wordt gekeken naar de zoekgebieden en verkenningsgebieden van de RES 1.0. Deze gebieden zijn namelijk na uitgebreid onderzoek en regionale afstemming opgesomd als gebieden waar mogelijk een windpark kan komen. Omdat provinciale staten voor de invulling van het criterium van een goede ruimtelijke ordening een ruime mate van beleidsruimte hebben, kunnen zij na een weging van alle betrokken belangen besluiten dat een locatie niet of minder geschikt is en voor die locatie geen PIP vaststellen, óók als een windparklocatie voldoet aan alle van toepassing zijnde wettelijke normen, zoals voor geluid en slagschaduw. De bestuursrechter kan dan beoordelen of provinciale staten dat besluit in redelijkheid hebben kunnen nemen.

6 zie Kamerstukken II 2009/2010, 32127, nr. 3 en ABRS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1146, r.o. 6.3 ' Zie uitspraak noot 6.

ekkel m

il l. Pagina 5

5.

Beleidsmatige argumenten

5.1. Regionale Energiestrategie - Regio Arnhem Nijmegen De `RES 1.0 Regionale Energiestrategie Arnhem Nijmegen' van maart 2021 van de RES Regio Arnhem Nijmegen is tot stand gekomen met de provincie en 16 gemeenten. Het einddoel is om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. Dat is afgesproken in het Gelders Energieakkoord. De Regionale Energiestrategie (hierna: RES) voor de regio `Arnhem Nijmegen' met het jaar 2030 als horizon heeft als doel 1,62 TWh duurzaam op te wekken energie en dient als belangrijke mijlpaal op weg naar het einddoel van 2050. Alle 30 energieregio's doen een `bod'. De gezamenlijke doelstelling van 35 TWh wordt na optelling van alle concept RES'en ruim gehaald. In januari 2020 is een startnotitie vastgesteld waarin de uitgangspunten en spelregels van de RES zijn opgenomen. In het kader van het Nationaal Klimaatakkoord dienden alle regio's in Nederland op 1 juni 2020 een `bod' aan te bieden aan het Rijk. In september 2020 gingen alle besturen van de 16 gemeenten akkoord met de conceptversie van de RES. Inmiddels is de `volgende versie' van de RES Regio Arnhem Nijmegen gereed: RES 1.0.8 Op 1 juli 2021 ligt het definitieve bod op tafel. Daarna wordt het tweejaarlijks bijgesteld. Het doel van de RES is om in 2050 energieneutraal te zijn, met als ambitie 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990.

In de RES zijn bestaande projecten, pijplijnprojecten, `no regrets' (lokale kansen en initiatieven die zonder twijfel gerealiseerd kunnen worden) en regionale zoekgebieden omschreven.9 Belangrijk is dat in het bod nadrukkelijk een knip is gemaakt in de periode voor 2030 en het daarbij horende doel van 1,62 TWh en de periode tot 2050 erna. Het doel van 1,62 TWh bestaat voor de periode tot 2030 uit nagenoeg zeker gestelde projecten tot projecten/zoekgebieden waarvoor de realistische verwachting is dat deze gerealiseerd gaan worden aangevuld met mogelijkheden in verkenningsgebieden. In de in 2023 vast te stellen RESW 2.0 zullen nadere afspraken gemaakt worden. Daarover is de afspraak (nr. 14) in de RES 1.0 neergelegd dat er zonder overleg enkel grootschalige ontwikkelingen van zonnevelden en windturbines of combinaties zon-wind mogelijk zijn: 14 Ontwikkelingen buiten het bod Voor de periode tot besluitvorming van de RES 2.0 zijn er zonder overleg aan de regionale tafel enkel grootschalige ontwikkelingen van zonnevelden en windturbines of combinaties zon-wind mogelijk: Binnen de regionale zoekgebieden; Binnen de huidige projecten pijplijn die hoort bij de RES 1.0 vanaf sub-fase 'Beleidscheck' tot en met Realisatie'; Binnen de 'verkenningsgebieden extra windturbines'.

8

Zie https://www.regioan.nl/res-reaionale-energiestrategie/conceptbod/. kaart met zoekgebieden: https://www.regioan.nlimedia/Regionale-zoekgebiedendisclaimer.onq en voor de duiding:

9

https://prvgelderland.maos.arcois.com/aPos/Mao3ournal/index.html?aooid=b2a2c0df8bf14d 57921da0456d6a7f2e&section=10

1-lekkei rn irk Pagina 6

Over de zoekgebieden werd in de conceptRES nog geschreven: "In het RES-proces zijn de afgelopen maanden veel zoekgebieden genoemd en onderzocht. Alle zoekgebieden die niet in dit voorlopige concept bod zijn opgenomen, beschouwen we nog steeds als kansrijk. Op een later moment onderzoeken we de haalbaarheid en de fasering tot én na 2030. Deze uitbouw zal een plek krijgen in de RES 1.0, RES 2.0, en verder.

Gemeentelijk beleid Veel gemeenten zijn al aan de slag met de energietransitie. Enkele gemeenten hebben zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden aangewezen en soms ook gebieden uitgesloten. In de regionale zoekgebieden rekenen we alleen het deel mee dat binnen dit beleid past. Lokaal beleid is vaak al gevoed door een uitgebreid participatieproces. Het is ook de basis waarop gemeenten vergunningsaanvragen gaan beoordelen.". In de RES 1.0 zijn dus (ten opzichte van het conceptbod) de verkenningsgebieden opgenomen. Dit zijn gebieden buiten de zoekgebieden die (om de wind/zonverhouding te verbeteren) na een globale verkenning zijn aangewezen als kansrijke gebieden voor onder meer windparken. Volgens de RES 1.0 zijn deze verkenningsgebieden geen onderdeel van de RES 1.0 en worden deze gebieden nader onderzocht in het traject naar de RES 2.0. Het windpark Wijchen A50 ligt niet in een van de zoekgebieden van de RES 1.0. Uit het (laatste) kaartje in paragraaf 4.1.1 van de RES 1.0 blijkt dat het windpark Wijchen A50 ook niet in zo'n verkenningsgebied ligt. Zoals hiervoor beschreven is dit een bewuste en weloverwogen keuze van Wijchen én de 16 gemeenten en de provincie die betrokken zijn bij de totstandkoming van de RES 1.0, aangezien het windparkproject wel bekend en besproken is geweest in het RES-overleg.

In de Regiegroep voor de RES Arnhem Nijmegen is op 2 december 2020 de rol van de provincie bij windprojecten en de regierol voor de regio besproken in het licht van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998. In het verslag is te lezen dat een aanvraag buiten de zoekgebieden van de RES mogelijk is, maar dat de provincie die vergunningaanvraag kan weigeren als de keuzes voor de zoekgebieden goed zijn onderbouwd in de (concept)RES en wel zo duidelijk dat "het voor de locaties buiten de zoekgebieden duidelijk is waarom het daar niet kan". De onderbouwing in de concept-RES en de RES 1.0 voor de zoekgebieden voldoet hieraan. De conceptRES geeft blijk van een uitgebreid onderzoek en afweging van alle ruimtelijke aspecten ofwel - kort gezegd - een uitgebreid beeld voor wind- en zonneparken van: - gemeentelijk beleid, - harde en zachte restricties (wettelijke regelgeving en beleid),

rk Pagina 7

-

bestaande projecten en van pijplijnprojecten, gebiedsopgaven en meekoppelkansen, maatschappelijke draagvlak, kostenefficiëntie (netbeheer), energieopbrengst, ruimtelijke kwaliteit.

Voor de verkenningsgebieden - waar het windpark Wijchen niet in ligt — zal in het traject naar de RES 2.0 een zelfde onderbouwing worden gemaakt. Al deze aspecten zijn in samenhang bezien en hebben geleid tot het aanwijzen van de zoekgebieden tot 2030. Dat betekent dat medewerking aan projecten buiten — mede gelet op het feit dat alle regio's tezamen de doelstelling van 35 TWh (ruim) zullen halen - deze zoekgebieden (voor 2030) niet snel passend zullen zijn. Het gemeentebestuur meent dat het aanwijzen van projecten buiten deze zoekgebieden frustrerend en contraproductief voor proces en het gezamenlijk optrekken van gemeenten en provincie in het RES-project zou zijn. Daarbij is van belang dat het onderzoek en onderbouwing nodig zijn om provinciale inpassingsplannen te voorkomen (o.a. paragraaf 3.3.3 en 4.1.2 aldus de RES 1.0). Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat de provincie inpassingsplannen moet maken (als een gemeente geen medewerking verleent aan een windparkproject dat niet binnen de zoek- of verkenningsgebieden van de RES 1.0 ligt. In de RES 1.0 wordt de "RES 1.0" als gezamenlijk product van de provincie en gemeenten (en vele andere stakeholders) meermaals benadrukt. Daarmee is ook duidelijk dat de betrokken gemeenten de RES 1.0 in lijn met de vereiste "solidariteit" hebben opgesteld.

Vanwege de genoemde ruimtelijk belastende effecten van zon- en windparken (en de verstorende of zelfs ontwrichtende effecten voor de plaatselijke gemeenschappen) is een (zeer) zorgvuldige verdeling binnen de regio (en de provincie en het land) van groot belang. Daarbij komt dat in de energietransitie zich veel veranderende ontwikkelingen en innovaties voordoen, waardoor voor de periode na 2030 mogelijk weer andere inzichten gelden voor de behoefte aan duurzame zonne- en windenergie. In dit licht is, zeker het op korte termijn (in de periode vóór 2030), medewerking aan het windpark Wijchen A50 dat buiten de zoekgebieden en verkenningsgebieden ligt van de RES 1.0, niet passend. Voor zover de gemeente Wijchen medewerking wil verlenen aan het windpark bij Bijsterhuizen dat ook niet in een van de zoekgebieden van de RES 1.0 ligt, is van belang dat dit project per abuis niet in de conceptRES (en de RES 1.0) is meegenomen en inmiddels duidelijk is dat Bijsterhuizen - anders dan voor windpark Wijchen A50 - alsnog in het definitieve bod als zogenoemd pijplijnproject zal worden opgenomen.

Tekkel m rk Pagina 8

Illustratief hiervoor is het collegevoorstel tot vaststelling van de conceptRES van het college van burgemeester en wethouder van Wijchen waarin over windpark Bijsterhuizen (WindinWijchen) is geschreven: Gewenst resultaat Het concept bod zat leiden tot een definitief bod RES 1,0. Hierin komen alle lokale projecten te staan op het gebied van w.nd- en zonne-energie, potentie in zoekoebieden en worden de ontvangen reacties van de gemeenteraden en lokale stakeho"ders gebundeld. Als colfege hebben we de volgende wensen en bedenkingen: 1. Het project WindinWijchen en het zonnepark Kampbroek 5 dienen alsnog als pijplijn projecten opgenomen te worden in het concept bod RES 1.0. 2. De werkorganisatie RES wordt verzocht aan te geven wat er met de reacties van de gemeenteraad en de stakeholders over het vooriopig concept Lod gebeurt. 3. In het definitief bod RES 1.0 dient het vereveningsfonds uitgewerkt te zijn en een paragraaf over het opslaan van opgewekte energie te zijn opgenomen. In de kern bestaat het concept bod RES 1.0 uit een kwantitatief bcd (1,68 T-Wh), met daarbij kwalirateve uitgangspunten en een kaart met zoekgebieden voo- grootschalige opwek, Daarnaast biedt het inzicht in de Regionale Warmte Sb uctuur en de consequenties voor de net-infrastructuur van Liander.

Overigens is in het principeverzoek voor het Windpark Wijchen A50 te lezen "De beoogde locatie is voor een deel als regionaal zoekgebied aangewezen in de concept-RES van regio Arnhem-Nijmegen.". Het is de gemeente niet duidelijk

waarop deze stelling is gebaseerd. Tot slot is de ruimtelijke afspraak (15) van de RES 1.0 van belang: 15 Groepering windturbines Om visuele ruimtelijke versnippering ('confetti) door windturbines te voorkomen is groepering van windturbines nodig. Hiermee houden we andere gebieden vrij van windturbines en borgen we regionale ruimtelijke samenhang. Op basis van een ontworpen totaalcluster is gefaseerde uitvoering wel mogelijk. Voor het plaatsen van windturbines is daarom de afspraak dat grote windturbines: -

Niet solitair maar gegroepeerd worden geplaatst;

-

De groepering in een lijnopstelling of in een clusteropstelling wordt uitgevoerd; De onderlinge afstand van deze opstelling zodanig is dat beeldinterferentie zoveel mogelijk wordt voorkomen (= ontwerponderzoek bij uitwerking zoekgebieden en toets bij projecten buiten de zoekgebieden);

-

De inpassing van windlocaties in samenhang met de ontwikkeling in aangrenzende andere RES'en wordt beoordeeld.

In het memo van Pondera bij het principeverzoek maakt het "conclusieplaatje" met alle harde belemmeringen van figuur 3.1 duidelijk dat een groepering in lijnopstelling of clusteropstelling in overeenstemming met deze "afspraak 15" van de RES 1.0 ter voorkoming van versnippering bij het windpark Wijchen A50 niet goed mogelijk is. Los van de ruimtelijke bezwaren die in paragraaf 6 hierna beschreven zijn, volgt uit figuur 3.1 dat binnen het onderzoeksgebied op drie locaties van relatief geringe omvang windturbines mogelijk zouden zijn. Deze drie locaties liggen zodanig ver uit elkaar dat van groepering in de zin van de RES 1.0 geen sprake kan zijn. Ook binnen de drie locaties is - mede gelet op de in acht te nemen onderlinge afstand tussen de windturbines van 4x de rotordiameter (zie ook

)rlekkel rk Pagina 9

hierna) - geen groepering in lijn- of clusteropstelling mogelijk in deze relatief kleine locaties. Overigens is deze `groepering' of clustering van het RES van windturbines ruimtelijk relevant en weliswaar een relatief nieuw maar geen onbekend fenomeen. Het is in de ruimtelijke verordening van verschillende provincies vastgelegd en (dus) ook in de jurisprudentie van de Afdeling al aan de orde gekomen (O.a. ABRS 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720, r.o. 11-11.5). Uit al het voorgaande volgt dat het windpark Wijchen A50 evident in strijd is met de RES 1.0. 5.2. Gedragscode Windenergie Wijchen In deze gedragscode zijn (onder meer) criteria opgenomen waaraan windparken ten minste moeten voldoen. Deze criteria zijn aangedragen door de werkgroep Windenergie Wijchen. Het windpark Wijchen A50 is op meerdere punten in strijd met de Gedragscode. Bij de vaststelling van deze gedragscode heeft Windpark Wijchen A50 hiervan ook meteen afstand gedaan. Windpark Wijchen A50 voldoet niet aan artikel III, lid 1, omdat de ontwikkelaar de (direct) omwonenden en belanghebbenden niet vanaf het begin bij de planontwikkeling heeft betrokken. Artikel III lid 3 luidt als volgt: "3. Initiatieven voldoen tenminste aan de volgende, door de werkgroep Windenergie Wijchen aangedragen, criteria: a. het brongeluid van de windturbines bedra7agt afzonderlijk maximaal 105 dB(A); b.

om slagschaduw op het raam van een verblijfsruimte te voorkomen geldt in die gevallen een stilstandsvoorziening; c. de tiphoogte van de windturbines bedraagt maximaal 150 meter om visuele redenen en om toplicht te voorkomen; d. insluiting van woningen door windturbines moet worden voorkomen: verschillende windturbines in meerdere windrichtingen rondom een woning zijn ongewenst.".

Aan het criterium geformuleerd onder sub c wordt niet voldaan. Voor het windpark Wijchen A50 zijn eindturbines met een tiphoogte van maar liefst 250 meter beoogd. Alleen op de Maasvlakte zijn in Nederland hogere windturbines te vinden. In bijlage 1 `Projectplan Windpark Wijchen A50' wordt hierover geschreven: "Grotere turbines betekend ook meer opgewekte elektriciteit voor de regio en ten behoeve van de energietransitie. De rijksoverheid heeft een subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++) beschikbaar gesteld waar duurzame energieprojecten aanspraak op kunnen maken. Deze subsidieregeling is zo ingericht dat vooral efficiënte projecten worden gehonoreerd. Daarom is de businesscase van windturbines met een tiphoogte van 150 onrendabel. Bovendien worden dergelijke windturbines steeds beperkter gefabriceerd. Het voorgaande maakt het noodzakelijk om een grote, moderne windturbine als uitgangspunt te

iiekkel ni irk Pagina 10

nemen en niet te conformeren aan de tiphoogte beperking van 150 meter. Uiteraard wordt daarbij wel voldaan aan alle wettelijke eisen en is nog steeds sprake van een goede ruimtelijke ordening.".

In het 'Participatieplan Windpark Wijchen A50' wordt hierover het volgende geschreven: "Ondanks dat er veel goede dingen in het beleid staan zijn er twee voorwaarden die elk project onmogelijk maken, namelijk de tiphoogte van maximaal 150 meter en de eis dat er uiteindelijk 2/3e van de bewoners in een straal van 1000 meter moeten instemmen met het plan,",

In de vergunningaanvraag maakt Windpark Wijchen A50 duidelijk dat het windplan op dit punt niet voldoet aan de Gedragscode en dat er ook geen plannen bestaan om hiermee alsnog rekening te houden. Het windpark is op dit punt evident in strijd met de Gedragscode. Ook aan het criterium sub d (insluiting van woningen) voldoet het plan niet. Uit het principeverzoek voor het windpark Wijchen A50 is dit ook af te leiden. Op p. 2 is te lezen dat om te voorkomen dat woningen aan drie zijden worden ingesloten, in het noordelijk deel van het beoogde projectgebied (voorlopig) wordt afgezien van een derde windturbine. Hieruit volgt dat nog altijd woningen aan twee zijden zullen worden ingesloten waarmee sprake is van strijd met de Gedragscode. In de vergunningaanvraag maakt Windpark Wijchen A50 duidelijk dat het windplan op dit punt niet voldoet aan de Gedragscode en dat er ook geen plannen bestaan om hiermee alsnog rekening te houden. Het windpark is op dit punt evident in strijd met de Gedragscode. Er zijn weliswaar informatieavonden gehouden, maar geen keukentafelgesprekken. Ook heeft de gemeente niet aan het voortraject deelgenomen omdat vooraf al duidelijk was dat het project windpark Wijchen A50 (willens en wetens) niet in overeenstemming zou zijn (tiphoogte) en handelen met de Gedragscode.

Voor het project zijn ook in strijd met de Gedragscode de stappen voor een planschadetaxatie en compensatiemaatregelen niet doorlopen. Al met al is er geen draagvlak verworven en ook niet verkend. Het windpark Wijchen A50 is op meerdere punten in strijd met de Gedragscode. 5.3. Samen naar een duurzaam Wijchen In dit beleid met een van looptijd 2018 - 2023 zijn op hoofdlijnen de ambities beschreven, welke plannen en projecten daaraan bijdragen en wat daarvoor nodig is. Verwezen wordt naar het coalitieakkoord waarin de gemeente Wijchen heeft afgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. In het beleid maakt de gemeente duidelijk dat windparkinitiatieven worden getoetst aan de Gedragscode. Zoals hierboven beschreven voldoet het windpark Wijchen A50 niet aan deze Gedragscode.

Pagina 11

Faciliteren windenergie binnen de Gedragscode Windenergie Wijchen Betrokken portefeuillehouders: Geert Gerrits, Paul Loermans en Titus Burgers

Doelen In 2021 is minimaal 1 windinitiatief gestart (minimaal 3 turbines). Betrokken partijen Gelderse Milieu en Natuur Federatie, regio A-N, Bedrijvenvereniging Bijsterhuizen, initiatiefnemers van windprojecten, LBG, werkgroep Gedragscode.

Activiteiten 2018 • Faciliteren WindinWijchen ogv Gedragscode (raadsvoorstel over principebesluit). 2019 • Evaluatie Gedragscode. • Deelname aan ruimteateliers in het kader van de regionale energie strategie. • Inventarisatie en faciliteren windinitiatieven in Wijchen conform de gedragscode. En afstemmen met buurgemeenten. 2020 • Toetsen windinitiatieven op grond van de eventuele nieuwe Gedragscode Windenergie. 2022 • Evaluatie Gedragscode Windenergie Wijchen en raadsadvies voor nieuwe raadsperiode.

Windpark Wijchen A50 is dus ook in strijd met het beleid 'Samen naar een duurzaam Wijchen'. Tussenconclusie beleid Uit het voorgaande volgt dat het windpark Wijchen A5O in strijd is het van toeassing zijnde provinciale en gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in de RES 1.0, respectievelijk de Gedragscode en het beleid 'Samen naar een duurzaam Wijchen'.

6.

Afweging ruimtelijke aspecten

Over de (on)mogelijkheden van het voorliggende initiatief schrijft Pondera:1° "Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd dat er plaatsingsmogelijkheden zijn binnen het onderzoeksgebied voor maximaal 7 moderne windturbines waarbij er 10

Zie p. 10 van de notitie van Pondera 'Projectplan Windpark Wijchen A50'.

m Pagina 12

geen fysieke ruimtelijke belemmeringen aanwezig zijn en naar verwachting aan weten regelgeving kan worden voldaan. De initiatiefnemer stelt een project voor van 5 windturbines, met een mogelijke uitbreiding naar 6 in de vervolgfase.".

6.1. Behoefte De ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) is voor windturbines niet van toepassing. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat windturbines niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken en dat daarvoor dus geen laddertoets hoeft te worden verricht. Wél zal het project/plan een onderbouwing moeten geven over de behoefte of het zorgvuldig ruimtegebruik van het voorziene windturbines.11 Voor het halen van zowel de gemeentelijke als de regionale energieopgave tot 2030 is het windpark Wijchen A50 niet nodig. Voor de regionale opgave van de 1,62 TWh zijn in het bod van de RES 1.0 namelijk de daarvoor benodigde projecten en gebieden (zonder het initiatief windpark Wijchen A50) al beschreven. Bovendien wordt met het bod van alle 30 energieregio's de gezamenlijke doelstelling van 35 TWh na optelling van alle concept RES'en ruim gehaald en is in de RES 1.0 (blauwe inzet in paragraaf 4.1) te lezen dat voor de regio Arnhem Nijmegen een opgave geldt (met een bandreedte) van 0,6 tot 1,5 TWh, wat minder is dan de 1,62 TWh waarvoor is gekozen. Daarbij komt - zoals hiervoor ook beschreven - dat in de energietransitie zich veel innovatieve ontwikkelingen voordoen. Niet ondenkbaar is dat de duurzaamheidsopgaven voor 2040 en 2050 ook zonder de ruimtelijk belastende windparken kunnen worden gehaald of met ruimtelijk minder belastende windparken.

Er is geen behoefte aan windpark Wijchen A50. In dit licht kiest het gemeentebestuur voor een stapsgewijze aanpak waarbij voor de opgave tot 2030 vooralsnog geen behoefte is aan windpark Wijchen A50. 6.2. Participatie Het bevoegd gezag mag van een initiatiefnemer verlangen dat deze omwonenden informeert over het windpark en inspanningen verricht om draagvlak te creëren en te vergroten12. Dit is een inspanningsverplichting en uit de jurisprudentie volgt (op dit moment) dat de vraag of (voldoende) inspanningen zijn verricht, een rol mag spelen in besluitvorming over de planologische medewerking als het bevoegd gezag participatiebeleid heeft vastgesteld. Participatie, ook financiële participatie, hangt onlosmakelijk samen met draagvlak. Zoals hiervoor onder paragraaf 3 al toegelicht is voor het project geen of onvoldoende draagvlak binnen de gemeente en met name de kernen Niftrik en Hernen. Windpark Wijchen A50 heeft ook willens en wetens in strijd gehandeld met de Gedragscode van de gemeente en het daarin opgenomen beleid om voldoende draagvlak en participatie te creëren zoals hiervoor onder 5.2 al beschreven. Daarbij zijn onder meer de stappen voor een planschadetaxatie en ABRS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3591, r.o. 5.4 en 8-8.6 en ABRS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178, r.o. 5-5.1.

12 ABRS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3580, ABRS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209, ABRS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:958.

11

1-lekkel m Pagina 13

compensatiemaatregelen niet doorlopen. Dat er wel (buiten de gemeente om) informatieavonden zijn gehouden, maakt niet dat er voldoende is gedaan om voldoende draagvlak te genereren. Het windparkproject is een echte splijtzwam binnen de lokale gemeenschappen. Voor zover er een initiatief is gestart voor financiële (lokale) participatie valt op dat er wel enige interesse is, maar niet van de belanghebbenden die in de buurt wonen van de beoogde windturbines. Concluderend zijn voor het windpark Wijchen A50 onvoldoende inspanningen verricht om draagvlak te creëren en te vergroten en is dus onvoldoende draagvlak verworven. Geluid en slagschaduw 6.3. Voor wat betreft geluidhinder en slagschaduw wordt uitgegaan van een contour van 400 meter rond gevoelige objecten. Niet duidelijk is of daarmee (zonder meer) kan worden voldaan aan de geluidnormen en normen voor slagschaduw uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Pas indien concrete locaties van de turbines bekend zijn, kan worden nagegaan of aan de geldende normen worden voldaan. In figuur 2.1 zijn in het beoogde projectgebied de geluidgevoelige objecten opgenomen met hun 400 meter-contouren.

Blijkens deze figuur 2.1 en figuur 3.1 en gelet op de tussen de windturbines in acht te nemen (vuist)afstand van 4x de diameter van 170 meter (=680 meter), is onvermijdelijk dat windturbines op korte afstand komen van de kernen Niftrik en Hernen en van Ravenstein en Batenburg. Dat betekent onvermijdelijk ook dat het windpark Wijchen A50 relatief veel gehinderden met zich zal brengen. Bovendien zal met het oog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat de gecumuleerde geluidsituatie (denk bijvoorbeeld aan de geluidhinder van de A50 die al wordt ervaren door bewoners van het projectgebied) inzichtelijk moeten worden gemaakt. Overigens is het project simpelweg niet mogelijk als hiernaast ook nog de groeperingsvoorwaarden van afspraak 15 van de RES 1.0 van toepassing zijn. 6.4. Molenaarswoningen Vooralsnog zijn er volgens Pondera geen molenaarswoningen aangewezen.13 Bij gebrek aan molenaars en molenaarswoningen is het windpark niet uitvoerbaar. Om storingen om korte termijn op te lossen of noodsituaties te verhelpen, is het noodzakelijk dat er een molenaar' op korte afstand van het project woont of aanwezig is. Voor zover Pondera aangeeft dat áls woningen al binnen het projectgebied als zodanig kunnen worden aangewezen, er mogelijk meer ruimte voor de plaatsing van windturbines ontstaat, bestaat hier vooralsnog geen zicht op.

Gelet op het gebrek aan draagkracht binnen de nabijgelegen gemeenschappen en de verantwoordelijkheid van de molenaars, is het ook niet de verwachting dat snel sprake zal zijn van molenaarswoningen. Daarbij geldt dat molenaarswoningen aan stevige eisen moeten voldoen om als onderdeel van de inrichting te kunnen worden beschouwd (waardoor op deze woningen niet hoeft te worden voldaan aan de

13

Zie p. 6 van de notitie van Pondera Verkenning windenergie Wijchen'.

1-lekkel ilk Pagina 14

geldende milieunormen, denk aan de geluidnormen en normen voor slagschaduw uit het Activiteitenbesluit). Op basis van de huidige jurisprudentie14 kunnen woningen niet `zomaar' als molenaarswoningen worden aangewezen. Daarvoor dienen voldoende `technische, organisatorische en functionele' bindingen aanwezig te zijn tussen turbines en de woningen. De jurisprudentie is op dit punt in ontwikkeling. 6.5. Wet natuurbescherming (o.a. Natura 2000) Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied ligt op 6 km afstand. Significante effecten in het licht van gebiedsbescherming lijken inderdaad niet snel aan de orde. Ook de aanleg van het windpark kan met elektrisch materieel of in ieder geval zonder al te veel stikstofdepositie zodat daar geen knelpunt te verwachten is. (Uiteraard zal daar zo nodig wel tegen geprocedeerd gaan worden.) In het kader van soortenbescherming ligt het zoekgebied volgens Pondera buiten provinciale weidevogelgebieden. Dat neemt niet weg dat er wel beschermde soorten in het gebied voorkomen zoals de beschermde das, patrijs en diverse vogelsoorten. Het is niet duidelijk hoe het project zich verhoudt tot de bescherming en instandhoudingsdoelstellingen van die soorten. 6.6. GNN en GO Een deel van het projectgebied ligt binnen het Gelders Natuur Netwerk (GNN) of de `Groene Ontwikkelingszone' (GO).

Op een deel van het GNN ligt tevens de aanduiding `Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk' (zie blauwe lijnen).

14

Zie bijv. AbRS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:295.

IlekkeM [ha Pagina 15

mi IM

g Hp

Gelders natuurnetwerk Thema: natuur Gebiedsbevenzing: exact

Vereennatissebled voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk Tbria, ours e, f,st..11,1 Gobied:•beeren1,1,,.

Groene ontwikkelingszone Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact

/ 1.

Artikel 2.51 van de Omgevingsverordening luidt: "Artikel 2.51 (instructieregel bestemmingsplan windturbines in Gelders natuurnetwerk) _ 1. In afwijking van paragraaf 2.6.1 kan een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen het Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk windturbines mogelijk maken, als de compensatie voor windturbines en omliggende verharding bestaat uit maatregelen waarbij de oppervlakte natuur die verloren gaat voor 200 procent wordt gecompenseerd. 2. De initiatiefnemer legt de wijze van compensatie van de kernkwaliteiten en de wijze waarop aandacht aan voorkomende soorten wordt besteed, vast in een natuurversterkingsplan dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan.". Ontwikkeling van een windpark binnen het GNN (zonder aanduiding) is slechts mogelijk indien sprake is van 'groot openbaar belang' en wordt voldaan aan nadere voorwaarden.

m

rt

Pagina 16

Ten aanzien van de `Groene Ontwikkelingszone' geldt: "Artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, tenzij: er geen reële alternatieven zijn; sprake is van redenen van groot openbaar belang; de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig de artikelen 2.39 derde tot en met zesde lid, en paragraaf 2.6.3. 2. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: a. b. c.

a.

b.

in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.".

Uit het memo van Pondera blijkt niet of het voornemen bestaat het windpark Wijchen A50 binnen GNN of GO te realiseren. Dat is wellicht niet nodig, omdat een relatief klein gedeelte van het plangebied in het GGN of het GO ligt en er ook al overlap bestaat met de 400 meter geluidcontouren van geluidgevoelige bestemmingen, maar niettemin levert dit een extra beperking op. De gemeente houdt onverkort vast aan de bescherming van de natuurwaarden op de gronden die aangeduid zijn als GNN en GO en staat dus niet open voor eventuele (nu nog onbekende) compensatiemaatregelen. Er bestaan voldoende reële alternatieven en bovendien is er bij gebrek aan behoefte ook geen groot openbaar belang bij realisatie van het windpark Wijchen A50. Daarnaast is het plangebied nabij de grens met de provincie Noord-Brabant gelegen. Nabij het plangebied liggen verschillende gronden die zijn aangewezen als Netwerk Noord-Brabant (NNB). Deze gronden zijn weergegeven op de onderstaande kaart. Het plangebied is (zeer) indicatief weergegeven met de rode lijn:

1-lekkel in I\ Pagina 17

De oranje, blauwe en lichtgroene aangeduide gronden zijn aangewezen als NNB. Op basis van de Brabantse Interim Omgevingsverordening(hierna: 'IOV') moet wel rekening worden gehouden met `externe effecten' (zie artikel 3.16 IOV). Hoewel (vermoedelijk) niet hoeft te worden getoetst aan de IOV, moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in kaart worden gebracht wat voor (externe) effecten (denk aan bijv. geluid) het plan heeft op deze NNB. De ervaring uit eerdere projecten leert inmiddels dat wat betreft `geluid' zo'n 140 tot 180 m vanaf het midden van de turbines moet worden aangehouden om de externe effecten te bepalen. Indien derhalve op die afstand van het NNB turbines worden geplaatst, kunnen (in ieder geval) externe effecten zich voordoen. Wellicht kan deze beperking worden `omzeild' door een grotere afstand van het NNB aan te houden, maar gelet op de beperkte mogelijkheden in het projectgebied zou ook het NNB een beperking kunnen vormen. Het windpark Wijchen A50 verhoudt zich niet goed tot de GO en GNN-gronden die in en nabij het projectgebied liggen. 6.7. Laagvliegroute In het memo van Pondera wordt onderkend dat een deel van het projectgebied overlapt met een laagvlierroute van defensie. Defensie zou hebben aangegeven dat er geen juridische hoogtebeperkingen gelden voor turbines in deze laagvliegroute.

Wel wordt - blijkens de notitie van Pondera — geadviseerd om met defensie in gesprek te gaan bij plaatsing van windturbines binnen deze zone. Bestudering van het laagvlieggebied `Maas en Waal' leert dat het plangebied net niet is gelegen in dat gebied. Wel is het plangebied grotendeels gelegen in de `Laagvliegroute VO'. Op de volgende afbeelding is het laagvlieggebied (geel) en de laagvliegroute (paars) weergegeven:

liekkel In Irk Pagina 18

C4'

AERET

0

Ci «

»

041013001

Aeret Airspace 2021 Open

Arno Airspace 2021 Open t t

Yrerd

Airspace 2021 Open Info . 01131ERPterlp,

New Alkorfing luchtnim Ondergrens Bovengrens Ufileg

•

(J;(3

pendijk

, Achterl0

CetegorieAl /

loogirode

CelegorieAl

Atverna

Categorie Al

y / 1 r

Ravesnstein 1 ïal" ik ,'. '' t

LolILI

Leagsliegroute VO 11 Landiegroute Old 30 Inter 100 300 mfr 11000 11 1.1:tary helicopter and propeller aircraft training lights Toegestaan lol een meximum boogie van 30m Toegestaan lot een ma.drnone hoogla van 30nr Verboden

Wijcite!I ''‘ifilspori Itelvéld

1:01ev,' I ./

(Bron: https://aeret.kaartviewer.nl/index.php?@dpf basic&moblel=true#mappage)

Over de (on)mogelijkheden van de plaatsing van windturbines in het laagvlieggebied (geel) is een publicatie verschenen van het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum d.d. september 2020. Daarin is in kaart gebracht in hoeverre laagvlieggebied Maas en Waal (GLV IX) mogelijk geschikt is voor het realiseren van windturbines en windparken zonder dat het gebied als oefengebied van Defensie aan waarde inboet. In totaal zijn drie van de zes kansrijke gebieden uit de concept-RES kansrijk geacht voor het ontwikkelen van windenergie. Een gebied is niet kansrijk als het in het kerngebied van de oefeningen ligt. In dit onderzoek is niet de laagvliegroute betrokken. Onduidelijk is of op een dergelijke route turbines gebouwd kunnen worden zonder dat het gebied onbruikbaar wordt voor defensie. 6.8. Cultuurhistorie Nabij het projectgebied zijn de rijksbeschermde dorps-/stadsgezichten Ravenstein en Batenburg aanwezig op minder dan 1 kilometer afstand van het beoogde projectgebied. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert een afstand van 1.800 - 2.000 meter tot windturbines, zodat het contrast tussen de windturbines en het beschermde dorpsgezicht wordt afgezwakt.

Deze informatie is afkomstig van de website van de RCE.15 "Daarom adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om in werelderfgoedgebieden, beschermde stads- en dorpsgezichten, historische buitenplaatsen en kenmerkende wederopbouwgebieden bij voorkeur een afstandsnorm van 1800 tot 2000 meter te hanteren (de wettelijke norm is 500 meter).".

Het windpark kan niet voldoen aan de adviesafstanden van de RCE. Bovendien gaat de RCE daarbij uit van turbines van ongeveer 200 meter hoog. Nu initiatiefnemers hogere turbines (250 meter) voor ogen hebben, zal temeer de relatief korte afstand

15

httbs://erfgoedenruimte.nl/enerciie/windenergie.

1-tekkel Pagina 19

tot de beschermde stads-/dorpsgezichten een aantasting van culturele waarden betekenen. Op powerpointpresentaties is voor Niftrik visueel inzichtelijk gemaakt dat de windturbines zeer aanzienlijke afbreuk zullen doen aan het uitzicht' vanuit een woonkern. De hoogte van 250 meter komt behalve op de Maasvlakte nog niet voor in Nederland. Mede naar aanleiding van de powerpointpresentaties is veel maatschappelijke onrust ontstaan in de omgeving van het projectgebied. Hoewel deze afstanden van RCE geen `harde' wettelijke normen zijn, zal dit aspect in het kader van de goede ruimtelijke wel meewegen. In het principeverzoek wordt slechts aandacht besteed aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland, maar ter plaatse van het `plangebied' vigeert tevens het bestemmingsplan `Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Op een deel van de gronden binnen het plangebied rust de dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied'. In de planregels staat daarover (onder meer) het volgende: "2.1.2 Nadere detaillering van de bestemming De cultuurhistorisch waardevolle gebieden als bedoeld in 2.1.1 betreffen de gebieden die zijn opgenomen in de Cultuurhistorische waarderingskaart, zoals deze is opgenomen in de bijlage bij dit parapluplan, en zijn aangeduid als cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog en middelhoog.

De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Samen in verscheidenheid' en in Bijlage 5 nader beschreven. 2.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in 2.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing.".

In bijlage 6 bij de toelichting is een `Cultuurhistorische waarderingskaart' opgenomen. Ter plaatse van het plangebied ziet die kaart er als volgt uit:

1-lekkel Pagina 20

Blijkens de legenda bij de kaart, wordt met de paarse arcering de `zone met beleidsmatige vertaling (zie § 4.2 en 4.3)' aangeduid. In bijlage 5 bij de toelichting is de `Cultuurhistorische waardering' opgenomen. Daarin staat onder meer: Hoe verder we vanuit de bebouwde kom van Wijchen naar het westen en zuidoosten gaan, hoe waardevoller hot cultuurlandschap blijkt te zijn. Naast de vole kastelen on buitenplaatsen, waartoe ook kasteel Wijchen gerekend kan worden, vinden we landschappen van de hoogste categorieën ton noorden van Bergharen en bij Woezik, Leur, Balgoij en NIftrik. Hier zijn de 19e-eeuwse structuur en kleinschaligheid goed bewaard gebleven. Ook de komontginning tussen Bergharen en Batenburg Is relatief gaaf bewaard gebleven. In de zuidoosthoek geldt dat voor do omgeving van het Wijchens Ven en de Boskant I Heiveld, waar we zelfs een gebied met zeer hoge waardo tegenkomen. Een hoge waarde is verder toegekend aan (de directe omgeving van) een groot aantal historische linten en verbindingen.

Deze bijlage betreft een onderdeel van de notitie `Samen in verscheidenheid, beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeente Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten'. Deze beleidsnota is als bijlage 1 bij de toelichting op het voornoemde parapluplan gevoegd. Het projectgebied van het windpark Wijchen A50 ligt ten westen van de bebouwde kom van Wijchen waar sprake is van waardevoller cultuurlandschap. Uit de stukken valt niet goed af te leiden wat voor `waardering'

Pagina 21

het betreffende gebied krijgt. Alle gebieden zijn paars gearceerd en worden niet duidelijk toegelicht. Er is een actualisatie van de cultuurhistorische inventarisatie van de gemeente Wijchen uitgevoerd (RAAP-rapport 3040). Dit heeft geresulteerd in twee kaarten (schaal 1:12.500). Kaartbijlage 1 is de weerslag van een inventarisatie van de cultuurlandschappen, landschapselementen en bouwkunst.

kaartbijlage 1

Het gebied langs de A-50 kent de type landschappen `rds1 hoger gelegen stroomrugontginning met gevarieerde structuur' (geel) en `rns1 lager gelegen stroomrugontginning met gevarieerde structuur' (bruin) De landschapstypen zijn gewaardeerd en in de Cultuurhistorische waarderingskaart aangegeven als gebieden met een lage en middelmatige cultuurlandschappelijke waardering.

1-lekkel m Pagina 22

Cultuurhistorische waarderingskaart Gemeente tiVilicheri 14

legenda cuburiandsca3ppiaijko waardering waalWing n;eigerarrievi zeer hhg)

ti

keg

hxg zeer tmg ti

Cuerig gereerrhyt-e

,/ _ Cultuurhistorische waarderingskaart

De waarden van cultuurhistorie staan een ontwikkeling van het windpark Wijchen A50 in de weg. Het windpark is namelijk voorzien in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Hoewel het projectgebied langs de A50 cultuurlandschappelijk niet alleen `hoog' maar ook laag' en `middelmatig' is gewaardeerd en veel oude landschapselementen al zijn verdwenen, doet het windpark (verder) afbreuk aan het gebied, zeker als het gaat om de gebieden die zijn aangeduid als de hoger gelegen stroomrugontginning met gevarieerde structuur. Industriële windmolens horen niet thuis op de gronden die van oudsher in gebruik waren voor akkerbouw en grasland. Ter bescherming van de hoger gelegen stroomrugontginning met gevarieerde structuur, is daarom in de cultuurhistorische beleidskaart Gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen voor het projectgebied grotendeels de `zone met beleidsmatige vertaling' opgenomen. 6.9. Archeologie Pondera constateert m.b.t. archeologie dat een groot deel van het plangebied is aangewezen als middelhoge of hoge trefkans om iets archeologisch waardevols aan te treffen. Dit is volgens Pondera slechts een `relatief zachte belemmering' omdat in de uitvoeringsfase doorgaans goed rekening kan worden gehouden met eventuele archeologische waarden door het verplaatsen van een windturbine zodat de archeologische vindplaats of object niet wordt aangetast.

1-lekkel Pagina 23

Als gezegd rust op grond van het bestemmingsplan `Buitengebied en herziening 2014' op verschillende percelen binnen het plangebied de dubbelbestemming Vaarde - Archeologie 2' of Waarde - Archeologie 3'. Niet is bezien wat de betekenis daarvan is voor de turbines. Netaansluiting 6.10. Pondera schrijft over de netaansluiting: "De initiatiefnemers zijn in gesprek met netbeheerder Liander om de mogelijkheden voor netaansluiting te bepalen. Liander geeft aan dat de dichtstbijzijnde aansluitlocatie het onderstation Teersdijk is (ca. 8 kilometer tot het onderzoeksgebied). Om te helpen onnodige netverzwaring te voorkomen, zal bij een vergunningverlening van een zonnepark in hetzelfde gebied de opties voor cable pooling onderzocht worden. Bij het combineren van wind- en zonne-energie wordt het elektriciteitsnet beter benut.".

De dichtstbijzijnde aansluitlocatie is dus het onderstation Teersdijk op 8 kilometer afstand van het onderzoeksgebied. Als het windpark niet op het net kan worden aangesloten is het windpark niet uitvoerbaar. In een workshop met Alliander werd duidelijk dat Teersdijk dreigt vol te lopen. Hier komt bij dat ook het tracé naar Teersdijk ook problematisch dreigt te worden. 6.11. Milieueffectrapport Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (onderdeel D 22.2) geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de oprichting van een windturbinepark met ten minste een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt of 10 windturbines. Initiatiefnemer geeft aan de voorkeur te hebben voor het direct doorlopen van een volwaardige milieueffectrapportage teneinde tot een optimale inrichting van het plangebied te komen en het onderdeel milieu een volwaardige plek in de besluitvorming te geven. Er zal dan ook een project-m.e.r. worden doorlopen." Het rapport van Pondera geeft geen blijk van locatiealternatieven. Nu is dat strikt genomen niet nodig omdat sprake is van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingplan en niet van een nieuw bestemmingsplan.

Mocht de provincie een provinciaal inpassingsplan willen vaststellen dan zal ook sprake zijn van een plan-MER (ofwel een gecombineerd plan- en project-MER) en zullen ook de locatiealternatieven moeten worden onderzocht en niet enkel inrichtingsalternatieven. Zie artikel 7.23 Wet milieubeheer, waarover in de T&C (onder meer) het volgende wordt geschreven: "Algemeen De initiatiefnemer moet in het project-mer beschrijven welke mogelijkheden er redelijkerwijs aanwezig zijn voor de realisering van hetgeen hij beoogt te bereiken. Het in beschouwing nemen van alternatieven en het beschrijven van de te verwachten gevolgen voor het milieu van die alternatieven is een essentieel onderdeel van mer. De vraag welke alternatieven in een MER redelijkerwijs in beschouwing moeten worden genomen is volgens de Afdeling afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zie bijvoorbeeld ABRvS 2 mei 16 Zie p. 9 van de notitie van Pondera `Projectplan Windpark Wijchen A50'.

Tekkel Pagina 24

2018, ECLI:NL:RVS:2018:1436, AB 2018/200, BR 2018/59, 3M 2018/88 en ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:497, M en R 2016/68. Soms beperkt de altematiefbeschrijving zich tot inrichtingsvarianten (zoals bij omgevingsvergunning ter zake van uitsluitend de activiteit oprichting/wijziging/uitbreiding van een installatie of inrichting). In andere gevallen staat juist de locatiekeuze centraal en bevat het MER zogeheten locatie-alternatieven.". Temeer nu het windpark niet in de RES 1.0 is aangewezen, ligt het op de weg van initiatiefnemers om niet alleen inrichtings-alternatieven maar ook locatiealternatieven te onderzoeken. Ten onrechte is dit niet gebeurd. Overigens — zoals hiervoor over de RES 1.0 beschreven - geeft de RES 1.0 een goed en regionaal afgestemd overzicht van zoekgebieden en verkenningsgebieden voor alternatieve locaties. 6.12. Groepering Tot slot is de ruimtelijke afspraak (15) over de vereiste groepering van windturbines van de RES 1.0 van belang. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor daarover in het in kader van de RES 1.0 is beschreven. Dat komt voor het project windpark Wijchen A50 erop neer dat een ruimtelijk aanvaardbare en vereiste groepering in lijnopstelling of clusteropstelling niet goed mogelijk is.

Tussenconclusie ruimtelijke aspecten Nu de plannen voor het windpark zich nog in een voorstadium bevinden en derhalve nog niet erg concreet zijn (de exacte voorziene locaties van de turbines liggen nog niet vast) is het lastig om concrete en harde ruimtelijke argumenten voor of tegen de plannen te vinden. De initiatiefnemers hebben nog namelijk ruimte om hun plannen zodanig aan te passen dat deze ruimtelijke argumenten wegvallen. Toch volgt uit het voorgaande en uit figuur 3.1 met 'harde' belemmeringen dat slechts in een klein deel van het projectgebied de windturbines voor het windpark Wijchen A5O kunnen worden geplaatst. Uiteraard neemt een windturbine weinig ruimte in, maar dan nog brengen de kansrijke locaties aanzienlijke ruimtelijke bezwaren met zich. Als daarbij de eisen voor groepering van de windturbines van de RES 1.O worden betrokken is duidelijk dat het windpark Wijchen A50 uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar is. Daarbij komt dat de kansrijke locaties zich in de noordelijke en in de zuidelijke delen van het beoogde projectgebied bevinden en dichtbij die delen van het projectgebied liggen de kernen Hernen en Niftrik. Hierdoor zal bij plaatsing van windturbines dicht tegen die kernen aan het aantal gehinderden relatief hoog zijn. Dit geldt temeer als wordt uitgegaan van een minimale tussenruimte van de windturbines van 4x170= 680 meter.

De realisatie van 5, 6 of zelfs 7 windturbines op de kansrijke locaties is ruimtelijk niet mogelijk. Bovendien zijn de zachte belemmeringen hierin niet meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de beschermde dorps-/stadsgezichten van Ravenstein en Batenburg waaraan

1-lekkel m lk

4

Pagina 25

met de voorziene zeer hoge windturbines afbreuk zal worden gedaan. Het windpark Wijchen A50 voorziet niet in een goede ruimtelijke ordening. 7. Conclusie Het windpark Wijchen A50 is in strijd met het van toepassing zijnde beleid en - na een beoordeling van de relevante ruimtelijke aspecten - de goede ruimtelijke ordening. Dit is ook in lijn met de RES 1.0 waarin dit projectgebied niet is opgenomen in de zoekgebieden maar ook niet in de verkenningsgebieden. Realisatie van het project zou leiden tot een onaanvaardbaar leefklimaat voor de (veel) direct omwonenden van de windturbines waartoe ook de inwoners van Niftrik en Hernen moeten worden gerekend. Het windpark Wijchen A50 is in strijd met de goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=63b73c4f-0ad0-4fa4-87e4-5e329c5208a9