CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Onderzoek toerisme in Wijchen en recreatie in het vennengebied

Raad openbaar Wijchen 1 februari 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 129520 Informatienota Initiatieven Alverna – onderzoek gevolgen Heumenseweg en natuurgebieden6.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek Toerisme in gemeente Wijchen en recreatie in het vennengebied Datum Opgesteld door Kwaliteitscontrole Projectnummer

: 28-07-2023 - definitief : M.A. den Otter : E.J.F. Claassen : 20230061

Inhoudsopgave Aanleiding ................................................................................................................................................ 1 Locatiebeschrijving .................................................................................................................................. 2 Initiatieven................................................................................................................................................ 3 Wet- en regelgeving en beleid ................................................................................................................. 3 Wet natuurbescherming ....................................................................................................................... 4 Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ........................................................................ 4 Ecologische verbindingszone, natuurparel en natte landnatuur .......................................................... 5 Visie en inrichtingsplan Overasseltse en Hatertse Vennen ................................................................. 6 Aanwezige natuurwaarden ......................................................................................................................

7 Das ....................................................................................................................................................... 7 Herpetofauna ....................................................................................................................................... 7 Insecten ................................................................................................................................................ 7 Kruidachtige vaatplanten ..................................................................................................................... 8 Vogels .................................................................................................................................................. 8 Samengevat ......................................................................................................................................... 9 Toename bezoekersaantallen ................................................................................................................. 9 Huidige aantal bezoekers .................................................................................................................... 9 Aantal overnachtingen na realisatie .....................................................................................................

9 Rekenvoorbeeldje .............................................................................................................................. 10 Informatie Staatsbosbeheer .................................................................................................................. 11 Toename verstoring ............................................................................................................................... 12 Opties en knelpunten ............................................................................................................................. 12 Conclusie ............................................................................................................................................... 14 Bronnen ................................................................................................................................................. 15

Aanleiding In Alverna (gemeente Wijchen) spelen verschillende initiatieven zoals het omvormen van een camping tot vakantiepark met huisjes, het uitbreiden van een camping, het bouwen van een hotel en kleinschaligere initiatieven zoals het starten van een bed and breakfast. Voor de camping en het vakantiepark zijn de principeverzoeken ingediend, voor het hotel is inmiddels het bestemmingsplan vastgesteld. Deze initiatieven zijn gelegen ten oosten van de bebouwde kom van Alverna rond de Overasseltse en Hatertse Vennen. De aankondiging van deze initiatieven leidde bij bewoners van het gebied tot zorgen over de toename aan toerisme in het gebied. Mogelijk leiden de toeristische plannen tot schade in de natuurgebieden waar zeldzame planten en dieren voorkomen. De kwaliteit van de

1

natuur dient in de huidige staat behouden te blijven en niet achteruit te gaan. Namens Stichting Vrienden van de Vennen is bij gemeente Wijchen een petitie ingediend op 2 mei 2022 waarin de zorgen en bezwaren zijn beschreven. Gemeente Wijchen heeft Staro Natuur en Buitengebied gevraagd onderzoek te doen naar de impact van de initiatieven op de natuur in het gebied. In deze rapportage wordt onderzocht wat de effecten zijn van de hogere recreatiedruk als gevolg van de initiatieven op de kwaliteit van natuur en de biodiversiteit. Locatiebeschrijving Het grootste natuurgebied dat in het onderzoeksgebied ligt zijn de Overasseltse en Hatertse Vennen, in de buurt ligt ook het Wijchensche ven, zie figuur 1. Ten noorden van deze natuurgebieden ligt het recreatiegebied Berendonck. Ten noorden en oosten van het onderzoeksgebied ligt de A73 met daarboven Nijmegen. Het zuiden van het gebied wordt begrensd door akkerland, met daaronder de Maas. In het westen liggen Wijchen en Alverna. In het onderzoeksgebied liggen de natuurgebieden, doorkruist door verschillende wegen en paden, en verspreid over het gebied staan huizen, boerderijen en enkele bedrijven.

Berendonck Hotel

Vakantiepark De Wijchense berg en MOB complex

Wijchensche ven

Overasseltse en Hatertse Vennen

Camping

Bos bij Blankenberg

Figuur 1. De natuur- en recreatiegebieden in het onderzoeksgebied globaal ingetekend (witte onderbroken lijnen) en de locaties van de ontwikkelingen (gele lijnen) (PDOK Viewer)

De Overasseltse en Hatertse Vennen worden beheerd door Staatsbosbeheer en vallen voor een groot deel binnen de gemeente Heumen, zie figuur 2. Wijchensche ven is een natuurreservaat waar niet rondom gewandeld kan worden. Het ven en het gebied ten zuiden van het ven worden ook beheerd door Staatsbosbeheer. Ook het MOB complex wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Deze gebieden behoren tot het natuurgebied Rijk van Nijmegen. Bij De Wijchense berg ligt een bos dat hoort bij de skibaan. Het bos bij Blankenberg wordt niet beheerd door Staatsbosbeheer. Berendonck omvat het water en de omliggende terreinen, het is eigendom van Leisurelands. Rondom het water liggen onder andere een wellnessresort, een recreatiecentrum, en een golfbaan.

2

Figuur 2. Terreinen in beheer van Staatsbosbeheer in donkergroene vlakken en locatie initiatieven (zwart omlijnd) (kaart.staatsbosbeheer.nl)

Initiatieven Op de locatie van het vakantiepark is momenteel een camping aanwezig, hier komen vakantiehuisjes voor in de plaats. Het zal dan onderdeel vormen van het vakantiepark van Landal Greenparks. Hier zijn de plannen om 185 kampeerplaatsen te vervangen voor 124 vakantiehuisjes. De huisjes hebben verschillende groottes van 4 tot 12 personen. De kleinschalige camping ‘Bij de 3 linden’ wil uitbreiden op de landbouwgrond rond de huidige camping. Momenteel heeft de camping 50 plaatsen, in de toekomstvisie worden 240 plaatsen genoemd. Het hotel wordt gebouwd bij het wellnessresort. Deze bezoekers behoren tot de doelgroep die gebruik gaat maken van de wellness. Het hotel richt zich hoofdzakelijk en primair op de eigen wellnessgasten. Op basis van ervaring van gemeente Wijchen elders maakt dit segment ruim 90% uit van de totale hotelgasten. De hotelgasten blijven dus voornamelijk in recreatiegebied Berendonck voor de sauna, en eventueel ook om te wandelen en voor andere recreatie. Derhalve wordt door de gemeente Wijchen niet verwacht dat ze de Overasseltse en Hatertse Vennen zullen bezoeken. Het hotel wordt derhalve verder buiten beschouwing gelaten. Kleinschalige initiatieven zoals bed and breakfasts worden in dit onderzoek ook buiten beschouwing gelaten. Wet- en regelgeving en beleid De natuur in Nederland wordt beschermd onder de Wet natuurbescherming.

Hieronder valt bescherming van natuurgebieden (Natura 2000), soortbescherming en beschermde houtopstanden. Naast deze nationale wetgeving geldt ook provinciale gebiedsbescherming; dit is met name het Natuurnetwerk Nederland, in provincie Gelderland het Gelders natuurnetwerk. Provincies kunnen meer gebieden beschermen zoals ecologische verbindingszones en natte landnatuur. Ook kunnen gemeenten en terreinbeherende organisaties visies en plannen opstellen voor natuurgebieden.

3

Wet natuurbescherming Bij alle initiatieven dient te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Dit gebeurt vaak in een quickscan, en dit is geen onderdeel van dit onderzoek, wel wordt er kort op ingegaan. De initiatieven en de betrokken natuurgebieden vormen geen onderdeel van Natura 2000. Wel dient te worden onderzocht of externe werking van de initiatieven op Natura 2000-gebieden in de omgeving aan de orde is, zoals bijvoorbeeld stikstofdepositie in aanleg- en gebruiksfase. Beschermde houtopstanden zijn mogelijk aan de orde op het vakantiepark als bomen worden gekapt die onderdeel vormen van een bos voor de aanleg van de vakantiehuisjes. Soortbescherming dient te worden getoetst voorafgaand aan de werkzaamheden voor de initiatieven. Dit gaat om plant- en diersoorten die ter plekke voorkomen of gebruikmaken van de initiatieflocaties als onderdeel van het leefgebied. Voor alle plant- en diersoorten geldt, naast de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, ook de Algemene zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen zich voldoende moet inspannen om nadelige gevolgen voor planten en dieren te voorkomen, en dat men zorgvuldig moet omgaan met planten en dieren in onze omgeving. Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het natuurgebied valt onder het Gelders natuurnetwerk (GNN) en onder de Groene ontwikkelingszone (GO), zie figuur 3.

Derhalve zijn de provinciale regels aan de orde voor de bescherming van deze natuurgebieden. De tekst in de omgevingsverordening (januari 2023) stelt geparafraseerd dat: Voor zover een bestemmingplan van toepassing is op het Gelders natuurnetwerk of op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.

Figuur 3. Ligging van het Gelders natuurnetwerk in donkergroene vlakken en de Groene ontwikkelingszone in lichtgroene vlakken (geoportaal.gelderland.nl)

De ontwikkelingen op de camping worden uitgevoerd buiten deze beschermde gebieden en dus niet in het GNN of de GO. Bovengenoemde wet- en regelgeving is derhalve bij deze ontwikkeling niet aan de orde. De bescherming van het GNN en de GO kent geen externe werking. Het is zodoende niet vereist de ontwikkelingen op de camping te toetsen aan de kernwaarden en kwaliteiten van het GNN en de GO. 4

Een deel van het vakantiepark valt binnen de GO, zie figuur 3. Hier is derhalve de bovengenoemde wet- en regelgeving aan de orde. De ontwikkelingen op het vakantiepark dienen te worden getoetst aan de kernwaarden en kwaliteiten van de GO. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het webformulier ‘Berekening versterking Groene ontwikkelingszone’. Deze toetsing valt buiten dit onderzoek. Het toetsen van de initiatieven aan de GNN en GO is geen onderdeel van dit onderzoek. Echter wordt hier wel ingegaan op de indirecte effecten van de initiatieven op de GNN en GO vanwege de gasten van de camping en het vakantiepark die het natuurgebied bezoeken. Het gebied waarbinnen de natuurgebieden vallen heet ‘Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen’, gebied 50. De relevante kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen in het gebied zijn: + Gordel van rivierduinen met zandlandschap, dennenbosjes, vennen en heide, en ook oude Maasmeanders. + Ecologische verbinding: ‘Overasseltse Vennen – Bergharen’, met leefgebied das en kamsalamander. + Natuurparel: ‘Hatertse en Overasseltse Vennen’, met soortenrijke vennen, gevoed door regenwater dat op een oude rivierleemlaag stagneert en horizontaal afstroomt: lavendelheide, veenbes, moeraswolfsklauw, zonnedauw, amfibieën, reptielen, insecten en dassen. + Ruïne: St. Walrick. + Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir.

+ Ontwikkeling van natuur- en landschapstypen: water, moeraszones en vennen, droge bosjes, bosranden, singels, hagen, hakhout, en schraallanden, heide, en overgangen naar cultuurgronden met coulissenlandschap en oude polderstructuren. + Ontwikkeling populatie: dassen, vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen en water-, oever- en moerasvogels. Bezoekers die op de paden blijven en zich houden aan de regels zullen geen effect hebben op de ontwikkeling van natuur- en landschapstypen. De bezoekers die zich niet houden aan de regels hebben in principe geen dermate groot effect op bovenstaande factoren dat dit leidt tot achteruitgang van de ontwikkeling of instandhouding hiervan, tenzij moeraszones en vennen worden vertrapt. De ruïne St. Walrick is in eigendom van Stichting Baet en Borgh, het is niet zeker of negatieve effecten te verwachten zijn op de ruïne bij meer bezoekers. Met abiotiek wordt gedoeld op aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir, hierop hebben de bezoekers geen negatieve effecten, dit gaat vaak om grotere oorzaken zoals bijvoorbeeld klimaatverandering of onttrekking van grondwater. De ecologische verbindingszone en de natuurparel worden hieronder besproken. De ontwikkeling van populaties kunnen door verstoring negatieve effecten ondervinden. Dit wordt besproken in het volgende hoofdstuk ‘Aanwezige natuurwaarden’.

Ecologische verbindingszone, natuurparel en natte landnatuur In en rond het gebied liggen een ecologische verbindingszone (EVZ) voor das en kamsalamander, een natuurparel en natte landnatuur, zie figuur 4. De EVZ voor das en kamsalamander loopt ruim onder het natuurgebied en de locaties van de ontwikkelingen door. De toeristische ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de EVZ door de afstand die ertussen ligt. De bezoekers van de camping en het vakantiepark zullen hier niet recreëren want de EVZ bestaat voornamelijk uit akkers. Natuurparels zijn gebieden binnen het GNN waar de grootste dichtheid aan internationaal beschermde soorten en bedreigde soorten van de Rode lijsten voorkomen. Natuurparels vormen dus

5

een onderdeel van het GNN, met bijbehorende regelgeving. Deze gebieden zijn benoemd tot natuurparel omdat de provincie hier zorgt voor systeemherstel zodat leefgebieden van bijzondere soorten op duurzame wijze behouden kunnen blijven. Provincie Gelderland overlegt met beheerders van gebieden of extra maatregelen nodig zijn. De soorten die voorkomen in de natuurparel kunnen worden verstoord door recreatie in het natuurgebied, hierop wordt dieper ingegaan in het volgende hoofdstuk ‘Aanwezige natuurwaarden’. Natte landnatuur wordt ook beschermd in Gelderland, hierover staat in de omgevingsverordening (januari 2023): Onder natte landnatuur worden gebieden verstaan die direct afhankelijk zijn van de grondwatersituatie ter plaatse. De zone rondom deze gebieden wordt daarom beschermd. Nieuwe functies binnen de hydrologische beschermingszone dienen te worden getoetst op hun eventuele negatieve effecten op de grondwatersituatie voor de natte landnatuur. Bij nieuwe functies moet met name gedacht worden aan bebouwing en andere vormen van verharding. Zie figuur 5 voor de beschermingszone van de natte landnatuur. Beide ontwikkelingen vallen (grotendeels) binnen deze zone, en derhalve dient het effect van de ontwikkelingen op de natte landnatuur te worden getoetst, deze toetsing valt niet onder dit onderzoek.

Figuur 5. Hydrologische beschermingszone van de natte landnatuur (rood omlijnd) (ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 4. Ligging van EVZ, natuurparels en natte landnatuur (gelderland.maps.arcgis.com)

Visie en inrichtingsplan Overasseltse en Hatertse Vennen In 2010 is door Dienst Landelijk Gebied een visie opgesteld om een beeld te schetsen van de ontwikkeling van het vennengebied. De visie is gebruikt voor de onderbouwing bij vergunningverlening en bij concrete planuitwerking op deelgebiedniveau. De visie heeft geen wettelijke of formele status. Onder het kopje recreatieve toekomstvisie in het document wordt genoemd dat binnen de Overasseltse en Hatertse Vennen een verdeling kan worden gemaakt. In het oosten kan meer focus liggen op het versterken van natuurwaarden, en in het westen meer focus op recreatie. Dit zou ook 6

overeen komen met de natuurpotenties in het gebied. Om auto’s uit het gebied te weren zouden, naast de parkeerplaatsen in het noorden en zuiden, ook aan de oost- en westzijde kleine parkeerplaatsen aangelegd kunnen worden. Aanwezige natuurwaarden In het gebied zijn bossen, heiden, vennen en graslanden aanwezig. Doordat in het gebied rivierduinen liggen is er een groot verschil in hoogte wat leidt tot een afwisseling van droge en natte delen. Deze variatie aan omstandigheden leiden ertoe dat het gebied veel verschillende soorten flora en fauna kan herbergen. Soorten die opvallen zijn onder andere de das, verschillende zeldzame amfibieën, twee sprinkhaansoorten, enkele broedvogels en een scala aan bijzondere planten. Das Das wordt veel waargenomen en heeft zeer oude burchten in het gebied. BIJ12 (Kennisdocument das Meles meles, 2017) geeft aan dat dassen niet snel geneigd zijn de burcht te verlaten wanneer veranderingen zoals verstoring of verslechtering optreden rondom de burcht. Ze kunnen goed wennen aan prikkels die samenhangen met menselijke aanwezigheid, vooral als die verder van de burcht verwijderd plaatsvinden en als die prikkels niet sterk variëren in aard of sterkte. Uiteraard dienen dit soort prikkels zoveel mogelijk te worden voorkomen.

Herpetofauna Naast de algemene en niet-kritische amfibieën Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander komen in het plangebied ook zeldzame soorten voor, of soorten die meer kritisch zijn ten opzichte van het leefgebied, zoals heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker en rugstreeppad. Amfibieën leven deels in het water en deels op het land, en op beide plekken zijn ze kwetsbaar. Wanneer in het water wordt gerecreëerd door mensen of honden kunnen watertjes zoals vennen ongeschikt raken als leefgebied. Amfibieën leggen eitjes op planten en doen het over het algemeen niet goed in troebel water of water met vissen. In de periode dat ze van het land naar het water trekken of andersom kunnen ze op paden en wegen worden overreden door auto’s en fietsers. In de winterperiode zitten veel individuen in de grond of onder boomstammen, dan zijn ze over het algemeen vrij goed beschermd tegen invloed van recreatie. Wanneer bezoekers zich aan de regels houden, op de paden blijven en de hond aanlijnen waar dit moet, zullen geen negatieve effecten optreden bij amfibieën. Naast bijzondere amfibieën zit in het gebied ook levendbarende hagedis. Deze soort is enigszins gevoelig voor verstoring. Wanneer individuen aan het zonnen zijn, wat noodzakelijk is als koudbloedig dier, zijn ze erg kwetsbaar.

Ze kunnen minder goed bewegen als ze nog koud zijn en zitten tijdens het zonnen niet verscholen. Wanneer ze dan verstoord worden door recreanten zijn ze niet goed in staat te vluchten, of kunnen ze niet lang genoeg opwarmen waardoor ze niet goed kunnen gaan jagen. Dit kost erg veel energie. Hagedissen kiezen om deze reden de meest veilige plekken om te gaan zonnen en komen in principe niet dicht bij paden als er alternatieven zijn. Wanneer meer recreanten in het gebied lopen of meer paden aanwezig zijn, is de kans aanwezig dat zon-plekken afnemen in geschiktheid of in grootte. Het effect van verstoring kan dus groot zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Insecten In het natuurgebied komen twee bijzondere sprinkhanen voor, de wrattenbijter en de steppesprinkhaan. De soorten staan beide op de rode lijst als ‘ernstig bedreigd’ respectievelijk ‘gevoelig’. Wrattenbijter is in Nederland momenteel alleen nog bekend op één locatie, de Overasseltse en Hatertse Vennen. Steppesprinkhaan komt waarschijnlijk voor op enkele andere plekken in Nederland, naast de Overasseltse en Hatertse Vennen. De soorten zijn gevoelig voor stikstofdepositie omdat dit ervoor kan zorgen dat het schraal grasland waarin ze voorkomen kan verslechteren of

7

verdwijnen. Het is nodig om de delen waar de soorten voorkomen goed te beheren, en schraal te houden. Toerisme heeft hierop eigenlijk geen effect zolang de delen waar ze voorkomen ontoegankelijk zijn en blijven. Naast bijzondere sprinkhanen komen ook interessante vlinders en libellen voor in het gebied. Voorbeelden hiervan zijn bruin blauwtje, kleine parelmoervlinder en oranje zandoogje, en gevlekte witsnuitlibel, maanwaterjuffer, sierlijke witsnuitlibel en venwitsnuitlibel. Bruin blauwtje is een soort die voorkomt op veel plekken in Nederland, maar in kleine aantallen. Kleine parelmoervlinder is een soort die vooral in de duinen voorkomt, maar ook in het zuidoosten van Nederland. Oranje zandoogje is een soort die het vroeger goed deed maar nu steeds verder achteruitgaat in aantallen. Over het algemeen hebben vlinders geen last van recreatie in gebieden wanneer bezoekers op de paden blijven. Ze vinden waardplanten op rustige locaties en kunnen hier de verschillende levensfasen voltooien. Gevlekte witsnuitlibel is een soort die steeds vaker op nieuwe plekken wordt gezien. Maanwaterjuffer is een vrij zeldzame soort die op verschillende plekken in Nederland voorkomt. Sierlijke witsnuitlibel is vooral bekend in de Weerribben, maar heeft zich in korte tijd over verschillende plekken in Nederland verspreid.

Venwitsnuitlibel is de laatste jaren sterk toegenomen in aantallen en verspreiding, en is nu een vrij algemene soort. Deze soorten zijn voor de voorplanting afhankelijk van vennen met voldoende onderwatervegetatie. Wanneer wordt gerecreëerd in de vennen, bijvoorbeeld door spelende honden, kan water snel troebel worden waardoor onderwaterplanten minder goed overleven, wat een negatief effect heeft op libellenlarven in het water. Het is niet de verwachting dat libellen last hebben van hogere bezoekersaantallen in het natuurgebied wanneer de bezoekers op de paden blijven en honden waar nodig aangelijnd zijn. Kruidachtige vaatplanten Enkele van de vaatplanten die zijn waargenomen in het plangebied zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming; akkerogentroost, dreps, getande veldsla, glad biggenkruid, groot spiegelklokje en korensla. Deze soorten staan ook allemaal op de Rode lijst. De bijzondere planten zijn ruwweg in te delen in soorten die voorkomen in bossen en bosranden, soorten die voorkomen naast of in vennen, moerassige gedeelten en op de hei, en soorten die voorkomen in akkers, akkerranden en schrale graslanden. Soorten die voorkomen in bossen en bosranden, zoals dubbelloof en bochtige klaver, zijn kwetsbaar wanneer bezoekers van de paden gaan.

Soorten die voorkomen in vennen en op de hei, zoals ronde zonnedauw, rode dophei, beenbreek en klein blaasjeskruid, zijn kwetsbaar wanneer bezoekers van de paden gaan en rond de oevers van vennen lopen, en wanneer honden in de vennen spelen. Soorten die voorkomen in akkers en graslanden, zoals handjesereprijs, heelbeen en akkerleeuwenbek, zijn niet zo kwetsbaar omdat de gebieden waar deze planten kunnen groeien door Staatsbosbeheer zijn afgesloten voor wandelaars. Vogels In het natuurgebied komen verschillende vogelsoorten voor, deze zijn vooral in het broedseizoen gevoelig voor verstoring. De broedperiode is ook de meest drukke periode in het jaar qua bezoekersaantallen. In de broedperiode hebben vogels een grote ‘investering’ gedaan in de broedlocatie, hierdoor zijn ze in deze periode kwetsbaarder. Voorbeelden van soorten die broeden in de bossen en groepen bomen zijn matkop, zwarte mees, grauwe vliegenvanger, boomvalk en ransuil. In de cultuurlandschappen of aan de randen daarvan, en graslanden met struweel broeden bijvoorbeeld grauwe klauwier, koekoek en kneu. Voorbeelden van water-, oever- en moerasvogels die broeden in het gebied zijn slobeend, rietgors, waterral en blauwborst. Verstoring kan er bij vogels toe leiden dat ze minder tijd hebben om hun natuurlijke gedrag te vertonen wat een negatief effect heeft op de voortplanting en het foerageren.

Bij te veel verstoring neemt het broedsucces van vogels af of zullen ze het gebied verlaten. Uit literatuuronderzoek van Bureau Waardenburg (2008) blijkt dat vogels ogenschijnlijk geen last kunnen hebben van verstoring wanneer ze bijvoorbeeld op het nest blijven zitten in plaats van vluchten. Echter, treedt bij niet-vluchtende

8

vogels een fysiologische stressreactie op die ook een negatief effect heeft op het individu. Vogels kunnen wennen aan een voorspelbare en niet bedreigende vorm van verstoring zoals recreatie kan zijn. Echter, wanneer bezoekers van paden gaan of wanneer honden loslopen is de verstoring veel meer onvoorspelbaar en meer bedreigend. Met name honden, aangelijnd of loslopend, hebben een grote impact op vogels. Over het algemeen zien vogels honden als een groter gevaar dan mensen. Samengevat Overal het algemeen zijn deze soorten vooral gevoelig voor verstoring als bezoekers zich niet houden aan de geldende regels. Momenteel zijn de bezoekersaantallen in het gebied al hoog en zijn er al bezoekers die zich niet houden aan de regels. Hiermee is verstoring op veel van de bovengenoemde soorten dus al aan de orde. Wanneer de extra bezoekers op de paden lopen, de hond aan de lijn houden waar dit moet en binnen de openingstijden in het natuurgebied zijn, zal er beperkte extra verstoring optreden als gevolg van hogere bezoekersaantallen. Wanneer de extra bezoekers van de paden gaan, honden in de vennen laten spelen en wanneer deze extra bezoekers in de schemering en nacht in het gebied zijn stijgt de verstoring.

Het is in de huidige situatie en in de toekomstige situatie mogelijk dat mobiele soorten het gebied verlaten of dat minder mobiele soorten de verstoring niet overleven of zich niet kunnen voortplanten. Wanneer veel bezoekers zich niet aan de regels houden leidt dit uiteindelijk tot een afname van de biodiversiteit. Er kan vanuit worden gegaan dat een deel van de nieuwe bezoekers zich niet aan de regels houdt. Dus als meer nieuwe bezoekers gebruikmaken van het gebied zullen er ook meer bezoekers zijn die zich niet aan de regels houden. Handhaving is belangrijk om het overtreden van regels zoveel mogelijk tegen te gaan. Toename bezoekersaantallen Huidige aantal bezoekers Uit een kortdurend onderzoek in opdracht van gemeente Wijchen naar de bezoekersaantallen in de Overasseltse en Hatertse Vennen in de zomermaanden van 2022 blijkt dat 70% procent van de bezoekers een enkele keer in het gebied komen (data uit Bezoekers Informatie Management van bureau Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen). De overige 30% van de bezoekers keren herhaaldelijk terug in het gebied. Van de grote groep mensen die een enkele keer in het gebied komen, komt 60% uit de regio en 40% verder bij het natuurgebied vandaan. In 2022 zijn meer bezoekers in het gebied geweest dan in 2021, ook zijn er in de zomermaanden meer bezoekers dan in de winter. Normaal gesproken is het er op zondag het drukst.

Door deze variatie is het lastig betekenisvolle gemiddelden te noemen van bezoekers per dag, per maand of per jaar. In 2022 zijn in het gebied circa 700.000 bezoekers geweest, met per maand gemiddeld circa 60.000 bezoekers, en per dag circa 3500 bezoekers. Het is op basis van deze gegevens niet te zeggen hoeveel van de bezoekers van het natuurgebied toeristisch hebben overnacht in de omgeving. Aantal overnachtingen na realisatie Stichting Vrienden van de Vennen heeft een berekening toegevoegd aan de petitie over het aantal overnachting dat door de ontwikkelingen bovenop de huidige overnachtingen zou komen. Gemeente Wijchen levert een eigen berekening aan, waarbij de overnachtingen in het hotel buiten beschouwing worden gelaten. Voor de camping komt men uit op een bezoekersaantal van circa 65.000 overnachtingen per jaar (240 plaatsen met 2,3 gasten per plaats en een bezettingsgraad van 32%). Voor het bungalowpark komt men uit op een toename van circa 175.000 overnachtingen per jaar (124 plaatsen met 5,5 gasten per plaats en een bezettingsgraad van 70%). Echter, hier worden nog de huidige campinggasten afgehaald, dit zijn er circa 130.000 (135 vaste plaatsen met 4 gasten per

9

plaats en een bezettingsgraad van 100% voor 7 maanden, en 34 tourplaatsen met 3 gasten per plaats en een bezettingsgraad van 50% voor 7 maanden). Dit leidt tot een toename van circa 45.000 overnachtingen per jaar voor het bungalowpark. Het totale aantal extra overnachtingen per jaar komt uit op circa 110.000. Rekenvoorbeeldje Van deze 110.000 overnachtende gasten is niet met zekerheid te zeggen hoeveel personen zullen gaan recreëren in het natuurgebied. Stel dat 33% of 20% van de overnachtende bezoekers gaat recreëren in het natuurgebied, zie tabel 1, 2 en 3. Omdat in de buurt nog veel andere toeristische activiteiten te doen zijn, kan worden uitgegaan dat niet iedere toerist dagelijks het natuurgebied zal bezoeken. Van de personen die één nacht blijven gaat bijvoorbeeld 1/3 of 1/5 wandelen in het natuurgebied, en van de personen die meerdere nachten blijven gaan ze bijvoorbeeld 1 van de 3 of 1 van de 5 dagen wandelen in het natuurgebied. Dan leidt dit tot een toename van circa 30.000 extra bezoekers in het gebied per jaar; dit is een toename van 3,5%. Dit geeft een globale indicatie van de toename aan bezoekers in het natuurgebied, gebaseerd op verschillende aannames. Tabel 1. Totaal aantal overnachtingen per jaar op basis van aantallen van Gemeente Wijchen

Camping

+ 65.000

Bungalowpark

+ 175.000

Oude camping

– 130.000

TOTAAL

110.000

Tabel 2. Bezoekersaantallen als 33% en 20% van de overnachtende 290.000 mensen het natuurgebied bezoeken (niet afgerond)

33%

20%

Gemiddeld

Per jaar

36667

22000

29333

Per maand

3056

1833

2444

Per dag

100

60

80

Tabel 3. Totaal aantal bezoekers in rekenvoorbeeldje met verschillende aannames ten aanzien van de gemiddelden per jaar, per maand en per dag (wel afgerond)

Rekenvoorbeeldje

Aantal

Na realisatie van de ontwikkelingen

bezoekers

Huidige en nieuwe bezoekers opgeteld

in 2022

bij 33%

bij 20%

Gemiddeld

Per jaar

700.000

737.000

722.000

730.000

Per maand

60.000

63.000

62.000

62.500

Per dag

3.500

Procentuele toename

3.600

3.560

4,4%

2,6%

3.580 3,5%

De toeristische bezoekers van het natuurgebied kunnen verspreid over de week en verspreid over de dag in het gebied gaan wandelen. Dit zal dus vermoedelijk niet leiden tot een grote extra drukte op het piekmoment van zondagochtend. Tevens zullen de gasten van de camping en het vakantiepark te voet of met de fiets naar het natuurgebied gaan, en niet met de auto. De ontwikkelingen zullen niet bijdragen aan extra drukte op openbare parkeerplaatsen rond het gebied, of op plekken waar dit niet is toegestaan zoals in wegbermen.

10

Informatie Staatsbosbeheer Tijdens een overleg met de gebiedsmanager Rivierengebied van Staatsbosbeheer is gesproken over de maatregelen die in het natuurgebied genomen (kunnen) worden. Staatsbosbeheer geeft aan dat de staat van instandhouding van de Overasseltse en Hatertse Vennen nu niet goed is, het gebied staat onder druk. Een belangrijke factor is de verdroging, waardoor extra belasting van het gebied nadelige gevolgen kan hebben. Tevens noemt Staatsbosbeheer dat het gebied druk bezocht is door omwonenden, dagjesmensen en mensen die in de buurt op vakantie zijn. Op dagen met mooi weer zorgt dit voor verkeersoverlast en auto’s die geparkeerd staan op plekken waar dat niet is toegestaan. Staatsbosbeheer kan niet met zekerheid zeggen of de toename in toeristische overnachtingen zal leiden tot een verslechtering van de natuur. Daarbij komen ook de plannen voor woningbouw in de gemeenten die rond het natuurgebied liggen, waardoor meer omwonenden in het gebied zullen recreëren. Staatsbosbeheer is van mening dat ontwikkelingen in de buurt van het natuurgebied moeten leiden tot een kwaliteitsimpuls van de natuur en de ruimtelijke kwaliteit. Het gebied is gevoelig voor verrommeling waardoor het zijn aantrekkingskracht kan verliezen. Zelf is Staatsbosbeheer ook steeds bezig de kwaliteit van de natuur op peil te houden en nieuwe natuur te ontwikkelen op de terreinen in hun eigendom.

Staatsbosbeheer is op de hoogte van waar de kwetsbare gebieden en kwetsbare soorten zich bevinden in het natuurgebied. Ook monitoren ze de deze gebieden en soorten. Door middel van de inrichting van het terrein, de ligging van paden, worden kwetsbare delen van het terrein ontzien. Zodra het nodig is worden extra hekjes en takkenrillen langs paden geplaatst om te voorkomen dat bezoekers van de paden afwijken. Als het nodig is om paden af te sluiten zal Staatbosbeheer dit ook doen. Veel van de kwetsbare soorten, zoals amfibieën en planten zijn afhankelijk van het water. Op plekken waar veenvorming plaatsvindt liggen geen paden waardoor er geen wandelaars komen. Ook de bijzondere sprinkhaansoorten en akkerkruiden liggen in delen van het natuurgebied waar geen wandelaars kunnen komen. De afwezigheid van paden op deze plekken werkt goed om kwetsbare soorten te beschermen tegen recreatie. De dassen in het gebied zorgen er zelf voor dat ze op een rustige plek in het natuurgebied verblijven, op deze plekken worden geen nieuwe paden aangelegd. Echter, voor dassen vormt verstoring door honden en extra nachtelijk verkeer het grootste knelpunt. Jaarlijks wordt 1/5 van alle dassen doodgereden. Toenemend verkeer zal leiden tot meer verkeersslachtoffers. Van de vogelsoorten zijn zeker de roofvogels gevoelig voor verstoring door recreatie.

Naast de inrichting van het natuurgebied (ligging van paden, afsluiting van paden en plaatsen van hekjes en takkenrillen) kan Staatsbosbeheer ook handhaven in het natuurgebied. In heel Nederland is de capaciteit voor handhaving erg laag, dit geldt ook voor de Overasseltse en Hatertse Vennen. Als meer mensen in het natuurgebied gaan recreëren is het gewenst dat er ook meer gehandhaafd kan worden. Staatsbosbeheer geeft aan dat een toename aan bezoekers in het natuurgebied niet zal leiden tot een verbetering van de biodiversiteit en natuurwaarden, tenzij extra maatregelen worden genomen die leiden tot een kwaliteitsimpuls.

11

Toename verstoring De Overasseltse en Hatertse Vennen zijn een kwetsbaar natuurgebied met bijzondere natuurtypen, planten en dieren. Het staat momenteel al onder druk door verdroging, verstoring tijdens piekmomenten in bezoekersaantallen en verstoring door bezoekers die zich niet aan de regels houden. Door de ontwikkelingen van de camping en het vakantiepark zullen meer mensen het natuurgebied bezoeken. Dit zal onder andere leiden tot: + meer verstoring van diersoorten die voorkomen naast de paden doordat er meer mensen lopen op de paden; + meer verstoring van diersoorten waar honden loslopen omdat honden veel vluchtgedrag veroorzaken; + meer verstoring van diersoorten wanneer mensen en/of honden van de paden gaan, doordat normaal gesproken rustige plekken dan niet meer veilig zijn; + meer verstoring/vernieling van plant- en diersoorten wanneer mensen en/of honden van de paden gaan door vertrappen van oevers en troebel worden van het water; + een mogelijke toename van bezoekers die buiten openingstijden het gebied bezoeken, wat kan leiden tot verstoring van diersoorten die dan normaal gesproken rust vinden; + een mogelijke toename van roken en open vuur in het gebied, wat kan leiden tot een verhoging van de kans op natuurbranden met vernietiging van delen van het gebied tot gevolg.

+ een toename van onderhoud (en kosten) doordat meer mensen gebruikmaken van paden, trappen en andere recreatieve voorzieningen. + een mogelijke toename van overtredingen waarop niet voldoende kan worden gehandhaafd door een tekort aan BOA uren bij de beherende partij. Opties en knelpunten Om deze (huidige en toekomstige) verstoringseffecten tegen te gaan kunnen verschillende maatregelen of een combinatie van maatregelen worden genomen. Voorbeelden hiervan zijn het beperken van het aantal bezoekers waardoor minder verstoring optreedt, of het afsluiten van paden waardoor delen in het gebied rustiger worden, of het inzetten van meer handhaving zodat verstoring die optreedt buiten paden wordt verminderd. Hieronder worden een aantal opties genoemd en knelpunten daarvan. +

De beperking van bezoekersaantallen o Dit kan worden gedaan door bijvoorbeeld in de broedperiode van vogels minder gasten toe te laten op de camping en het vakantiepark. Dit heeft economische gevolgen voor de initiatiefnemers. o Het aantrekkelijker maken van andere gebieden in de regio kan ertoe leiden dat in verhouding minder bezoekers naar de Overasseltse en Hatertse Vennen gaan. Dit is een voor de hand liggende maar tegelijk lastige maatregel. Het gaat dan om grootschalige maatregelen om elders nieuwe gebieden aan te leggen of meer geschikt te maken voor recreatie. Het is niet zeker welke instantie hiermee aan de slag gaat. Daarbij blijven de Overasseltse en Hatertse Vennen een bijzonder natuurgebied waar mensen willen wandelen. o Ook kunnen de initiatiefnemers meer nadruk leggen bij de gasten op andere natuurgebieden in de buurt. Dit is erg vrijblijvend. o Wanneer op de camping en/of het vakantiepark fietsen worden verhuurd vergroot dit de actieradius van de gasten. Dit kan ertoe leiden dat meer gasten op grotere afstand van het vennengebied gaan recreëren, en minder vaak het vennengebied bezoeken. o Door geen nieuwe eet- en drinkgelegenheden in de omgeving van het vennengebied toe te laten wordt voorkomen dat meer bezoekers naar het gebied worden aangetrokken.

Dit is aan de omliggende gemeenten om af te spreken als zij dit zien als nodige maatregel, en vast te leggen zodat het niet vrijblijvend is.

12

+

Het afsluiten van paden o Dit heeft een direct effect op de locaties waar de paden afgesloten worden, hier treedt dan minder verstoring op. Echter leidt dit er ook toe dat andere paden dan nog drukker worden. Dit kan dus lokaal een effectieve optie zijn, maar leidt elders tot een afname in rust. o Ook kunnen bepaalde paden seizoensgebonden afgesloten worden. Paden die langs kwetsbare nestlocaties lopen kunnen gedurende het broedseizoen worden afgesloten. o Wanneer nieuwe paden worden aangelegd in het natuurgebied kan dit drukte op andere paden verlagen. Dit is een maatregel die alleen genomen kan worden op niet-kwetsbare delen. Anders kan het leiden tot een afname van rust en dus negatieve gevolgen hebben op de locatie van de nieuwe paden. Tevens is het niet zeker dat dit leidt tot aanzienlijke afname van drukte op andere paden.

+

De inzet van meer handhaving o Staatsbosbeheer geeft aan dat niet voldoende capaciteit is om in de Overasseltse en Hatertse Vennen meer te handhaven. Mogelijk kunnen de initiatiefnemers een financiële bijdrage leveren aan Staatsbosbeheer waardoor meer handhaving mogelijk is. Hiertoe moeten de initiatiefnemers dan bereid zijn, en moeten duidelijke afspraken worden gemaakt. Mogelijk kan de gemeente hierin een rol spelen. o Gemeente Wijchen kan handhaven in het deel van het natuurgebied dat valt binnen de grenzen. Met gemeente Heumen kan worden overlegd over een bijdrage aan extra toezicht.

+

Attenderen van bezoekers o Door bordjes op te hangen in het natuurgebied met informatie over de planten en dieren die er voorkomen kunnen bezoekers worden geattendeerd op bijvoorbeeld de kraamtijd van de das, het broedseizoen van vogels, het trekken van amfibieën, en hiermee rekening te houden. o Op de camping en het vakantiepark kan ook informatie geboden worden aan de gasten over de kwetsbaarheid van het gebied en welke regels er gelden. o Tevens kan hier gewezen worden op andere gebieden in de omgeving waar de hond los mag lopen, zodat minder bezoekers naar het vennengebied gaan met honden. o Deze opties kunnen leiden tot minder verstorend gedrag, maar het is vrijblijvend.

+

Alternatieven bieden op de overnachtingsplekken o Naast het feit dat de camping en het vakantiepark gasten attenderen op andere locaties waar de hond los mag lopen, kunnen zij hiervoor op de eigen locatie ook ruimte vrijmaken. Door hondenlosloopgebied op de camping en het vakantiepark aan te bieden kan dit leiden tot een lager aantal bezoekers dat in het natuurgebied de hond laat loslopen (waar dit niet overal mag). Dit zou een eis kunnen zijn van de gemeente Wijchen naar de initiatiefnemers.

+

Verkeersdrukte sturen o De toename aan gasten van de camping en het vakantiepark zal leiden tot een grotere verkeersdrukte op het wegen rondom het natuurgebied. Dit kan leiden tot een grotere kans op het aanrijden van dassen en andere verstoring van diersoorten. Mogelijk kunnen de gemeenten sturen in het verkeer, zoals wegen eenrichtingsverkeer maken of wegen afsluiten.

Mogelijk kan in overleg met de Provincie Gelderland worden gesproken over welke bijdrage zij kunnen leveren aan het tegen gaan van effecten door verstoring. Zij kunnen mogelijk bijdragen vanwege het provinciale natuurparel-beleid, en soortgerichte maatregelen treffen voor de bijzondere soorten in het vennengebied. De bal kan niet alleen liggen bij Staatsbosbeheer of de gemeente Wijchen of de initiatiefnemers. De verstoring in de natuurgebieden is een probleem dat momenteel al speelt en in de

13

toekomst groter kan worden (door nieuwe initiatieven en nieuwbouw van woningen) daarom is het misschien nodig dat de situatie door een grotere instantie wordt beoordeeld. Conclusie Het vennengebied is momenteel al druk bezocht, er is al veel verstoring en er spelen andere factoren die het gebied gevoelig maken zoals de kwetsbaarheid door verdroging en de toename van bezoekers uit omliggende gemeenten waar meer woningen gebouwd worden. Verschillende maatregelen zijn in te zetten om de huidige en toekomstige verstoring terug te dringen. Als enkel wordt gekeken naar de camping en het vakantiepark zullen de gasten bijdragen aan hogere bezoekersaantallen in het nu al drukke en kwetsbare natuurgebied en hier meer verstoring veroorzaken dan momenteel aanwezig is. Deze bijdrage aan de verstoring (door nieuwe gasten) is in verhouding aanzienlijk lager dan de huidige verstoring (door lokale bewoners en toeristen). Het is vrijwel niet aan te geven of de gasten van de camping en het vakantiepark zullen leiden tot een significante afname van de biodiversiteit en de natuurkwaliteit in het natuurgebied. Door de cumulatie van alle factoren die spelen in het natuurgebied zal de biodiversiteit niet hoger en de natuurkwaliteit niet beter worden als de recreatiedruk toeneemt.

Wanneer voldoende maatregelen getroffen kunnen worden om de verstoring terug te dringen zal de impact van de initiatieven op het natuurgebied meevallen. Overleg is nodig tussen de verschillende betrokken partijen over welke maatregelen genomen kunnen worden en door wie, en of dit voldoende is. Wanneer in combinatie met het toestaan van de initiatieven óók voldoende maatregelen worden genomen om de extra verstoring tegen te gaan en de huidige verstoring te verminderen, zullen de plannen uiteindelijk een positief effect hebben op het gebied, de natuurkwaliteit en de biodiversiteit.

14

Bronnen + Actieve soortenbescherming Gelderland. 6 januari 2015. Provincie Gelderland. + Data bezoekersaantallen vennengebied uit BIM (bezoekers informatie management) van TVAN (bureau toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen) + Kennisdocument Das Meles meles, juli 2017. BIJ12. Versie 1.0. + Omgevingsverordening Gelderland, januari 2023. Tercera. Status: onbekend. IDN: NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc11. https://media.gelderland.nl/Omgevingsverordening_Gelderland_januari_2023_12310e266c.pdf?up dated_at=2023-01-20T12:31:28.076Z + Petitie: Stop massatoerisme in het Vennengebied, 2 mei 2022. Stichting Vrienden van de Vennen. + Verstoringsgevoeligheid van vogels, update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, 2008. Krijgsveld, Smits & van der Winden, Bureau Waardenburg. + Visie en inrichtingsplan Overasseltse en Hatertse Vennen, maart 2010. Dienst Landelijk Gebied.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=9fbd7afb-3186-4c79-b6e3-43a0e3380eb3