CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Evaluatie regioprogramma 2023 - indicatoren_1

Raad openbaar Wijchen 17 oktober 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 259333 Informatienota Evaluatie Regioprogramma Jeugd 20233.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Regioprogramma Jeugd 2023 - INDICATOREN In 2023 is het meerjarige regioprogramma jeugd opgesteld en vastgesteld. In het regioprogramma hebben we zes leidende opgaven opgenomen. Voor elke opgave zijn drie indicatoren opgesteld met het doel de voortgang meer inzichtelijk te kunnen maken. In dit onderdeel van de evaluatie geven we deze indicatoren, data, bijbehorende bronnen en inzichten weer. Omdat het regioprogramma in 2023 is begonnen, gebruiken we – waar mogelijk – 2022 als een nulmeting. Wanneer in 2022 nog geen cijfers beschikbaar zijn, wordt 2023 de nulmeting. Tijdens het opstellen van dit overzicht zijn we erachter gekomen dat sommige indicatoren (nog) niet goed inzichtelijk te maken zijn. Het regioprogramma en de daarbij behorende indicatoren zijn in ontwikkeling. We zien het daarom als een noodzakelijke uitdaging om, samen met onze partners, in 2024 te onderzoeken hoe we de komende jaren onze inzichten kunnen verbeteren. De indicatoren zullen in 2024 waar nodig worden bijgesteld aan de hand van die bevindingen. Daarnaast weten we dat veranderingen pas zichtbaar worden wanneer op meerdere domeinen een aanpak zal plaatsvinden aangezien de oorzaak van jeugdproblemen veelal niet in kinderen zelf ligt, maar in de context zoals in het gezin.

Opgave 1: Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg. Met de verschillende actielijnen in opgave 1 dragen we bij aan inclusiever onderwijs. Hierbij werken we samen met het onderwijs aan het doel kinderen binnen het regulier onderwijs en zo thuisnabij mogelijk naar school te kunnen gaan. 1.1 Minder instroom in het speciaal onderwijs We maken bij instroom onderscheid tussen onder-instroom en zij-instroom. We spreken over onder-instroom als het gaat om leerlingen die vanaf het moment dat zij naar school gaan instromen in het speciaal (basis)onderwijs (S(B)O), of leerlingen die vanuit het (speciaal) basisonderwijs instromen in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Met zij-instroom bedoelen we leerlingen die vanaf het regulier onderwijs instromen in het speciaal onderwijs. In 2023 hebben we gekeken naar het totaal van nieuwe instroom. In samenwerking met de samenwerkingsverbanden gaan we die cijfers in 2024 nader duiden. Onderstaande cijfers gaan over leerlingen binnen de hele regio van de twee samenwerkingsverbanden1 S(B)O Totaal nieuwe instroom

2020 370

2021 391

2022 268

2023 264

Tabel 1. Totale nieuwe instroom s(b)o (Bron: Samenwerkingsverband Stromenland)

VSO Onder-instroom

2022 156

2023 159

Zij-instroom

140

141

Totaal nieuwe instroom

296

300

Tabel 2. Nieuwe instroom vso (Bron: Samenwerkingsverband vo-vso e.o.)

In 2023 zijn de instroomcijfers in het speciaal onderwijs iets hoger dan in 2022. Binnen het basisonderwijs komt dit voornamelijk door een groter aandeel leerlingen dat vanuit het regulier onderwijs doorstroomt naar het speciaal onderwijs. We zien namelijk dat de beweging van minder instroom in het speciaal onderwijs al eerder goed in gang is gezet door de samenwerkingsverbanden. De instroom in 2023 is aanzienlijk lager dan 2021 en daarvoor. Belangrijk is dat we met het onderwijs blijven werken aan inclusief onderwijs en onderwijs in de eigen

1 Samenwerkingsverband Stromenland en Samenwerkingsverband V(S)O Nijmegen e.o .

1

woonomgeving zodat we de aankomende jaren een daling van instroom in speciaal onderwijs kunnen waarnemen. 1.2 Minder schooluitval en langdurige thuiszitters We vinden het belangrijk dat kinderen een doorlopende onderwijsloopbaan kunnen hebben. We hebben een stevige ambitie: iedere jongere gaat naar school of werkt en ontvangt daarvoor zo nodig een aansluitend zorgaanbod. We spreken over voortijdig schoolverlaten (vsv) als een leerling op 1 oktober van een schooljaar (t1) geen bekostigde inschrijving op een school heeft, terwijl deze in het voorgaand schooljaar (t0) wel een bekostigde inschrijving had. Deze aantallen gaan over leerlingen en uitgevallen leerlingen in het voorgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Schooljaar

Regio

Aantal deelnemers start schooljaar 1.289.781

Nieuwe vsv-ers (aantal) 30.520

Nieuwe vsv-ers (%) 2,37

2021/2022

Landelijk

2021/2022

Rijk van Nijmegen

21.953

513

2,34

2022/2023

Landelijk

1.270.087

30.245

2,38

2022/2023

Rijk van Nijmegen

21.411

549

2,56

Tabel 3: Nieuwe vsv-ers schooljaar 2022-2023 (Bron: DUO)

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) is in de regio toegenomen en komt voor het eerst in jaren boven het landelijk gemiddelde. Op het moment van schrijven van deze evaluatie wordt met partners gewerkt aan de analyse van deze cijfers. We kunnen deze stijging daarna beter duiden. Uit de stijging blijkt in ieder geval dat we samen met het onderwijs stevig moeten blijven inzetten op de aanpak jongeren naar school of werk. Langdurig thuiszitters Thuiszitters zijn volgens de officiële definitie kinderen die leerplichtig zijn maar niet op een school zijn ingeschreven (absoluut verzuim) éen kinderen die wel op een school zijn ingeschreven maar langdurig (meer dan vier weken) niet aanwezig zijn bij de lessen (langdurig relatief verzuim). De cijfers wisselen per gemeente en geven het aantal thuiszitters lopende het schooljaar weer. Het merendeel van deze leerlingen keert, al dan niet met ondersteuning, binnen het schooljaar terug naar onderwijs. In de tabel is ook nog het effect van corona zichtbaar. De coronamaatregelen zorgden voor een laag aantal thuiszitters in 2020-2021. In 2021-2022 zijn meer leerlingen alsnog (tijdelijk) thuis komen te zitten. We zien inmiddels een herstel in de cijfers. Willen we voorkomen dat kinderen (onnodig) thuis komen te zitten, dan blijft aandacht voor en organiseren van een gezamenlijke aanpak voor deze groep jongeren nodig. Gemeente

2021-2022

2022-2023

Berg en Dal

7

3

Beuningen

15

35

Druten

19

08

Heumen

1

2

Mook en Middelaar

0

0

Nijmegen

86

34

Wijchen

19

24

Tabel 4. Aantal thuiszitters per schooljaar per gemeente (Bron: gemeenten)

1.3 Hogere score mentaal welbevinden We gebruiken de monitor van de GGD Gelderland-Zuid om iets te kunnen zeggen over het mentaal welbevinden van jongeren in onze regio. Meer specifieke data op regio niveau zijn op dit moment nog niet beschikbaar. We hebben ervoor gekozen deze data te gebruiken omdat het wel een algemeen beeld geeft van het mentaal 2

welbevinden in onze regio. De GGD-monitor meet verschillende indicatoren in de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs. Deze monitor wordt normaal eens in de vier jaar afgenomen, maar tijdens corona is dit extra gebeurd. Mentaal welbevinden Gelukkig zijn: (heel) verdrietig/neutraal Voelt zich (zeer) vaak gestrest Lage veerkracht Lichte tot ernstige psychische klachten Een enkele keer tot heel vaak serieus over nagedacht om een einde aan mijn leven te maken

2021 22% 45% 21% *2 11%

2023 19% 48% 20% 26% 9%

NL 2023 23% Onbekend Onbekend 27% 10%

Tabel 5. Scores mentaal welbevinden jeugd (vo-leeftijd) (Bron: Gezondheidsmonitor jeugd 2021 en 2023)

Over het algemeen zien we een lichte daling in de meeste indicatoren. Dat is ook niet vreemd, de context van nu is heel anders dan in 2021 toen de scholieren midden in de coronaperiode zaten. Het is echter nog steeds zorgwekkend dat veel jongeren zich vaak gestrest voelen en psychische klachten ervaren. In 2023 heeft 9% van de ondervraagde scholieren serieus nagedacht over levensbeëindiging. Dit is te veel en daar maken we ons zorgen over. Dit vraagt om een voortdurende inzet met het onderwijs en andere partners in het jeugddomein om dit te veranderen. Het is daarom van groot belang in de regio de STORM-aanpak op voortgezet onderwijs scholen in te zetten. Ook blijven we investeren in een stevige basis op en rondom scholen om het mentaal welbevinden van onze jongeren te verbeteren.

Opgave 2: Versterken mentale veerkracht. De groeiende vraag naar jeugdhulp en steeds langere duur van jeugdhulptrajecten zorgen voor lange wachtlijsten. We kunnen uit de data niet concluderen dat in 2023 een vermindering heeft plaatsgevonden in de behoefte van jeugdhulp gebruik. 2.1 Minder instroom in de specialistische jeugd-ggz We zien de laatste jaren dat de vraag naar specialistische jeugd-ggz hoog blijft. We kunnen vanuit onze data nog niet de unieke (nieuwe) instroom in de jeugd-ggz inzichtelijk maken. We hebben daarom gekeken naar het aantal jeugdigen dat in 2022 en 2023 gebruik heeft gemaakt van specialistische jeugd-ggz. Daarbij hebben we de aantallen voor 3e lijn zorgaanbieders opgenomen en het aandeel dat zij hebben op de totale inzet. Jaar 2022 2023

Cliënten spec. Jeugd-ggz 2.932 2.879

3e lijn zorgaanbieders 1.556 1.461

Aandeel 3e lijn 53% 51%

Tabel 6. Instroom jeugd-ggz

In 2023 is een daling in het aantal unieke cliënten van 2% waar te nemen ten opzichte van 2022. Het is belangrijk om hierbij op te merken dat de specialistische jeugd-ggz in 2023 te maken heeft met forse personele tekorten. Dit heeft invloed op het aantal cliënten dat behandeld kan worden. Daarnaast zijn er in 2023 lange wachttijden voor specialistische jeugd-ggz die niet terug zijn te zien in bovenstaande cijfers. We kunnen daardoor niet concluderen dat een vermindering heeft plaatsgevonden in de behoefte van het jeugdhulp gebruik. Dit betekent dat we met onze partners onverminderd moeten blijven inzetten op laagdrempelige, vrij toegankelijke hulp, preventie en het versterken van zelfredzaamheid. Vanuit opgave 2 gaan we daarom onverminderd actief bezig met de beweging om de groeiende vraag naar jeugdhulp en steeds langere duur van de jeugdhulptrajecten te verminderen.

2 * In de vragenlijst van 2021 is deze vraag niet zodanig gesteld dat deze vergeleken kan worden met 2023. 3

2.2 Versnellen uitstroom uit de specialistische jeugd-ggz We willen dat psychische kwetsbaarheid van jeugdigen niet meer wordt behandeld als een ziekte, maar als onderdeel van een contextueel, systemisch probleem. Hiervoor is het nodig dat er minder wordt behandeld in de behandelkamer, en meer in het gezin zelf wordt gezocht naar oplossingen. Met de aanvulling van specialistische jeugd-ggz kennis waar nodig. Dit betekent dat specialistische jeugd-ggz een minder centrale rol speelt in de behandeling, en zich ondersteunend en adviserend kan opstellen ten opzichte van systemische en lokale partners. Daarbij realiseren we ons dat er altijd ‘hoog specialistische’ vraagstukken blijven bestaan. Door in te zetten op laagdrempelige hulp wordt ook voorkomen dat de hoog specialistische jeugd-ggz aanbieders worden overspoeld met regulier specialistische vragen. Daardoor kunnen wachtlijsten afnemen en hebben zij meer ruimte zich te buigen over de hoog complexe vraagstukken. Bij dit uitgangspunt verwachten we dat de gemiddelde trajectduur van ‘reguliere’ specialistische jeugd-ggz zal afnemen, maar dat de gemiddelde trajectduur van ‘hoog’ specialistische jeugd-ggz gelijk zal blijven of licht zal toenemen. Dit is in onderstaande cijfers nog niet terug te zien. We hebben hiervoor gekeken naar de gemiddelde trajectomvang in uren van behandeltrajecten in de periode 2020 – 2022 en 2021 – 2023.

Specialistische jeugd-ggz

Trajectomvang 2020 – 2022 69

Trajectomvang 2021-2023

% stijging

78

13%

Tabel 7. Trajectomvang specialistische jeugd-ggz

De gemiddelde trajectduur wordt ook beïnvloed door de stijging van de ‘hoog specialistische’ zorgaanbieders. Bij de hoog specialistische gecontracteerde zorgaanbieders zien we een stijging tot 25% in de trajectomvang. Dit valt binnen de verwachting van de beweging zoals hierboven geschetst. Men zou verwachten dat door de stijgingen van trajectduur in hoog specialistische zorg, andere vormen van jeugdzorg afnemen in duur. We zien echter niet dat bij de andere gecontracteerde partijen de trajectomvang daalt. Deze blijft gelijk, of stijgt ook. Zonder de hoog specialistische aanbieders is de toename van trajectduur +7%. Hoe kan het dat de trajecten in omvang zijn gegroeid? Heeft de jeugd in onze regio steeds meer nodig? Of is een beetje minder ook goed? Dit vraagt om een kritische blik van alle betrokken partners naar de omvang van de ingezette trajecten.

2.3 Minder directe inzet jeugd-ggz door huisarts, meer verwijzing naar lokaal team Op dit moment zijn we niet in staat om te meten hoe vaak huisartsen verwijzen naar lokale teams in plaats van naar jeugd-ggz. We kunnen aan de hand van declaraties jeugd-ggz wel vaststellen hoeveel verwijzingen daarvan zijn afgegeven door huisartsen. Dit betekent dus niet dat de declaraties overeenstemmen met het totaal aantal verwijzingen. Door wachttijden kan een verwijzing later in het jaar pas plaatsvinden in het opvolgende jaar, of de verwijzing wordt niet ingezet voor jeugd-ggz omdat bijvoorbeeld wordt gekozen voor een andersoortige aanpak. Op basis van een toe- of afname van ggz verwijzingen door huisartsen is dus niet vast te stellen of er sprake is van substitutie door lokale teams. We gaan met betrokken partners kijken wat we wel in kaart willen en kunnen brengen.

Opgave 3: Het organiseren van passende hulp voor complexe situaties bij jeugdigen en hun gezinnen. We willen voor iedere jeugdige uit de regio een passende oplossing met perspectief. Een oplossing voor nu en de toekomst, hoe ingewikkeld de zorgvraag ook is. Hierbij wordt gekeken naar de context om de jongere heen. 3.1 Meer consultaties van het Regionaal Expert Team (RET) De behoefte aan meer consultaties komt vanuit het doel om voor ieder kind passende hulp te vinden. In 2023 is het OPH (overleg passende hulp) omgevormd naar een RET. Het RET kent, in tegenstelling tot het OPH, geen 4

verplichting om te melden bij een uithuisplaatsing. Het RET is er voor iedereen die gebruik wil maken van consultatie en advies. In 2023 zijn we gestart met de inzet van een voorzitter die ook fungeert als procesregisseur. De voorzitter is laagdrempelig beschikbaar voor iedereen met een vraag over het organiseren van passende hulp voor complexe situaties. Omdat het RET is gestart in 2023, en een hele andere werkwijze heeft dan het OPH, kunnen we de inzet van het RET in 2023 niet vergelijken met historische gegevens. De echte nulmeting voor het RET is daarom 2023. RET Laagdrempelig contact Casusbespreking aan tafel

2023 129 21

Tabel 8. Aantallen inzet RET

3.2 Minder doorstroom van kinderen in verblijf We vinden het belangrijk dat kinderen kunnen opgroeien in een zo stabiel mogelijke situatie. Doorplaatsingen zijn daarvoor onwenselijk. We willen graag inzicht in het aantal keer dat uit huis geplaatste kinderen worden overgeplaatst. Dat kan zijn binnen dezelfde zorgaanbieder naar een andere groep of locatie; of naar een andere zorgaanbieder. Op dit moment kunnen we de doorplaatsingen binnen dezelfde zorgaanbieder nog niet inzichtelijk maken, waardoor we geen totaalbeeld van de doorstroom van kinderen in verblijf kunnen krijgen. We hebben er daarom voor gekozen om deze indicator nog niet te gebruiken. Met ingang van 2025 wordt het naar verwachting mogelijk, als gevolg van de inkoop specialistische jeugdhulp en de verwerving van de essentiële functies, om meer inzicht te krijgen in het aantal doorplaatsingen. 3.3 Meer inzet van de doorbraakaanpak De doorbraakaanpak was tot nu toe een lokale interventie. In 2023 zijn de regionale voorbereidingen gedaan zodat in 2024 verschillende lokale team medewerkers en medewerkers van de gecertificeerde instellingen getraind kunnen worden. De indicator kan daarom nog niet worden gemeten.

Opgave 4: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. We willen uithuisplaatsingen voorkomen door sterke gezinnen en een sterke sociale omgeving. Voor jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben is tijdig passende hulp beschikbaar. Wanneer residentiele jeugdhulp (met verblijf) nodig is, dan doen we dat zo thuis mogelijk. 4.1 Minder instroom in verblijf We willen dat kinderen zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. We streven naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen. Als een uithuisplaatsing nodig is, dan het liefst in een gezinsvorm (pleegzorg of gezinshuis). Wij hebben een monitor ontwikkeld die ons inzicht geeft in de eerste uithuisplaatsing van een jeugdige. Ook is het mogelijk om de verhouding van gezinsvormen ten opzichte van andere vormen van residentieel verblijf inzichtelijk te maken. Zo kunnen we monitoren of het lukt om kinderen – als een uithuisplaatsing nodig is – in een gezinsvorm te plaatsen.

Uithuisplaatsingen

2022

2023

Instroom verblijf Gezinsvormen Verhouding gezinsvormen t.o.v. totaal

111 -* -

90 29 32,2%

Tabel 9. Aantallen instroom in verblijf

5

Het aantal uithuisplaatsingen is de afgelopen vijf jaar gedaald. We zien echter wel dat het aantal jeugdigen dat ín verblijf opgroeit minder snel daalt. Dit komt onder andere doordat jeugdigen langer in een verblijfssituatie of gezinsvorm verblijven. Oorzaak hiervan is onder meer de verhoging van de leeftijd tot 21 jaar in gezinshuiszorg waardoor jongeren langer blijven. Daarnaast blijft het mogelijk om het verblijf onder voorwaarden verder te verlengen tot 23 jaar. Dit maakt onze aandacht voor de verbetering van de door- en uitstroom 18-/18+ onverminderd belangrijk. * In 2022 is de wet wijziging woonplaatsbeginsel doorgevoerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat wij als regio weer (financieel) verantwoordelijk zijn geworden voor jeugdigen die vanuit onze regio voor 2022 buiten de regio in verblijf zijn gekomen. Deze administratieve wijziging heeft ervoor gezorgd dat wij op papier een hele hoge ‘eerste’ instroom in 2022 hebben. Hiervoor hebben wij een correctie doorgevoerd. Dit maakt echter dat wij voor 2022 niet de verhouding van instroom in gezinsvormen t.o.v. het totaal kunnen zien. Dit laat onverlet dat we blijven inzetten op het verlagen van de instroom in verblijf. 4.2 Meer inzet van informele zorg We willen dat in alle regiogemeenten steungezinnen informele zorg bieden aan overbelaste gezinnen.

Door deze ontlasting verwachten wij op termijn een preventieve werking op andere vormen van jeugdzorg. In gemeente Nijmegen, Mook en Middelaar, Heumen, Berg en Dal en Druten wordt dit gedaan door Buurtgezinnen. In Wijchen is deze vraag neergelegd bij de welzijnsorganisatie Meer voor mekaar en in Beuningen loopt het project Gezinnen voor elkaar vanuit welzijnsorganisatie Perspectief. Gemeente

Koppelingen in 2023

Berg en Dal

8

Beuningen

9 (waarvan 2 voortijdig geëindigd)

Druten

10

Heumen en Mook en Middelaar

7

Nijmegen

30

Wijchen

6

Tabel 10. Aantal koppelingen steungezinnen aan overbelaste gezinnen (Bron: gemeenten)

In de gemeente Nijmegen is in 2023 een pilot gestart voor zorgoppas. Ook dit is bedoeld om ouders soms te ontlasten. Door de specifieke zorgbehoefte van een kind is een gewone oppas niet mogelijk, dan wordt een professionele oppas ingezet. Er zijn van maart tot eind december 2023 in totaal 39 matches gemaakt. 4.3 Minder kinderen op de regionale wachtlijst voor pleegzorg We hebben te weinig pleeggezinnen voor kinderen en jongeren die een plek nodig hebben. Steeds minder mensen melden zich aan als pleegouder. Kinderen en jongeren komen in gezinshuizen of residentiële jeugdhulp terecht, terwijl ze een ‘gewoon thuis’ nodig hebben. In 2020 zijn we begonnen met de pleegzorgcampagne ‘jouw liefde maakt het verschil’ om het aantal pleegouders – en matches – te vergroten. Dit heeft resultaat gehad. Er is niet één peilmoment dat inzicht geeft in het aantal kinderen dat wacht op een match met een pleeggezin. We zien echter dat het aantal kinderen dat wacht weer toeneemt. In 2022 was dit op z’n laagst 3 kinderen. Ten tijde van schrijven van deze evaluatie, in mei 2024, is de wachtlijst weer toegenomen naar 18 kinderen. Dit is een landelijke trend. Wat nodig is, is structurele aandacht voor het werven van pleegouders. Hoe groter het aanbod van verschillende pleegouders, hoe beter de pleegzorgaanbieder kan matchen.

Hoe beter de match, hoe kleiner de kans dat een pleegzorgplaatsing afgebroken wordt.

6

Opgave 5: Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden. Complexe scheidingen leiden tot ontwikkelingsbedreigingen bij kinderen en onveiligheid binnen het gezin. Het gevolg is een grote druk op jeugdzorg en zelfs uithuisplaatsingen. Dat willen we voorkomen. 5.1 Meer consultaties van het Regionaal Expertise Punt Scheidingen (REPS) We beogen met het REPS-professionals te voorzien van advies wanneer zij te maken hebben met een gezin waar sprake is van een complexe scheiding. Het is van belang dat het REPS vaak wordt geconsulteerd. Het REPS is in februari 2023 van start gegaan. We hebben hiervoor dus geen nulmeting. Het REPS wordt ingezet om expertise toe te voegen aan lokale teams, gecertificeerde instellingen en partners uit de veiligheidsketen. In 2023 zijn er 181 vragen gesteld aan het REPS. 5.2 Minder inzet jeugdzorg omdat verwijzers effectief advies van REPS ontvangen Deze indicator is een wensgedachte van de opbrengst die we graag zouden zien. We kunnen dit echter niet inzichtelijk maken. Een causaal verband tussen het REPS en verwijzingen is niet aan te tonen. Dit betekent niet dat het effect er ook niet is. Gelet op het aantal consultaties en de feedback van de indieners van vragen kan worden gesteld dat de adviezen van het REPS effectief zijn.

Opgave 6: Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig. We stellen het systeem en de normale leefwereld centraal bij gezinnen en kinderen waar veiligheidsproblemen bestaan. Alle onderdelen van problematiek en hulpvragen worden in kaart gebracht. Veiligheidsaspecten zijn hier onderdeel van, geen doel op zich. 6.1 Toename aantal meldingen bij de JeugdBeschermingsTafel (JBT) Een toename van het aantal meldingen is geen doel op zich. Het aantal besprekingen aan de JBT is tussen 2022 en 2023 afgenomen: 93 besprekingen in 2022 en 73 in 2023. We zien dat er aan tafel vaker besloten werd tot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (58% in 2023 t.o.v. 38% in 2022). Het is lastig aan te geven wat deze cijfers zeggen over een af- of toename van veiligheid in gezinnen. We hebben dit met betrokken partners zoals de Raad voor de Kinderbescherming, lokale teams en vaste deelnemers van de JBT besproken. Minder besprekingen aan de JBT kan betekenen dat er minder casuïstiek is waar zorgen zijn over de veiligheid, het kan betekenen dat er in het voorveld (vanuit lokale teams) meer zelf gedaan wordt. Het kan echter ook betekenen dat de JBT onvoldoende gevonden wordt.

JBT

2022

2023

Besprekingen Besluit: Onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming

93 38%

73 58%

Tabel 11. Aantal besprekingen aan JBT en besluiten tot onderzoek

6.2 Verkorting duur van ondertoezichtstellingsmaatregelen We kunnen de duur van een ondertoezichtstellingsmaatregel op verschillende wijzen meten. We kunnen kijken naar het aantal unieke cliënten waarvoor het product ‘OTS langer dan 1 jaar’ wordt ingezet; en ook naar het aantal maanden dat gemiddeld wordt gedeclareerd voor een jeugdige met een ondertoezichtstelling.

7

Ondertoezichtstelling

2022

2023

OTS (totaal) Declaraties OTS >1 jaar

438 8,9 maanden 322

418 8,3 maanden 287

Tabel 12. Aantal OTS en duur

We kunnen constateren dat minder ondertoezichtstellingen worden ingezet én dat de ondertoezichtstellingen korter duren. We zien een daling van 7.3% in de totale trajectduur van de ondertoezichtstellingen in 2023 t.o.v. 2022, en een daling van bijna 11% in het aantal keren dat een OTS > 1 jaar wordt ingezet.

Bronvermelding data indicatoren INDICATOREN

2022

2023

BRON

INSTROOM SPECIAAL BASIS ONDERWIJS INSTROOM SPECIAAL VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLUITVAL

251

257

296

300

513

549

Samenwerkingsverband Stromenland Samenwerkingsverband V(S)O Nijmegen e.o. Dashboard VSV DUO

THUISZITTERS MENTAAL WELBEVINDEN

? (2021)

(2023)

GGD Monitor

VERDRIETIG VOELEN

GGD Monitor

STRESS

GGD Monitor

ONVOLDOENDE WEERBAAR

GGD Monitor

AANTAL JEUGDIGEN SPECIALISTISCHE GGZ TRAJECTDUUR SPECIALISTISCHE GGZ VERWIJZINGEN HUISARTS NAAR LOKAAL TEAM LAAGDREMPELIG ADVIES RET

2.932

2.879

INITI8

69

78

INITI8

-

-

Nog niet te meten

-

129

RET Monitor

RET BESPREKING

-

21

RET Monitor

DOORSTROOM VERBLIJF

-

-

Nog niet te meten

INZET DOORBRAAKAANPAK

-

-

INSTROOM VERBLIJF

111

99

Pas gestart met regionale inzet in 2024 INITI8

INZET INFORMELE ZORG WACHTLIJST PLEEGZORG*3

3

18

Diverse rapportages informele zorg subsidies ?

CONSULTATIES REPS

-

?

Voortgangsmonitor REPS

JEUGDZORG INZET AGV REPS

-

-

Niet inzichtelijk te maken

BESPREKINGEN JBT

93

73

JBT Monitor

TERUGMELDINGEN JBT

-

7

JBT Monitor

AANTAL OTS

438

418

INITI8

GEMIDDELDE DUUR OTS

8,9 maanden

8,3 maanden

INITI8

VOOGDIJ

148

134

INITI8

Tabel 13. Bronvermelding data indicatoren

3 Er is niet één peilmoment van het aantal kinderen op de wachtlijst voor pleegzorg. Op het laagste moment in 2022 was dit 3. Ten tijde

van schrijven was dit 18. 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=87cd662d-d2ba-4064-83dd-840b95a54d8c