CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Apv Wijchen 2022 - toelichting wijzigingsverordening per 1-1-2022

Raad openbaar Wijchen 16 december 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 64588 Wijzigingsverordening Apv Wijchen1.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Bij voorstel van 2 november 2021, iBabs nummer 3088

Artikel 2:10 lid 6 onder d (Voorwerpen op of aan een openbare plaats) Betreft: inhoudelijke wijziging De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Wijchen 2019 (AVOI) is toegevoegd zodat deze prevaleert in het geval van kabels en leidingen. De AVOI regelt alles daarvoor. Artikel 2:10 lid 4 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) Betreft: redactionele wijziging De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Wijchen is inmiddels vervangen door de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Wijchen 2019. Artikel 2:24 lid 1 sub d (Definities) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 2:26 (Ordeverstoring) Betreft: inhoudelijke wijziging in het kader van ondermijning, gebaseerd op model-Apv In dit onderdeel worden het tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd aan artikel 2:26. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen.

Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden.

Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk

besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een antisamenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Artikel 2:28 lid 5 (Exploitatie openbare inrichting) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 2:29 lid 2 (Sluitingstijd) Betreft: inhoudelijke wijziging Vanuit de Koninklijke Horeca Nederland regio Zuidwest Gelderland is in november 2020 het verzoek gekomen om de sluitingstijden van de terrassen in de maanden mei en september te verruimen.

In 2021 is dit door middel van een gedoogconstructie in een pilot uitgeprobeerd. Uit de evaluatie in oktober 2021 is gebleken dat dit niet heeft geleid tot klachten van (geluids)overlast. Titel Afdeling 5 Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 2:34a lid 1 (Definities) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 2:34c (Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 2:48 lid 2 (Verboden drankgebruik) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.

Artikel 2:48a (Lachgas) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op model-Apv De landelijke aanpassing van de opiumwetgeving (toevoegen van lachgas aan lijst II bij de Opiumwet en de eigenlijke toepassingen van lachgas van het Opiumwetverbod uit te zonderen) heeft nog niet plaatsgevonden. Het artikel moet daarom nog gehandhaafd worden in onze apv om hier tegen te kunnen optreden.

Wij sluiten aan bij de model apv met deze wijziging. De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) werkt aan het realiseren van feitcodes voor dit artikel. Door de model Apv te volgen, kunnen per 1 januari bij de handhaving de feitcodes worden gebruikt. Daarnaast blijft het wenselijk om gebieden aan te kunnen wijzen waar verkoop van lachgas als genotsmiddel verboden is (bijvoorbeeld bij evenementen). Ook is het niet wenselijk dat lachgas in openbare inrichtingen lachgas verkrijgbaar is als genotsmiddel. Daarom blijven lid 2 en lid 3 van het huidige artikel gehandhaafd in het nieuwe artikel als lid 4 en lid 5. Artikel 2:50a (Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) Betreft: inhoudelijke wijziging in het kader van ondermijning, gebaseerd op model-Apv Zie de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26. In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (tweede lid).

Artikel 2:79 lid 1 (Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet) Betreft: inhoudelijke wijziging, gebaseerd op model-Apv In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt.

Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. Artikel 3:5 lid 2 onder c (Gedragseisen exploitant en beheerder) Betreft: redactionele wijziging, gebaseerd op model-Apv De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Artikel 5:6 (Kampeermiddelen en andere voertuigen) Betreft: inhoudelijke wijziging Het huidige apv artikel bevat een ontheffingsmogelijkheid om kampeermiddelen gedurende langere tijd op een openbare plaats te stallen. Het is wenselijk dat kampeermiddelen gedurende een korte tijd op een openbare plaats mogen staan, maar als dat te lang duurt, dan ondervinden andere mensen daar overlast van. De mogelijkheid om een kampeermiddel drie dagen te mogen laten staan blijft gehandhaafd, maar langer is niet wenselijk.

Artikel 5:24 lid 2 (Voorwerpen op, in of boven openbaar water) Betreft: inhoudelijke wijziging De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Wijchen 2019 is toegevoegd zodat deze prevaleert in het geval van kabels en leidingen. De AVOI regelt alles daarvoor. Artikel 5:28 lid 2 (Beschadigen van waterstaatswerken) Betreft: inhoudelijke wijziging De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Wijchen 2019 is toegevoegd zodat deze prevaleert in het geval van kabels en leidingen. De AVOI regelt alles daarvoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=a748cb2a-b9c6-4142-8bcf-7b2a070f4b2f