Bijlage 14 Watertoets
Tekst van het document
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
2
E230303.005/LOM
2 Schematisering van de ondergrond 2.1
Veldtesten
In de Leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ (februari 2011) is een onderzoeksopzet opgenomen die ‘gehanteerd’ is bij het uitgevoerde veldonderzoek. Deze module beperkt zich tot de verzadigde doorlatendheid in stedelijk gebied, tot op maximaal maaiveld -4 meter. In relatie tot de oppervlakte van het plangebied én er van uitgaande dat de GHG na opleveren het terrein dieper zit dan maaiveld -1,5 meter zijn op 21 maart 2023 in een eerste fase vooralsnog 5 van de geplande 6 handboringen gemaakt tot op maximaal een diepte van maaiveld -4 meter. Ter hoogte van 3 van de 5 boringen zijn, op einddiepte, infiltratie proeven uitgevoerd. De locatie IP02 was niet bereikbaar, de boring aldaar zal dus in de tweede fase gemaakt worden. De boorstaten zijn in bijlage 1 opgenomen. De samples zijn geïdentificeerd conform de NEN-EN-ISO14688-1, beschrijvingsklasse B2. Middels veldtesten vindt de afleiding plaats van de doorlaatfactor voor infiltratie. Op de projectlocatie zijn (in-situ) vooralsnog 3 doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Hiertoe wordt tot op een bepaalde diepte een boring met bekende boordiameter uitgevoerd in, met name, de onverzadigde zone (= boven het grondwater). Vervolgens is in korte tijd het boorgat gevuld met een vooraf vastgestelde hoeveelheid water. De zakking van de waterstand in het boorgat is in de tijd waargenomen.
Indien opportuun wordt de test één tot tweemaal herhaald (een eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid, omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is, bij de volgende metingen raakt de grond langzaam verzadigd waarbij de laatste meting normaliter maatgevend is voor de doorlatendheid). De proeven zijn uitgewerkt conform de omgekeerde Hooghoudt. In tabel 1-1 zijn de resultaten van de proeven weergegeven. In dezelfde tabel is ook het representatieve profiel opgenomen omtrent de eerste 15 meter beneden het maaiveld ter plaatse. De meetwaarden zijn in bijlage 2 opgenomen. Situering van de infiltratieproeven (IP01, IP03 en IP04) volgens figuur 1. Tabel 1-1: Resultaten doorlatendheidsproeven Nummer proef / boring IP-01
IP-03
Site Coördinaten
IP-04
Veenhof ong. te Wijchen X
178940
178905
178881
Y
425796
425843
425833
7,5
7,9
7,8
Grondwater (m-mv)
1,45
1,6
1,5
Testdiepte (m-mv)
1,45
1,6
1,5
Z (m +NAP) Diepte boring (m-mv)
4
Diameter boring (mm)
70
Grondsoort
Zand, matig fijn, siltig met grind
Doorlaatfactor (m/d) Hooghoudt
3,9
4,2
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
6,3
3
E230303.005/LOM
BRO REGIS II v2.2
Coördinaten: Maaiveld:
178918, 425824 (RD) 7.9 m t.o.v. +NAP
+7.9 m tot +6.9 m NAP Formatie van Boxtel, zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind kh-waarde: 5.0E1 ≤ kh < 1.0E2 +6.9 m tot -7.1 NAP Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen kh-waarde: 5.0E1 ≤ kh < 1.0E2
2.2
Classificatie resultaten
De doorlatendheid van de ondergrond kan worden geclassificeerd als vermeld in tabel 1-2 (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). De doorlaatfactoren van de geteste laag op de zoeklocatie zijn volgens deze classificatie en de Hooghoudt-uitwerking goed. De doorlaatfactoren komen overeen met de waarden van k voor fijn zand (k = 10 - 1 m/d). Tabel 1-2: Classificatie doorlatendheid k (m/d) van
klasse tot < 0,01
Zeer slecht
0,01
0,10
Slecht
0,10
0,50
Matig
0,50
1,00
Vrij goed
1,00
10
Goed
>10
Zeer goed
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
4
E230303.005/LOM
3 Mogelijkheden voor infiltratie 3.1
Algemeen
Over het algemeen wordt gesteld, dat infiltratie van neerslagwater interessant is indien: -
de doorlatendheid groter is dan ca. 0,3 m/d*; het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden neerslagwater niet is verontreinigd.
* Infiltratie van neerslagwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden, mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer dienen.
3.2
Toetsing
In tabel 1-1 is de maatgevende doorlatendheid weergegeven ter plaatse van de geteste bodemlaag op de zoeklocatie. De bodem is geclassificeerd en de doorlatendheid voldoet, ter hoogte van alle testen, aan de eerste eis. Aan de tweede eis wordt voldaan, aangezien het grondwater zich op een diepte van ≥ 1,45 meter min maaiveld bevindt. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen schoon regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is voldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. Dit zal zeker tot de mogelijkheden behoren, maar zal nader moeten worden onderzocht.
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
5
E230303.005/LOM
3.3
Duiding
Uit voorgaande paragraaf blijkt dat infiltratie van schoon regenwater in de ondiepe grond mogelijk is. De doorlatendheid is ter hoogte van alle testen voldoende en het grondwater bevindt zich op een op een diepte van meer dan maaiveld -0,7 meter. Tijdens de uitvoering van de testen werd het grondwater op maaiveld -1,45 à 1,60 meter (≈ NAP +6,30 m à NAP +6,05 m) aangetroffen. Dit is echter een momentopname. Om een betere inschatting te maken van het grondwatergedrag is eigenlijk een langere meetreeks noodzakelijk, waaruit dan de GHG en GLG kan worden afgeleid. De gemiddelde seizoen fluctuatie van het grondwaterpeil is, zoals aangegeven te karakteriseren met twee variabelen: de gemiddelde hoogste [GHG] en de gemiddelde laagste grondwaterstand [GLG], uitgedrukt in meter onder maaiveld [m-mv]. Deze twee variabelen werden geïntroduceerd door van Heesen in 1970, die voorstelde om de GHG en GLG te berekenen als het gemiddelde van de drie hoogste/laagste peilen per jaar van minimaal acht jaren, waarbij de grondwaterstand tweemaal per maand wordt gemeten (op of omstreeks de 14de en 28ste dag). Met ‘jaren’ worden hier geen kalenderjaren, maar wel hydrologische jaren bedoeld, die beginnen op 1 april en eindigen op 31 maart. Indien onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan een meetreeks worden aangevuld, met behulp van meteorologische data en een tijdsreeksmodel.
GHG en GLG zijn maar betekenisvol wanneer seizoen fluctuaties terug te vinden zijn in de tijdsreeks van grondwaterpeilen. Dat is niet altijd het geval. Onderhavig veldwerk is medio maart 2023 uitgevoerd, het grondwaterpeil fluctueert gedurende het jaar. Gewoonlijk wordt de hoogste grondwaterstand (GWS) eind maart bereikt en de laagste GWS doorgaans eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar. Het waterpeil dat bijvoorbeeld eind maart wordt bereikt, is afhankelijk van de weerscondities in de periode die eraan vooraf gaat en die weerscondities zijn elk jaar lichtjes anders. Ter hoogte van het bouwplan aan de Veenhof ong. te Wijchen zelf zijn in de literatuur (o.a. BRO REGIS II v2.2) géén meetreeksen gekend. De dichtstbijzijnde reeksen zijn op ca. 380 m (01, nabij Bijsterhuizen ten noordoosten) en op 475 m (02 nabij de Zwanensingel ten zuidwesten). Zie de figuren 1.1, 1.2, en 1.3 hieronder. Uit deze reeksen zijn GHG ‘s van NAP +6,10 m (01) en NAP +6,30 m (02) af te leiden. Onderhavig plan ligt (quasi) tussen deze reeksen in, omstreeks 178923, 425823 (RD) [XY] en kent een maaiveldhoogte van circa NAP +7,9 m [Z]. De grondwaterstand, ten tijde van het onderzoek, was op maximaal NAP +6,30 m gelegen. Op basis van deze gegevens stellen wij voor een GHG aan te houden van NAP +6,40 m en een GLG van NAP +5,40 m.
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
6
E230303.005/LOM
Figuur 1.1 Situering peilbuizen uit BRO, met Veenhof ong. te Wijchen decentraal in de figuur
Figuur 1.2 Peilbuis nabij de Bijsterhuizen [380 meter NO] van de projectlocatie
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
7
E230303.005/LOM
Figuur 1.3 Peilbuis nabij de Zwanensingel [475 meter ZW] van de projectlocatie
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
8
E230303.005/LOM
4 Conclusie en aanbevelingen Uit de gemeten doorlatendheden blijkt, dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort ter hoogte van de Veenhof ong. te Wijchen. De doorlatendheid van de ondergrond ter plaatse van de testen IP-01, IP03 en IP04 is voldoende. Het infiltreren zou dus direct in de ondiepe ondergrond moeten kunnen plaatsvinden. Een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers is opportuun. Ubachsberg, gemeente Voerendaal, 24 maart 2023 Aelmans Eco B.V.
ing. R.M.E. Kroonen Projectleider/geotechnisch adviseur Rapport opgesteld door:
ing. L. Omid Projectleider/adviseur geotechniek
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Veenhof ong. te Wijchen Aelmans Eco B.V.
9
Bijlage 1 Boorlogs + legenda
Projectcode: E230303 Projectnaam: T.b.v. geotechniek + waterdoorlatendheid a/d Veenhof te Wijchen Boring:
IP01
Boring:
IP03
Datum:
22-3-2023
Datum:
22-3-2023
GWS:[cm]
145
GWS:[cm]
160
N.A.P.[m]
7.5
N.A.P.[m]
7.94
0
750
verharding
0
Zand fijn 150-200 siltig, met grind, hoekig, standaardgeel
Zand fijn 150-200 siltig, met grind, hoekig, sporen baksteen, geelcreme 750
700
verharding
50
Zand fijn 150-200 siltig, met grind, hoekig, sporen baksteen, sporen roest, bruingrijs 700
100
650
Zand fijn 150-200 siltig, met grind, hoekig, sporen veen, donker grijsbruin 650
600
150
Zand fijn 150-200 siltig, met grind, hoekig, sporen baksteen, sporen roest, bruingrijs 600
200
550
200
Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, sporen veen, donker grijsbruin
Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, bruingrijs 550
500
500
300
450
Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, donkerbruin 450
400
400
400
350
400
Boring:
IP04
Boring:
B01
Datum:
22-3-2023
Datum:
22-3-2023
GWS:[cm]
150
GWS:[cm]
150
N.A.P.[m]
7.77
N.A.P.[m]
7.47
0
verharding Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, met grind, hoekig, sporen wortels, donkerbruin
750
0
verharding
20
Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, met grind, hoekig, geel Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, hoekig, sporen roest, donkerbruin
700 700 650
100
Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, met grind, hoekig, sporen roest, donkerbruin
650
600
150
Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, hoekig, donkerbruin
600 190 200
550
Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, grijsgeel
Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, hoekig, sporen roest, standaardbruin
550
500 500 300
450 Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, standaardbruin
450
400 400
300
Projectcode: E230303 Projectnaam: T.b.v. geotechniek + waterdoorlatendheid a/d Veenhof te Wijchen Boring:
B02
Datum:
22-3-2023
GWS:[cm]
160
N.A.P.[m]
7.93 0
verharding Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, hoekig, donkerbruin
750
50
Zand fijn 150-200 siltig zwak organisch, hoekig, bruingeel 700
100
Zand fijn 150-200 siltig, hoekig, geelgrijs 650
600
550
500
300
Legenda (conform NEN-EN-ISO 14688-1)
KEIEN (KEITJES)
SILT
KEIEN
geur SILT
geen geur zwakke geur
KEIEN, met grind
matige geur
SILT, met keien (keitjes)
sterke geur KEIEN, met zand
SILT, zwak grindig
KEIEN, met silt
SILT, sterk grindig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie KEIEN, met klei
SILT, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
SILT, sterk zandig
GRIND
uiterste olie-water reactie
GRIND
p.i.d.-waarde
KLEI GRIND met keien (keitjes)
KLEI
>0 >1
GRIND, zwak zandig
KLEI, met keien (keitjes)
>10 >100 >1000
GRIND, sterk zandig
KLEI, zwak grindig
GRIND, siltig
KLEI, sterk grindig
GRIND, kleiig
KLEI, zwak zandig
>10000
monsters
geroerd monster
KLEI, sterk zandig
ZAND
ongeroerd monster ZAND
VEEN (HUMUS, DETRITUS) ZAND, met keien (keitjes)
VEEN
ZAND, zwak grindig
VEEN, zwak zandig
ZAND, sterk grindig
VEEN, sterk zandig
ZAND, siltig
VEEN, siltig
ZAND, kleiig
VEEN, kleiig
volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand
Bijlage 2 Meetwaarden veldtesten en uitwerking middels Hooghoudt
Opdracht: E230303 Plaats: Wijchen Project: k-waarde - Veenhof te Wijchen waterkolom in boorgat [cm] IP01 IP03 IP04 90 95 60 60 95 85 50 55 100 80 35 50 110 75 20 40 120 70 15 30 124 65 12 26 128 60 10 22 130 45 10 20 140 25 9 10 145 17 8 5 145 12 7 5 145 12 6 5 145 12 6 5 145 12 5 5 146 12 4 4 146 12 4 4 146 12 4 4 147 12 4 3 147 12 4 3 147 12 4 3 148 11 3 2 148 11 3 2 149 11 3 1 150 11 3 0 150 11 3 0 150 9 0 0
IP04
140
IP01
120
Waterkolom [cm]
100 80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1000
Tijd [s]
140 IP03
120
Waterkolom [cm]
100 80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1000
Tijd [s]
140 IP04
120 100 Waterkolom [cm]
handpeilingen [cm-mv] IP01 IP03 0 50 100 10 60 110 20 65 125 30 70 140 40 75 145 50 80 148 60 85 150 90 100 150 120 120 151 150 128 152 180 133 153 210 133 154 240 133 154 270 133 155 300 133 156 330 133 156 360 133 156 390 133 156 420 133 156 450 133 156 480 134 157 510 134 157 540 134 157 570 134 157 600 134 157 900 136 160
tijd [s]
80 60 40 20
diameter boorgat [cm] diepte boorgat [m-mv] hoeveelheid toegevoegd water [l]
IP01 7 1,45 10
IP03 7 1,6 10
IP04 7 1,5 10
bepaling doorlatendheid IP01 IP03 IP04 tan alpha: 0,001129 0,0012132 0,001807 k-waarde (Hooghoudt) 3,93 m/d 4,22 m/d 6,28 m/d
0 0
100
200
300
400
500 Tijd [s]
600
700
800
900
1000
BIJLAGE C: SCHETSMATIGE INPASSING WATERHUISHOUDING
De Veenhof Wijchen – Pouderoyen B.V.
P23-0130(-006)
13
Legenda Leidingtracé hemelwater Bodem wadi's Wadi's Infiltratiekratten Oppervlakken toekomstig Bomen 4 m² Gebouwen 1658 m² Groen 1743 m² Parkeren 554 m² Rijbaan 132 m² Tuin 38 m² Voetpad halfverhard 102 m² Tegels 624 m² Halfverharding (grasbeton/grind) 301 m² Plangrens
Achtergrond Esri Topographic Schets hemelwatervoorziening De Veenhof Wijchen Project: De Veenhof Wijchen Projectcode: P23-0130 Schaal: 1:500 Getekend:JEK Vrijgave: AAV Datum: 27-03-2023 Laatste revisie: 07-04-2023
Berekening benodigde berging bij een bepaalde bui. (Methode van Buishands en Velds) Opdrachtgever: Project:
Pouderoyen B.V. De Veenhof Wijchen
Projectnummer: P23-0130 Datum: 23 mei 2023 Berging en infiltratie
Herhalingstijd bui:
1 keer per
5
jaar + 10%
Afvoernorm (landelijk gebied):
1,5
l/s.ha
Bruto oppervlakte plangebied
0,52
ha
Afvloeiende oppervlakte:
0,32
Oppervlakte wadi (bodem):
20
ha m2
Oppervlakte wadi (bij max. peilopzet):
143
m2
Geaccepteerde peilopzet wadi:
0,40
Berging infiltratiekratten:
46,0
m m3
Infiltratie oppervlakte infiltratiekratten:
96,2
m2
Geaccepteerde peilopzet infiltratieveld:
0,40
m
K-waarde (gras-)toplaag:
0,50
m/etm
K-waarde ondergrond:
2,00
m/etm
Veiligheidsfactor:
1
Geaccepteerde ledigingstijd:
24
uur
Infiltratiecapaciteit:
8,0
m3/h
Maximaal benodigde berging:
74
m3
Aanwezige berging in media:
79
m3
Extra benodigde berging: Ledigingstijd (infiltratie-)media:
-5 7,6
m3
GEEN EXTRA BERGING VOLDOET WEL
uur
Duur
Q regen
Q afvoer
Afvoernorm
Q infiltratie
Benodigde berging
in min. 5 15 30 45 60 90 120 180 240 300 360 480 600 720 840 960 1080 1200 1440 1680 1920 2160 2400 2640 2880 3360 3840 4320 5040 5760 7200 8640 10080 11520 12960 14400
in l/s.ha 308,99 182,82 115,39 86,02 68,42 50,93 40,37 30,03 24,31 20,13 17,16 13,75 11,55 10,01 8,91 7,92 7,26 6,71 5,72 5,17 4,62 4,29 3,96 3,74 3,52 3,19 2,86 2,64 2,42 2,20 1,98 1,76 1,54 1,43 1,43 1,32
in m 3 29,38 52,14 65,82 73,60 78,06 87,15 92,11 102,78 110,94 114,83 117,46 125,49 131,77 137,04 142,31 144,57 149,08 153,10 156,61 165,15 168,66 176,19 180,71 187,74 192,76 203,80 208,82 216,85 231,91 240,95 271,06 289,13 295,16 313,23 352,38 361,42
in m 3 0,14 0,43 0,86 1,28 1,71 2,57 3,42 5,13 6,85 8,56 10,27 13,69 17,11 20,54 23,96 27,38 30,80 34,23 41,07 47,92 54,76 61,61 68,45 75,30 82,14 95,83 109,52 123,21 143,75 164,28 205,35 246,42 287,49 328,56 369,63 410,70
in m 3 0,67 2,00 4,01 6,01 8,02 12,02 16,03 24,05 32,06 40,08 48,10 64,13 80,16 96,19 112,22 128,26 144,29 160,32 192,38 224,45 256,51 288,58 320,64 352,70 384,77 448,90 513,02 577,15 673,34 769,54 961,92 1154,30 1346,69 1539,07 1731,46 1923,84
in m 3 28,57 49,71 60,96 66,31 68,33 72,56 72,66 73,60 72,03 66,19 59,10 47,67 34,49 20,31 6,13 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
BOOT organiserend ingenieursburo
Bemmelseweg 57 6662 PE Elst (Gld.)
Tel: 0481-377165 Fax: 0481-377242
SAMENWERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING