Bijlage 12 Herziene paragraaf lokale heffingen_2
Tekst van het document
Paragraaf 2: Lokale heffingen Inleiding In artikel 8 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is geregeld dat de paragraaf lokale heffingen een verplicht onderdeel is van de begroting. Deze paragraaf moet volgens artikel 10 van het BBV ten minste de volgende onderdelen bevatten: -
-
De geraamde inkomsten; Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven van de heffingen, die ten hoogste kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; Een aanduiding van de lokale lastendruk; Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
We beschrijven allereerst de algemene kaders en beleidsuitgangspunten. Vervolgens gaan we in op de heffingen van leges. Daarbij besteden we aandacht aan de kostenopbouw en de kostendekkendheid. Daarnaast geven we aan welke belastingen we in Wijchen heffen. Per belastingsoort schetsen we de kaders en gaan we in op de tariefsopbouw en de grondslag voor de belastingheffing en de totaal begrote (netto)opbrengst per belasting. We gaan ook in op ons kwijtscheldingsbeleid. Tot slot van deze paragraaf nemen we voorbeeldaanslagen lokale heffingen op voor een meerpersoonshuishouden zonder honden, om zo een vergelijking te kunnen maken van de tarief ontwikkelingen voor de individuele huishoudens. Algemeen De bevoegdheid tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting berust bij de raad. Een dergelijk besluit wordt genomen door het vaststellen, wijzigen of intrekken van een daartoe bestemde verordening. Het belastinggebied van een gemeente is begrensd. De Gemeentewet bepaalt limitatief welke belastingen een gemeente mag heffen. Daarnaast kan bij wet aan de gemeente de bevoegdheid worden toegekend om een bepaalde belasting te heffen. Een voorbeeld hiervan vormt de afvalstoffenheffing die zijn wettelijke grondslag vindt in de Wet Milieubeheer.
Wijchen werkt samen met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Berg- en Dal op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen. Met een centrumgemeente-constructie in de zin van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) zijn de bevoegdheden op het gebied van de uitvoering overgedragen aan de gemeente Beuningen. Het Belastingkantoor Beuningen verricht zijn werkzaamheden onder de naam Munitax. Welke belastingen en rechten worden in de gemeente Wijchen geheven? De heffingsambtenaar legt belastingen dwingend op zonder dat daar een aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Rechten worden geheven op basis van artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15:33 van de Wet milieubeheer. Tegenover deze heffingen staat wel een aanwijsbare tegenprestatie. Bovendien mag het totaal van de verwachte inkomsten uit rechten het totaal van de verwachte uitgaven niet overschrijden. De gemeente Wijchen heft de onderstaande belastingen en rechten: leges (artikel 229 Gemeentewet); marktgelden (artikel 229 Gemeentewet);
Pagina | 1| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
onroerende zaakbelastingen (artikel 220 tot en met artikel 220i Gemeentewet); toeristenbelasting (artikel 224 Gemeentewet); hondenbelasting (artikel 226 Gemeentewet); rioolheffing (artikel 228a Gemeentewet); reinigingsheffing (artikel 15:33 Wet milieubeheer); reclamebelasting (artikel 227 Gemeentewet); precariobelasting (artikel 228 Gemeentewet); bedrijven investeringszone (Wet op de bedrijveninvesteringszones)
Ontwikkelingen 2024
Modelverordening rioolheffing De nieuwe modelverordening ‘Riool- en waterzorgheffing’, die vorig jaar is geïntroduceerd, wordt op dit moment niet toegepast. De nieuwe verordening was door gemeenten en ook door Munitax als niet uitvoerbaar verklaard. Hierdoor is besloten om op dit moment niet de nieuwe verordening te implementeren, maar te wachten totdat de VNG een uitvoerbare verordening publiceert. Tegen die tijd zullen wij u hier verder over informeren.
Lokale Heffingen De lokale heffingen zijn gebaseerd op de gewenste opbrengsten, die in de voorliggende begroting en dus in deze paragraaf zijn opgenomen. De tarieven die hierbij zijn vermeld en afhankelijk zijn van de WOZ-waarden, zullen nog een wijziging ondergaan. Dit komt omdat de definitieve WOZ-waarden ontwikkelingen nog niet bekend zijn. Bij de behandeling van de voorstellen over belastingverordeningen is dat wel het geval. De tarieven zullen dan ook op basis daarvan, definitief worden vastgesteld. Voor de duidelijkheid, alleen de tarieven die in de vastgestelde verordeningen staan, zijn dus geldig.
Onroerende zaakbelastingen De grondslag voor de onroerende zaakbelasting is de WOZ-waarde. De tarieven voor 2024 zijn: Tabel 5: ontwikkeling van de tarieven OZB (inclusief correctie n.a.v. waardestijging)
Soort OZB Woning eigenaar Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker Totaal
Tarief 2023 (% van de WOZwaarde) 0,0998% 0,2535% 0,1964%
Tarief 2024 (% van de WOZwaarde) 0,0994% 0,2551% 0,1968%
Gewenste opbrengst 2024 (netto x € 1.000) 6.660 2.361 1.674 10.696
De basis voor de meerjarenraming van de OZB is het jaar 2023. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd voor de verwachte prijscompensatie. We gaan daarbij uit van de percentages uit de meicirculaire 2023. Daarnaast houden we rekening met een verwachte toename van het aantal woningen als gevolg van nieuwbouw en wordt bij de bepaling van de tarieven rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken (WOZ). In onderstaande tabel wordt het meerjarenperspectief weergegeven van de gewenste inkomsten OZB.
Pagina | 2| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 6: ontwikkeling van de opbrengsten OZB
x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Totaal Begroting 2023 Mutatie Perspectiefnota 2023 Actuele begroting 2023
10.305 429 10.734
10.635 463 11.098
10.899 563 11.462
11.169 647 11.816
Berekening 2024: Basis (raming opbrengst 2023)
10.324
10.324
10.324
10.324
62
125
190
257
310
310 299
310 299 299
310 299 299 285
10.696
11.059
11.422
11.775
-38
-39
-40
-41
Nieuwbouw/woningtoename Index 2024 Index 2025 Index 2026 Index 2027 Totaal Begroting 2024 Mutatie t.o.v. begroting 2023
%/aantal
T.m. 2027: 240 won. p/jr.
3,0% 2,8% 2,7% 2,5%
Reinigingsheffingen We streven ernaar dat onze inwoners hun afval kwalitatief en kwantitatief goed (blijven) scheiden om zoveel mogelijk grondstoffen terug te winnen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het diftar-systeem zetten we in 2024 voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Waarbij de voor compensatie in aanmerking komende btw wordt meegerekend in het tarief conform artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De middelen die gegenereerd worden uit de reinigingsheffingen zijn derhalve niet vrij aanwendbaar maar dienen ter dekking van kosten voor afvalinzameling en verwerking. Bij diftar bestaat de tariefstelling uit een variabel en een vast gedeelte. De hoogte van het variabele gedeelte wordt bepaald door het aantal aanbiedingen van de container voor restafval (of aantal inworpen in de verzamelcontainer) en de omvang van deze container.
Met het vaste tarief worden de algemene kosten van het taakveld afval, de kosten van de overige afvalstromen en de toe te rekenen kosten van andere taakvelden, zoals beschreven in deze paragraaf gedekt. Het variabele tarief wordt bepaald door de variabele kosten (inzameling en verwerking restafval) te delen door het te verwachten aantal aanbiedingen. Er bestaan hierbij drie mogelijkheden: 240 liter container, 140 liter container en 50 liter zak (ondergrondse verzamelcontainer). Naar verhouding is bij elk van de drie mogelijkheden het tarief gelijk. D.w.z. per aanbieding betaald iemand met een 240 liter minicontainer ca. 1,7 keer zoveel als iemand met een 140 liter minicontainer (240 liter/140 liter). Het positieve saldo uit de jaarrekening 2022 hebben we bij de perspectiefnota bestemd voor de campagne weet wat je achterlaat en de uitbreiding van de inzamelmiddelen voor incontinentie materiaal.
Pagina | 3| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 7: tariefstelling Reinigingsheffingen
Jaartal Vast tarief Variabel tarief Woonzorgcomplex
Minicontainer 240 liter 2023 2024 178 188 8,33 9,44
Minicontainer 140 liter 2023 2024 178 188 4,86 5,51
Afvalzak (50 liter) 2023 178 1,73 83,04
2024 188 1,96 94,08
Tabel 8: Grondslag tariefstelling (x€ 1000):
Begroot 2024
Taakveld 7.3 Afval: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.3 Afval: Directe inkomsten excl. BTW Bruto kosten taakveld(en) vóór inzet reserves
3.855
3.969
-755 3.101
-591 3.377
Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves
0
0
3.101
3.477
210
140
59
73
63
60
58
64
Netto kosten taakveld(en)
Begroot 2023
Toe te rekenen kosten: Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding afvalstoffenheffing Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Schoonhouden wegen 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Zwerfafval 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen compensabele BTW op de directe kosten en opbrengsten Totale kosten
572
592
4.062
4.306
Opbrengst heffingen
4.062
4.307
Dekkingspercentage vóór inzet reserves Dekkingspercentage na inzet reserves
100% 100%
100% 100%
Rioolheffing Ons uitgangspunt bij het bepalen van het tarief is dat we een solide beleid voeren, waarin inkomsten en uitgaven op een lange termijn in balans zijn en waarin we doelmatig omgaan met de beschikbare middelen. Voor de rioolheffing geldt als uitgangspunt dat de opbrengst van de rioolheffing 100% van de kosten dekt. De hoogte van de heffing is gebaseerd op de kosten voortvloeiend uit en gerelateerd aan het beleidsplan Water en Riolering voor de periode 2023 -2027. Daarbij wordt, conform art. 228a derde lid Gemeentewet, in het tarief de voor compensatie in aanmerking komende btw meegerekend. Onze rioolheffing berekenen we als percentage over de WOZ-waarde. We maken hierbij onderscheid naar eigenaren en gebruikers, alsook naar woningen en nietwoningen. We hebben de middelen nodig om invulling te kunnen geven aan onze (verbrede)zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater zoals deze in het beleidsplan zijn opgenomen. Tabel 9: ontwikkeling van de tarieven rioolrecht
Soort Rioolheffing
Woning eigenaar
Tarief 2023 Tarief 2024 (% van de (% van de WOZ-waarde) WOZ-waarde) 0,0360% 0,0347%
Pagina | 4| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker
0,0146% 0,0948% 0,0362%
0,0165% 0,0930% 0,0417%
Tabel 10 Kosten en opbrengsten rioolheffing (bedragen x € 1.000)
Soort rioolheffing Woning eigenaar Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker Totaal kosten in de heffing te betrekken Dekkingsgraad
Kostentoedeling 2024 * € 2.316 € 1.080 € 831 € 361
51% 24% 18% 7%
Heffings-opbrengst 2024 (netto) € 2.316 51% € 1.080 24% € 831 18% € 361 7%
€ 4.588
€ 4.588 100%
* Inclusief toerekenbare btw-componenten en kwijtschelding.
De af te dekken kosten, inclusief toegerekende compensabele Btw, bedragen € 4.588k. De gewenste opbrengst zit, uitgaande van de berekende tarieven voor 2024, op hetzelfde bedrag, zodat de dekkingsgraad 100% is. Daarbij is ook rekening gehouden met een inschatting van oninbare heffingen en verminderingen, die ook binnen het tarief afgedekt mogen worden. Onder de eigenaarsheffingen dekken we de kosten van de initiële aanleg, vervanging en groot onderhoud. Met de gebruikersheffingen dekken we de overige kosten gerelateerd aan ons verbrede zorgplicht. Gemengde kosten worden naar rato toegerekend. Tabel 11: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Taakveld 7.2 Riolering: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.2 Riolering: Directe inkomsten excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer: 1/3 deel kosten van schoonhouden wegen Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding rioolheffing Taakveld 0.4 Overhead: Kosten inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de directe kosten en opbrengsten
Begroot 2024 3.773 -12 3.761
73 40 154 560
Totale kosten
4.588
Opbrengst heffingen
4.588
Dekkingspercentage
100%
Hondenbelasting De opbrengsten uit het heffen van hondenbelasting worden als een algemeen dekkingsmiddel gezien en mogen dus vrijelijk worden besteed. In de gemeente Wijchen worden, net als in veel alle gemeenten, deze belastingopbrengsten ingezet ter voorkoming van hondenoverlast en strookt de heffing met het principe “de vervuiler betaald”. De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend. Met name door de plaatsing van afvalbakken voor de honden in Hernen, de hogere doorbelasting van de WDW voor onderhoud aan uitlaatplaatsen en de hogere doorbelasting van Munitax, zorgt ervoor dat de tarieven stijgen met 14,4%. Deze tarieven ontwikkelen zich als volgt:
Pagina | 5| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 12: ontwikkeling van de tarieven hondenbelasting
Aantal honden
2023 € 77,60 142,65 335,20
Eerste hond Tweede en volgende hond Kennel
2024 € 88,80 163,20 383,50
Hoewel de hoogte van de hondenbelasting in Wijchen niet wettelijk beperkt is door de gemaakte kosten, kiest Wijchen wel voor deze systematiek. Voor de bepaling van de hoogte van de hondenbelasting is de toerekening in tabel 13 toegelicht. De kosten die ten grondslag liggen aan de heffing zijn als volgt opgebouwd: Tabel 13: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Begroot 2024 Taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie: Directe kosten Hup, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.64 Belastingen overig: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en)
229 74 0
Toe te rekenen kosten: Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de kosten Totale kosten
64 24 391
Opbrengst heffingen
391
Dekkingspercentage
100%
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Heffing van de toeristenbelasting geschiedt op basis van aangifte. Conform de vastgestelde beslisnota in oktober 2021 zijn de tarieven voor toeristenbelasting extra verhoogd naar respectievelijk € 2,00 per overnachting en € 1,00 per overnachting op een vaste standplaats. Dit is onder voorbehoud van de afweging door de gemeenteraad bij de behandeling van deze begroting. We verlenen een vrijstelling voor overnachtingen van scouts die op een scoutingterrein overnachten. Het afgeronde tarief wordt in rekening gebracht, conform raadsbesluit. Als nieuw beleid stellen we voor het tarief voor overnachtingen bij festivals gelijk te stellen aan het standaard tarief van € 2,00, omdat we dit meer zien in het segment van hotels qua verblijfsduur en prijs dan een camping. Tabel 14: ontwikkeling van de tarieven toeristenbelasting
Tarief per overnachting Tarief per overnachting op vaste standplaats Tarief per overnachting op een festival
2023 afgerond € 1,50
2024 afgerond € 2,00
€ 0,75
€ 1,00
Nvt
€ 2,00
Pagina | 6| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een gebruiker van een pand binnen een door de Gemeenteraad vastgesteld gebied is deze belasting verschuldigd als hij een reclame-uiting op zijn pand voert. We heffen reclamebelasting voor een drietal zones. Dit zijn: Wijchen Centrum, Bedrijventerrein Wijchen-Oost en Bedrijventerrein Bijsterhuizen. Het tarief voor Wijchen Centrum is een percentage van de WOZ-waarde van het pand. Voor de overige zones is ook de WOZ-waarde van het pand als grondslag gekozen, maar zijn de tarieven gestaffeld. Tabel 15: ontwikkeling tarieven reclamebelasting Wijchen Centrum
2023 Minimum bedrag per WOZ-object Drempelbedrag WOZ-waarde Tarief per € 1.000 WOZ-waarde boven drempelbedrag Maximumbedrag per WOZ-object Gewenste opbrengst in €
€ 325,00 € 136.000 € 2,39 € 945,00 € 129.000
2024 € 336,00 € 136.000 € 2,47 € 978,00 € 127.000
Tabel 16: ontwikkeling tarieven Bedrijventerrein Bijsterhuizen
WOZ-waarde van: € 0,00 € 115.001 € 287.001 € 573.001 € 1.146.001 € 2.293.001 € 3.438.001 € 4.585.001 € 5.729.001 € 11.462.001
Tot € 115.000 € 287.000 € 573.000 € 1.146.000 € 2.293.000 € 3.438.000 € 4.585.000 € 5.729.000 € 11.462.000 € 999.999.999
2023
2024
€ 100 € 200 € 325 € 730 € 1.015 € 1.215 € 1.625 € 2.030 € 2.840 € 3.245
€ 105 € 210 € 335 € 755 € 1.045 € 1.255 € 1.675 € 2.090 € 2.925 € 3.345
2023
2024
€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035
€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035
Tabel 17: ontwikkeling tarieven bedrijventerrein Wijchen-Oost
WOZ-waarde van: € 0,00 € 110.001 € 220.001 € 328.001 € 547.001 € 821.001 € 1.093.001 € 1.640.001 € 2.188.001 € 3.281.000
Tot € 110.000 € 220.000 € 328.000 € 547.000 € 821.000 € 1.093.000 € 1.640.000 € 2.188.000 € 3.281.000 € 999.999.999
Marktgelden De tarieven zijn verhoogd met een prijsindex van 3%, Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de mate van kostendekkendheid van de marktgelden. Tabel 18: marktgelden
Marktgelden x € 1,Vaste standplaatsen per strekkende meter per kwartaal Vermeerdering luifel bij standplaats Vermeerdering auto/cabine Vermeerdering per marktdag voor promotiedoeleinden Dag- en standwerkersplaatsen per marktdag Elektriciteit per marktdag per aansluiting dag- en standwerkersplaats
Pagina | 7| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2023 23,25 2,35 10,55 4,05 13,45 4,05
2024 23,95 2,40 10,85 4,15 13,85 4,15
Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of na een melding, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of diens opvolger, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. De tarieven verhogen we met een prijsindex van 3%. Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen.
Bedrijven Investerings-Zone (BIZ) Met ingang van 2021 heft de gemeente een belasting van een selectie van de gebruikers en/of eigenaren van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De opbrengst gaat naar de Vereniging van Pandeigenaren Wijchen Centrum en is bestemd om deze vereniging meer financiële slagkracht te geven om te investeren in een aantrekkelijk centrum voor Wijchen. De verordening die ten grondslag ligt aan de heffing geldt voor 5 jaar en loopt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025. Het tarief ligt ook voor 5 jaar vast en bedraagt 0,19% van de WOZ waarde, met een minimum van € 270 en een maximum van € 540.
Leges In onderstaande tabel geven we per hoofdstuk van de legestabel de begrote kosten en opbrengsten weer. Hieruit blijkt dat er per titel geen overdekking bestaat op de leges. De personeelskosten maken onderdeel uit van de directe kosten en zijn op basis van ureninzet toegerekend aan de verschillende hoofdstukken. In het overzicht zijn naast de directe kosten op de verschillende onderdelen, de overheadkosten toegerekend op basis van een vaste opslag per fte. We streven naar 100% kostendekkend, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie in de volgende tabel de mate van kostendekkendheid.
Tabel 19: Legestabel 2024 Paragraaf
Omschrijving
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand totaal Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart totaal
Paragraaf 1.2 Paragraaf 1.3
Paragraaf 1.4 Paragraaf 1.5
Rijbewijzen totaal Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens totaal
Overhead kosten
Directe kosten
Totaal opbrengsten
Kosten totaal
Kostendekking
€ 37.822
€ 12.481
€ 50.303
€ 51.800
103%
€ 390.505
€ 106.146
€ 496.651
€ 373.506
75%
€ 124.108
€ 49.636
€ 173.744
€ 183.517
106%
€ 17.739
€ 9.960
€ 27.699
€ 470
2%
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 1.7
Bestuursstukken totaal Vastgoedinformatie totaal Overige publiekszaken totaal
€ 8.501
€ 5.300
€ 13.800
€ 22.200
161%
Paragraaf 1.8
Gemeentearchief totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten totaal
€ 36.951
€ 2.479
€ 39.430
€ 38.111
97%
Paragraaf 1.10
Diversen totaal Algemene bepalingen totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
Voorfase totaal Activiteiten met betrekking tot bouwwerken totaal Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed totaal
€ 59.743
€ 37.247
€ 96.991
€ 70.476
73%
€ 931.550
€ 560.154
€ 1.491.704
€ 1.059.871
71%
€-
€ -
€-
€-
NVT
Paragraaf 1.6
Paragraaf 2.1 Paragraaf 2.2
Paragraaf 2.3
Paragraaf 2.4
Pagina | 8| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Paragraaf 2.5
Milieubelastende activiteiten totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.6
Lozingsactiviteiten totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.7
€ 17.096
€ 10.659
€ 27.755
€ 22.258
80%
€ 7.525
€ 4.692
€ 12.217
€ 9.250
76%
Paragraaf 2.9
Aanlegactiviteiten totaal Overige activiteiten totaal Maatwerkvoorschriften totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.11
Overige tarieven totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.12
Modaliteiten totaal
€ 59.656
€ 2.414
€ 62.070
€ 4.568
7%
Paragraaf 2.13
Vermindering totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.14
Teruggaaf totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 3.1
Horeca totaal
€ 3.328
€ 2.075
€ 5.404
€ 5.270
98%
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet totaal Organiseren evenement of markt totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 5.455
€ 3.401
€ 8.856
€ 8.637
98%
€ 2.219
€ 1.383
€ 3.602
€ 3.513
98%
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.8
Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7
Standplaatsen totaal Huisvestingswet 2014 totaal In dit hoofdstuk niet benoemd besluit totaal
Totaal
€ 5.962
€ 865
€ 6.826
€ 6.196
91%
€ 1.708.161
€ 808.891
€ 2.517.052
€ 1.859.643
74%
Recapitulatie 1, 2 en 3
Totaal Kostendekking Hoofdstuk 1 Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totaal
Directe kosten
Overhead
Baten
Kostendekking
€ 615.627
€ 186.001
€ 669.604
84%
€ 1.075.570
€ 615.166
€ 1.166.423
69%
€ 16.964
€ 7.724
€ 23.616
96%
€ 1.708.161
€ 808.891
€ 1.859.643
74%
Omgevingswet De bovenstaande legestabel 2024 heeft nog betrekking op de situatie met invoering van de Omgevingswet. Op dit moment (half september 2023) is bekend geworden dat de Wet kwaliteitsborging bouw deels wordt uitgesteld. De wet wordt in tweeën geknipt. Vanaf 1 januari treed het deel ‘nieuwbouw’ in werking en per 1 juli het deel ‘verbouw’. Overzicht van de geraamde inkomsten In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de begrote inkomsten gemeentelijke heffingen. Tabel 20: Overzicht geraamde netto inkomsten (x € 1.000)
Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting
2023 9.984 94
2024 10.696 215
Pagina | 9| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2025 11.059 215
2026 11.422 215
2027 11.775 215
Hondenbelasting Rioolheffing Leges bouwvergunningen Marktgelden Reinigingsheffing Precariobelasting Reclamebelasting Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Totale opbrengst
353 4.259 801 24 4.062 24 389 80 20.070
391 4.588 1.017 24 4.307 36 410 80 21.901
386 4.676 1.017 24 4.696 36 410 80 22.598
397 4.708 1.018 24 4.992 36 410 80 23.302
406 4.728 1.040 24 5.196 36 410 80 23.910
Lokale lastendruk Op basis van de voorgestelde tarieven kan een vergelijking worden gemaakt tussen de lokale lastendruk voor woningen in 2024 ten opzichte van 2023. De belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) zijn in dit overzicht meegenomen. Bij deze vergelijking wordt uitgegaan van onroerende zaken met een WOZ-waarde van respectievelijk € 259k, € 388k, € 517k en € 672k (prijspeil 2024). De voorbeeldaanslagen 2024 zijn berekend op basis van een woningwaarde van 2023, gecorrigeerd voor de door Munitax berekende waardestijging (woningen + 3,4%; nietwoningen +1,75%). Hierdoor zijn de gevolgen voor de Wijchense huishoudens beter vergelijkbaar. Voorbeeldaanslagen Hieronder treft u de voorbeeldaanslagen aan, waarbij we de totale woonlasten berekenen voor een meerpersoonshuishouden, uitgaande van de in de tabel genoemde WOZwaarden. Voor de afvaltarieven is rekening gehouden met gemiddeld 8 ledigingen per jaar. Tabel 21: Voorbeeldaanslagen
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
2023 250.000 249,50 90,00 36,50 244,64 620,64
2023 375.000 374,25 135,00 54,75 244,64 808,64
2023 500.000 499,00 180,00 73,00 244,64 996,64
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
Pagina | 10| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2024 258.500 256,95 89,70 42,65 263,52 652,82
2024 387.750 385,42 134,55 63,98 263,52 847,47
2024 517.000 513,90 179,40 85,31 263,52 1.042,12
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
2023 650.000 648,70 234,00 94,90 244,64 1.222,24
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
Pagina | 11| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2024 672.100 668,07 233,22 110,90 263,52 1.275,70
Woonlastenvergelijking De bruto woonlasten voor meerpersoons huishoudens met een eigen woning liggen landelijk gemiddeld op € 944 in 2023. Van alle gemeenten in Nederland staat Wijchen in 2023 op plaats 75 voor wat betreft de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden (nummer 1 is de goedkoopste). Bij de berekening van de lokale lastendruk is rekening gehouden met de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Het betreft de cijfers over 2023. De lastendruk van Wijchen voor 2024 stijgt ten opzichte van 2023. Naast de doorberekening van de inflatie is dit toe te schrijven aan de doorberekening van hogere kosten voor riool en afval aan de betreffende heffingen. Tabel 22: Vergelijking met een aantal omliggende gemeenten (2023)
Wijchen Beuningen Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden 2023 (2024) Meerpersoonshuishouden 2023 (2024) Rangnummer Meerpersoonshuishouden (nr. 1 heeft de laagste lasten)
Druten
Heumen Nijmegen
Nederland
827 (880) 863 (912)
883
799
888
1.040
Nb.
893
866
957
1.058
944
75
122
79
190
288
Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2023
Kwijtscheldingsbeleid De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft, in het kader van het armoededebat, de afgelopen jaren ruim aandacht gekregen. Sinds 1 januari 1995 is het gemeenten en waterschappen toegestaan om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren dan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld. Waar de rijksregeling uitgaat van een percentage van 90% van de bestaanskosten mogen gemeenten dit met ingang van 1 januari 1996 vaststellen op maximaal 95% en met ingang van 1 januari 1997 op maximaal 100%. De gemeente Wijchen hanteert deze maximale bijstandsnorm sinds 1998. In de gemeente Wijchen wordt in voorkomende gevallen alleen kwijtschelding verleend van aanslagen onroerende zaakbelasting afvalstoffenheffing (vastrecht) en de gebruikersheffing rioolrechten. Steeds meer gemeenten maken gebruik van het Inlichtingenbureau om vast te stellen welke burgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentebelastingen. Met de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten en waterschappen bij het toetsen van zowel een eerste aanvraag voor kwijtschelding als bij ‘ambtshalve verlenging’ van kwijtschelding. Dit gebeurt aan de hand van een door gemeenten en waterschappen opgestelde beslisboom, met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (Unie).
In 2011 is aan alle kwijtscheldingsgerechtigden binnen de deelnemende gemeente voor het belastingjaar 2011 een brief verstuurd. Hierin zijn zij verzocht toestemming te geven aan de gemeenschappelijke regeling om vanaf 2012 het recht op kwijtschelding automatisch te toetsen via het inlichtingenbureau. Met deze toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De burger hoeft dan dus niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Naast de vervolgaanvragen mogen sinds 2016 ook initiële aanvragen voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de uitvoeringsinstantie én de aanvrager nog meer administratieve lasten. Tevens bevatten de rapportages van het inlichtingenbureau steeds meer extra detailinformatie wanneer er een belemmering voor kwijtschelding wordt gevonden. De burger hoeft hierdoor minder informatie aan te leveren, waardoor de dienstverlening verbetert.
Pagina | 12| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Pagina | 13| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen