Bijlage 11 Waterhuishoudings- en infiltratieplan
Tekst van het document
Waterhuishoudkundig plan deel 1 met infiltratieonderzoek Kerkenweide te Bergharen
Waterhuishoudkundig plan deel 1 met infiltratieonderzoek Kerkenweide te Bergharen
Aeres Milieu Projectnummer
: AM23193
Status rapport
: Definitief (versie 1)
Datum
: 31 oktober 2023
Opdrachtgever
: Erfgoed Landelijk Bouwen Commandeurslaan 12 1851 XP Heiloo
Opgesteld door
: J. Martens, MSc.
Paraaf
:
Gecontroleerd door
: dhr. M. Vrolix bc.
Paraaf
:
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM23193
INHOUDSOPGAVE 1.
2.
3.
BESCHRIJVING PLANGEBIED................................................................................................................................................................................4 1.1
Plangrenzen.....................................................................................................................................................................................................4
1.2
Doel ....................................................................................................................................................................................................................5
1.3
Leeswijzer ........................................................................................................................................................................................................5
WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM ..............................................................................................................................................................6 2.1
Bodemopbouw................................................................................................................................................................................................6
2.2
Grondwater ......................................................................................................................................................................................................7
2.3
Oppervlaktewater ..........................................................................................................................................................................................8
STEDELIJK WATERSYSTEEM ................................................................................................................................................................................9 3.1
Type watersysteem .......................................................................................................................................................................................9
3.2
Afvalwaterbelasting .................................................................................................................................................................................. 10
3.3
Hemelwaterbelasting................................................................................................................................................................................ 10
4.
WET- EN REGELGEVING...................................................................................................................................................................................... 11
5.
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN .......................................................................................................................................... 13
6.
GEVOLGEN EN MAATREGELEN ONTWIKKELING....................................................................................................................................... 14
7.
6.1
Toekomstig watersysteem ...................................................................................................................................................................... 14
6.2
Peilen .............................................................................................................................................................................................................. 14
6.3
Afvalwater ..................................................................................................................................................................................................... 14
6.4
Hemelwater .................................................................................................................................................................................................. 14
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 19
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen en bepaling verhard oppervlak Bijlage 3: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 4: Foto’s plangebied Bijlage 5: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyses Bijlage 7: Infiltratie onderzoek Bijlage 8: concept waterparagraaf
Pagina | 3
AM23193
1. BESCHRIJVING PLANGEBIED In opdracht van Erfgoed Landelijk Bouwen heeft Aeres Milieu een waterhuishoudkundig plan opgesteld ter onderbouwing van een nieuwbouwproject te Bergharen.
1.1
Plangrenzen
Momenteel is het plangebied onverhard (grasland) en heeft het perceel een agrarische bestemming. Het gebied ligt westelijk aansluitend aan de bestaande bebouwde kern van Bergharen. Grenzend aan de noord- en oostzijde van het plangebied zijn er woningen aanwezig. In het westen is een akkerland aanwezig. In het zuiden ligt de Veldsestraat en centraal oostelijk loopt de Dorpsstraat tot aan het plangebied. Afbeelding 1 geeft de ligging van de onderzoekslocatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. In bijlage 3 is een situatietekening opgenomen met in bijlage 4 foto’s van het plangebied.
Adres onderzoekslocatie
: Kerkenweide te Bergharen
Gemeente
: Wijchen
Waterschap
: Rivierenland
Kadastrale registratie
: Bergharen, sectie G, nrs. 373, 375, 701, 732 en sectie H, nrs. 1116 en 690 (ged.)
Oppervlakte
: circa 1,4 ha
Peil maaiveld
: circa 7,2 - 8,5 m +NAP
Peil grondwater
: circa 5,5 m +NAP
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer
Pagina | 4
AM23193
Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2. Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie.
Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 14/07/2022 (bron: opdrachtgever)
1.2
Doel
Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden en het toekomstig waterhuishoudkundig ontwerp van de inrichting en de voorzieningen.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op van toepassing zijnde weten regelgeving. In hoofdstuk 4 staan de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het toekomstige watersysteem en hoofdstuk 5 beschrijft het toekomstige watersysteem van het plangebied.
Pagina | 5
AM23193
2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1
Bodemopbouw
2.1.1
Maaiveldhoogten
Binnen het plangebied is enig hoogteverschil aanwezig. Het noordelijk deel van het plangebied is lager gelegen met een gemiddelde maaiveldhoogte van ca. 7,2 m +NAP. Het zuidelijk deel van het plangebied is hoger gelegen met een gemiddelde maaiveldhoogte van ca. 7,8 m +NAP met zuidwestelijk het hoogst gelegen maaiveld op ca. 8,5 meter +NAP. De zuidelijk gelegen Veldsestraat ligt ter hoogte van het plangebied op circa 7,5 m +NAP. De woningen oostelijk liggen op ca. 7,8 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde maaiveldhoogten visueel weer.
7,1 7,3
7,2
7,2 7,9
7,6
7,8
8,5 7,6
Afbeelding 3: Uitsneden hoogtekaart met aanduiding ligging plangebied (bron: AHN Nederland)
Voor de beschrijving van het lokale watersysteem is informatie geraadpleegd bij onder meer het Dinoloket, provincie Gelderland, waterschap Rivierenland, bodemdata Nederland en ons eigen archief.
2.1.2
Bodemopbouw en -samenstelling
Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2019) ligt het plangebied op een rivierduin. Dit blijkt ook uit de relatief hogere ligging van het plangebied en directe omgeving binnen het rivierengebied. Uit de bodemkaart van Nederland (2021) blijkt dat de bodem binnen het plangebied naar verwachting een vorstvaaggrond betreft bestaande uit grof zand (Zb30). Dit bodemtype vertoont weinig bodemvorming en is vaak humusarm. Westelijk van het plangebied is een rivierkomvlakte te verwachten en zuidelijk van de Veldsestraat een terrasvlakte (kleiige toplaag).
Pagina | 6
AM23193
Uit (model)gegevens van het Dinoloket blijkt dat de bodem tot circa 24 m-mv. tot zandige eenheid van de Formatie van Kreftenheye behoort. Dit laagpakket bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand met grindbijmenging, met weinig zandige klei en fijn zand. In de ondiepe ondergrond kan een dunne kleilaag voorkomen (Formatie van Echteld). Uit een uitgevoerd karterend booronderzoek van ADC ArcheoProjecten ter plaatse van het plangebied (6028 d.d. januari 2023) blijkt dat in het zuidelijk plandeel in de ondergrond een rivierduin aanwezig is. De rivierduin is afgedekt door de Laag van Wijchen (zandige leem). De Laag van Wijchen is vervolgens weer afgedekt geraakt door een rivierduin in twee fases. In het centrale en het noordelijke deel is het Wijchens Maasje actief geweest. In deze zones zijn drie fases van bedding-, crevasse-, en oeverafzettingen waargenomen, die langzaam naar het noordelijk deel van het plangebied is getrokken. De toplaag betreft een laatste fase van de rivierduin en bouwvoor.
2.1.3
Bodemdoorlatendheid
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een infiltratie onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7. Uit de veldmetingen in de onverzadigde zone blijkt dat de toplaag en de ondiepe ondergrond tot ca. 1,0 m-mv een goede tot plaatselijk (meetpunt 1) zeer goede verticale infiltratiesnelheid vertoont. Bij de meetpunten is een goede tot zeer goede (meetpunten 3 en 4) horizontale doorlatendheid waargenomen. De gemeten waardes komen overeen met de verwachting voor de aangetroffen bodemopbouw en -samenstelling. Zoals blijkt uit de metingen laat de lokale bodem het goed toe om ter plaatse een infiltratievoorziening aan te leggen. In de ondergrond is plaatselijk (boring 5) een dunne infiltratie belemmerende bodemlaag aangetroffen met een kleiige bodemlaag op ca. 1,8-2,8 m-mv. Deze heeft een invloed op de verticale infiltratiesnelheid maar gezien de diepteligging, het dieper gelegen grondwater en het planvoornemen met bovengrondse infiltratie vormt dit geen directe belemmering. Voor de leegloop van een voorziening bedraagt de kv-waarde 0,5 en plaatselijk 0,9 meter per dag en kan behoudens de lagere horizontale doorlatendheid van meetpunt 2 met een kh-waarde van 4,0 meter per dag gerekend worden.
2.2
Grondwater
Binnen Bergharen zijn er enkele langdurige grondwatermeetreeksen bekend bij het Dinoloket waardoor het mogelijk is om de optredende grondwaterstanden binnen Bergharen beter in te schatten. De freatische grondwaterstroming is zuidwestelijk gericht. Uit de gekende meetgegevens komt naar voren dat de gemiddelde grondwaterstand ter hoogte van het plangebied op ca. 5,4 m +NAP te verwachten is. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is nabij het plangebied op circa 6,0 m +NAP te verwachten. Deze GHG komt overeen met een diepte van 1,2 tot 2,5 m-mv. afhankelijk van de maaiveldhoogte. Het grondwater is bij de uitvoering van het veldwerk in mei 2023 aangetroffen op ca. 1,5 m-mv. Dit komt overeen met een diepte van ca. 6 m +NAP. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt wel binnen het intrekgebied van het op ca. 5 kilometer noordwestelijk gelegen drinkwaterwingebied Druten. Dit houdt in dat verontreiniging van het grondwater niet toegestaan is. Deze grondwaterstand en bodemopbouw laat naar verwachting infiltratie in de bodem toe.
Pagina | 7
AM23193
2.3
Oppervlaktewater
Het plangebied ligt binnen peilgebied Quarles van Ufford, Voor peilvak QVU 176 wordt een zomerpeil aangehouden van 5,35 m +NAP en een winterpeil van 5,10 m +NAP met een marge van -/+ 0,15 meter. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, zie afbeelding 4. Zuidelijk aan de overzijde van de Veldsestraat (ca. 25 meter afstand) en ca. 62 meter westelijk van het plangebied zijn een B-waterloop met een 1 meter brede beschermingszone aanwezig. Deze stromen in zuid- en westelijke richting van het plangebied weg.
Afbeelding 4: Uitsnede leggerkaart met aanduiding ligging plangebied (bron: waterschap Rivierenland)
Door de ontwikkeling vinden er zover bekend geen wijzigingen in het bestaand oppervlaktewatersysteem plaats.
Pagina | 8
AM23193
3. STEDELIJK WATERSYSTEEM 3.1
Type watersysteem
Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt momenteel geen afvalwater geproduceerd (grasland). Het plangebied ligt aan de westzijde van het woongebied van Bergharen. Het stedelijk watersysteem van het woongebied van Bergharen bestaat uit een verbeterd gemengd rioolstelsel, met een berging van 10,6 mm en een pompovercapaciteit van 0,8 mm/h. Dit stelsel loost op het eindgemaal van het waterschap, dat zich centraal aan de westzijde van het plangebied bevindt. Het gemaal heeft een geïnstalleerde pompcapaciteit van 170 m3/h. De totale hoeveelheid afvalwater (DWA) voor Bergharen bedraagt ca. 47 m3/uur. Centraal door het plangebied in oost-westelijke richting ter hoogte van de Dorpsstraat ligt de transportleiding van de openbare riolering met een diameter van 400 mm op diepte (b.o.b.) van 3,76-3,84 m +NAP. Vanaf het eindgemaal loopt een transportpersleiding in zuidelijke richting door het plangebied. De transportpersleiding loost op de rioolwaterzuivering aan de Oude Schaarsestraat op ca. 1,5 km ten westen van het plangebied. Bebouwing is ter plaatse van de persleidingen niet toegestaan. Ter bescherming van de leiding is en dient de dubbelbestemming Leiding opgenomen te worden in het bestemmingsplan. In verband met het risico op geur wordt geadviseerd om voor geurgevoelige bebouwing om een vrije zone van minstens 10 en bij voorkeur 30 meter rondom het gemaal aan te houden.
Verder is van belang dat het in het plangebied aanwezige rioolgemaal te allen tijde goed bereikbaar moet zijn. Bij de planinvulling wordt hiermee rekening gehouden te worden.
Afbeelding 5: Uitsnede kaart met aanduiding rioolleidingen wsrl (paars) en gemeenteriool (oranje) (bron: KLIC en PDOK)
Pagina | 9
AM23193
3.2
Afvalwaterbelasting
Door het planvoornemen met woningbouw zal bijkomend afvalwater geproduceerd worden dat via een gemeentelijk rioolstelsel getransporteerd dient te worden naar de rioolwaterzuivering. Het afvalwater van de nieuwbouwwoningen zal via een DWA-stelsel aangesloten worden op het gemeentelijk stelsel. Door de voorgenomen ontwikkeling worden 23 bijkomende woningen gerealiseerd waarvoor de verwachte vuilvracht ca. 0,575 m3/uur bedraagt. Dit afvalwater wordt aangeboden op het bestaand gemeentelijk stelsel. Hiervoor dient te zijner tijd bij de gemeente een aansluiting aangevraagd te worden. Bij overname van het openbaar gebied door de gemeente dient de nadere invulling in overeenstemming en in overleg met de gemeente opgemaakt te worden.
3.3
Hemelwaterbelasting
Momenteel is het plangebied geheel onverhard en kan hemelwater op natuurlijke wijze wegzijgen in de bodem. Ter plaatse is momenteel geen wateroverlast bekend (grasland) en er zijn geen aangelegde hemelwatervoorzieningen aanwezig.
Pagina | 10
AM23193
4. WET- EN REGELGEVING Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro).
Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Het waterbeleid van de provincie Gelderland staat omschreven in het Regionaal Waterprogramma 2021-2027. Daarnaast heeft de provincie een omgevingsvisie opgesteld Gaaf Gelderland waarin onder meer de doelen voor de omgevingsverordening zijn vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft als doel om Gelderland gezond, veilig, schoon en welvarend achter te laten voor de volgende generatie. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van het binnendijkse oppervlaktewater, de zuivering van het afvalwater en de hoogwaterkering van de grote rivieren.
De waterbeheerder werkt om de doelstellingen te halen daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de lokale ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben. De locatie ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. De doelen van het waterschap voor de periode 20222027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma. Dit beleid is gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast beschikt het waterschap Rivierenland over een verordening, de Keur met beleidsregels voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op activiteiten of werkzaamheden binnen het watersysteem. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor lozing van (schoon) hemelwater op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) of binnen 100 meter uit een oppervlaktewater heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2 / Keur).
Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Pagina | 11
AM23193
Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast hebben gemeenten een zorgplicht voor niet-primaire watergangen die in eigendom zijn. Het Beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Bwr) beschrijft op welke wijze de gemeente Wijchen invulling geeft aan deze zorgplichten. Het Bwr is gezamenlijk opgesteld met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en West Maas & Waal. Bij het uitoefenen van de zorgplichten is het beleid gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. De volgende documenten zijn voor het plangebied van toepassing: -
Beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Tauw, 15 december 2022)
-
Systeemoverzicht Stedelijk Watersysteem Bergharen (Tauw, 21 juli 2022)
-
Proces watertoets bij ruimtelijke ontwikkelingen, inclusief Basisopzet waterparagraaf (WDW, 6 mei 2022)
-
Samen door één buis II (Haskoning, 15 januari 2019)
Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Een toekomstige ontwikkeling dient hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden zodat geen verhoogd risico op overlast ontstaat. Hemelwater dient indien mogelijk door middel van infiltratie verwerkt te worden. Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken.
Als dit niet mogelijk is, treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Deze plannen dienen als uitgangspunten en randvoorwaarden voor de uitvoering van water- en ruimtelijke projecten. Water en bodem zijn bij ruimtelijke ontwikkeling sturend. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim vast. Voor een planontwikkeling dient de watertoetsprocedure doorlopen te worden. De eisen en voorwaarden in de waterparagraaf vormen de basis voor de nadere uitwerking van de Waterparagraaf in het Bestemmingsplan. De initiatiefnemer toetst zijn planvoornemen in samenspraak met de waterbeheerders (beleid, uitgangspunten en randvoorwaarden) in een onderbouwing/waterhuishoudkundig plan. Hierop wordt een advies verstrekt door de waterbeheerders. De ontvangen aandachtspunten en opmerkingen zijn verwerkt in voorliggende rapportage.
Pagina | 12
AM23193
5. UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Voor de nieuwbouw van woningen dient vroegtijdig naar de optredende grondwaterstanden gekeken te worden zodat het risico op wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk beperkt wordt. Hiervoor dient rekening gehouden te worden met onderstaande aspecten: -
Ontwateringsdiepte (GHG) ≥ 1,00 m onder vloerpeil begane grond; ≥ 0,70 m beneden straatpeil en ≥ 0,50 m beneden groenvoorzieningen
-
Drooglegging ≥ 1,30 m onder vloerpeil begane grond; ≥ 1,00 m beneden straatpeil en ≥ 0,70 m beneden groenvoorzieningen
-
Geen hemelwater in gebouwen bij T=100+10% (Buishand & Velds)
-
Infiltreren hemelwater op eigen perceel
-
Afvoer hemelwater naar buurpercelen of riolering is niet toegestaan
-
Afvoer hemelwater openbare ruimte over oppervlak naar openbare infiltratievoorziening (wadi) en daar vanaf maaiveld infiltreren
-
Vanuit de gemeente mag een wadi volledig gevuld zijn bij T=10+10% en tot 0,10 meter onder insteek bij T=5+10%. Deze hoeveelheid dient binnen 24 uur verwerkt te zijn.
-
Dimensionering infiltratievoorziening op basis van bui T=100+10% (Buishand & Velds) met als vuistregel 664 m3 per hectare verhard oppervlak. Deze kunstmatige voorziening mag dan tot maaiveld gevuld zijn en dient een ledigingstijd van 48-96 uur te hebben. Aan de strengste eis dient voldaan te worden.
-
Bodempeil infiltratievoorziening ≥ 0,50 m boven GHG
-
Diepte wadi ≤ 0,50 m
-
Talud wadi ≤ 1 : 3
-
Afvoer afvalwater naar riolering ≤ 10 liter/inwoner per uur gedurende 12 uur
-
Diameter openbare vrijverval riolering ≥ 250 mm
-
Bodemverhang openbare vrijverval riolering 1 : diameter in mm
-
Obstakelvrije zone ≥ 4,00 m boven openbare vrijverval riolering en ≥ 1,00 m boven openbare druk- of vacuümriolering
-
Gronddekking op openbare vrijverval riolering ≥ 1,10 m
-
Bij lozing op oppervlaktewater dient ter plaatse een bui van T=10+10% geborgen te worden (peilstijging 30cm).
Voor de leidingstelsels op particulier terrein zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit en NEN 3215 van toepassing. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere voorschriften. Overige uitgangspunten zijn opgenomen in de publicaties van Stichting RIONED en STOWA en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de Werkorganisatie Druten Wijchen d.d. 7 maart 2023.
Pagina | 13
AM23193
6. GEVOLGEN EN MAATREGELEN ONTWIKKELING 6.1
Toekomstig watersysteem
Bij de planontwikkeling met nieuwbouw wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De woningen zullen aangesloten worden op een aan te leggen DWA-stelsel binnen het plangebied en hemelwater wordt ter plaatse verwerkt.
6.2
Peilen
Uitgangspunt is (geo)hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Voor de toekomstige woonontwikkeling wordt gezien de bestaande hoogteligging en optredende grondwaterstanden ruimschoots voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte voor het beoogde gebruik (GHG > 1,0 m onder vloerpeil begane grond, > 0,7 m onder straatpeil en > 0,5 meter onder groenvoorzieningen). Daarnaast wordt gezien de bestaande hoogteligging en het zomerpeil van het oppervlaktewater van 5,35 m +NAP voldaan aan de benodigde drooglegging voor het beoogde gebruik (zomerpeil > 1,3 m onder vloerpeil begane grond, > 1,0 m onder straatpeil en > 0,7 meter onder groenvoorzieningen). In verband met de archeologische waarde van het gebied zal mogelijk het perceel verder opgehoogd worden. Dit advies volgt uit het nog nader uit te voeren archeologisch onderzoek. De toekomstige bouwpeilen dienen derhalve nog vastgesteld te worden, maar de tuinen zullen aansluiten op de huidige omgeving. Door de toekomstige woningen minimaal 20 cm boven het bestaand maaiveld en/of de toekomstige kruin van de weg (minimaal 6,65 m +NAP voor bebouwing) aan te leggen wordt tevens het risico op instroom zoveel mogelijk beperkt (afstroom naar voorzieningen en groen). Bij de nadere planuitwerking zal een nadere maaiveldprofilering opgemaakt worden.
6.3
Afvalwater
Het afvalwater van de nieuwbouwwoningen zal via een DWA-stelsel aangesloten worden op het gemeentelijk stelsel. Door de voorgenomen ontwikkeling worden 23 bijkomende woningen gerealiseerd waarvoor de verwachte vuilvracht ca. 0,575 m3/uur bedraagt. Dit is een verwachte toename aan afvalwater (DWA) van 1,22% ten opzichte van de bestaande situatie (47 m3/uur). Dit afvalwater wordt verzameld en aangeboden op het bestaand gemeentelijk stelsel dat centraal binnen het plangebied ligt (betonbuis rond 400 mm). Hiervoor dient te zijner tijd bij de gemeente een aansluiting aangevraagd te worden. Bij overname van het openbaar gebied door de gemeente dient de nadere invulling in overeenstemming en in overleg met de gemeente opgemaakt te worden. Op het planontwerp in bijlage 2 is het afvalwaterstelsel opgenomen.
6.4
Hemelwater
6.4.1
Verhard oppervlak
Door het planvoornemen wordt er verhard oppervlak aangebracht wat leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Dit hemelwater is door de juiste milieuhygiënische maatregelen, zie hoofdstuk 6, als schoon te beschouwen en kan rechtstreeks verwerkt worden. Hiervoor dient binnen de ontwikkeling ruimte gereserveerd te worden tenzij dit fysiek niet mogelijk is door een te hoge grondwaterstand of te slecht doorlatende bodem (Beleidsplan water en riolering 2023-2027).
Pagina | 14
AM23193
In onderstaande tabel is een overzicht van de toekomstige verhardingen opgenomen welke bepaald zijn op basis van het planontwerp en kengetallen (maximaal mogelijk volgens BP). Voor de bepaling op basis van kengetallen is voor vrije kavels een verhardingspercentage van 70% aangehouden, voor de twee-aaneen 80% en voor de aaneen gebouwde kavels 90% van het bruto terreinoppervlak. De plantekeningen en oppervlakteberekening zijn opgenomen in bijlage 2. Soort oppervlak
Uitgeefbaar
terrein:
Dakoppervlak
Verharding tuinen Overige
verharding
Toekomstige situatie op basis van
Toekomstige
situatie
op
basis
ontwerp 12-2022 [m2]
bestemming en kengetallen 70-90% [m2]
1.985
5.814
van
2.680 (openbaar):
3.215
3.215
7.880
9.029
Rijvlak en parking Totaal verhard
Tabel 2: Overzicht toename verhard oppervlak binnen het plangebied
Voor de berekening van de verwachte toekomstige verharding is vooralsnog uitgegaan van de maximale variant om vast te stellen of het hemelwater ter plaatse verwerkt kan worden zonder overlast te veroorzaken. De uiteindelijk benodigde retentiehoeveelheid is afhankelijk van het toekomstig verhard oppervlak. Ter borging wordt een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van waterberging opgenomen in de planregels. Op grond van de vastgestelde doorlatendheid van de bodem en de GHG moet het hemelwater op het eigen terrein worden verwerkt (Waterwet artikel 3.5 en Beleidsplan water en riolering 2023-2027). Omdat alle infiltratie (particulier en openbaar) binnen 100 m uit oppervlaktewater ligt, geldt dat: - op particulier terrein 5.814 m2 verhard oppervlak x 664 m3 berging per ha verhard oppervlak = 386 m3 aan berging gerealiseerd moet worden; - op openbaar gebied 3.215 m2 verhard oppervlak x 664 m3 berging per ha verhard oppervlak = 214 m3 aan berging gerealiseerd moet worden.
6.4.2
Afstroming
Door de toekomstige ophoging van het plangebied kan en zal het maaiveld zo aangelegd worden dat hemelwater oppervlakkig kan afstromen naar een voorziening. Gezien de afwezigheid van een rechtstreekse (nood)overloop naar het oppervlaktewater dient hiermee bij de maaiveldprofilering rekening gehouden te worden. Het openbaar gebied wordt zo aangelegd dat hemelwater onder afschot afstroomt naar de geplande wadi’s. Hemelwater kan door de vastgestelde goede infiltratiesnelheid en voorgenomen ophoging met zand ter plaatse in de bodem kunnen infiltreren. Bij een extreme bui groter dan T=100+10% mag er hinder en zelfs tijdelijk overlast zijn, maar geen letsel of schade ontstaan binnen of buiten het plangebied door afstroming.
6.4.3
Klimaatbestendigheid
Het plangebied wordt in de nieuwe situatie een stedelijke omgeving en is hierdoor gevoeliger voor klimaatverandering. In eerste instantie dient nieuw verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt te worden. Hergebruik kan op de particuliere percelen overwogen worden. Het opvangen van hemelwater in groendaken en wadi’s draagt bij aan de bewustwording door de zichtbare verwerking van het hemelwater en vermindering van lokale hittestress. Pagina | 15
AM23193
Voorts kan men aanvullend waterpasserende bestrating of halfverharding toepassen. Vanuit de gemeente is de toepassing van waterpasserende bestrating niet wenselijk geacht. Dit wordt derhalve niet toegepast in het openbaar gebied. Het voorkomen van hittestress door o.a. aanplant van voldoende bomen en groen is een belangrijk ontwerpuitgangspunt. Bij de uitwerking van het groenplan zal bij de soortkeuze en (bio-)diversiteit rekening worden gehouden met de veranderende omstandigheden door de klimaatverandering, zoals afwisselende perioden van extreme neerslag en droogte. Een groene en ruime inrichting binnen het plangebied maken dat er voldoende ruimte is om binnen het plangebied te voorzien in deze bergingscapaciteit. Het hemelwater wordt op het eigen perceel aan het oppervlak geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Waar er onvoldoende ruimte is, wordt het hemelwater op het eigen perceel ondergronds geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Door de gemeten goede infiltratiesnelheid kan hemelwater binnen het plangebied in de bodem te infiltreren. Er zal geen rechtstreekse lozing vanuit het plangebied plaatsvinden naar het oppervlaktewater. Bij bovengrondse berging van hemelwater in wadi’s wordt de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn versterkt.
De planlocatie en het ruimtebeslag van de ontwikkeling maakt het mogelijk dat de infiltratievoorzieningen grotendeels bovengronds worden aangebracht. Voor de hemelwaterverwerking op eigen perceel gaat de voorkeur uit naar bovengrondse verwerking maar plaatselijk (bij de kleinere percelen) zal naar verwachting een ondergrondse voorziening ingepast dienen te worden. Voor de woonkavels zal te zijner tijd een aangevulde onderbouwing vastgesteld worden zodat aantoonbaar een bui van T=100+10% lokaal verwerkt wordt. Ten aanzien van klimaat robuust ontwikkelen mag geen onaanvaardbare wateroverlast ontstaan. Hiervoor kan een gevoeligheidsanalyse plaatsvinden. Het ontwerpcriterium 664 m3 berging per ha verhard oppervlak is voor klimaatbui T=100+10%. Maar om klimaatbestendig te zijn, gaat het om meer dan alleen de bergingscapaciteit. Naast de waterberging moeten de profielen van de trajecten, waarover het hemelwater tot afstroming komt, voldoende ruim gedimensioneerd te zijn. Voor de profielen van de openbare ruimte geldt dat bij T=10+10% géén hemelwater vanaf de openbare ruimte op particulier terrein mag komen te staan (zie WDW proces watertoets). Rekening houdend met de toekomstige terreinophoging en de aanwezige grondwaterstanden wordt voldaan aan de eisen voor klimaatbestendigheid en ontwaterings- en droogleggingseisen.
Door de toekomstige percelen minimaal 20 cm boven het bestaand maaiveld en/of de toekomstige kruin van de weg aan te leggen wordt bij een bui van T=10+10% het risico op instroom vanuit het openbaar gebied beperkt (afstroom naar voorzieningen en groen). Bij de nadere planuitwerking zal een nadere maaiveldprofilering opgemaakt worden. Door met de genoemde aspecten rekening te houden, wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door het planvoornemen.
6.4.4
Ligging hemelwatervoorzieningen
Gezien de afwezigheid van nabijgelegen oppervlaktewater en de goede infiltratiesnelheid dient hemelwater lokaal verwerkt te worden. De infiltratievoorzieningen binnen 100 m uit oppervlaktewater dienen te voldoen aan de Keur van Waterschap Rivierenland. Pagina | 16
AM23193
Het waterschap stelt verder als voorwaarde dat er bij kunstmatige voorzieningen een beheers- en onderhoudsplan wordt geschreven mede gebaseerd op de gegevens van de leverancier zodat de effectiviteit bewaakt kan worden net als ook een stuk bewustwording voor de gebruiker(s). Dit zal te zijner tijd nader opgemaakt worden (voorafgaand aan vergunningsaanvraag). In het ontwerp is rekening gehouden met de bestaande ruimtelijke aspecten zoals het nabijgelegen rioolgemaal (centraal westelijk van het plangebied) en de riooltransportleidingen welke zuidelijk door het plangebied lopen. Hiervoor wordt een dubbelbestemming opgenomen. Aandachtspunten hiervoor zijn het gebruik van de bovengrond, de vrijwaringzone/zakelijk recht voor de leidingen en aandacht bij kruisingen van de leiding met infra/kabels/leidingen. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planinvulling (geen graafwerken, bomen of bebouwing zonder toestemming / vergunning toegestaan). Bij de uitwerking van het ontwerp is rekening gehouden met de benodigde bergings- en infiltratieruimte die voorzieningen nodig hebben. De omvang en ledigingstijd van een voorziening is o.a. afhankelijk van het hierop aangesloten toekomstig verhard oppervlak.
Op basis van de waterwet artikel 3.5 en het beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Wijchen) is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor de verwerking (bergen en infiltreren) van hemelwater op eigen terrein. Het gehele plangebied (particulier en openbaar) ligt binnen 100 m van een oppervlaktewater. Derhalve dient er gerekend te worden met 664 m3 berging per ha verhard oppervlak. In onderstaande afbeelding is een overzicht van de mogelijke HWA-verwerking schematisch opgenomen. Opgemerkt wordt dat dit een inschatting betreft op basis van kengetallen. Hierbij is geen rekening gehouden met o.a. stromingsverliezen. Hemelwater dient op eigen kavel verwerkt te worden. In het openbaar gebied is met ca. 1570 m2 afdoende ruimte aanwezig.
Afbeelding 6: Mogelijke HWA-afstroom en verwerking in openbaar gebied op planvoornemen Pagina | 17
AM23193
Op de uitgeefbare kavels kan afhankelijk van de terreininvulling gekozen worden voor een verlaagde tuin, diepere wadi of een ondergrondse voorziening boven de GHG van ca. 6 m +NAP (1,5 m onder huidig maaiveld). Bij de kleinere aaneen gebouwde kavels is een wadi of verlaagde tuin naar verwachting niet inpasbaar / wenselijk en zal ondergrondse verwerking benodigd zijn. Dit kan ingepast worden door het gebruik van IT-kratten, Rockflow of infiltratieputten. Met de inpassing van een infiltratievoorziening dient rekening gehouden te worden bij het ontwerp van een woonkavel. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere (technische) voorschriften. De aanleg en instandhouding van een dergelijke voorziening voor de benodigde waterverwerking op eigen terrein wordt opgenomen in de bestemmingsregels (voorwaardelijke verplichting aanleg waterberging). Deze voorziening dient tevens onderhouden te worden zodat de werking gewaarborgd blijft. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt hierop getoetst. Gezien de gemeten infiltratiewaardes zullen deze infiltratievoorzieningen na ca. 7-14 uur weer beschikbaar zijn.
De exacte omvang, specificaties en ledigingstijd is afhankelijk van het type voorziening, omvang, ontwerp en hierop aangesloten oppervlak en dient voorafgaand aan de aanleg (bij de gedetailleerde planuitwerking of door de constructeur) nader uitgewerkt te worden in een (definitief-) ontwerpplan. Onafhankelijk van de gekozen optie is er in het plangebied dus voldoende waterbergingsmogelijkheid aanwezig en is geen wateroverlast door de voorgenomen ontwikkeling te verwachten.
Pagina | 18
AM23193
7. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Door het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) blijft de afstromende neerslag schoon en kan dit rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen voor verwerking. In de afvoersystemen worden voorzieningen gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen dienen zo ingepast te worden dat deze goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Op eigen perceel is de eigenaar hiervoor verantwoordelijk. Regelmatig onderhoud van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop.
Het waterschap stelt als voorwaarde dat er bij kunstmatige voorzieningen een beheers- en onderhoudsplan wordt geschreven mede gebaseerd op de gegevens van de leverancier zodat de effectiviteit bewaakt kan worden net als ook een stuk bewustwording. Dit vormt een aandachtspunt bij de verdere planuitwerking en voor het verkrijgen van een watervergunning. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden/wegen/terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Bij de verdere planuitwerking dienen de benodigde voorzieningen conform het geldende beleid gedimensioneerd te worden zodat er geen wateroverlast ontstaat. Aeres Milieu is als adviseur niet verantwoordelijk voor (in)directe schade door gebreken of overlast vanuit een ontwikkeling. Op het toekomstig watersysteem mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van de bodem of water veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Vanwege het toekomstig watersysteem mogen alleen biologische bestrijdings- en strooimiddelen gebruikt worden en dient een toepassing zo gericht mogelijk plaats te vinden.
Pagina | 19
AM23193
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
AM23193
AM23193
Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen
AM23193
5 42A de Weem
Dorpsstraat
6
6
4
18
44-46
7
LEGENDA
1
2
15
20
Plangebied
Burgemeester Luskestraat
3 2
53
Rogstraat 55
24-30
Dorpsstraat
22 Bestemmingen
18 5
4
48
Plangrens
22 20
13
16
G
11 V
9 57
8
7 8
3 4
52
1
11
63
64
[aeg] 2
11
6
milieuzone - geurzone
2
milieuzone - hydrologische beschermingszone
Boekweitstraat 1 3
58 60
1
4
6
Functieaanduidingen
2
Tarweveld 67
(sv-calo)
3
(swr-aghw)
Dorpsstraat 70
specifieke vorm van verkeer - calamiteitenontsluiting
specifieke vorm van waarde - archeologisch gebied-hoge waarde
7
72
3
[tae]
Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
14
56
68
Waarde - Archeologie
Gebiedsaanduidingen
16 8
54
W
G
Leiding - Riool
6
65
11
[tae]
WR-CWG
8
4
6
5
WR-A
1
Burgemeester Luskestraat
66
W
L-R
Akkerstraat 3
62
Dubbelbestemmingen
5
[aeg] 6
Wonen
2 61
6
W
7
50
4
10
10
59
Verkeer
12
8 5
W
Groen
14
6
84
74
5
Dorpsstraat
(sw-srw)
specifieke vorm van wonen - seniorenwoningen
5 12
[vrij]
Bouwvlak
6
10
11
W
bouwvlak
3
G
80
86
(sv-calo)
1
71
Bouwaanduidingen
1 Boekweitstraat 88
78
G
3
5
8 [aeg]
aaneengebouwd
[tae]
twee-aaneen
[vrij]
vrijstaand
6
G 7
7A
7B
73
76/RG
2 Maatvoering
92
W W L-R 3
4
[vrij] 6
2
Wijksestraat
5
maximum aantal wooneenheden
2A
1
6
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
11
9 6 11
Figuren
V
gevellijn
2
6
W
11
Stompendijk Verklaring
G
(sw-srw)
12 10
(swr-aghw)
12
4
[aeg]
6
WR-A G
2
6
WR-CWG
Ondergrond
8
11
1
16
[vrij]
Gemeente Wijchen
5 6
10
W
NAAM
Veldsestraat 3
PLAN
Bergharen, Kerkenweide
7
5 NAAM GML-BESTAND
7
7A
DATUM
NL.IMRO.0296.00000-0000
11-1-2023
BLAD
VAN
BLADEN
1 VAN 1
TEKENAAR
MvL Stompendijk
Best M ingenieursbureau Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo Buiksloterdijk 338 1034 ZG 020 6338110
Amsterdam
www.bestm.nl
0546 454466
www.bjz.nu
FORMAAT
A3
SCHAAL
1 :1500
Overzicht toekomstige verharding middels kengetallen uitgeefbare kavels 0,7 aaneengebouwd 201 171 101 113 102 110 102 107 202 136 203 166 104 113 105 107 204 157 301 275 302 178 303 164 304 230 tweekapper 401 349 402 308 403 334 404 423 vrij 501 630 441,0 502 663 464,1 503 662 463,4 504 957 669,9 505 689 482,3 601 483 338,1
uitgeefbaar totaal openbaar verhard pp verhard pp halfverhard TOTALEN
7525 3215
9029
5814
bui t100 0,8
279,2 246,4 267,2 338,4
0,9 153,9 101,7 99 96,3 122,4 149,4 101,7 96,3 141,3 247,5 160,2 147,6 207
664 10,2 6,8 6,6 6,4 8,1 9,9 6,8 6,4 9,4 16,4 10,6 9,8 13,7 18,5 16,4 17,7 22,5 25,1 26,4 26,4 38,1 27,4 19,2
386,1 213,5 0,0 0,0 599,5
662
Uil
e
en ga t
494
965
62
52
64 66
2 67
8
Ta r
1
544
987
3 317 857
2
73
2
590
377
76
77
Wijkses
traat
689
pend ijk
692
7a 7b
5 37
Stom
379
688
378 616
304
303
75
690
5m 53.9 ren ha erg n-B rne He
192
92
1
312
3 5
984
m
377
7 5
543
71 1
542
t aa
86 88
351
at
983
986
m
3.00
m 0.75 m 0.750 m 0.7 5 m 0.4 5 m 0.1
5 m 19.5 307 0 5m .6 40.10m m .0m 0 0 4 3 .0 . 4 3
196
stra
3
7 460
16
eld wev 956
545
str
78
3
1
319
858
rp s
185
810
809
324 323
6 320
541
84
985
80
461
186
627
391
4
298 537
4
948
at
962
392 504
325
w ei t
961
6
Do
208
60
stra rps
72
54a
70
Do
967
184
1
947
58
8
2
321
539
959
12982
t aa st r
536
65
54
958
.L
B
3
54
960
963
506 urg
505
e usk
16
k Boe
68
380
306
7
5
14
538
5 5
503
393
63
926
8 52
964
9
t
12
487
11
tr a a
419
13
5
10
534
61
697
486 488
e rs
415
966
531
15
Akk
206
59
529
Breekwagen
500 495
502
473
474
696
495
8 530
532
382
6
501
533
50
7 49
ag en Breekw
57 396
493
496
210
489
t
414
425
340
204
10
9 49
413
205
48
498
4
500
at stra
423
456
30
207
t nga
rps Do
1
55
6
7
484
3 2
397
N
6
494
raa gst
384
24 12
499
53
469
346
fke 't Hu
't Hufke
4
1
20
497 498
6 472
483
1 490
Ro
424
44 46
6 2
496
3
385
5 475
4
492
491
at
197
547
762
305
18
482
493
8
em We
s tr a
546
2
De
rps
202
6
458
457
Do
't Hufke524
452
344
42
907
203
U il
453
Trace
910
663
51
386
909
664 454
376
45.80
m
.2 140
172.50 m
333
5m
373
378
12
0608P03
145.10 m
530
2
615
10
216
848
5
6
6.60 m
217
220
Veldses traat
m
t
462
traa
371
Veld ses
337
g
621 222
m 18.40
e Stomp
0608P01
221
7
m 24.90
619
7
ew e
0608P02
338
643
Ve ld s
m .30 204
617
5 420
335
529
27.80 m 528
54.90
18.40 m
644
m
592
4
ndijk
Topografische en Kadastrale Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster
847
642
21.70 m
318.30 m
219
30.80
5m 9.6
33.10 m
m 00 12. 527
4 638 481 482 479
Lengteprofiel
LEGENDA RWZI
Afsluiter Gemaal
Knikpunt
hoogteschaal 1:100
1190.81
1218.61
1275.51 1279.51 1281.01 1283.51 1285.51
1489.81 1491.81 1494.10 1496.39 1499.46
1658.19
6.70 6.66
6.59 4.86 6.12 6.12 6.10
6.34 5.70 5.08 5.70 6.84
7.53
Maaiveld
6.45
NAP + 0.00m
1156.81
Afstand (m)
Mantelbuis, betonplaat, azobe-mat, antiworteldoek
6.30
lengteschaal 1:2000
Injectiepunt
NAP + 0.00m
Materiaal/diameterovergang
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
Diameter(s)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
6.25
4.81 3.50 3.60 4.85 4.80
4.85 3.72 3.72 3.72 5.02
4.80 4.84
Materiaalsoort
Hoogte bok
3.70
4.80
Ontluchtingspunt
0608P02
0608P01
0608R01
0608T01
Bergharen
GIJ
100 (mm)
Terugslagklep in gemaal
GIJ
100 (mm)
Terugslagklep in gemaal
hoek 90 graden overig
koppeling
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
0608B01
ontluchting versleept: Nee
0608B02
drukmeetpunt aanwezig: Nee
ontstoppingspunt
0608B03
handbediend
ontstoppingspunt
Identificatie
ontstoppingspunt
Gegevens overige relevante objecten
diameter-1 300 diameter-2 300 (mm)
Transportleiding
0608T02
0603
BHR02 G 333
BHR02 G 528
BHR02 G 527
BHR02 G 529
BHR02 G 192
BHR02 G 335
BHR02 G 337
BHR02 G 461
Hoewel bij de samenstelling van deze kaart de grootste zorgvuldigheid is betracht, kan Waterschap Rivierenland niet garanderen dat de informatie compleet, actueel en/of accuraat is. Waterschap Rivierenland aanvaardt dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade ontstaan door gebruik van de informatie van deze kaart.
BHR02 G 196
BHR02 G 379
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
3800AA Amersfoort
Postbus 47
De Hervormde Kosterie Bergharen
4000AN Tiel
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6573ZH Beek Ubbergen
Postbus 83
Verschuer van W.F.F.
6617KH Bergharen
Stompendk 4
Zoetekouw G.A.M.
4000AN Tiel
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KH Bergharen
Stompendk 4
Zoetekouw G.A.M.
6801HA Arnhem
Postbus 7005
St Geldersch Landschap
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6617KC Bergharen
BHR02 G 530
Stelsel Bergharen Bergharen - RWZI (0608_1) schaal 1:2000
4000AN Tiel
Kadastraal Id
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
Gegevens belaste percelen
GEC.
BHR02 G 307
GEZ..
GET.
SYK
20/03/2007
formaat GEW.
WSRL_ROUTE_A1_stplot
tekening nr.
06087901
1 v.d. 2 WSRL Postbus 599 4000 AN TIEL
Kadastraal Id
Gegevens belaste percelen
BHR02 G 307 BHR02 G 375 BHR02 G 219 BHR02 G 619 BHR02 G 643 BHR02 G 640 BHR02 G 230 BHR02 G 361
Hoewel bij de samenstelling van deze kaart de grootste zorgvuldigheid is betracht, kan Waterschap Rivierenland niet garanderen dat de informatie compleet, actueel en/of accuraat is. Waterschap Rivierenland aanvaardt dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade ontstaan door gebruik van de informatie van deze kaart.
BHR02 G 366 BHR02 G 235 BHR02 E 337 BHR02 E 577
6600HA Wychen
0607P05
Postbus 0
0607V01
BHR02 E 73
1268.02
1182.36 1173.69 1156.19 1147.51
1109.78
6.24
7.40 3.65 3.65 6.20
6.47
0607P04
590
t
NAP + 0.00m
Materiaalsoort asbest-cement asbest-cement p.v.c. asbest-cement
Diameter(s) 150 (mm) 150 (mm) 150 (mm) 160 (mm) 150 (mm)
pe
str aa
t
80
1 596
8
79
597
577
602
603
5 47.8760 m
579
580
78
578
9
605
604
601
29.50 m
1
Die
555
73
04
5
598
23.10 m
592
Stompendijk
82
81
traa
7P
7P0
364
060
060
362
361
597
m
m
216
2
060
7
03
5
7P
847
om St
848
377
p
d en
341
101
7 ijk 3
4
342
25
689
75
13
71
2
28
68
1
76
543
809
4
5
5
346
77
3
5 7
487
9 11
486
6 320 319
W
ijk
se s
tra
7
31 2
at
7a
303
3
304
1
7b
317
544
8
4
537
298
351
627
6
2
321
536
32 3
8
1
13
697
696
484
3
7 5
545
340
546
1
956
Tarweveld
Burg. Luskestraat
506
24
49 5
858
810
857
3
505
10
5 488
aat
591
299
aar s es
337
363
06
365
7P
366
2
61 0
Sc h
232
230
060
29.10 m
7P 64107
06 0
0m
18.40
Stompendijk
4.96
1401.15 1396.75 1392.35 1387.96
6.20 6.19 4.60 4.60 6.32
231
639
640
4
18.4
Stompendijk
1.55 5.00
5.20 1.65
4.90
5.10 5.12 3.52 3.52 4.44
1502.36
6.30 6.28
421
224
ontstoppingspunt
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 160 diameter-2 160 (mm)
koppeling
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
ontstoppingspunt
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
4.80
1681.92
5.88
644
24.90
pendij k
Gemeente Wijchen
6631KK Horssen
0607B03
Kloosterwg 20
Summeren van W.M.
6631KK Horssen
0607P06
Kloosterwg 20
Summeren van W.M.
4000AN Tiel
0607P07
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KH Bergharen
Stompendk 9
Clement A.L.J.
0607B04
handbediend
ontstoppingspunt
0607B05
6600HA Wychen
Postbus 0
4.80
638
0m
Gemeente Wijchen
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 150 diameter-2 150 (mm)
ontstoppingspunt
0607V02
4000AN Tiel
0607V03
koppeling
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 200 diameter-2 150 (mm)
diameterovergang
hoek 0 graden overig
643
642
2
376
Stom
Postbus 599
0607R01
Waterschap Rivierenland
0608T01
6617AA Bergharen
Gegevens overige relevante objecten
Veldsestr 6
0608T02 m
diameter-1 200 diameter-2 200 (mm)
53.95 m
Engels M.J.
617 30.80
621
619
375
2
itstr
koppeling
222
6
615
590
92
542
541
67
504
1
503
8
502
483
6
6
3
1 3
337
16 14 332
2
331
3
129 8
07
9
306
2
N
575
571
5
230
47 6
334
9a
6
574
572
7
4
2
9b
8
343
573
6
8 10
333
4
326
981
7
18
15
473
470
479
Korenstraat
5
325
471 472
477
475
3
1
14 16
474
5 7
478
Dis3t6 338 elst ra a t 57 1 10
308
324
335
4
83
309 310
4
Bo e k we
GIJ
1784.06
6.27
0m
984
98 3
391
531
501
494
2
480
570
569
6600HA Wychen
5.07
371
10 6.6
378
88
86
84
63 3 93 65 3 9 2
61 5 34
530
489
490
482
traat
100 (mm)
5
e s 217 tra at
692
98 7
986
947
54
59
3
1
493
514
rstraa t
Postbus 0
Terugslagklep in gemaal
221
7
21.7
Gemeente Wijchen
0603
6657CK BOVEN LEEUWEN
1831.52
7.47
Ve lds
0.75 m 0.75 m 0.70 m 0.45 m 0.15 m
373
en -Berghar
Boekweits
GIJ
6.24
9
12
616
690
80
985
948
54
533
4 6
500
2
492
539
100 (mm)
21
378
78
961
6 0 58
95 9
52
926
532
396
498 49 7
538
AMBACHTSWG 22
Identificatie
Terugslagklep in gemaal
220
140.25 m
ernen 3.00 m H
3.30 m19.55 m
4.00 4.00 m 4.01.m3065 0m 7m
962
72 70
958
960
50
382
57
499
Akkerstraat
OG MAATSCHAPPIJ TH.G. VAN DEN BOSCH
Hoogte bok
68
62
64
966
Dorpsstraat
4000AN Tiel
Bergharen
Maaiveld 528
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
Afstand (m)
Dorpsstraat
529
1924.52 1923.52 1922.52
379
a
963
66
965
Dorpsstraat
54
967
964
55
Rogstraat
7.98 7.98 7.98
37 7
380
Zandstraat
6.05 6.05 6.05
hoogteschaal 1:100
lengteschaal 1:2000
Topografische en Kadastrale Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster
Trace
Have
52.90 m
Sportlaantje
Sportlaantje
Lengteprofiel
LEGENDA RWZI
Afsluiter Gemaal
Injectiepunt
NAP + 0.00m
Knikpunt
Mantelbuis, betonplaat, azobe-mat, antiworteldoek Materiaal/diameterovergang
Ontluchtingspunt Transportleiding
0607B02
Stelsel Bergharen Hernen - Bergharen (0607_2) schaal 1:2000
GET.
GEC. GEZ..
GK
20/03/2007
formaat
GEW.
WSRL_ROUTE_A1_stplot tekening nr.
06077902
2 v.d. 2
WSRL Postbus 599 4000 AN TIEL
Bijlage 3: Situatietekening fotostandplaatsen
AM23193
met
boor-
en
Boorpuntenkaart (A3)
Legenda Plangebied
AM23193 Bergharen Kerkenweide Schaal
Boringen boring tot 1 meter in grondwater infiltratieboring Achtergrond: Luchtfoto PDOK met labels Actueel 25 cm
N v1.0_30-5-2023_LK
Foto's
Bijlage 4: Foto’s plangebied
AM23193
AM23193
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23193
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM23193
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Bijlage 5: Boorprofielen en meetgrafieken infiltratie
AM23193
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
akker
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
02 Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen wortels, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50 80 90
Boring:
Zand matig fijn, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor
03
Boring: 0
0
akker
50
50
70
Boring:
0
40 50
50 Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
Boring: 0
akker
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
05
0
04
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
akker
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
06 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
40
50
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
50
60
Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 100
100 120 130
150
Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150
150
Zand matig grof, matig siltig, Edelmanboor, Gestaakt: te natte zand… niks omhoog 200
200
180
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
200
250
250
Boring:
07
0
Boring: 0
akker
0
08 0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50
Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, donkerbeige, Edelmanboor
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50 70
100
100
130
150
200
Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
100 Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, donker oranjebeige, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt: te natte zand
210
150 170
200
200 210
Zand matig grof, sterk siltig, matig roesthoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
250 280
300
Projectnaam: Bergharen kerkenweide Projectcode: AM23193-INF
Zand matig grof, matig siltig, sporen roest, donker bruinbeige, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
300
Klei, zwak zandig, neutraalbruin, Edelmanboor
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
0
0
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
60
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor 100
150
100 110
140 150
180
Zand matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, sporen roest, donkergrijs, Edelmanboor Zand matig grof, matig siltig, sporen roest, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
200
240
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
Projectnaam: Bergharen kerkenweide Projectcode: AM23193-INF
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Projectnummer:
AM 23193
Bergharen Kerkenweide
Meetgegevens Open End 70
Drukhoogte (cm)
60 50 40 30 20
10 0
0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
1
2
3
4
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0196 0,05
0,0108 0,05
0,0122 0,05
0,0103 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,0079 51,2 1,1E-05 0,94
0,00785 52,2 5,9E-06 0,51
0,00785 48,3 7,2E-06 0,62
0,00785 45,8 6,4E-06 0,56
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM 23193
Bergharen Kerkenweide
Meetgegevens Porchettest
Drukhoogte (cm)
40
20
0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1000
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
1 5
5
5
5
cm
k-waarde eerste deel:
9,9E-03 8,59
2,9E-03 2,48
2,2E-02 18,96
3,2E-02 27,48
m/s m/dag
k-waarde tweede deel:
9,8E-03 8,45
2,3E-03 1,97
2
3
4
m/s m/dag
Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyse
AM23193
% min. delen
Korrelverdeling AM23193 MM1 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
lutum
<2µm
<16µm
<32µm
<50µm
<63µm
<125µm <250µm
Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid
: zwak zurig : kalkarm : zeer humusarm : zwak lemig zand : grindarm : zeer grof : fijn : zeer groot : goed
Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid
: gering : matig : gemakkelijk : -
Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50 nvt voldoet
Zandbed <=3 nvt nvt <=3 <=15 nvt voldoet niet
Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5 >= 250 voldoet niet
<500µm
3,9 m/d
Klei nvt <=5 nvt nvt >60 nvt voldoet niet
<1mm
<2mm
grind
Aeres Milieu B.V. T.a.v. Michiel Vrolix Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 25-May-2023
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2023074710/1 AM23193-INF Bergharen kerkenweide 22-May-2023
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
AM23193-INF Bergharen kerkenweide
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
1
% (m/m)
90.3
2023074710/1 22-May-2023 25-May-2023 25-May-2023/10:45 A,C 1/1
Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
1.7
Gloeirest
% (m/m) ds
98
Q Q
g/kg ds
<5.0
Anorg. koolstof (CaCO3)
% (m/m) ds
1.1
Anorganisch koolstof (als C) Korrelgrootte > 2 mm
% (m/m) ds
0.7
S
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
5.3
Q
Korrelgrootte < 2000 µm
% min. delen
100.0
Q
Korrelgrootte < 1000 µm
% min. delen
99.9
Q
Korrelgrootte < 500 µm
% min. delen
81.8
Q
Korrelgrootte < 250 µm
% min. delen
29.2
Q
Korrelgrootte < 125 µm
% min. delen
12.9
Q
Korrelgrootte < 63 µm
% min. delen
11.1
Q
Korrelgrootte < 50 µm
% min. delen
10.5
Q
Korrelgrootte < 32 µm
% min. delen
9.4
Q
Korrelgrootte < 16 µm
% min. delen
7.7
Q
Korrelgrootte < 8 µm
% min. delen
5.8
Q
Korrelgrootte < 2 µm (Stokes), laser
Q
Korrelgrootte < 2 µm, laser
% ds
5.0
% min. delen
2.1
°C
19
Fysisch-chemische bepalingen
Meettemperatuur (pH-CaCl2) S
Zuurgraad (pH-CaCl2)
4.8
Nr. Uw monsteromschrijving
1
01(1) 02(1) 03(1) 04(1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000)
13648376
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door IBAN: NL71BNPA0227924525 TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het BIC: BNPANL2A Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg. KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023074710/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
13648376
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
01(1) 02(1) 03(1) 04(1)
0536074632
02
0
50
17-May-2023
1
0536074616
03
0
50
17-May-2023
1
0536074621
01
0
50
17-May-2023
1
0536074628
04
0
40
17-May-2023
1
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be