CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 milieukundig bodemonderzoek

Raad openbaar Wijchen 28 januari 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 37927 Bestemmingsplan Torenstraat 24 Balgoij27.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT VERKENNEND/ NADER BODEMONDERZOEK TORENSTRAAT 24 TE BALGOIJ Gemeente Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772 PROJECT: 16538-versie 2

VERANTWOORDING Titel

VERKENNEND/ NADER BODEMONDERZOEK TORENSTRAAT 24 TE BALGOIJ

Opdrachtgever

De heer B. van Haren Broekstraat 6612 AC Nederasselt

Rapportnummer

Projectleider

16538- versie 2

Datum

datum versie 1

versie 2

9 april 2020

mevrouw J.P.E.E. van Kempen- Autorisatie

de heer J.B.P. van der Stroom

Mesterom

handtekening

Boormeester(s)

handtekening

de heer R. Reinders

de heer M.C.M. Verhoeven

de heer V.L. Burgers (Archimil)

de heer V.L. Burgers (Archimil)

de heer M.C.M. Verhoeven de heer B. Brouwer (Bodemflex)

handtekening

handtekening

handteken

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 fax. +31 (0)412 – 65 29 98 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 5

2

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 6

3

4

5

6

2.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 6

2.2

VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 6

2.2.1

Omgeving _____________________________________________________________ 6

2.2.2

Bodemgebruik _________________________________________________________ 6

2.2.3

Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 7

2.2.4

Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 8

2.2.5

Financieel- juridische situatie ______________________________________________ 9

2.3

DOELSTELLING _______________________________________________________________ 9

2.4

HYPOTHESE _________________________________________________________________ 9

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK ________________________________________________ 10 3.1

ALGEMEEN _________________________________________________________________ 10

3.2

VELDWERKZAAMHEDEN ________________________________________________________ 11

3.3

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN _________________________________________________ 11

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 12 4.1

VERKENNEND BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 12

4.2

ASBEST IN BODEM ____________________________________________________________ 13

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NIEUWBOUW ________________________ 16 5.1

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 16

5.2

VELDMETINGEN GRONDWATER ___________________________________________________ 16

5.3

MONSTERSELECTIE____________________________________________________________ 16

5.4

ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 17

5.5

INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 17

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK BESTEMMINGS-WIJZIGING _____________ 19 6.1

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 19

6.2

VELDMETINGEN GRONDWATER ___________________________________________________ 19

6.3

MONSTERSELECTIE____________________________________________________________ 20

6.4

ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 20

6.5

INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 21

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/3

7

RESULTATEN VERKENNEND ASBEST IN GROND ONDERZOEK __________________________ 24 7.1

ASBEST IN GROND ONDERZOEK AFWATERINGSZONES _____________________________________ 24

7.2

ASBEST IN GROND/ PUIN ONDERZOEK _______________________________________________ 24

8

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 26

9

REFERENTIES _________________________________________________________________ 28

Bijlage 1 2 3 4 5 6 7

Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/4

1

INLEIDING De heer B. van Haren te Nederasselt heeft, in verband met de voorgenomen aankoop, aanvraag bestemmingswijziging en bouwvergunning, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend/ nader bodemonderzoek conform de NEN 5740 op het perceel Torenstraat 24 te Balgoij.

De onderhavige rapportage betreft een aanvulling op het voorgaande rapport. In deze rapportage zijn de resultaten van een aanvullend grondwateronderzoek opgenomen. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: 

2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

2002 – Het nemen van grondwatermonsters

2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek

2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer B. van Haren. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door mevrouw J.P.E.E. van Kempen-Mesterom.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/5

2

LOCATIEGEGEVENS 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie betreft het perceel Torenstraat 24 te Balgoij (gemeente Wijchen) en staat kadastraal bekend als gemeente Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 11.000 m² en bestaat uit twee deellocaties namelijk: 

Deellocatie geplande nieuwbouw;

Deellocatie voorgenomen bestemmingswijziging.

De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2

Vooronderzoek

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. 2.2.1 Omgeving De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van de dorpskern van Balgoij. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde: agrarisch gebied en woningen

Oostzijde: agrarisch gebied en woningen

Zuidzijde: agrarisch gebied en woningen

Westzijde: agrarisch gebied en woningen

2.2.2 Bodemgebruik De onderzoekslocatie betreft het perceel Torenstraat 24 te Balgoij en heeft een oppervlakte van circa 11.000 m². Op de locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd met een woonhuis met aangebouwde stal en meerdere losstaande stallen. Ten noorden van de woning met aangebouwde stal is een stal aanwezig waarvan het dak deels bestaat uit asbestverdachte golfplaten zonder dakgoten. Ten oosten van de woning met aangebouwde stal is een stal gesitueerd zonder dak. De stal was in het verleden voorzien van dakpannen. Het woonhuis met aangebouwde stallen heeft een dak voorzien van dakpannen.

Tussen de woning met aangebouwde stal en de noordelijk gelegen stal is een grindpad aanwezig. Het 2

pad heeft een oppervlakte van circa 400 m .

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/6

Uit een plattegrond, ten behoeve van de aanvraag van een Hinderwetvergunning, is op te maken dat bij de noordelijk gelegen stal een dieseltank van 600 liter aanwezig was. Uit de betreffende vergunning is niet op te maken of het een boven- of ondergrondse tank betreft. Volgens opgave van de opdrachtgever betrof het een bovengrondse tank. Aanvullende informatie met betrekking tot de tank is bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen niet bekend.

De woning is in het verleden gestookt op kolen. De locatie van de kolenopslag is derhalve een verdachte locatie, echter is onbekend of deze opslag binnen de deellocaties van het onderzoek heeft plaatsgevonden. Hiervoor is informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst en navraag gedaan bij de opdrachtgever. Tevens is tijdens locatie-inspectie aandacht besteedt aan eventuele aanwijzingen welke kunnen duiden op de voormalige kolenopslag.

Voor zover bekend hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Het voornemen bestaat om het perceel aan te kopen om vervolgens de bestemming te wijzigen van agrarisch naar wonen. Tevens bestaat het voornemen om ter plaatse van het weiland, ten noordoosten van de huidige bebouwing, nieuwbouw van een woning te realiseren. 2.2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Bij de Omgevingsdienst, de opdrachtgever en in ons eigen archief zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend met betrekking tot de onderzoekslocatie.

Ten noordwesten van de onderzoekslocatie, op het perceel Houtsestraat 4, is in 2004 door Enviroplan een verkennend bodemonderzoek verricht. In de bovengrond zijn toen geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond waren sterke verontreinigingen met benzeen, ethylbenzeen en xylenen, een matige verontreiniging met tolueen en lichte verontreinigingen met minerale olie, naftaleen en PAK aanwezig. Het grondwater was sterk verontreinigd met minerale olie en xylenen en licht verontreinigd met arseen, benzeen, tolueen, ethylbenzeen en naftaleen.

De aangetroffen verontreiniging is mogelijk veroorzaakt door een ondergrondse tank. Echter in het tankbestand is hierover geen informatie bekend. Gezien de afstand tot de huidige onderzoekslocatie meer dan 50 meter bedraagt, wordt niet verwacht dat de aangetroffen verontreiniging de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderhavige locatie negatief heeft beïnvloedt.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/7

2.2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland en de Provinciale Overzichten Win- en Productiemiddelen (VEWIN). Uit deze rapporten zijn de volgende regionale gegevens samengevat.

De locatie is gelegen in het rivierengebied van het Land van Maas en Waal. In het rivierengebied is in het algemeen een holocene slecht doorlatende laag aanwezig, waarvan de opbouw weinig uniform is.

De gegevens zijn afkomstig van de Dienst Grondwaterverkenning TNO te Delft, kaartblad 45F, inventarisatierapport datum 1977. Uit deze gegevens blijkt dat de deklaag met een dikte van circa 17 meter bestaat uit kleiige afzettingen behorende tot de Betuweformatie. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerende pakket met een dikte van circa 20 meter. De basis van het watervoerende pakket is gelegen op 29 meter –NAP. Dit watervoerend pakket behoort tot de Formatie van Kedichem en bestaat voornamelijk uit matig en grof zand, plaatselijk met kleilagen. Onder het watervoerende pakket bevindt zich een scheidende laag met een dikte van 7 meter, behorende tot de Formatie van Tegelen, welke voornamelijk bestaat uit klei en zandige kleiafzettingen. Onder deze scheidende laag bevindt zich het tweede watervoerende pakket, hiervan zijn voor deze locatie echter geen nadere gegevens bekend.

Tabel 1: Schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw Pakket (Holocene) deklaag 1e watervoerend pakket (Formatie van Kedichem) 1e scheidende laag (Formatie van Tegelen)

Diepte (m -mv) 0 - 17 17 - ca. 30

Samenstelling klei en slibhoudend zand grof grindhoudend zand

Parameters KD= circa 30 m²/d kD = 1.500 m²/d

30 - ?

klei en zandige kleiafzettingen

uitgaan van door-latingsweerstanden van duizenden dagen, zeer slecht doorlatend

2e watervoerend pakket

?

zand (precieze samenstelling niet bekend)

Uit de gegevens van de Dienst Grondwateronttrekking TNO te Delft blijkt dat de waterstroming van het eerste watervoerende pakket westelijk gericht is. De grondwaterstand varieert van 7,0 meter tot 7,3 meter +NAP. Het verhang bedraagt circa 1 meter per kilometer. Deze gegevens zijn samengevat in tabel 2.

Tabel 2: Grondwaterstromingsparameters Geohydrologische eenheid Stromingsrichting k (m²/d) deklaag zuidwestelijk/ westelijk 2400 1e watervoerend-pakket zuidwestelijk/ westelijk + 75 k = doorlatendheid i = verhang v = horizontale stroomsnelheid

I (m-m) n.b. +1/1000

Grondwaterstand 1,0 à 2,0 meter –mv + 7,3 meter +NAP (winterstand)

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/8

2.2.5 Financieel- juridische situatie De kadastrale gegevens zijn opgenomen als bijlage 2 van deze rapportage. 2.3

Doelstelling

Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4

Hypothese

Voor de locatie zijn drie deellocaties te onderscheiden namelijk: 2

- verkennend bodemonderzoek voorgenomen nieuwbouw in het weiland, circa 1.500 m ; 2

- verkennend bodemonderzoek voorgenomen bestemmingswijziging incl. dieseltank, circa 2.250 m ; - afwateringszones gebouw met golfplaten (circa 25 meter).

Verkennend bodemonderzoek voorgenomen nieuwbouw in het weiland Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging.

Verkennend bodemonderzoek voorgenomen bestemmingswijziging incl. dieseltank Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie, met uitzondering van de locatie van de dieseltank, niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De locatie van de dieseltank is verdacht op het voorkomen van minerale olie in de grond en/ of het grondwater.

Afwateringszones gebouw met golfplaten Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Op basis van de beschikbare gegevens is de hypotheses gesteld dat de toplaag van de bovengrond ter plaatse van de afwateringszones van de asbesthoudende daken verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van asbest.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/9

3

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1

Algemeen

Verkennend bodemonderzoek voorgenomen nieuwbouw in het weiland Verdeeld onder de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 1.500 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht: 

6 boringen tot 0,5 meter -mv (103 t/m 108)

1 boringen tot 2,0 meter -mv (102)

1 boring tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (101)

Eén boven- en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. Tevens is, vanwege het voorkomen van bijmengingen met puin en kolengruis, één extra analyse op het standaard pakket voor grond uitgevoerd. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard pakket voor grondwater vanuit de NEN 5740.

Verkennend bodemonderzoek voorgenomen bestemmingswijziging incl. bovengrondse tank Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van 2.250 m² zijn, conform de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging van de NEN 5740, de volgende boringen verricht: 

9 boringen tot 0,5 meter -mv (112 t/m 120)

2 boringen tot 2,0 meter -mv (110 en 111)

1 boring tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (109) De peilbuis is gesitueerd plaatse van de voormalige dieseltank.

Twee bovengrondmengmonsters en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters uit het standaardpakket voor grond. Tevens is van de meest verdachte bodemlaag bij de voormalige tank een extra analyse uitgevoerd op minerale olie en vluchtige aromaten. In verband met het aantreffen van bijmengingen met puin en baksteen is één extra analyse op het standaardpakket uitgevoerd. Voor het berekenen van de gestandaardiseerde meet-waarden zijn van alle grondmeng-

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/10

monsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op de parameters uit het standaardpakket voor grondwater. Afwateringszones gebouw met golfplaten Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden is een visuele maaiveldinspectie naar de aanwezigheid van asbest uitgevoerd. Vervolgens zijn verdeeld over de afwateringszones met een totale lengte van 25 meter, afgeleid van het protocol zoals gehanteerd in het ’Bijzonder inventariserend onderzoek, Erosie van asbestdaken’ (Geofox-Lexmond, kenmerk: 20131980/JOOS, d.d. 29 september 2014), de volgende werkzaamheden verricht: 

het graven van 2 inspectiesleuven van 2,0 bij 0,3 bij 0,05 meter (S1 en S2).

Het vrijkomend materiaal is gezeefd met een zeef met een maaswijdte van 20 mm. De fractie groter dan 20 mm is visueel gecontroleerd op de aanwezigheid van asbest. Hierbij is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Van de fracties kleiner dan 20 mm zijn 2 mengmonsters samengesteld die in het laboratorium zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. 3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPRen NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 19 en 22 februari 2018 met handkracht uitgevoerd. De inspectiegaten zijn op 22 februari 2018 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is op 26 februari 2018 bemonsterd. De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002 (NIPA milieutechniek b.v.), certificaat VB-040 (Archimil) en certificaat EC-SIK-20284 (Bodemflex). De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R. Reinders, de heer M.C.M. Verhoeven, de heer V.L. Burgers (Archimil) en de heer B. Brouwer (Bodemflex). De grondwatermonstername is gedaan door de heer M.C.M. Verhoeven en de heer V.L. Burgers (Archimil). 3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/11

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 4.1

Verkennend bodemonderzoek

De verontreinigingsituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde [3 & 4]. De streefwaarden voor grond zijn per 1 oktober 2008 vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000), deze zijn vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013 [3]. De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan.

De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof het gemiddelde gehalte van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/12

Uit de NEN 5740 [1] kan het volgende worden afgeleid. De interpretatie van de onderzoeksresultaten en de noodzaak tot het uitvoeren van vervolgonderzoek hangen voor een belangrijk deel af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Ook de onderzoeksinspanning van het vervolgonderzoek wordt voor een belangrijk deel hierdoor bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid te bepalen. De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden voor de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn bepaald met behulp van BoToVa. De gestandaardiseerde meetwaarden en de toetsing aan de achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6.

4.2

Asbest in bodem

In de eerste stap wordt op basis van het verkennend onderzoek vastgesteld of er sprake is van een verdachte locatie en of de bodem asbestverdacht materiaal bevat. Indien dit wordt bevestigd, ontstaat hierdoor direct aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek om vast te stellen of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen). Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie is vastgesteld aan de hand van de NEN 5707 of NTA 5727. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst. Elke sterk met asbest verontreinigde bodem dient beschouwd te worden als een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van het Milieuhygiënische saneringscriterium bodem, protocol asbest dat alleen van toepassing is indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen), worden de locatiespecifieke risico’s ingedeeld in twee categorieën: “géén onaanvaardbare risico’s” en “onaanvaardbare risico’s”.

De locatie valt in de categorie “géén onaanvaardbare risico’s” als er geen kans op vezelemissie is. Dit komt voor in situaties waarbij het bij het actuele gebruik niet mogelijk is om met de asbestbodemverontreiniging in contact te komen of als blijkt dat in dergelijke situaties nooit gehalten aan asbest in de lucht zullen voorkomen die het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR) overschrijden. Dit betekent dat dan een beperkingenregistratie moet plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan naast registratie aanvullend beheermaatregelen voorschrijven. De

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/13

inhoud van de beheermaatregelen wordt door het bevoegd gezag bepaald. Als de inrichting of het gebruik van de locatie verandert, dienen de locatiespecifieke risico’s opnieuw te worden beoordeeld. De concentratie aan asbest in (water)bodem, grond of baggerspecie is bekend uit het uitgevoerde verkennend en/of nader onderzoek. De analyses moeten worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Conform deze norm dient in de rapportage van de uitgevoerde analyses naast het onderscheid in amfibool en serpentijn asbest ook onderscheid te worden gemaakt in hechtgebonden en niethechtgebonden asbest. Dit laatstgenoemde onderscheid wordt gemaakt door het aangetroffen materiaal te vergelijken met referentiematerialen met bekende hechtgebondenheid. Uit praktijkmetingen is bekend dat er in het geval van een bodemverontreiniging met alleen hechtgebonden asbest in gehalten lager dan 1.000 mg/kg d.s. (gewogen), geen asbest in de lucht wordt aangetroffen boven de bepalingsondergrens. Om deze reden is het niet nodig verdere metingen te verrichten indien het gehalte aan hechtgeboden asbest minder dan 1.000 mg/kg d.s. (gewogen) bedraagt. Er dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen op dat deel van de locatie waar sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de aanwezigheid van de bodemverontreiniging met asbest.

Met “spoedig” wordt in dit kader bedoeld dat de sanering binnen 4 jaar na het afgeven van de beschikking ernst en spoed moet aanvangen. De consequenties van de risicobeoordeling conform het onderhavige "protocol asbest" worden door het bevoegd gezag vastgelegd in een beschikking “ernst en spoed”. In paragraaf 5.2 van de Circulaire bodemsanering 2009, zijn aandachtspunten voor de inhoud van een dergelijke beschikking opgenomen.

Berekening asbestconcentratie Op basis van de bij de inspectie verzamelde materialen en de analyses van de verzamelmonsters kan aan de hand van de volgende formule uit de NEN 5707/5897 de asbestconcentratie per inspectiepunt worden bepaald. Cgr= M x % I (V x n x E (x ds)) waarbij: Cgr = asbestconcentratie fractie groter dan 16 millimeter M = massa asbestverdacht materiaal in mg % = gemiddeld % asbest in materiaal V = volume gegraven inspectiegat n = stortgewicht grond E = inspectie efficiëntie ds = droge stof gehalte bepaald doormiddel van veldmeting* * op het analysecertificaten van Search staat bij de materiaal monsters eveneens een gehalte droge stof, dit is echter het droge stofgehalte van het materiaal en is voor deze calculatie niet relevant

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/14

Voor de totale asbestconcentratie (Ctot) dient het gehalte van de fractie groter dan 16 millimeter (Cgr) opgeteld te worden met de concentratie die door het laboratorium in de grondmonsters aangetroffen wordt (Cf).

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/15

5

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NIEUWBOUW 5.1

Zintuiglijke waarnemingen

Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld tot een diepte variërend van circa 1,0 tot 2,0 meter –mv, opgebouwd uit zandige klei. Hieronder is de bodem minimaal tot het diepste punt van de boringen, circa 3,65 meter –mv, opgebouwd uit (kleiig) matig fijn zand. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is in de boring 102 (bovengrond) een zwakke bijmenging met kolengruis en bij boring 104 (bovengrond) sporen puin aangetroffen. In de overige boringen en bodemlagen zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

Formeel gezien is door het aantreffen van sporen puin in boring 104 de bovengrond ter plaatse verdacht op het voorkomen van asbest. Echter gezien de geringe mate van de bijmenging en het gegeven dat de locatie altijd in gebruik is geweest als agrarisch gebied, is na ons inziens het uitvoeren van een verkennend asbest in grond onderzoek niet zinvol. 5.2

Veldmetingen grondwater

De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 2,1 meter –mv.

Voorafgaand aan de grondwatermonstername is een zuurgraad (pH) van 6,03 en een geleidbaarheid (Ec) van 696 µS/cm in het grondwater gemeten. De pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden. Tijdens de monsterneming van het grondwater is een troebelheid van het grondwater van 8,12 NTU gemeten. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. 5.3

Monsterselectie

In onderstaande tabel is de monsterselectie opgenomen.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/16

Tabel 3: Monsterselectie Analysemonster MM1

Traject (m -mv) Deelmonsters 0,0 – 0,5 102 (0,0 – 0,5)

MM2

0,0 – 0,5

Bijmengingen zwak kolengruis

Analysepakket Standaard pakket incl LUOS

104 (0,0 – 0,5)

sporen puin

101 (0,0 – 0,5)

-

Standaard pakket incl LUOS

-

Standaard pakket incl LUOS

103 (0,0 – 0,5) 105 (0,0 – 0,5) 106 (0,0 – 0,5) 107 (0,0 – 0,5) 108 (0,0 – 0,5) MM3

1,0 – 2,0

101 (1,0 – 1,5) 101 (1,5 – 2,0)

5.4

Analyseresultaten en bodemkwaliteit

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 4 en 5.

Tabel 4:

Toetsingsresultaten grond

Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,0 – 0,5

> AW >T cadmium, kobalt, lood -

>I -

MM2

0,0 – 0,5

cadmium, lood en zink

-

-

MM3

1,0 – 2,0

-

-

-

> AW >T >I

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

>T -

>I -

en zink

Tabel 5: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster 101 >S >T >I

5.5

Filterdiepte (m -mv) 2,65 - 3,65

>S -

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Interpretatie

Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat de puin- en koolgruishoudende bovengrond licht verontreinigd is met cadmium, kobalt, lood en zink. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met cadmium, lood en zink. De zintuiglijk schone ondergrond bevat geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de achtergrondwaarde.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/17

De aangetroffen lichte verontreinigingen in de bovengrond hangen waarschijnlijk deels samen met de aanwezige bijmengingen (puin en koolgruis) in de bovengrond. Deze lichte gehaltes zijn dermate laag dat geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek.

Grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 101 zijn geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. Er bestaat geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/18

6

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK BESTEMMINGSWIJZIGING 6.1

Zintuiglijke waarnemingen

Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld tot een diepte variërend van circa 2,0 tot 2,3 meter –mv, opgebouwd uit matig tot sterk zandige klei. Hieronder is de bodem minimaal tot het diepste punt van de boringen, circa 4,7 meter –mv, opgebouwd uit (kleiig) matig fijn tot matig grof zand.

Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn ter plaatse van de boringen 109, 113, 114, 115, 118, 119 en 120 in de bodemlaag tot 1,0 meter-mv zwakke tot sterke bijmengingen met puin en baksteen aangetroffen. De betreffende boringen zijn verspreid gesitueerd tussen de stallen en de boerderij, waardoor met betrekking tot het aangetroffen puin en baksteen in de bodem gesteld kan worden dat er sprake is van een geroerde bodemlaag welke verdacht is op het heterogeen voorkomen van asbest. In overleg met de opdrachtgever is besloten om op de locatie een verkennend asbest in grond onderzoek uit te voeren. De resultaten van het asbest in grond onderzoek zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk.

In de ondergrond van boring 109 (bodemtraject 1,3 – 3,9 meter –mv), ter plaatse van de voormalige dieseltank, is een zwakke tot uiterst sterke olie- waterreactie aangetroffen. De meest verdachte bodemlaag van de betreffende boring is geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten.

Bij de overige boringen en bodemlagen zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. 6.2

Veldmetingen grondwater

De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 2,5 meter –mv.

Voorafgaand aan de grondwatermonstername is een zuurgraad (pH) van 5,92 en een geleidbaarheid (Ec) van 484 µS/cm in het grondwater gemeten. De pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden. Tijdens de monsterneming van het grondwater is een troebelheid van het grondwater van 11,24 NTU gemeten. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/19

van de analyseresultaten worden gebruikt. Een verhoogde NTU kan leiden tot een overschatting van organische parameters en zware metalen. De verhoogde troebelheid hangt waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van onoplosbare bestanddelen in het grondwater. Tevens is op de waterspiegel van het af gepompte grondwater een licht oliefilmpje waargenomen. 6.3

Monsterselectie

In onderstaande tabel is de monsterselectie opgenomen.

Tabel 6: Monsterselectie Analysemonster MM4

Traject (m -mv) Deelmonsters 0,00 – 0,50 109 (0,00 – 0,30)

Bijmengingen puin en baksteen

Analysepakket Standaard pakket incl LUOS

puin en baksteen

Standaard pakket incl LUOS

-

Standaard pakket incl LUOS

-

Standaard pakket incl LUOS

uiterst olie- waterreactie

Minerale olie en BTEXN

114 (0,08 – 0,50) 120 (0,00 – 0,50) MM5

0,00 – 1,00

113 (0,00 – 0,50) 114 (0,50 – 1,00) 118 (0,20 – 0,70)

MM6

0,00 – 0,60

110 (0,08 – 0,60) 111 (0,00 – 0,50) 112 (0,00 – 0,50) 116 (0,12 – 0,40) 117 (0,00 – 0,50)

MM7

0,50 – 2,00

110 (0,60 – 1,10) 110 (1,10 – 1,60) 110 (1,60 – 2,00) 111 (0,50 – 1,00) 111 (1,00 – 1,50) 111 (1,50 – 2,00)

Voormalige dieseltank M109.6 2,29 – 2,80

6.4

109 (2,29 – 2,80)

Analyseresultaten en bodemkwaliteit

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 7 en 8.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/20

Tabel 7:

Toetsingsresultaten grond

Analysemonster MM4

Traject (m -mv) 0,00 – 0,50

> AW kobalt, lood en zink

>T -

>I -

MM5

0,00 – 1,00

cadmium, lood en zink

-

-

MM6

0,00 – 0,60

cadmium, kobalt, nikkel, -

-

lood en zink MM7

0,50 – 2,00

Voormalige dieseltank M109.6 2,29 – 2,80 > AW >T >I

kobalt en lood

-

-

xylenen

-

minerale olie

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Tabel 8: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster 109 >S >T >I

6.5

Filterdiepte (m -mv) 3,70 – 4,70

>S naftaleen

>T minerale olie

>I -

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Interpretatie

Grond en grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat de ondergrond van boring 109, ter plaatse van de voormalige dieseltank sterk verontreinigd is met minerale olie en licht verontreinigd met xylenen. Het grondwater is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met naftaleen. Waarschijnlijk hangt de verontreiniging samen met het gebruik van de tank.

Op het overige terreindeel zijn zowel in de boven- als ondergrond lichte verontreinigingen met zware metalen aangetoond. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond hangen waarschijnlijk deels samen met de aanwezige bijmengingen in de bovengrond. Deze lichte gehaltes zijn dermate laag dat geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/21

6.6

Aanvullend onderzoek

Naar aanleiding van de verontreiniging met minerale olie is in overleg met de opdrachtgever besloten om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren om de omvang en ernst van de verontreiniging in grond en grondwater nader vast te leggen.

Op 19 maart 2018 zijn voor de horizontale afperking vier karteerboringen tot 4,0 meter -mv (boringen 201A, 202A, 203 en 204). De boringen 201A en 202A zijn verricht voor de afperking van de verontreiniging in het grondwater en zijn afgewerkt met een peilbuis. De ondergrond van de boringen 201A, 202A, 203 en 204 is onderzocht op het voorkomen van minerale olie en vluchtige aromaten. Voor de verticale afperking van de verontreiniging is de bodemlaag onder de verontreinigde laag van boring 109 geanalyseerd op de aanwezigheid van minerale olie. Het grondwater van de peilbuizen 201A en 202A is onderzocht op het voorkomen van minerale olie en vluchtige aromaten.

Naar aanleiding van het gehalte aan minerale olie ter plaatse van boring 201A zijn op 29 maart 2018 nog 2 afperkende boringen tot 2,9 à 3,0 meter –mv (boringen 205 en 206) om de verontreiniging in zuidoostelijke richting verder in kaart te brengen. De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn opgenomen in tabel 9 en 10.

Tabel 9:

Toetsingsresultaten grond

Analysemonster Traject (m -mv) Horizontale afperking M201 201 (2,10 - 2,50)

> AW

>T

>I

-

-

minerale olie

M202

202 (2,00 - 2,50)

-

-

-

M203

203 (2,00 - 2,50)

-

-

-

M204

204 (2,00 - 2,50)

-

-

-

M205

205 (2,00 – 2,50)

-

-

-

M206

206 (1,90 – 2,40)

-

-

-

Verticale afperking M209 209 (3,50 – 4,00)

-

-

-

> AW >T >I

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in het grondwater ter plaatse van peilbuis 201A zijn in 9 maart 2020 twee extra peilbuizen geplaatst voor de afperking in zuidoostelijke richting.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/22

Tabel 10: Toetsingsresultaten grondwater Watermonster Resultaten 2018 201A

Filterdiepte (m -mv)

>S

>T

>I

3,00 – 4,00

xylenen

-

minerale olie

202A

3,00 – 4,00

-

-

-

Resultaten 2020 201B

2,50 – 3,50

-

-

-

202B

2,50 – 3,50

-

-

-

>S >T >I

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Uit de resultaten blijkt dat in de ondergrond van de omliggende boringen 202A t/m 204 geen minerale olie is aangetoond. In de ondergrond en het grondwater van boring 201A is een sterke verontreiniging met minerale olie gemeten waardoor, in overleg met de opdrachtgever, nog twee afperkende boringen zijn verricht (205 en 206). Aangezien in de ondergrond van de boringen 205 en 206, in de bodemlaag onder de verontreinigde laag en in het grondwater van de peilbuizen 201B en 202B geen minerale olie is aangetoond, is de verontreiniging in grond en grondwater volledig afgeperkt. 2

Op basis van de resultaten is, uitgaande van een oppervlakte van circa 75 m en een laagdikte van 1,6 3

meter- mv (bodemtraject 1,9 – 3,5 meter- mv) circa 120 m , aan grond sterk verontreinigd met minerale olie. Aangezien uit de resultaten van het grondwater onderzoek blijkt dat de verontreiniging in het grondwater samenhangt met de verontreiniging in de ondergrond kan gesteld dat het verontreinigingcontour van het grondwater nagenoeg gelijk is aan het contour van de grond. 3

Gezien er meer dan 25m grond sterk verontreinigd is, is er sprake van een geval van ernstig bodemverontreiniging. Aangezien voor minerale olie geen humane risico’s bestaan kan het uitvoeren van 3

een Sanskrit beoordeling achterwege blijven. Aangezien er minder dan 6.000 m grondwater verontreinigd is, is geen sprake van een verspreidingsrisico.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/23

7

RESULTATEN VERKENNEND ASBEST IN GROND ONDERZOEK 7.1

Asbest in grond onderzoek afwateringszones

Maaiveldinspectie Het maaiveld ter plaatse van de afwaterzones van het asbesthoudend dak van de boerderij en van de meest noordelijke stal is aan één zijde volledig begroeid met gras. De andere zijde is verhard met grind. Het onderzoek is alleen uitgevoerd ter plaatse van het onverharde maaiveld.

De weersomstandigheden tijdens de maaiveldinspectie waren droog en helder. De inspectie - efficiëntie bedroeg 70 – 90 %. Tijdens de maaiveldinspectie is zintuiglijk geen asbest op het maaiveld aangetroffen. Op basis van de maaiveldinspectie is geen onderscheid te maken in verschillende deellocaties.

Actuele contactzone Op de onderzoekslocatie zijn afgeleid van het protocol zoals gehanteerd in het ’Bijzonder inventariserend onderzoek, Erosie van de volgende inspectiesleuven (2,0x0,3x0,05 meter) verricht:

- 2 inspectiesleuven (S1 t/m S2).

Bij de inspectie van het vrijgekomen materiaal is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Voor de bepaling van de asbestconcentratie in de fijne fractie (Cf: fractie < 16mm) zijn van de uitgezeefde grond van de inspectiesleuven 2 mengmonsters (MM1 en MM2) samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Uit de resultaten blijkt dat in beide mengmonsters geen asbest in is aangetoond.

Op basis van de resultaten is het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek, ons inziens, niet noodzakelijk. 7.2

Asbest in grond/ puin onderzoek

Maaiveldinspectie Het maaiveld tussen de meest noordelijke stal en de boerderij in is verhard grind en deels beton. Het maaiveld ten zuidwesten en zuiden van de boerderij is begroeid voor minder dan 25 % met vegetatie. Tijdens de maaiveldinspectie was het droog. Tijdens de maaiveldinspectie is zintuiglijk geen asbest op

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/24

het maaiveld aangetroffen. Op basis van de maaiveldinspectie is geen onderscheid te maken in verschillende deellocaties.

Actuele contactzone oppervlakte 380 m

2

Op de onderzoekslocatie zijn conform de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld voorkomen van asbest de volgende inspectiegaten (0,3x0,3 meter) gemaakt: 

4 inspectiegaten tot 0,5 meter- mv waarvan 1 inspectiegat is doorgeboord tot 2,0 meter- mv.

Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn ter plaatse van de inspectiegaten G03 en G04 in de bodemlaag tot 0,5 meter- mv matige bijmengingen tot brokken met baksteen, (metsel)puin, dakpannen en slakken aangetroffen. Het betrof geen bodem maar funderingsmateriaal.

In inspectiegat G05 is een zwakke bijmenging met puin en in inspectiegat G06 zijn brokken baksteen en zwak metselpuin aangetroffen. Bij de inspectie van het vrijgekomen materiaal is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Voor de bepaling van de asbestconcentratie in de fijne fractie (Cf: fractie < 16mm) is van de uitgeharkte puinfundering van de inspectiegaten G03 en G04 één mengmonster (MMA1) samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Tevens is van de uitgezeefde grond van de inspectiegaten G05 en G06 één mengmonster (MMA2) samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Uit de analyse blijkt dat in de fijne fractie van beide mengmonsters geen asbest is gedetecteerd.

Op basis van de resultaten is het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek, ons inziens, niet noodzakelijk.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/25

8

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de resultaten van het verkennend/ nader bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Torenstraat 24 te Balgoij, kadastraal bekend als gemeente Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772, blijkt dat: 

de bovengrond ter plaatse van de nieuwbouw locatie licht verontreinigd is met zware metalen. De zintuiglijk schone ondergrond bevat geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn eveneens geen verhoogde gehaltes aangetoond;

de ondergrond en het grondwater ter plaatse van de voormalige dieseltank sterk verontreinigd zijn met minerale olie en licht verontreinigd met vluchtige aromaten. Op basis van de 2

resultaten is, uitgaande van een oppervlakte van circa 75 m en een laagdikte van 1,6 meter3

mv (bodemtraject 1,9 – 3,5 meter- mv), circa 120 m grond sterk verontreinigd met minerale olie. Uit de resultaten blijkt dat de verontreiniging in het grondwater samenhangt met de verontreiniging in de ondergrond waardoor gesteld kan worden dat het verontreinigingcontour van het grondwater nagenoeg gelijk is aan het contour in de grond. Gezien er meer dan 3

25m grond sterk verontreinigd is, is er sprake van een geval van ernstig bodemverontreiniging, hiervoor geldt een saneringsplicht. Aangezien voor minerale olie geen humane risico’s vastgesteld kunnen worden binnen Sanskrit, is een risicobeoordeling achterwege gelaten. 3

Aangezien er minder dan 6.000 m grondwater verontreinigd is, is geen sprake van een verspreidingsrisico; 

de boven- en ondergrond ter plaatse van het perceel waarvoor een bestemmingswijziging is beoogd, is licht verontreinigd met zware metalen;

de toplaag ter plaatse van de afwateringszones van de asbesthoudende daken geen asbest bevat;

de puinfundering tussen de stal en de boerderij zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest bevat;

de puinhoudende grondlaag ten zuidwesten en zuiden van de boerderij zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest bevat;

Op basis van deze resultaten dient de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe deels verworpen te worden. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen de eventuele bebouwing van de beoogde nieuwbouwlocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/26

Met betrekking tot de locatie waarvoor een bestemmingswijziging is beoogd, hoeven gezien er geen humane en verspreidingsrisico’s zijn, bij voortzetting van het huidig gebruik, geen maatregelen getroffen te worden.

Indien in de toekomst graafwerkzaamheden plaats vinden of nieuwbouw gepland is ter plaatse van de aangetroffen verontreiniging met minerale olie dienen sanerende maatregelen te worden getroffen. Alvorens tot saneren over te kunnen gaan dient toestemming over de saneringsaanpak verkregen te worden bij het bevoegd gezag. Indien grond afgevoerd moet worden van de locatie, dient rekening gehouden te worden met gebruiksbeperkingen van de vrijkomende grond. Conform de Regeling bodemkwaliteit mag de grond slechts onder voorwaarden worden hergebruikt. Eventueel vrijkomende grond mag echter wel op de locatie worden hergebruikt. Grond die binnen de gemeente wordt hergebruikt kan, als de gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, op basis van dit rapport hergebruikt worden. Indien de gemeente niet over een bodemkwaliteitskaart beschikt of de grond buiten de grenzen van de bodemkwaliteitskaart toegepast zal worden, dient een partijkeuring conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001 uitgevoerd te worden. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.

Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen.

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/27

9

REFERENTIES 1.

NEN 5740, januari 2009. Bodem, bodem- landbodem- strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond [13.080.05]. NNI, Delft

2.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Beoordelingsrichting voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek, BRL SIKB 2000, Gouda, 12 december 2013

3.

Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, 27 juni 2013, BWBR0033592

4.

Landelijke referentiewaarden ter onderbouwing van maximale waarden in het bodembeleid, RIVM rapport 711701053

5.

Regeling bodemkwaliteit, 13 december 2007, BWBR0023085

Verkennend en nader bodemonderzoek Torenstraat 24 te Balgoij, sectie B, nummers 100 en 772

JvK/16538/28

Bijlage 1

Uw referentie: offerte

To

re ns tra at

Uittreksel Kadastrale Kaart

106

26

770

771

772

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 30 januari 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

BALGOY B 771

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Omgevingskaart

Klantreferentie: offerte

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object BALGOY B 771 Torenstraat , BALGOIJ CC-BY Kadaster.

625 m

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 16538

24

100

253 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 8 februari 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

BALGOY B 100

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Omgevingskaart

Klantreferentie: 16538

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object BALGOY B 100 Torenstraat 24, 6613 AB BALGOIJ CC-BY Kadaster.

625 m

Schaal 1: 12500

Bijlage 2

Kadastraal bericht object

pagina 1 van 1

Kadaster

Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft: Uw referentie: Toestandsdatum:

BALGOY B 100 Torenstraat 24 6613 AB BALGOIJ 16538 7-2-2018

8-2-2018 12:03:58

Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie: Herinrichtingsrente: Ontstaan op:

BALGOY B 100 9 a 40 ca 178041-421924 WONEN (AGRARISCH) Torenstraat 24 6613 AB BALGOIJ € 7,28 15-12-1989

Eindjaar: 2023

Aantekening kadastraal object LOCATIEGEGEVENS ONTLEEND AAN BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN Ontleend aan: ATG 75221 d.d. 1-8-2011 Publiekrechtelijke beperkingen Beschermd monument, Gemeentewet Ontleend aan: 11 datum in werking 4-4-1989 (Gegevens conform de gemeentelijke beperkingenregistratie) Betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Wijchen

Gerechtigde

EIGENDOM

De heer Francis Wilhelmus Joseph Hulsman Den Bogerd 22 6613 BB BALGOIJ Geboren op: 24-03-1936 Geboren te: OVERASSELT (Persoonsgegevens zijn ontleend aan Basisregistratie Personen) Recht ontleend aan: Eerst genoemde object in brondocument:

HYP4 10033/1 reeks ARNHEM BALGOY B 100

Aantekening recht BURGERLIJKE STAAT GEHUWD Betrokken persoon: Mevrouw Antonia Gerardina Johanna Peeters Weem Den Bogerd 22 6613 BB BALGOIJ Geboren op: 15-11-1936 Geboren te: HAPS (Persoonsgegevens zijn ontleend aan Basisregistratie Personen) Ontleend aan: BSA 504/29008 reeks ARNHEM

d.d. 15-12-1989

d.d. 25-4-2005

Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.

Bijlage 3

Bijlage 4

1

201

, m aaiveld

0

0 1

50

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, st erk pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd

2

klei, st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an, geroerd

3

klei, st erk zandig, neut raal br uin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

4

klei, st erk zandig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

100

-100

150

200

200

-150

5 6

250

250

300

300

-200

klei, st erk zandig, licht bruin, grijs, edelm an, geroerd -210

zand, m at ig silt ig, donker grijs, beige, ow: m at ig, edelm an, geroerd -250

7

zand, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, ow: zwak, edelm an, geroerd -300 8

zand, m at ig silt ig, zwak grindig, licht bruin, geel, ow: geen, zuigerboor, geroerd

9

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, licht bruin, geel, ow: geen, zuigerboor, geroerd

350

400

-50

-350

400

t ype gr on d b or ing dat u m 1 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 1 va n 7

2

202

, m aaiveld

0

0

11

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, uit erst pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd

12

klei, st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst puin, st eekt oest el zonder folie, geroerd

13

klei, st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an, geroerd

10

50

100

-30

-70

-100

150 14

klei, st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an, geroerd -150

200 15

zand, m at ig silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd -200

klei, st erk zandig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

250

-250 16 300

300

zand, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd -300

17

zand, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, ow: geen, zuigerboor, geroerd

18

zand, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, ow: geen, zuigerboor, geroerd

350

400

-350

400

t ype gr on d b or ing dat u m 1 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 2 va n 7

203

, m aaiveld

0

0 19 20

50 21

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, st erk pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd

-30

klei, st erk zandig, donker grijs, beige, zwak puin, edelm an, geroerd -50

100 22

klei, st erk zandig, donker grijs, beige, edelm an, geroerd -100

klei, st erk zandig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

150

-150 23 200

zand, st erk silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd -200

24

zand, st erk silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd

25

zand, st erk silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd

250

-250

300

-300 26

350

27

zand, st erk silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, laagjes klei, zuiger boor, geroerd -320

klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, zuigerboor, geroerd -370

28 400

zand, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, ow: geen, zuigerboor, geroerd

t ype gr on d b or ing dat u m 1 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 3 va n 7

204

, m aaiveld

0

0 29

50

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, m at ig pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd

30

klei, st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an, geroerd

31

klei, m at ig zandig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

32

klei, st erk zandig, neut raal br uin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

33

zand, m at ig silt ig, ow: geen, laagjes klei, edelm an, geroerd

34

zand, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

35

zand, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, zuigerboor, geroerd

36

zand, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, ow: geen, zuigerboor, geroerd

A

klei, zwak silt ig, bruin, ow: geen, sporen bakst een

100

-50

-100

150

-150

200

-200

250

-250

300

-300

350

-350

400

t ype gr on d b or ing dat u m 1 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

205 0

0

-50

50

klei, zwak silt ig, bruin, ow: geen B -100

100

klei, zwak silt ig, bruin, ow: geen C 150

-150 D

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, bruin, ow: geen

E

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, bruin, geel, ow: geen

F

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, geel, bruin, ow: geen

-200

200

250

-250

300

t ype gr on d b or ing dat u m 2 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 4 va n 7

206 0 -10 A

klei, zwak silt ig, grijs, ow: geen, sporen bet on -40

50

klei, m at ig silt ig, grijs, ow: geen B -90

klei, m at ig silt ig, bruin, ow: geen

100 C

-140 D

klei, m at ig silt ig, bruin, grijs, ow: geen

E

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, bruin, geel, ow: geen, sporen leem

F

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, bruin, geel, ow: geen

150

-190 200

-240 250

t ype gr on d b or ing dat u m 2 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 5 va n 7

209

, m aaiveld

0

0 37

50

38 39

100

zand, m at ig silt ig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, uit erst pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd klei, st erk zandig, st erk grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, grijs, st erk pu in, st eekt oest el zonder folie, geroerd

40

klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hu m eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

41

klei, st erk zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd

-40

-70

-100

150

-150 200 42

klei, st erk zandig, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an, geroerd -190

klei, st erk zandig, donker grijs, beige, ow: st erk, edelm an, geroerd

250

-240

43

300

44

zand, m at ig silt ig, donker grijs, beige, ow: st erk, laagjes klei, edelm an, geroerd -290

45

zand, m at ig silt ig, donker grijs, beige, ow: st erk, st eekbus, ongeroerd -300

350 46

zand, m at ig silt ig, licht grijs, geel, ow: zwak, zuigerboor, geroerd -350

400

zand, m at ig silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, zuigerboor, geroerd 47 -400

450

zand, m at ig silt ig, m at ig grindig, licht bruin, geel, ow: geen, zuigerboor, geroerd

t ype gr on d b or ing dat u m 1 9 -0 3 -2 0 1 8 boorm eest er

bodem profielen scha a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Tor e nst ra a t 2 4 , Ba lg oij 16538A 1 0 -0 4 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 6 va n 7

PEILBUIS

BORI N G

OLIE OP W ATER REACTI E ( OW )

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR I N TEN SITEIT ( GI)

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zw ak

Zw ak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

GRON D SOORTEN

M ATE VAN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

sterk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERI G

GRAD ATIE GRIN D

Bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

Wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisatie Detect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

1

101

akker, m aaiveld

0

0 1

klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hu m eus, donker b ruin, m at ig plant en, edelm an

2

klei, st erk zandig, zwak grindig, st erk hu m eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig roest , edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zw ak grindig, neut raal bruin, geel, m at ig klei, edelm an

50

-50

100

-100

150

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=ff665eac-ff1c-436c-8fa5-87e09445dd45