Bijlage 10 - Beantwoording vragen op concept kader Netwerkgericht werken dec 2025
Tekst van het document
Aan: Leefbaarheidsgroepen Wijchen Van: Adviseur Leefbaarheid en Adviseur Participatie Datum: 4 december 2025 Onderwerp: Beantwoording reacties en vragen van de leefbaarheidsgroepen op Het concept kader ‘Netwerkgericht werken in onze wijken en kernen in Wijchen’
Beste leden van de leefbaarheidsgroepen, Met deze brief reageren wij op de ingezonden reacties van de leefbaarheidsgroepen op het concept kader ‘Netwerkgericht werken in onze wijken en kernen in Wijchen’. Dit concept kader was als laatste stap in een uitgebreid participatie proces, op 17 oktober naar alle leefbaarheidsgroepen verstuurd met het verzoek om hier op te reageren. De leefbaarheidsgroepen uit Kerkeveld, Wijchen Noord, en Batenburg hebben reacties geformuleerd en ingezonden. Daarnaast heeft ook de klankbordgroep een extra reactie geformuleerd en ingezonden. Wij hebben jullie reacties met interesse gelezen. Veelal constructief en met terechte vragen. Dank hiervoor! Proces tot nu toe en verder: -
-
-
-
Na de motie van de raadswerkgroep inwonersparticipatie is een traject gestart om duidelijkheid te scheppen over de rol van de leefbaarheidsgroepen en de dorps- en stadsontwikkelingsplannen. We voerden gesprekken met de leefbaarheidsgroepen, organiseerden brainstormsessies met de klankbordgroep en hielden twee halfjaarlijkse overleggen met de wethouder Leefbaarheid. Alle input is verwerkt tot het huidige concept beleidskader waarin de uitgangspunten uit het Strategisch Kompas Wijchen 2035 en het Participatie- en cocreatiekader zijn doorvertaald naar de praktijk van het wijk- en kerngericht werken. De reacties op het conceptkader zijn gebundeld en beantwoord. In een integrale afweging zijn deze reacties meegenomen en mogelijk verwerkt in het definitieve beleidskader dat het college aan de raad zal presenteren.
Pagina 1 van 11
In onderstaande geven wij per thema antwoord op jullie vragen en opmerkingen. 1. Algemeen Een vraag uit de reacties was, hoe het kader zich verhoudt tot de beleidstukken en afspraken uit 2011, omdat deze komen te vervallen. En dat onvoldoende is gemonitord wat er niet goed gaat in de huidige samenwerking met de leefbaarheidsgroepen. Dit zou aanleiding moeten zijn voor de inhoud van het kader.
De leefbaarheidsgroepen vragen hoe dit nieuwe kader zich verhoudt tot de afspraken uit 2011 en waarom er geen systematische monitoring is gedaan van wat nu niet goed werkt in de samenwerking. Die vraag is begrijpelijk. Een grondige evaluatie had extra onderbouwing kunnen geven. Tegelijk zien wij in de praktijk duidelijke signalen dat de huidige manier van samenwerken niet meer past bij deze tijd. Dat beeld is bevestigd in de gesprekken met de leefbaarheidsgroepen. De knelpunten zijn herkenbaar en breed gedeeld, ook al zijn ze niet via een formele monitor in kaart gebracht. Deze inzichten hebben we meegenomen bij het opstellen van het nieuwe kader. Daarnaast speelt de motie van de raadswerkgroep Inwonersparticipatie een centrale rol. In die motie is het college gevraagd om: • duidelijkheid te geven over de positie van de leefbaarheidsgroepen • duidelijkheid te geven over de status van de dorps- en stadsontwikkelingsplannen • de verantwoordelijkheid voor de bijbehorende bestemmingsreserve bij het college te beleggen De dorps- en stadsontwikkelingsplannen hadden geen beleidsmatige basis. Daardoor werden ideeën uit deze plannen onvoldoende verbonden met gemeentelijk beleid of projecten. Dat leidde tot onduidelijkheid en inconsistentie voor inwoners en voor de organisatie.
Met het Strategisch Kompas, de ambities van wijk- en kerngericht werken en het participatieen cocreatiekader ligt er nu wel een stevig inhoudelijk fundament. Die documenten vragen om structurele samenwerking met belangenbehartigers. Enkele relevante passages uit het participatie- en cocreatiekader: • gebiedscoördinatoren zijn in gesprek met belangenbehartigers op gebiedsniveau • wijk- en kernaanpakken worden samen met inwoners en partners opgesteld • samenwerking is het beoogde participatieniveau • deze aanpak vervangt de ondersteuning aan de Dop’s en Sop Het nieuwe kader geeft daarmee invulling aan de opdracht uit de motie én aan de beleidsontwikkeling van de afgelopen jaren. Het maakt de positie van leefbaarheidsgroepen helder, en beschrijft hoe zij worden betrokken binnen wijk- en kerngericht werken. Ook intern geeft het meer duidelijkheid aan collega’s en projecten. Dat was in 2011 met de toenmalige nota en checklist niet het geval. Die werkwijze had onvoldoende draagvlak en leidde tot situaties waarin leefbaarheidsgroepen te laat of niet werden betrokken. Dit nieuwe kader biedt een transparanter en consistenter uitgangspunt voor samenwerking met leefbaarheidsgroepen.
Het is tegelijk een antwoord op veranderende maatschappelijke omstandigheden, op de bestuurlijke opdracht uit de motie, en op de behoefte aan betere afstemming die in de gesprekken met de groepen zelf naar voren kwam.
Pagina 2 van 11
2. Organisatievorm Uit de reacties komt meerdere keren het verzoek terug om vast te houden aan de, voor de meeste leefbaarheidsgroepen, huidige organisatievorm. Te weten een stichting. Ook is verzocht om niet een verplichting op te leggen voor het minimum aantal leden.
In de reacties geven meerdere leefbaarheidsgroepen aan dat zij hun huidige organisatievorm als stichting willen behouden. Zij vinden een overstap naar een vereniging nu niet haalbaar en vragen ook om geen verplicht minimumaantal leden op te leggen. Wij begrijpen deze zorgen. De omzetting naar een vereniging brengt kosten en extra administratie met zich mee. Het vraagt ook het actief werven van leden en het voeren van een ledenadministratie. Dat is voor vrijwilligersgroepen vaak een grote belasting. Sommige leefbaarheidsgroepen hebben daarnaast geen grote achterban, maar functioneren wel goed met een kleinere, stabiele groep. Tegelijk blijft voor de gemeente een belangrijk uitgangspunt dat leefbaarheidsgroepen toegankelijk zijn voor alle inwoners van hun wijk of kern. Het bestuur van zo’n groep moet transparant, aanspreekbaar en controleerbaar zijn. Een verenigingsvorm sluit hier beter bij aan, omdat een vereniging een heldere democratische structuur kent. Daarom blijft een vereniging voor ons de gewenste rechtsvorm voor leefbaarheidsgroepen en andere belangenorganisaties. Omdat verschillende leefbaarheidsgroepen aangeven dat zij deze stap nu niet kunnen zetten, passen wij het kader aan. Een vereniging wordt geen verplichting. Een stichting blijft toegestaan, zolang het democratisch gehalte gewaarborgd is en inwoners laagdrempelig kunnen toetreden of invloed kunnen uitoefenen.
Ook het voorstel om een minimumaantal leden verplicht te stellen laten we los. De grootte van een groep verschilt per wijk en zegt niet automatisch iets over representativiteit of kwaliteit. Wel blijft gelden dat leefbaarheidsgroepen moeten voldoen aan de basisvereisten die horen bij de gekozen rechtsvorm.
Pagina 3 van 11
3. Rol leefbaarheidsgroepen/vaste netwerken op gebiedsniveau
Uit de reacties kwam de vraag naar voren of de gebiedsoördinatoren een deel van de taken van de leefbaarheidsgroepen gaan overnemen. Ook was er een vraag over de tenaamstelling van de leefbaarheidsgroepen en vaste netwerken op gebiedsniveau. Daarbij werd de voorkeur uitgesproken om ‘leefbaarheidsgroepen’ te blijven gebruiken. De klankbordgroep wil graag haar rol behouden en afgevaardigde zijn aan de initiatieventafel.
In de reacties is gevraagd of gebiedscoördinatoren taken van de leefbaarheidsgroepen gaan overnemen. Dat is niet het geval. Gebiedscoördinatoren krijgen een verbindende rol tussen leefbaarheidsgroepen, maatschappelijke partners en de gemeente. Zij benutten juist de kennis en netwerken van de leefbaarheidsgroepen om inwoners, wijk- en dorpshuizen en andere partijen te verbinden. Er is ook gevraagd naar de tenaamstelling. Sommige groepen willen graag vasthouden aan de term ‘leefbaarheidsgroepen’. Wij begrijpen die voorkeur. Tegelijk willen we ruimte bieden aan andere vormen van bewonersnetwerken op wijk- of kernniveau. Het doel van deze netwerken is leidend, namelijk het behartigen van belangen en het versterken van leefbaarheid, sociale samenhang en de kwaliteit van de leefomgeving. De specifieke naam is minder bepalend, zolang de functie en toegankelijkheid helder zijn. De term ‘leefbaarheidsgroepen’ blijft daarom mogelijk, maar staat naast andere vormen die kunnen ontstaan. Verder geeft de klankbordgroep aan haar rol te willen behouden en vertegenwoordiger te willen blijven richting de initiatieventafel. Wij waarderen de inzet en betrokkenheid van de klankbordgroep, bij de halfjaarlijkse overleggen met de wethouder Leefbaarheid en bij trajecten zoals dit kader. Hoe de klankbordgroep zich intern organiseert en wie zij afvaardigt, is aan de leefbaarheidsgroepen zelf.
Een evenwichtige vertegenwoordiging van wijken en kernen ligt daarbij voor de hand. Het verzoek om een vaste plek in de initiatieventafel past niet binnen dit kader. De initiatieventafel verkeert nog in de ontwikkelfase en is in eerste instantie een intern instrument voor integrale samenwerking. Externe partners worden in deze fase nog niet betrokken. In de uitvoering spelen gebiedscoördinatoren een rol en ontstaat mogelijk ruimte voor belangenbehartigers wanneer initiatieven uitgroeien tot projecten. Dat is een uitvoeringsvraagstuk en wordt op een later moment uitgewerkt.
Pagina 4 van 11
4. Rol gebiedsoördinatoren Uit de reacties kwamen verschillende vragen over de rol van gebiedscoördinatoren naar voren. Er werd onder andere verzocht om te wachten met het in procedure brengen van het kader ‘Netwerkgericht werken in Wijchen’ om de gebiedsoördinatoren hierin nog mee te laten denken. Een andere vraag ging over de gebiedsindeling van de gebiedscoördinatoren. Verder werd er opgemerkt dat de gebiedsoördinatoren geen panacee zijn voor alles wat niet goed ging in de samenwerking met de leefbaarheidsgroepen en de gemeente en om het takenpakket van de gebiedscoördinatoren uit te breiden. Zodat zij ambtelijke initiatieven die wijk- of kerngericht zijn tijdig kunnen delen met de leefbaarheidsgroepen. Evenals het borgen van de informatieplicht in het kader van de Omgevingswet. Een laatste verzoek ging over de relatie tussen de gebiedscoördinatoren tot het wijk- en kerngericht werken. Of het opstellen van wijk- en kernaanpakken, de status daarvan en de visie van de gemeente over het wijk- en kerngericht werken. En de rol van de leefbaarheidsgroepen hierin.
In de reacties zijn verschillende vragen gesteld over de rol van de gebiedscoördinatoren. Een van de verzoeken was om het kader ‘Netwerkgericht werken in Wijchen’ uit te stellen, zodat de gebiedscoördinatoren eerst konden meedenken. Dat is een begrijpelijke gedachte, maar het kader is niet afhankelijk van hun inzet. Het kader beschrijft de manier waarop de gemeente wil samenwerken met vaste netwerkpartners, waaronder leefbaarheidsgroepen. Gebiedscoördinatoren vormen daarbij een belangrijke schakel, maar vullen het kader niet in. Juist door het kader nu vast te stellen, krijgen zij een duidelijk instrument mee voor hun werk in de wijken en kernen. Veel uitvoeringsonderdelen, zoals de gebiedsindeling en de uitwerking van de initiatieventafel, staan nog open. Daarin zullen zij samen met partners, inclusief leefbaarheidsgroepen, een rol krijgen. Vanaf januari 2026 starten de drie gebiedscoördinatoren voor Wijchen. Er is terecht opgemerkt dat gebiedscoördinatoren geen oplossing zijn voor alle knelpunten in de samenwerking uit het verleden. Dat is ook niet hun opdracht. Zij zijn onderdeel van de uitvoering van het participatie- en cocreatiekader en de ambities uit het Strategisch Kompas. Hun rol is het verbinden van inwoners, partners en de interne organisatie. Zij zijn contactpersoon voor netwerkpartners, maar participatie is breder dan hun functie.
Een combinatie van een duidelijk beleidskader, een integraal werkende organisatie en de inzet van gebiedscoördinatoren moet leiden tot betere samenwerking en transparantere communicatie met inwoners. Er is ook gevraagd om het takenpakket van de gebiedscoördinatoren uit te breiden, zodat zij ambtelijke initiatieven op tijd delen met leefbaarheidsgroepen en helpen bij het borgen van de informatieplicht uit de Omgevingswet. We begrijpen deze wens. De gebiedscoördinatoren zullen hierin een rol kunnen spelen, maar zij krijgen ook ruimte om het wijk- en kerngericht werken op hun eigen manier vorm te geven. De informatieplicht uit de Participatie- en Omgevingswet geldt voor de hele organisatie. De uitvoering daarvan wordt gemeentebreed ingericht, waarbij de gebiedscoördinatoren betrokken zijn.
Pagina 5 van 11
Verder is gevraagd wat er in de plaats komt van de Dop’s en Sop en wat de status wordt van wijk- en kernaanpakken. De gebiedscoördinatoren gaan wijk- en kernaanpakken ontwikkelen. Daarmee krijgt het wijk- en kerngericht werken een duidelijke beleidsmatige basis. Deze aanpakken verbinden thema’s als leefomgeving, sociale cohesie, duurzaamheid, klimaatadaptatie, erfgoed en andere opgaven. Het worden formele documenten die richting geven aan gebiedsontwikkeling en afgestemd worden op bestaand beleid. Ook inwonersinitiatieven kunnen hierdoor beter worden ingebed. In het participatie- en cocreatiekader is eerder vastgelegd dat deze wijk- en kernaanpakken samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners worden opgesteld. De leefbaarheidsgroepen worden hierbij betrokken als netwerkpartner. De gebiedscoördinatoren zijn hierbij de schakel tussen de gemeente en de wijken en kernen. Hun gesprekken met de leefbaarheidsgroepen vormen een vanzelfsprekend onderdeel van de totstandkoming van de wijk- en kernaanpakken. De uitwerking van deze aanpakken valt onder de uitvoering en is daarom geen uitgewerkt onderdeel van dit kader.
De aanpakken krijgen een formele status, zijn visievormend en afgestemd op ander beleid binnen de gemeente. Onder andere kunnen inwonersinitiatieven deze aanpakken verder brengen. De wens van de gemeente Wijchen om met wijk- en kernaanpakken aan de slag te gaan is eerder kenbaar gemaakt in het participatie en cocreatiekader. Daarin staat: ‘Deze wijk- of kernaanpakken worden in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners gemaakt. En geven een goede manier invulling te geven aan de opgaven en wensen die er leven in een gebied. Bij het ontwikkelen van deze aanpakken zetten we in op het participatieniveau samenwerken.’ Hieruit blijkt dat de leefbaarheidsgroepen als partner zullen worden betrokken bij dit traject. Daarbij is het verbeteren van de integrale samenwerking en het verbinden van de interne organisatie met de partners, een van de kentaken van de gebiedscoördinator. Hij of zij is de schakel tussen de gemeente en de kernen en wijken. De leefbaarheidsgroepen zijn op gebiedsniveau een netwerkpartner en de gebiedscoordinatoren zullen blijvend in gesprek zijn. Hun input en netwerk is vanzelfsprekend bij de ontwikkeling van de wijk en kernaanpakken. De uitwerking van wijk- en kernaanpakken is iets waar de gebiedscoordinatoren mee aan de slag gaan, maar dit thema is geen uitgewerkt onderdeel van het kader. Pagina 6 van 11
5. Initiatieventafel
Uit de reacties kwamen meerder vragen naar voren over de initiatieventafel. Onder andere bleek dat de initiatieventafel nog onvoldoende is uitgewerkt. Er waren vragen over het participeren van leefbaarheidsgroepen en over het budget.
In de reacties zijn meerdere vragen gesteld over de initiatieventafel. De belangrijkste punten gingen over de beperkte uitwerking, de mogelijke rol van leefbaarheidsgroepen en de beschikbare budgetten. Die vragen zijn begrijpelijk, omdat de initiatieventafel op dit moment nog in de conceptfase zit. De initiatieventafel is primair bedoeld als intern instrument. Het ondersteunt de organisatie bij het vroegtijdig delen van initiatieven, het zoeken naar koppelkansen en het organiseren van integrale afstemming. Hiermee sluit het aan op de dienstverleningsprincipes van de gemeente en biedt het een vaste plek om ideeën uit de samenleving in beeld te brengen. Omdat het een onderdeel is van de interne werkprocessen, worden leefbaarheidsgroepen in deze fase nog niet betrokken. Wanneer initiatieven uitgroeien tot projecten, kunnen inwoners en belangenbehartigers wel een rol krijgen. Per thema of gebied kan dan worden bekeken welke partners relevant zijn. Ook kan het zijn dat de gebiedscoördinator samen met de wijk of kern, bijvoorbeeld, afspraken maakt over een wijktafel waar gezamenlijk wordt gewerkt aan maatschappelijke initiatieven. Dit soort afspraken worden dan op wijk-/kernniveau gemaakt. De wijk-/kernaanpak is het aangewezen document voor deze afspraken. Niet dit beleidskader.
Omdat de initiatieventafel nog niet is uitgewerkt en vooral een uitvoeringsonderdeel is, vinden wij het niet passend om deze nu op te nemen in het beleidskader. Een beleidskader geeft richting en uitgangspunten, geen procesdetails of werkinstructies. In het participatie- en cocreatiekader is al een verwijzing opgenomen naar de ontwikkeling van een digitaal platform voor het faciliteren en coördineren van inwonersinitiatieven. De initiatieventafel zal daar logisch op aansluiten. De initiatieventafel wordt uiteindelijk voor heel Wijchen ingericht. Wij kunnen ons voorstellen dat informatie op termijn per deelgebied wordt gepresenteerd, bijvoorbeeld via het digitale platform. Gebiedscoördinatoren zullen hierin een rol spelen, samen met het platform. In de uitwerking wordt duidelijk hoe en wanneer inwoners of netwerkpartners worden betrokken, bijvoorbeeld bij overlegmomenten rond specifieke thema’s of wanneer initiatieven de projectfase bereiken.
Pagina 7 van 11
6. Open Stad/digitaal platform
Uit de reacties kwam een vraag naar voren over het digitale platform ‘Open Stad’ en waarom dit in het kader niet is benoemd. Hierbij werd verzocht om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit in te zetten voor de leefbaarheidsgroepen en vaste netwerken voor inwonersinitiatieven.
In de reacties is gevraagd waarom het digitale platform ‘Open Stad’ niet in het kader is opgenomen. Dat is een terechte constatering. Het platform sluit aan bij de ambitie uit het Strategisch Kompas en het participatie- en cocreatiekader om inwonersinitiatieven zichtbaar te maken en te ondersteunen. Daarom zullen we in het kader alsnog een verwijzing opnemen naar dit digitale instrument. ‘Open Stad’ is een platform van de gemeente en staat open voor alle inwoners. Iedereen kan via dit platform initiatieven indienen of volgen. Dat geldt ook voor leefbaarheidsgroepen en andere vaste netwerken van inwoners. Daarmee vormt het platform een aanvullend hulpmiddel binnen netwerkgericht werken en ondersteunt het de verbinding tussen ideeën uit de samenleving en de gemeentelijke organisatie.
7. Budget/Financiën We lezen uit de reacties dat er behoefte is aan verduidelijking van de verschillende budgetten of subsidies die beschikbaar zijn. De vragen gaan onder andere over de waarderingssubsidie, het budget voor initiatieven op wijk- en kernniveau; de verdeling en de besteding daarvan en de relatie met de dops- en sop, en het werk- en initiatievenbudget van de gebiedsoördinatoren. En wanneer de leefbaarheidsgroepen aanspraak kunnen maken op een budget wat voor hun is bestemd.
Pagina 8 van 11
In de reacties blijkt behoefte aan meer duidelijkheid over de verschillende budgetten. De vragen gingen vooral over de waarderingssubsidie, het budget voor initiatieven op wijk- en kernniveau, de relatie met de voormalige dop- en sopgelden en het werk- en initiatievenbudget van de gebiedscoördinatoren. Ook is gevraagd wanneer leefbaarheidsgroepen zelf aanspraak kunnen maken op middelen. In het kader zullen we onderstaande verduidelijkingen opnemen. 1. Waarderingssubsidie Leefbaarheidsgroepen of andere vaste netwerken die aan de voorwaarden voldoen, kunnen jaarlijks een waarderingssubsidie van 750 euro ontvangen. Deze subsidie is bedoeld voor een aanvrager die voldoet aan het uitvoeren van activiteiten die ten behoeve van ‘het bevorderen van de leefbaarheid in de buurt, wijk of dorp’. De huidige checklist vervalt en wordt vervangen door de voorwaarden uit het kader ‘Netwerkgericht werken’. 2. Budget voor initiatieven op wijk- of kernniveau Dit budget vervangt vanaf 2026 de dop- en sopgelden. Per geografisch gebied is jaarlijks 2500 euro beschikbaar. Dit geld hoeft niet te worden gedeeld met andere gebieden. Voor leefbaarheidsgroepen die eerder geen dop- of sopgelden ontvingen, betekent dit vanaf 2026 een extra mogelijkheid om initiatieven uit te voeren.
In het nieuwe beleidskader wordt een bijlage opgenomen met een geografische verdeling van de groepen inwoners in de wijken en kernen. Het budget is bedoeld voor concrete initiatieven op wijk- of kernniveau en niet voor langdurige verplichtingen zoals onderhoudscontracten of softwareabonnementen. Die bestedingsrichting lag ook niet binnen de oorspronkelijke opzet van de dop- en sopgelden. In 2026 wordt de Subsidieregeling Wijchen, 2021 aangepast en geactualiseerd. Dan zullen ook de voorwaarden uit het kader in de huidige waarderingssubsidie worden meegenomen. 3. Toegankelijkheid en voorwaarden Een leefbaarheidsgroep of netwerk moet voor alle inwoners en partners uit het gebied toegankelijk zijn om aanspraak te kunnen maken op deze middelen. Het budget is bedoeld om initiatieven vanuit het gebied te ondersteunen, niet om organisaties structureel te financieren. 4. Werk- en initiatievenbudget van de gebiedscoördinatoren Het werk- en initiatievenbudget komt voort uit het participatie- en cocreatiekader. Iedere gebiedscoördinator krijgt jaarlijks 15.000 euro om het wijk- en kerngericht werken te ondersteunen. Dit budget is onderdeel van hun uitvoeringsruimte. Zij kunnen hiermee bijvoorbeeld bijeenkomsten organiseren of een extra bijdrage leveren aan lokale initiatieven. Dit budget staat los van de middelen die beschikbaar zijn voor leefbaarheidsgroepen. Het is geen bewonersbudget.
5. Leefbaarheidsgroepen kunnen aanspraak maken op: – De waarderingssubsidie, als zij voldoen aan de voorwaarden uit subsidieregeling Wijchen, 2021. (Wordt geactualiseerd in 2026.) – Het initiatievenbudget van 2500 euro per geografisch gebied, voor concrete projecten of activiteiten in het gebied. Dit zal per actualisatie van de subsidieregeling in 2026 onderdeel worden van de waarderingssubsidie.
Pagina 9 van 11
8. Overig In alle verzamelde reacties kwamen nog de volgende thema’s en vragen naar voren. a. Tekstuele aanpassing hoofdstuk 4: ‘Faciliteren en aanjagen van inwonersinitiatieven.’ b. Paragraaf 4.1.1.a Leefbaarheidsgroepen kunnen op gebiedsniveau gevraagd en ongevraagd advies geven aan de gemeente. Er wordt aangegeven dat dit niet altijd aan de orde is. Omdat het bestuur namelijk niet door de inwoners is gekozen. c. Bijlage: Benoemen leefbaarheidsgroepen en dorpsraad. d. Het hebben van een facebookpagina of website mag geen verplichting zijn. e. Wat als een inwonersinitiatief dat activistisch is. f.
Status belangenbehartigers en hun reikwijdte.
g. ‘Van buiten naar binnen en van binnen naar buiten’ zijn loze kreten als ze niet concreet worden gemaakt. In de reacties zijn nog verschillende aanvullende vragen en onderwerpen benoemd. Hieronder verduidelijken wij deze punten. a. Tekstuele aanpassing Faciliteren en aanjagen van inwoners initiatieven.’ wordt gewijzigd in: ‘Faciliteren en stimuleren van inwonersinitiatieven.’ b. Adviesrecht van leefbaarheidsgroepen In paragraaf 4.1.1.a staat dat leefbaarheidsgroepen gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven. Sommige groepen geven aan dat dit niet altijd logisch is, omdat hun bestuur niet gekozen is door inwoners. Dit punt erkennen wij. Daarom benadrukken wij dat het adviesrecht geen verplichting is en afhankelijk is van de legitimiteit die een groep heeft in haar gebied. Het uitgangspunt blijft dat advies welkom is wanneer een groep bewoners weet te vertegenwoordigen. Het kader verplicht niet tot een formele adviesstructuur. c. Benoemen van leefbaarheidsgroepen en dorpsraad in de bijlage De leefbaarheidsgroepen en dorpsraad worden benoemd in bijlage 1 van het kader: Geografische indeling van groepen inwoners in de wijken en kernen. De lijst is bedoeld om inzicht te geven in de huidige netwerken en welke gebieden nog niet zijn vertegenwoordigd. d. Sociale media of website niet verplicht Een Facebookpagina of website wordt geen verplichting.
Het doel is dat leefbaarheidsgroepen bereikbaar zijn. Hoe zij dat doen, bepalen zij zelf. Digitale kanalen kunnen helpen, maar zijn geen voorwaarde voor erkenning of subsidie. e. Activistische initiatieven Inwonersinitiatieven kunnen uiteenlopende vormen hebben. Activistische initiatieven vallen ook onder het recht van inwoners om zich uit te spreken. De gemeente beoordeelt initiatieven op basis van juridische kaders, inhoud en haalbaarheid. De toon of stijl van een initiatief verandert de beoordeling niet. Het kader sluit activistische initiatieven niet uit, maar geeft ook geen voorkeurspositie.
Pagina 10 van 11
f. Status van belangenbehartigers en hun reikwijdte Belangenbehartigers zoals leefbaarheidsgroepen zijn geen formele bestuursorganen en hebben geen beslissingsbevoegdheid. Zij zijn netwerkpartners op gebiedsniveau. Hun reikwijdte hangt samen met hun draagvlak in het gebied en de thema’s waarop zij actief zijn. De gemeente betrekt hen wanneer zij relevant zijn voor een onderwerp. Het kader legt geen uniforme rol of schaal vast, omdat dit per gebied en thema verschilt. g. Verduidelijking van ‘van buiten naar binnen’ en ‘van binnen naar buiten’ In de reacties is terecht aangegeven dat deze termen vaag kunnen zijn. Hieronder verduidelijken wij ze. ‘Van buiten naar binnen’ betekent dat de gemeente actief ophaalt wat er leeft in wijken en kernen. De signalen van inwoners, ondernemers en partners worden gebruikt om beleid en uitvoering te verbeteren. Participatie, samenwerken en co-creatie zijn hierbij leidend. ‘Van binnen naar buiten’ betekent dat de gemeente inwoners betrekt bij beleid dat gevolgen heeft voor hun leefomgeving. Afhankelijk van thema, project of gebied worden de juiste partners betrokken. Dit volgt de kaders van het participatiebeleid. De inzet van gebiedscoördinatoren is een eerste stap in het beter organiseren van deze werkwijze. Zij verbinden inwoners met de interne organisatie en andersom.
Hoe dit precies wordt ingericht, is een uitvoeringsvraag en wordt verder uitgewerkt door de betrokken beleidsmedewerkers.
Pagina 11 van 11