CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting, regels en verbeelding bestemmingsplan 'Wezelsedijk 52, Wijchen'.

Raad openbaar Wijchen 29 september 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 63769 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Wezelsedijk 52 Wijchen27.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

Gemeente Wijchen

Colofon

Projectlocatie:

Wezelsedijk 52, 6604 KG Wijchen

IMRO-code:

NL.IMRO.0296.BGBWezelsedijk52bw-VG01

Datum:

juni 2022

Opgesteld door:

Van Dun & Van Gerwen BV Heijtmorgen 10 5375 AN Reek T. 0486 450 160 E. info@vandun-vangerwen.nl I. www.vandun-vangerwen.nl

Projectnummer:

00252.007 / HvV

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ............................................................................................. 5

1.2.

Ligging planlocatie............................................................................................. 5

1.3.

Geldend planologisch regime .............................................................................. 5

1.4.

Procedure ......................................................................................................... 7

1.5.

Leeswijzer ........................................................................................................ 8

2. Planbeschrijving ............................................................................................... 9 2.1.

Bestaande situatie ............................................................................................. 9

2.2.

Beoogde situatie ............................................................................................... 9

2.3.

Landschappelijke inpassing .............................................................................. 10

3. Beleidskader ................................................................................................... 12 3.1.

Rijksbeleid ...................................................................................................... 12

3.1.1. 3.1.2. 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 12

3.2.1. 3.2.2. 3.3.

Nationale Omgevingsvisie .......................................................................... 12 Ladder duurzame verstedelijking ................................................................ 12 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................ 12 Omgevingsverordening Gelderland ............................................................. 14

Gemeentelijk beleid ......................................................................................... 15

3.3.1. 3.3.2.

Structuurvisie Wijchen 2009 ...................................................................... 15 Bestemmingsplan ..................................................................................... 15

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 20 4.1.

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 20

4.2.

Waterhuishouding ........................................................................................... 20

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.

Waterbeleid en waterbeheer ...................................................................... 21 Beschrijving huidige situatie watersysteem.................................................. 21 Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan.................. 22

Natuur............................................................................................................ 26

4.3.1. 4.3.2.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)................................................................ 26 Wet natuurbescherming ............................................................................ 27

4.4.

Bodemkwaliteit ............................................................................................... 29

4.5.

Cultuurhistorie en archeologie .......................................................................... 29

4.5.1. 4.5.2.

Cultuurhistorie .......................................................................................... 30 Archeologie .............................................................................................. 30

4.6.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 30

4.7.

Geur .............................................................................................................. 31

4.7.1. 4.7.2.

Geurnormen ............................................................................................. 31 Conclusie ................................................................................................. 31

4.7.3. 4.7.4. 4.8.

Luchtkwaliteit.................................................................................................. 33

4.8.1. 4.8.2. 4.9.

Vaste afstanden........................................................................................ 32 Conclusie ................................................................................................. 32 Niet in betekenende mate.......................................................................... 33 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 33

Geluid ............................................................................................................ 35

4.10. Verkeer en parkeren ........................................................................................ 35 4.11. Externe veiligheid ............................................................................................ 36 4.11.1. 4.11.2.

Regelgeving ............................................................................................. 36 Toetsing aan beleid................................................................................... 37

4.12. Technische infrastructuur ................................................................................. 38 5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 39 5.1.

Juridische achtergrond ..................................................................................... 39

5.2.

Toelichting verbeelding .................................................................................... 39

5.3.

Toelichting regels ............................................................................................ 39

6. Uitvoerbaarheid .............................................................................................. 40 6.1.

Financiële uitvoerbaarheid................................................................................ 40

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 40

6.2.1. 6.2.2.

Vooroverleg.............................................................................................. 40 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 40

7. Bijlagen .......................................................................................................... 41 Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan .................................................................. 41

Bijlage 2

Waterparagaaf ......................................................................................... 41

Bijlage 3

Quickscan vooronderzoek .......................................................................... 41

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ................................................... 41

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel De voorliggende toelichting voor de locatie Wezelsedijk 52 te Wijchen, heeft betrekking op het juridisch planologisch toestaan: - van de realisatie van een tweede bedrijfswoning op de locatie; - een vergroting van het bouwvlak ten behoeve van deze tweede bedrijfswoning. De gemeente Wijchen heeft voor de voorziene ontwikkelingen een positieve grondhouding aangenomen onder voorwaarden van een goede landschappelijke inpassing van het geheel. Om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan te beoordelen is onderhavige toelichting opgesteld. 1.2. Ligging planlocatie Het plangebied betreft de locatie Wezelsedijk 52 te Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie D, nummer 55. Deze locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Wijchen, op circa 1 km ten noorden van de kern Woezik, op circa 2 km ten noorden van de kern Wijchen op circa 3 km ten oosten van de kern Hernen, op circa 4 km ten zuidoosten van Bergharen (allen gemeente Wijchen), op circa 2 km ten zuidwesten van de kern Beuningen (gemeente Beuningen) en op circa 3 km ten westen van Nijmegen (gemeente Nijmegen).

Op onderstaande verbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven en wordt het plangebied (met een rode marker) aangeduid.

Afbeelding 1: Ligging en aanduiding plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

De begrenzing van het plangebied is in het oosten en in het zuiden begrensd door de eigen landbouwgronden. In het noorden wordt het plangebied begrensd door bebouwing van een agrarisch bedrijf van derden en in het westen door de ‘Wezelsedijk’. 1.3. Geldend planologisch regime Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ van de gemeente Wijchen. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 31 januari 2013 door de gemeenteraad van de

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

5

gemeente Wijchen. In dit plan kent de locatie een bouwvlak met een oppervlakte van ca. 1,7 ha. Daarnaast gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch’; - Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1’ (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’ (gedeeltelijk).

Afbeelding 2: uitsnede verbeelding Buitengebied Wijchen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ten behoeve van een aantal bedrijfsontwikkelingen is in het verleden een wijzigingsprocedure doorlopen Het betreft het wijzigingsplan ‘Wezelsedijk 52 te Wijchen’, welke op 22 maart 2016 is vastgesteld. Hierbij is het bouwvlak vergroot naar ca. 1,83 ha. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit wijzigingsplan weergegeven.

Afbeelding 3: uitsnede verbeelding wijzigingsplan ‘Wezelsedijk 52 te Wijchen’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Naast het hierboven genoemde bestemmingsplan is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen’ (vastgesteld 03-05-2017) van toepassing voor het plangebied. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op die gebieden van de gemeente waar cultuurlandschappen met een hoge of zeer hoge waarde en vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing is gelegen.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

6

Voor onderhavig plangebied is in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied’ aangegeven, zie navolgende afbeelding. In het parapluplan worden de cultuurlandschappen met een middelhoge, hoge en zeer hoge waarde beschermd door middel van deze dubbelbestemming. De bescherming van deze cultuurhistorisch waardevolle gebieden heeft vorm gekregen door een nadere eisenregeling en een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden.

Afbeelding 4: uitsnede verbeelding Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

In het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. 1.4. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.

Binnen deze 6 weken kan eenieder beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

7

1.5. Leeswijzer In deze toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

8

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande situatie, de beoogde situatie en de landschappelijke inpassing beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1. Bestaande situatie Eigenaar exploiteert op de locatie een melkrundveehouderijbedrijf. Het bedrijf heeft de laatste jaren een groei doorgemaakt tot ca. 260 melkkoeien met bijbehorend jongvee. Naast het melkrundvee wordt op de locatie ook vleesvee gehouden. Samen met de eigenaar zijn op de locatie nog 4 personen fulltime/parttime werkzaam, waaronder onder andere de zoon en schoonzoon. Eigenaar is de afgelopen tijd verschillende afwegingen aan het maken omtrent de toekomst van het rundveehouderijbedrijf op locatie. Geruime tijd geleden hebben de zoon (met partner) en schoonzoon (met partner) van eigenaar kenbaar gemaakt het bedrijf in de toekomst te willen overnemen. Beide zijn al langer werkzaam op het bedrijf, en zijn aan het meegroeien in het bedrijf. Het bedrijf is momenteel nog volop in ontwikkeling waarbij sprake is van een significante groei om ook op de (middel)lange termijn rendabel te kunnen blijven voor twee volwaardige arbeidskrachten. Ook zijn er nog mogelijkheden om de bedrijfsvoering en/of de bedrijfsgebouwen aan te passen (mocht dit nodig zijn in de toekomst, door bijvoorbeeld veranderende wetgeving). 2.2.

Beoogde situatie Zoals reeds vermeld hebben de zoon (met partner) en schoonzoon (met partner) van eigenaar aangegeven het bedrijf te willen overnemen en zijn reeds stappen ondernomen om de overname mogelijk te maken. Als ondernemer toewerken naar een bedrijfsovername is een traject van jaren. Gedurende dit traject zullen er op verschillende vlakken stappen gezet moeten worden. De zoon heeft de fase bereikt dat hij het wonen bij de ouders niet meer wenselijk acht. Het voornemen is dan ook dat de zoon (met partner) in de bedrijfswoning blijft wonen. Het doel is dat de schoonzoon (met partner) ook bij het bedrijf gaan wonen door op de locatie een tweede bedrijfswoning te realiseren. Eigenaar zal, na overdracht van het bedrijf elders gaan wonen en zich langzaam terugtrekken in de bedrijfsvoering. De aard van het bedrijf brengt met zich mee dat er veelvuldig werkzaamheden moeten worden verricht buiten de gebruikelijke werktijden (zoals o.a. geboorte van kalveren, controle van dieren met name direct na het kalveren etc.). Bovenstaande werkzaamheden, die buiten de gebruikelijke werktijden plaatsvinden, worden momenteel veelal door eigenaar en door de zoon uitgevoerd. Dit is momenteel haalbaar, omdat ze beide in de bedrijfswoning woonachtig zijn. Echter als eigenaar elders gaat wonen en zijn zoon alleen met partner in de bedrijfswoning woont, komt de bedrijfsvoering in de knel.

De werkzaamheden buiten de gangbare werktijden zijn zo omvangrijk dat deze niet alleen door de zoon kunnen worden uitgevoerd. Op het bedrijf in de huidige bedrijfsomvang dient 24 uur per dag controle plaats te vinden. Met alle werkzaamheden wordt dan bijvoorbeeld ook bedoeld naast het helpen bij het afkalven van een koe midden in de nacht ook het inkuilen van mais of gras van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Voor dergelijke werkzaamheden (en nog veel meer werkzaamheden die hier nu niet verder opgesomd zijn) is het wenselijk om met 2 bedrijfsvoerende op het bedrijf woonachtig te zijn. Hiervoor is het noodzakelijk dat er een tweede bedrijfswoning wordt gerealiseerd op de locatie. Momenteel is er binnen het bouwvlak geen geschikte ruimte aanwezig voor realisatie van deze tweede bedrijfswoning. Er is derhalve een vergroting van het bouwvlak noodzakelijk. Op navolgende afbeelding is de beoogde situatie weergegeven, met daarop de situering van de tweede bedrijfswoning en de bijbehorende bouwvlakvergroting ten behoeve hiervan. Het bouwvlak zal met ca. 0,13 ha vergroot worden.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

9

Afbeelding 5: weergave situering beoogde tweede bedrijfswoning en bouwvlakvergroting

De noodzakelijkheid van de tweede bedrijfswoning is tevens getoetst door de Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen (SAAB). Zij hebben aan de hand van bovenstaande gegevens tevens beoordeeld dat de tweede bedrijfswoning noodzakelijk is voor dit bedrijf en deze bedrijfsvoering. 2.3. Landschappelijke inpassing Ten behoeve van het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze is gebaseerd op het aanwezige landschapstype voor het plangebied en haar omgeving. Het plangebied is gelegen binnen het landschapstype ‘Rivierduinen, riviervlakten en donken’. Het gebied Wezel specifiek ligt op een donk. Hierna wordt een korte omschrijving gegeven van dit landschapstype 1.

Rivierduinen, riviervlakten en donken

Ontstaan Tussen 11.000 en 10.000 jaar geleden heerste in het rivierengebied een koud klimaat. Het was de laatste fase van de laatste ijstijd in het Weichselien. Rivierbeddingen konden tijdens de zomer grotendeels droogvallen, waardoor het zand in de bedding kon opwaaien en verplaatsen. Direct ernaast was echter voldoende begroeiing om het zand vast te houden. Zo ontstonden direct naast de rivierbedding de rivierduinen. De duinzanden werden door hun hogere ligging niet door de jongere rivierafzettingen bedekt en steken nu als koppen boven de omgeving uit. Een rivierduin dat boven de klei uitsteekt noemen we een donk. Gebiedskenmerken De rivierduinen staan bekend om de sterke landschappelijke variatie en diversiteit. De verkaveling is overwegend onregelmatig en de kavels blokvormig. De randen van het gebied zijn gesloten door bebouwing en beplanting. Daarbuiten is het open. De bebouwing concentreert zich op de aanwezige rivierduinen en ligt verspreid langs de open essen en wegen. Buurtschappen en individuele boerderijen liggen op donken. Bebouwing is zowel qua plek als vorm zeer gevarieerd. Kleine historische boerderijen zijn kenmerkend voor dit gebied. 1

Afkomstig uit de brochure ‘Rivierduinen, riviervlakten en donken’ van de Stichting Landschapsbeheer Gelderland.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

10

Het grondgebruik is zeer gevarieerd. En veel voorkomende landschapselementen zijn houtwal en singel, kleine bosschages, geriefhoutbosjes, struweelhagen, bomenrijen en hoogstamboomgaarden.

Afbeelding 6: weergave gewenste inrichting van erven voor het landschapstype ‘Rivierduinen, riviervlakten en donken’ (bron: brochure ‘Rivierduinen, riviervlakten en donken’ van de Stichting Landschapsbeheer Gelderland)

Zoals al aangegeven, is het plangebied (zoals het gebied Wezel) gelegen op een donk. Rekening houdende hiermee, zal het wenselijk om haag te creëren rond of bij de voortuin. In de bijlagen is een landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1) opgenomen voor het plan, waarbij voor de nieuw te bouwen woning een haag en een solitaire boom zal worden aangeplant. Op deze manier wordt aangesloten bij het aanwezige landschapstype en passen deze nieuwe elementen bij de reeds aanwezige bebouwing en beplanting op de locatie. Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van het landschappelijke inpassingsplan.

Afbeelding 7: uitsnede landschappelijk inpassingsplan

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

11

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en in werking getreden. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI stelt daarbij een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wil men werken aan de volgende prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Verder heeft men in de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 een aantal voorlopige NOVI-gebieden geselecteerd. Het plangebied is niet gelegen in één van deze gebieden. Binnen de prioriteit 4 ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ gaat het onder andere over de transitie en ontwikkelingen in het buitengebied. Onderhavige ontwikkeling past binnen deze prioriteit, en vormt derhalve geen belemmering binnen deze Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2. Ladder duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder is onder andere van toepassing op plannen voor wonen, die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van jurisprudentie blijkt echter dat de realisatie van één of enkele woningen niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in het Bro. Dit betekent dat in onderhavig plan niet verder aan de Ladder behoeft te worden getoetst, aangezien het de realisatie van één bedrijfswoning betreft. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Gelderland is omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.

3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

12

Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: - Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. - Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. - Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. - Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt.

Een krachtige economie

De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen.

Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: - Het uitnutten de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij. -

Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben;

-

Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten.

-

Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen.

Blijvend verbonden

Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

13

Het initiatief aan de Wezelsedijk 52 te Wijchen heeft geen betrekking op één van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Wel draagt het initiatief bij aan een vitaal buitengebied, doordat de realisatie van de tweede bedrijfswoning zal bijdragen aan de ontwikkeling van het agrarische bedrijf. In de Omgevingsvisie worden verder geen locatie specifieke doelen gesteld ten aanzien van dit perceel. Het initiatief past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.2.2. Omgevingsverordening Gelderland

Vanaf 19 december 2018 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Hierna wordt een uitsnede weergegeven van de verbeelding behorende bij de Omgevingsverordening Gelderland. Voor de locatie Wezelsedijk 52 te Wijchen zijn de navolgende aanduidingen van toepassing:\ - Kaart 2: Regels Landbouw Plussenbeleid - Kaart 3: Regels Glastuinbouw Overig gebied glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied uitbreiding bestaande glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied hervestiging glastuinbouw

Afbeelding 8: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland (bron: gldanders.planoview.nl/planoview)

De regels uit de Omgevingsverordening hebben geen betrekking op voorliggend initiatief, omdat het geen nieuwvestiging betreft. Ook betreft het hier geen intensief veehouderijbedrijf (waardoor het Plussenbeleid van de provincie niet van toepassing is). Het initiatief past binnen de regels van de Omgevingsverordening Gelderland.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

14

3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

3.3.1. Structuurvisie Wijchen 2009

Op 9 juli 2009 is de Structuurvisie Wijchen 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. De planlocatie is gelegen in één van de ‘Rivierduinen’. De gemeente wil op onderstaande wijze bijdragen aan de exploitatiemogelijkheden voor de landbouw. In algemene zin is er ruimte binnen de gemeentegrenzen van Wijchen voor versterking en ontwikkeling van de agrarische sector. De ruimte voor grootschalige ontwikkeling ligt vooral ten noorden en zuiden van het rivierduinengebied, ten westen van Wijchen. Deze gronden zijn specifiek aangewezen voor schaalvergroting/intensivering landbouw. Ontwikkelingsmogelijkheden, maar met name ook verbreding- en functieveranderingsmogelijkheden worden geboden nabij kernen en ten oosten van Wijchen.

Plangebied

Afbeelding 9: uitsnede verbeelding Structuurvisie Wijchen 2009 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

De planlocatie is gelegen binnen het gebied voor schaalvergroting/grootschalige ontwikkeling landbouw, zie bovenstaande afbeelding. De gemeente geeft aan in het algemeen de ontwikkeling van de landbouw ruimte te geven. De beoogde ontwikkeling past daarmee binnen het beleid zoals opgenomen in de structuurvisie.

3.3.2. Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor de planlocatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ geldend. Hier zijn de volgende aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch’; - Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1’ (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’ (gedeeltelijk); - Bouwvlak.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

15

Afbeelding 10: uitsnede verbeelding Buitengebied Wijchen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ten behoeve van een aantal bedrijfsontwikkelingen is in het verleden een wijzigingsprocedure doorlopen Het betreft het wijzigingsplan ‘Wezelsedijk 52 te Wijchen’, welke op 22 maart 2016 is vastgesteld. Hierbij is het bouwvlak vergroot naar ca. 1,83 ha. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit wijzigingsplan weergegeven.

Afbeelding 11: uitsnede verbeelding wijzigingsplan ‘Wezelsedijk 52 te Wijchen’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Naast het hierboven genoemde bestemmingsplan is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen’ (vastgesteld 03-05-2017) van toepassing voor het plangebied. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op die gebieden van de gemeente waar cultuurlandschappen met een hoge of zeer hoge waarde en vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing is gelegen. Voor onderhavig plangebied is in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied’ aangegeven, zie navolgende afbeelding. In het parapluplan worden de cultuurlandschappen met een middelhoge, hoge en zeer hoge waarde beschermd door middel van deze dubbelbestemming. De bescherming van deze cultuurhistorisch waardevolle gebieden heeft vorm gekregen door een nadere eisenregeling en een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

16

Afbeelding 12: uitsnede verbeelding Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’. Ten behoeve van de ontwikkeling van de tweede bedrijfswoning zal het bouwvlak worden vergroot. Binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ is in artikel 3.8.1. een wijzigingsbevoegdheid opgenomen t.b.v. vergroting/vormverandering agrarisch bouwvlak. Een wijziging is mogelijk mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

3.8 Wijzigingsbevoegdheid 3.8.1 Wijziging t.b.v. vergroting / vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bouwvlakken van agrarische bedrijven mogen per wijzigingsplan met maximaal 50% worden vergroot, met dien verstande dat een vergroting tot 1,5 ha in elk geval wordt toegestaan en de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting nooit groter mag zijn dan 2,5 ha; Het vigerende bouwvlak heeft een oppervlakte van 1,83 hectare. Het bouwvlak in de beoogde situatie heeft een oppervlakte van 1,96 hectare, en voldoet daarmee aan deze voorwaarde.

b. in afwijking van het bepaalde onder a. is vergroting van het bouwvlak, voorzover gelegen binnen de kernrandzone, uitsluitend toegestaan tot een oppervlakte van 1,5 ha. Een kernrandzone is het gebied binnen een zone van 200 m van de grens van het bestemmingsplan voor zover deze grenst aan de kernen van de gemeente Wijchen; De planlocatie is niet gelegen binnen een kernrandzone. De dichtstbijzijnde kern, Woezik, is op circa 1 kilometer van het plangebied gelegen.

c. de vergroting en/of vormverandering noodzakelijk is uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen op het agrarisch bouwblok; een en ander dient te worden onderbouwd met een op de vergroting of vormverandering gericht bedrijfsplan; De noodzaak van de gewenste uitbreiding is behandeld in deze toelichting.

d. het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd;

De beoogde ontwikkeling is concreet en noodzakelijk zodat het bedrijf voldoende mestopslagcapaciteit heeft in de perioden dat geen mest uitgereden mag worden op het land. In deze toelichting zijn de milieutechnische gegevens overlegd.

e. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming;

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

17

f.

Hierbij gaat het om het behoud, beheer en herstel en/of ontwikkeling van de verschillende karakteristieke landschapstypen en het waarborgen van dynamiek daarbinnen en tevens het behoud, beheer en herstel daarvan. De uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van de realisatie van de bedrijfswoning is gelegen ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’. Deze gronden zijn echter altijd in gebruik geweest t.b.v. de landbouw en daardoor ook op een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld bewerkt. Tevens hoeven de werkzaamheden in de bodem t.b.v. de aanleg van de uitrit niet dieper plaats te vinden dan maximaal 30 cm onder maaiveld. Hierdoor vindt er geen onevenredige aantasting plaats van eventuele archeologische waarden op de locatie.

het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;

Door de vergroting van het bouwvlak op de planlocatie komt de veehouderij niet dichter bij omliggende agrarische bedrijven gelegen. Het gebruik zal dan ook niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven.

g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;

Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt door de beoogde ontwikkeling niet onevenredig aangetast. De omliggende aangrenzende percelen betreffen landbouwgronden in eigendom van eigenaar. Uit deze toelichting blijkt dat de invloed van de ontwikkeling op de omliggende gevoelige objecten aanvaardbaar is.

h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing met als voorwaarde, dat bij uitbreiding tot 1,5 ha minimaal 10% van de vergrootte oppervlakte van het bouw- vlak en bij uitbreiding tot een omvang tussen 1,5 en 2,5 ha minimaal 15% van de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden aangewend ten behoeve van de landschappelijke inpassing. (voor de landschappelijke inpassing mogen ook gronden worden gebruikt gelegen direct aangrenzend aan het betreffende agrarisch bouwvlak). De initiatiefnemer dient een door burgemeester en wethouders goed te keuren landschapsplan en realisatie-overeenkomst te overleggen;

Voor de locatie is in het recente verleden al een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze is tevens passend bij voorliggend initiatief. Op navolgende afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven.

Afbeelding 13: uitsnede reeds opgestelde landschappelijke inpassingsplan

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

18

i.

j.

Rondom de nieuwe bedrijfswoning zal een tuin worden aangelegd. Op deze manier zal deze tweede bedrijfswoning aansluiten bij het bestaande bedrijf, en zal het de uitstraling krijgen van één geheel.

ter plaatse van de aanduiding "glastuinbouw" geldt, in aanvulling op het bepaalde in a tot en met h, dat de uitbreiding van het bouwvlak uitsluitend is toegestaan, wanneer de uitbreiding zich verdraagt met de water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygienische kwaliteiten van het gebied. De in 3.2.4 toegestane oppervlakte glasopstanden mag niet worden vergroot; De planlocatie is niet gelegen binnen de aanduiding ‘glastuinbouw’. Deze regel is op onderhavig plan niet van toepassing.

de vergroting mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van omliggende Natura 2000gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de Natura 2000gebieden niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De vergroting zorgt niet voor verslechtering of significante verstoring van soorten waarvoor omliggende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, zie ook paragraaf 4.3.2.

k. indien de vergroting van het bouwvlak noodzakelijk is voor de plaatsing van permanente teeltondersteunende voorzieningen, nemen burgemeester en wethouders de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-permanente teeltondersteunende voorziening" op. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op teeltondersteunende voorzieningen.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

19

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In voorliggende toelichting is een beschrijving opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze beschrijving kan worden geconcludeerd dat de realisatie van de tweede bedrijfswoning geen negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig in initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2.000 of meer woningen omvat. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (van 15 maart 2017; ECLI:NL:RVS:2017:694, van 31 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:348, van 17 april 2019; ECLI:NL:RVS:2019:1253 en van 11 maart 2020; ECLI:NL:RVS:2020:729) blijkt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.

Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel ten behoeve van de bedrijfswoning, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. 4.2. Waterhuishouding Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

20

worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

4.2.1. Waterbeleid en waterbeheer

Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5).

Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van Awatergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig.

4.2.2. Beschrijving huidige situatie watersysteem

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

21

plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het nietverontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Wijchen. Conform de bodemkaart (1:50.000) van de Atlas Leefomgeving is het plangebied qua bodemtypering gelegen in ‘vorstvaaggronden; grof zand’ (bodemcode Zb30), welke grenst aan ‘poldervaaggronden; zware zavel’ (bodemcode KRn2). Op basis van de Grondwatertrappenkaart (2018) van Nederland heeft het plangebied een grondwatertrap VII. Dit komt overeen met een hoogste grondwaterstand van >80 cm-mv en een laagste grondwaterstand van >120 cm-mv. Oppervlakte- en afvalwatersysteem Volgens de vastgestelde Legger Wateren van het Waterschap Rivierenland zijn in de nabijheid van de planlocatie een aantal watergangen gelegen. Op navolgende afbeelding zijn deze watergangen weergegeven. Het betreffen een A-watergang, een B-watergang en een C-watergang. Het beoogde initiaitief is niet gelegen direct op of aan deze watergangen.

Plangebied

Afbeelding 14: uitsnede vastgestelde Legger Wateren (bron: waterschap Rivierenland)

Ecosysteem Het plangebied is niet gelegen in de Ecologische hoofdstructuur (EHS). Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone voor natte natuur en drinkwaterwinningen.

4.2.3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan

Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Leefomgeving en ruimtegebruik

Beleidsuitgangspunten

De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

22

Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie.

Gevolgen van/voor het plan

Bij voorliggend plan wordt rekening gehouden met de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Er wordt beplanting aangelegd, wat een positief effect zal hebben op het waterbergend vermogen. En ook zal er een infiltratiesloot worden gerealiseerd voor de opvang van het hemelwater afkomstig van de nieuwe bedrijfswoning. Kwaliteit en beleving

Beleidsuitgangspunten

De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichbaar (bovengronds) afvoeren.

Gevolgen van/voor het plan

Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Klimaatadaptatie

Beleidsuitgangspunten

De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.

Gevolgen van/voor het plan

Voor voorliggend plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Door de aanleg van beplanting verbeterd het waterbergend vermogen van het plangebied. Ook wordt er voor de opvang en infiltratie van het hemelwater een infiltratiesloot aangelegd. Op deze manier wordt er in onderhavig plan rekening gehouden met de klimaatverandering.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

23

Waterberging

Beleidsuitgangspunten

De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwateren oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd.

Gevolgen van/voor het plan

De verwachting is dat de nieuw te bouwen woning niet groter wordt dan 100 m 2 – 110 m2. Omdat er een toename van verharding is zal er een compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. De grootte van de retentievoorziening wordt berekend conform de rekenregel die in de Algemene regels van de Keur van de waterschappen is beschreven. Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie = 110 m2 x 0,0664 = 7,3 m3 De Keur Waterschap Rivierenland 2014 kent voor compensatieberging ten behoeve van nieuw verhard oppervlak twee kengetallen: Voor de neerslagsituatie T=10+10% geldt de vuistregel van 436 m 3/ha afvoerend verhard oppervlak. Hierbij mag het peil op het oppervlaktewater niet hoger stijgen dan 0,30 m boven het stuwpeil (1,00 m drooglegging). Voor de neerslagsituatie T=100+10% geldt de vuistregel van 664 m3/ha afvoerend verhard oppervlak. Hierbij mag het peil op het oppervlaktewater niet hoger stijgen dan tot aan het maaiveld (geen inundatie). Bij voorliggend plan is gerekend met 664 m3/ha afvoerend verhard oppervlak. Bij de uitwerking van de compenserende maatregelen zal ook rekening gehouden moeten worden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De voorziening mag namelijk niet dieper worden afgegraven dan de GHG ter plaatse.

Zoals reeds aangegeven, is de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van de beoogde woning van >80 cm beneden maaiveld. Als compenserende maatregel zal een smalle sloot gerealiseerd worden ten noorden / noordoosten van de te realiseren bedrijfswoning. Op navolgende afbeelding is deze sloot aangegeven. De sloot zal een lengte hebben van ca. 30 meter, een gemiddelde breedte van ca. 0,50 meter en een gemiddelde diepte van ca. 0,50 meter. De capaciteit van deze sloot bedraagt dan 7,5 m3, en is hiermee voldoende groot om het hemelwater afkomstig van de nieuwe woning te bergen.

Bestemmingsplan Wezelsedijk 52, Wijchen

24

Te realiseren infiltratiesloot

Afbeelding 15: weergave beoogde locatie voor te realiseren infiltratiesloot

Gezondheid en veiligheid

Beleidsuitgangspunten

De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water).

Gevolgen van/voor het plan

Voorliggend plan betreft het oprichten van een bedrijfswoning. Het afvalwater van huishoudelijke aard zal worden geloosd op het gemeentelijk riool. De gemiddeld hoogste grondwaterstand is dermate laag, dat ontwatering of drooglegging niet waarschijnlijk is. Ook zal er geen permanente verandering van de grondwaterstand aan de orde zijn bij dit plan. Er zal worden voldaan aan de ontwateringsdiepte en de drooglegging. Hieraan wordt voldaan als voor het bouwpeil (vloerpeil begane grond) geld dat deze minimaal 1,00 m boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt (1,00 m ontwateringsdiepte) en minimaal 1,30 m boven het stuwpeil van het oppervlaktewater (1,30 m drooglegging). Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bedrijfswoning zal rekening worden gehouden met een eventuele aansluiting op het riool, de ontwateringsdiepte en de drooglegging. In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=edd0dc54-35e4-46bf-839b-f714c26e6615