Bijlage 1: Toelichting, regels en verbeelding bestemmingsplan ‘Vormerseweg 11 Wijchen’
Tekst van het document
c Aan huis verbonden bedrijf Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten zijn niet toegestaan, behoudens na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.4.
d Duurzame energie De opwekking van duurzame energie is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie.
16
bestemmingsplan Vormerseweg 11
e Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' nieuw te realiseren woning en de bijbehorende bijgebouwen is uitsluitend toegestaan indien en voorzover de landschappelijke inpassing, conform de in de Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting weergegeven inrichting op blz 2, wordt gerealiseerd. Daarbij is inbegrepen: a.
b. c.
4.2
de landschappelijke inpassing die binnen 12 maanden na het in gebruik nemen van de nieuwe woning gerealiseerd is en in stand wordt gehouden. De landschappelijke inpassing betreft de aanleg en instandhouding van de met een 'A' en 'B' aangegeven hagen en met 'C' aangegeven bloemrijk grasland. Bij vervanging van beplanting, zoals na een calamiteit, geldt een herplantplicht; de sloop van de bestaande agrarische loods voor ingebruikname van de woning; met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a indien: 1. het bepaalde onder a. door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en; 2. voor zover op andere wijze wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing. Bouwregels
4.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Situering Indien in een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangeduid zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak". 4.2.3 Maatvoering Met betrekking tot de maatvoering en situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dient aan het volgende te worden voldaan:
HOOFDGEBOUWVAN DE WONING goothoogt (nok)hoogte Inhoud
MAX. 6m 10 m 800 m3
BIJGEBOUWENBIJ WONING gezamenlijke oppervlakte per woning goothoogte (nok)hoogte
MAX. 120 m2 3m 6m
BOUWWERKEN,GEEN GEBOUWEN ZIJNDE hoogte erfafscheidingen hoogte carports c.q. overkappingen oppervlakte van een carport c.q. overkapping hoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde
MAX. 2m 3m 20 m2 6m
bestemmingsplan Vormerseweg 11
17
4.2.4 Zwembaden In afwijking van het bepaalde in 4.2.3 geldt voor zwembaden, niet zijnde een gebouw, dat: a. b. c. d. e.
deze uitsluitend op het zij- en/of achtererf worden gebouwd; de hoogte maximaal 1 m bedraagt; de afstand tot de grens van het bouwperceel minimaal 2 m bedraagt; de oppervlakte maximaal 50 m² bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken op het zij- en achtererf maximaal 50% van de oppervlakte van dat zij- en achtererf bedraagt.
4.2.5 Ondergronds bouwen Ondergrondse ruimten (kelders) bij woningen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag en mogen uitsluitend worden gesitueerd onder de woning (met inbegrip van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) dan wel tot maximaal 25 m2 buiten de woning, alsmede onder de vrijstaande bijgebouwen. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Omgevingsvergunning maatvoering Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde de voorgeschreven goot- en bouwhoogte met 10% van de voorgeschreven hoogte te verhogen. 4.3.2
Omgevingsvergunning inhoud woning
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde de toegestane inhoud van de woningen te vergroten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 1000 m³; de voorgeschreven goot- en bouwhoogte mag met maximaal 10% van de voorgeschreven maatvoering worden verhoogd; de rayonarchitect/ dorpsbouwmeester dient om advies gevraagd te worden met betrekking tot de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van het voornemen; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, dat wordt onderbouwd en gevisualiseerd in een terrein-/ beplantingsplan; dat wordt onderbouwd en gevisualiseerd in een terrein-/ beplantingsplan; het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
4.3.3 Omgevingsvergunning kleine windturbines Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 teneinde binnen het bestemmingsvlak de oprichting van 1 kleine windturbine ten behoeve van (aanvullende) stroomverziening op het betreffende perceel mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.
18
de ashoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 15 m; de tiphoogte van de kleine windturbine mag niet meer bedragen dan 20 m; het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 genoemde waarden.
bestemmingsplan Vormerseweg 11
4.3.4 Omgevingsvergunning t.b.v. kapschuur Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 voorzover het de maximale goothoogte van bijgebouwen bij de woning betreft, teneinde een maximale goothoogte van 4,5 m aan één zijde te kunnen toestaan ten behoeve van een zgn kapschuur (schuur met ongelijke goothoogte) met dien verstande dan het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 4.4 Specifieke gebruiksregels In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen, het gebruiken en/of het laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. b. 4.5
vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit. Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Omgevingsvergunning minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in 4.1.1 onder c teneinde minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, toe te staan, waarbij aan de volgende voorwaarde wordt voldaan: c.
de noodzakelijke voorzieningen, als bedoeld in de aanhef, waaronder de sanitaire voorzieningen, dienen binnen het bestemmingsvlak Wonen - 1 te worden gesitueerd.
4.5.2 Omgevingsvergunning bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in 4.1.1 onder c. teneinde een bed & breakfastvoorziening voor maximaal 8 personen in maximaal 4 kamers toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
deze nevenactiviteit is enkel in de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen toegestaan; de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn maximaal 8 (éénpersoons)bedden toegestaan; permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; er wordt een nachtregister bijgehouden; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
4.5.3 Omgevingsvergunning mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 onder a en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie;
bestemmingsplan Vormerseweg 11
19
b. c.
d.
e. f. g. h. i.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen; met dien verstande dat de maximale oppervlakte van de afhankelijke woonruimte niet meer dan 120 m² mag bedragen; er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de hoofdwoning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw/bedrijfsgebouw meer geschikt is; de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben; de voorziening dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan; de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
4.5.4 Omgevingsvergunning aan huis verbonden bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 onder b voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.
b. c. d. e.
f.
20
het ten behoeve van de aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen met een maximum van 80 m²; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan.
bestemmingsplan Vormerseweg 11
Artikel 5
Waarde - Archeologie 2
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 5.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.
b.
c.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b.
grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en
bestemmingsplan Vormerseweg 11
21
c. d.
greppels; aanleggen van leidingen; verlagen van de waterstand.
5.3.2 Uitzonderingen Het onder 5.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. b.
c. d. e. f. g.
h.
In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 120 m². voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.
5.3.3 Verlening a. De onder 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 5.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a.
22
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is;
bestemmingsplan Vormerseweg 11
Artikel 6
Waarde - Waardevolle boom
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Waardevolle boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van de waardevolle bomen. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b.
de aanleg van verhardingen of halfverhardingen; het ophogen, afgraven, en het egaliseren van de gronden.
6.2.2 Uitzondering Het onder 6.2.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en beheer.
6.2.3 Verlening De in 6.2.1 bedoelde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de vitaliteit van de waardevolle boom niet wordt aangetast.
bestemmingsplan Vormerseweg 11
23
24
bestemmingsplan Vormerseweg 11
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Vormerseweg 11
25
26
bestemmingsplan Vormerseweg 11
Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
8.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, d. e.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
8.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 8.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 8.1.1 met maximaal 10%. 8.1.3
Uitzondering
Het bepaalde in 8.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2
Overgangsrecht gebruik
8.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 8.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Vormerseweg 11
27
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Vormerseweg 11.
28
bestemmingsplan Vormerseweg 11
eef terdr Wes
3061 3059
32 30 0 3
LEGENDA
30
Plangebied
8 02
30
57 30 55 30 53 30
263
Verklaring Vormerseweg 11
16
ondergrond: BGT en BRK (datum: 16 mei 2020)
Bestemmingen 3024
Enkelbestemming
3022
3051 3049 3047
Agrarisch met waarden - 2
AW-2
3020 3018
3045
Wonen
W
7
Dubbelbestemming 3 304 1 304 9 303
Waarde - Archeologie 2
6
301
dree
n Zeve
7 303
f
3035 3033
WR-A2 Waarde - Waardevolle boom
WR-WBM
Aanduidingen Bouwvlak bouwvlak
W-1
303
WR-A2
1
9A 302
WR-WBM 11 AW-2
WR-WBM
Gemeente Wijchen Bestemmingsplan 325325 35253725 3 9261
Vormerseweg 11 3263326 35267
status:
vastgesteld
datum:
Februari 2022
schaal:
1:1000
getekend:
J-H
nummer:
P196888 (007-611)
bladformaat:
A3
idn-nummer:
Verbeelding
NL.IMRO.0296.BGBVormerseweg11-VGBP bezoekadressen en contactgegevens:
32531243 924372435 243
32431233 9233723 5
Locatie Nijmegen:
St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught:
Parklaan 21 5261 LR Vught
N
Pouderoyen Tonnaer is een zelfstandig onderdeel van de Aelmans Adviesgroep
Telefoon: E-mail: Website:
+31 (0)24 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www@pouderoyentonnaer.nl