CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_Toelichting en regels Oosterweg 292 Wijchen

Raad openbaar Wijchen 25 april 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 130510 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen22.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Oosterweg 292 Wijchen

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

13 13 14 16 17

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

18 18 19 20 21 22 23 24 26 31 33 36 36

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

38 38 38 38 40 40

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

Bijlagen bij toelichting

43

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

44

Bijlage 2

Ontwerpbesluit hogere waarden

45

Bijlage 3

Digitale watertoets

46

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

47

Bijlage 5

Stikstofdepositieonderzoek

48

Bijlage 6

Verkennend archeologisch onderzoek

49

Bijlage 7

Selectiebesluit archeologie

50

Bijlage 8

Zienswijzenota

51

2

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Regels

53

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

54 54 59

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Natuur Water Wonen - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

60 60 61 62 66 68

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

70 70 70 71

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

72 72 72

Bijlagen bij regels

73

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

74

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

75

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

3

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Toelichting

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

5

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar van het perceel kadastraal bekend als nr. 4421, aan de zuidzijde van de Oosterweg in Wijchen, is voornemens twee nul-op-de-meterwoningen (NOM-woningen) te realiseren. De bestaande bedrijfsloods inclusief de overige bijgebouwen/opstallen en de tennisbaan worden gesloopt c.q. verwijderd. Op 7 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om principemedewerking te verlenen aan dit plan. Om de bouw van de beoogde woningen mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Oosterweg, in het buitengebied van Wijchen en staat kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie H, nr. 4421 (deels). Het plangebied heeft een omvang van circa 4.500 m2 en wordt begrensd door:  Noordzijde: de Oosterweg;  Oostzijde: het bedrijfsperceel van het bedrijf aan de Oosterweg 302a;  Zuidzijde: natuurgronden en daarachter fase 3 van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam;  Westzijde: het woonperceel van de woning aan de Oosterweg 290. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Globale ligging plangebied (rode stip)

6

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Op het overgrote deel van het plangebied is het wijzigingsplan 'Oosterweg 290-292 Wijchen' van toepassing. Op basis van dit plan is de voormalige bedrijfsbestemming gewijzigd in een woonbestemming met de functieaanduiding 'opslag' ten behoeve van inpandige opslag in de bestaande loods. Aan de oostzijde van het plangebied is een zone van 10,0 m breed aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding -1'. Binnen deze zone zijn gevoelige objecten als woningen in beginsel uitgesloten, in verband met het ten oosten gelegen sierbestratingsbedrijf. De zuidzijde van het plangebied is onderdeel van het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen' en diens herziening 'Buitengebied herziening 2014'. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van de bestaande tennisbaan voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarde - 1'. Voor de zuidrand van het plangebied geldt de bestemming 'Water', vanwege de ter plaatse gelegen a-watergang. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en is op basis van het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' een deel van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied', vanwege de ligging aan een oud bebouwingslint.

Uitsnede geldende bestemmingsplannen met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

7

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Het toevoegen van twee wooneenheden is op basis van het geldende wijzigingsplan niet mogelijk, omdat per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan. Oftewel enkel de bestaande woning aan de Oosterweg 290. Bovendien dient de functieaanduiding 'opslag' wegbestemd te worden. Zodoende zal een nieuw bestemmingsplan vastgesteld moeten worden, om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de Oosterweg, een oostelijke invalsroute naar het centrum van Wijchen. Langs dit gedeelte van de Oosterweg, bevindt zich verspreid liggende lintbebouwing, met doorzichten naar het achterliggende agrarische landschap. De Oosterweg wordt begeleid door een kenmerkende bomenlaan. De achterliggende gronden zijn deels onderdeel van de nog te realiseren fase 3 en 4 van nieuwbouwwijk Huurlingsedam.

Vogelvluchtperspectief met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) in relatie tot de nog aan te leggen fase 3 en 4 van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam (gele omkadering) Oorspronkelijk was binnen het plangebied, aan de Oosterweg 292, in de loods met (niet vergunde) bijgebouwen, een houthandel gevestigd. Evenals een bedrijfswoning op het perceel aan de Oosterweg 290. Wegens de verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein, is middels het geldende wijzigingsplan de bedrijfsbestemming gewijzigd in een woonbestemming en is de voormalige bedrijfswoning een burgerwoning geworden. Op basis van het wijzigingsplan moesten binnen 5 jaar na inwerkingtreding van dat plan alle niet vergunde bouwwerken worden gesloopt. De legaal aanwezige loods met een bvo van circa 390 m 2 mag op basis van het wijzigingsplan worden gebruikt voor inpandige statische opslag. Direct achter de loods, ten zuiden van het perceel, is een privé-tennisbaan gelegen. In de omgeving van het plangebied zijn diverse burgerwoningen (voorzien) en een tweetal bedrijven gelegen. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van de omliggende bebouwing en het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

9

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Impressie bestaande en toekomstige omliggende bebouwing met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)

Impressie van het plangebied vanaf de Oosterweg

10

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

2.2

Toekomstige situatie

Ter plaatse van de Oosterweg 292 wordt alle voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt, waardoor de functieaanduiding 'opslag' komt te vervallen. Tevens wordt alle betonnen terreinverharding van het perceel verwijderd, net als de tennisbaan. Hiervoor in de plaats worden twee vrijstaande nul-op-de-meter (NOM)-woningen. Door het realiseren van vrijstaande woningen wordt qua maat en schaal van zowel de kavels als de te realiseren bebouwing aangesloten op de reeds aanwezige lintbebouwing en de ingezette transitie van de Oosterweg naar een woonlint. Bij de situering van de woning op het oostelijke perceel, wordt een afstand van 10,0 m aangehouden ten opzichte van de oostelijke zijdelingse perceelgrens, in verband met het sier-bestratingsbedrijf. Tevens wordt tussen de woningen rekening gehouden met doorzichten vanaf de Oosterweg naar de Huurlingsedam. Door tussen de woningen geen bijgebouwen mogelijk te maken. Bij het positioneren van de woningen is rekening gehouden met een afstand van circa 25,0 m tot de wegas vanwege wegverkeerslawaai. Deze afstand is doormiddel van de bouwvlakken in het bestemmingsplan vastgelegd. De meest westelijke gelegen woning wordt verder naar achteren gepositioneerd voor een betere stedenbouwkundige relatie met de bestaande woning aan de Oosterweg 290.

Bovendien draagt de onderlinge variatie in de voorgevelrooilijnen bij aan het versterken van het organische karakter (individuele ontwikkeling) van het bebouwingslint. Voor de ontsluiting van de woningen, krijgen beide woningen een eigen inrit. Voor de westelijke woning wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit. Voor de oostelijke woningen wordt een nieuwe inrit gerealiseerd tussen twee bestaande bomen langs de Oosterweg. De bomen langs de Oosterweg zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Wijchen en moeten worden gehandhaafd. Vandaar dat de inrit op ten minste 3,0 m vanaf de stam van beide bomen wordt gerealiseerd. Ter plaatse van de beoogde locatie is de afstand tussen de bomen circa 9,5 m. Zodoende bestaat er voldoende ruimte om een inrit van 3,0 m breed te realiseren. Aansluitend op de inrit wordt bij beide woningen voorzien in drie parkeerplaatsen, waarmee voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Landschappelijke inpassing Navolgend is de landschappelijke inpassing van de beoogde woningen opgenomen.

Landschappelijke inpassing (zie ook bijlage 2 bij de regels) bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

11

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

De onderlinge erfgrenzen tussen het plangebied en de naastgelegen percelen worden uitgevoerd met hagen van streekeigen soorten. Ook aan de zijde van de Oosterweg wordt de bestaande afrastering verwijderd en wordt een lage haag aangeplant om het groene straatbeeld langs de Oosterweg te continueren en te versterken. Aan de achterzijde van het plangebied wordt een groene zone ingericht met een hoogstamfruitboomgaard. Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te realiseren is rekening gehouden met de natuurinclusiviteit van het plan. Zo wordt het dakoppervlak daar waar mogelijk als sedum of vegetatiedak uitgevoerd. Behalve dat groene daken een meerwaarde vormen voor de aanwezige flora en fauna, zorgen ze voor verkoeling in de zomer en terwijl ze in de winter de warmte in de woningen vasthouden. Bovendien bufferen groene daken ook regenwater, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan het voorkomen van het overbelast raken van het riool bij hevige regenbuien. Daarnaast zullen drie nestkastvoorzieningen ten behoeve van de huismus, gierzwaluw en de vleermuis worden aangebracht en worden de tuinen ingericht als een natuurvriendelijk tuin met inheemse soorten. Door de toepassing van een insectenhotel en de realisatie van een poel voor het bergen van hemelwater wordt de biodiversiteit verder versterkt.

Ook wordt door het handhaven van de bestaande bomen en het aanplanten van nieuwe bomen het hitte-eilandeffect verminderd (meer schaduw). Op de overgang van het plangebied naar het aangrenzende achterland (dassencompensatiegebied) worden het bestaande gaashekwerk en de groene hagen weggehaald, om de boomgaard voor de das toegankelijk te maken. Duurzaamheid De woningen worden geheel gasloos en als Nul-Op-de-Meter gebouwd. Dit houdt in dat de woningen in basis net zoveel energie opwekken als dat het gebouw en de gebruikers nodig hebben. Hiermee passen de woningen binnen de doelstellingen uit het klimaatakkoord voor 2050. De woningen worden uitgevoerd met een uitstekende isolatie van de gevels, de vloer en het dak. Met een WTW ventilatiesysteem, pv-installatie en een bodem- of luchtwarmtepomp. Beeldkwaliteit Het plangebied ligt ten zuiden van de Oosterweg en valt daarom binnen het gebied rondom de wijk Huurlingsedam, waarvoor de gemeente streeft naar een eenduidige stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit. Er zijn voor deze woningen een aantal spelregels opgesteld, waar het ontwerp aan moet voldoen. De ontwerpen en de architectuur van de twee woningen zullen zodanig uitgewerkt worden, dat deze passen binnen het beeld van de reeds gerealiseerde woningen langs de Oosterweg.

In basis worden de woningen via een traditionele bouwmethode gebouwd en wordt voor beide woningen qua ontwerp gekozen voor een kap met zowel aan de voorzijde, als aan de achterzijde van het dak een overstek.

12

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

13

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de realisatie van twee woningen. Zodoende is artikel 3.6.1, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling hoeft niet doorlopen te worden. 3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (januari 2022)' hebben Provinciale Staten op 21 december 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast. 3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.  Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.

14

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het uitgangspunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Het plangebied ligt net buiten de kern van Wijchen, maar is desondanks onderdeel van bestaand stedelijk gebied, omdat het onderdeel is van de lintbebouwing langs de Oosterweg.

Bovendien wordt direct ten zuiden van het plangebied de nieuwe woonwijk Huurlingsedam (fase 3 en later nog fase 4) ontwikkeld. Ook is binnen de kern Wijchen ionvoldoende ruimte voor woningen van deze omvang. Daarnaast betreft het vrijstaande levensloopbestendige woningen, waarmee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. Ook wordt aan de provinciale duurzaamheidambities gedacht door beide woningen als Nul-Op-de-Meter (NOM) woningen te realiseren. 3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op basis van de regionale woonagenda 2020 - 2030 mogen er in de gemeente Wijchen 1.430 woningen worden gebouwd in de periode tot 2030, waarvan 70 % in de eerste vijf jaar moeten worden gerealiseerd (versnelling). Het overgrote deel van de plancapaciteit bestaat echter uit zachte plannen, waarvan een deel uiteindelijk niet gerealiseerd zal worden.

In de regionale woonagenda is daarom aangegeven dat het wenselijk is om 130 % aan plancapaciteit te realiseren; voor in totaal circa 1.850 woningen tot 2030. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van twee extra woningen binnen het contingent dat beschikbaar is voor 'Kleine woningbouwinitiatieven' en past daarmee binnen het provinciale beleidskader. Ook dient op grond van artikel 2.65b van de omgevingsverordenig in het bestemmingsplan te worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In het onderhavige geval zal het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet worden gekoppeld aan het rioolsysteem, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daarnaast zal rond de woningen beplanting worden aangebracht, waardoor hittestress wordt beperkt. Ook zal door het beperken van terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. Ten aanzien van waterveiligheid zal er geen wateroverlast optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling, aangezien de ingrepen voorkomend uit dit plan het functioneren van het grondwatersysteem niet zullen beïnvloeden.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

15

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt. 3.2.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Wijchen

De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke op 29 mei 2009 is vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw moet dan wel aansluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Derhalve wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden. In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie. In de structuurvisie maakt het plangebied deel uit van een groter gebied dat is aangeduid als 'Ontwikkelen wonen'.

Navolgende afbeelding toont de verbeelding van de structuurvisie:

Verbeelding structuurvisie gemeente Wijchen, met globale aanduiding plangebied (blauwe cirkel) De gemeente kiest voor een concentratie van de bouwopgave voor de kern Wijchen, met als uitbreidingslocaties: de nog te starten locatie Wijchen-West en de al in ontwikkeling zijnde wijk Huurlingsedam.

16

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Planspecifiek Het plangebied grenst aan fase 3 en 4 van de nieuwe woonwijk Huurlingsedam en valt binnen de aanduiding 'Ontwikkelen wonen'. De beoogde toevoeging van twee wooneenheden is in die zin aansluitend op de gewenste concentratie van woningbouw ter plaatse. Bovendien zorgt de sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing voor een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving. De woningen worden voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing, aansluitend bij het landschap en passend binnen de structuur met lintbebouwing aan beide zijden van de Oosterweg. Onderdeel van deze landschappelijke inpassing is het toevoegen van nieuw groen. 3.3.2

Woonvisie Wijchen 2025

De gemeente Wijchen heeft in haar woningbouwprogrammering ruimte gereserveerd voor kleinschalige initiatieven. Hieronder verstaan zij initiatieven met maximaal vier woningen. Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.:  De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte.  Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit.  Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding.  Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos en zo duurzaam mogelijk.  Een passende kwaliteit van wonen bieden, o.a. aan mensen met een zorgvraag. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners.

De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen. Mensen met een zorgvraag blijven langer thuiswonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu niet of onvoldoende beschikbaar zijn in Wijchen. Woonvormen waar bijvoorbeeld verschillende generaties onder één dak wonen of waar men dicht bij (zorg)voorzieningen woont. Woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling van de woning speelt en daarom een huis naar eigen wensen kan indelen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling van twee vrijstaande woningen sluit aan bij het uitgangspunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Het plangebied ligt op dit moment weliswaar nog net buiten de kern van Wijchen, maar binnen enkele jaren sluiten fase 3 en 4 van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam vrijwel aan op het plangebied. Daarmee wordt de Oosterweg feitelijk opgenomen binnen het stedelijk gebied. Los hiervan passen beide woningen binnen de ritmiek van de al bestaande structuur met grotere vrijstaande woningen in de vorm van lintbebouwing langs de Oosterweg. Daarnaast worden de beoogde woningen, aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities, volgens het Nul-Op-de-Meter concept gerealiseerd. 3.3.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.

3.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

17

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Verkeer en parkeren

4.1.1

Verkeer

Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor een vrijstaande woning een maximale verkeersgeneratie van 8,6 motorvoertuigbewegingen, op een gemiddelde weekdag, uitgaande van een ligging in 'matig stedelijk' gebied, in de 'rest bebouwde kom'. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot (8,6 x 2 =) 17,2 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Het plangebied wordt ontsloten via de Oosterweg. Beide kavels krijgen een eigen inrit direct op de Oosterweg. Aangezien de Oosterweg als ontsluitingsweg van het oosten van Wijchen voldoende capaciteit heeft het aantal voertuigbewegingen op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Bovendien worden ter plaatse van het plangebied de bestaande bedrijfsactiviteiten beëindigd, wat voor een vermindering van (vracht)verkeer zorgt. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.2

Parkeren

Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 10 mei 2016 is vastgesteld en op 3 maart 2020 is aangevuld/gewijzigd. In artikel 9.3 en artikel 10.3 van de regels van onderhavig bestemmingsplan is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen uit het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen' of diens rechtsopvolger als uitgangspunt dienen. Voor vrijstaande woningen, in 'matig stedelijk' gebied, in de 'rest bebouwde kom', geldt een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning. Parkeren moet geheel op eigen terrein worden opgelost. Dat betekent dat per kavel voorzien moet worden in tenminste drie parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavelmaat is er voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

18

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt. 4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Ten behoeve van het planvoornemen is een actualiserend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor het actualiserend bodemonderzoek was voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormden een voormalige vermoedelijke olie opslag en het heterogeen voorkomen nikkel in de ondergrond aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden zijn uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de onverdachte hypothese voor de actualisatie van de algemene kwaliteit worden aangenomen. Afgezien van de vooraf verwachtte sterk verhoogde gehalten voor nikkel in de ondergrond, zijn verder in de boven- en ondergrond (inclusief voormalige vermoedelijke olieopslag) en in het grondwater geen noemenswaardige verhoogde gehalten aangetroffen ten opzichte van de streef- en achtergrondwaarden. Voor wat betreft het voorkomen van nikkel in de ondergrond is geen duidelijke bron aanwezig. Het is daarnaast bekend dat in de regio heterogeen sterk verhoogde gehalten voor nikkel voorkomen in de ondergrond en in het grondwater.

Naar aanleiding van de resultaten van het voorgaand onderzoek, waarbij het voorkomen van nikkel in de ondergrond reeds naar voren kwam, heeft de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) destijds reeds aangegeven dat uit kan worden gegaan van natuurlijk verhoogde gehalten. Op basis hiervan wordt wederom aangenomen dat sprake is van natuurlijk verhoogde gehalten voor nikkel, waardoor geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en de saneringsparagraaf van de Wet bodembescherming niet van toepassing is. Derhalve worden aanvullend onderzoek en sanerende maatregelen, niet zinvol geacht. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

19

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in artikel 82 t/m 85 van de Wgh in acht worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:  de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in artikel 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);  de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;  functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen.

Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. 4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Vanwege de ligging van het plangebied binnen de onderzoekszone van de Oosterweg en de Graafseweg met een snelheidsregime van 50 km/u of meer, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de regels gevoegd. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Oosterweg bedraagt 54 en 55 dB ter plaatse van de te realiseren woningen. De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, er wordt echter voldaan aan de maximale grenswaarde van 63 dB. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Graafsebaan (N324), inclusief rotonde, bedraagt 42 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Graafsebaan (parallelweg) bedraagt 29 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bron- en overdrachtsmaatregelen voor het wegverkeerslawaai zijn niet doelmatig of stuiten op stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële bezwaren. Er wordt voldaan aan de gestelde eisen in de 'Beleidsregel vaststellen hogere waarden' van de gemeente Wijchen. Op basis hiervan kan de gemeente de benodigde hogere waarden verlenen om de twee woningen te kunnen realiseren. Vanwege de Oosterweg wordt een hogere waarde van 54 en 55 dB voor respectievelijk de linker en rechter woning verzocht.

De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. Het ontwerpbesluit hogere waarden is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd.

20

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

De hoogste cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, exclusief aftrek, bedraagt 60 dB. Voor de toekomstige woningen dienen aanvullende berekeningen uitgevoerd te worden naar de geluidwering van de gevels, waarmee aangetoond wordt dat voldaan wordt aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB. Het aspect 'geluid', vormt vanwege de verlening van hogere waarden, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is beoordeeld dat de hogere waarden ter plaatse van de beoogde woningen aanvaardbaar zijn.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. 4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele niet-agrarische bedrijven aanwezig. Ten noordoosten van het plangebied is een bedrijfsbestemming (hovenier) gevestigd met milieucategorie 3.1 en een richtafstand van 30 m in gemengd gebied. De milieucontour van dit bedrijf overlapt niet met het plangebied. Het bedrijf wordt derhalve niet in zijn bedrijfsvoering geschaad en omgekeerd bevinden de beoogde woningen geen overlast van dit bedrijf. Ten oosten van het plangebied is een bedrijfsbestemming (tegelhandelaar) gevestigd met milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 m in gemengd gebied. Gezien de bedrijfsbestemming direct aan de boogde woonpercelen grenst is overlapt de milieucontour met het onderhavige planvoornemen. Om deze reden is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de regels gevoegd.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

21

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Uit het onderzoek naar de geluidbelasting vanwege de tegelhandelaar op de gevels van de nieuw te bouwen woningen zijn maatregelen nodig om de geluidbelasting te reduceren tot acceptabele waarden. Hiertoe dient het aanwezige geluidscherm op de erfgrens tussen de woningen en het bedrijf met een hoogte van 2,4 m behouden te blijven en over een lengte tenminste 28 m verhoogd te worden naar 3,2 m. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt, inclusief maatregelen, ten hoogste 49 dB(A). In de avond- en nachtperiode zijn er geen relevante geluidbelastingen. De geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen voldoet aan de richtwaarden voor goede ruimtelijke ordening en de normen van het Activiteitenbesluit. Het maximaal (piek)geluidniveau bedraagt, inclusief maatregelen, ten hoogste 61 dB(A). In de avonden nachtperiode zijn er geen relevante geluidbelastingen. De geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen voldoet aan de richtwaarden voor goede ruimtelijke ordening en de normen van het Activiteitenbesluit. Met het gedeeltelijk verhogen van het geluidscherm tussen de woningen en het bedrijf wordt er ter plaatse van de woningen een acceptabel woon- en leefklimaat gerealiseerd. Voor de tegelhandelaar kan met de verhoging van het scherm voldaan worden aan het Activiteitenbesluit en wordt daarmee niet geschaad in zijn activiteiten.

Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

22

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal twee woningen mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 langs de Oosterweg bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 14,0 µg/m3, 16,5 µg/m3 en 9,5 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

maximaal 3 ouE/m³

maximaal 2 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

maximaal 14 ouE/m³

maximaal 8 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Wijchen heeft geen gemeentelijke geurverordening vastgesteld. De normen voor de geurbelasting op basis van de Wet geurhinder en veehouderij zijn daarom van toepassing. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

23

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). 4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van agrarische bedrijven met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. Bovendien zijn tussen de omliggende agrarische bedrijven en het plangebied reeds andere gevoelige woonbestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. Het Bevt verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

24

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Voor het bepalen van de risico's op het gebied van externe veiligheid is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Hieruit komt het volgende naar voren:

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe stip) Inrichtingen c.q. bedrijven Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De meest nabijgelegen inrichting is gelegen op een afstand van circa 750 m tot het plangebied en betreft een bovengrondse propaantank van 5.000 l bij MHC Wijchen. De plaatsgebonden risicocontour van een dergelijke installatie bedraagt 0 m. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over waterwegen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over wegen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over het spoor Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een spoorweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een buisleiding waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Oosterweg 292 Wijchen" (definitief)

25

bestemmingsplan Oosterweg 292 Wijchen

4.8

Waterhuishouding

Wettelijk kader Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, moet een watertoets worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (artikel 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (artikel 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=226891ad-eecf-4098-9927-50b948f20b87