CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting en regels bestemmingsplan Distelweg 11 Wijchen

Raad openbaar Wijchen 25 april 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 77498 Beslisnota vaststelling bestemmingsplan Distelweg 11 Wijchen17.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Distelweg 11, Wijchen Gemeente Wijchen

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Distelweg 11, Wijchen NL.IMRO.0296.WOEZDistelweg11-VG01 Vastgesteld Februari 2024 56.10.22

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:

Buro Ariëns BV Mevr. M. Kesseler

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Mevr. L. Brouwer Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Distelweg 11, Wijchen

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen

7 7 7 7 8 8 9 11 13 13 14 15 15 19 19 24 29 30 30 33 34 34 35 36 36 36 36 36

Bijlagen bij de toelichting

37

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

39 41 43 45

Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Watertoets Quickscan flora & fauna

Distelweg 11, Wijchen

3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

47 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Leiding - Gas Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

49 49 54 55 55 58 60 62 63 63 63 63 64 64 65 65 65

Bijlagen bij de regels

67

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

69 71 73 75

4

Landschappelijke inpassing Cultuurhistorische waarderingskaart Beleidsnota cultuurhistorie met bijlagen Cultuurhistorische waardering

Distelweg 11, Wijchen

Toelichting

Distelweg 11, Wijchen

5

6

Distelweg 11, Wijchen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De initiatiefnemers hebben het voornemen om een seniorenwoning te realiseren op het perceel Distelweg 11 in Wijchen. Op het perceel staat momenteel de woning van de initiatiefnemers. De nieuwe woning is ten zuiden hiervan gepland in de huidige tuin. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in Wijchen, op een landelijke locatie die omgeven is door woonwijken en bedrijventerreinen. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

Distelweg 11, Wijchen

7

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in een overgangsgebied van de bebouwde kom naar een omgeving met een landelijk karakter. Het maakt onderdeel uit van het uitloopgebied Woeziksestraat e.o. en is omgeven door de woonwijken en bedrijventerreinen van Wijchen. Het gebied vormt eigenlijk de overgang van het meer stedelijke gebied naar een soort van landelijke enclave in het stedelijk gebied. Kenmerkend is ook de veelheid aan functies in de omgeving. Het plangebied (kadastraal bekend gemeente Wijchen, sectie K no. 1055) is in de huidige situatie bebouwd met de woning met adres Distelweg 11 en de daarbij behorende ruime tuin met veel opgaand groen. Het oostelijk deel van het plangebied is in gebruik als weide. De Distelweg (aan de westzijde van het plangebied) is een landweg, die alleen door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Aan de noordzijde van het perceel is het open landelijk gebied gelegen waar enkele jaren geleden (december 2015) een bestemmingsplan voor een nieuwe woning in vastgesteld, welke momenteel gerealiseerd wordt. Ten zuidwesten van het plangebied loopt de Gagelvenseweg. Ten zuiden van het plangebied is een hoveniersbedrijf gevestigd. Op de foto's en luchtfoto is een wat gedetailleerder beeld van het perceel te zien.

Luchtfoto van het plangebied (bron: PDOK Viewer)

8

Distelweg 11, Wijchen

Huidig aanzicht plangebied vanaf de Gagelvenseweg (bron: google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt er een seniorenwoning in het plangebied gerealiseerd. De toekomstige bewoners van de nieuwe woning wonen nu in de bestaande woning op het perceel. Deze bestaande woning zal met het initiatief bewoond gaan worden door de zoon van initiatiefnemer. Door deze constructie zal ook mogelijk toekomstige (mantel)zorg door de zoon worden geleverd. De huidige starterswoning aan het Hof van Hagevoort van de zoon zal hierdoor vrij komen. Dit draagt bij aan het verminderen van het woningtekort en het beleid om langer thuis te blijven wonen en zorg daar ter plaatse te organiseren. De nieuwe woning wordt gebouwd ten zuiden van de bestaande woning. Door de reeds dichte hoogopgaande groene perceelgrensbeplanting zal deze woning groen worden ingepast waardoor die uit het zicht zal staan vanaf de Gagelvenseweg. Om de woning duurzaam te kunnen realiseren en te gebruiken is er een behoefte aan zonnepanelen. Deze zonnepanelen zullen vanwege de vele schaduw niet op de nieuwe woning worden geplaatst maar op het grasveld aan de oostzijde. Dit veld zal verder landschappelijk worden ingepast met o.a. hagen, een hoogstamfruitboomgaard en een moestuin.

In de regels van dit plan is middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de aanleg van de landschapselementen uit het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1 van de regels) aangelegd en in stand gehouden dienen te worden. Zie hieronder een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan (deze tekening betreft een concept en wordt nog definitief gemaakt). De woning zal bestaan uit één bouwlaag met kap waarvan de hoofdfunctie op de begane grond worden gerealiseerd. De woning krijgt een maximale bouwhoogte van 7,5 m en een maximale goothoogte van 3,5 m. Het bijgebouw bij deze woning zal achter de voorgevel komen. De nieuwe woning zal ontsloten worden via de al bestaande en zelfde inrit als Distelweg 11. Ten behoeve van de reeds bestaande woning wordt een nieuwe inrit in het noordwesten van het plangebied gerealiseerd. Het plan voorziet in het toevoegen van 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Op de verkeerssituatie wordt nader ingegaan in paragraaf 4.4.

Distelweg 11, Wijchen

9

Qua materialen en kleuren zal aansluiting worden gezocht met de omgeving. De onderstaande afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie. Een geluidsscherm zal geluidshinder van de naastgelegen weg voorkomen, dit scherm zal een groen geluidsscherm zijn.

Impressie toekomstige situatie (bron: Buro Ariëns)

De gemeente Wijchen ontvangt meer kleinschalige woningbouwinitiatieven dan er gebouwd mogen worden. Daarom heeft zij een toetsingssysteem voor kleine particuliere initiatieven, waarbij zij kijkt naar ruimtelijke kwaliteit, woonbehoefte en duurzaamheid. De gemeente heeft op basis van deze afwegingscriteria een positief besluit genomen ten aanzien van dit plan.

10

Distelweg 11, Wijchen

2.3

Duurzame stedenbouw

In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Ook bij kleine planontwikkelingen zoals deze kunnen duurzaamheidsprincipes worden meegenomen in de opzet van het plan. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie.

Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Tevens is natuurinclusief bouwen een kans, waarbinnen diverse mogelijkheden voor het ondersteunen van natuur en biodiversiteit liggen. Planspecifiek De nieuwe woning zal qua bouw en gebruik duurzaam worden uitgevoerd: BENG (bijna energieneutraal gebouw). Hierbij kan gedacht worden aan duurzaam materiaalgebruik (FSC houtsoorten, keramiek, CO2 neutraal beton), hoge isolatiewaarden, zonnepanelen, een warmtepomp en het hergebruik van hemelwater. Door het toepassen van hogere isolatiewaarden (hoger dan de Bouwbesluit eis), wordt de warmtevraag beperkt en het comfort verhoogd. Door het toepassen van zonnepanelen wordt voorzien in de elektrische energiebehoefte. De zonnepanelen komen in het achterliggende weitje: het dak van de bestaande woning kan slechts beperkt worden gebruikt. Zonnepanelen op het dak van de nieuwe woning zal door bomen beperkte opbrengst geven.

De zonnepanelen zullen zoveel mogelijk worden georiënteerd naar het zuidwesten, voor een optimale opbrengst. Door het kiezenvoor een warmtepomp wordt er energie onttrokken aan een duurzame bron. Door opslag van hemelwater kan in theorie op jaarbasis tot 50% bespaard worden van het totale waterverbruik. Dit wordt in dit plan gedaan door het plaatsen van een regenton: hiermee worden de (tuin)planten van water voorzien. Daarnaast wordt eenhemelwatersysteem toegepast, waarbij zowel de toilet, de wasmachine en de buitenkraan structureel van hemelwater wordt voorzien na filtering. Daarnaast is er ook bij de bestaande woning een slag in duurzaamheid te maken. Zo zal de bestaande woning door het plaatsen van de zonnepanelen in de toekomst van het gas af gaan. Dak, gevels en vloer (de buitenschil) van de woning zijn reeds geïsoleerd en de woning is reeds afgekoppeld van het hemelwater.

Distelweg 11, Wijchen

11

Waar mogelijk zullen materialen hergebruikt worden (circulair bouwen). Er zullen gebruikte dakpannen worde n toegepast en ook gebroken puin ten behoeve van de fundatie van de inrit. Ook zal er een combinatie worden gemaakt van houtskeletbouw en metselwerk. De houtskeletbouw zal dusdanig gedetailleerd worden, zodat in de toekomst gedemonteerd en hergebruikt kan worden. Indien de markt het heeft, zal gebruikt hout worden t oegepast. Bij de inrichting van de buitenruimte zal tevens rekening worden gehouden met zo min mogelijk verharding en het behouden van beplanting en waar nodig het extra aanplanten van groen ter voorkoming van water- en hittestress.

12

Distelweg 11, Wijchen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Distelweg 11, Wijchen

13

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking Met voorliggend plan wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig. Het voorliggende plan past binnen het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

14

Distelweg 11, Wijchen

Planspecifiek Onderhavig initiatief maakt één nieuwe seniorenwoning mogelijk aan de rand van het stedelijk gebied. Door het toevoegen van één seniorenwoning wordt direct ingespeeld op een provinciaal (alsook een nationaal- en gemeentelijk) streven om voor senioren nieuwe vormen van wonen en zorg te stimuleren. De woning wordt BENG (bijna energieneutraal gebouw) gebouwd. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie uit de Omgevingsvisie voor een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De Omgevingsverordening stelt voor de locatie van de nieuwe woning geen nadere regels. Het initiatief past binnen het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale woonagenda In de Gelderse Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is voor het provinciale woonbeleid opgenomen dat de regiogemeenten in Gelderland als onderdeel van de regionale woonagenda komen tot afspraken over de kwantitatieve opgave voor woningbouwprogrammering. Hierbij hebben partijen gedeeld dat dit kader voor regiogemeenten zowel als basis dient voor programmatische afwegingen volgende de Rijksladder voor Duurzame verstedelijking als het adaptief programmeren. Op 19 oktober 2020 is door de Regio Nijmegen de Woonagenda uit februari 2018 vernieuwd voor de periode 2020-2030. Als gevolg hiervan stijgt het totaal aantal nieuw te bouwen woningen tot 16.000 tot 2030 met de focus op de eerste 5 jaar. Voor Wijchen is de lokale woningbouwopgave 1.430 woningen tot 2030. Uitgangspunt daarbij is dat met name kwalitatieve woningbouw voorrang krijgt op standaard woningbouwprojecten. Planspecifiek Het plan draagt summier bij aan een toename van het aantal woningen binnen de gemeente Wijchen. Vanuit kwalitatief oogpunt speelt het plan, door het mogelijk maken van één seniorenwoning, in op een actuele lokale vraag naar meer geschikte woningen voor senioren. Vanuit kwantitatief oogpunt zal er tevens een starterswoning binnen de gemeente vrij komen, die direct in de vraag naar woningen voor deze doelgroep voorziet. Dit wordt nader onderbouwd in paragraaf 3.4.

Het plan past daarmee binnen de regionale woonagenda.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische visie en Structuurvisie Wijchen Strategische Visie Wijchen In maart 2007 is de Strategische Visie Wijchen 2025 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van de gemeente Wijchen tot het jaar 2025. De visie richt zich op een viertal leidende thema's, te weten: bedrijvig Wijchen, sociaal sterk, duurzaam groen en de Wijchense identiteit. Duurzaam en kwalitatief zijn ook sleutelwoorden voor de ontwikkeling van het buitengebied en de kleine kernen. De grote rijkdom aan natuur- en landschapswaarden vormt het uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. Wijchen zet in op een beheerste groei van recreatie, verbrede landbouw, ontwikkeling van groene en blauwe diensten en vitale kernen. Er wordt een groene relatie tussen het stedelijk gebied met het buitengebied nagestreefd met zo weinig mogelijk barrières. De groen-blauwe relatie tussen de kern Wijchen en het omringende buitengebied wordt verbeterd teneinde groen en water tot in de kern te laten doorlopen. In de Strategische visie 2025 zijn de belangrijkste 'groene' ambities als volgt verwoord: 1. verdere ontwikkeling alleen met respect voor landschap, cultuurhistorie en natuur;

Distelweg 11, Wijchen

15

2. 3. 4.

meer ruimte voor water; duurzame inrichting; nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan hun bijdrage aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.

De groene ambities zijn nader vorm gegeven in het gemeentelijke Groenstructuurplan kleine kernen (april 2004) en het Landschapsontwikkelingsplan (december 2006). Structuurvisie Wijchen De Structuurvisie Wijchen, die door de gemeenteraad op 9 juli 2009 is vastgesteld, betreft een doorvertaling van de strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025. Uitgegaan wordt van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil de komende 10 jaar onder meer: 1. herstel hydrologie kwelgebieden in Oost Wijchen; 2. ontwikkeling en versterking van de EVZ Heumen - Horssen; 3. aanleg van landschapselementen en (erf)beplantingen, die passen bij het gebied; 4. versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; 5. nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; 6. kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; 7. ruimte voor versterking en ontwikkeling agrarische sector; 8. behoud en versterking bestaande recreatie terreinen; 9. extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; 10.

behoud en versterking van een goede woon- en leefomgeving. Met betrekking tot het onderdeel 'Wonen' kiest de gemeente Wijchen voor een concentratie van de bouwopgave voor de kern Wijchen. Deze stedelijke opgaven krijgen waar mogelijk een duidelijke relatie met groen en water. De gemeente beschrijft kansen in een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen. Ook beoogt de gemeente afstemming van stedelijke ontwikkeling op de milieutechnische thema's, zoals geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Planspecifiek De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de structuurvisiekaart van de gemeente Wijchen. Het plangebied ligt op de grens van 'bestaand stedelijk gebied' (roze kleur) en 'gemengde functies buitengebied / verbreden landbouw' (licht groene kleur). De gemeente Wijchen streeft naar het zo goed mogelijk benutten van de ruimte in bestaand stedelijk gebied voor het bouwen van woningen (inbreiding en revitalisering). Met de realisatie van één woning tegen het bestaande stedelijk gebied aan binnen de zone gemengde functies buitengebied sluit voorliggend plan aan bij het beleid uit de Strategische visie en Structuurvisie Wijchen. De woning voorziet in een behoefte naar meer geschikte woningen voor ouderen en is daarmee passend binnen de Structuurvisie.

16

Distelweg 11, Wijchen

Uitsnede structuurvisiekaart, plangebied rood omcirkeld

3.4.2 Woonvisie Wijchen 2025 De Woonvisie Wijchen zet de koers van het gemeentelijk woonbeleid uit naar de toekomst. Hierin wordt omschreven waar moet worden bijgestuurd, afgeremd of versneld om de doelen van het woonbeleid te bereiken. De woonvisie heeft twee uitgangspunten: het thuisgevoel versterken en verder kijken dan de trends van nu. Om het woningaanbod in balans te krijgen wordt in de woonvisie gesproken over meer mogelijkheden voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is de bedoeling dat starters en jonge gezinnen in de gemeente kunnen blijven of komen wonen. Dit kan onder andere door mogelijkheden te bieden voor splitsing van bestaande woningen, waardoor een koopwoning binnen het financiële bereik van starters kan komen. Daarnaast is het de bedoeling dat (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan nieuwe woonvormen, zoals verschillende generaties onder één dak en het toevoegen van woningen in een vorm waarbij de eindgebruiker centraal staat. Planspecifiek Dit plan maakt de komst van één seniorenwoning binnen het plangebied mogelijk. Door het verhuizen zal er een starterswoning vrijkomen. In de woonvisie benadrukt de gemeente het belang van passende woningen voor jongeren, starters, senioren en mensen met een zorgvraag.

Het plan speelt daarmee direct in op een actuele behoefte binnen de gemeente. Het initiatief is passend binnen de woonvisie.

Distelweg 11, Wijchen

17

3.4.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingplan "Woeziksestraat e.o.", vastgesteld op 25 maart 2004. Het deel van het plangebied waar de bestaande woning is gelokaliseerd heeft de bestemming 'Woondoeleinden'. De overige gronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'Agrarisch gebied'. Langs de westzijde van het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Leidingen - gastransportleiding'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De nieuwe woning is beoogd ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch gebied'. Hier is het niet toegestaan om een woning te bouwen. Daarom is voorliggend initiatief strijdig met het geldende bestemmingplan en is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

18

Distelweg 11, Wijchen

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. De gehele rapportage is toegevoegd als bijlage 1. Hierin wordt geconcludeerd dat in geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde is overschreden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt.

Distelweg 11, Wijchen

19

Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het meest nabijgelegen rekenpunt 15555797 (aan de Schoenaker ten noorden van het plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 18.7 µg/m3

PM10 (fijnstof) 16.5 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9.3 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (toevoegen één woning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen.

Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Het plangebied ligt aan de Distelweg 11 in Wijchen. Industrielawaai is hier niet aan de orde. Om de gevolgen van wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai te bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het gehele onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 2. Wat betreft wegverkeerslawaai wordt niet op alle punten aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. Er is een maatregelenonderzoek verricht om te kunnen bepalen of het in redelijkheid mogelijk is om de overschrijding teniet te doen. Maatregelen aan de bron worden als

20

Distelweg 11, Wijchen

niet doeltreffend beschouwd. Wat betreft overdrachtsmaatregelen is het mogelijk om een 2 meter hoog akoestisch scherm te plaatsen aan beide zijden van de zuidwesthoek van het perceel. Met het realiseren van het scherm wordt een zodanige reductie verkregen dat op alle punten wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In de regels van dit plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de nieuwe woning pas in gebruik mag worden genomen als deze geluidwerende voorziening gerealiseerd is. Wat betreft railverkeer wordt op geen enkel punt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB overschreden. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen).

Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een hoeveelheid aan functies (woningen, bedrijventereinnen, landelijk gebied). Aangezien er sprake is van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG met 1 stap/categorie worden verkleind. Ten zuidwesten van het plangebied is een hoveniersbedrijf gevestigd op de hoek van de Gagelvenseweg en de Zesweg.

De VNG geeft voor een hoveniersbedrijf (> 500 m²) gereduceerde richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid, 10 meter voor de aspecten geur en gevaar en 0 meter voor het aspect stof. De nieuwe woning is beoogd op circa 60 meter van de bedrijfsloods en bedrijfsactiviteiten. Daartussen ligt nog de bedrijfswoning behorende bij het bedrijf. Hiermee wordt aan de richtafstanden voldaan. Uit het akoestisch onderzoek in bijlage 2 blijkt tevens dat ten aanzien van geluidbelasting van het hoveniersbedrijf sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning. Overige bedrijven en functies liggen op een veel grotere afstand van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat bij de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat er met het plan geen bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

Distelweg 11, Wijchen

21

4.1.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR).

Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Naast deze veiligheidsafstanden volgens het Revi wordt voor LPG-tankstations een aanvullend effectgericht beleid gevoerd, waarmee de gevolgen van een ongeval bij een LPG-tankstation worden beperkt (i.c. de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico). Met de effectgerichte benadering wordt deels een verantwoordelijkheid bij het bevoegd gezag gelegd: het is aan het bevoegd gezag om een afweging te maken of een object binnen het aangegeven effectgebied mag worden gerealiseerd.

Rekening moet worden gehouden met een effectafstand van 60 meter van het LPG-tankstation voor (beperkt) kwetsbare objecten en een afstand van 160 meter voor zeer kwetsbare objecten (dit zijn objecten waar groepen personen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid, zoals minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten). Planspecifiek Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website met de locatie van de nieuwe woning aangegeven met de roze markering.

22

Distelweg 11, Wijchen

Uitsnede risicokaart

Uit de risicokaart is op te maken dat ten zuiden en oosten van het plangebied op circa 15 meter afstand een buisleiding van de Gasunie ligt. Op circa 450 meter afstand ten zuiden van het plangebied ligt de spoorlijn Tilburg - Nijmegen. Dit is een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor het overige zijn er in de nabijheid van het plangebied geen Bevi-inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig die een risico opleveren. De gasleiding betreft een hogedruk aardgastransportleiding (N576-71-KR-003) met een maximale werkdruk van 40 bar en een diameter van 4”. In het kader van de het projectbesluit om het zuidelijk gelegen hoveniersbedrijf aan de Gagelvenseweg mogelijk te maken, is onderzoek verricht naar deze gasleiding. De informatie over de leiding hieronder is aan dit onderzoek ontleend. De 10-6/jr PR-contour is nihil en ligt op de leiding. De inventarisatieafstand bedraagt 45 m. Het plangebied ligt hier binnen. De totale lengte bedraagt 2.210 m. De leiding loopt vanuit het bedrijventerrein Bijsterhuizen naar het gasontvangststation (GOS) aan de Vijverlaan, ten zuiden van de spoorlijn Nijmegen - ’s-Hertogenbosch. Ten zuiden en noorden van het plangebied liggen in het invloedsgebied circa 85 woningen en 7.600 m² aan bedrijven. In totaal zijn er volgens het onderzoek circa 260 mensen aanwezig.

Het aantal mensen dat door de realisatie onderhavig plan extra worden “toegevoegd” in het invloedsgebied bedraagt 2,4 personen (een gemiddeld huishouden) voor de nieuwe woning aan de Distelweg. Indien er een incident met de buisleiding plaatsvindt, zullen er dus zo’n 1% meer slachtoffers zijn. Dit is dusdanig weinig dat hierdoor het groepsrisico nauwelijks zal toenemen. Bovendien is sprake van zelfstandige bewoning, de bewoners zullen in principe zelfredzaam zijn.

Distelweg 11, Wijchen

23

Voor wat betreft het spoor geldt ook dat dat de PR-contour 0 meter is. Voor wat betreft het groepsrisico geldt dat gezien de afstand tot het spoor (minimaal 450 meter) en de relatief lage bezettingsgraad van de nieuwe woning (2,4 mensen) de toename van het groepsrisico nihil is. Bovendien is, zoals eerder gemeld, sprake van zelfstandige bewoning en zijn de bewoners zelfredzaam. De ligging van de leiding zal middels een dubbelbestemming gevrijwaard worden van bebouwing. Gezien het bovenstaande is het initiatief op het gebied van externe veiligheid uitvoerbaar.

4.2

Water

Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 1.

Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied ligt op de rand van de bebouwde kom van Wijchen, de terreinhoogte is circa 8,0 m +NAP (Bron: AHN). De bodem ter plaatse bestaat uit zand, waarvan de bovengrond uit voornamelijk matig grof zand bestaat en de diepere lagen uit matig fijn zand. Op ongeveer 650 m ten westen van het plangebied bevindt zich nog een peilbuis (B45F0073-001). Volgens deze peilbuis heeft de grondwaterstand in de periode september 1950 t/m mei 2001 niet hoger gestaan dan 6,75 m+NAP en niet lager dan 5,25 m+NAP. De gemiddelde grondwaterstand in deze peilbuis was 6,00 m+NAP. Voor het plangebied betekent dat naar verwachting deze grondwaterstand ongeveer 0,10 m hoger staat, dus niet hoger dan 6,85 m+NAP en niet lager dan 5,35 m+NAP en het gemiddelde op 6,10 m+NAP. Op ongeveer 500 m ten noorden van het plangebied bevindt zich peilbuis B39H0428, welke beschikt over de meest recente gegevens met betrekking tot de grondwaterstanden. Volgens deze peilbuis heeft de grondwaterstand in de periode april 1978 t/m december 2019 niet hoger gestaan dan 6,9 m+NAP en niet lager dan 5,19 m+NAP. De gemiddelde grondwaterstand in deze peilbuis was 5,8 m+NAP. Voor het plangebied betekent dat naar verwachting deze grondwaterstand ongeveer 0,10 m hoger staat, dus niet hoger dan 7,00 m+NAP en niet lager dan 6,29 m+NAP en het gemiddelde op 5,9 m+NAP.

Oppervlakte- en afvalwatersysteem Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noordoosten van het plangebied ligt op 10 meter afstand de dichtstbijzijnde A-watergang. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Peilbesluit Bloemers (2014). In het deelgebied waar het plan zich bevindt (peilvak BLM027) is het winterpeil bepaald op 5,55 m+ NAP en het zomerpeil op 5,65 m +NAP.

24

Distelweg 11, Wijchen

In het plangebied ligt een bestaande woning die is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Dit betreft een gemengd openbaar vrijvervalriool in de Gagelvenseweg. Bij de ontwikkeling van de nieuwe woning moet deze eveneens op het genoemde rioleringsnet van de gemeente worden aangesloten. Afvalwater zal via dit rioleringsnet worden verwerkt. Ecosysteem Het plangebied ligt niet binnen het Gelders natuurnetwerk of een beschermingszone voor natte natuur. 2. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater.

De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt.

Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig. 3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving.

Distelweg 11, Wijchen

25

3.1 Leefomgeving algemeen Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Voorliggend initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding of watergangen en oppervlakte water in de omgeving. Zo wordt de woning hydrologisch neutraal gebouwd en zal het hemelwater op eigen terrein worden opgevangen en hergebruikt. Onder punt 3.2 tot en met 3.5 is in meer detail weergegeven welke concrete invulling aan het aspect water is gegeven. 3.2 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit.

Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan In de omgeving van het plangebied is een A-watergang aanwezig. Deze bevindt zich op ruime afstand van de nieuw te realiseren woning (circa 100 meter). Water wordt niet rechtstreeks afgevoerd op deze watergang.

Het plan heeft geen gevolgen voor de watergang. Het plangebied ligt niet binnen een beschermingszone voor Ecologisch natte zones of natte natuur. Het hemelwater zal worden opgevangen op eigen terrein. Bij de bouw worden niet-uitlogende materialen gebruikt. Afvalwater wordt met een nieuwe aansluiting op het bestaande rioolsysteem afgevoerd. De capaciteit van de riolering is voldoende om het afvalwater van de woning te ontvangen. 3.3 Klimaatverandering Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of

26

Distelweg 11, Wijchen

teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. Gevolgen van/voor het plan Het behouden van het vele groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Met voorliggend plan blijven bestaande bomen gehandhaafd en waar nodig aangevuld met nieuwe aanplant.

In navolgend onderdeel 3.4 in uiteengezet hoe er wordt omgegaan met de toevoeging van verharding in het plangebied en op welke manieren maatregelen getroffen kunnen worden met betrekking tot het opvangen van regenwater. Drinkwaterbesparing is bijvoorbeeld mogelijk door een opslagsysteem voor hemelwater te realiseren en bij droogte met het opgeslagen regenwater de tuin te besproeien. Dit kan o.a. met het plaatsen van regentonnen. 3.4 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging.

Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan In de huidige situatie is reeds geen verharding aanwezig. Voor de toekomstige verharding wordt uitgegaan van een oppervlakte van circa 250 m² (110 m² woning en circa 140 m² tuin en inrit). In totaal is er daarmee een toename van verharding van circa 250 m². Deze toename valt binnen de eenmalige uitzondering voor particulieren en kleine bedrijven van het waterschap Rivierenland. Conform het gemeentelijke uitgangspunt dient al het hemelwater op eigen terrein te worden verwerkt. Daarbij wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid verharding binnen het plangebied in de toekomstige situatie: circa 250 m². Er is gerekend met 15

Distelweg 11, Wijchen

27

millimeter waterberging per m2. Dit staat voor een bui die 1 keer per jaar valt. Dit komt neer op een capaciteit van 3,75 m³. Om deze benodigde capaciteit binnen het plangebied op te kunnen vangen worden maatregelen getroffen. Onder andere het plaatsen van infiltratiekratten, grindkoffers, een greppel, wadi of vijver/poel bij de nieuwe woning kan ervoor zorgen dat hemelwater binnen eigen terrein opgevangen wordt en de gronden van de naastgelegen percelen en de weg niet te maken krijgen met wateroverlast. Hiervoor is in het plangebied voldoende ruimte. Ook kan gedacht worden aan het plaatsen van regentonnen om zo hemelwater te kunnen hergebruiken. Daarnaast is het mogelijk om bij de aanleg en inrichting van de tuin rekening te houden met de waterberging. Hemelwater dat valt op terrassen kan in de tuin infiltreren. De exacte uitvoering van de compensatiemaatregelen worden nader uitgewerkt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met zwaardere buien dan degene die 1 keer per jaar voorkomen. Om te borgen dat al het hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt, is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen waarin is bepaald dat hydrologisch neutraal moet worden gebouwd. 3.5 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem.

Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico's van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan Wateroverlast is als gevolg van het plan niet te verwachten. Voor de ontwateringsdiepte is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) relevant. Om grondwateroverlast te voorkomen, moet de GHG meer dan 1,00 m onder vloerpeil begane grond komen te liggen. In een worstcase scenario is er sprake van een hoogste grondwaterstand van 7,00 m+NAP (zie punt 1).

Het vloerpeil van de woning zal daarom minimaal op 8,00 m+NAP gerealiseerd worden. Het plangebied is gelegen op circa 10 m afstand van de A-watergang. Dit betreft echter bestemming 'Agrarisch', waar enkel zonnepanelen geplaatst worden. De nieuwe woning komt op circa 100 m afstand van de A-watergang. Gelet op de ruime afstand van de beoogde woning tot de watergang (circa 100) en dat de tuin omheind zal worden is verdrinkingsgevaar niet aan de orde. Het plangebied ligt op minder dan 50 m van de riooloverstort ten zuidoosten van het plangebied. Ook hier ligt de nieuwe woning een veel grotere afstand. Gelet op deze ruime afstand zijn gezondheidsrisico's niet aan de orde. 4. Overwegingen en conclusie Overwegingen Met het plan wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Het verhard oppervlak in het plangebied neemt hierdoor toe. Gezien de grondwaterstand in het gebied wordt voldaan aan de ontwateringseisen. In de omgeving is verder geen (beschermd) oppervlaktewater aanwezig waar dit plan een negatief effect op kan hebben. Afvalwater afkomstig van de nieuwe woning wordt afgevoerd naar het riool. Hemelwater kan op eigen terrein geborgen worden om te hergebruiken of om te laten infiltreren. Voorliggend plan heeft daarmee geen noemenswaardige effecten op het aspect water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=f1c8ef78-ebfc-41cb-9e18-61822e698e0e