Bijlage 1: Toelichting en regels bestemmingsplan ‘Broekstraat 37 Hernen’
Tekst van het document
Broekstraat 37 Hernen
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
12 12 13 15 17
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & Parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
18 18 19 19 21 22 23 24 26 30 32 34 35
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan
36 36 37
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39 39
Bijlagen toelichting
42
Bijlage 1
Quickscan bodemformulier
43
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
44
Bijlage 3
Quickscan bedrijven en milieuzonering
45
Bijlage 4
Watertoets
46
Bijlage 5
Stikstofdepositieonderzoek
47
2
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Regels
48
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
49 49 54
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - 2 Wonen - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
55 55 58 62 64 66
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels
68 68 68 68
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
69 69 69
Bijlagen regels
71
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
72
Bijlage 2
Cultuurhistorische waarderingskaart
73
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
3
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
4
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Toelichting
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
5
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar van het perceel kadastraal bekend als nr. 278, aan de Broekstraat in Hernen, is voornemens om zijn bestaande, karakteristieke woonboerderij op te splitsen in twee wooneenheden door de bestaande mantelzorgwoning te veranderen van functie naar een reguliere woning. Op 11 december 2022 heeft het college besloten om in principe medewerking te verlenen aan dit plan. Om splitsing van de woning mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Broekstraat, in het buitengebied van Hernen en staat kadastraal bekend als gemeente Bergharen, sectie D, nr. 278. Het plangebied heeft een omvang van circa 21.570 m2 en wordt begrensd door Noordzijde: een agrarisch perceel, kadastraal bekend als nr. 277; Oostzijde: de Piekenbroek; Zuidzijde: de Broekstraat; Westzijde: een agrarisch perceel, kadastraal bekend als nr. 305. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied (rode stip)
6
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2013 en diens herziening, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 oktober 2014. De gronden in het plangebied hebben de enkelbestemmingen 'Wonen - 1' en 'Agrarisch met waarden - 2'. Daarnaast kent het plangebied deels de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 2' en deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Binnen de bestemming 'Wonen - 1' is per bestemmingsvlak maximaal één woning toegestaan. Behalve het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', is ook het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' van toepassing op het hele plangebied. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 3 mei 2017. In dit parapluplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'.
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met ligging plangebied (rode omkadering) De beoogde woning toevoeging past niet binnen de ter plaatse geldende bestemming 'Wonen - 1'. Vandaar dat het bestemmingsplan wordt herzien.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
7
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Broekstraat in het buitengebied van Hernen. De Broekstraat is een oostelijke invalsroute naar het centrum van Hernen, dat begeleid wordt door een kenmerkende bomenlaan. Langs het gedeelte van de Broekstraat dat buiten de bebouwde kom is gelegen, bevindt zich verspreid liggende bebouwing, met doorzichten naar het achterliggende landschap. Het plangebied is in de bestaande situatie bebouwd. Op het woonperceel is een karakteristieke woonboerderij gevestigd met een oppervlakte van circa 210 m2. De woonboerderij bestaat voor een deel uit een mantelzorgwoning, die op huidig moment niet meer in gebruik is. Op het perceel grenzend aan de woonboerderij, staat een schuur met een oppervlakte van circa 364 m 2. Verder bevindt zich op het perceel nog een kleine schuur van circa 100 m 2. De woonboerderij beschikt over twee inritten, gelegen aan de oost- en westkant van het gebouw. De rest van de gronden van het plangebied bestaan uit weide, bomen en beplanting. Op dit huidige moment is de groenbestemming van deze gronden niet juridisch vastgelegd en zou de eigenaar deze grond kunnen gebruiken voor een andere agrarische functie. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen.
Een uitzondering hierop is het niet grondgebonden agrarische bedrijf met bedrijfswoning ten westen van het plangebied, alsmede de intensieve veehouderij met bedrijfswoning ten zuiden van het plangebied. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van de omliggende bebouwing en het plangebied weergegeven.
Impressie bestaande bebouwing met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
9
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Impressie van het plangebied vanaf de Broekstraat
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie is het voornemen om de woonboerderij op te te splitsen in twee wooneenheden door de bestaande mantelzorgwoning te veranderen van functie naar een reguliere woning. Hiervoor wordt geen extra bebouwing gerealiseerd. De twee toekomstige wooneenheden worden beide levensloopbestendig. Het behoudt van het bestaande landschappelijke groen is juridisch in de regels geborgd doormiddel van een voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing. In het inpassingsplan is het landschappelijk groen tevens aangevuld met een landschappelijk ingepaste vijver/poel, met een natuurvriendelijke oever en met beplanting. Mede ten behoeve van de provinciale ontwikkeldoelen voor groene ontwikkelingszones en specifiek voor het gebied de ontwikkeldoelen 'ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën, en vogels van cultuurlandschappen' en 'ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels'. Naast de poel wordt er een nestpaal voor ooievaars gemaakt voor het ontwikkeldoel 'ontwikkeling biotopen voor vogels van cultuurlandschappen'. Ten behoeve van de biodiversiteit en biotopen vlinders en insecten wordt er bloem- en kruidenrijk grasland aangeplant. Ook wordt behalve het behoudt van de bestaande bomen, nieuwe bomen aangeplant. Al deze aanvullingen komen de ecologische waarde van de directe omgeving ten goede.
De cultuurhistorische waarde van het gebied blijft eveneens behouden, omdat er alleen in de woonboerderij een functieverandering van de mantelzorgwoning zal plaatsvinden, waar in basis geen extra bebouwing of verbouwing voor nodig is. De opzet en landschappelijke inpassing van het voorliggend plan is navolgend opgenomen.
10
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Landschappelijke inpassing (zie ook bijlage 1 bij de regels) De woonboerderij beschikt over twee inritten, gelegen aan de oost- en westkant van het gebouw. Duurzaamheid De ontwikkeling zal ten goede komen aan de duurzaamheid van de woonboerderij, omdat de huidige, leegstaande mantelzorgwoning bewoond en onderhouden zal worden. Verdere verduurzaming van de bestaande bebouwing gaat plaatsvinden door het aanbrengen van extra isolatie, een warmtepomp voor verwarming en warm tapwater. Aangevuld met de toepassing van zonnepanelen voor het opwekken van elektriciteit.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
11
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing worden opgenomen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
12
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
In het kader van de ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de opsplitsing in twee wooneenheden, door de mantelzorgwoning te veranderen van functie naar een reguliere woning. Zodoende is artikel 3.6.1, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet doorlopen te worden. 3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2021)' hebben Provinciale Staten op 15 december 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast. 3.2.2
Omgevingsvisie
De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
13
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek In lijn met de provinciale duurzaamheidsprincipes wordt de bestaande bebouwing verduurzaamd, door het aanbrengen van zonnepanelen en een warmtepomp.
Daarnaast betreft het een levensloopbestendige woningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. 3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 van de omgevingsverordening opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 gaat voor de gemeente Wijchen uit van een woningbouwopgave van 1.430 woningen tot 2030. Eind 2021 heeft de gemeente Wijchen, na afstemming met de subregio Nijmegen e.o. en provincie afgesproken 870 woningen extra te bouwen tot 2030, op de versnellingslocaties Huurlingsedam en Wijchen West.
Dit komt neer op een woningbouwopgave van 2.300 woningen tot 2030. Om planuitval en planuitstel op te kunnen vangen, maar ook om snel te kunnen anticiperen op veranderende omstandigheden in de markt, is afgesproken om tot 130% van de opgave aan plancapaciteit te reserveren. Voor Wijchen betekent dit dat er plannen worden gemaakt voor ca. 3.000 woningen tot 2030. Onderhavige ontwikkeling geeft hiermee invulling aan de opgave in de gemeente Wijchen.” Voorliggend initiatief voorziet in de toevoeging van één extra wooneenheid door de gebruikswijziging van een mantelzorgwoning naar burgerwoning, waarvoor de bestaande woonboerderij in twee wooneenheden wordt gesplitst. Het planvoornemen past binnen het contingent dat beschikbaar is voor 'Kleine woningbouwinitiatieven' en past daarmee binnen het provinciale beleidskader. Het gaat om levensloopgeschikte woningen de ontwikkeling is daarmee (ook) kwalitatief passend bij de subregionale woonagenda. Zie thema 4 van de woonagenda (ouderenhuisvesting, levensloopgeschikt).
14
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Daarnaast is het achtererf van het plangebied in de omgevingsverordening aangeduid als 'Groene ontwikkelingszone'. Op grond van artikel 2.52 van de omgevingsverordening mag een bestemmingsplan alleen een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaten indien de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt. Dit is het geval. De ingreep betreft de gebruikswijziging van mantelzorgwoning maar burgerwoning, binnen bestaande bebouwing en in paragraaf 2.2 van de deze toelichting is aangegeven hoe het bestaande landschappelijke groen wordt aangevuld, ten gunste van welke ontwikkeldoelen dit is en hoe dit is geborgd. 3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Wijchen
De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke op 29 mei 2009 is vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor de komende tien jaar. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw moet dan wel aansluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Derhalve wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden. In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie.
In de structuurvisie maakt het plangebied deel uit van een groter gebied dat is aangeduid als 'Gemengde functies buitengebied / verbreden landbouw'. Navolgende afbeelding toont de verbeelding van de structuurvisie.
Verbeelding structuurvisie gemeente Wijchen, met globale aanduiding plangebied (rode cirkel)
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
15
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Planspecifiek Het plangebied is gelegen nabij de woonkern van Hernen en valt binnen de aanduiding 'Gemengde functies buitengebied / verbreden landbouw'. In die gebieden wordt de landbouw in de gelegenheid gesteld om zich te verbreden met andere economische functies waarbij verkoop van eigen producten mogelijk is. Uitgangspunt bij deze verbreding is dat de woonkwaliteit rond de woonkernen wordt gerespecteerd. De beoogde splitsing van de bestaande woonboerderij in twee wooneenheden is in die zin aansluitend op de gewenste gemengde functies in het buitengebied en doet niet af aan de woonkwaliteit rondom de woonkernen. Bovendien is voor de splitsing in twee wooneenheden geen nieuwe bebouwing nodig. 3.3.2
Woonvisie Wijchen 2025
De gemeente Wijchen heeft in haar woningbouwprogrammering ruimte gereserveerd voor kleinschalige initiatieven. Hieronder verstaan zij initiatieven met maximaal twee woningen. Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.: De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte. Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit. Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding. Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos en zo duurzaam mogelijk. Een passende kwaliteit van wonen bieden, o.a. aan mensen met een zorgvraag; Kleinschalige en gefaseerde woningbouw heeft de voorkeur. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners.
Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners. De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen. In de woonvisie wordt splitsing van bestaande (ruime) woningen genoemd als mogelijkheid om een koopwoning binnen het financiële bereik van starters te laten komen. Mensen met een zorgvraag blijven langer thuiswonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu niet of onvoldoende beschikbaar zijn in Wijchen. Woonvormen waar bijvoorbeeld verschillende generaties onder één dak wonen of waar men dicht bij (zorg)voorzieningen woont. Woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling van de woning speelt en daarom een huis naar eigen wensen kan indelen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan een levensloopbestendige woningvoorraad en wordt aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities voorzien van een warmtepomp en zonnepanelen. Bovendien wordt voorzien in de behoefte omdat de woning gesplitst wordt en de afgesplitste woning daarna een starterswoning is en binnen het financiële bereik van starters komt.
De woning is een bestaande woonboerderij en past binnen de ritmiek van de al bestaande structuur met vrijstaande woningen in de vorm van lintbebouwing langs de Broekstraat.
16
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
3.3.3
Strategisch kompas: Wijchen2035 'De kracht van Wijchen'
Het strategisch kompas 'Wijchen2035 'De kracht van Wijchen'. is tot stand gekomen via een uitgebreid proces en gesprek met de samenleving. In het kompas wordt de visie en koers naar 2035 gegeven. Het geeft de richting weer waarin de gemeente de komende periode gaat werken en het vorm een toetsingskader voor toekomstig beleid. Ten aanzien van de regionale woningbouwopgave wordt aangegeven dat Wijchen haar dorpse karakter blijft behouden. Als profiel voor onze gemeente wordt gekozen voor een ‘aantrekkelijke woongemeente voor jong en oud'. het strategisch kompas heeft tot de volgende zes speerpunten geleid: 1. Voldoende woningen voor inwoners in elke levensfase; 2. Aantrekkelijke groene wijken en kernen, met goede voorzieningen en goede bereikbaarheid; 3. Iedereen aan het werk. Bij het vestigen van bedrijven geldt kwaliteit boven kwantiteit; 4. Een sterke, gezonde, sociale samenleving, met oog voor mentale en fysieke gezondheid, preventie, maatwerk en zorg dichtbij huis; 5. Energieneutrale en fossielvrije toekomst; 6. Krachtige samenwerking tussen gemeente(n), inwoners, ondernemers en partners. Er is ruimte voor inwoners met een laag inkomen en met een hoog inkomen. En voor specifieke doelgroepen als ouderen en mensen met een beperking. Samen met onze partners kijken we hoe we dit mogelijk kunnen maken.
Waar mogelijk verkorten en versimpelen we de procedures rondom wonen en we stimuleren met creativiteit en minder regels de bouw van de gewenste woningen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan een levensloopbestendige woningvoorraad en wordt aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities voorzien van een warmtepomp en zonnepanelen. Bovendien wordt voorzien in de behoefte omdat de woning gesplitst wordt en de afgesplitste woning daarna een starterswoning is.
3.3.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
17
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & Parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Om de verkeersgeneratie te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. Het plangebied is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van het 'rest bebouwde kom', waardoor de verkeersgeneratie (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedtes) uitkomt op: 8,6 voertuigbewegingen per woning (koop, vrijstaand); 8,2 voertuigbewegingen per woning (koop, twee-onder-een-kap); In de bestaande situatie met een vrijstaande woning betreft de verkeersgeneratie dus 8,2 voertuigbewegingen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in splitsing van de bestaande vrijstaande woonboerderij in twee wooneenheden. Als gevolg hiervan neemt in de toekomstige situatie het aantal woningen in het plangebied met één wooneenheid toe. Dit betekent dat het aantal voertuigbewegingen slechts beperkt toeneemt met ((2 x 8,2) - 8,6 =) 7,8 extra voertuigbewegingen per weekdag. Het plangebied wordt ontsloten via de Broekstraat.
Aangezien het om een relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de Broekstraat voldoende capaciteit heeft om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.2
Parkeren
Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 16 juni 2016 in werking is getreden en in 2020 op onderdelen is aangepast. Voor twee-onder-een-kap woningen, in 'weinig stedelijk' gebied, in de 'rest bebouwde kom', geldt een maximale parkeernorm van 2,6 parkeerplaatsen per woning. Parkeren moet geheel op eigen terrein worden opgelost. Dat betekent voor de beoogde splitsing in twee wooneenheden voorzien moet worden in tenminste zes parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavelmaat is er voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen (de parkeerplaatsen zijn zelfs al aanwezig). In de regels van onderhavig bestemmingsplan is ten aanzien van parkeren een regeling opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij overeenkomstig met het gemeentelijke parkeerbeleidsplan de parkeernormen uit de CROW-publicatie 381 als uitgangspunt dienen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
18
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt. 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In deze situatie gaat het om een ontwikkeling die betrekking heeft op splitsing van de bestaande woonboerderij in twee wooneenheden en de inrichting van het achtergelegen gebied. De woonbestemming wijzigt niet en er zijn ter plaatse van de woningen geen graafwerkzaamheden voorzien. Voor de bodemkwaliteit moet het gehele plangebied van het bestemmingsplan, inclusief het achterliggende terrein met de te graven waterpoel, worden bepaald. Omdat uit de quickscan bodem opgemaakt kan worden dat het gehele terrein niet verdacht is van bodembedreigende activiteiten is middels het geaccordeerde Quickscan bodem-formulier, bijgevoegd als bijlage 1, vrijstelling van het bodemonderzoek verleend. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
19
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Besluit geluidhinder (Bgh) is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30-km/uur-gebieden. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. 4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Een hogere waarde is niet nodig omdat alle berekende geluidsniveaus van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidsbelasting bij de te realiseren woning bedraagt ten hoogste 54 dB ter plaatse van beide woningen op de zuidgevel van de begane grond. Aangezien het in dit specifieke geval gaat om een transformatie kan worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Of een onderzoek gevelwering nodig is zal de gemeente moeten afwegen Woon-en leefklimaat De milieukwaliteit wordt bij de woningen geclassificeerd als 'Zeer Goed' tot 'Redelijk'. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidsbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
20
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving gaan beperken. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Gemeten vanaf grens van het bestemmingsvlak 4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de naastgelegen champignonkwekerij aan de Broekstraat 37 te Hernen is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Dit onderzoek als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. In de oorspronkelijke situatie kan de champignonkwekerij aan de Broekstraat 35 niet uitbreiden richting het perceel aan de Broekstraat 37, aangezien de bestaande ongesplitste woning aan de Broekstraat 37 al een belemmering vormt. De woningsplitsing veranderd niets aan deze situatie en het bedrijf wordt als gevolg van het planvoornemen niet in haar belangen geschaad. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er voor de champignonkwekerij aan de Broekstraat 35 in Hernen een overlapping is met het plangebied voor de richtafstanden van de aspecten geur en geluid. Er is echter geen sprake van overlast, omdat er geen overlap is met het bestaande bouwvlak. Derhalve ondervindt de bestaande, te splitsen, bebouwing geen overlast. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn geen andere bedrijven met richtafstanden die overlappen met het plangebied.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
21
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).
Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.
In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien. 4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de splitsing van één naar twee wooneenheden mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn met de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden.
22
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel.
Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
maximum 3 ouE/m³
maximum 2 ouE/m³
andere diercategorieën minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object
minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
maximum 14 ouE/m³
maximum 8 ouE/m³
andere diercategorieën minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object
minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid.
Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument 'Handleiding Geur Industrie' en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
23
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van (niet-)agrarische bedrijven met een geurcontour die (deels) over het plangebied is gelegen. Wel is op afstand van circa 130 m een intensieve veehouderij met koeien gelegen. Deze veehouderij houdt alleen dieren met een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissie is vastgesteld. De afstand die aangehouden dient te worden bedraagt 50 m. Hieraan wordt voldaan. Bovendien zijn tussen de omliggende (niet-)agrarische bedrijven en het plangebied reeds andere gevoelige woonbestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende (niet)agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Regelgeving
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. Het Bevt verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 4.7.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen.
24
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe stip) Inrichtingen c.q. bedrijven Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting. De verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over waterwegen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over wegen De rijksweg A50 (wegvak G65) ligt op een afstand van circa 300 m in westelijke richting van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van deze weg is gelegen, is het niet noodzakelijk om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. De invloed van het voorliggende initiatief op het groepsrisico is bovendien beperkt, omdat het plangebied net buiten de kern van Hernen ligt (lage personendichtheid) en de toename van het aantal personen door het plan beperkt is (toevoeging van maximaal één wooneenheid). Transport over het spoor Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een spoorweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een buisleiding waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Gelet op de relatief grote afstand van het plangebied tot de omliggende gasleidingen (minimaal circa 900 m) bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Beleidsvisie Wijchen externe veiligheid Door de gemeente Wijchen is in 2016 de 'Beleidsvisie Externe Veiligheid' vastgesteld. In deze beleidsvisie is onder meer vastgelegd op welke wijze het groepsrisico verantwoord moet worden. Daarbij geldt hoe dichter bij de risicobron en hoe kwetsbaarder het object, hoe zwaarder de verantwoordingsplicht wordt ingevuld. Op basis van de beleidsvisie is het plangebied gelegen binnen de ‘zonering provinciale en gemeentelijke wegen’. Gelet op de afstand tot de wegen kan volstaan worden met navolgende ‘standaardverantwoording a’.
bestemmingsplan "Broekstraat 37 Hernen" (definitief)
25
bestemmingsplan Broekstraat 37 Hernen
Verantwoording groepsrisico Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van een risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied.
De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval ter hoogte van de buisleidingen. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes.
Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.8
Waterhuishouding
4.8.1
Regelgeving
Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen.