CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting en regels Balgoijseweg ong. (naast 49)

Raad openbaar Wijchen 2 maart 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 67262 Beslisnota vaststellen bestemmingsplan Balgoijseweg ong. (nabij 49) in Wijchen17.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

31

Planspecifiek Gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ligt op ca 9 km afstand van het plangebied. Gezien de beperkte omvang van het plan en de grote afstand tot Natura 2000-gebied zijn er geen effecten op beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming Op basis van de informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, zijn er geen effecten voor beschermde soorten en hoeft geen aanvullend flora- of faunaonderzoek uitgevoerd te worden voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Er geldt echter wel een zorgplicht en werk dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. De quickscan flora en fauna is opgenomen in bijlage 3. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit ecologie.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De verkeersaantrekkende werking neemt door dit plan niet noemenswaardig toe. De seniorenwoning wordt ontsloten op de Balgoijseweg via een nieuwe inrit. De Balgoijseweg en het aangrenzende wegennet kunnen de beperkte toename goed aan. Parkeren vindt in de toekomstige situatie plaats op eigen terrein. In het bijgebouw en aan de voorzijde van het bijgebouw is voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke norm van afgerond 3 parkeerplaatsen per woning voor een vrijstaande woning (Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen 2020, volgens CROW), zie de afbeelding in paragraaf 2.2. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente.

32

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie De gemeente Wijchen heeft in 2017 een 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' vastgesteld met als doel om via beleid en regels waardevolle gebouwen en gebieden binnen de gemeente te beschermen. Het plangebied is hierin als cultuurhistorisch waardevol aangeduid. De gemeente vindt het daarbij van belang dat, bijvoorbeeld bij functiewijziging, de historische- en beeldwaarde van gebieden of panden niet worden aangetast. De hoge cultuurlandschappelijke waarde van het gebied waar het plangebied binnen ligt, is gelegen in het feit dat hier sprake is van het landschapselement van het type droge kampontginningen op rivierduin of dekzandrug. Het gebied tevens ook één van de meest verbreide landschapstypen van Wijchen. De nieuwe seniorenwoning wordt mogelijk gemaakt in de tuin van de bestaande woning op Balgoijseweg 49. In paragraaf 2.2 is reeds gemotiveerd dat de massa en de locatie van de seniorenwoning passen binnen de stedenbouwkundige structuur. Op deze wijze wordt er rekening gehouden met de cultuurhistorie.

De bestaande lintbebouwing langs de Balgoijseweg en het bestaande groen, waaronder enkele bomen, ontnemen daarnaast voor een groot deel het zicht op de nieuwe woning vanaf de weg. De openheid die zich kenmerkt voor dit type wordt door het initiatief niet in overwegende mate aangetast. Het doorzicht op het achterliggende gebied wordt beperkt aangetast, maar het karakteristiek van het gebied is hier nauwelijks nog herkenbaar. Er is daarmee geen sprake van onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden.

Uitsnede Cultuurhistorische inventarisatiekaart

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

33

Archeologie Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Wijchen Zuid' behoort het plangebied tot een archeologisch waardevol gebied. De regels van de bijbehorende dubbelbestemming stellen dat in het geval van nieuw te bebouwen oppervlakte groter dan 60 m² onderzocht moet worden of er in de bodem waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. De bouw van de seniorenwoning heeft verstoring van de bodem als gevolg met een oppervlak groter dan deze grens. Om deze reden is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). Dit onderzoek concludeert dat er geen archeologisch verstoringen zullen plaatsvinden bij grondwerkzaamheden tot een diepte van 90 cm. Voor voorliggend initiatief vinden waarschijnlijk geen grondwerkzaamheden dieper dan 90 cm plaats. Om de archeologische waarde wel te beschermen is in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen, waarin werkzaamheden dieper dan 7,06 +NAP onderzoeksplichtig zijn. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

34

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I: Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  Wonen, waarbinnen een bouwvlak is opgenomen. Hoofdgebouwen zijn alleen binnen dit bouwvlak toegestaan. Binnen het bouwvlak is een bouwaanduiding 'vrijstaand' en de maatvoeringsaanduidingen 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum aantal wooneenheden: 1' opgenomen. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'.  Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied, ter behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

35

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de relevante instanties.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

De initiatiefnemer heeft de directe buren persoonlijk geïnformeerd over het initiatief. Daarom is er bij voorliggend plan geen sprake van een formele inspraakprocedure. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 5 mei 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. Op de zienswijzen en de wijzigingen als gevolg daarvan aan het bestemmingsplan is ingegaan in de zienswijzennota, die onderdeel is van het vaststellingsbesluit.

36

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

37

Bijlagen bij de toelichting

38

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

39

Bijlage 1

40

Verkennend bodemonderzoek

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

41

Bijlage 2

42

Akoestisch onderzoek warmtepomp

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

43

Bijlage 3

44

Quickscan Flora en Fauna

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

45

Bijlage 4

46

Watertoets

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

47

Bijlage 5

48

Archeologisch onderzoek

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

49

Regels

50

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

51

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Balgoijseweg ong. (nabij 49) met identificatienummer NL.IMRO.0296.ZUIDBalgoijseweg49-DFBP van de gemeente Wijchen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige -geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.4 aan huis verbonden beroep een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse 1.5 aan- of uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is, maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap; 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels

worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.9 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.10 aaneengebouwd: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd; 1.11 achtergevelrooilijn: de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; 1.12 archeologisch gebied (hoge waarde): de aan een gebied toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden en archeologische monumenten; 1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.14 bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;

52

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

1.15 bedrijf een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen bewerken en/of verwerken van producten zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en horeca. 1.16 bestaand: bij legaal gebruik: aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plj an; bij legale bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19 bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, zonder directe verbinding met dat hoofdgebouw, dat door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw (zoals een garage, bergruimte of hobbyruimte); 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder; 1.23 bouwperceel een grens van een

bouwperceel; 1.24 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk geen gebouw zijnde: elk bouwwerk, dat geen gebouw is; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28 carport een overdekte stallingsruimte van lichte constructie die dient als stallingsplaats voor een motorvoertuig, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door gebouwen en/of ondersteuningen van het dak; 1.29 dak iedere boven beëindiging van een gebouw, al dan niet met een hellingshoek. 1.30 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 gebruiken het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

53

1.32 gevellijn de als zodanig aangegeven lijn en het verlengde daarvan, die niet door hoofdgebouwen mag worden overschreden. 1.33 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen als belangrijkste bouwwerk is aan te merken, met dien verstande dat aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen niet tot het hoofdgebouw worden gerekend; 1.34 huishouden één, of meerdere personen, die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn; 1.35 kap een gesloten en (overwegend) hellende of gebogen boven beëindiging van een gebouw; 1.36 levensloopbestendige woning een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rollatortoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn 1.37 ondergeschikte bouwdelen: ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, dakoverstekken, erkers, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen; 1.38 ondergronds: beneden peil; 1.39 opstelplaats een stuk grond (niet zijnde binnen een gebouw) dat naar omvang en inrichting

geschikt is om één personenauto die niet aan het verkeer deelneemt te parkeren; 1.40 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; 1.41 plat dak bovenste afdekking van een gebouw, waarbij de dakhelling maximaal 20° bedraagt; 1.42 prostitutiebedrijf een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice; 1.43 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden, met dien verstande dat onder seksinrichting in elk geval wordt verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.45 voorgevelrooilijn een begrenzing van het bouwvlak, waarop de voorgevel van het hoofdgebouw is georiënteerd; 1.46 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening.

54

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

1.47 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.48 wonen het verblijven van één huishouden in een woning.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand van een bouwwerk tot de grens van het bouwperceel: tussen de (zijdelingse) grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; in voorkomende gevallen wordt de druiplijn bepaald overeenkomstig het hieronder staande:

2.4 breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de zijgevels. 2.5 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 horizontale diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. 2.7 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

55

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woning' zijn uitsluitend levensloopbestendige woningen toegestaan; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, kunstwerken. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen op de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; c. het maximum bebouwd oppervlak van het hoofdgebouw bedraagt 130 m², waarvan maximaal 26 m² een overkapping betreft met dezelfde goot- en bouwhoogte als het hoofdgebouw; d. ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; e. voor zover de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de voorgenoemde aanduiding is weergegeven; f. de bouw- en goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m.), maximum bouwhoogte (m.); g.

hoofdgebouwen dienen met een kap te worden afgedekt. 3.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a Aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn Voor het bouwen van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn gelden de volgende bepalingen: 1. aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 60 m² per bouwperceel, met dien verstande dat voor bouwpercelen die groter zijn dan 1.000 m² geldt, dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 75 m² per bouwperceel mag bedragen; 3. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 50 m²; 4. het buiten het bouwvlak gelegen gedeelte van het bouwperceel mag voor ten hoogste 50% worden bebouwd; 5. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 m en met een maximum van 4 m; 6. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; 7. de bouwhoogte van aan-, en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m.

56

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

b Aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn Voor het bouwen van ondergeschikte aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn gelden de volgende bepalingen: 1. ondergeschikte aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend aan de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; 2. de horizontale diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 3. de breedte mag niet meer bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; 4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,5 m en niet meer dan 4 m; 5. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 8 m²; 6. de afstand tot het openbaar gebied mag niet minder bedragen dan 2 m; 7. in afwijking van het bovenstaande is voor de voorgevellijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' één vrijstaand bijgebouw toegestaan, met een oppervlakte van niet meer dan 40 m² en een goot- en bouwhoogte van niet meer dan 3 respectievelijk 5 m. c Aan- en/of uitbouwen voor de voorgevelrooilijn tezamen met een overkapping/luifel In afwijking van het bepaalde in 3.2.2 onder a mogen aan- en/of uitbouwen voor de voorgevelrooilijn gebouwd worden tezamen met een overkapping/luifel, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. deze uitsluitend aan de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd; 2.

de horizontale diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 3. de gezamenlijke breedte van aan- en/of uitbouwen en overkappingen/luifels mag niet meer bedragen dan 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; 4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,5 m en niet meer dan 4 m; 5. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 8 m²; 6. de oppervlakte van de overkapping/luifel mag niet meer bedragen dan 4 m²; 7. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en overkapping/luifel mag niet meer bedragen dan 10 m²; 8. de afstand tot het openbaar gebied mag niet minder bedragen dan 2 m. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande, dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan ten hoogste 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: 1. 8 m voor vlaggenmasten; 2. 3 m voor speeltoestellen; 3. 2,5 m voor pergola's 4. 3 m voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. voor carports en overkappingen, anders dan bedoeld in lid 3.2.2 onder c, geldt dat: 1.

deze 1 m voor of ten minste 0,5 m achter de voorgevel worden gebouwd; 2. de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; 3. de oppervlakte niet meer dan 30 m2 mag bedragen. 3.2.4 Zwembaden Voor het bouwen van zwembaden gelden de volgende bepalingen: a. zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 1 m;

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

57

c. d. e.

de afstand tot de grens van het bouwperceel mag niet minder bedragen dan 2 m; de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m²; de gezamenlijke oppervlakte aan bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van die aanduiding. f. Zwembadwater zal niet via openbare drukriolering worden afgevoerd. 3.2.5 Voorwaardelijke verplichting hydrologisch neutraal bouwen a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient hydrologisch neutraal gebouwd te worden conform het gemeentelijk beleid. Al het hemelwater dient op eigen terrein te worden verwerkt en mag niet afstromen naar een naburig perceel. De te realiseren voorzieningen dienen op het eigen terrein aangebracht te worden. Deze hydrologische voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.5 onder a voor een andere norm en / of andere methode om te voorzien in de omgang met het regenwater.

3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2 onder a, sub b voor het toestaan van een grotere horizontale diepte, met dien verstande dat de horizontale diepte niet meer dan 3 m mag bedragen; b. lid 3.2.2 onder a, sub f voor het toestaan van een kleinere afstand tot het openbaar gebied; c. lid 3.2.2 onder b, sub b voor het toestaan van een grotere horizontale diepte, met dien verstande dat de horizontale diepte niet meer dan 3 m mag bedragen; d. lid 3.2.2 onder b, sub f voor het toestaan van een kleinere afstand tot het openbaar gebied; een en ander met inachtneming van de volgende voorwaarden: e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische en archeologische waarden; g. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; h. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder; i. er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Parkeren a. Bij vrijstaande woningen dienen ten minste 3 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd en in stand gehouden te worden.

3.4.2 Aan huis verbonden beroep Binnen de bestemming is het gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een aan huis verbonden beroep toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 50 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte binnen het openbaar gebied; d. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet;

58

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

e. f.

vanaf de openbare weg zijn zichtbare excessieve reclame-uitingen niet toegestaan. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie

3.4.3 Strijdig gebruik In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen, het gebruiken en/of het laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning; b. een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit; c. een buitenunit van een warmtepomp ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen buitenunit warmtepomp uitgesloten'; d. een buitenunit warmtepomp met een geluidsvermogen van meer dan 60 dB. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.3 onder b voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het ten behoeve van de aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen met een maximum van 50 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; d.

het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan. g. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie

Artikel 4

Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. 4.1.2 Nadere detaillering van de bestemming De cultuurhistorisch waardevolle gebieden als bedoeld in 4.1.1 betreffen de gebieden die zijn opgenomen in de Cultuurhistorische waarderingskaart, zoals deze is opgenomen in de bijlage van dit bestemmingsplan, en zijn aangeduid als cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog en middelhoog. De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Beleidsnota cultuurhistorie met bijlagen' en in de Cultuurhistorische waardering nader beschreven. a Oude bebouwingslinten en historische wegen en waterlopen

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

59

Onder de gebieden zoals genoemd in 4.1.2 bevinden zich ook de oude bebouwingslinten en de belangrijkste (historische) doorgaande wegen en waterlopen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden bestaan uit:  de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten);  de overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten;  de maat en schaal van de bebouwing;  de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten;  de compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen;  hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten;  een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. 4.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in 4.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing.

Artikel 5

Waarde - Archeologisch waardevol gebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte waarden; 5.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van deze bestemming, tenzij: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; d. het nieuw te bebouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 60 m² en de werzaamheden niet dieper reiken dan 7,06 +NAP. 5.3 Nadere eisen a. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. b. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond worden behouden. 5.4 Afwijken van de bouwregels a.

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. b. Aan een omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

60

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

3.

c.

d.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wint zij schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, kan zij voorwaarden stellen dat een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. c. aanleggen van leidingen. 5.5.2 Uitzonderingen Het onder 5.5.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft ondieper dan 7,06 +NAP; b. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; c.

voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; d. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft met een oppervlakte groter dan 30 m2; f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist. 5.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning a. De onder 5.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen.

In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

61

b.

62

gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Ondergeschikte bouwdelen Overschrijding van het bouwvlak is toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen, mits het bouwdeel ondergeschikt is en een diepte heeft van maximaal 0,75 m. 7.2 Ondergronds bouwen De regels inzake situering van bouwwerken als bedoeld in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan gelden, voor zover van toepassing, ook in geval van ondergronds bouwen en met dien verstande, dat: a. alleen ondergronds mag worden gebouwd waar bovengrondse bebouwing aanwezig is; b. de verticale diepte niet meer dan 5 m mag bedragen; c. in afwijking van het hierboven bepaalde onder a mag, waar geen bovengrondse bebouwing aanwezig is, maximaal 25 m² ondergronds worden gebouwd in aansluiting op de onder a bedoelde ondergrondse bebouwing. 7.3 Afwijking ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.2 onder a ten behoeve van het ondergronds bouwen in verband met de aanleg van waterbergende voorzieningen met dien verstande dat: a. de verticale diepte maximaal 5 m mag bedragen; b. de bebouwde oppervlakte per aan te leggen voorziening maximaal 700 m² mag bedragen; c. deze voorzieningen uitsluitend worden gesitueerd binnen het openbaar gebied; d. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; e.

het woon- en leefklimaat niet onevenredig mogen worden aangetast. 7.4 Waterdicht bouwen Indien wordt gebouwd onder peil, dient waterdicht gebouwd te worden. 7.5 Parkeren a. Bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 11 april 2020 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. b. Van het bepaalde onder a. kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

63

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Strijdig gebruik Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan ingevolge het bepaalde in hoofdstuk 2; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan ingevolge ingevolge het bepaalde in hoofdstuk 2; e. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel een escortbedrijf; f. een gebruik van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij woningen als afhankelijke woonruimte. 8.2 Parkeren a. Bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 11 april 2020 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. b.

Van het bepaalde onder a. kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in het plan: a.

b.

c.

d.

64

voor het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, (bouw)hoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden. In afwijking van het bepaalde hierboven is dit op de (bouw)hoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen uitsluitend van toepassing indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. 2. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige stedenbouwkundige en/of architectonische waarden.

om bij de uitvoering van het plan af te wijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende redenen zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen is geregeld niet meer dan 2,5 m bedraagt; om bij de uitvoering van het plan af te wijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen is geregeld niet meer dan 2,5 m bedraagt; het plaatsen van een antenneopstelpunt ten behoeve van de mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. Het antenneopstelpunt wordt geplaatst op of aan een als zodanig op aangeduide antennemast, dan wel op of aan een bouwwerk, niet zijnde een woning.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

2. 3.

Het antenneopstelpunt is aantoonbaar noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie. De hoogte van de antennespriet bedraagt niet meer dan 6 m.

Artikel 10

Overige regels

10.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

65

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 11.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 11.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 11.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid onder artikel 11.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Balgoijseweg ong. (nabij 49)'.

66

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Bijlagen bij de regels

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

67

68

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Bijlage 1

Cultuurhistorische waarderingskaart

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

69

70

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Bijlage 2

Beleidsnota cultuurhistorie met bijlagen

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

71

72

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Bijlage 3

Cultuurhistorische waardering

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

73

74

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

75

76

Balgoijseweg ong. (nabij 49)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=89ccf1a4-c9f3-4ffc-8efe-070f31c890a6