CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen

Raad openbaar Wijchen 25 mei 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 92571 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan VAB Woordsestraat 1-3 Wijchen14.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wel is een ontheffing hogere grenswaarden benodigd.

5.4

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbeluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Met het planvoornemen worden vier geurgevoelige objecten toegevoegd aan de omgeving. Ter plekke van deze geurgevoelige objecten dient aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat omliggende bedrijven niet beperkt worden in de bedrijfsvoering. Het aspect geurhinder is meegenomen in de onderzochte milieuaspecten in Bijlage 9.

Als er sprake is van herbestemming van een perceel in de omgeving van een veehouderij moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van minimaal 50 meter tussen de geuremiterende objecten (stallen) en toekomstige plattelandswoningen of dat sprake is van een acceptabele voorgrondbelasting. De veehouder mag immers door het voorgenomen plan niet beperkt worden in haar vergunde bedrijfsmatige activiteiten. De meest nabij gelegen veehouderij betreft Woordsestraat 4 en de stallen zijn gelegen op minimaal 100 meter afstand van de toekomstige vier vrijstaande woningen en voldoet daarmee aan de afstandseis van 50 meter. In het achterhuis van de veehouderij is ook vee aanwezig. De afstand tussen het achterhuis en de bestaande woonboerderij Woordsestraat 1-3 bedraagt minder dan 50 meter. Met behulp van het programma V-Stacks is de geurbelasting als gevolg van de veehouderij Woordsestraat 4

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

27

op het plan nader beschouwd. De in Bijlage 9 Rapport omgevingskwaliteit opgenomen uitsnede van de rekenresultaten toont dat de geurbelasting ondergeschikt is aan de totale geurbelasting als gevolg van alle veehouderijen in de omgeving. De minimale afstand beperkt dus niet het voorgenomen plan.

5.5

Externe veiligheid

Voor onderhavig project is ten aanzien van externe veiligheid het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI 2; 27 mei 2004; laatst gewijzigd 3 februari 2009 ) met bijbehorende regelgeving (REVI V; 14 juni 2016) van toepassing (zie ook Bijlage 9 Rapport omgevingskwaliteit). Het Besluit bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten een bedrijfsterrein. Daarnaast stelt het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO-1999) eisen aan de meest risicovolle bedrijven in Nederland (voor onderhavig project niet van toepassing). Het BEVI verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken. Aan de hand van het te realiseren bouwprogramma is de toename in de aanwezigheid van personen bepaald binnen het plangebied. Deze is dusdanig gering dat de “nieuwbouw” geldende grenswaarde PR van 10-6 voor het plaatsgebonden risico niet wordt overschreden.

Voor wat betreft het groepsrisico kan aan de hand van de risicokaart gesteld worden dat: op korte afstand tot het project geen risicovolle bronnen en BEVI inrichtingen aanwezig zijn; in de directe omgeving geen transportroutes aanwezig zijn waarop vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvinden; op korte afstand geen risicovolle ondergrondse (gas)buisleidingen zijn gelegen, hetgeen ook wordt bevestigd door een oriëntatiemelding (KLICmelding).

5.6

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wmb. In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. In Bijlage 9 is aandacht besteed aan het aspect luchtkwaliteit.

Het voorgenomen plan voorziet in een wijziging tot “wonen” waarbij de bestaande bedrijfswoningen worden getransformeerd tot een woonboerderij en waarbij vier percelen worden gerealiseerd voor de bouw van vrijstaande woningen. Een en ander aansluitend bij de recentelijk ingezette ruimtelijke ontwikkeling aan de naastgelegen percelen Rijdtsestraat 5A t/m 5D. Op het perceel worden weliswaar 4 extra woningen gerealiseerd met als gevolg een toename van verkeer, doch draagt dit gezien de beperktheid niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse (NIBM). De ondergrens voor het NIBM criterium bedraagt immers enkele duizenden verkeersbewegingen per dag. Op basis van de NSL monitoringstool (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) kan bovendien worden vastgesteld dat het wegverkeer op omliggende wegen geen nadelige invloed heeft op de luchtkwaliteit in het plangebied. In de directe omgeving van de geprojecteerde woningen zijn ook geen vergunningplichtige inrichtingen, niet zijnde veehouderijen, gelegen welke mogelijk hinder kunnen veroorzaken inzake

28

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

luchtkwaliteit. Op minimaal 150 meter afstand zijn aan de Graafseweg een aantal milieucategorie 1-2 inrichtingen gelegen (groothandel, tansportbedrijf, installatiebedrijf). In VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering wordt gesteld dat voor het voorkomen van hinder door fijn stof (aspecten van luchtkwaliteit) een richtafstand geldt van 0 meter voor dergelijke inrichtingen. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Een nader onderzoek naar de nadelige invloed van inrichtingen op de luchtkwaliteit binnen het plangebied is dan ook niet van toepassing. Het aspect geurhinder door omliggende veehouderijen wordt beschouwd in 5.4 Geur.

5.7

Natuur

Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vormt het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming en regelt de bescherming van flora en fauna, gebieden en bossen. Ook geeft de wet invulling aan de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn via de aanwijzing van Natura 2000-gebieden. In deze paragraaf worden het aspect gebiedsbescherming en soortenbescherming los van elkaar beschouwd. 5.7.1 Gebiedsbescherming Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient te worden onderzocht of het plangebied in of bij een speciale beschermingszone (sbz) als bedoeld in de Wet Natuurbescherming ligt. Hierbij wordt uitvoering gegeven aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten mogen niet worden aangetast. Er is nagegaan of het plangebied zich in, of in directe omgeving van, beschermd natuurgebied bevindt (GNN of Natura 2000). Gelders natuurnetwerk Het plangebied is gelegen binnen gronden behorend tot de Groene Ontwikkelingszone. Dit is een zonering die bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur, maar die wel ruimtelijk verweven zijn met het GNN.

De gronden bestemd als GO hangen functioneel samen met het GNN, waardoor hier wordt ingezet op versterking van die samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden.

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

29

Ligging plangebied ten opzichte van GNN- en GO-gebieden Een bestemmingsplan mag conform artikel 2.7.1.2, lid 2 van de Omgevingsverordening Gelderland een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, mits in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van gebied per saldo substantieel wordt versterkt. Daarnaast moet deze versterking planologisch verankerd zijn in ditzelfde, dan wel een ander bestemmingsplan. Met het planvoornemen wordt een agrarisch bedrijf binnen de GO in de Maaskomgronden verwijderd, en komt hier een woonbestemming voor in de plaats. Hiermee wordt milieukundige winst geboekt, door het effectief verwijderen van een geur- en emissiebron in de omgeving. Deze ontwikkeling wordt planologisch vastgelegd door de functiewijziging van agrarisch naar wonen. Daarnaast wordt in 3.2 en Bijlage 9 Rapport omgevingskwaliteit toegelicht hoe het planvoornemen landschappelijk ingepast wordt en leidt tot landschapsversterking en ecologische meerwaarde. Hiermee kan gesteld worden dat het planvoornemen een mogelijke ontwikkeling is binnen de begrenzing van GO en leidt tot gewenste kwaliteitsverbetering. Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen of in directe nabijheid van Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Dichtstbijzijnd Natura 2000-gebied zijn de Rijntakken bij Ewijk en Beuningen, op ca.

9,9 km ten noorden van het plangebied aan de Willibrordusstraat. Dit is een dusdanige afstand, dat negatieve effecten van het planvoornemen op deze natuurgebieden met betrekking tot geluids-, licht- of trillinghinder uitgesloten zijn. Wel is het aspect stikstof relevant.

30

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Uitsnede kaartbeeld ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van plangebieden (Bron: AERIUS Calculator) Als een (bouw)project significant negatieve effecten veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura2000-gebied als gevolg van stikstofemissie of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Na de PAS uitspraak van mei 2019 is er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan is de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel. Met deze wet wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet is op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 is de wet in werking getreden. Deze wet bevat, naast stikstofreducerende maatregelen, onder andere een partiële vrijstelling voor de bouwsector van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb. Deze partiële vrijstelling is opgenomen in artikel 2.9a Wnb. De vrijstelling voor bouwactiviteiten is om twee redenen partieel.

Allereerst omdat de vrijstelling alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (“Realisatiefase”) en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt (“Gebruiksfase”). Voor de structurele uitstoot die een project in de Gebruiksfase uitstoot, blijft de natuurvergunningplicht dus onverkort van toepassing. De vrijstelling is voorts partieel, omdat deze alleen geldt voor de gevolgen van stikstofdepositie en niet voor andere significante gevolgen bijvoorbeeld de verstoring van diersoorten. Voor de onderhavige casus geldt daarmee dus dat indien er geen significante effecten ten aanzien van de emissie van stikstof zijn te verwachten in de gebruiksfase, de bouwfase buiten beschouwing kan worden gelaten (vrijgesteld) en dat een ontheffing van de Wnb voor het project niet aan de orde is. Derhalve wordt navolgend gekeken of er een effect in de gebruiksfase is te verwachten ten aanzien van stikstof. Uit 5.8 blijkt dat de ingebruikname van het planvoornemen voorziet in een nieuwe verkeersgeneratie van ca. 17 mvt/etmaal. Met de AERIUS-calculator is deze verkeersgeneratie gemodelleerd.

Ten aanzien van deze modellatie in de AERIUS-calculator is de vraag aan de orde op welk moment het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld en dus niet meer onderscheidend is door het planvoornemen. Hierbij wordt uitgegaan dat de volledige afwikkeling van verkeersgeneratie plaatsvindt via de doorgaande Graafseweg ten oosten van het plangebied. Het verkeer wordt gemodelleerd over een lijnbron met een gemiddelde stagnatie van 10%.

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

31

De AERIUS-berekening is bijgevoegd als Bijlage 7 AERIUS-berekening gebruiksfase bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat er geen rekenresultaten zijn die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Het bouwplan leidt in de gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000- gebieden. Op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel kan gebruik worden gemaakt van de partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in artikel 2.9a Wnb. Voor het plan is derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. 5.7.2 Soortenbescherming Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, dient inzichtelijk te worden gemaakt of en in welke mate beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied. In dit kader is door Econsultancy voor het planvoornemen een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (d.d. 30 maart 2021, rapportnummer 15356.002). Deze quickscan is bijgevoegd als Bijlage 4 Quickscan Wet natuurbescherming.

Op basis van deze quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de sloopwerkzaamheden ter plaatse middels aanvullend onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, steenuil en vleermuizen in de te slopen schuren. Dit onderzoek is afgerond en opgenomen als Bijlage 5 Aanvullend faunaonderzoek bij deze toelichting. Hieruit blijkt het volgende. De initiatiefnemer is voornemens de aanwezige open kapschuur en grote schuur te slopen. De naast-gelegen woonboerderij blijft behouden. Op de onderzoekslocatie zullen nieuwe woongebouwen gerealiseerd worden. Om een samenhangend erf te realiseren zal de huidige grootschalige akker en kleine weide omgevormd worden in grasland erven met landschaps-versterkende zones rond het erf (o.a. hagen en solitaire bomen), een grote boomgaard en bloemrijke weiden (zie ook Bijlage 2 Natuurinclusief landschapsplan). Op basis van onderhavig onderzoek zijn negatieve effecten ten aanzien van nest- en rustplaatsen van de steenuil bij de voorgenomen plannen niet aan de orde. De ontwikkeling leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de steenuil.

Econsultancy heeft in opdracht van JK Consultancy ook een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar mussen en vleermuizen (zie Bijlage 6 aanvullend onderzoek mussen en vleermuizen), waarin het volgende wordt geconcludeerd. De initiatiefnemer is voornemens de aanwezige open kapschuur en grote schuur te slopen. De naast-gelegen woonboerderij blijft behouden. Op de onderzoekslocatie zullen nieuwe woongebouwen gerealiseerd worden. Om een samenhangend erf te realiseren zal de huidige grootschalige akker en kleine weide omgevormd worden in grasland erven met landschaps-versterkende zones rond de erven (o.a. hagen en solitaire bomen), een grote boomgaard en bloemrijke weiden. Op basis van onderhavig onderzoek zijn negatieve effecten ten aanzien van nest- en rustplaatsen van de huismus en vleermuizen bij de voorgenomen plannen niet aan de orde, mits toename van verlichting tijdens de werkzaamheden op de bomenrijen voorkomen wordt. De ontwikkeling leidt in dat geval niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus en vleermuizen. 5.7.3 Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat er met betrekking tot de Wet natuurbescherming geen strijdigheden zijn te verwachten op het gebied van gebiedsbescherming. Binnen het aspect soortenbescherming vormt nader onderzoek naar leefhabitats van de huismus, uil en vleermuis een aandachtspunt dat geheel is onderzocht.

Op voorwaarde van de juiste en beperkte toepassing van verlichting, worden er geen bepalingen uit de wetgeving overtreden. Hiermee wordt het aspect soortenbescherming voldoende meegenomen in deze bestemmingsplanprocedure.

32

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

5.8

Verkeer en parkeren

Voor het berekenen van de verkeersgeneratie en het bepalen van de parkeerbehoefte wordt gebruik gemaakt van de normen uit publicatie 381 van het CROW. Op basis van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen (2016), wordt gebruik gemaakt van de maximumnormen voor buitengebied in een matig stedelijk gebied. Het plan betreft het toevoegen van vier vrijstaande woningen. 5.8.1 Verkeer Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van vier vrijstaande woningen. Dit planvoornemen voorziet hiermee in een toename aan verkeersgeneratie van en naar het plangebied. De nieuw te realiseren woningen worden ontsloten via de Rijdtsestraat aan de zuidzijde, een landelijke weg die het plangebied ontsluit naar de doorgaande Graafseweg. Op basis van CROW-kengetallen kan er voor vrijstaande woningen in het buitengebied, matig stedelijk, gerekend worden met een maximale verkeersgeneratie van 40 mvt/etmaal. Deze toename veroorzaakt geen significante verkeersdruk op de Rijdtsestraat. Met realisatie van het planvoornemen komt er bovendien een eind aan agrarisch verkeer van, naar en binnen het plangebied. 5.8.2 Parkeren Op basis van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen (2020) kan gebruik worden gemaakt van CROW-normen. De daadwerkelijke parkeerbehoefte is met name afhankelijk van de levensstandaard van de toekomstige gebruikers.

Aangezien het gaat om zeer ruime percelen, is op eigen terrein zonder meer voldoende ruimte om per woning voldoende parkeerplaatsen te realiseren. De bewoners van de toekomstige woningen kunnen daarbij naar eigen inzicht parkeerplaatsen inrichten, afhankelijk van de behoefte van de betreffende bewoner(s). Daarbij wordt de gemeentelijke vereiste om 100% van de parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren in acht genomen, wat voor dit plan betekent dat bij iedere woning minimaal 2 plaatsen op eigen terrein worden voorzien. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte en voldoet het plan aan het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen. 5.8.3 Conclusie Uit het bovenstaande kan worden concluderend dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.

5.9

Archeologie

Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Dit uitgangspunt is vertaald in de Erfgoedwet. Hierin is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Volgens het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen' heeft het grootste deel van het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Ter plekke van deze bestemming geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 120 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Het noordoostelijke deel van het plangebied heeft een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Voor dit deel geldt een onderzoeksplicht voor alle grondroerende werkzaamheden dieper uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld. Met het planvoornemen worden ter plekke van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' de grenswaarden voor onderzoeksplicht overschreden. Een archeologisch vooronderzoek is dus noodzakelijk.

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

33

Door Econsultancy is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, bijgevoegd als Bijlage 8 bij deze toelichting (rapportnummer 15356.001). Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat een deel van het plangebied archeologische waarden uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd kunnen worden verwacht. Deze resten worden verwacht in het deel van het rivierduin dat in mindere mate is vergraven of geroerd. Dit deel betreft met name het noordelijke deel van het rivierduin. Het zuidelijke deel van het duin lijkt grotendeels vergraven te zijn en heeft daardoor een lage archeologische verwachting. Ook de rivierafzettingen in het westen van het plangebied hebben een lage archeologische verwachting. Ten aanzien van de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan adviseert Econsultancy om voor het deel van het plangebied dat nu nog een hoge verwachting heeft, de bestaande dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ te handhaven. Dit betekent dat voorafgaand aan eventuele toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden eerst verder archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voor het deel van het plangebied dat op basis van dit onderzoek een lage archeologische verwachting krijgt, adviseert Econsultancy om de bestaande dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ te laten vervallen.

Aldus zijn in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemmingen Archeologie overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, voor zover deze nog van toepassing zijn na het onderzoek dat is verricht. De geroerde gronden en indicatief laag gewaardeerde delen hebben geen dubbelbestemming archeologie.

5.10

Cultuurhistorie

Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6. een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Om cultuurhistorische waarden in de gemeente te borgen hanteert de gemeente Wijchen het paraplubestemmingplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (vastgesteld op 3 mei 2017). In het parapluplan is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' opgenomen. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor gronden bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Deze dubbelbestemming stelt voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning, waarbij de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg mogen hebben van de cultuurhistorische waarden. Binnen het plangebied is een deel bestemd als 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Daarnaast is de woonboerderij op de locatie opgenomen als 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol pand'.

Deze woonboerderij blijft behouden en wordt met het planvoornemen niet aangetast. Ook blijft dit cultuurhistorisch waardevolle pand goed zichtbaar vanaf de verschillende wegen die van en naar het buurtschap Lunen voeren. De nieuw toe te voegen woningen worden door hun situering op afstand van de monumentale boerderij en door hun aanzienlijk kleinere volume en gerichtheid naar de omliggend e wegen (van de boerderij af) op een juiste wijze ingepast met respect voor de cultuurhistorische waarde van de boerderij en haar omgeving.

34

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Ligging plangebied ten opzichte van cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen De gemeente Wijchen heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd (RAAP-rapport 3040, september 2015). Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de inventarisatiekaart weergegeven.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart ter hoogte van het plangebied Uit de cultuurhistorische waardenkaart, opgesteld door RAAP, blijkt dat het plangebied op de grens ligt van een droge kampontginning op een rivierduin (code: ktd1), en een lager gelegen stroomrugontginning met

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

35

gevarieerde structuur (code: rds1). Het buurtschap Lunen is in zijn geheel ontstaan op deze droge kampontginning, en bevat meerdere cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals bomen met historische waarden, erven en woningen/boerderijen. De nieuw te realiseren woningen worden voornamelijk gerealiseerd binnen het cultuurlandschap rds1. Karakteristiek voor stroomrugontginning met gevarieerde structuur zijn perceelsrandbeplanting door smalle singels. In het verleden heeft in deze omgeving wel afgraving plaatsgevonden van de zandige gronden, waardoor het terrein nu lager ligt dan oorspronkelijk. De verkaveling op deze gronden varieert, maar over het algemeen is deze blokvormig. Bij deze verkaveling en erfafscheidingen wordt aangesloten in het landschapsplan (zie 3.2) door accentuatie van erfafscheidingen bij de nieuw te realiseren woningen. Er worden verder geen ingrepen gedaan die niet aansluiten bij de cultuurhistorische waarden ter plekke van het plangebied.

5.11

Leidingen

Binnen het plangebied liggen geen planologisch te beschermen relevante leidingen, alleen lokale aansluitingen. Leidingen vormen dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.12

Waterhuishouding

Op basis van de Wro en het Bro is de watertoets verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen, buitenplanse omgevingsvergunningen en, buiten toepassing verklaringen van beheerverordeningen. Voor overige plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het nationaal bestuursakkoord water. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de toelichting bij genoemde ruimtelijke plannen en het overleg met de waterbeheerder (wateradvies). De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 5.12.1 Huidige situatie waterhuishouding In deze paragraaf wordt de huidige situatie van het watersysteem omschreven. Geomorfologie en grondwatersysteem Ter plekke van het plangebied is sprake van een bodemclassificatie Rn67C (kalkloze poldervaaggrond met zavel en lichte klei).

Hier is sprake van grondwatertrap V (GHG < 40cm, GLG > 120cm). Het plangebied is tegen de rivierduin gelegen waar het buurtschap Lunen zis ontstaan; dit is duidelijk zichtbaar in het hoogteprofiel van het plangebied. Van west naar oost stijgt het maaiveld van ca. 7,2 m + N.A.P. naar ca. 8,3 m + N.A.P. Oppervlaktewatersysteem Voor het gebied is een nieuw peilbesluit in voorbereiding, namelijk 'Peilbesluit Bloemers en streefpeilbesluit Citters I en II'. De planning is dat de vaststelling ontwerp-peilbesluit door het dagelijks bestuur in voorjaar 2022 zal plaatsvinden. Daarna volgt terinzagelegging ontwerp-peilbesluit en vaststelling peilbesluit door het algemeen bestuur, verwacht in het najaar van 2022. Inyet ontwerp is nu het plangebied opgenomen in peilvak CIT009. met een beoogd zomerpeil en winterpeil van 5,50 m +NAP. Binnen het plangebied is een C-watergang gelegen, die parallel loopt aan de west- en zuidgrens van het plangebied. Deze C-watergang kent geen beschermingszone. Er is verder geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied zoals aangeduid op de Legger Wateren van het Waterschap Rivierenland.

36

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Uitsnede legger wateren Waterschap Rivierenland In het gebied is een openbare drukriolering aanwezig voor vuilwaterfvoer. Natuurwaarden Het plangebied is gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone, als ecologische drager onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. De waterfunctie 'Water als verbinder', zoals deze is vastgesteld in het Regionaal Waterprogramma Gelderland, is gericht op het versterken van de ecologische blauwe verbindingen in deze gebieden. Het plangebied heeft geen effecten op deze ecologische blauwe verbindingen; de ligging binnen deze waterfunctie is daarom niet relevant voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. 5.12.2 Waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water (2000): Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. In de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichtingen per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewater binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een ‘goede ecologische toestand’ (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een ‘goede ecologisch potentieel’(GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Waterwet: Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden.

Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Ook vervangt de Waterwet een groot aantal wetten op het gebied van water. Hieruit is op Rijksniveau een Nationaal Waterplan ontwikkeld. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. De provincie Gelderland heeft een Regionaal Waterplan opgesteld. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

37

waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving kunnen gemeenten een verbrede zorgplicht op zich nemen. Deze wetgeving maakt het mogelijk om rioolheffing te heffen voor zuiveringstechnisch werk dat door de gemeente (of waterschap/derde) wordt beheerd op grond van de Gemeentewet. Nationaal Waterplan 2016-2021: Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte termijn. In het Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Waterbeheerprogramma 2022-2027 "Versterken. Verbinden. Vergroenen" Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren.

Meer dan in eerdere waterbeheerprogramma’s heeft het waterschap aandacht voor klimaatverandering en maatschappelijke thema’s zoals duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer: In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder de alinea met beleidsuitgangspunten samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Op grond van de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater. Perceeleigenaren dienen hemelwater op eigen perceel te verwerken. Indien dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structureel de gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen c.q.

te beperken, tenzij dit niet doelmatig is of de verantwoordelijkheid van de provincie of het waterschap. 5.12.3 Toekomstige situatie Het planvoornemen voorziet in een planologische functiewijziging, waarbij sloop van agrarische gebouwen en nieuwbouw van woongebouwen plaatsvindt. Verder wordt er voor de ontsluiting van de woongebouwen een verharde oprit aangelegd. Er vindt netto een afname aan verharding plaats binnen het plangebied met uitvoering van het planvoornemen. 5.12.4 Gevolgen voor de waterhuishouding Hemelwater Het volledige plangebied is momenteel bestemd als agrarisch bouwperceel, deels met bebouwing en verharding. In de nieuwe situatie wordt het perceel bestemd als wonen en tussenliggende weiden als agrarisch. In de eindsituatie is sprake van mogelijkheden voor het aanbrengen van bebouwing en verhardingen binnen de woonbestemmingen. Voor het landelijk gebied geldt een eenmalige vrijstelling van compensatie indien het verhard oppervlak met minder dan 1.500 m2 toeneemt. Dit is bij de 4 nieuwe woningen afdoende. Daarmee is het planvoornemen niet compensatieplichtig op basis van de Keur. Wel zal

38

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

bij iedere woning het hemelwater op eigen perceel kunnen infiltreren. De bodem is daarvoor voldoende doorlatend en de grondwaterstanden maken dit mogelijk.

Grondwater Grondwaterstandmetingen van Vitens in de omgeving van het plangebied laten een GHG zien rond de 6,7 m + N.A.P. en een GLG rond de 6,2 m + N.A.P. Gezien de hoogte waarop het plangebied ligt, tegen de rivierduin van Lunen aan (8-9 m + N.A.P.), kan voldaan worden aan de vereiste ontwateringsdiepte van 70 cm van het Waterschap Rivierenland. Eisen ten aanzien van ontwateringsdiepte (peilverschil grondwater met aanlegpeil) zijn een gemeentelijke bevoegdheid. Drooglegging (peilverschil oppervlaktewater met aanlegpeil) is een bevoegdheid van het waterschap. Als ontwateringseis geldt dat het vloerpeil begane grond minstens 1,00 m boven de GHG moet liggen.Als droogleggingseis geldt dat het vloerpeil begane grond minstens 1,30 m boven zomerpeil moet liggen. Aan beide eisen wordt ruimschoots voldaan. Afvalwater Gelet op het bestaande afvalwatersysteem is individuele aansluiting niet mogelijk. Per 'woonblok' (blok Woordsestraat en blok Rijdtsestraat) dient het afvalwater m.b.v. een particuliere rioolwaterpompinstallatie naar de openbare drukriolering afgevoerd te worden. Hiervoor wordt de bestaande openbare drukriolering op kosten van de initiatiefnemer aangepast. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is één C-watergang aanwezig. Deze blijft met het planvoornemen in zijn oorspronkelijke staat behouden.

5.12.5 Digitale watertoets Voor het planvoornemen is de watertoets uitgevoerd. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) en is bijgevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Het ontwerpbestemmingsplan wordt toegezonden aan het Waterschap Rivierenland. Het waterschapsbelang is voldoende geborgd. De digitale watertoets toetst enkel de belangen van het waterschap als waterbeheerder. De belangen van de gemeente als waterbeheerder zijn niet getoetst maar zijn in deze waterparagraaf verwerkt, na beoordeling van de concept paragraaf door de gemeente.

5.12.6 Conclusie Realisatie van het planvoornemen leidt niet tot negatieve effecten op de aspecten met betrekking tot de waterhuishouding. Het aspect water vormt daarom geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. De ontwateringsdiepte en drooglegging zijn door de zandige ondergrond en lager grondwaterstanden t.o.v. maaiveld geborgd. De woningen zullen bij het bouwrijp maken iets verhoogd worden aangelegd. Hemelwaterberging- en infiltratie kan, gezien de bodemopbouw en grondwaterstanden, prima per woning op eigen terrein worden opgelost in de grote tuinen bij iedere woning. Het afvalwater dient m.b.v. een particuliere rioolwaterpompinstallatie naar de openbare drukriolering afgevoerd te worden. De sloop van bebouwing en verharding leidt per saldo tot een afname, waardoor er ook meer hemelwater als schoon water

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

39

kan infiltreren in de bodem. De bedrijfsbeëindiging en nieuwe inrichting, volledig ontkoppeld, maakt dat het plan een meer duurzame en klimaatbestendige inrichting geeft aan het gebied.

40

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische regeling

Algemeen

Op de verbeelding is met behulp van de methode uit SVBP 2012 de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding brengt de planregels in beeld. De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel 'begripsbepalingen' waarin is toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is 'Wijze van meten', waarin is aangegeven hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk betreft een nadere verklaring van de bestemmingen die op de verbeelding zijn aangegeven. De gehanteerde bestemmingen zijn in paragraaf 6.2 kort toegelicht. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene bepalingen zijn kort toegelicht in paragraaf 6.3 4. Overgangs- en slotregels Binnen de overgangsbepalingen is geregeld dat bouwwerken en plannen die (legaal) bestaan op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, maar die in strijd zijn met het bestemmingsplan, mogen worden herbouwd mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel is de officiële naam van het bestemmingplan genoemd. Deze naam moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

6.2

Bestemmingen

Binnen dit bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen: Agrarisch met waarden - 2: De gronden buiten de woonbestemmingen blijven behouden als de bestemming 'Agrarisch met waarden - 2'. Wonen - 1: Voor de nieuw op te richten woningen is de bestemming 'Wonen -1' opgenomen. De hoofdgebouwen (woningen) mogen uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak. De regeling van de woningen en bijgebouwen is afgestemd op recente woonbestemmingen. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de goede landschappelijke inpassing en landschapsversterking conform Bijlage 1 Voorwaardelijke verplichting bij de planregels is geborgd.

Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 2: Deze dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit het bestemmingsplan buitengebied en beschermen de archeologische verwachtingswaarde die voor de gronden binnen het plangebied gelden. Op basis van het archeologisch onderzoek zouden de gronden kunnen worden vrijgegeven in de vorm van het nemen van een selectiebesluit. Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied: De dubbelbestemming Cultuurhistorisch waardevol gebied is overgenomen uit het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Waarde - Cultuurhistorisch waardevol pand: De dubbelbestemming Cultuurhistorisch waardevol pand is overgenomen uit het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

41

6.3

Algemene regels

De algemene regels omvatten de standaardregels zoals de anti-dubbeltelregel. Voor de regeling binnen dit bestemmingsplan is bovendien het bestaande Wijchense parkeerbeleid opgenomen, als ook de standaard afwijkingsmogelijkheden van de bouwregels.

42

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Economische haalbaarheid

De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt betreft een particulier initiatief waarbij alle plankosten voor rekening komen van de initiatiefnemer. Aanleg van of wijziging aan bestaande openbare voorzieningen door of als gevolg van het plan, komen voor rekening van de initiatiefnemer. De bestaande openbare drukriolering moet worden aangepast om het afvalwater van het plangebied te kunnen inzamelen en transporteren. De gemeente Wijchen heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd. Schade aan openbare voorzieningen door of als gevolg van het plan worden op de initiatiefnemer verhaald. Daartoe wordt de staat van de openbare voorzieningen voorafgaand opgenomen en tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.

7.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

7.2.1 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg is het bestemmingsplan toegezonden aan de provincie en het waterschap. PM 7.2.2 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage liggen. Na het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder de mogelijkheid om te reageren op dit plan.

bestemmingsplan VAB Woordsestraat1-3 Wijchen

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=5353d971-9c9c-4f5c-9bc5-56d736a7c6e1