CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing zonnepark Bankhoef

Commissievergadering Wijchen 3 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 72524 beslisnota Ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor realisatie van het zonnepark Bankhoef14.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef ontwerp

omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing

Zonnepark Bankhoef ontwerp

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Doelstelling

7 7 7 7

Hoofdstuk 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid

9 9 11 18

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Geldende planologische situatie 3.2 Huidige situatie 3.3 Toekomstige situatie

23 23 24 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Ecologie 4.5 Milieuzonering 4.6 Geurhinder 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Water 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Externe veiligheid 4.11 Verkeer 4.12 Reflectie 4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

29 29 31 31 32 35 37 37 38 41 42 43 44 44

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45 45

3

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

4

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Ruimtelijke onderbouwing

5

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

6

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Pure Energie en Energiecoöperatie Leur e.o. hebben het voornemen om in de gemeente Wijchen, ten oosten van de A50, een zonnepark te realiseren. De beoogde locatie is gelegen aan de Bankhoeve en het Papenstraatje te Leur. Een dergelijke ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan.

1.2

Projectgebied

Onderstaande afbeelding geeft de locatie van het plangebied weer ten opzichte van Wijchen. Het gaat om het perceel kadastraal bekend sectie D, nummer 171 en nummer 175 in kadastrale gemeente Bergharen. De totale oppervlakte is 28,3 hectare.

Afbeelding 1: plangebied (rood kader) met een topografische achtergrond (bron: OpenTopo)

1.3

Doelstelling

Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure). Als onderdeel van de vergunningsaanvraag moet worden aangetoond dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt door middel van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd.

7

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

8

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Hoofdstuk 2 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Klimaatwet

Beleidskaders

Op 1 september is de Klimaatwet in werking getreden. De Klimaatwet is een wet waarin de afspraak van het Klimaatverdrag van Parijs is opgenomen. In 2050 moet de CO2 -uitstoot teruggedrongen zijn met 95% ten opzichte van 1990. Als tussendoel is in de Klimaatwet opgenomen 49% CO2-reductie ten opzichte van 1990 in 2030. Om die doelen te bereiken, bevat de Klimaatwet een aantal instrumenten. Het Rijk moet verplicht een Klimaatplan opstellen, waarin de hoofdzaken van het beleid voor de realisering van de doelstellingen zijn opgenomen, voor de komende tien jaar. Het klimaatplan moet onder andere maatregelen bevatten om de doelstellingen te realiseren. Ook moet een beschouwing worden gegeven over de verwachte besparing op het energiegebruik en het verwachte aandeel hernieuwbare energie. Het eerste klimaatplan is in 2019 vastgesteld en geldt voor de 0periode van 2021 tot 2030. Minimaal eens in de vijf jaar moet het plan herzien worden. Bij de voorbereiding van dit plan worden burgers, bedrijven en lokale overheden betrokken. Opwekking van duurzame energie is, hoewel onderdeel van het klimaatakkoord, vanwege ruimtelijke afweging grotendeels ondergebracht in regionaal beleid. Het kabinet acht het vanuit het oogpunt van voedselzekerheid, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie van belang dat zorgvuldig wordt omgegaan met landbouwgronden en natuur.

Tegelijk staat het kabinet voor de opgave om op kosteneffectieve wijze een CO2-reductie te realiseren van tenminste 49% in 2030. Het kabinet constateert dat zonneparken en windmolens een waardevolle bijdrage aan kunnen leveren en dat slimme aanleg van zonneparken samen kan gaan met de verbetering van de biodiversiteit en ontzien van natuur- en landbouwgronden. Tegelijk wil het kabinet het gebruik van landbouw- en natuurgronden niet als zodanig uitsluiten mits projecten binnen de huidige kaders kunnen worden ingepast. Bij de huidige kaders voor projecten in landbouwgebieden wordt gedacht aan landschappelijke inpassingsvereisten en voor natuur aan het vigerende natuurbeleid. Het voorliggende plan draagt bij aan de verduurzaming van energieopwekking, en daarmee een vermindering van CO2-uitstoot. 2.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie doelen uitgewerkt: Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Verbeteren van de bereikbaarheid. Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met de hiervoor genoemde doelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.

9

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Duurzame energie De rol van de Rijksoverheid in het ruimtelijke beleid voor nationale elektriciteitsvoorziening is gelegen in het zorgen voor voldoende ruimte voor een adequate infrastructuur. Energiezekerheid is een belangrijk economisch goed. De verdere integratie van de Europese energiemarkt maakt dat er een steeds groter beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 Kilovolt) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 Megawatt) aan en zorgt voor de inpassing hiervan. Het project valt hier niet onder, aangezien het maximum opwekkingsvermogen van het zonnepark niet meer dan 50 MWp zal bedragen. Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is.

Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorzieningen (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Het voorliggende project moet ruimte gaan bieden aan de realisatie van een zonnepark. Het project levert daarmee een bijdrage aan de doelstelling voor 2040 uit het rijksbeleid. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zonneparken worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het alsnog van belang zijn de behoefte van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied in kaart te brengen. De gemeente Wijchen heeft op basis van verschillende landschapstypen kaders opgesteld waar initiatieven voor zonneparken aan dienen te voldoen om in aanmerking te komen voor vervolg. De gemeente heeft verschillende initiatieven laten inschrijven om in aanmerking te komen voor het realiseren van zonneparken tot maximaal 30 hectare. Hiermee heeft de gemeente op basis van meerdere criteria een afweging gemaakt of deze buitenstedelijke ontwikkeling wenselijk is. Voorliggend initiatief is geselecteerd om een vervolg te krijgen in het ruimtelijk/planologische traject.

De kaders zijn verder uitgewerkt in paragraaf 2.3.2.

10

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De ontwerpvisie is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 juni 2018, en heeft ter visie gelegen van 14 juni tot en met 9 augustus 2018. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. Gelderland kiest er in de Omgevingsvisie voor om bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven, waaronder het realiseren van duurzame energieopwekking (zonneparken), vanuit twee hoofddoelen. Het eerste doel is het vergroten van de concurrentiekracht van Gelderland door een duurzame versterking van de ruimtelijk-economische structuur. Daarbij richt de provincie zich met haar partners vooral op: kansen bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven; het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's; het creëren van een goede bereikbaarheid van de stedelijke gebieden en de economische kerngebieden met fiets, openbaar vervoer en auto maar ook digitaal; het versterken van ruimtelijke randvoorwaarden voor de sterke (top)sectoren en het verbeteren van de kennisinfrastructuur; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor cultuurbeleving; een adequaat beheer (kwaliteit en kwantiteit) van bestaande en eventueel nieuwe woongebieden, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel in Gelderland. Het tweede doel is het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland.

Dit betekent vooral: ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed; een gezonde en veilige leefomgeving; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, die zijn onderverdeeld in drie thema's. Het thema Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Onder het thema Dynamisch Gelderland staan de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit. Het derde thema, Mooi Gelderland, betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Dit initiatief sluit aan op de doelen van de provincie. Het initiatief draagt met name bij aan het tweede doel: het waarborgen en verder ontwikkelen van Gelderse kwaliteiten.

Het initiatief draagt bij aan het subdoel 'Een gezonde (en veilige) leefomgeving' aangezien er energie op duurzame wijze wordt opgewekt. Het initiatief wordt tevens landschappelijk ingepast, en draagt daarmee bij aan het subdoel 'Ontwikkelen met kwaliteit'. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1) opgesteld. Bij het ontwerp van het zonnepark is rekening gehouden met de bestaande verkavelingsstructuur waarbij bestaande landschappelijke elementen zoals de bomenrij ten zuiden van het plangebied behouden blijven. Tevens wordt om het zonnepark een inheemse haag geplaatst. Ten aanzien van de beleefbaarheid van het zonnepark en de omgeving wordt om het zonnepark heen een klompenpad aangelegd.

11

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Daarnaast biedt het ontwerp een versterking van de ecologische verbindingszone. Zo worden er poelen en hagen toegevoegd en wordt er kruidenrijk grasland aangelegd. Ook wordt het hek om het zonnepark niet totaan de grond gebouwd, maar blijft er een stukje ruimte over zodat kleine dieren kunnen passeren. Daarnaast wordt het zuidelijke perceel ingericht als extra versterking van de ecologische verbindingszone. Het westelijk deel van dit perceel wordt ontwikkeld als een 15 m brede ecologische verbinding voor onder andere de das naar het zuiden. Met deze maatregelen worden de leefgebieden van de kamsalamander en de das behouden en verbeterd. Tevens wordt de biodiversiteit ter plaatse verbeterd. 2.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Op 15 december 2021 heeft Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is daarna op 1 februari 2022 in werking getreden. De Omgevingsverordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, specfiek zijn ook regels opgenomen die zullen komen te gelden wanneer de Omgevingswet in werking treed. In de Omgevingsverordening zijn een aantal thema's relevant voor het voorliggende bestemmingsplan. Deze zullen hieronder worden toegelicht. Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) Het GNN en GO zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. Het hoofddoel van het ruimtelijk beleid voor het GNN is het bijdragen aan een samenhangend netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen door bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige bijzondere ruimtelijke waarden en kenmerken. Het plangebied van Zonnepark Bankhoef is in zijn geheel gelegen in de GO. Binnen de GO is onder voorwaarden een nieuwe grootschalige of kleinschalige ontwikkeling toegestaan (zie artikel 2.52 van de Omgevingsverordening Gelderland).

Van een grootschalige ontwikkeling als bedoeld in artikel 2.52 lid 1 van de Omgevingsverordening Gelderland is sprake als de nieuwe ontwikkeling het karakter van het betreffende gebied verandert. Is dit niet het geval, is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Op 31 mei 2022 stelden Gedeputeerde Staten nadere regels voor de Groene ontwikkelingszone vast. Als een initiatiefnemer iets wil bouwen in deze Groene ontwikkelingszone, moet hij tegelijk de kernkwaliteiten versterken door natuur- en landschapselementen aan te leggen. De nadere regels betreffen rekentabellen die inzicht geven of er sprake is van voldoende versterking. Waar het gaat om de GNN en GO is Gelderland verdeeld in 185 deelgebieden (zie Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone). De locatie van Zonnepark Bankhoef valt in deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen. Hieronder is deelgebied 50 weergegeven (de dunne groene lijn op onderstaande plattegrond is de begrenzing van gebied 50) met daarin de locatie van het zonnepark (rode ster).

12

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Afbeelding 2: Uitsnede Deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen uit Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Zoals blijkt uit deze afbeelding vormt het plangebied van Zonnepark Bankhoef maar een zeer klein gedeelte van deelgebied 50. Het deelgebied strekt zich immers maar liefst uit van globaal ten zuidoosten van Wijchen tot voorbij Horssen. De ontwikkeling van een zonnepark op de beoogde locatie zal het karakter van Deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen dan ook niet veranderen. Het initiatief voor Zonnepark Bankhoef betreft in het kader van de Omgevingsverordening Gelderland derhalve een kleinschalige ontwikkeling. Het initiatief moet daarom voldoen aan het bepaalde in artikel 2.52 lid 2 van de Omgevingsverordening Gelderland: Artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: 1. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; 2. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.

Kernkwaliteiten betreffende gebied In de Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone behorende bij de Omgevingsverordening Gelderland worden de kernkwaliteiten, de actuele waarden en de ontwikkelingsdoelen van het GNN en GO beschreven. Voor de GO geeft deze bijlage richting aan de versterking van de ontwikkelingsdoelen, zodat per saldo sprake is van een versterking van de kernkwaliteiten van de GO.

13

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Het plangebied van het zonnepark ligt in deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen en maakt deel uit van de Ecologische verbindingszone (EVZ) Overasseltse Vennen - Bergharen (Rijk van Nijmegen - Land van Maas en Waal - Maasuiterwaarden), waarvoor ontwikkeling volgens de EVZ-modellen das en kamsalamander het doel is. De ontwikkeling van ecologische verbindingen voor de soorten das en kamsalamander is voor deze locatie leidend. Door deze verbindingen vorm te geven in het ontwerp, wordt ook bijgedragen aan de andere kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. De voor deze locatie relevante kernkwaliteiten voor natuur en landschap in deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt - Bergharen zijn: gordel van rivierduinen met zandlandschap (dennenbosjes, vennen, heide), ook oude Maasmeanders, verder oeverwal met veel akkerbouw langs de Maas in het zuiden en onbebouwde kom in het noorden met weteringen; ecologische verbindingen Overasseltse Vennen - Bergharen, Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries; leefgebied steenuil; leefgebied kamsalamander; ruïnes, landgoederen en kastelen: St. Walrick, Heerlijkheid Leur, Kasteel Hernen, Heerlijkheid Horssen; van oudsher leefgebied dassen; abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir; ecosysteemdiensten: recreatie, waterwinning, waterberging.

De voor deze locatie relevante ontwikkelingsdoelen natuur en landschap van de GO zijn: Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels); ontwikkeling populatie dassen; vermindering barrièrewerking A73, A50, A326, N324, N845, N322 en N847; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden; ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen; ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen. Toegevoegde landschappelijke elementen Voorliggend initiatief heeft mede op basis van ecologisch onderzoek (paragraaf 4.4) en overleg met de provincie Gelderland elementen opgenomen in de landschappelijke inpassing, die de GO substantieel versterken. Daarbij zijn de rekentabellen gehanteerd die de provincie hiervoor worden voorgeschreven. Er zijn droge en natte elementen toegevoegd, respectievelijk voor de das en kamsalamander. In paragraaf 3.3 en Bijlage 1 wordt de toekomstige situatie en detaillering van natuurelementen nader toegelicht. Ook de ingevulde rekentabel van GO is in bijlage 1 te vinden (blz. 22). De rekenmethodiek komt voor het GO niet geheel op nul uit. Dat zou onvoldoende versterkingsmaatregelen kunnen betekenen.

Het schuiven in oppervlaktes versterkingsmaatregelen om wel op nul uit te komen zal ten koste gaan van oppervlaktes grasland voor de das. Die oppervlaktes grasland zijn noodzakelijk ten behoeve van het foerageren van de das en om een ontheffing Wnb voor de das te verkrijgen. Extra maatregelen ten behoeve van de invulling van de GO leiden een minder gunstige uitkomst voor de das en daarmee zou de ontheffing Wnb in de knel komen. In dat licht is het niet uitkomen op nul aanvaardbaar c.q. noodzakelijk. Dit is bij de voorbereiding van de vergunningsaanvraag ook afgestemd met de provincie. Extra kwalitatieve invulling is daardoor niet gegeven door oppervlaktes te veranderen maar aanvullend door vleermuiskasten mee te nemen in de inrichting. Vleermuizen zijn in veel deelgebieden opgenomen als kernkwaliteit en ontwikkelingsdoel binnen GNN/GO. De inrichting van het plangebied met houtwallen, poelen en pluksgewijs struweel zorgt op den duur voor een geschikt biotoop voor vleermuizen. Hieronder worden de toegevoegde elementen nader toegelicht in relatie tot de ontwikkelingsdoelen binnen

14

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

de GO. Acht grote lijnen voor dooradering en geleiding Het plangebied beslaat twee kadastrale percelen, bestaande uit intensief gebruikt agrarisch land. Dooradering ontbreekt in zijn geheel in het huidige plangebied. Binnen het noordelijk perceel wordt ingezet op kruidenrijke vegetatie, welke de randen van het zonnepark opvult en ook tussen en onder de panelen zal groeien. Extra natuurwaarde wordt toegevoegd in een randzone van minimaal vijftien meter breed rondom het gehele perceel. Langs de randen komt een haag bestaande uit inheemse en vruchtdragende soorten. Daarnaast worden in de randen ook verschillende bosschages, plukken laag struweel en knotwilgen geplant. Dwars door een deel van het perceel worden twee lage hagen (hidden hedges, elk 5 meter breed: 2 meter kruiden, 1 meter greppel, wal en haag, 2 meter kruiden) aangelegd. Eenzelfde hidden hedge loopt van noord naar zuid door het noordelijke zonneveld. Ook wordt er een haag langs de watergang die van noord naar zuid loopt geplaatst en wordt langs deze strook op enkele plekken meer ruimte gegeven aan kruidenrijk grasland en struweel. Langs de noordoostzijde van het zonnepark wordt een bomenrij geplant met daaronder struweel.

De watergangen in het zuidelijk deel van het plangebied van oost naar west en van noord naar zuid (A326) fungeren inclusief de aanwezige beplanting als dooradering van het huidige, intensief agrarisch gebruikte gebied. In deze huidige dooradering ontbreekt echter een verbinding met de gronden binnen het plangebied van het zonnepark. Het zuidelijke perceel en wordt daarom ingericht als nieuwe verbinding naar het zuiden en daarnaast veranderd het met de nieuwe inrichting in een primair foerageergebied voor de das en andere dieren. Dit wordt gerealiseerd door de aanleg van een 15 m brede ecologische verbinding aan de westkant van het zuidelijke perceel die leidt naar een dassentunnel onder de A326 door. Deze wordt ingericht met pluksgewijs struweel, knotwilgen en kruidenrijke vegetatie. Ook langs de noord- en oostzijde wordt pluksgewijs struweel aangeplant over een breedte van 5 meter. De rest van het perceel wordt ingericht als kruidenrijk grasland met extra klaver. De gekozen inrichting van het zonnepark resulteert in acht grote lijnen voor dooradering en geleiding en zijn met name voor de das relevant. Vier grote lijnen lopen van noord naar zuid.

Dat zijn: De lijn aan de westzijde van het plangebied parallel aan de A50; de hidden hedge door het noordelijke zonneveld; de lijn noordelijke punt plangebied – de zone langs Groenestraat – noordzuid-sloot tussen de twee zuidelijke zonnevelden; de lijn noordelijke punt plangebied – de zone langs Groenestraat – de zone langs Papenstraatje. Vier grote lijnen lopen van west naar oost. Dat zijn: De lijn langs de oostwest-sloot; de twee hidden hedges door het zuidwestelijke veld; de zuidelijke grens van het plangebied. Deze in totaal acht grote lijnen om en door het plangebied zijn allen voorzien van onder andere hagen en struweel en zijn allen minimaal vijftien meter breed (uitgezonderd de hidden hedges, met 5 meter breed) en op meerdere plekken nog vele meters breder. Hierdoor is er meer dan voldoende dekking voor onder andere de das en is er veel geleiding rond en door het zonnepark. De aan te brengen verbindingen sluiten aan op de bestaande dassenburchten en fauna-passages onder de A50 en A326. Deze dooradering ontbreekt in zijn geheel in het huidige, intensief agrarisch gebruikte plangebied en wordt dus door het zonnepark toegevoegd. Dit element draagt bij aan de volgende ontwikkelingsdoelen binnen de GO:

15

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels); ontwikkeling populatie dassen; vermindering barrièrewerking A50 & A326; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden; ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen. Foerageergebied das In de huidige situatie zijn het vooral de bosjes, dassentunnels en graslanden rondom het plangebied die het gebied waardevol voor de das maken. De akkers binnen het plangebied zijn van geringe waarde als voedselgebied en ook weinig aantrekkelijk voor migratie of doorreis naar ander voedselgebied.

Afbeelding 6: Foto situatie plangebied, d.d. 28 oktober 2021 Door aanleg van het zonnepark met natuurelementen wordt ook het plangebied zelf een waardevol voedselgebied. De oppervlakte primair voedselgebied voor de das wordt minimaal vervijfvoudigd (was 1,3 ha, wordt 10,5 ha). Daarbij is het voor de das aantrekkelijk doordat overal dekking nabij is en er veilige routes zijn om te verplaatsen, in verbinding met diverse dassentunnels die er al rondom het plangebied liggen. Daardoor zijn als gevolg van het zonnepark ook omliggende primaire foerageergebieden beter bereikbaar voor de das. Hiermee is een hoogwaardige invulling gegeven aan de ecologische verbindingszone das. Veel andere soorten, zoals haas en kleine marterachtigen, zullen meeliften in deze ontwikkeling. Dit element draagt bij aan de volgende ontwikkelingsdoelen binnen de GO: Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels); ontwikkeling populatie dassen; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden; ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen. Zeven poelen Voor kritische soorten amfibieën zoals kamsalamander vormt het gebied in de huidige situatie totaal geen geschikt leefgebied.

Ten behoeve van de kamsalamander worden in het plangebied diverse elementen toegevoegd: Er worden zeven van andere wateren geïsoleerde poelen van 500 m² aangelegd, met een onderlinge afstand van niet meer dan 200 meter; de poelen worden verbonden door een netwerk van stroken met extensief beheerd kruidenrijk gras, struweel en sloten;

16

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

dit netwerk van ecologische verbindingen loopt van noord naar zuid continu door; de graskruidenstroken tussen de rijen zonnepanelen vormen ook leefgebied voor kamsalamanders en andere dieren en onder de zonnepanelen kunnen kamsalamanders ook schuil- of overwinteringsplaatsen vinden. Door de aanleg van zeven poelen verbonden door het netwerk van kruidenranden, gaskruidenstroken, oevers en hagen ontstaat voor de kamsalamander een volwaardige ecologische verbindingszone. Veel andere soorten, zoals struweelvogels, vlinders en andere insecten zullen meeliften in deze ontwikkeling. Dit element draagt bij aan de volgende ontwikkelingsdoelen binnen de GO: Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels); ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen. Versterking ecologische verbindingen Het gehele plangebied wint aan kwaliteit doordat rust in het zonnepark is gewaarborgd door het hekwerk rondom en doordat er voor het onderhoud veel minder menselijke activiteit nodig is dan bij het huidige intensieve agrarische gebruik. Gedurende de avond en nacht zijn er geheel geen activiteiten.

Het raamwerk van houtige elementen, poelen en watergangen met daarlangs graskruidenstroken, vormen meerdere doorgaande ecologische verbindingen die aantrekkelijk zijn voor de das en andere grondgebonden dieren om zich langs te verplaatsen en voedsel te zoeken. Dit raamwerk verbindt de verschillende faunapassages rondom het plangebied en sluit aan op de twee dassenverblijfplaatsen net buiten het plangebied. Dit element draagt bij aan de volgende ontwikkelingsdoelen binnen de GO: Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels); ontwikkeling populatie dassen; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden; ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen; ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen. Conclusie Met onderliggend initiatief wordt bijgedragen aan ontwikkelingsdoelen van het deelgebied Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen. De kernkwaliteiten van dit gebied worden, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel versterkt. Deze kleinschalige ontwikkeling voldoet daarmee aan de voorwaarde als genoemd in artikel 2.52 lid 2 onder a van de Omgevingsverordening Gelderland.

Verankering versterking kernkwaliteiten De uitvoering van de substantiële versterking van de kernkwaliteiten van het gebied wordt verzekerd doordat het landschappelijk inpassingsplan onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning. Het realiseren en in stand houden van het zonnepark overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan wordt als voorschrift opgenomen in de omgevingsvergunning. Ook wordt er als aanvullende verzekering een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag. Het realiseren en in stand houden van het zonnepark overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zal hierin ook worden vastgelegd. Deze kleinschalige ontwikkeling voldoet daarmee aan de voorwaarde als genoemd in artikel 2.52 lid 2 onder b van de Omgevingsverordening Gelderland.

17

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Dit initiatief draagt bij aan de ontwikkelingsdoelen van de provincie.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Structuurvisie Wijchen 2009

De gemeente Wijchen heeft in 2009 een structuurvisie vastgesteld voor de gehele gemeente. Hierin is de keuze gemaakt om geen nieuw beleid te maken. Bestaande opgaven en strategisch beleid zijn in de structuurvisie samengekomen om acht strategische opgaven te bundelen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de onderdelen uit de structuurvisie die relevant zijn voor het planvoornemen. Het plangebied is in onderstaande afbeelding aangeduid op de algemene structuurvisiekaart.

Afbeelding 7: uitsnede structuurvisiekaart t.h.v. het plangebied (rood kader) Ecologische verbindingszone Het plangebied wordt in zijn geheel aangeduid als gebied waar de ecologische verbindingszone (EVZ) moet worden ontwikkeld. Hiervoor zijn in de structuurvisie kaders meegegeven. De gewenste natuurontwikkeling in deze zone bestaat uit een droge en een natte component. Hiervoor zijn door de provincie ruimtelijke modellen opgesteld: De droge component bestaat uit het model “Das”. Doel is minimaal 500 meter brede zone van landschapselementen te realiseren, bestaande uit hagen, houtwallen, bosjes en singels, waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen en waarin ze kunnen schuilen. In de omgeving moeten voldoende vochtige graslanden en akkers beschikbaar zijn om voedsel te zoeken;

18

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

De natte component bestaat uit het model “Kamsalamander”. Dit model betreft een minimaal 250 meter brede zone in het landschap, maar dan bestaande uit vochtige en natte elementen als poelen, natuurvriendelijke oevers, moerasjes en vochtige bosjes. Landschapstype Op de landschapskaart is te zien dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het landschap "Oude oeverwal". Aan de oude oeverwallen is de volgende opgave gekoppeld: "Versterken tot halfopen landschap door ontwikkeling landschapselementen, geïnspireerd op het aanwezige reliëf en cultuurhistorische patronen." Voor de ontwikkeling van zonneparken binnen het landschapstype is specifiek beleid opgesteld, dit wordt behandeld in paragraaf 2.3.2. 2.3.2

Visie op zonne-energie gemeente Druten & Wijchen

Op 25 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Wijchen het ‘Samen naar een duurzaam Wijchen energieplan op hoofdlijnen’ vastgesteld. Het plan beschrijft de grote en kleine stappen die tot en met 2022 moeten worden gedaan om uiteindelijk energieneutraal te worden. Hiervoor zijn in dit plan 15 projectideeën opgenomen die door de gemeente of andere partijen de komende jaren worden uitgevoerd. De gemeente hanteert drie sporen: Besparen van energie: het beïnvloeden van het gedrag en het treffen van fysieke maatregelen die het fossiele energieverbruik voorkomen of verminderen. Aanpassen van het systeem: het veranderen van de fossiele energie systemen in onze directe woonen werkomgeving en infrastructuur naar een schone en duurzame infrastructuur. Duurzaam opwekken: het realiseren van duurzame energieprojecten, zoals bijvoorbeeld met wind- en zonne-energie, biomassa, water en bodemwarmte. In het energieplan is de ambitie opgenomen om minimaal 30 hectare netto aan zonneparken te realiseren in 2023 (dit is 1,2% van het grondgebied van de gemeente). Zodra deze ambitie is bereikt wordt de zonnevisie geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

Afbeelding 8: uitsnede landschaptypenkaart met plangebied (rood) globaal aangeduid Op bovenstaande afbeelding is te zien dat het plangebied in volledigheid in het landschapstype 'Oude oeverwallen' ligt. De visie stelt voor plannen op 'Oude oeverwallen' het volgende: Tussen de rivierduinen en de Maaskommen zijn de oude oeverwallen gelegen. De overgang naar de

19

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

rivierduinen is markant door het contrast tussen open en besloten. De overgang naar de Maaskommen is minder opvallend. Het oude oeverwallen landschap heeft zowel grootschalige als ook kleinschalige componenten, maar overal overheerst de openheid. Door de weidsheid lijkt het type op de komgronden maar de veelvormigheid van de verkaveling is groter. De gemiddelde kavelmaat is 6 hectare (4 tot 10 ha). Op basis van de zonneschijf en de verschillende landschapstypen is voor de gemeenten Druten en Wijchen een afweging gemaakt wat de basishouding is van deze gemeenten voor initiatieven in verschillende gebieden. Dit is vertaald in een visiekaart.

Afbeelding 9: uitsnede visiekaart met plangebied (blauw) globaal aangeduid In bovenstaande afbeelding is te zien dat het planvoornemen ligt in een zone die is aangeduid als 'Zonneparken mogelijk'. Hierbij is de basishouding van de gemeente "Ja, mits...". Om wildgroei te voorkomen en aandacht te houden voor andere belangen (o.a. voedselproductie, omwonenden, natuur en landschap) en innovaties, maximeren de gemeente Druten en Wijchen de realisatie van zonneparken tot en met 2023 op respectievelijk 50 en 30 hectare netto. Op het moment dat de ingekomen aanvragen de voornoemde quota overtreffen worden deze in de wachtrij geplaatst. Deze wachtrij kan doorschuiven wanneer aanvragen deels of helemaal afvallen. Beide gemeenten behouden zich het recht te prioriteren in de initiatieven die doorschuiven vanuit de wachtrij. Het aanbrengen van een quotum biedt de mogelijkheid om de behaalde resultaten te evalueren, waar nodig bij te stellen en aanvullende/nieuwe ambities te stellen. In augustus 2020 heeft de gemeente Wijchen voorliggend initiatief geselecteerd om de vervolgprocedure te starten. De beoordelingscommissie heeft het plan beoordeeld op de volgende onderdelen: omgevingsdialoog, landschappelijke analyse, levenscyclusanalyse en draagvlak & participatie.

Landschappelijke inpassing op de oude oeverwallen Het oude oeverwallenlandschap wordt bepaald door oude rivierlopen en hun oeverafzettingen. De weidsheid van het gebied zorgt voor een sterk verwantschap met de (Maas)kommen, al is de verkaveling iets minder grootschalig, met onregelmatige vormen en afwisselend kleine en grotere percelen. Vanuit het Landschapsontwikkelingsplan is het ontwikkelingsdoel voor de oude oeverwallen het creëren van een halfopen landschap. De ontwikkeling van zonneparken kan door het toevoegen van landschapselementen bijdragen aan dit doel. Zonneparken op de oude oeverwallen hebben de omvang van minimaal één kavel. De landschappelijke inpassing is daarbij zoveel mogelijk geïnspireerd op het aanwezige reliëf en cultuurhistorische patronen. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen: de aanleg van een houtsingel / bosje met gebiedseigen beplanting (es, eik, iep en lindes);

20

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

de aanleg van een natuurlijke (struweel)haag met gemengde soorten (meidoorn, sleedoorn, wilde roos, veldesdoorn, hazelnoot, knotbomen,hazelaar, wilde appel, peer); het aanbrengen van knotbomen als afscherming (knotes, wilg en knotpopulier); de aanleg van een recreatieve route (in combinatie met een gebiedseigen haag); de aanleg van een natuurvriendelijke oever (met rietzoom); Afhankelijk van de exacte locatie en reeds aanwezige landschapskenmerken en - structuren kan gekozen worden voor één of meerdere van de voorgenoemde wijzen van landschappelijke inpassing. Uitgangspunt is dat alle zijden van het zonnepark landschappelijk worden ingepast. De voorgenoemde opsomming wordt overigens niet uitputtend geacht. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van het planvoornemen.

21

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

22

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Geldende planologische situatie

Binnen het plangebied gelden verschillende bestemmingsplannen: '48 inch buisleidingen' (2010), 'Buitengebied Wijchen' (vastgesteld 2013), 'Buitengebied Herziening 2014' (2014) en 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (2017). Het gehele plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - 2'. Binnen het plangebied zijn meerdere dubbelbestemmingen aanwezig: 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde Archeologie 3', 'Waarde - Cultuurhistorische waardevol gebied' en 'Leiding - Gas'.

23

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Afbeelding 10: vigerende bestemmingen binnen plangebied (in rood gemarkeerd)(bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.2

Huidige situatie

Het plangebied wordt in de huidige situatie gebruikt voor agrarische doeleinden. Het plangebied maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. In de omgeving zijn enkele dassenburchten bekend.

3.3

Toekomstige situatie

Het planvoornemen betreft een zonnepark op enkele percelen ten noordwesten van Wijchen, in de oksel van de A50 en de Hernenseweg (N845). Om het initiatief mogelijk te maken moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Zoals behandeld in hoofdstuk 2 zijn er vanuit vigerend beleid enkele ontwerpeisen gesteld voor het plan. Deze eisen zijn verwerkt in een landschappelijke inpassing (Bijlage 1). Onderstaand wordt de koppeling gelegd tussen de gestelde eisen en het ontwerp. Ontwerp De toekomstige situatie is vastgelegd in een ontwerpschets, zoals te zien in onderstaande afbeelding en in Bijlage 2. Er is gekozen voor een zonnepark dat de verkavelingsstructuur van de bestaande agrarische percelen volgt. Daarbij worden bestaande landschappelijke elementen zo veel mogelijk behouden. Bijvoorbeeld de bomenrij ten zuiden van de zonnepanelen. Rondom het zonnepark komt een haag bestaande uit inheemse, en vruchtdragende, soorten. De haag verpakt als het ware het hek dat vanwege de veiligheid rondom het zonnepark komt. De schouwpaden en het pad naar de transformatorstations zijn onverhard en worden ingezaaid met kruidenrijk grasland.

24

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Afbeelding 11: landschappelijke inpassingsschets

25

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Voor optimale bezonning zijn de bifaciale panelen zuid georiënteerd. Deze panelen laten meer licht door naar de bodem. Ze staan haaks op de A50, waardoor ze aansluiten op de omgeving. Vanwege de zuid-gerichte opstelling is een constructiehoogte nodig van circa 2 meter. Bij een zuidgerichte opstellingen met een hoogte van circa 2 meter is er meer ruimte tussen de zonnepanelen waarbij door lichtinval en water op de bodem tussen de panelen een hogere biodiversiteit wordt gerealiseerd. Ook is begrazing door schapen mogelijk die wenselijk is omdat lichte bemesting gunstig is voor de voedselsituatie voor de das. Dit kan echter alleen als dit zorgvuldig en gericht wordt ingezet. Rondom het zonnepark is rekening gehouden met een schouwstrook van 4,5 - 5 meter. Dit is voldoende om onderhoud te kunnen plegen aan zowel zonnepanelen als aan landschapselementen. Recreatieve zone Aan de noordelijke en westelijke zijde van het zonnepark komt een klompenpad. Dit pad sluit aan op de bestaande wegen De Bankhoeve en Groenestraat. Het pad ligt aan de buitenrand van het zonnepark, niet in het zonnepark zelf. Er wordt geen verharding aangelegd ten behoeve van het pad: er wordt vooral gezorgd dat er een zone beschikbaar is aan deze twee zijden waarover wandelaars en incidenteel ruiters zich kunnen bewegen, over een vrije strook van kruidenrijk grasland.

Het pad is vrij toegankelijk, zodat de gebruikers ook de landschappelijke en natuurlijke elementen kunnen beleven. Gezien de ietwat geïsoleerde ligging van het plangebied in het landschap zal het geen intensief gebruikt pad worden, het is geen onderdeel van een wandelroute of iets soortgelijks. Het pad is vooral opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan op verzoek van enkele direct omwonenden die op deze manier graag het zonnepark beleven en hebben aangegeven het pad te zullen gebruiken, maar niet intensief. Door dit beperkte gebruik lijden de landschappelijke en natuurlijke waarden hier geenszins onder. Om de natuur op het zonnepark niet te verstoren zijn honden verboden. Hievoor worden op de kruisignen van het pad en De Bankhoeve, en het pad en de Groenstraat borden geplaatst met de vermelding 'verboden voor honden'. Ecologische verbindingszone (EVZ) Omdat het zonnepark in een ecologische verbindingszone is gelegen, wordt ingezet op het creëren van zowel droge verbindingen (EVZ model das) als natte verbindingen (EVZ kamsalamander).

Mede op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek en de randvoorwaarden vanuit de provincie is de versterking van de kernkwaliteiten van de locatie vormgegeven op meerdere wijzen: Veel natuurwaarde is toegevoegd in een randzone van minimaal 15 m breed rondom het gehele zonnepark, de aanleg van zeven poelen, een haag, struweel en kruiden langs zowel de noord-zuid sloot als de oost-west sloot en twee hidden hedges (elk 5 m breed: 2 m kruiden, 1 m greppel, wal en haag, 2 m kruiden) over de gehele breedte van een van de zuidelijke velden met zonnepanelen. Ook worden er takkenrillen en stobbenwallen verwerkt in de hiden hedges. Een hidden hedge met scheerhaag met dezelfde afmetingen als twee hiervoor genoemde hidden hedges wordt aangelegd van noord - zuid in het noordelijke perceel. Hierdoor kunnen dassen vanaf de dassenburcht makkelijker richting het zuiden (en andersom). Een extra versterking van de ecologische verbindingszone binnen het plangebied wordt toegepast op een perceel van circa 3,5 hectare. Dit perceel wordt ingericht als kwaliteitsgrasland met extra klaver, pluksgewijs struweel, hidden hedges en knotwilgen. Er blijft voldoende ruimte binnen het zonnepark onder en tussen de zonnepanelen. Hier wordt kruidenrijk grasland aangebracht, hetgeen de biodiversiteit versterkt. Tevens blijft het gehele zonnepark beschikbaar als foerageergebied voor de dassen.

De onderrand van het raster rondom het zonnepark bevindt zich op 20 cm hoogte, zodat kleine grondgebonden dieren tot de grootte van een das het raster vrij kunnen passeren en het gehele zonnepark kunnen betreden, ook omdat het laagste punt van de zonnepanelen zich op circa 55 cm boven maaiveld bevindt. Op verschillende plekjes plekjes aan de rand van het plangebied worden rommelhoekjes met stobben en takkenrillen etc. gecreëerd ten behoeve van kleine marterachtigen en vogels. Op een aantal plekken worden insectenhotels geplaatst.

26

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Extra kwalitatieve invulling wordt nog gegeven door vleermuiskasten in het gebied op te hangen op ecologisch handige locaties. Het plangebied is aangemerkt als leefgebied voor de steenuil. Het plangebied is in de huidige situatie daar echter niet geschikt voor. Van de ecologisch uitwerking van de ecologisch verbinding profiteert ook de steenuil. Op den duur worden potentiele nestlocaties gecreëerd (knotwilgen) en wordt het plangebied door de aanleg van de rommelhoekjes, heggen en hagen aantrekkelijker voor muisachtigen en kleine vogels, de primaire voedselbronnen van de steenuil. Ook de aanleg van poelen vergroot het voedselaanbod voor de steenuil. Ten behoeve van de steenuil wordt een kast geplaatst. Voor de droge verbinding wordt ingezet op kruidenrijke vegetatie, welke de randen van het zonnepark opvult en ook tussen de panelen zal groeien. In de randen langs het zonnepark zijn ook verschillende bosschages en plukken laag struweel te vinden. Langs de randen van het zonnepark zijn brede stroken beschikbaar om kruidenrijk gras te ontwikkelen. Omdat de kruidenrijke zone rondom het zonnepark van voldoende breedte is, vormt dit een robuuste ecologische verbinding in het landschap. Hierbij is rekening gehouden met de schaduwwerking van opgaande elementen op de zonnepanelen. Deze schaduwwerking beïnvloedt immers de werking van de zonnepanelen negatief.

Daarom zijn de bosschages te vinden in het noorden van het plangebied en de lage plukken struweel veelal in het zuiden van het plangebied. De natte verbinding wordt gevormd door een kralensnoer van poelen, onderling verbonden door de randen met kruidenrijk grasland, hagen en natuurvriendelijke oevers. Bij zowel de poelen als langs de noordoever van de sloot die oost-west door het gebied loopt, worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. De natuurvriendelijke oevers leveren een grote kwaliteitsverbetering voor oeverplanten en watergebonden fauna zoals amfibieën en libellen. Deze diersoorten brengen ook een deel van hun levenscyclus op land door, en de oeverzone en aangrenzende natuurelementen bieden hen hoge kwaliteit leefgebied. De hagen en bosschages bieden ook leefgebied voor kleine marterachtigen zoals bunzing, overwinteringsgebied voor amfibieën, en broedplaats voor vogels als wintertaling, rietgors en kleine karekiet. Aanvullend wordt een extra perceel ingericht ten zuidoosten van het zonnepark, aansluitend op de groenstrook bij de gasleiding. De westelijk rand van dit perceel wordt ontwikkeld als een 15 m brede ecologische verbinding voor das (en andere dieren) naar het zuiden, als onderdeel van de ecologische verbindingszone die daar verder doorloopt richting de A326. De rand wordt ingericht met pluksgewijs struweel, enkele knotwilgen en kruidenrijke vegetatie.

Ook langs de noord- en oostzijde wordt pluksgewijs struweel aangeplant over een breedte van 5 m. De rest van het perceel wordt ingericht als kruidenrijk grasland met extra klaver (circa 3,1 ha). Op twee plekken door het perceel komen hidden hedges van ± 1 m breed. Door de landschappelijk inrichting van het plangebied van het zonnepark en het compensatieperceel wordt de verbinding robuuster ten behoeve van de das en andere diersoorten, conform de ontwikkelingsdoelen voor de Groene Ontwikkelingszone.

27

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

28

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het projectgebied te bevatten. Voor zover in een projectgebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1

Archeologie

Het plangebied wordt doorkruist door twee verschillende archeologische beschermingsregimes: "Waarde Archeologie 1, 2 & 3". Deze aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met respectievelijk een hoge en middelhoge archeologische verwachting. Uitgaande van het strengste regime wordt de volgende bouwregel gesteld: Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Er dient ook een omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor grondwerkzaamheden, zoals afgraven van gronden en de aanleg van leidingen (zoals de benodigde middenspanningskabels). Afgraven van gronden is aan de orde voor o.a. de aanleg van de poelen. De vergunning kan slechts verleend worden indien hiervoor archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Hiertoe is door RAAP een Archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het perceel waarop de zonnepanelen geplaatst worden. Aanvullend is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het zuidelijke perceel, dit is te lezen in Bijlage 4.

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het noordelijke deel van het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Op grond van de gespecificeerde archeologische verwachting en de inrichtingsschets wordt een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van en verkennend- en karterend booronderzoek. Het advies voor het karterende booronderzoek geldt voor specifieke locaties waar toekomstige poelen, transformatorstations of inkoopstations, -of anderszins omvangrijke zones die zullen worden ontgraven. Het advies voor het verkennende booronderzoek geldt voor de lineaire zones, die voor de landschappelijke inpassing bestemd zijn, en waar meer verspreide graafwerkzaamheden gepland zijn. Voor de zones waar de aanleg van de zonnepanelen, de aanleg van de hekwerken en paden gepland zijn, wordt in principe geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht, aangezien de verwachte bodemingrepen (en daarmee de verstoring van het bodemarchief) zeer beperkt zijn. De bestaande dubbelbestemming voor archeologie blijft op deze zones

29

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

gehandhaafd. Het uitvoeren van dit vervolgonderzoek omgevingsvergunning worden opgenomen.

kan

door

de

gemeente

als

voorwaarde

voor

de

Voor het zuidelijk perceel geldt dat aangezien de graafwerkzaamheden op basis van het landschappelijk inpassingsplan beperkt blijven tot maximal 0,3 m onder het maaiveld aanvullend archeologisch onderzoek niet nodig is. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen onoverkomelijke belemmering voor het planvoornemen. De archeologische dubbelbestemming ter plaatse blijft gehandhaafd. 4.1.2

Cultuurhistorie

In 2017 heeft de gemeente Wijchen het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' vastgesteld. Hierin zijn verschillende 'cultuurhistorisch waardevolle gebieden' vastgesteld. In onderstaande afbeelding is te zien dat de oostzijde en de zuidwestelijke punt als zodanig zijn aangeduid.

Afbeelding 12: uitsnede 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Samen in verscheidenheid'. Uitgangspunt van deze beleidsnota is dat de aanvrager niet onredelijk extra wordt belast. Dat wil zeggen dat deze er alleen gericht wordt op locaties die er cultuurhistorisch toe doen. Dit betekent dat de aanvrager geen nadere onderbouwing en/of onderzoek hoeft op te stellen en de aanvraag niet aan deskundige commissies wordt voorgelegd als de potentiële afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in een gebied maar gering is. In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van: De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling; De cultuurhistorische waarden in een gebied. Van voorliggend planvoornemen kan gesteld worden dat de bestaande structuren en elementen binnen de cultuurhistorisch waardevolle gebieden niet aangetast worden. In de beoogde situatie (par. 3.3) is duidelijk

30

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

dat de percelen en perceel randen gehandhaafd blijven en ecologische structuren worden versterkt. Bovendien vormt het zonnepark een tijdelijke opstelling in het cultuurhistorische gebied. Deze wordt na afloop van de vergunning in zijn geheel verwijderd. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2

Bodem

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het project. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. De ontwikkeling en realisatie van een zonnepark is niet aan te merken als een gevoelige functie. Tevens zal er door de voorgenomen ontwikkeling geen grond uit het projectgebied worden afgevoerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van uitvoering/realisatie van het project zal voldaan worden aan de vereiste onderzoeksplicht. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit in het kader van de ruimtelijke onderbouwing is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen zones. In geval van het realiseren van geluidgevoelige bebouwing binnen deze zones dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Een zonnepark is geen geluidgevoelig object. Akoestisch onderzoek is in dit kader dan ook niet noodzakelijk. Niettemin kunnen de zonnepanelen wel leiden tot een geluidseffect in de vorm van reflectie van het geluid van het verkeer op de A50. Hierdoor kan het zonnepark toch leiden tot geluidseffecten bij omliggende woningen. In dit kader is een onderzoek uitgevoerd naar geluidreflectie. Het volledige rapport is toegevoegd als Bijlage 5. Onderstaand wordt een beknopte samenvatting gegeven van de bevindingen. Het aspect geluid in de vorm van industrielawaai wordt ook behandeld in paragraaf 4.5 in het kader van bedrijven- en milieuzonering. Onderzoeksresultaat Tevens heeft de aanleg van het zonnepark mogelijk negatieve invloed op de geluidbelasting van de rijksweg A50 die direct te westen van het zonnepark is gelegen. Ter plaatse van het zonnepark zal in plaats van een absorberende bodem (grasland/akkerland) nu een niet absorberende bodem (zonnepanelen) komen.

Om een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat te garanderen zijn de gevolgen voor de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerlawaai en de gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse van woningen inzichtelijk gemaakt. Het zonnepark is in totaal bruto 24,8 hectare groot en voorziet in de plaatsing van zonnepanelen met bijbehorende omvormers en trafostation. Uit de toetsing van de rekenresultaten van het industrielawaai blijkt dat de gehanteerde grenswaarden in de representatieve bedrijfssituatie niet worden overschreden. De rekenresultaten vanwege de rijksweg A50 zijn inzichtelijk gemaakt. Het verschil in Lden tussen de huidige en toekomstige situatie is ten hoogste 0,2 ten gevolge van het veranderen van de bodemfactor ter hoogte van het zonnepark.

31

omgevingsvergunning Zonnepark Bankhoef

Uit de berekening blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het industrielawaai bijna geen rol speelt in de totale geluidbelasting ter plaatse van woningen. Het blijkt dat het veranderen van de bodemfactor in de berekening voor verkeerlawaai de grootste invloed heeft op de geluidbelasting. Het verschil in Lcum is ten hoogste 0,2 dB. Deze verhoging kan als niet significant worden beschouwd en zal ook niet hoorbaar zijn. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4

Ecologie

4.4.1

Inleiding

In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, het aanleggen van een zonnepark, uitvoerbaar is. In dit kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie (nabij) De Bankhoeve te Wijchen. Naderhand is een locatie ten zuiden van de locatie voor de zonnepanelen aan het plangebied toegevoegd. Hiervoor is een afzonderlijke beknopte natuurtoets uitgevoerd. De volledige rapporten zijn toegevoegd als Bijlage 7 en in Bijlage 8. Onderstaand wordt een beknopte samenvatting gegeven van de bevindingen. 4.4.2

Gebiedsbescherming

Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale omgevingsvisie en -verordening. Wet natuurbescherming In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied. Dichtbijzijnde gebied is rivier de Waal (Rijntakken gebiedsnummer 38), ongeveer 7,5 kilometer ten noorden van de planlocatie. Weidevogel- en akkervogelgebied De weidevogelgebieden maken deel uit van de Groene Ontwikkelingszone. De Groene Ontwikkelingszone bestaat uit terreinen die geen natuurbestemming hebben maar die vaak ruimtelijk vervlochten is met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. Ook ganzenfoerageergebieden maken deel uit van de Groene Ontwikkelingszone. Met betrekking tot het rustgebied voor winterganzen geldt dat deze gebieden niet liggen nabij de planlocatie.

Dichtbij zijnde gebieden liggen op circa 7,5-8 kilometer ten noorden, nabij rivier de Waal. Stikstof Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonnepark worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, negatieve effecten hebben op een Natura 2000-gebied. Om de mogelijke effecten van de aanleg van het zonnepark op omliggende Natura 2000-gebieden op het gebied van stikstof te beoordelen is een zogenaamde Aeriusberekening uitgevoerd, die is terug te vinden in bijlage 9. De berekening laat zien dat de stikstofdepositie uitkomt op 0,00 mol/ha/jaar op habitattypen van Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat er verder geen vergunning in het kader van de Wnb noodzakelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=c8c2f174-9b8a-4457-960c-0a16eb62387f