CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Regionaal uitvoeringsplan Volwasseneducatie en volwasseneneducatie 2026-2028_1

Raad openbaar Wijchen 5 maart 2026, gemeente wijchenBij agendapunt: 325276 Informatienota Regionaal Uitvoeringsplan Volwasseneneducatie Wijchen5.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionaal uitvoeringsplan basisvaardigheden en volwasseneducatie

Rijk van Nijmegen 2026-2028

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Samenvatting

5

Inleiding

6

Inzicht: feiten en cijfers

8

Landelijk en regionaal beleid

10

Ambitie en doelen

12

Monitoring

16

Juridisch en financieel kader

17

Planning

18

Jaarplannen

19

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

3

Voorwoord

Sterke basisvaardigheden zijn een voorwaarde voor volwaardig meedoen in onze samenleving. Wie moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden, loopt tegen obstakels aan op het werk, bij het opvoeden van kinderen, in de zorg en bij het regelen van praktische zaken. In het Rijk van Nijmegen zetten wij ons daarom al jaren in voor het versterken van basisvaardigheden bij volwassenen. Dit regionaal uitvoeringsplan 2026-2028 is het resultaat van gezamenlijke inspanning, reflectie en doorontwikkeling. We hebben geleerd van de ervaringen uit de afgelopen jaren. We hebben gezien wat werkt, waar het beter kan en hoe de lokale contexten en uitdagingen binnen onze regio van elkaar verschillen. Daarom kiezen we nu bewust voor een plan op hoofdlijnen, waarin ruimte is voor lokaal maatwerk én voor samenwerking waar dat effectief is. De inzet op bewustwording werpt vruchten af. Steeds meer organisaties, professionals én inwoners herkennen het belang van basisvaardigheden. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat we er nog niet zijn. De uitdagingen blijven groot. Het bereiken van de juiste doelgroepen vraagt om creativiteit, samenwerking en blijvende aandacht, juist ook in tijden van financiële onzekerheid.

In dit plan richten we ons op focusgroepen waar de maatschappelijke opbrengst van verbetering het grootst is: NT1’ers, werkenden en werkzoekenden, jongeren en gezinnen. We versterken onze netwerken, werken aan een integrale aanpak en zetten in op meer non-formeel en laagdrempelig aanbod. Ook investeren we in betere monitoring, zodat we zicht houden op wat werkt. Als gemeente Nijmegen nemen wij met overtuiging onze verantwoordelijkheid als contactgemeente. Samen met onze regiogemeenten, partners en uitvoerende organisaties blijven we ons inzetten voor een regio waarin iedereen, ongeacht achtergrond of opleidingsniveau, de kans krijgt om te leren en mee te doen. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen, mede namens de colleges van de gemeenten in het Rijk van Nijmegen

4

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

Samenvatting Onder basisvaardigheden verstaan we het goed kunnen lezen, schrijven, rekenen en omgaan met computer en smartphone. Heeft iemand (specifiek) moeite met lezen of schrijven, dan noemen we dit laaggeletterd. Basisvaardigheden zijn een belangrijke voorwaarde om ‘mee te doen’ in de samenleving. Minder goed kunnen lezen, schrijven, rekenen of omgaan met computer of smartphone heeft invloed op het werk dat iemand kan doen, de contacten die iemand heeft, de kennis die iemand op kan doen en de mate waarin iemand zelf zijn zaken kan regelen. Om ervoor te zorgen dat inwoners voldoende basisvaardigheden hebben, moet iedereen een kans krijgen om goed te leren lezen, schrijven, rekenen en met computer of smartphone om te gaan. Voor u ligt het Regionaal uitvoeringsplan basisvaardigheden en volwasseneducatie 2026-2028. Dit uitvoeringsplan beschrijft hoe gemeenten in het Rijk van Nijmegen de komende jaren gaan werken aan het bevorderen van basisvaardigheden. Dit plan is het resultaat van de evaluatie van het vorig plan 2021-2024. Het plan is opgesteld in samenwerking met alle gemeenten en grote partner in de regio. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn erin vertaald. Het is erop gericht om zoveel mogelijk inwoners in hun directe omgeving faciliteiten te bieden voor het ontwikkelen van basisvaardigheden.

Door een aanpak op maat, laagdrempelig en nabij, ondersteunen we inwoners bij een volwaardige deelname aan de samenleving. Met een sterk netwerk van partners zorgen we ervoor dat we de juiste mensen ‘vinden’ en naar dit aanbod toeleiden.

Het is onze ambitie om met een laagdrempelige aanpak op maat zoveel mogelijk inwoners de kans te geven hun basisvaardigheden te ontwikkelen. Om dat te bereiken werken we in de periode 2026-2028 aan de volgende doelen:

1

We dragen zorg voor een sterk regionaal en lokaal netwerk.

2

We werken aan de integraliteit van ons beleid en onze aanpak.

3

We ontwikkelen laagdrempelig non-formeel (taal)aanbod.

4

We verbeteren de monitoring en sturing van aanbod en kwaliteit.

Omdat onze middelen onvoldoende zijn om altijd alle groepen met lage basisvaardigheden te ondersteunen, richten we ons wanneer we keuzes moeten maken specifiek op NT1-ers, werkenden en werkzoekenden, gezinnen en jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar.

Het regionaal uitvoeringsplan basisvaardigheden en volwasseneducatie 2026-2028 is een plan op hoofdlijnen. Iedere gemeente maakt in haar eigen jaarplannen een vertaling naar de lokale situatie en werkt daarin haar concrete acties uit.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

5

Inleiding In de regio Rijk van Nijmegen werken we als gemeenten al ruime tijd aan het versterken van basisvaardigheden van onze inwoners. Dat doen we samen met diverse partners zoals welzijnsorganisaties, taalaanbieders, bibliotheken, scholen en bedrijven. Deze partners zijn niet voor iedere gemeente in het Rijk van Nijmegen hetzelfde. De gemeenten verschillen ook in grootte, ambitie en beschikbare middelen en capaciteit. Daarom hebben we een regionaal uitvoeringsplan opgesteld waarin we gezamenlijk de hoofdlijnen vastleggen maar voor de lokale uitvoering voldoende ruimte laten om hier, passend bij de lokale situatie en partners, invulling aan te geven. In 2024 hebben we het Regionaal uitvoeringsplan ‘Bevorderen basisvaardigheden bij volwassenen, 2021-2024 ’ geëvalueerd. Hierbij hebben we een aantal conclusies getrokken. Onze inzet op bewustwording en acceptatie begint zijn vruchten af te werpen: het onderwerp staat bij een toenemend aantal organisaties en inwoners op het netvlies. Maar we zien ook dat door de lokale verschillen qua omvang en partners niet alle gemeenten evenveel inzet hebben gepleegd en resultaten hebben geboekt op de doelen uit het uitvoeringsplan.

6

Daarnaast hebben we door een beperkte samenwerking niet alle middelen die we tot onze beschikking hadden besteed en niet alle doelen bereikt. De uitkomsten uit de evaluatie zijn, samen met nieuwe inzichten en nieuwe uitdagingen, vertaald in het ‘Regionaal uitvoeringsplan Basisvaardigheden en volwasseneducatie, 2026-2028’. De ervaring die we de afgelopen jaren hebben opgedaan, heeft er ook toe geleid dat we een aantal keuzes hebben gemaakt waarmee we ten opzichte van voorgaande periodes een andere koers gaan varen:

Plan op hoofdlijnen

De grootste verandering ten opzichte van de vorige plannen is de keuze voor een uitvoeringsplan op hoofdlijnen. De lokale verschillen qua omvang, beschikbare middelen en ambtelijke capaciteit en betrokken partners is te groot om regionale doelen te stellen die in gezamenlijkheid uitgevoerd kunnen worden. Daarom kiezen we voor doelen die

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

voldoende ruimte laten aan gemeenten om daar in de lokale context uitvoering aan te geven. Waar sprake is van gedeelde partners, ambitieniveau en beschikbare middelen, kan op onderwerpen worden samengewerkt.

Jaarplannen

In tegenstelling tot voorgaande periodes worden de lokale jaarplannen een integraal onderdeel van het uitvoeringsplan. Wij verwachten dat het hierdoor voor gemeenten eenvoudiger wordt om concreet aan de slag te gaan met doelen en acties die moeten leiden tot een goede ondersteuning van inwoners met beperkte basisvaardigheden.

Taalcoördinator

We nemen afscheid van de taalcoördinator voor het Rijk van Nijmegen. In het verleden voerde deze coördinator ook regionale beleidstaken uit. In de huidige praktijk houdt deze zich nog uitsluitend bezig met het Bondgenootschap Laaggeletterdheid, de regionale beleidstaken worden uitgevoerd door Nijmegen met ondersteuning vanuit de regiogemeenten. Het bekostigen van een medewerker voor uitsluitend een bondgenootschap achten wij in tijden van teruglopende beschikbare middelen niet reëel.

“De lokale jaarplannen worden een integraal onderdeel van het uitvoeringsplan” Bondgenootschap Laaggeletterdheid

We hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in het Bondgenootschap Laaggeletterdheid. Nieuwe bondgenoten hebben zich aangesloten en oude hebben afscheid genomen of hebben hun betrokkenheid op een laag pitje gezet. De komende periode gaan we onderzoeken op welke manier we het Bondgenootschap voort willen zetten en hoe we de huidige bondgenoten betrokken houden. We houden vast aan een jaarlijkse inhoudelijke en ontspannen bijeenkomst. Per jaar neemt een gemeente de organisatie op zich.

Team Basisvaardigheden

In de periode 2021-2024 hebben we samen met het ROC Nijmegen en de Openbare Bibliotheek Gelderland-Zuid (OBGZ) gewerkt aan een doorontwikkeling van het team basisvaardigheden richting een DigiTaalhuis. Een DigiTaalhuis is een samenwerkingsorganisatie waarin alle partners die betrokken zijn bij het bereiken van mensen met beperkte basisvaardigheden en partners met aanbod samenwerken. Het fungeert daarnaast als informatiepunt voor iedereen, zowel overheden, organisaties en inwoners met en zonder leervraag. Door bezuinigingen van het Rijk op de regionale middelen, waren we genoodzaakt om de ontwikkeling van het DigiTaalhuis stil te leggen. Wanneer de mogelijkheden zich voordoen, zullen we dit opnieuw oppakken.

Looptijd

Het regionaal uitvoeringsplan heeft een looptijd van drie jaar met de intentie om de ambities en doelen ook na die periode te behouden. We kiezen hiervoor omdat we colleges en gemeenteraden die in 2026 nieuw aantreden de kans willen geven in hun periode sturing te geven aan het beleid. Tegelijkertijd weten we dat continuïteit en een lange adem voorwaarden zijn voor succesvol beleid rondom basisvaardigheden en volwasseneducatie.

Samenwerking Het regionaal ambtelijk overleg basisvaardigheden en volwasseneducatie komt minimaal één keer per kwartaal bij elkaar voor overleg. Deze frequentie continueren we in de periode 2026-2028. Daarnaast vormen we op thema’s kleine werkgroepen en schrijfteams die aan de slag gaan met opdrachten voor de gehele regio of voor enkele gemeenten. We leggen daarnaast de regionale samenwerking vast in een samenwerkingsovereenkomst met een looptijd gelijk aan het uitvoeringsplan. Hierin nemen maken we afspraken over de rollen en verantwoordelijkheden van de afzonderlijke gemeenten binnen het Rijk van Nijmegen.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

7

Inzicht: feiten en cijfers

1.

Beperkte basisvaardigheden – waaronder taalvaardigheid, rekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen – vormen een belemmering voor volledige participatie in onze samenleving. Uit het PIAAC (Programme for the International Assessment of Adult Competencies) 2023-onderzoek blijkt dat in Nederland 15,9% van de volwassenen tussen 16 en 65 jaar over lage taalvaardigheden beschikt, en 15,5% over lage rekenvaardigheden. De overlap tussen deze twee groepen is aanzienlijk: acht op de tien laagtaalvaardige volwassenen zijn ook laaggecijferd. Dit betekent dat naar schatting 2,2 miljoen volwassenen moeite hebben met essentiële vaardigheden die nodig zijn voor het dagelijks functioneren, werk en het volgen van (digitale) informatie. Tel je daar de ouderen (66-75 jaar) bij op, dan komt het totaal op bijna 3 miljoen mensen met lage basisvaardigheden in Nederland.

“De oorzaken van beperkte basisvaardigheden zijn divers”

1.1 Schets van problemen bij beperkte basisvaardigheden

Hoewel in Nederland het aandeel volwassenen met beperkte basisvaardigheden internationaal gezien relatief laag is, zijn de maatschappelijke gevolgen aanzienlijk. Beperkte basisvaardigheden hangen samen met een lagere arbeidsparticipatie, meer tijdelijke of onzekere arbeidsrelaties, lagere inkomens, en beperkte toegang tot bij- en omscholing. Tegelijkertijd laat het rapport zien dat het overgrote deel van deze groep wél werkt. In sectoren zoals de bouw (20%) en transport (18%) is het aandeel werkenden met lage basisvaardigheden bovengemiddeld. Ook in de sector zorg en welzijn komen lage rekenvaardigheden veel voor. De oorzaken van beperkte basisvaardigheden zijn divers. Laag opleidingsniveau, migratieachtergrond, sociaal-economische omstandigheden in de jeugd en minder contact met geschreven of digitale

8

informatie spelen hierbij een rol. Zo blijkt dat personen zonder startkwalificatie gemiddeld een vaardigheidsschaal lager scoren dan personen met minimaal een mbo-2, havo- of vwo-diploma. Daarnaast hebben volwassenen met een eerste generatie migratieachtergrond gemiddeld significant lagere scores, terwijl de tweede generatie zich hieraan deels ontworstelt.

1.2 Aantallen en doelgroepen in Rijk van Nijmegen De regio Rijk van Nijmegen bestaat uit zeven gemeenten, verspreid over twee provincies. Samen hebben zij ongeveer 400.000 inwoners. Volgens de laatste beschikbare gegevens ligt het percentage mensen met onvoldoende basisvaardigheden in de regio op circa 8%. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde van 12%, maar het blijft gaan om een grote groep inwoners die moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden.

Verdeling laaggeletterdheid in doelgroepen

De tool van basisvaardighedeninzicht.nl geeft inzicht in de omvang en spreiding van inwoners met beperkte basisvaardigheden per gemeente. Op het moment van schrijven van dit plan zijn de meest recente cijfers echter nog niet beschikbaar. We gebruiken daarom de laatst bekende cijfers. Zodra de nieuwe gegevens beschikbaar zijn, en indien dat tijdig gebeurt, zullen deze cijfers waar nodig worden geactualiseerd en verwerkt in het plan. Aanvullend op de cijfers is de doelgroepenanalyse Laaggeletterdheid, uitgevoerd in 2019 door ECBO, ROA en Etil research group in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn mensen met beperkte basisvaardigheden in herkenbare groepen ingedeeld. Deze indeling is gebaseerd op onder andere leeftijd, leefsituatie, werksituatie en herkomst.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

De verdeling van de mensen met onvoldoende basisvaardigheden in doelgroepen was voor de regio als volgt:

Gemeente

Aantal inwoners

% van de bevolking 16-65 jaar dat Laaggeletterd is

Doelgroep A

Doelgroep B

Doelgroep C

Doelgroep D

Doelgroep E

Doelgroep F

Doelgroep G

Schatting aantal mensen per doelgroep door onderzoekers ROA:

Berg en Dal

35.559

6%

21%

15%

9%

11%

12%

14%

18%

Beuningen

26.742

10%

23%

15%

10%

9%

12%

16%

15%

Druten

19.590

10%

22%

13%

10%

10%

12%

17%

16%

Heumen

16.866

6%

25%

13%

9%

10%

13%

16%

14%

Mook en Middelaar

8.153

6%

24%

14%

9%

10%

12%

17%

14%

Nijmegen

189.000

10%

9%

7%

7%

11%

17%

30%

19%

Wijchen

41.545

5%

22%

14%

11%

9%

12%

17%

15%

Regio Nijmegen

337.452

8%

15%

10%

8%

10%

11%

24%

16%

Nederland

18,1 miljoen 12%

14%

10%

8%

9%

15%

31%

17%

Tabel 1: verdeling laaggeletterdheid per doelgroep over gemeenten in percentages

De onderscheiden doelgroepen zijn: Doelgroep A Doelgroep B Doelgroep C Doelgroep D

Doelgroep E

Doelgroep F

Doelgroep G

Nederlandse werkenden 50+ met gezin Nederlandse niet-actieven 50+ met gezin Nederlandse werkenden 30-50 jaar, divers qua gezin Nederlandse alleenstaanden 50+, zowel werkend als niet-werkend, divers qua gezin Jongeren 30-, zowel werkend als niet-werkend, zowel met Nederlandse achtergrond als met migratieachtergrond, en zonder partner of kinderen Migranten 30+ met partner en/of kinderen, zowel werkend als niet-werkend, met gezin Diversen (tweede generatie e.d.)

Verschillen per gemeente

De combinatie van eerder verzamelde cijfers en de doelgroepverdeling laat zien dat de situatie destijds per gemeente verschillend was. In Nijmegen was

het aandeel jongeren met beperkte basisvaardigheden relatief groot. In de regiogemeenten was juist de oudere doelgroep (50+), vaak werkend, met een gezin en van Nederlandstalige afkomst, sterker vertegenwoordigd. Daarnaast kende Nijmegen een aanzienlijk aandeel inwoners met een migratieachtergrond binnen deze doelgroep. Deze verschillen vragen om lokaal maatwerk en verklaren waarom gemeenten hun eigen accenten leggen in de aanpak van basisvaardigheden.

Blijvende noodzaak tot actie

Het ontbreken van recente cijfers mag niet worden geïnterpreteerd als een indicatie van verbetering. Integendeel: de urgentie en omvang van de opgave blijven onverminderd groot. Zodra nieuwe data beschikbaar zijn, zullen deze worden benut voor aanscherping van beleid en uitvoering. Tot die tijd blijven de bestaande cijfers en doelgroepanalyses waardevolle hulpmiddelen om gericht te kunnen handelen in de regio. Meer data zijn te vinden op de website www.basisvaardighedeninzicht.nl

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

9

Landelijk en regionaal beleid

2.

Hieronder beschrijven we landelijke, lokale en regionale ontwikkelingen die van invloed zijn op onze aanpak van laaggeletterdheid en het bevorderen van basisvaardigheden bij onze inwoners.

2.1 Landelijke ontwikkelingen Op dit moment wordt de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) bekostigd via een Specifieke Uitkering (SPUK). De middelen zijn gelabeld en worden uitgekeerd aan de regionale contactgemeenten. Het Rijk is voornemens om de meeste SPUK’s en bijbehorende middelen met een efficiency korting van 10% op te nemen in de Algemene Uitkering in de vorm van een bijzondere fondsuitkering (BFU’s). Dit heeft als consequentie dat de besteding van de te ontvangen middelen minder strikte verantwoordingseisen kent. De Decentralisatie Uitkering (DU) vanuit het programma Tel mee met Taal is hoofdzakelijk bedoeld voor het bekostigen van coördinatiefuncties en andere maatregelen om mensen met beperkte basisvaardigheden te vinden en te ondersteunen. Daarvoor was jaarlijks een bedrag van 25 miljoen euro beschikbaar. In 2025 is dit bedrag aanzienlijk lager: 6,5 miljoen euro. Daarnaast heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangekondigd dat er vanaf 2026 naar alle waarschijnlijkheid slechts 5 miljoen euro per jaar beschikbaar is.

Het PIAAC-onderzoek biedt waardevolle inzichten in de vaardigheden van volwassenen wereldwijd. Hier zijn enkele van de belangrijkste resultaten uit het meest recente onderzoek: 1. 1 Taalvaardigheid en Rekenvaardigheid: Nederland presteert goed in vergelijking met andere landen. De taalvaardigheid blijft stabiel, terwijl er positieve trends zijn voor rekenvaardigheid. 2. 2 Probleemoplossend Vermogen: Het onderzoek toont aan dat volwassenen in Nederland over sterke probleemoplossende vaardigheden beschikken, vooral in technologierijke omgevingen. 3. 3 Kwetsbare Groepen: Er is een aanzienlijke groep volwassenen met lage basisvaardigheden, wat invloed heeft op hun economische en sociale kansen. 4 4. Invloed van Opleiding en Ouders: Volwassenen met een hogere opleiding en ouders met een actieve rol in de ontwikkeling van hun kinderen, scoren beter op basisvaardigheden. 5 5. Leeftijdsverschillen: Oudere volwassenen (66+) hebben aanzienlijk lagere niveaus van basisvaardigheden vergeleken met jongere leeftijdsgroepen.

“Er is een aanzienlijke groep volwassenen met lage basisvaardigheden, wat invloed heeft op hun economische en sociale kansen” Het Rijk heeft dus een aantal ontwikkelingen in gang gezet waarvan wij op dit moment de (financiële) gevolgen niet kennen. Deze ontwikkelingen hebben naar verwachting impact op de verdere ontwikkeling en het voortbestaan van de regionale aanpak rondom basisvaardigheden. We monitoren deze ontwikkelingen en zullen de uitkomsten daarvan meenemen in de jaarplannen.

10

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

2.2 Gemeentelijke ontwikkelingen Rol van de gemeenten Gemeenten spelen een cruciale rol in het verbeteren van basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Gemeenten kunnen samenwerken met scholen, bibliotheken, en maatschappelijke organisaties om laagdrempelige leeromgevingen te creëren. Dit gebeurt in de vorm van een netwerk. Ieder netwerk ziet er per gemeente verschillend uit. Ook de mate waarin samengewerkt wordt verschilt. De gemeenten zijn bezig met een integrale aanpak van basisvaardigheden binnen het gemeentehuis. Dit houdt in dat ze basisvaardigheden koppelen aan andere beleidsthema’s zoals werk, zorg en welzijn.

Stichting Lezen en Schrijven Stichting Lezen en Schrijven is een landelijke organisatie met expertise op het gebied van laaggeletterdheid. Zij ondersteunt de regio’s met training, voorlichting en advies. Met de nieuwe landelijke afspraken verandert de rol van aanjager naar ondersteuner en adviseur. De gemeenten in het Rijk van Nijmegen kunnen een beroep blijven doen op de adviseur die actief is in onze regio.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

11

Ambitie en doelen 3.1 Ambitie Dit uitvoeringsplan is erop gericht om zoveel mogelijk inwoners in hun directe omgeving faciliteiten te bieden voor het ontwikkelen van basisvaardigheden. Door een laagdrempelige aanpak op maat, nabij de inwoner, wordt inwoners ondersteuning geboden bij een volwaardige deelname aan de samenleving. Door focusgroepen te formuleren richten we onze aanpak op groepen waarvan we verwachten dat de persoonlijke en maatschappelijke impact het grootst is. Om deze ambitie te bereiken hebben we vier doelen geformuleerd: 1.1 We dragen zorg voor een sterk regionaal en lokaal netwerk. 2 2. We werken aan de integraliteit van ons beleid en onze aanpak. 3 3. We ontwikkelen laagdrempelig non-formeel (taal)aanbod. 4 4. We verbeteren de monitoring en sturing van aanbod en kwaliteit. De vier doelen dragen ieder op hun manier bij aan de ambitie en zijn met elkaar verbonden. Een goed netwerk (doel 1) is essentieel voor een integrale aanpak (doel 2) en vormt de basis voor effectief aanbod (doel 3). Met een verbeterde monitoring en sturing op kwaliteit (doel 4) dragen we weer bij aan de herijking van de eerste drie doelen.

3.2 Doelen 3.2.1 Een sterk netwerk

Het versterken van basisvaardigheden van volwassenen in het Rijk van Nijmegen is een complexe taak, dat kunnen we als gemeenten niet alleen. Gemeenten hebben elkaar nodig om goed aanbod op te zetten en in te kopen, kennis te delen en inwoners te bereiken. Maar gemeenten zijn voor de uitvoering ook afhankelijk van de partners. Zij beschikken over de expertise, professionals en het netwerk om trajecten op te zetten en uit te voeren en hebben de activiteiten om in contact te komen met de doelgroep.

12

3.

Willen we onze ambities verwezenlijken dan is een goede samenwerking tussen gemeenten onderling, tussen partners onderling en tussen gemeenten en partners essentieel.

We zorgen voor sterke lokale en regionale netwerken waarin gemeenten en partners samen aan lokale en regionale doelen werken. In de netwerken participeren de gemeenten, ROC Nijmegen, de bibliotheek en een welzijnsorganisatie. Afhankelijk van de opgave waaraan gewerkt wordt nemen ook onderwijs, GGD, migrantenorganisaties en het WerkBedrijf deel aan het netwerk. Wanneer we spreken over een sterk netwerk, bedoelen we dat: - De netwerken zichzelf doelen stellen en daar planmatig aan werken. - De gemeenten in het Rijk van Nijmegen op ambtelijk niveau minimaal vier keer per jaar overleg voeren. - We jaarlijks zowel de samenwerking als de voortgang van onze doelen evalueren. - De betrokken bestuurders in het Rijk van Nijmegen jaarlijks overleg voeren over onderwerpen die betrekking hebben op basisvaardigheden en volwasseneducatie.

“Het versterken van basisvaardigheden van volwassenen in het Rijk van Nijmegen is een complexe taak” - Partners op lokaal en regionaal niveau elkaar kennen, op de hoogte zijn van elkaars aanbod en overleg voeren over aanbod, vindplaatsen en beleid. - Gemeenten hierin fungeren als een spin in het web en ook (mogelijk) nieuwe partners betrekken in het netwerk. Hierbij maken de partners binnen het

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

netwerk afspraken over ieders rol en verantwoordelijkheden. - Gemeenten hebben de wettelijke taak om de regie te voeren rondom de aanpak van beperkte basisvaardigheden en nemen deze taak op zich in hun regionale netwerk. Regionaal of lokaal? Als regio Rijk van Nijmegen versterken we de onderlinge samenwerking en verstevigen we het netwerk met regionale partners. Op lokaal niveau werkt iedere gemeente aan het versterken en uitbreiden van het eigen netwerk om de lokale ambities en doelstellingen te bereiken.

3.2.2 Integraliteit

Inwoners met beperkte basisvaardigheden ondervinden binnen verschillende levensdomeinen problemen. Zo zien we veel inkomensonzekerheid en zijn er aanzienlijke gezondheidsverschillen met mensen die wel over voldoende basisvaardigheden beschikken. Tegelijkertijd kunnen volwassenen met lage basisvaardigheden ook tegen opvoedvraag-

“Als regio Rijk van Nijmegen versterken we de onderlinge samenwerking en verstevigen we het netwerk met regionale partners”

stukken aanlopen. De ondersteuning die zij hierbij nodig hebben, wordt vanuit verschillende beleidsterreinen en organisaties uitgevoerd en bestrijkt daarmee een groot deel van het sociaal domein binnen gemeenten. Dit is een uitdaging en een kans waarbij een integrale aanpak essentieel is.

We werken aan inbedding van basisvaardigheden binnen relevante beleidsterreinen. In de gemeentelijke praktijk zien we dat basisvaardigheden een thema is binnen de volgende beleidsterreinen:

Beleidsterrein

Onderwerp

Onderwijs en Jeugd

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE), leesbevordering, volwasseneducatie, opvoedondersteuning

Werk en Inkomen

Werkzoekenden, uitval, arbeidsongevallen, Participatiewet

Welzijn

Bereik van de doelgroep, praktische ondersteuning bij hulpvragen

Gezondheid

Gezondheidsverschillen verkleinen, leefstijl

Dienstverlening

Gemeentelijke communicatie, toegankelijkheid van informatie, correspondentie op B1

Armoede en schuldhulpverlening

Schulden door beperkte taal- en rekenvaardigheden, onbekendheid met inkomensregelingen gemeente

Digitalisering

Beperkte digitale vaardigheden

Inburgering

Moeite met Nederlandse taal na inburgering, hoger taalniveau nodig na inburgering voor studie en duurzaam passend werk

Opvang

Taalonderwijs aan Oekraïense ontheemden

Economie

Taalonderwijs aan arbeidsmigranten Betrokkenheid van werkgevers

Cultuur

Programma van de bibliotheek

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

13

Inbedding van basisvaardigheden binnen andere beleidsterreinen kan op veel verschillende manieren. Allereerst gaan we kijken naar de gemeente als organisatie. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden tot integraliteit in de opdracht aan (subsidie) partners binnen andere beleidsterreinen. Regionaal of lokaal? Bij alle projecten die we regionaal oppakken is integraliteit het uitgangspunt. Daar waar we in de regio gezamenlijke partners hebben, werken we zoveel mogelijk regionaal samen. Dit is al het geval op het gebied van Werk en Inkomen vanwege de rol die WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en ROC Nijmegen hierin spelen. Ook het taalonderwijs aan Oekraïense ontheemden hebben we regionaal georganiseerd. Dit blijven we ook in de looptijd van dit regionaal uitvoeringsplan op dezelfde manier doen. Welzijnsorganisaties spelen een belangrijke rol in het vinden en bereiken van de doelgroep. Deze verschillen echter per gemeente. Dit vraagt daardoor per gemeente een eigen aanpak bij het vinden en bereiken van de doelgroep. Daarom werkt iedere gemeente binnen de eigen organisatie en lokale context aan een integrale aanpak.

3.2.3 Laagdrempelig non-formeel taal- en rekenaanbod

Samen met het ROC hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan sterk kwalitatief formeel aanbod van educatietrajecten. OBGZ verzorgt al jaren op laagdrempelige wijze cursussen rondom taal en digitale vaardigheden binnen het informele aanbod, waarbij het taalaanbod met name gericht is op mensen met een anderstalige achtergrond. We missen in onze regio echter laagdrempelig non-formeel taal- en rekenaanbod. Niet voor iedere leerder is het intensieve formele educatietraject passend en voor velen van hen beantwoordt het informele aanbod niet (volledig) aan hun vraag. Specifiek non-formeel (en informeel) onderwijsaanbod gericht op het vergroten van rekenvaardigheden ontbreekt in onze regio. Beschikbaarheid van non-formeel taal- en rekenaanbod draagt ook bij aan een samenhangend geheel van aanbod voor leerders met verschillende behoeften en verschillende fasen in het leerproces. Non-formeel aanbod kan daarnaast een belangrijke rol spelen in het vasthouden van vaardigheden die men in een formeel educatietraject heeft ontwikkeld.

14

We ontwikkelen samen met onze partners laagdrempelig non-formeel taal- en rekenaanbod. Waar gemeentelijke middelen nodig zijn om nonformeel aanbod te ontwikkelen en uit te voeren, sturen we op aanbod dat specifiek aansluit bij regionale of lokale doelen en de focusgroepen waarop we ons richten.

3.2.4 Monitoring en evaluatie

Om te weten of de voorgenomen acties ook daadwerkelijk het beoogde effect hebben, gaan we monitoren. Op dit moment voeren we jaarlijks de Impactmeting uit waarmee we de resultaten van het formele aanbod bij ROC Nijmegen meten. We hebben nu nog weinig zicht op de effectiviteit van het non-formele en informele aanbod. Voor non-formele en informele trajecten is het vaak lastiger om alle relevante gegevens te verzamelen. Deze uitdaging pakken we samen met de aanbieders van de betreffende trajecten op.

Samen met aanbieders onderzoeken we op welke manier we het informele en nonformele aanbod kunnen monitoren en implementeren de meest passende wijze in ons beleid.

Aan het eind van de looptijd van dit regionaal uitvoeringsplan, evalueren we alle doelen en ambities. Jaarlijks maken we een beknopte evaluatie van de gemeentelijke jaarplannen en nemen de resultaten mee in de plannen voor het volgende jaar. Ook evalueren we ieder jaar de samenwerking binnen het regionale en het lokale taalnetwerk.

3.3 Focusgroepen In de loop der jaren hebben we veel ervaring opgedaan in het bereiken en doorgeleiden van groepen inwoners met beperkte basisvaardigheden. Daarnaast willen we inspelen op actuele en urgente maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken. We richten ons op die groepen waar de maatschappelijke en beleidsmatige impact het grootst is. Daarom, en omdat we vanwege beperkt budget keuzes moeten maken, leggen we in het Rijk van Nijmegen de prioriteit bij vier focusgroepen. Deze keuze is gebaseerd op een combinatie van factoren: - Data uit geletterdheidinzicht.nl: NT1’ers en werkenden zijn ruim vertegenwoordigd in de regio.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

- PIAAC-onderzoek: Groepen met een migratieachtergrond en met weinig en/of een praktische opleiding scoren significant lager op basisvaardigheden. - Beleidsontwikkelingen: Zoals de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk en het Wetsvoorstel Participatiewet in balans. - Ervaringen uit de praktijk: Partners geven aan dat gezinnen en jongeren moeilijker bereikt worden en specifieke aandacht vragen. Ook zien we dat beperkte basisvaardigheden intergenerationeel worden doorgegeven.

3.3.1 NT1-er

Meer dan de helft van de volwassenen met beperkte basisvaardigheden heeft Nederlands als moedertaal (NT1). We zien echter dat de groep inwoners met een anderstalige achtergrond die de weg naar educatieaanbod vindt, groter is dan de groep die Nederlands onderwijs heeft gevolgd (71% NT2 t.o.v. 29% NT1 in 2023, ‘Landelijk beeld volwasseneducatie 2023’, CBS) Het Rijk vraagt specifieke aandacht voor inwoners waarvan Nederlands de moedertaal is. Wij sluiten ons hierbij aan. Het is nog steeds een moeilijk bereikbare groep die lang niet altijd herkend wordt. Zij hebben regelmatig nare leerervaringen en worden in hun ontwikkeling geremd door schaamte en onzekerheid. We willen ons blijven inzetten op het doorbreken van het taboe op beperkte basisvaardigheden en de drempels om aan lesaanbod te beginnen zoveel mogelijk wegnemen.

3.3.2 Werkenden en werkzoekenden

Taal-, reken- en digitale vaardigheden zijn essentieel voor iedereen die werkt of werk zoekt. Ze vormen de basis voor communicatie, het begrijpen van instructies, het invullen van formulieren, het gebruik van digitale systemen en het functioneren op de werkvloer. Zonder deze basisvaardigheden wordt het lastig om passend werk te vinden, te solliciteren, of door te groeien in een baan. Laaggeletterdheid kan grote gevolgen hebben: - Mensen met beperkte taal- of digitale vaardigheden hebben vaak moeite met het lezen van vacatures, solliciteren of het volgen van (online) trainingen. - Op de werkvloer kunnen problemen ontstaan met het begrijpen van veiligheidsinstructies, werkopdrachten of communicatie met collega’s. Hierdoor verliezen zij sneller hun baan.

- Zonder voldoende vaardigheden is het lastig om bij te leren of door te groeien in een functie. - Gebrek aan basisvaardigheden kan leiden tot stress, fouten of een lagere productiviteit, wat het risico op werkloosheid vergroot. Investeren in deze vaardigheden vergroot dus de kans op duurzaam en betekenisvol werk. In de periode van dit regionaal uitvoeringsplan blijven we onze aanpak richten op werkenden en werkzoekenden.

“Investeren in basisvaardigheden vergroot kans op duurzaam en betekenisvol werk” 3.3.3 Gezinnen

Uit onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien in een taalarme thuisomgeving, zelf ook een sterk verhoogde kans hebben om later laaggeletterd te raken. Het doorbreken van deze intergenerationele problemen vraagt om een aanpak die zich allereerst richt op het versterken van basisvaardigheden van ouders. Wanneer zij hun basisvaardigheden verbeteren, zullen hun kansen op een beter gezinsinkomen vergroten en het vermindert stress en schulden. Ook worden op die manier hun opvoedkwaliteiten vergroot, zijn ze meer betrokken bij de school van hun kinderen en wordt het taalgebruik in het gezin rijker. Dit komt de (taal)ontwikkeling van hun kinderen ten goede.

3.3.4 Jongeren 18-27 jaar

Jongeren staan aan het begin van hun leven. Zij bouwen een werkzaam leven op en starten nieuwe gezinnen. Daar horen ook nieuwe verantwoordelijkheden bij die vragen om voldoende beheersing van taal- en rekenvaardigheden maar ook digitale vaardigheden. In 2026 vinden twee wetswijzigingen plaats die relevant zijn voor de aanpak van basisvaardigheden. Allereerst verwachten we dat de ‘Wet jongeren van school naar duurzaam werk’ in werking zal treden. Deze wet ziet toe op begeleiding door gemeenten van voortijdig schoolverlaters tot 27 jaar. Daarnaast zal naar verwachting de Participatiewet in balans aangenomen worden, waarin o.a. de taaleis gehandhaafd blijft.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

15

Monitoring

4.

Monitoring is een onderwerp dat op verschillende niveaus terugkomt in dit plan. Allereerst is het monitoren van ons aanbod één van de doelen die we onszelf stellen voor de looptijd van dit regionaal uitvoeringsplan. Daarnaast monitoren we ook de voortgang van het plan zelf en van onze samenwerking.

Monitoring van beleidsdoelen Om de voortgang van de doelen en ambities te kunnen volgen, monitoren we op de volgende wijze: - De afzonderlijke gemeenten leveren aan het eind van het kalenderjaar een evaluatie aan van hun jaarplan; - Halverwege de looptijd van dit regionaal uitvoeringsplan voeren we een tussenevaluatie uit gebaseerd op de evaluaties van de lokale jaarplannen; - Aan het eind van de looptijd stellen we een evaluatie op waarin we op regionaal en lokaal niveau terugblikken op waar we vandaan kwamen, welke acties we hebben uitgevoerd en waar we nu staan.

16

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

Juridisch en financieel kader Juridisch kader

De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) biedt het landelijk kader voor het beleid ten aanzien van de aanpak van laaggeletterdheid en volwasseneneducatie. Nijmegen is als contactgemeente verantwoordelijk voor het realiseren van een dekkend educatieaanbod in de arbeidsmarktregio in overleg en samenwerking met de gemeenten van de regio. Daarnaast heeft het Rijk met het programma Tel mee met Taal alle contactgemeenten de opdracht gegeven de aanpak van laaggeletterdheid in hun arbeidsmarktregio te coördineren. Ook van de afzonderlijke gemeenten verwacht het Rijk dat zij een coördinerende rol vervullen in het versterken van basisvaardigheden van hun inwoners. Dit is vastgelegd in verschillende Kamerbrieven.

5.

Tot slot ontvangen de partners waarmee we samenwerken veelal gemeentelijke subsidies om hun taken uit te voeren. Een deel van die middelen zetten zij in voor hun specifieke taak binnen de aanpak van laaggeletterdheid.

Financieel kader De gemeente Nijmegen ontvangt als contactgemeente een jaarlijks budget voor Volwasseneducatie in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Dit budget van circa 1,5 miljoen euro zetten we hoofdzakelijk in voor het formele aanbod in de vorm van inkoop van educatietrajecten bij ROC Nijmegen. Daarnaast besteden we een klein deel aan non-formeel aanbod vanuit OBGZ. Gemeenten krijgen extra geld (voorheen de Decentralisatie Uitkering) om te kunnen werken aan de aanvullende afspraken met het Rijk. Voor onze regio gaat het in 2026 om circa € 118.000,-. Dit budget is vrij besteedbaar, onder voorwaarde dat gestelde doelen worden gerealiseerd. Daarnaast stellen enkele gemeenten in het Rijk van Nijmegen nog aanvullende middelen beschikbaar vanuit de Algemene Uitkering voor het realiseren van specifiek beleid voor de eigen gemeente en het ondersteunen van lokale organisaties.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

17

Planning Oktober 2025 - Vaststelling Regionaal Uitvoeringsplan 2026-2028 in PFO Onderwijs en Jeugd - Vaststelling Samenwerkingsovereenkomst Rijk van Nijmegen 2026-2028 in PFO Onderwijs en Jeugd

6.

November/december 2025 - Vaststelling Regionaal Uitvoeringsplan 2026-2028 in colleges - Vaststelling Samenwerkingsovereenkomst 2026-2028 in colleges

Lokale jaarplannen

Voorafgaand aan het nieuwe jaar starten we het proces op om tot een lokaal jaarplan te komen door middel van een regionale werksessie. Dit stimuleert onderlinge samenwerking en zorgt voor goede afstemming en kennisdeling. De jaarplannen worden vervolgens in januari van het lopende jaar voorgelegd aan het Regionaal Ambtelijk Overleg en ter goedkeuring aan de eigen colleges gestuurd.

Jaarlijkse evaluatie

In december van het lopende jaar worden de lokale jaarplannen geëvalueerd en ter informatie voorgelegd aan het PFO Onderwijs en Jeugd.

Maart 2030

- Evaluatie Regionaal uitvoeringsplan basisvaardigheden en volwasseneducatie 2026-2030

18

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

Jaarplannen Jaarlijks worden toegevoegd:

7.

7.1 Berg en Dal 7.2 Beuningen 7.3 Druten 7.4 Heumen 7.5 Mook en Middelaar 7.6 Nijmegen 7.7 Wijchen

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN BASISVAARDIGHEDEN EN VOLWASSENEDUCATIE - RIJK VAN NIJMEGEN 2026-2028

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=0a677da0-281c-48b0-b8fe-19c2451f2b27