Bijlage 1: Regels bestemmingsplan ‘Hoeveweg 18 Balgoij’
Tekst van het document
B E S T E M M I N G S PL A N Hoeveweg 18 Balgoij Regels Identificatiecode: NL.IMRO.0296.BGYHoeveweg 18-VG01 Status: vastgesteld Datum: 29 februari 2024
2
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
3
INHOUD Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................. 5 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................. 5 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................... 9 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ........................................................................... 11 Artikel 3 Wonen .................................................................................................... 11 Artikel 4 Waarde – Archeologie 3 ......................................................................... 16 Hoofdstuk 3 Algemene regels ................................................................................ 19 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ................................................................................. 19 Artikel 6 Algemene bouwregels ............................................................................ 19 Artikel 7 Algemene gebruiksregels ........................................................................ 19 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels ..................................................................... 20 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ...................................................................
21 Artikel 8 Overgangsrecht ...................................................................................... 21 Artikel 11 Slotregel ................................................................................................ 22 Bijlage 1
Landschapsinpassingsplan
2
Overzicht te slopen bebouwing
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
4
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
5
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan “Hoeveweg 18 Balgoij” met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGYHoeveweg18-VG01 van de gemeente Wijchen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden bedrijfsactiviteit: het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.6 aan huis verbonden beroep: een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.7 agrarisch grondgebruik: het gebruik van gronden ten behoeve van het telen van gewassen/bomen dan wel ten behoeve van het beweiden van landbouwdieren; 1.8 archeologische waarden: waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
6
1.10 bebouwingspercentage: een in de regels of op de kaart aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein (bouwperceel, bestemmingsvlak etc.) aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.12 bedrijfsactiviteiten: handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf; 1.13 • • •
bestaand(e situatie): t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; t.a.v. werken of werkzaamheden: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel toegestaan krachtens omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met dezelfde bestemming; 1.16 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.17 bijgebouw: een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat hetzij functioneel hetzij door zijn situering of afmeting ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
7
1.21 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.24 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur; 1.25 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, inclusief daarbij behorende aan- en uitbouwen; 1.28 huishouden: een aantal door eerstegraads familie- of
vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin, een gezin met inwonende familieleden); 1.29 levensloopbestendige woning: een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rollatortoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn; 1.30 omgevingsvergunning: vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
8
1.31 ondergeschikte functie: een functie die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie binnen een bestemming; 1.32 overkapping/ carport: een dakconstructie, vrijstaand met maximaal één wand, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.33 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.34 vloeroppervlak(te): de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt; 1.35 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: • gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; • gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand; 1.36 vrijstaand bijgebouw: een bijgebouw,
dat fysiek geheel los staat van enig ander gebouw, dan wel slechts met een ander gebouw verbonden is door een bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een overkapping of pergola; 1.37 waterhuishoudkundige doeleinden: doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.38 watergang: een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.39 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van dit plan;.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
9
1.40 Wet ruimtelijke ordening: Wet van 20 oktober 2006, (Stb. 2006, nr. 566), houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.41 wonen: het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid; 1.42 woning/wooneenheid: een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; 1.43 Woningwet: Wet van 29 augustus 1991 , (Stb. 1991, nr. 439), tot herziening van de Woningwet, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan.
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens: de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens; 2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
10
2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.9 peil: • voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; • in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
11
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – levensloopbestendige woning’ zijn uitsluitend levensloopbestendige woningen toegestaan; c. beroep of bedrijf aan huis, waarbij de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; d. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonneenergie alsmede warmte-koude opslag; e. waterhuishoudkundige doeleinden; f. landschappelijke inpassing van bouwwerken in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie, een en ander overeenkomstig het landschapsinpassingsplan zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels, één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, tuinen en erven, ontsluitingen van aangrenzende percelen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a. Aantal woningen Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan met deze aanduiding is aangeduid. b.
Aan huis verbonden beroep Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een nietpublieksgerichte beroepsactiviteit aan huis toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 50 m²; 2. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; 3. parkeren dient op eigen terrein gerealiseerd te worden; 4. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet; 5. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen niet zijn toegestaan.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
12
c. Aan huis verbonden bedrijf Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten zijn niet toegestaan, behoudens na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.6.1.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend hoofdmassa's, in de vorm van woningen, en daarbij behorende andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming, waarbij geldt dat: a. de inhoud van een woning maximaal 800 m3 mag bedragen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’, woningen uitsluitend tweeaaneen/halfvrijstaand gebouwd mogen worden. 3.2.2 Hoofdmassa's Voor het bouwen van hoofdmassa's gelden de volgende regels: a. hoofdmassa's zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de ‘specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw’, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; b. de dakhelling mag niet minder dan 30° bedragen en niet meer dan 65°; c. de goot- en/of bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 3.2.3 Aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevelrooilijn Voor ondergeschikte aan- en/of uitbouwen, alsmede bijgebouwen vóór de voorgevelrooilijn geldt dat: a. deze uitsluitend aan de voorgevel van de hoofdmassa of een naar het openbaar gebied gekeerde zijgevel van de hoofdmassa mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; b.
de breedte maximaal 60 % van de breedte van de voorgevel van de hoofdmassa bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa vermeerderd met 0,5 m en met een maximum van 4 m bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 8 m² bedraagt; e. de afstand tot het openbaar gebied minimaal 2 m bedraagt. 3.2.4 Aan- en/of uitbouwen vóór de voorgevelrooilijn tezamen met overkapping / luifel In afwijking van het bepaalde in 3.2.3 mogen aan- en/of uitbouwen tezamen met een overkapping/luifel worden opgericht vóór de voorgevel van de hoofdmassa, waarbij geldt dat: a. deze uitsluitend aan de voorgevel van de hoofdmassa mogen worden gebouwd; b. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; c. de gezamenlijke breedte van aan- en/of uitbouwen en overkappingen/luifels maximaal 75 % bedraagt van de breedte van de voorgevel van de hoofdmassa; Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
13
d. de bouwhoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa bedraagt vermeerderd met 0,5 m en met een maximum van 4 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen maximaal 8 m² bedraagt; f. de oppervlakte van de overkapping/luifel maximaal 4 m² bedraagt; g. de oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en overkapping/luifel gezamenlijk maximaal 10 m² bedraagt; h. de afstand tot het openbaar gebied minimaal 2 m bedraagt. 3.2.5 Aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn geldt dat: a. aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met uitzondering van het bepaalde in 3.2.3 en 3.2.4; b. aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen uitsluitend op minimaal 2,5 m achter de voorgevel van de hoofdmassa of het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen maximaal 110 m² per bouwperceel bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m² bedraagt; e. het bebouwingspercentage maximaal 50 % van het bouwvlak bedraagt; f. de bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt; g. de goothoogte maximaal bedraagt: 1. de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa vermeerderd met 0,5 m en met een maximum van 4 m; 2.
uitsluitend voor vrijstaande bijgebouwen 3 m. 3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevel van de hoofdmassa of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van terreinafscheidingen maximaal 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter de voorgevel van de hoofdmassa of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 2 m; c. in afwijking van het bepaalde onder b. bij hoekwoningen de bouwhoogte van terreinafscheidingen, voor zover deze zich situeren naar het openbaar gebied uitsluitend mogen worden uitgevoerd met een constructie die vanaf 1 m hoogte voor minimaal 90 % open is; d. de bouwhoogte van speeltoestellen en vlaggenmasten niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 m en 8 m; e. de bouwhoogte van pergola's niet meer mag bedragen dan 2,50 m; f. voor carports en overkappingen anders dan bedoeld in artikel 3.2.4, dat: 1. deze 1 m voor of minimaal 0,5 m achter het verlengde van de voorgevel worden gebouwd; 2. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen; 3. de oppervlakte maximaal 30 m² mag bedragen.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
14
3.2.7 Zwembad In afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.6 geldt voor zwembaden, niet zijnde een gebouw, dat: a. deze uitsluitend op het zij- en/of achtererf mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte maximaal 1 m bedraagt; c. de afstand tot de grens van het bouwperceel minimaal 2 m bedraagt; d. de oppervlakte maximaal 50 m² bedraagt; e. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken op het zij- en achtererf maximaal 50 % van de oppervlakte van dat zij- en achtererf bedraagt. 3.2.8 Voorwaardelijke verplichting geluidwering De (her)bouw van een woning is uitsluitend toegestaan indien voorafgaand aan de bouw is aangetoond dat de geluidwering van de te (her)bouwen woning voldoet aan de eisen voor het binnenniveau uit artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit.
3.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering, de afmeting, de dakbeëindiging, de detaillering, de kapvorm en de nokhoogte van de in lid 4.2 genoemde bebouwing; b. de aanleg en omvang van parkeergelegenheid; indien zulks noodzakelijk is: 1. in verband met het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; 3. ter waarborging van de verkeers-, sociale en brandveiligheid. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Omgevingsvergunning dakhelling Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 teneinde een andere dakhelling toe te staan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de verandering mag niet leiden tot een aantasting van het bebouwde karakter in de directe omgeving; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden; c. er vindt geen toename plaats van het aantal woningen op het bouwperceel; d.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; e. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
15
3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Voorwaardelijke verplichtingen a. Het gebruik van de als ‘Wonen’ aangewezen gronden voor de bouw van tweeaaneen-/halfvrijstaande woningen is alleen toegestaan indien alle verouderde bebouwing binnen het plangebied, conform het overzicht te slopen bebouwing zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, is gesloopt; b. Het gebruik van de als ‘Wonen’ aangewezen gronden is alleen toegestaan indien voldoende waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. c. Het gebruik van de als ‘Wonen’ aangewezen gronden is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in artikel 3.1.1 onder e en conform het landschapsinpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, is uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Omgevingsvergunning aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder c voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het ten behoeve van de aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen met een maximum van 50 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; e. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; f. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; g. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
16
Artikel 4 Waarde – Archeologie 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 60 m², dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3.
de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c. Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
17
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen; d. verlagen van de waterstand. 4.3.2 Uitzonderingen Het onder 4.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; c.
voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 60 m²; f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist. 4.3.3 Verlening a. De onder 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld;
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
18
b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 4.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.
4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
19
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,75 m bedraagt. 6.2 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. alleen ondergronds mag worden gebouwd waar bovengrondse bebouwing aanwezig is, met dien verstande dat in afwijking van het voorgaande mag, waar geen bovengrondse bebouwing aanwezig is, maximaal 25 m² ondergronds worden gebouwd in aansluiting op de onder a. bedoelde ondergrondse bebouwing; b. de verticale diepte maximaal 5 m mag bedragen. 6.3 Afwijkende maatvoering Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar waarvan de maatvoering afwijkt van de bouwregels van dit bestemmingsplan, zijn toegestaan in de bestaande maatvoering.
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft bijgebouwen, behoudens indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit, behoudens indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend; c. seksinrichting.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
20
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels: a. voor het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden. 1. In afwijking van het bepaalde onder a dit op de bouwhoogte van aanuit- en bijgebouwen uitsluitend van toepassing is indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; ▪ er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige stedenbouwkundige en/of architectonische waarden; b. om bij de uitvoering van het plan af te wijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de plankaart, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; c.
om bij de uitvoering van het plan af te wijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de plankaart, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; d. het plaatsen van een antenne-opstelpunt ten behoeve van de mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. het antenne-opstelpunt wordt geplaatst op of aan een als zodanig op de plankaart aangeduide antennemast, dan wel op of aan een bouwwerk, niet zijnde een woning; 2. het antenne-opstelpunt is aantoonbaar noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie; 3. de hoogte van de antennespriet bedraagt niet meer dan 6 m.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
21
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht 8.1 Overgangsrecht bouwwerken 8.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 8.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 8.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 8.1.1 met maximaal 10%. 8.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 8.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsrecht gebruik 8.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
8.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels
22
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Hoeveweg 18 Balgoij”.
Bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - regels