Bijlage 1: Memo betaalbaarheid Hulp bij het huishouden
Tekst van het document
Betaalbaarheid Hulp bij het huishouden Scenario’s kostenbeheersing hulp bij het huishouden gemeente Wijchen
Wijchen, mei 2021 Team Wmo, Jeugd en Gezondheid Team Financiën
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ...................................................................................................1
2.
Feiten en toekomstbeeld ...............................................................................1
3.
Visie: voor wie is hulp bij het huishouden bedoeld?...........................................1
4.
Mogelijke interventies om meer grip te krijgen .................................................2 4.1 Toegang: eigen kracht betrekken in het onderzoek door het SWT .....................2 4.2 Het ‘Normenkader huishoudelijke ondersteuning’ toepassen .............................2 4.3 Scenario’s voor invoering van Normenkader huishoudelijke ondersteuning .........4 4.4 Strikte afbakening Wmo en domein overstijgend werken .................................6 4.5 Domotica inzetten ......................................................................................6 4.6 Inkoop: Lumpsum financiering of resultaatfinanciering ....................................6 4.7 Invoeren van een budgetplafond en een wachtlijst ..........................................7
5.
Conclusies en advies.....................................................................................7
1. Aanleiding De kosten voor de Hulp bij het huishouden stijgen de afgelopen jaren fors. Enerzijds door tariefsverhogingen: de gemeente betaalt een reëel tarief. Anderzijds door een toename van het aantal klanten en daarmee een toename van het aantal uren HH. De toename van het aantal klanten wordt mede veroorzaakt door de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Sinds de invoering van dit tarief betalen inwoners maximaal 19 euro per maand eigen bijdrage, ongeacht de hoogte van het inkomen. Door het college is gevraagd om scenario’s uit te werken om meer grip te krijgen op de ontwikkeling van de uitgaven hulp bij het huishouden.
2. Feiten en toekomstbeeld -
Stijgend aantal inwoners met een voorziening hulp bij het huishouden sinds 2019.
-
Monitor abonnementstarief: aanzuigende werking abonnentstarief vooral klanten met midden- en hogere inkomens. Landelijk zet de stijging van het gebruik van hulp bij het huishouden, onder huishoudens met een inkomen van meer dan €50.000 door. Het gebruik hiervan is met ruim 12% gestegen in het tweede halfjaar van 2020 ten opzichte van het eerste halfjaar van 2020.
-
Netto lasten Wmo over 2019 zijn landelijk gestegen met 9,1%, 594 miljoen. De jaren 2020 en 2021 lijken eenzelfde beeld te geven. In Wijchen zijn de uitgaven voor HH in 2019 met 20% en in 2020 met 15% gestegen.
-
Toekomstbeeld Vergrijzing: de komende jaren neemt het aantal ouderen in de gemeente Wijchen toe. In 2020 is 8,6 procent van de bevolking 75 jaar en ouder, in 2030 loopt dit percentage op naar 13,5%. Budget Wmo-cluster gemeentefonds groeit tussen 2020-2040 met factor 1,2. Het gebruik van Wmo voorzieningen door 75 plussers stijgt met factor 1,8.
3. Visie: voor wie is hulp bij het huishouden bedoeld? De inhoudelijke opdracht die gemeenten wettelijk hebben is om hun inwoners te helpen. Maar wie helpen we eigenlijk? • De wet is bedoeld om maatwerk te bieden. Dit biedt de mogelijkheid om naar het individuele geval te kijken en dus ook te sturen op welk aanbod de gemeente
1
•
passend vindt voor bepaalde gevallen. De wet schrijft niet voor wat je precies moet doen. Gegeven de schaarse middelen willen we hulp bij het huishouden beschikbaar houden voor mensen die deze ondersteuning echt nodig hebben en die hier via eigen kracht echt niet zelf in kunnen voorzien. Inwoners gaan we nadrukkelijk aanspreken op hun eigen kracht en om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.
4. Mogelijke interventies om meer grip te krijgen Hieronder beschrijven we interventies waarmee we meer grip kunnen krijgen op de toekomstige uitgaven hulp bij het huishouden en de haalbaarheid daarvan. 1. Bij de toegang tot hulp de eigen kracht nadrukkelijker betrekken in het onderzoek door het SWT, mogelijk ook financieel 2. Het ‘Normenkader huishoudelijke ondersteuning’ toepassen bij de indicatiestelling 3. Strikte afbakening Wmo en domein overstijgend werken Samenwerken met zorgverzekeraars en/of eerder inwoner verwijzen naar Wlz en Zvw 4. Inzetten van domotica 5. Inkoop: Lump sum financiering of resultaatfinanciering 6. Invoeren van een budgetplafond en een wachtlijst
4.1 Toegang: eigen kracht betrekken in het onderzoek door het SWT Basis voor de maatregel: uitgangspunt van ‘eigen kracht’ zoals opgenomen in de artikelen 2.3.2 (het vierde lid sub b en c) en 2.3.5 (derde lid) Wmo 2015. Dit is een doorontwikkeling van de huidige uitvoering. Door de eigen kracht een meer prominente plaats in het onderzoek te geven, kan het aantal maatwerkvoorzieningen verminderen. We onderzoeken op welke wijze we bij aanvragen Wmo ook rekening kunnen houden met de financiële draagkracht. Daarbij kan mogelijk worden aangesloten bij de beoordeling van de eigen kracht zoals we die inmiddels toepassen bij de inzet van ouders bij de zorg voor hun kinderen. Randvoorwaarde: consulenten in SWT beschikken over tools om gesprek over eigen kracht goed te kunnen voeren. Basis van gesprek: Wat heeft u nodig en waarom kunt u het niet zelf oplossen?
4.2 Het ‘Normenkader huishoudelijke ondersteuning’ toepassen Op dit moment hanteren wij een indicatieprotocol Hulp bij het huishouden dat is afgeleid van het indicatieprotocol van het CIZ uit 2006. Het indicatieprotocol is enkele jaren geleden op onderdelen versoberd. Ons indicatieprotocol werkt in de praktijk naar behoren, maar is door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit 2018 juridisch niet houdbaar in situaties dat de indicatiestelling wordt betwist omdat het niet onafhankelijk tot stand is gekomen. Samen met de regiogemeenten hebben we eind 2018 een Richtlijn indicatie huishoudelijke ondersteuning ontwikkeld, gebaseerd op het normenkader huishoudelijke hulp dat KPMG en HHM heeft ontwikkeld voor de gemeente Utrecht. Dit normenkader is door de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2018:3836) onafhankelijk en deugdelijk bevonden. De CRvB zegt hierbij het volgende: “Daarbij is door expertinbreng, metingen van de tijdsbesteding per schoonmaakactiviteit en interviews met cliënten over de 2
schoonmaakwerkzaamheden geobjectiveerd onderzoek verricht naar welke concrete activiteiten voor het bereiken van basishygiëne verricht moeten worden, hoeveel tijd daarvoor nodig is en met welke frequentie deze activiteiten verricht moeten worden.” Kiest een gemeente voor één van beide richtlijnen (oude CIZ-protocol of nieuwe Richtlijn indicatie huishoudelijke ondersteuning), dan mag niet afgeweken worden van de normen zoals gehanteerd in deze richtlijnen. Wil een gemeente op onderdelen afwijken van de normtijden of onderliggend beleid, dan dient hier opnieuw een objectief en deugdelijk onderzoek aan ten grondslag te liggen, uitgevoerd door een onafhankelijke derde. Wil een gemeente een geheel eigen richtlijn (met eigen beleid en normtijden) ontwikkelen, dan geldt daarvoor hetzelfde. Met het normenkader sluiten wij aan op de door de Centrale Raad van Beroep goedgekeurde normenkaders op basis waarvan huishoudelijke hulp geïndiceerd kan worden. In het normenkader staan basisactiviteiten voor een schoon en leefbaar huis met een frequentie en daaraan zijn normtijden gekoppeld. Gemiddeld komt dit neer op 120,7 minuten per week, afgerond 2 uur per week. Onderstaande tabel uit het normenkader geeft de normtijden weer bij de verschillende schoonmaakactiviteiten. Het is een reëel, passend en objectief onderbouwd normenkader voor de HH.
Het normenkader vormt de basis voor de richtlijn indicatiestelling huishoudelijke hulp die we willen gaan hanteren. De concept richtlijn indicatiestelling, die samen met de gemeenten in de regio Nijmegen is opgesteld, is ook getoetst door bureau HHM.
Het is belangrijk om voor ogen te houden dat van deze normen afgeweken wordt indien de situatie van de cliënt hier aanleiding toe geeft. De cliënt staat centraal. Dit sluit volledig aan bij de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Ervaringen met nieuwe richtlijn in regiogemeenten De gemeenten Mook, Beuningen en Heumen werken al met de nieuwe richtlijn. De richtlijn indicatiestelling HH werkt in de praktijk en levert geen (juridische) problemen op. Huidige situatie in Wijchen De gemiddelde indicatie hulp bij het huishouden in Wijchen bedraagt op 1 maart 2021 2 uur en 20 minuten per week (zie tabel hieronder). De uitnutting (de feitelijk geleverde ondersteuning) ligt lager. Het lage percentage bij zorg in natura HH1 (80%) komt mede
3
door Corona: hulpen zijn ziek of in quarantaine of klanten zien (tijdelijk) af van hulp. Normaal ligt dit percentage hoger. Soort HH ZIN/HH1 ZIN/HH2 PGB/HH1 PGB/HH2 Totaal
Klanten 1018 104 70 4 1196
Gem. indicatie Uitnutting 2020 80% 2,26 96% 2,56 91% 2,79 91% 4,25 83% 2,33
4.3 Scenario’s voor invoering van Normenkader huishoudelijke ondersteuning De huidige indicaties Hulp bij het huishouden zijn als volgt verdeeld: Uren per week
Aantal klanten met deze indicatie
0,75 uur tot 2 uur
270
2 uur
191
>2 uur tot 4 uur
703
4 uur en meer
32
Totaal per maart 2021
1197
Insteek van het toepassen van het nieuwe normenkader is om de indicaties tussen de 2 en 4 uur per week terug te brengen naar gemiddeld 2 uur per week. Onderstaande tabel geeft inzicht welke indicaties de 703 klanten in de huidige situatie hebben.
Huidige situatie geïndiceerde uren per week 2,25 2,4 2,5 2,75 3 3,25 3,5 3,75
Verschil bij toepassing nieuwe richtlijn 0,25 uur 0,40 uur 0,5 uur 0,75 uur 1 uur 1,25 uur 1,5 uur 1,75 uur
Verschil
%
Minder dan 1 uur per week
67%
1 uur per week Meer dan 1 uur per week
20%
Aantal klanten 131 1 325 14 139 46 45 2
13%
Er zijn drie scenario’s uitgewerkt: Scenario 0: Nieuwe indicatieprotocol niet toepassen en geen maatregelen nemen om de kosten te beheersen. Scenario 1: Nieuwe richtlijn toepassen bij alle nieuwe klanten en bij klanten bij de reguliere hercontrole in 2022 en volgende jaren.
4
Scenario 2: Nieuwe richtlijn toepassen bij alle nieuwe klanten en bestaande klanten (703 klanten) met een indicatie tussen 2 en 4 uur HH per week via versnelde hercontrole in Q4 2021. Doel: indicatie terugbrengen naar 2 uur per week, tenzij er sprake is van een bijzondere situatie. Klanten met indicatie lager dan 2 uur en meer dan 4 uur per week krijgen geen (versnelde) herindicatie; laatste categorie betreft veelal maatwerk (32 klanten). Bij de reguliere hercontrole wordt beoordeeld welke indicatie dan passend is. Juridische risico’s Juridisch is het mogelijk om beleid te veranderen en een nieuw indicatieprotocol te introduceren. Een individuele beoordeling, waarbij gekeken wordt naar de situatie van de klant, blijft noodzakelijk. De juridische risico’s zijn voor beide scenario’s vergelijkbaar. Voor beide scenario’s geldt dat een voldoende gewenningsperiode een must is (zorgvuldigheidsbeginsel). Gedacht wordt aan een standaard overgangstermijn van 2 maanden bij afschaling van hulp bij de huishouding. De overgangstermijn is bedoeld om te wennen aan een andere manier van hulp en om de klant de tijd te geven om zelf eventuele aanvullende maatregelen te treffen. Gevolgen voor de uitvoering De invoering van de nieuwe richtlijn heeft gevolgen voor de uitvoering.
De keuze voor een scenario heeft gevolgen voor de te verwachten (piek)belasting voor consulenten, juristen van het sociale domein en de commissie/juristen bedrijfsvoering. Bij scenario 2 staat vast dat voor alle drie de gremia (veel) extra inhuur nodig is. Bij scenario 1 is er meer spreiding, waardoor er minder piekbelasting zal zijn. Maar ook scenario 1 kan leiden tot extra bezwaarschriften. In de doorrekening is voor beide scenario’s uitgegaan van de aanname dat 5% van de besluiten leidt tot bezwaar; concreet gaat het dan om 35 bezwaarschriften. Financieel resultaat De drie scenario’s zijn uitgewerkt. Samengevat leveren ze de volgende financiële resultaten op ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting.
5
Proces Besluitvorming in gemeenteraad over scenariokeuze uiterlijk september 2021 en start uitvoering in Q4 2021.
4.4 Strikte afbakening Wmo en domein overstijgend werken Het aflopen jaar is het besliskader binnen het Sociaal wijkteam aangescherpt. Door het striktere besliskader komt Zorgverzekeringswet (Zvw) en de overgang naar de Wlz eerder in beeld. We beschikken sinds 2020 over een tool waardoor de gemeente wekelijks geïnformeerd wordt over afgegeven Wlz-indicaties. Bij een melding vindt vervolgonderzoek plaats. Echter het is goed om ons het volgende te realiseren. Belangrijke conclusie van het SCP Rapport “Wat als zorg wegvalt” is dat het faciliteren van lichtere vormen van (publiek gefinancierde) zorg en ondersteuning in de thuissituatie essentieel is om de zorg voor de steeds groter wordende groep mensen met een gezondheidsbeperking te waarborgen. Volgens dit rapport zijn lichte vormen van hulp en ondersteuning essentieel om als mantelzorger de zorg voor een dierbare in een thuissituatie vol te houden en de zorgvrager langer thuis te kunnen laten wonen. Het faciliteren van huishoudelijke hulp verkleint niet alleen de noodzaak voor opname in een verpleeghuis, maar ook de noodzaak voor het gebruik van duurdere wijkverpleging. Voor de toekomst van de zorg en ondersteuning voor de kwetsbare groepen in onze samenleving is het dan ook van belang de vraagstukken hierbij integraal te bekijken.
We zullen ook op dit vlak het gesprek met de zorgverzekeraars aan moeten gaan omdat de baten van investering in de Hulp bij het huishouden niet altijd bij de gemeente landen en het niet vanzelfsprekend is dat zorgverzekeraars inzetten op preventieve zorgvormen.
4.5 Domotica inzetten Er zijn veel nieuwe technologische ontwikkelingen van (zorg)domotica die de ondersteuning vereenvoudigen en het welzijn van de cliënt verbeteren. Deze innovatieve ontwikkelingen kunnen ook een bijdrage leveren aan het realiseren van resultaten voor wat betreft een schoon huis. Daarom willen wij de komende tijd onderzoeken op welke wijze we domotica kunnen inzetten. Hierbij betrekken wij de ervaringen die in den lande al zijn opgedaan met de inzet van technische hulpmiddelen in het huishouden. Wij hopen hiermee in voorkomende gevallen nog beter maatwerk te leveren. We starten een pilot om het gebruik van domotica te stimuleren. Hiervoor reserveren wij €7.500 per jaar. In gesprek met onze aanbieders gaan wij de inzet van domotica verder uitwerken.
4.6 Inkoop: Lumpsum financiering of resultaatfinanciering Onder resultaatfinanciering wordt verstaan dat HH door de gemeente geïndiceerd wordt op basis van te behalen resultaten (bv. ‘‘een schoon en leefbaar huis’) zonder daar een aantal uren aan te koppelen. De gemeente bepaalt welke resultaten behaald dienen te worden en het is dan aan de zorgaanbieder om dit resultaat te bereiken in de tijd die daarvoor nodig is. Bij resultaatfinanciering ligt de prikkel bij de aanbieder om uit te komen met het afgesproken bedrag per huishouden. De gemeente laat, binnen gestelde kaders, de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning over aan een aanbieder. Deze kent de cliënt en diens situatie goed en kan dan ook samen met de cliënt bepalen welke ondersteuning op maat nodig is. Met deze 6
manier van werken wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de ondersteuningsbehoefte van de burger. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in oktober 2018 een streep gezet door het beschikken in een te behalen resultaat bij maatschappelijke ondersteuning in de vorm van huishoudelijke ondersteuning. De hoogste bestuursrechter heeft vastgesteld dat wanneer in de beschikking niet het aantal uren huishoudelijke ondersteuning is genoemd, de cliënt niet weet hoeveel huishoudelijke ondersteuning is verstrekt, en dus op hoeveel ondersteuning de cliënt precies recht heeft. De werkwijze van het resultaatgericht beschikken is door de CRvB strijdig geacht met het rechtszekerheidsbeginsel. 1
Een wetswijziging is nodig om de mogelijkheid van resultaatgericht beschikken, onder voorwaarden, te behouden. Er ligt een wetsvoorstel waarin staat dat het onderzoeksplan samen met de aanbieder wordt opgesteld. De klachtenprocedure komt volledig bij gemeenten te liggen. Er is geen vertaling nodig naar uren, wel naar activiteiten en frequentie. Het wetsvoorstel biedt mogelijkheden voor maatwerk, maar het is de vraag of dit tot een bezuiniging leidt. Zolang de wet niet is gewijzigd is resultaatgericht financieren juridisch niet houdbaar. Wij kiezen dan ook niet voor deze maatregel.
4.7 Invoeren van een budgetplafond en een wachtlijst Door middel van een budgetplafond bepaalt de gemeente hoeveel budget beschikbaar is voor huishoudelijke hulp. Binnen het budgetplafond zou ruimte moeten blijven voor burgers die de huishoudelijke hulp niet zelf kunnen regelen en betalen. De klant waarvan blijkt dat hij het zelf kan regelen en betalen, krijgt een afwijzende beschikking, of komt op een wachtlijst. Maar op het moment dat een klant door beperkingen belemmerd wordt bij het doen van de huishouding, heeft het college compensatieplicht. Ongeacht het inkomen of vermogen van klant. Wordt er ‘voorrang’ geboden aan de klanten met beperkingen maar zonder geld, wordt er een onderscheid gemaakt. Krijgen de klanten met meer financiële draagkracht niet (op tijd) hulp, dan voldoet het college niet aan haar wettelijke verplichting om compensatie te bieden. Gelet op het bovenstaande adviseren wij niet om deze maatregel door te voeren.
5. Conclusies en advies De volgende vier maatregelen uitvoeren: 1. Bij de toegang tot ondersteuning de eigen kracht nadrukkelijk betrekken in het onderzoek door het SWT, mogelijk ook financieel. 2. Het nieuwe ‘Normenkader huishoudelijke ondersteuning’ toepassen bij de indicatiestelling en na bekendmaking laten gelden voor nieuwe en bestaande klanten (scenario 2). 3. Strikte afbakening Wmo en domein overstijgend werken. 4. Domotica inzetten. De volgende maatregen niet uitvoeren omdat ze juridisch niet houdbaar zijn of maatschappelijk discutabel zijn: 5. Inkoop: Lumpsum financiering of resultaatfinanciering
7
6. Invoeren van een budgetplafond en een wachtlijst
8