Bijlage 1-idverde Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Tekst van het document
Groeiplaatsonderzoek en boomadvies Kasteeltuin Wijchen
COLOFON Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Marowijne 80 7333 PJ Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Tom Putman | European Tree Technician Martijn van der Maarel| European Tree Technician
OPDRACHTGEVER
Gemeente Wijchen Postbus 9000 6600 HA Wijchen
PROJECTNUMMER KENMERK VERSIE DATUM
728250330 BD25264 2 30 oktober 2025
Copyright 2025 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1.
4
INLEIDING 1.1 Onderzoeksvraag 1.2 Locatie 1.2.1 Bijzondere boomwaarde 1.2.2 Historie 1.3 Bronnen
2.
BOOMKWALITEIT EN GROEIPLAATSONDERZOEK 2.1 Boominventarisatie 2.1.1 Conditiebepaling 2.1.2 Gebreken bomen 2.1.3 Opnamekenmerken 2.2 Ondergronds onderzoek 2.2.1 Groeiplaatsonderzoek
3.
RESULTATEN 3.1 Resultaten bovengrondse beoordeling 3.1.1 Conditie en toekomstverwachting 3.1.2 Mechanische gebreken 3.2 Beplantingsvakken 3.3 Resultaten ondergronds onderzoek 3.3.1 Ligging kabels en leidingen 3.3.2 Samenvatting bodemanalyse
4.
7 7 7 7 8 8 8
11 11 11 12 12 13 13 14
CONCLUSIE EN ADVIES
20
4.1 Conclusie 4.2 Advies 4.3 Kostenraming maatregelen
20 21 23
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 2.1 Bijlage 2.2 Bijlage 2.3 Bijlage 2.4
3
4 5 6 6 6
25 Kwaliteitsbeoordeling Resultaten ondergronds onderzoek Bodemboringen Profielsleuven Bodemanalyse Resultaten penetrologger
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
25 26 26 37 41 47
1. Inleiding De Kasteeltuin van Kasteel Wijchen vormt een historisch en ecologisch waardevolle groenzone binnen het stedelijk weefsel van Wijchen. De Kasteeltuin wordt frequent gebruikt als evenemententerrein. De intensieve betreding en belasting van het gazon brengen echter risico’s met zich mee voor de vitaliteit en toekomstbestendigheid van het aanwezige bomenbestand. Naar aanleiding van geuite zorgen over de negatieve effecten van bodemverdichting, wortelbeschadiging en afnemende groeikracht is besloten tot het uitvoeren van een nulmeting. Het doel hiervan is om zowel de bovengrondse (boomkwaliteit en inrichting) als ondergrondse situatie (bodemstructuur, verdichting, beworteling) van de bomen in de Kasteeltuin in kaart te brengen. Op dit moment is zichtbaar dat de kwaliteit van het groen niet optimaal is. Om het beheer van de beplanting met de gepaste zorg te kunnen voortzetten, heeft de gemeente idverde Bomendienst gevraagd om inzicht te geven in de huidige kwaliteit van het groen en de groeiplaats om zo keuzes te kunnen maken in het beheer van de groenstructuur. Op basis van de resultaten is het voorliggende adviesrapport opgesteld.
1.1 Onderzoeksvraag De scope omvat 24 individueel beheerde bomen alsmede drie boomgroepen langs de rand van het bosplantsoen. Vanwege de teruglopende conditie van de bomen is advies gewenst. Onderzocht dient te worden wat de toekomstige ontwikkeling van de bomen op deze locatie zal zijn als de bomen behouden blijven, gerelateerd aan de soort en huidige groeiplaats. Op basis van de resultaten wordt een advies gericht op verbetermaatregelen verlangd. Boomadvies boomadvies beantwoordt de vraag of een boom/bomen in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan/kunnen blijven en welke maatregelen een mogelijk gunstig effect op de duurzame instandhouding kunnen hebben.
Om tot een verbeteradvies te komen worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de boomtechnische kwaliteit van de bomen in de kasteeltuin? Is de groeiplaats toereikend voor de aanwezige bomen? Zijn er maatregelen noodzakelijk om deze bomenstructuur op duurzame wijze te kunnen behouden? Welke maatregelen dragen bij aan het verbeteren van de boomkwaliteit en duurzaam behoud van de bomen? Wat zijn de geschatte kosten voor het uitvoeren van het geadviseerde? In welke mate dragen de bomen bij aan ecosysteemdiensten en welke toekomstige ontwikkeling hierin valt te verwachten op basis van het geadviseerde? Het veldwerk is op 5 augustus 2025 uitgevoerd door Jorrick Kalter en Tom Putman (European Tree Technician), beide werkzaam als Boomtechnisch Adviseur bij idverde Bomendienst B.V.
4
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
1.2 Locatie Het projectgebied bevindt zich in het centrum van Wijchen, binnen het groene kader op afbeelding 1.2.1.
Afbeelding 1.2.1.1 Locatieoverzicht bron: ESRI Nederland
5
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
1.2.1
Bijzondere boomwaarde
Op de ‘Lijst waardevolle bomen Gemeente Wijchen’ staan 16 bomen of boomgroepen vermeldt binnen het projectgebied.
Afbeelding 1.2.2 Waardevolle bomen projectgebied bron: https://www.wijchen.nl/waardevolle-bomen
1.2.2
Historie
Kasteel Wijchen in het centrum van Wijchen vindt zijn oorsprong rond het jaar 1000, toen op deze plek vermoedelijk een zaaltoren werd gebouwd als verdedigingswerk. In de eeuwen daarna werd de toren uitgebreid tot een kasteel met poortgebouw, binnenplaats en grachten. In de 16e eeuw raakte het in verval, waarna het begin 17e eeuw op de oude fundamenten werd herbouwd. Hierbij kreeg het gebouw zijn kenmerkende vierkante plattegrond met ronde hoektorens en een omringende gracht. In de eeuwen daarna bleef de hoofdstructuur grotendeels behouden, maar werden bijgebouwen, tuinen en het omliggende terrein aangepast aan de woon- en representatieve functie. In het begin van de 20e eeuw trof een grote brand het kasteel, waarna het in vrijwel oorspronkelijke vorm werd herbouwd. De omgrachting en de centrale ligging bleven daarbij een belangrijk onderdeel van het karakter. Vanaf de jaren ’30 werd het gebouw gebruikt als gemeentehuis en werd het terrein ingericht als openbaar toegankelijk plein en parkachtige omgeving. In de jaren ’90 volgde een grondige restauratie waarbij zowel het interieur als het exterieur in historische staat werden teruggebracht. Sinds 1996 is het kasteel ingericht als museum, met behoud van zijn historische uitstraling en de verbinding met het omliggende centrum van Wijchen.
1.3 Bronnen Voor het opstellen van deze rapportage zijn de volgende bestanden als uitgangspunt gebruikt: Waardevolle bomenkaart Gemeente Wychen: https://www.wijchen.nl/waardevolle-bomen KLIC-melding; 25O0108721
6
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
2. Boomkwaliteit en groeiplaatsonderzoek Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste informatie uit de boominventarisatie en het ondergrondse onderzoek. Het beschrijft de beoordeling, motivering en indeling van de actuele boomtechnische kwaliteit en status van de bomen in relatie tot een duurzame handhaving op basis van de resultaten van de uitgevoerde bomeninventarisatie. De belangrijkste gegevens worden besproken in dit hoofdstuk en de volledige Kwaliteitsbeoordeling Bomen is te vinden in bijlage 7.1 kwaliteitsbeoordeling
2.1 Boominventarisatie Alle bomen in het gebied zijn uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode (Mattheck & Breloer, The Body Language Of Trees, 1995) worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Ook wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is scheutlengte in de winter en knopzetting en in de zomer bladzetting.
2.1.1
Conditiebepaling
De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: Blad/ knopbezetting Takscheutlengte Bladgrootte Hoeveelheid dode takken/ twijgen Transparantie van de kroon Aanwezigheid van groeistrepen op de bast Kroonstructuur Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld. De conditiebepaling is volgens de score van Norminstituut bomen uitgevoerd, met onderstaande indeling: Goed Voldoende Onvoldoende Slecht Zeer slecht/ dood
Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar 10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar 1 tot 5 jaar en minder dan 1 jaar Met toekomstverwachting wordt niet de levensverwachting bedoeld, dit is de theoretische eindleeftijd op basis van boomsoort en standplaats. Bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar kunnen in de praktijk vaak zonder belemmeringen hun theoretische eindleeftijd bereiken. De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan.
2.1.2
Gebreken bomen
Naast de conditiebepaling zijn ook de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn: Slechte takaanhechtingen (plakoksels) Holtes Parasitaire schimmelaantastingen Dode takken Scheuren in stam en/ of takken 7
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd.
2.1.3
Opnamekenmerken
De bomen binnen de projectgrenzen zijn geïnventariseerd in ArcGIS van ESRI Nederland. De volgende kenmerken zijn opgenomen aan de hand van de invulgegevens van de gemeente Wijchen, aangevuld met de BEA kenmerken van idverde en de boomafmetingen. Administratief (per boom) Boomnummer ID Boomeigenaar [allen gemeente Wijchen] Plaats gemeente (BAG) [Wijchen] Boomgegevens Boomsoort Wetenschappelijk Maaiveld boom Beleid
Boombeleidsstatus
Inventarisatie Boomhoogteklasse (actueel) Stamdiameterklasse (actueel) Conditie | groei Toekomstverwachting (technische levensverwachting) Gebreken Opmerkingen
2.2 Ondergronds onderzoek De bodemopbouw en de beworteling in de groeiplaats van tien bomen zijn in kaart gebracht. Dit is gedaan door het uitvoeren van 14 boringen en het graven van 4 profielsleuven. De diepte hiervan was afhankelijk van het aantreffen van wortels of puin. Naast elk boorgat is een indringingsweerstandsmeting uitgevoerd.
2.2.1
Groeiplaatsonderzoek
Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste classificatie van het vochtpercentage. Organische stof
Percentage organische stof
Zandfractie
M50 cijfer tussen
Humusarm
0 - 1,5 %
Uiterst fijn zand
50 en 105 µm
Licht humeus
1,5 - 2,5 %
Zeer fijn zand
105 en 150 µm
Matig humeus
2,5 - 5 %
Matig fijn zand
150 en 210 µm
Zeer humeus
5-8%
Matig grof zand
210 en 420 µm
Humusrijk
8 - 15 %
Zeer grof zand
420 en 2000 µm
Tabel 2.2.1 Classificatie organische stof indeling)
8
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Tabel 2.2.2 Classificatie zandmediaan (Stiboka
Beworteling
Diameter beworteling Minder dan 3 centimeter ø
Bodemvocht
Beschrijving waarnemingen
Droog
Geen vocht waarneembaar
Dunne beworteling
3 tot 5 centimeter ø
Licht vochtig
Zware beworteling
5 tot 8 centimeter ø
Vochtig
Zeer zware beworteling
Meer dan 8 centimeter ø
Nat (grondwater)
Fijne beworteling
Tabel 2.2.3 Classificatie beworteling Intensiteit beworteling Intensief
Matig intensief
Extensief
Enkele
Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit) Vocht blijft in grond bij knijpen Vocht komt uit de grond bij knijpen
Tabel 2.2.4 Classificatie bodemvocht Beschrijving waarnemingen en samenhang Er bevindt zich ter plaatse van het profiel een grote concentratie beworteling. De beworteling draagt bij aan de samenhang van de grond. Er bevindt zich ter plaatse van het profiel een redelijke concentratie beworteling. De beworteling houdt in beperkte mate de grond bijeen. Er bevinden zich ter plaatse van het profiel meerdere wortels. De beworteling levert geen bijdrage aan de samenhang van de grond. Er bevinden zich ter plaatse van het profiel slechts enkele wortels. De beworteling levert geen bijdrage aan de samenhang van de grond.
Tabel 2.2.5 Intensiteit beworteling De 24 bomen welke zijn meegenomen in het groeiplaatsonderzoek staan weergegeven op afbeelding 2.2.1. Locaties waar boringen zijn uitgevoerd, staan aangegeven met een zwarte stip. Locaties waar een profielsleuf is gegraven staan aangegeven met een bruine lijn. Tijdens het groeiplaatsonderzoek zijn zes bodem mengmonsters van 1,5 liter genomen. Hierop is een chemische, fysische en biologische analyse is uitgevoerd door Eurofins Agro. Dit alles om meer inzicht te krijgen in de invloed van de groeiplaats op de achteruitgang van conditie van de bomen. De toegepaste meetmethode voor het bepalen van de zuurgraad (pH) is de methode PHC3. Het streeftraject van de zuurgraad wordt in openbaar beschikbare bronnen meestal met meetmethode pH-H20 aangegeven. Doorgaans ligt de methode PHC3 0,5 - 1 punt lager dan de methode H20. Het streeftraject van de aanwezige soorten is in dit rapport daarom ook met 0,5 punt lager aangegeven dan in openbaar beschikbare bronnen.
9
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Afbeelding 2.2.1 Kaart locaties groeiplaatsonderzoek.
10
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
3. Resultaten 3.1 Resultaten bovengrondse beoordeling In de hiernavolgende sub-paragrafen zijn de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. In Bijlage 1 Kwaliteitsbeoordeling is de uitgebreide inventarisatietabel met alle boomkenmerken opgenomen.
3.1.1
Conditie en toekomstverwachting
De conditie en toekomstverwachting van 24 bomen in de kasteeltuin bij onveranderde omstandigheden staat weergegeven in tabel 3.1.1 en 3.1.2. Op afbeelding 3.1.1 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. Geen van de bomen heeft de score ‘goed’ gekregen. Conditie
Aantal bomen
Toekomstverwachting
Aantal bomen
Redelijk
7
> 15 jaar
7
Matig
8
10 - 15 jaar
8
Slecht
9
5 - 10 jaar
8
1 – 5 jaar
1
Totaal beoordeelde bomen
24
Totaal beoordeelde bomen Tabel 3.1.1 Resultaten conditie
24
Tabel 3.1.2 Resultaten toekomstverwachting
Afbeelding 3.1.3.1 Conditie individueel beoordeelde bomen in projectgebied
11
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
3.1.2
Mechanische gebreken
Het meest aangetroffen gebrek is grof dood hout in de kroon. Dit is niet direct een gebrek wat invloed heeft op de toekomstverwachting van de boom. Er is één holte aangetroffen als gevolg van aantasting door een specht. Bij één van de moeraseiken is een zwam op de stamvoet aangetroffen. Gebrek
Holte
Boomnummer 6, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 23 20
Zwam op stamvoet
15
Grof dood hout
Tabel 3.1.5 Resultaten mechanische gebreken
3.2 Beplantingsvakken Rondom de kasteeltuin bevinden zich vakken met gesloten beplanting. In plaats daarvan zijn drie afzonderlijke vakken in hun geheel beschreven en beoordeeld. Deze benadering geeft een overzicht van de algemene structuur, samenstelling en conditie van de beplanting, zonder in te gaan op individuele kenmerken. Zuidwestelijk vak De meest opvallende bomen in dit vak zijn drie Robinia’s waarvan de conditie varieert van onvoldoende tot slecht. Opvallend bij de slechte Robinia, waren graafsporen en uitspoeling rondom de stamvoet, waarschijnlijk veroorzaakt door fauna. Daarnaast is er één zomereik aanwezig die zich in voldoende conditie bevindt. De bomen zijn maximaal 18 meter hoog en de overhang van de kronen buiten het vak bedraagt ongeveer 8 meter. Onder de bomen bevindt zich een gemengde onderbeplanting met soorten als taxus, rododendron, krent, esdoorn, vlier en hulst. Dit geeft het vak een gelaagde en deels groenblijvende structuur.
Afbeelding 3.2 Graafsporen en uitspoeling rondom robinia
Noordwestelijk vak Dit groenvak bestaat voornamelijk uit zomereiken, die circa 50% van de boomvormers uitmaken en zich in voldoende conditie bevinden. Ongeveer 20% van de bomen bestaat uit essen, waarvan de conditie onvoldoende is, terwijl nog eens 20% wordt gevormd door robinia’s in voldoende conditie. De overige 10% betreft haagbeuken, eveneens in voldoende conditie. De bomen zijn maximaal 20 meter hoog en de overhang van de kronen buiten het vak bedraagt ongeveer 5 meter. De onderbeplanting bestaat uit taxus, veldesdoorn en haagbeuk, wat zorgt voor een meerlagige structuur binnen het vak. Noordoostelijk vak Ook dit groenvak bestaat grotendeels uit zomereiken, die ongeveer 85% van de beplanting vormen en waarvan de conditie varieert van onvoldoende tot voldoende. Daarnaast is er 10% linde langs de rand, met een conditie die wisselt tussen voldoende en onvoldoende en 5% haagbeuk in voldoende conditie aanwezig. De bomen bereiken een hoogte van maximaal 22 meter en de overhang van de kronen buiten het vak bedraagt ongeveer 14 meter. De onderbeplanting is divers en bestaat uit soorten als taxus, veldesdoorn, lijsterbes, krentenboompje, vlier en haagbeuk.
12
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
3.3 Resultaten ondergronds onderzoek 3.3.1
Ligging kabels en leidingen
Er is een bureaustudie uitgevoerd naar de ligging van kabels en leidingen. Uit de KLIC-melding blijkt dat er enkel één kabeltracé binnen de invloedssfeer van de bomen in de kasteeltuin aanwezig is. Dit is een laagspanningskabel van de gemeente t.b.v. de aanwezige openbare verlichting die langs de buitenzijde van het grasveld ligt. Tijdens het veldwerk is de ligging van deze kabels niet bevestigd. Op afbeelding 3.2.1 is een overzicht van de ligging van de kabels en leidingen volgens de KLIC-melding weergegeven.
Afbeelding 3.3.1 Klic-melding
13
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
3.3.2
Samenvatting bodemanalyse
Voor dit Boomadvies is ondergronds onderzoek verricht naar de profielopbouw en samenstelling van de bodem. In tabel 3.1.2, 3.1.2 en 3.1.3 wordt een overzicht gegeven van de profielboringen. Hierin is een samenvatting gemaakt van alle boringen die zijn gebruikt voor één mengmonster (M1 t/m M6). De individuele boringen en analyses staan uitgewerkt in Bijlage 2 Resultaten ondergronds onderzoek. De onderdelen die rood zijn gemarkeerd zijn ontoereikend voor de aanwezige bomen in de bemonsterde groeiplaats. M1 Boring 1 & 2
Nutriënten
boomID 1
Bodemleven
De macronutriënten zijn in voldoende hoeveelheden in de bodem aanwezig. Zowel de bodemvoorraad als de plantbeschikbaarheid van fosfor en zwavel zijn hoog. Van de micronutriënten zijn alleen ijzer en molybdeen in lage hoeveelheden aanwezig. Met een pH van 6,1 ligt de zuurgraad van de bodem binnen het streeftraject voor ceder van pH 6,1 - 7,7. Het percentage organische stof is met 2,5 % lager dan streefwaarde van tenminste 4%. Omdat de bodem een aandeel klei bevat vormt het lager aandeel organische stof hier geen probleem. De microbiële biomassa en activiteit zijn beide goed.
Korrelgrootte verdeling
5% klei, 13% silt, 79 % zand.
Grondlagen
Vooral het bovenste deel van de groeiplaats van boom 1 is niet uniform. Het oostelijk deel, wat ook meer in de schaduw ligt heeft een relatief humeuze bovenlaag, terwijl het westelijk deel bovenin schraler, droger en meer puinhoudend is. De tweede laag, welke begint tussen 35 en 70 cm diepte, bevat meer klei. Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage tussen de 12,5 en 22%. Op 60 cm diepte tussen de 17,5 en 19,7%. Grondwater is aangetroffen op 270 cm diepte. Het vochtpercentage ligt gemiddeld binnen het streeftraject tussen de 12 en 25% bodemvocht. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt. Met een indringingsweerstand >4 MPa bij 10 centimeter diepte is de dichtheid van de bodem ongunstig voor wortelontwikkeling, dit is bijna niet meer mogelijk. Bij een diepere boring tot 275 cm diepte is op 220 cm een laag veen aangetroffen.
Zuurgraad Organische stof
Bodemvocht
Indringingsweerstand
Opmerking Tabel 3.2.1 Bodemanalyse 1
14
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M2 Boring 3 & 4
Nutriënten
boomID 2
Bodemleven
De macronutriënten zijn in opvallend lage hoeveelheden in de bodem aanwezig. Alleen de plantbeschikbare zwavel en fosfor zijn goed. Van de micronutriënten zijn alleen ijzer en molybdeen in lage hoeveelheden aanwezig. Met een pH van 6,5 ligt de zuurgraad van de bodem binnen het streeftraject voor zomereik van pH 5,0 – 6,8. Het percentage organische stof is met 1,2 % zeer laag in vergelijking met de streefwaarde van tenminste 4%. De microbiële biomassa is goed. De microbiële activiteit is laag.
Korrelgrootte verdeling
1% klei, 4% silt, 94 % zand
Grondlagen
In de groeiplaats van boom 2 is duidelijk het historisch gebruik van de kasteeltuin waar te nemen. Op verschillende plekken zijn puin, grind en bakstenen aangetroffen. Verder bestaat de bodem uit fijn tot zeer fijn droog, humusarm zand. Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage tussen de 7,6 en 12%. Op 60 cm diepte tussen de 7,2 en 8,3%. Het vochtpercentage ligt hiermee deels onder de kritieke waarde van lager dan 8%. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt. Met een indringingsweerstand >4 MPa vanaf 10 centimeter diepte is de dichtheid van de bodem ongunstig voor wortelontwikkeling, dit is bijna niet meer mogelijk.
Zuurgraad Organische stof
Bodemvocht
Indringingsweerstand
Tabel 3.2.2 Bodemanalyse 2
15
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M3 Boring 5 & 6
Nutriënten
Bosplantsoen noordwest zijde
Bodemleven
De macronutriënten zijn in opvallend lage hoeveelheden voor de beplanting beschikbaar. Alleen de plantbeschikbare zwavel is goed. De bodemvoorraad natrium en stikstof zijn ook goed. Van de micronutriënten zijn borium, molybdeen en selenium in lage hoeveelheden aanwezig. Met een pH van 4,5 ligt de zuurgraad te laag voor de aanwezige soorten vergeleken met het algemene streeftraject voor laanbomen van pH 5,0 – 7,0. Het percentage organische stof is met 0,7 % zeer laag in vergelijking met de streefwaarde van tenminste 4%. De microbiële biomassa en activiteit zijn beide goed.
Korrelgrootte verdeling
2% klei, 4% silt, 93 % zand
Grondlagen
De bodem in en langs dit bosplantsoen bestaat uit arme, droge zandgrond.
Bodemvocht
Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage tussen de 7,3 en 9,3%. Op 60 cm diepte tussen de 6,4 en 7,9%. Het vochtpercentage ligt hiermee deels onder de kritieke waarde van lager dan 8%. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt. Met een indringingsweerstand >4 MPa bij 10 centimeter diepte is de dichtheid van de bodem hier ongunstig voor wortelgroei, dit is bijna niet meer mogelijk.
Zuurgraad Organische stof
Indringingsweerstand
Tabel 3.2.3 Bodemanalyse 3
16
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M4 Boring 7 & 8
Nutriënten
Zuurgraad Organische stof Bodemleven Korrelgrootte verdeling
Grondlagen Bodemvocht
Indringingsweerstand
Opmerking
boomID 5, 6, 7, 8 en 9
De macronutriënten zijn in wisselende hoeveelheden in de bodem aanwezig. Vooral de plantbeschikbaarheid kalium, calcium en magnesium zijn opvallend laag. Alleen de bodemvoorraad zwavel en fosfor zijn goed. Evenals de plantbeschikbaarheid van enkele sporenelementen. Met een pH van 4,8 ligt de zuurgraad van de bodem net buiten het streeftraject voor eiken (pH 5,0 – 6,8) en buiten het streeftraject voor lindes (pH 5,8 – 7,0). Het percentage organische stof is met 1,2 % zeer laag in vergelijking met de streefwaarde van tenminste 4%. De microbiële biomassa en activiteit zijn beide goed. 2% klei, 7% silt, 89% zand. De D60/D10 ratio is met 2,5 redelijk hoog. Dit houdt in dat er veel spreiding tussen de korrelgrootten is, waardoor de ruimtes tussen de korrels grotendeels opgevuld raken en de bodem gemakkelijk verdicht raakt. De bovenlaag van fijne zandgrond is redelijk uniform maar sterk verdicht. In diepere lagen is eerst grover zand aanwezig en vanaf 260 cm klei. Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage tussen de 8,3 en 8,9%. Op 60 cm diepte tussen de 7,6 en 8,9%. Het vochtpercentage ligt hiermee deels onder de kritieke waarde van lager dan 8%.Vanaf 260 cm diepte is grondwater aanwezig. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt.
Met een gemiddelde van 3,9 MPa indringingsweerstand op 5 centimeter diepte is de wortelgroei in deze bodem nauwelijks mogelijk. Dode wortelresten in boring binnen groeiplaats van boom 6 aangetroffen.
Tabel 3.2.4 Bodemanalyse 4
17
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M5 Boring 9 & 10
Nutriënten
boomID 4552 en 2576
Bodemleven
De macronutriënten zijn in wisselende hoeveelheden in de bodem aanwezig. Vooral de plantbeschikbaarheid kalium en calcium zijn opvallend laag. Evenals de plantbeschikbaarheid van enkele sporenelementen. Zowel de bodemvoorraad als de plantbeschikbaarheid van fosfor zijn juist extreem hoog. Met een pH van 5,8 ligt de zuurgraad van de bodem net binnen het streeftraject voor lindes (pH 5,8 – 7,0). De pH is toereikend voor de groei van eiken (streeftraject (pH 5,0 - 6,8). Het percentage organische stof is met 2,9 % laag in vergelijking met de streefwaarde van tenminste 4%. De microbiële biomassa en activiteit zijn beide vrij laag.
Korrelgrootte verdeling
3% klei, 12% silt, 82% zand. De D60/D10 ratio is met 3,1 hoger dan wenselijk.
Grondlagen
De bodem in deze zone is zo ernstig verdicht dat het bij boring 10 niet mogelijk was om met het standaard gereedschap uit te voeren. De bovenlaag is matig humeus en bevat grind en puin. Vanaf 45 cm diepte is een laag met licht humeus, matig fijn zand aanwezig. Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage op 9,1%. Op 60 cm diepte op 8,9%. Het vochtpercentage komt hiermee in de buurt van de kritieke waarde van lager dan 8%. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt. Met een gemiddelde van 3,7 MPa indringingsweerstand tot 3 centimeter diepte is wortelgroei in deze bodem nauwelijks mogelijk.
Zuurgraad
Organische stof
Bodemvocht
Indringingsweerstand
Tabel 3.2.5 Bodemanalyse 5
18
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M6 Boring 11 & 12
Nutriënten
boomID 4552 en 2576
Bodemleven
De macronutriënten zijn in wisselende hoeveelheden in plantbeschikbaar. Vooral natrium, calcium, magnesium en kalium zijn onvoldoende plantbeschikbaar. De laatste twee zijn ook in lage hoeveelheden in de bodem aanwezig. Van de micronutriënten is alleen molybdeen in lage hoeveelheden aanwezig. Met een pH van 5,6 ligt de zuurgraad van de bodem binnen het streeftraject vergeleken met het algemene streeftraject voor laanbomen van pH 5,0 – 7,0. Het percentage organische stof is met 2,8 % laag in vergelijking met de streefwaarde van tenminste 4%. De microbiële biomassa en activiteit zijn beide goed.
Korrelgrootte verdeling
5% klei, 13% silt, 79 % zand
Grondlagen
De bovenlaag tot 40 cm diepte bestaat uit licht humeus, matig fijn zand. Binnen het bosplantsoen zat daaronder een humusarme laag en van 65 tot 10 cm diepte weer een licht humeuze laag. Op 30 cm diepte lag het vochtpercentage tussen de 7,8 en 11%. Op 60 cm diepte op 10,6% in het bosplantsoen. Het vochtpercentage is hiermee lager dan het streeftraject tussen de 12 en 25% bodemvocht. Een optimale indringingsweerstand is onder 2 MPa. Boven 3 MPa wordt wortelstrekking ernstig beperkt. Met een gemiddelde van 2 MPa indringingsweerstand is wortelgroei in deze bodem goed mogelijk tot 60 cm diepte binnen het bosplantsoen. Binnen het groenvak duidelijk een goed doorlatende groen met humeuze bovenlaag. Buiten het vak was op 40 centimeter diepte een storende laag aanwezig.
Zuurgraad Organische stof
Bodemvocht
Indringingsweerstand
Opmerking Tabel 3.2.6 Bodemanalyse 6
19
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
4. Conclusie en advies 4.1 Conclusie Bovengronds Uit het onderzoek blijkt dat de conditie van de bomen op de projectlocatie over het geheel genomen zorgelijk is. Slechts 8 van de 24 onderzochte bomen verkeren in voldoende staat; zij vertonen groei en een gezonde bladbezetting, maar presteren duidelijk onder het niveau dat onder ideale omstandigheden mogelijk is. 8 Andere bomen hebben een matige conditie, gekenmerkt door twijgsterfte. De overige 9 bomen bevinden zich in slechte conditie, met sterfte van complete kroononderdelen en afwijkingen zoals bladverkleuring. De solitaire bomen aan de zijde van het kasteel, zoals de ceder en de zomereik, hebben door de beschikbare groeiruimte forse kronen ontwikkeld. De moeraseik (boomnummer 14) is vermoedelijk de oudste en grootste boom van het terrein. Andere bomen in dit deel, zoals de nummers 4, 5 en 6, hebben een zeer beperkte kroonomvang, mogelijk als gevolg van concurrentie in hun jeugd door destijds aanwezige omringende bomen. De meest voorkomende gebreken (veiligheidsrisico’s) betreffen grof dood hout, wat door snoei te verhelpen is. De bomen in de kasteeltuin zijn van grote waarde als beeldbepalend element in de omgeving. Toch is de achteruitgang al ingezet en zal deze zonder ingrijpen doorzetten.
Eerder heeft al uitval plaatsgevonden en bij ongewijzigde omstandigheden zullen meerdere bomen binnen afzienbare tijd vervangen moeten worden. Voor één boom is herstel niet meer mogelijk, maar bij de overige exemplaren kunnen gerichte, ingrijpende maatregelen de achteruitgang vertragen of zelfs deels omkeren, waardoor duurzaam behoud alsnog haalbaar wordt. Groeiplaats Uit de zes bodemmonsters komt een overwegend beeld naar voren van schrale, verdichte zandgronden met lage organische stofgehalten en een wisselende beschikbaarheid aan nutriënten. Uitzondering hierop is de groeiplaats van de ceder, met een hoger aandeel silt en hogere vochtpercentages biedt deze groeiplaats aanzienlijk betere omstandigheden. Het organische stofpercentage varieert tussen de 0,7% en 2,9%, duidelijk onder de streefwaarde van minimaal 4%. Dit heeft directe gevolgen voor de bodemstructuur, het vochtbergend vermogen en de veerkracht van het bodemleven. Het historische gebruik van de locatie is nog altijd af te lezen uit de profielen; in de boringen zijn sterk uiteenlopende korrelgrootten zand, puin, baksteen, grind en houtresten aangetroffen. Dit wijst op herhaaldelijk ophogen en heeft een lappendeken aan groeiplaatsomstandigheden tot gevolg. In meer recente jaren is de bovenlaag nog meer verdicht geraakt door intensief gebruik van het terrein.
Daarbij speelt ook de hoge D60/D10-verhouding een rol: door brede korrelgroottespreiding worden de bodemdeeltjes gemakkelijk dicht op elkaar gedrukt, wat een slechtere wortelpenetratie en beïnvloeding van de wateren luchthuishouding tot gevolg heeft. Alleen in de groenvakken was een complete verdichtingsmeting mogelijk en is wortelgroei nog goed mogelijk. De pH-waarden laten een wisselend beeld zien. Waar de waarden in de groeiplaats van de ceder en solitaire zomereik binnen het streeftraject voor deze soorten liggen, is bodem te zuur in het noordoostelijke groenvak en ter hoogte van boringen 7 t/m 10 (pH 4,5 en 4,8), wat buiten het optimum ligt voor de meeste boomsoorten, met name voor linde. Voor eiken is de waarde nog net toelaatbaar, maar de lage pH vergroot wel de kans op uitspoeling en een verminderde beschikbaarheid van voedingsstoffen. Wat betreft nutriënten blijkt dat fosfor en zwavel in sommige monsters ruim voorradig zijn, terwijl elementen als calcium, magnesium en kalium vaak onvoldoende aanwezig zijn. De onevenwichtige bodemvoorraad aan voedingsstoffen verhoogt de kans op gebreksverschijnselen. De grootste knelpunten in de kasteeltuin bestaan uit verdichting, een tekort aan organische stof en een onevenwichtige nutriëntenvoorziening. De zure condities vormen een specifiek aandachtspunt voor boomsoorten die gevoelig zijn voor een lage pH.
Zonder gerichte maatregelen, zullen bomen in grote delen van het terrein beperkt blijven in hun vitaliteit of voortijdig uitvallen.
20
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
4.2 Advies Op basis van de bodemanalyses en de conditie van de bomen worden maatregelen voorgesteld. De maatregelen per boomnummer staan weergegeven in tabel 4.1. De maatregelen staan in volgorde van uitvoeringsmoment weergegeven. Beluchten en bemesten - tijdelijk effect Geadviseerd wordt om de verdichting op te heffen met luchtdruk bij merendeel van de boomgroeiplaatsen. Het gaat dan om de delen binnen de groeiplaats waar geen gronduitwisseling wordt toegepast. Het beluchten vermindert de bestaande verdichting en creëert ruimte voor wortelgroei. Door het inbrengen van een geschikte bodemverbeteraar op basis van gedroogde wormencompost en perliet verbetert de groei van de bomen voor de eerste 5 jaar. Deze maatregel biedt snel resultaat, maar moet op zichzelf staand worden beschouwd als tijdelijke oplossing. Wanneer daarnaast ook de maatregelen mulchen en het omvormen van gazon worden toegepast, is het in de toekomst niet langer nodig om opnieuw te beluchten of te bemesten. Een toename van het bodemleven zorgt dan vanzelf voor een open en gezonde bodemstructuur. Uitwisselen van substraat - lange termijn oplossing Vooral bomen met een onvoldoende of slechte conditie, die staan in groeiplaatsen met ernstig verdichte zandlagen of puinhoudende grond. Het uitwisselen van grond kan als laatste redmiddel worden toegepast om groei op de lange termijn te garanderen.
Buiten de stabiliteitskluit en zones met essentiële beworteling, wordt de bodem tot circa 70 cm onder maaiveld afgegraven in een strook van 2 tot 3 meter breed. Onder deze diepte bleek meer beworteling aanwezig te zijn. Dit volume wordt vervangen door een laag bomenzand, wat zorgt voor betere doorwortelbaarheid, vochtberging en toevoer van voedingsstoffen. Deze strook zal minder gevoelig zijn voor verdichting in de toekomst. Het is belangrijk om niet een te rijk substraat in te brengen om het “pot-effect” te voorkomen waarbij de boom enkel binnen het vervangen deel gaat wortelen. Langs de randen van het te vervangen deel dient de bestaande bodem te worden doorgemengd met het bomenzand om een geleidelijke overgang te creëren. De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden onder toezicht van een ETW of ETT om schade aan beworteling zo veel mogelijk te beperken. Volgens de Boommonitor van het Norm Instituut Bomen, is 8 kuub extra groeiruimte met bomenzand vereist om de beoogde omlooptijd 20 jaar te verlengen. Een toevoeging van 12 kuub per boom, zou in theorie voor de komende 30 jaar effect hebben. Omdat er ook een klein deel bestaande groeiplaats verloren zal gaan, wordt het uitwisselen van tenminste 16 kuub per boom aanbevolen.
Door de groeiplaats af te werken met een mulchlaag wordt een constante toevoer van organische stof en nutriënten voorzien en kan de groeiplaats ook na 30 jaar effectief blijven. Onderstaand eens schets van de oppervlakte van uit te wisselen bodem, per boom(groep). Oppervlaktes zijn indicatief, op basis van aanwezige beworteling kan tijdens de uitvoering de definitieve omtrek worden bepaald. Boom 4 t/m 10: 161 x 0,7 = 112,7 m3 → 16,1 m3 per boom
Afbeelding 4.2 Oppervlakte gronduitwisseling bomen 4 t/m 10
21
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Boom 14: 23 x 0,7 = 16,1 m3
`
Afbeelding 4.3 Oppervlakte gronduitwisseling boom 14
Boom 21 en 22 (+ herplant voor boom 20): 69 x 0,7 = 48,3 → 16,6 m3 per boom
Afbeelding 4.4 Oppervlakte gronduitwisseling bomen 21 en 22
Mulchen en omvorming van gazon - lange termijn oplossing bij tweejaarlijks aanvullen Naast het ploffen en wordt een omvorming van het bestaande gazon naar een mulchlaag sterk aanbevolen. Dit is een noodzakelijke aanvullende maatregel om het organische stofgehalte structureel te verhogen en de bodemkwaliteit te verbeteren. Voor het aanbrengen van de mulchlaag dient de aanwezige kruidlaag verwijderd te worden onder toezicht van een ETW of ETT, om schade aan beworteling zo veel mogelijk te beperken. De mulchlaag dient ongeveer 10 centimeter dik te zijn en te bestaan uit houtsnippers en blad, bij voorkeur afkomstig van dezelfde boomsoorten als de aanwezige bomen. Eens per twee jaar moet de laag worden aangevuld tot een totale dikte van circa 10 centimeter. Naarmate de mulchlaag langer aanwezig is, zal deze minder inkrimpen. Wanneer bladeren in de herfst worden verzameld en onder dezelfde boom worden teruggelegd, blijft de voedingskringloop in evenwicht. Op den duur kan het aanvullen van de mulchlaag met extern materiaal daardoor overbodig worden. Onkruiden dienen regelmatig handmatig, bijvoorbeeld door te schoffelen, te worden verwijderd. Het is mogelijk om vaste planten of heesters toe te passen binnen het gemulchte oppervlak om de onkruiddruk te verminderen; dit maakt het aanbrengen en aanvullen van de mulchlaag echter wel lastiger.
Rond boom 4 t/m 10 kan een ‘snipperspeeltuin’ worden ingericht, Rond boom 1, 2, en 13 t/m 22 (uitgezonderd boom 19) wordt eveneens een mulchlaag aanbevolen. De positieve effecten op de bodem blijven zo lang als de laag wordt aangevuld. Bescherming van de groeiplaatsen - lange termijn oplossing Om verdichting te voorkomen moeten de bomen structureel worden beschermd. Het essentiële deel van de groeiplaats dient fysiek te worden afgeschermd met een hek of andere permanente structuur. Bij boom 1 is dit al gerealiseerd (afbeelding 4.1 ). Voor het afschermen van de andere groeiplaatsen wordt een kastanjehouten schapenhek toegepast (afbeelding 4.2) Hierbij kan de kroonprojectie +1,5 meter ofwel de verharding als grens voor het af te schermen vak worden aangehouden.
22
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Afbeelding 4.2 Impressie aan te brengen afscherming groeiplaats overige bomen (bron: Adéquat)
Afbeelding 4.1 Afscherming groeiplaats boom 1
Maatregel Ploffen groeiplaats
Duurzaamheid 5 jaar
Boomnummers 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 21, 22
Bescherming groeiplaats
~
4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 21, 22
Uitwisselen grond
30 jaar
4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 14, 21, 22
Aanbrengen mulch / snipperlaag
~
1, 2, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 21, 22
Tabel 4.1 Maatregelen per boomnummer
4.3 Kostenraming maatregelen Om tot een compacte kostenraming te komen zijn de voorgestelde maatregelen per boom uniform toegepast. Er is dus geen rekening gehouden met specifieke omstandigheden of afwijkingen op individueel boomniveau, waardoor het kan afwijken van de geadviseerde maatregelen. De raming geeft een betrouwbaar beeld van de orde van grootte van de kosten die met de verschillende maatregelen gemoeid zijn. De maatregelen dienen bij voorkeur in het najaar of in het voorjaar te worden uitgevoerd en staan weergegeven op volgorde van uitvoeringsmoment. De genoemde prijzen zijn gebaseerd op prijspeil 2025 en exclusief btw. Groeiplaatsverbetering beluchten en bemesten (ploffen) Totaal 15 bomen, 25 m2/boom KLIC-melding Beluchten en bemesten ~25 m2 TOTAAL
Aantal Eenheid Eenheidsprijs Kosten 1 st € 125,00 € 125,00 15 st € 185,00 € 2.775,00 € 2.900,00
Uitwisselen van substraat Totaal 10 bomen KLIC-melding Mobiele kraan (1 uur aan-/afvoer per dag) Knijperauto (1 uur aan-/afvoer per halve dag) Leverantie bomenzand RAG Inzet ETW voorman/uitvoerder, incl. bus en gereeschap (1 uur reistijd) Stelpost Stortkosten grond TOTAAL
23
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Aantal 1 36 20 160 36 275
Eenheid Eenheidsprijs Kosten st € 125,00 € 125,00 uur € 105,00 € 3.780,00 uur € 125,00 € 2.500,00 vaste m3 € 55,00 € 8.800,00 uur € 95,00 € 3.420,00 ton € 25,00 € 6.875,00 € 25.500,00
Aanbrengen mulchlaag Totaal 17 bomen, 25 m2/boom, laagdikte 10 cm KLIC-melding Mobiele kraan (1 uur aan-/afvoer per dag) Knijperauto (1 uur aan-/afvoer per halve dag) Leverantie bosstrooisel Leverantie schimmeldominante houtsnippers Inzet ETW voorman/uitvoerder, incl. bus en gereedschap (1 uur reistijd) Stelpost Stortkosten kruidlaag TOTAAL
Aantal 1 18 5 21 21 18 20
Eenheid st uur uur m3 m3 uur ton
Eenheidsprijs Kosten € 125,00 € 125,00 € 105,00 € 1.890,00 € 125,00 € 625,00 € 40,00 € 840,00 € 55,00 € 1.155,00 € 95,00 € 1.710,00 € 40,00 € 800,00 € 7.145,00
Bescherming groeiplaats d.m.v. hekwerk In afwijking van het houten hekwerk dat reeds is toegepast bij de groeiplaats van boom 1, is in de kostenraming uitgegaan van een 85 cm hoog kastanje schapenhekwerk. De benodigde omtrek is hierbij bepaald op basis van satellietbeelden van de bomen. Totaal 15 bomen KLIC-melding Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 4 t/m 10 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 11 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 12 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 13 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 14 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 16 t/m 18 Leveren en plaatsen schapenhekwerk kastanje, boom 21 t/m 22 TOTAAL
Aantal 1 100 30 30 30 30 40 40
Eenheid st m m m m m m m
Eenheidsprijs Kosten € 125,00 € 125,00 € 47,50 € 4.750,00 € 47,50 € 1.425,00 € 47,50 € 1.425,00 € 47,50 € 1.425,00 € 47,50 € 1.425,00 € 47,50 € 1.900,00 € 47,50 € 1.900,00 € 14.375,00
Aantal 5 8,5 8,5 9
Eenheid Eenheidsprijs Kosten uur € 125,00 € 625,00 m3 € 40,00 € 340,00 m3 € 55,00 € 467,50 uur € 95,00 € 855,00 € 2.287,50
Tweejaarlijks aanvullen mulchlaag Totaal 17 bomen, 25 m2/boom, laagdikte 3 cm Knijperauto (1 uur aan-/afvoer per dag) Leverantie bosstrooisel Leverantie schimmeldominante houtsnippers Inzet ETW voorman/uitvoerder, incl. bus en gereedschap (1 uur reistijd) TOTAAL
Samenvatting Over een periode van 30 jaar bedraagt de totale investering voor het maatregelenpakket €52.207,50. Het grootste deel van dit bedrag (€49.920) wordt in het eerste jaar besteed aan het beluchten, het uitwisselen van het substraat, het aanbrengen van een mulchlaag en het plaatsen van hekwerk. Deze werkzaamheden kunnen kort na elkaar worden uitgevoerd. Het resterende bedrag van €2.287,50 wordt vervolgens verspreid over een periode van tien jaar uitgegeven. In de laatste twintig jaar zijn uitsluitend de reguliere onderhoudskosten van toepassing.
24
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bijlagen Bijlage 1
25
Kwaliteitsbeoordeling
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bijlage 2 Bijlage 2.1
Resultaten ondergronds onderzoek Bodemboringen
Bodemboringen boring 1 Opbouw bodemprofiel
0 - 25 centimeter Licht humeus, matig grof zand, licht vochtig, gemende kleur. 25 – 35 centimeter Zeer humeus, matig fijn zand, licht vochtig, donkerbruin. 35 - 120 centimeter Licht humeus, kleiig zand, licht bruin.
Opmerkingen
Afbeelding 0.1 bodem boring 1
26
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 2 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 40 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, lichtbruin. 40 - 70 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht vochtig, gelig. 70 - 110 centimeter Matig humeus, kleiig zand, licht vochtig, donkerbruin. 110 - 140 centimeter Licht humeus, matig grof zand, vochtig. 140 - 165 centimeter Matig humeus, kleiig zand, vochtig. 165 - 205 centimeter Humus arm, matig grof zand, vochtig. 205 - 220 centimeter Licht humeus, zanderige klei, vochtig, lichtbruin. 220 - 275 centimeter Matig humeus, veen, vochtig, zwart. Grondwaterstand: 270 centimeter Laag 1: kiezel en puinhoudend. Laag 6: puin en baksteenhoudend
Afbeelding 0.2 bodem boring 2
Afbeelding 0.3 bodem boring 2
Afbeelding 0.4 bodem boring 2
Afbeelding 0.5 bodem boring 2
27
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 3 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 40 centimeter Licht humeus, fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling aangetroffen. 40 - 80 centimeter Humusarm, zeer fijn zand, droog, lichtbruin, geen beworteling aangetroffen. 80 – 95 centimeter Humusarm, matig grof zand, droog, gelig, geen beworteling aangetroffen. 95 – 120 centimeter Humusarm, matig fijn zand, droog, lichtbruin, geen beworteling aangetroffen. Laag 1: puinhoudend van 40 tot 55 cm. Laag 2: puinhoudend.
Afbeelding 0.6 bodem boring 3
28
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 4 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 40 centimeter Licht humeus, zeer fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling aangetroffen. 40 - 50 centimeter Droog geen beworteling aangetroffen. 50 - 70 centimeter Licht humeus, zeer fijn zand, droog, donkerbruin, zware beworteling max 6cm. 70 - 80 centimeter Humusarm, puin, droog, donkergeel, geen beworteling aangetroffen. 80 - 105 centimeter Humusarm, zeer fijn zand, droog, lichtbruin, geen beworteling aangetroffen. 105 - 120 centimeter Humusarm, matig fijn zand, droog, gelig, geen beworteling aangetroffen Grondwater is in dit profiel niet aangetroffen Laag 2: lucht, mogelijk een hol/holte waar droge lucht doorheen gaat-> verklaard 8,3% vocht op 60cm diepte. Laag 3: insectenresten en dikke wortel aangetroffen. Laag 4: 100% rode baksteen Laag 5: redelijk verdicht
Afbeelding 0.7 bodem boring 4
29
Afbeelding 0.8 bodem boring 4
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 5 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 10 centimeter Licht humeus, zeer fijn zand, droog, lichtbruin. 10 - 75 centimeter Humusarm, matig fijn zand, droog, gelig. Laag 2: dieper boren niet mogelijk i.v.m. droog zand.
Afbeelding 0.9 bodem boring 5
30
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 6 Opbouw bodemprofiel
0 - 55 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling. 55 - 120 centimeter Humusarm, matig grof zand, droog, gelig, geen beworteling.
Opmerkingen
Afbeelding 0.10 bodem boring 6
31
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 7 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 75 centimeter Licht humeus, zeer fijn zand, droog, lichtbruin, enkele beworteling. 75 - 120 centimeter Humusarm, matig grof zand, droog, gelig. Laag 1: afgestorven wortels 1 en 2 cm.
Afbeelding 0.11 bodem boring 7
Afbeelding 0.12 bodem boring 7
Afbeelding 0.13 bodem boring 7
32
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 8 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 10 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, licht vochtig, lichtbruin. 10 - 65 centimeter Humusarm, kleiig zand, droog, gelig, enkele dunne beworteling. 65 – 260 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht vochtig, geel. 240 – 260 centimeter Humusarm, matig grof zand, nat, geel. 260 – 300 centimeter Humusarm, lichte klei, nat, gelig . Laag 5: donker spoor in klei
Afbeelding 0.14 bodem boring 8
Afbeelding 0.15 bodem boring 8
Afbeelding 0.16 bodem boring 8
33
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 9 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 - 45 centimeter Matig humeus, zeer fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling. 45 - 95 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, lichtbruin, enkele fijne beworteling. Laag 2: op 95cm diepte afwijkende kleuring
Afbeelding 0.17 bodem boring 9
34
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 10 Opbouw bodemprofiel Opmerkingen
0 - 40 centimeter Matig humeus, matig fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling. Bodem te veel verdicht voor een boring en zuurstofmeting. Het mengmonster is genomen door het graven van een oppervlakkig gat.
Afbeelding 0.18 bodem boring 10
Afbeelding 0.19 bodem boring 10
Afbeelding 0.20 bodem boring 10
35
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bodemboringen boring 11 Opbouw bodemprofiel Opmerkingen
0 - 30 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, donkerbruin, geen beworteling. Laag 1: op 30 cm storende laag, kan niet verder.
Bodemboringen boring 12 Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen
0 – 40 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, lichtbruin, enkele beworteling 40 - 65 centimeter Humusarm, matig fijn zand, droog, grijs, enkele fijne beworteling. 65 - 100 centimeter Licht humeus, matig grof zand, droog, lichtbruin. Laag 1: licht baksteenhoudend.
Afbeelding 0.21 bodem boring 12
36
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bijlage 2.2
Profielsleuven
Profielsleuf 1 (P1) Opbouw bodemprofiel Opmerkingen Beworteling
0 - 65 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, donkerbruin Zeer verdicht, grondwater is in dit profiel niet aangetroffen 0 - 65 centimeter Enkele fijne beworteling
Indringingsweerstand (max.) Tabel 3.2.4 profielsleuf 1
Afbeelding 0.2.2 Profielsleuf 1
Afbeelding 0.2.3 Profielsleuf 1
Afbeelding 0.2.4 geringe worteluitlopen
Afbeelding 0.2.5 afgestorven wortel
37
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Profielsleuf 2 (P2) Opbouw bodemprofiel
0 - 65 centimeter Licht humeus matig fijn zand, droog, donkerbruin
Opmerkingen Beworteling
Grond water is in dit profiel niet aangetroffen 0 – 65 centimeter Extensief dunne beworteling, oppervlakkige haarwortels later iets dikkere beworteling
Indringingsweerstand (max.) Tabel 3.2.5 profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.6 Profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.7 Profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.8 Profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.9 Profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.10 Profielsleuf 2
Afbeelding 0.2.11 Profielsleuf 2
38
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Profielsleuf 3 (P3) Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen Beworteling
0 - 60 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, droog, donkerbruin. 60 – 65 centimeter Humus arm, matig grof zand, droog, gelig. Extreem verdicht, grondwater is in dit profiel niet aangetroffen 0 - 60 centimeter Enkele fijne beworteling, 60 – 65 centimeter Extensief dunne beworteling
Indringingsweerstand (max.) Tabel 3.2.6 profielsleuf 3
Afbeelding 0.2.12 Profielsleuf 3
Afbeelding 0.2.13 Profielsleuf 3
Afbeelding 0.2.14 Worteluitlopen
Afbeelding 0.2.15 Worteluitlopen
39
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Afbeelding 0.2.16 Worteluitlopen
Profielsleuf 4 (P4) Buitenste rij onderaan talud Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen Beworteling
Indringingsweerstand (max.)
boomID 10334 0 - 30 centimeter Zeer humeus, matig fijn zand, vochtig, donkerbruin 30 - 50 centimeter Humusarm matig fijn zand, licht vochtig, grijs 50 - 60 centimeter Humusarm zeer fijn zand, licht vochtig, lichtbruin 0 - 30 centimeter Extensief dunne beworteling 30 - 50 centimeter Geen beworteling 50 - 60 centimeter Enkele zware beworteling 1.2Mpa, 1.0Mpa
Tabel 3.2.7 profielsleuf 4
Afbeelding 0.2.10 Profielsleuf 4
40
Afbeelding 0.2.11 Profielsleuf 4
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bijlage 2.3
Bodemanalyse
M1
41
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M2
42
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M3
43
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M4
44
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M5
45
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M6
46
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
Bijlage 2.4
Resultaten penetrologger
M1
47
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M2
M3
48
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M4
M5
49
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen
M6
50
BD25264 Groeiplaatsonderzoek en boomadvies kasteeltuin Wijchen