CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Brief rekenkamers RvN aan gemeenteraden over Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht

Raad openbaar Wijchen 26 juni 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 296508 Informatienota Rekenkamer toezicht en handhaving energiebesparingsplicht3.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamers Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen De rekenkamers nemen een onafhankelijke positie in binnen de gemeentes.

Gemeenteraden Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen

Contactpersoon Jelly Smink j.smink@nijmegen.nl T 06 – 46 19 54 99

In afschrift: Colleges van B&W, AB en DB ODRN

Ons kenmerk BM60/06/E25.001104

Datum Betreft

22 april 2025 Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing

Geachte leden van de gemeenteraden van Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen, De rekenkamers van de gemeenten uit het Rijk van Nijmegen hebben in 2024 deelgenomen aan het zogenaamde DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers (VvR) naar toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing bij bedrijven en instellingen1. Het idee achter DoeMee-onderzoeken is om met een aantal rekenkamers gelijktijdig en op dezelfde wijze onderzoek te doen naar een bepaald onderwerp, met als doel om een goed beeld te krijgen over de stand van zaken in Nederland en op basis daarvan onderlinge vergelijkingen mogelijk te maken. In totaal hebben rekenkamers van 109 gemeenten en provincies deelgenomen aan het DoeMeeonderzoek naar de energiebesparingsplicht. Parallel aan het DoeMee-onderzoek heeft ook de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar de uitvoering van de energiebesparingsplicht. Door deze samenwerking heeft de Algemene Rekenkamer bij haar onderzoek gebruik kunnen maken van de bevindingen van gemeenten, provincies en omgevingsdiensten; deze gegevens kan zij zelfstandig niet verkrijgen. De decentrale rekenkamers hebben door de samenwerking een breder beeld gekregen van de wijze waarop toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht is vormgegeven en welke kansen of weeffouten er zijn.

Op 21 november 2024 zijn het overkoepelende rapport naar aanleiding van het DoeMeeonderzoek en het rapport van de Algemene Rekenkamer: Energiebesparingsplicht 2008 – 2023. Hoge ambities, Onbekend resultaat openbaar gemaakt. De Rekenkamer Oost Nederland2 heeft naar aanleiding hiervan een verdiepend onderzoek uitgevoerd. Op 29 1

Voor de leesbaarheid wordt het onderzoek verder aangeduid als DoeMee-onderzoek energiebesparing.

In de bijlage achter deze brief is een toelichting opgenomen op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. 2

De Rekenkamer Oost Nederland is de rekenkamer voor de provincies Gelderland en Overijssel.

Rekenkamers regio Rijk van Nijmegen

Pagina 1 van 4

januari 2025 werd het rapport van de Rekenkamer Oost Nederland: Toezicht levert energie op! aan Provinciale Staten aangeboden. Wij hebben deze drie rapporten bestudeerd en besloten u te informeren over de bevindingen en conclusies. Wij denken dat deze belangrijke informatie voor u bevat over de mate waarin uitvoering wordt gegeven aan de energiebesparings- en informatieplicht, maar ook voor het sturen op doelen op het gebied van energie en klimaat. Wij informeren hierover ook het Algemeen en Dagelijks Bestuur (AB en DB) van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), omdat de ODRN namens de deelnemende gemeenten en de provincie Gelderland uitvoering geeft aan toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. Aandachtspunten voor de gemeenteraden Toezicht en handhaving is gericht op het naleven van wet- en regelgeving. Toezicht en handhaving op energiebesparing levert daarnaast ook concreet iets op. Voor bedrijven en instellingen levert het (op termijn) een kostenbesparing op. Voor overheden helpt het bij de energietransitie en het realiseren van klimaatdoelen. Energie die bespaard wordt, hoeft immers niet opgewekt te worden en drukt niet op het stroomnet. Alle energievraag die weggenomen kan worden door besparing, ontlast het stroomnet, spaart het milieu en leidt tot minder beslag op de ruimte voor windmolens en zonneparken.

Zo komt er meer ruimte op het stroomnet voor nieuwe gebruikers of bedrijven en instellingen die uitbreiden. Bovendien is toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht een zeer kosteneffectieve maatregel3 voor de reductie van CO2. Op grond van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit de bestudeerde rapporten, hebben wij de volgende aandachtspunten gedestilleerd voor de gemeenteraden. 1.

3

Blijf afspraken maken met de ODRN over de uitvoering van toezicht en handhaving Bedrijven die een bepaalde hoeveelheid energie gebruiken zijn al sinds 1993 verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen. Sinds 2019 moeten deze bedrijven elke vier jaar rapporteren over de energiebesparende maatregelen die zij hebben getroffen. De omgevingsdienst voert namens het bevoegd gezag toezicht en handhaving uit op de naleving van deze plicht. Sinds juli 2023 maakt deze taak onderdeel uit van het basispakket van de omgevingsdiensten. Dat betekent dat het bevoegd gezag deze taak verplicht door de omgevingsdienst moet laten uitvoeren. Voordien gaven de gemeenten in de regio Nijmegen hiervoor al een opdracht aan de ODRN. Hoewel het hier gaat om een wettelijke taak en ook al maakt toezicht en handhaving op de naleving daarvan nu onderdeel uit van het basispakket van de omgevingsdienst, is de uitvoering van deze taak niet gegarandeerd. Door de risicogerichte benadering bij het bepalen van de uit te voeren controles, is het niet ondenkbeeldig dat toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht (weer) onvoldoende aandacht krijgt. Het blijft belangrijk in de opdracht het belang van deze taak te benadrukken en over de uitvoering goede afspraken te maken met de ODRN.

Dit is geïllustreerd in een compacte figuur in het rapport naar aanleiding van het Verkennend onderzoek

naar toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht van de Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (figuur 1, pagina 4).

Rekenkamers regio Rijk van Nijmegen

Pagina 2 van 4

2.

Zorg voor continuïteit van de financiering na het wegvallen van de financiële ondersteuning van provincie en Rijk Energietoezicht kreeg door de risicogerichte insteek binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving lang geen prioriteit. Mede dankzij financiële bijdragen van de provincie Gelderland en het Rijk is hierin verandering gekomen. De subsidieregeling van de provincie voor gemeenten is inmiddels gestopt. De bijdragen van het Rijk aan de omgevingsdiensten stopt na 2026. De financiële impuls van provincie en Rijk heeft eraan bijgedragen dat expertise is opgebouwd binnen de ODRN, dat veel bedrijven gecontroleerd zijn en deze mede daardoor energiebesparende maatregelen hebben getroffen. Om ervoor te zorgen dat toezicht en handhaving uitgevoerd blijft worden en opgebouwde expertise behouden blijft, is continuïteit van de financiering noodzakelijk. Omdat toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht een zeer effectieve maatregel is voor de reductie van CO2, geven wij in overweging de benodigde middelen niet alleen te zoeken in het VTH4-budget, maar bijvoorbeeld ook in budgetten voor de energietransitie. Te overwegen is verder om (gezamenlijk) nieuwe mogelijkheden te zoeken voor financiële bijdragen van andere overheden.

3.

Ondersteun het (zo goed mogelijk) monitoren van de energiebesparing door toezicht en handhaving Het zichtbaar maken van de resultaten en effecten van toezicht en handhaving van energiebesparing - ook al zijn het indicaties – helpt om het belang van toezicht op de energiebesparingsplicht te laten zien. De Rekenkamer Oost Nederland deed de aanbeveling aan Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland om in te zetten op het monitoren van energiebesparing door toezicht en handhaving. GS heeft in zijn reactie onder meer aangegeven hierover het gesprek te voeren met de ODRN en de ODRA5. Wij brengen dit hier onder uw aandacht als oproep om hierbij aan te sluiten en samen op te trekken.

Tot slot hebben wij twee meer procesmatige aandachtpunten voor de raden: a. Vraag aan het college van B&W om u in de jaarlijkse rapportage over de opvolging van aanbevelingen van uw rekenkamer (Gemeentewet, artikel 185a) ook te informeren over de invulling van bovenstaande aandachtspunten en de daarmee bereikte resultaten. b. Verzoek uw vertegenwoordiger in het AB van de ODRN deze brief en bijlagen te agenderen.

4

VTH: Vergunningverlening, toezicht en handhaving.

5

ODRA: Omgevingsdienst Regio Arnhem.

Rekenkamers regio Rijk van Nijmegen

Pagina 3 van 4

Wanneer u vragen heeft naar aanleiding van deze brief, dan kunt u contact opnemen met de voorzitter of secretaris van uw eigen rekenkamer. Met vriendelijke groet, namens de voorzitters van de rekenkamers Berg en Dal, Druten, Heumen, Wijchen en de directeur van de Rekenkamer Beuningen,

J. van den Broek Voorzitter Rekenkamer Nijmegen

J. Smink Secretaris Rekenkamer Nijmegen

In de bijlage achter deze brief leest u: • Een toelichting op de (ontwikkeling van de) energiebesparing- en informatieplicht • Een toelichting op de rol- en taakverdeling bij toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht • Een toelichting op de financiering van toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht en daarmee bereikte resultaten • De conclusies uit de bestudeerde onderzoeken Als losse bijlagen zijn bijgevoegd: • Vereniging van Rekenkamers: Overkoepelend rapport DoeMee-onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing • Algemene Rekenkamer: rapport Energiebesparingsplicht 2008 – 2023 Hoge ambities, onbekend resultaat • Rekenkamer Oost Nederland: Toezicht levert energie op! • Bestuurlijke nota • Nota van bevindingen Gelderland U vindt deze bijlagen ook via de hiervoor opgenomen links en in het iBabs-overzicht van de Rekenkamer Nijmegen voor het onderzoek naar de energiebesparingsplicht.

Rekenkamers regio Rijk van Nijmegen

Pagina 4 van 4

BIJLAGE bij brief Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing In deze bijlage staat achtereenvolgens: •

Een toelichting op de energiebesparing- en informatieplicht

•

Een toelichting op de taakverdeling bij toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht

•

Een toelichting op de financiering van de uitvoering van toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht en daarmee bereikte resultaten

•

De conclusies uit de bestudeerde onderzoeken

Toelichting op de (ontwikkeling van de) energiebesparings- en informatieplicht De verplichting voor bedrijven en instellingen om zuinig om te gaan met energie geldt al sinds 1993. De wet- en regelgeving1 zijn sindsdien enkele keren aangepast. Een samenvatting daarvan staat in figuur 1. Onder de figuur staat een toelichting op de aanpassingen.

1993

2008

2019

2023

Bedrijven worden

Bedrijven worden

Bedrijven krijgen een

Energiebesparingsplicht

verplicht energie te

verplicht

informatieplicht

verbreed naar

energiebesparende

energiebesparing

verduurzaming

besparen (geen nadere eisen)

maatregelen te treffen

energiegebruik

Figuur 1: Tijdlijn energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing.

Sinds 2008 zijn bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m 3 aardgas gebruiken verplicht energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat om maatregelen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen2. Om bedrijven te helpen heeft het Rijk de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) opgesteld. In deze lijsten staan energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Vanaf 1 juli 2019 moeten bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen elke vier jaar rapporteren over wat zij gedaan hebben om energie te besparen. Dit is de informatieplicht energiebesparing. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheer het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Het is niet zo dat bedrijven die voldoen aan de informatieplicht automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht.

1

Tussen 1993 en 2024 stonden de energiebesparings- en informatieplicht in de Wet milieubeheer. Vanaf 2024

maken deze onderdeel uit van de Omgevingswet. 2

Vanaf 2027 geldt dat deze groep bedrijven en instellingen energiebesparende maatregelen moet nemen die

binnen zeven jaar terugverdiend kunnen worden.

1

Sinds juli 2023 is de energiebesparingsplicht verbreed naar verduurzaming van het energiegebruik. Naast een uitbreiding van de energiebesparende maatrelen, zijn nu ook maatregelen voor de productie van of overstap op hernieuwbare energie(dragers) verplicht. Mits deze een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder en leiden tot een verlaging van de CO 2uitstoot. Verder vallen sinds juli 2023 meer bedrijven onder de energiebesparingsplicht. Rol- en taakverdeling bij toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht Toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht maakt sinds 1 juli 2023 onderdeel uit van het basispakket van de omgevingsdiensten. Het basispakket bestaat uit taken die gemeenten en provincies – als bevoegd gezag - verplicht moeten onderbrengen bij een omgevingsdienst. Op basis van een jaarlijkse opdracht van de gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen en de provincie Gelderland voerde de ODRN deze taken ook voor 1 juli 2023 al uit. Voor de invulling van toezicht en handhaving zijn landelijke afspraken gemaakt. In het stappenplan worden vier stappen onderscheiden: •

Stap 1: Voorbereiding

•

Stap 2: Controlebezoek

•

Stap 3: Afronden

•

Stap 4: Handhaving

Financiering van toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht en daarmee bereikte resultaten Omgevingsdiensten ontvangen middelen van gemeenten en provincies voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Sinds 2018 / 2019 stellen het Rijk en de provincie Gelderland verschillende subsidies beschikbaar om de capaciteit van de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht te versterken. Op dit moment loopt nog één subsidieregeling van het Rijk: de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE). Alle omgevingsdiensten konden een specifieke uitkering aanvragen om in de periode 2022 – 2026 hun organisatie verder te professionaliseren, bedrijven te bezoeken en de uitvoering van energiebesparende maatregelen te verbeteren. Voor de SPUK THE regeling worde een co-financiering van gemeenten en provincies gevraagd van minimaal 20%. De afspraak is om bij het gebruik van de regeling tenminste 1 fte3 aan te trekken. Het is de ODRN niet gelukt een extra toezichthouder energie aan te trekken. In overleg met het ministerie van Economische Zaken is besloten om de werkzaamheden te verdelen over de drie energie-

3

Fte: full-time-eenheid. 2

toezichthouders die al in dienst zijn (in totaal 0,67 fte). Een nieuwe milieutoezichthouder vangt de uren op die zij daardoor minder aan milieucontroles kunnen besteden4. De subsidieregeling van de provincie Gelderland kende twee rondes: 2018 – 2020 en 2021 - 2024. Om gebruik te maken van deze subsidieregeling dienden gemeenten een plan op te stellen waarin het totaal aantal energieverbruikers in de gemeente vermeld stond en waarin was aangegeven hoe bij ten minste 50% (20% in de eerste ronde) van de energieverbruikers toezicht uitgeoefend gaat worden. Het subsidiebedrag bedroeg € 400 per energiegebruiker. Voor de uitvoering moest een overeenkomst met de omgevingsdienst worden gesloten. Alle gemeenten uit de regio hebben gebruik gemaakt van deze subsidieregeling. De gemeenten hebben verschillende doelen geformuleerd; deze varieerden tussen de 50% (het minimum om in aanmerking te komen voor de subsidie) en 100% controles. In onderstaande tabel zijn de doelen per gemeente en de realisatie daarvan opgenomen. Onder de tabel is een korte toelichting per gemeente opgenomen5.

Controles energiebesparingsplicht in het kader van de subsidie van de provincie Gelderland doel - realisatie 2018 t/m 2024 (in procenten) Berg en Dal

Beuningen

Druten

Heumen

Nijmegen

Wijchen

Doel

Rea.

Doel

Rea.

Doel

Rea.

Doel

Rea.

Doel

Rea.

Doel

Rea.

50%

63%

86%

86%

50%

67%

59%

63%

100%

91%

60%

73%

Tabel 1: Controles energiebesparingsplicht in het kader van de subsidie van de provincie Gelderland.

Toelichting per gemeente: •

Berg en Dal: •

Het doel van 50% controles was in 2022 al meer dan bereikt, in 2023 en 2024 zijn geen nieuwe controles meer uitgevoerd.

•

Bij de uitgevoerde controles in de jaren 2019 t/m 2022 is vastgesteld dat ongeveer 70% van de bedrijven / instellingen de verplichte energiebesparende maatregelen niet geheel hadden uitgevoerd.

•

Beuningen: •

Het doel van 86% controles was in 2023 al meer dan bereikt, in 2024 zijn daarom geen nieuwe controles meer uitgevoerd.

•

Bij de uitgevoerde controles in de jaren 2018 t/m 2023 is vastgesteld dat ongeveer 57% van de bedrijven / instellingen de verplichte energiebesparende maatregelen niet geheel hadden uitgevoerd.

4

Nota van bevindingen Rekenkamer Oost Nederland, pagina 12.

5

De informatie in en onder de tabel volgt uit de overzichten ‘Resultaat energietoezicht’ van de ODRN voor de

gemeenten. Voor de gemeenten Berg en Dal en Heumen gaat het om het overzicht 2023, voor de overige gemeenten om het overzicht 2024. 3

•

Druten: •

Het doel van 50% controles was in 2023 al meer dan bereikt, in 2023 en 2024 zijn geen nieuwe controles meer uitgevoerd.

•

Bij de uitgevoerde controles in de jaren 2019 t/m 2022 is vastgesteld dat ongeveer 58% van de bedrijven / instellingen de verplichte energiebesparende maatregelen niet geheel hadden uitgevoerd.

•

Heumen: •

Het doel van 59% controles was in 2022 al meer dan bereikt, in 2023 en 2024 zijn daarom geen nieuwe controles meer uitgevoerd.

•

Bij de uitgevoerde controles in de jaren 2018 t/m 2022 is vastgesteld dat ongeveer 62% van de bedrijven / instellingen de verplichte energiebesparende maatregelen niet geheel hadden uitgevoerd.

•

Nijmegen: •

Het doel is om alle bedrijven die vallen onder de energiebesparingsplicht te controleren. Alle bedrijven waarvan bekend is dat ze zeker onder de energiebesparingsplicht vallen zijn gecontroleerd. De inschatting van de ODRN is dat eind 2024 ongeveer 91% van de energiebesparingsplichtige bedrijven is gecontroleerd. Toegelicht is dat het doel van 100% controle kan nog niet gerealiseerd worden door beperkingen in de landelijke wetgeving. Het opsporen van de resterende energiebesparingsplichtige bedrijven is pas mogelijk na een wetswijziging. Deze wordt verwacht in de 2 e helft van 2025. Na doorvoering van die wetswijziging krijgt de ODRN inzicht in de energiegegevens van bedrijven van de netbeheerder.

•

Van de in 2024 gecontroleerde bedrijven / instellingen had 60% de verplichte energiebesparende maatregelen niet of niet geheel doorgevoerd.

•

In maart 2025 voldeed (na hercontrole) 95% van de gecontroleerde bedrijven / instellingen aan de energiebesparingsplicht. Bij 5% van de bedrijven moet nog een hercontrole uitgevoerd worden.

•

Wijchen: •

Het doel van 60% controles was in 2022 al meer dan bereikt, in 2023 en 2024 zijn daarom geen nieuwe controles meer uitgevoerd.

•

Bij de uitgevoerde controles in de jaren 2019 t/m 2022 is vastgesteld dat ongeveer 63% van de bedrijven / instellingen de verplichte energiebesparende maatregelen niet geheel hadden uitgevoerd.

4

Conclusies uit de bestudeerde onderzoeken Hierna hebben wij de conclusies opgenomen uit het DoeMee-onderzoek, het verdiepende onderzoek van de Rekenkamer Oost Nederland en het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Conclusies DoeMee-onderzoek •

Landelijke en provinciale middelen hebben intensivering van de controle en handhaving op de energiebesparingsplicht mogelijk gemaakt.

•

Door het tijdelijke karakter van de intensiveringen is er een gebrek aan continuïteit bij de omgevingsdiensten, dit uit zich bijvoorbeeld in het niet in kunnen zetten van vast personeel.

•

Er is bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten gebrekkig zicht op bedrijven en instellingen die moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht en de plicht hier inlichtingen over te geven.

•

Er is gebrekkig zicht op zowel het energiebesparingspotentieel als de gerealiseerde energiebesparing.

•

De complexe regelgeving vereist specialistische toezichthouders bij omgevingsdiensten.

Conclusies verdiepend onderzoek Rekenkamer Oost Nederland6 •

Ondanks dat de energiebesparingsplicht al dertig jaar bestaat, houdt een aanzienlijk deel van de bedrijven zich niet aan de energiebesparingsplicht. Energietoezicht en handhaving zijn – blijkbaar – nodig om bedrijven te bewegen om energie te besparen. Hoe groot de energiebesparing als gevolg van het nemen van energiemaatregelen exact is, is heel lastig aan te geven. Indicaties hiervan laten echter zien dat de besparing substantieel is en dat toezicht loont. Uit de toelichting op deze conclusie: •

Uit het toezicht van de afgelopen jaren blijkt dat een aanzienlijk deel van de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag zich niet (volledig) houdt aan de energiebesparingsplicht. (…).

•

De ODRN publiceert geen gegevens over het percentage bedrijven dat zich bij controle niet aan de energiebesparingsplicht blijkt te houden7.

•

Uit hercontroles door de Omgevingsdienst IJsselland8 bleek dat in 2023 driekwart van de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag de energiebesparende maatregelen alsnog heeft doorgevoerd.

•

Gegevens over het aantal (voornemens) last onder dwangsom zijn maar beperkt beschikbaar bij de omgevingsdiensten.

•

Toezicht en handhaving blijken nodig te zijn én te werken om energiebesparing bij bedrijven voor elkaar te krijgen en zo bij te dragen aan klimaatdoelen.

6

De rekenkamers hebben alleen die (onderdelen van de) conclusies opgenomen die relevant zijn voor

gemeenten en de ODRN. 7

De andere door de Rekenkamer Oost onderzochte omgevingsdiensten publiceren die cijfers wel.

8

De Omgevingsdienst IJsselland is de enige van de door de Rekenkamer Oost Nederland onderzochte

omgevingsdiensten die hierover rapporteert. 5

•

Hoeveel energie exact bespaard wordt met toezicht en handhaving kan niet worden aangegeven. Dat komt 1) doordat gegevens over energiegebruik nog niet gedeeld mogen worden door netbeheerders en 2) doordat ook andere factoren van invloed zijn op het energieverbruik zoals uitbreiding of inkrimpen van de productie, weersomstandigheden en de stand van de techniek. Landelijk werken de omgevingsdiensten aan een rekenmodel waarmee per maatregel zicht kan worden gegeven op de verwachte energiebesparing van de maatregel.

•

Het in beeld brengen van de (potentiële) energiebesparing kan ondersteunend zijn om nut en noodzaak van toezicht op de energiebesparingsplicht te onderbouwen. Het inzicht kan bijdragen aan het geven van prioriteit (= middelen) aan het energietoezicht binnen het VTH-takenpakket.

•

Energietoezicht kreeg door de risicogerichte insteek binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving lang geen prioriteit. Mede dankzij een impuls van de provincie Gelderland kreeg toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht de afgelopen jaren invulling en staat energietoezicht op de kaart. Hoewel energietoezicht inmiddels onderdeel is van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten en zij investeerden in de opbouw van expertise is dit geen garantie dat energietoezicht in de toekomst niet opnieuw te weinig aandacht krijgt. Uit de toelichting op deze conclusie: •

Omgevingsdiensten werken risicogericht. Dat betekent dat bedrijven of activiteiten die het grootste risico vormen het hoogst op de prioriteitenlijst komen van VTH9-werkzaamheden. Een gevolg daarvan is dat energietoezicht vrijwel niet aan bod kwam. (…).

•

Vanaf het moment dat het Rijk en de provincie zijn gaan investeren in energietoezicht (2018/2019) en gelabelde middelen beschikbaar stelden, kreeg energietoezicht meer aandacht.

•

Met de subsidieregeling van de provincie werd het – samen met rijksmiddelen -voor de omgevingsdiensten mogelijk om expertise op te bouwen en energietoezicht als volwaardige taak te ontwikkelen.

•

Om te weten of bedrijven onder de energiebesparings- en informatieplicht vallen, is er zicht nodig op het energieverbruik. Vooralsnog mag deze informatie niet door netwerkbeheerders worden geleverd. (…). De afgelopen jaren is er bij de omgevingsdiensten meer inzicht in de precieze aantallen [bedrijven] ontstaan, juist door het uitvoeren van energiecontroles. (…).

•

De subsidieregeling van de provincie is beëindigd, wel zijn er nog tijdelijk rijksmiddelen beschikbaar voor energietoezicht. Inmiddels is energietoezicht onderdeel van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Dit betekent dat energietoezicht niet langer als aanvullende opdracht aan de omgevingsdiensten hoeft te worden verstrekt. Het verdelen van de middelen over de taken uit het basispakket vindt nog steeds plaats aan de hand van een risico-insteek. Dat betekent dat de taak energietoezicht niet per definitie verzekerd is van (voldoende) middelen. De prioritering en dus financiering zijn daarmee nog niet geborgd.

9

VTH: vergunningverlening, toezicht en handhaving 6

Conclusies Onderzoek Algemene Rekenkamer10 •

De energiebesparingsplicht levert minder energiebesparing op dan verwacht. De minister heeft in de onderzochte periode verschillende ingrepen gedaan om de energiebesparingsplicht efficiënter te maken maar heeft de ingrepen onvoldoende onderbouwd.

•

Veel bedrijven voldoen niet aan de energiebesparingsplicht omdat de minister te veel uitgaat van een ‘one size fits all’- beleid. Uit de toelichting op deze conclusie: •

Een deel van de bedrijven weet niet dat er een energiebesparingsplicht is, ook al is deze 30 jaar geleden al ingevoerd.

•

Ook zijn er problemen met de IT van RVO, waar bedrijven en instellingen aangifte moeten doen volgens de informatieplicht.

•

Bedrijven die wel bekend zijn met de plicht weten dat die beperkt wordt gehandhaafd, wat hun motivatie om aan de plicht te voldoen negatief kan beïnvloeden.

•

Het beleid bestaat uit generieke maatregelen voor een diverse doelgroep, waardoor het beleid een ‘one-size-fits-none’-beleid is.

•

De ambitie van de minister ten aanzien van toezicht op de energiebesparingsplicht wordt niet gehaald omdat zij onvoldoende middelen biedt voor een dekkende controle buiten het VTH stelsel om en omdat zij onvoldoende zicht heeft op de doelgroep. Dit gebeurt binnen de context van het VTH-stelsel dat niet naar behoren functioneert.

•

10

De energiebesparingsplicht is mogelijk minder kosteneffectief dan gedacht.

De conclusies zijn overgenomen uit hoofdstuk 9 van het rapport van de Algemene Rekenkamer. De

toelichtingen die bij enkele conclusies zijn opgenomen, komen uit hoofdstuk 8. 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=f90bf9b4-c9d8-42ac-b6ef-fbab8fcc571b