Bergharen Kerkenweide_Toelichting
Tekst van het document
5.11.3 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in de bodem of op het oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende ma-terialen (Dubobepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater wordt alleen geloosd via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater wordt zo mogelijk verbeterd door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden worden behouden of verder ontwikkeld door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen, zoveel mogelijk, zichbaar (bovengronds) afvoeren.
Gevolgen van/voor het plan Met de belevingswaarde ten aanzien van cultuurhistorie wordt uitdrukkelijk rekening gehouden. In het ontwerp zijn cultuurhistorische landschapselementen verweven en onderdeel van het plan gemaakt. Verontreiniging van het hemelwater dat afstroomt naar de bodem en grondwater wordt voorkomen bij de bron. Daarom worden binnen de ontwikkeling geen uitlogende materialen toegepast. Het hemelwater wordt binnen het plangebied via groen en via wadi’s in de bodem geïnfiltreerd. Er vindt geen rechtstreekse lozing vanuit het plangebied plaats naar het oppervlaktewater. Door de bovengrondse berging van hemelwater in de wadi’s wordt de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn versterkt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld 5.11.4 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. • Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. • Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. • Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. • De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. • Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). • Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. • Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. • Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. • Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.
Gevolgen van/voor het plan Het plangebied ligt in de nieuwe situatie in een stedelijke omgeving en is hierdoor gevoelig voor klimaatverandering. Hierdoor is het voorkomen van hittestress, droogte en wateroverlast een belangrijk ontwerpuitgangspunt. Bij het inrichtingsplan is hier nadrukkelijk rekening mee gehouden. O.a. door voldoende ruimte voor bomen/groen en voor het opvangen en verwerken van extreme neerslag. Het plangebied is zodanig klimaatbestendig ingericht dat bij bui T=10+10% geen hemelwater vanaf openbaar gebied op particulier terrein terecht komt. Het plangebied is daarnaast zodanig klimaatbestendig ingericht dat bij bui T=100+10% geen hemelwater in de gebouwen terecht kom 5.11.5 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater.
De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan Bij de uitwerking van het ontwerp is rekening gehouden met de benodigde bergings- en infiltratieruimte die de voorzieningen nodig hebben. De benodigde capaciteit van de infiltratievoorziening is afhankelijk van het hierop aangesloten toekomstig verhard oppervlak. De plantekeningen en oppervlakteberekening zijn opgenomen in bijlage 2 van het in bijlage 11 opgenomen waterhuishoudingsplan. In eerste instantie is nieuw verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt gebleven. Het openbaar gebied wordt onder afschot gelegd zodat hemelwater over maaiveld onder vrijverval getransporteerd wordt naar de toekomstige infiltratievoorzieningen. Hiervoor worden in het openbare gebied wadi’s aangelegd. De benodigde bergingshoeveelheid voor het openbaar gebied voor een bui van T=100+10% bedraagt minimaal ca. (3215*0,0664=) 214 m3 waarbij het hemelwater maximaal tot aan maaiveld in de infiltratievoorzieningen staat. In het plan is ca. 540 m2 ruimte als openbare wadi ingericht (verdeeld over wadi’s). Bij een talud van 1/3 en een diepte van ca.
50 cm zal deze voorziening bij een bui T=100+10% tot de rand gevuld zijn. Gezien de infiltratiewaardes zullen deze infiltratievoorziening na ca. 7-10 uur (afhankelijk van de buineerslag) weer beschikbaar zijn. Voor de openbare verhardingstoename is dus afdoende bergingsruimte voorzien. De opzet is dat de woonkavels hun eigen hemelwater verwerken. De benodigde retentiehoeveelheid bepaald op basis van kengetallen (maximale variant). Deze bergingshoeveelheden zijn opgenomen in de rekensheet in bijlage 2 van het waterhuishoudkundig plan. Per kavel dient een infiltratievoorziening voor een bui T=100+10% van ca. 7-25 m3 aangelegd te worden. Op de uitgeefbare kavels kan afhankelijk van de terreininvulling gekozen worden voor een verlaagde tuin, diepere wadi of een ondergrondse voorziening boven de GHG van 1,5 m-mv. Met de inpassing van een infiltratievoorziening dient rekening gehouden te worden bij het ontwerp van een woonkavel. Bij de kleinere aaneen gebouwde kavels zal een wadi of verlaagde tuin voor infiltratie niet inpasbaar zijn en zal ondergrondse berging benodigd zijn. Afhankelijk van de vormgeving en het hierop aangesloten verhard oppervlak zal een voorziening op eigen terrein na ca. 8-16 uur weer beschikbaar zijn. De omvang en ledigingstijd is afhankelijk van het type voorziening en wordt nader uitgwerkt bij de aanvraag Omgevingsvergunning.
Voor de leidingstelsels op particulier terrein zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit en NEN 3215 van toepassing. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere voorschriften. Wel wordt de aanleg en instandhouding van een dergelijke voorziening opgenomen in de bestemmingsregels (voorwaardelijke verplichting aanleg waterberging). Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt hierop getoetst.
5.11.6 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan De toekomstige bouwpeilen dienen nog vastgesteld te worden, maar zullen aansluiten op de huidige omgeving. Uitgangspunt is (geo)hydrologisch neutraal bouwen, zodat de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied ongewijzigd blijven. Het grondwater is bij de uitvoering aangetroffen op ca. 1,5 m-mv. of ca. 6 m +NAP. Dit komt overeen met de verwachte GHG voor het plangebied. Voor de toekomstige woonontwikkeling wordt gezien de bestaande hoogteligging reeds voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte voor het beoogde gebruik (GHG > 1 m onder bouwpeil, >0,7 m onder straatpeil en 0,5 meter voor groenvoorzieningen).
Gelet op het zomerpeil van het oppervlaktewater van 5,35 m+NAP en het bestaande hoogteligging van het maaiveld wordt tevens ruimschoots voldaan aan de benodigde drooglegging voor het beoogde gebruik (zomerpeil > 1,30 m onder bouwpeil, > 1,00 m onder straatpeil en > 0,70 m onder groenvoorzieningen. Het hemelwater van het plangebied wordt volledig binnen het plangebied verwerkt (geborgen en geïnfiltreerd) en niet op het oppervlaktewater of de openbare riolering geloosd. Het hemelwater in de openbare ruimte stroom over het oppervlak naar de hemelwatervoorzieningen (wadi's) in de opnebare ruimte. Bij extreme buien kan daardoor kortstondig hinder of overlast worden ervaren, maar het veroorzaakt geen schade of letsel. Om dit risico tot een minimum te beperken wordt het bouwpeil van de woningen minstens 20 cm boven het toekomstig maaiveld/straatpeil gerealiseerd. Overwegingen en conclusie Gezien de toekomstige terreinhoogte en de aanwezige grondwaterstanden wordt voldaan aan de eisen voor klimaatbestendigheid en ontwaterings- en droogleggingseisen. Het hemelwater wordt binnen het projectgebied verwerkt door berging en infiltratie. De exacte afmetingen, specificaties en definitieve vormgeving van de voorzieningen zal worden uitgewerkt in een nader uit te werken (definitief-) ontwerp. Middels een bijhorend maaiveldprofilering kan er dan ook inzicht verkregen in de stromingsrichtingen.
Insteek is dat hemelwater oppervlakkig afstroomt en ter plaatse verwerkt wordt en niet naar de naastgelegen (woon)percelen afstroomt. De planlocatie en het ruimtebeslag van de ontwikkeling is erop uitgelegd dat de infiltratievoorzieningen grotendeels bovengronds worden aangebracht. Voor de hemelwaterverwerking op eigen perceel gaat de voorkeur uit naar bovengrondse verwerking maar plaatselijk (bij de kleinere percelen) zal naar verwachting een ondergrondse voorziening ingepast moeten worden. Voor de kavels zal te zijner tijd een aangevulde onderbouwing bij de omgevingsvergunning vastgesteld worden zodat door de planontwikkeling binnen of buiten het plangebied geen onaanvaardbare wateroverlast ontstaat. Door met de genoemde aspecten rekening te houden, wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door het planvoornemen. Overleg met waterbeheerder Beleidsuitgangspunt Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder en het advies van de waterbeheerder zijn verwerkt in de waterparagraaf. Veelal zijn de waterbeheerders het waterschap, maar kunnen ook Rijkswaterstaat of de Provincie zijn. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl), waarna zo nodig een vooroverleg volgt. Gevolgen voor het plan Voorafgaand aan de uitwerking is de digitale watertoets gedaan. Deze is als bijlage 10 toegevoegd bij deze toelichting. Het plan is vervolgens in samenspraak met waterschap en gemeente tot stand gekomen. Waterschap en gemeente adviseren positief op het plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
6.2
Opzet van de regels
6.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 6.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
6.2.3
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld •
Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
•
Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
•
Nadere eisen: Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van diverse factoren.
•
Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd.
•
Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van het plan.
•
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden binnen de vigerende dubbelbestemmingen om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren.
6.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene bouwregels (Artikel 10) In dit artikel zijn bepalingen omtrent ondergronds bouwen opgenomen.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 11) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen inzake strijdig gebruik opgenomen.
•
Algemene aanduidingsregels (Artikel 12) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen inzake de milieuzone – hydrologische beschermingszone. Dit is opgenomen aangezien de gronden zijn gelegen binnen een intrekgebied voor drinkwaterwinning. Tevens is een geurzone opgenomen, ter bescherming van de geurzone van het rioolgemaal. Geborgd is dat binnen de zone van 30 m geen geurgevoelige objecten gerealiseerd mogen worden.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Overige regels (Artikel 14)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeren en laden en lossen. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Groen (artikel 3) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten, speel- en nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen zijn niet toegestaan. Er zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verkeer (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de verkeersstructuur en ter plaatse van de ontsluitingswegen. De Veldsestraat is meegenomen aangezien daar verkeerskundige maatregelen uitgevoerd worden.
Deze maatregelen zijn middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels. Ook is middels een voorwaardelijke verplichting bepaald dat de ontsluiting ter plaatse van de Dorpsstraat een ontsluiting voor langzaam verkeer en calamiteiten zal worden. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor verkeerskundige doeleinden. Hier is een bouwhoogte van 3 m voor opgenomen. Verder zijn er regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Wonen (artikel 5) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de beoogde kavels. De regels sluiten in de basis aan bij de regels met een recent opgesteld en vergelijkbaar woningbouwplan in Bergharen: CPO De Rivierduin. Wel zijn vormen van maatwerk opgenomen specifiek voor dit project. De gronden zijn met name bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis verbonden beroep. Specifiek is bepaald dat de levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd ter plaatse van een aanduiding. Hiervoor is tevens en begrip ‘levensloopbestendige woning’ opgenomen in de begrippen. Voor de woningen is een bouwvlak opgenomen. Het aantal toegestane woningen per bouwvlak is aangeven, evenals het type woning (vrijstaand, twee-aaneen of aaneengebouwd) en de goot- en bouwhoogte. Daar waar weinig flexibiliteit wordt geboden is de voorgevellijn vastgelegd.
Er is veel flexibiliteit geboden om eventuele verschuivingen van woningen, mocht dit uit archeologisch oogpunt wenselijk zijn, mogelijk te maken. Voor aan- en uitbouwen geldt dat deze zowel buiten als binnen het bouwvlak mogen worden gerealiseerd. De gezamenlijke oppervlakte aan (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt 70 m2 voor geschakelde woningen en rijwoningen en 100 m2 voor vrijstaande woningen. Tot slot zijn er regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Er is ook een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing opgenomen. Van de gebruiksregels kan afgeweken worden voor aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die voorziet in het realiseren van voldoende compensatie voor waterberging. Leiding – Riool (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het riool. De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding, één en ander met de bijbehorende voorzieningen. Een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden beschermt deze rioolleiding. Waarde – Archeologie (artikel 7) Ter waarborging van de archeologische waarden is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De bestemming is conform geldend overgenomen, met dien verstande dat de regels enkel zijn aangepast om ze te laten aansluiten bij de standaard vergelijkbare bestemmingsplannen.
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden, onderscheiden in archeologisch gebied (hoge waarde) en archeologisch verwachtingsgebied. Aanvullend ten aanzien van het bepaalde onder a geldt dat vanwege de aanduiding 'archeologisch gebied hoge waarde' de gronden bestemd zijn voor een archeologisch gebied met een hoge waarde. Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 8) De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, conform het ‘paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie’, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Wijchen. Hierin wordt het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8 8.1
Vooroverleg
8.1.1
Het Rijk
INSPRAAK & VOOROVERLEG
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Gelderland
Het plan is niet aan de provincie voorgelegd, aangezien er geen directe provinciale belangen spelen. 8.1.3
Waterschap Rivierenland
Het plan is in het kader van vooroverleg voorgelegd aan het waterschap. 8.1.4
Overige overlegpartners
Monumentencommissie en stadsbouwmeester De gemeentelijke monumentencommissie heeft een advies gegeven, aangezien het gaat om een ontwikkeling in een cultuurhistorisch waardevol gebied. De monumentencommissie en de dorpsbouwmeester adviseren op hoofdlijnen positief over de voorgenomen planontwikkeling. Met belangstelling worden het concept bestemmingsplan en het BKP tegemoet gezien. De commissie gaat graag in overleg met de ontwikkelaar om de verdere planuitwerking te bespreken. Brandweer Gelderland-Zuid De brandweer heeft een advies gegeven ten aanzien van de ontsluiting van het plangebied. Aangegeven is dat aangetoond moet worden dat de ontsluiting van de Dorpsstraat mag worden gebruikt als calamiteitenontsluiting. De weg zal aan een aantal eisen moeten voldoen: • Minimale breedte van 3,5 m; • Verharding door middel van asfalt of grasbetonblokken; • Geen sloten op het hek en een parkeerverbod voor het hek. Voor wat betreft de nieuwe insteek vanaf de Veldsestraat de nieuwe wijk in, zijn de volgende eisen gesteld: • Rekening houdend met een minimale weg breedte van 5 meter; • Maximale lengte van 80 meter; • Bestand tegen een aslast van 11,5 ton dit heeft te maken met het evt. plaatsen van grasbetonblokken. • Wenselijk een extra keermogelijkheid aan het einde van de Kerkenweide Met de genoemde eisen wordt in het ontwerp rekening gehouden.
8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt direct een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. In de voorfase is er namelijk sprake geweest van een participatieproces, waarbij de buurt betrokken is geweest bij het opstellen van het ontwerp. In totaal zijn er twee informatieavonden gehouden. Conclusie is dat de eerste avond een positief verloop heeft gehad. De aanwezigen hebben duidelijk en uitgebreid hun mening kunnen geven, ook de negatieve inhoudelijk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld opmerkingen en de opbouwende zijn kritiek zijn aan de orde geweest. Initiatiefnemer heeft laten zien dat het gaat om fraaie en doordachte plannen. De aanwezigen waren dan ook eigenlijk allemaal in basis positief over plan en proces. De omwonenden hebben verschillende punten aangedragen voor verbetering, zijn waar nodig verwerkt in de plannen. Later is er nog een 2e online avond gehouden. In de volgende kaart is zichtbaar welke omwonenden uitgenodigd zijn.
Afbeelding 9.1: Uitsnede genodigden participatieavonden (Bron: Erfgoed landelijk bouwen en wonen)
8.3
Zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het vooroverleg is hiermee positief afgerond.
8.4
Aanpassing bestemmingsplan Kerkenweide te Bergharen naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State van 8 oktober 2025
De Raad van State heeft op 8 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan naar aanleiding van de beroepen tegen het bestemmingsplan Kerkenweide te Bergharen. De Afdeling komt tot de conclusie dat drie voorwaardelijke verplichtingen in het bestemmingsplan niet correct zijn. Het gaat om de voorwaardelijke verplichting ten aanzien van cultuurhistorie, de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot verkeerskundige maatregelen en de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de waterberging. De gemeente heeft de mogelijkheid gekregen om de voorwaardelijke verplichtingen aan te passen. In de in bijlage 12 opgenomen notitie is opgeschreven op welke manier de gemeente Wijchen opvolging heeft gegeven aan de tussenuitspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
“Bestemmingsplan Bergharen, Kerkenweide” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Stikstofberekening
Bijlage 4
Quickscan ecologie
Bijlage 5
Bomeneffectanalyse
Bijlage 6
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 7
Archeologische inventariserend veldonderzoek
Bijlage 8
Cultuurhistorische effectrapportage
Bijlage 9
Verkeersadvies
Bijlage 10
Watertoets
Bijlage 11
Waterhuishoudkundig plan
Bijlage 12
Aanpassingen bestemmingsplan Kerkenweide te Bergharen naar aanleiding van de tussenuitspraak van de raad van State van 8 oktober 2025
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56