CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan OVL 2023-2030

Raad openbaar Wijchen 22 juni 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 121377 Beslisnota Beleid- en beheer openbare verlichting 2024 t/m 20305.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Donker waar mogelijk, licht waar nodig

Beleidsplan 2023 t/m 2030

Inhoudsopgave 1.

Inleiding.................................................................................................................................................3 1.1

Doel van verlichting .............................................................................................................................3

1.2

Visie ......................................................................................................................................................3

2. Beleidsuitgangspunten................................................................................................................................4 2.1 Doordacht verlichten....................................................................................................................................4 2.1.2 Licht op maat...................................................................................................................................4 2.1.2 Niet verlichten tenzij .......................................................................................................................4 2.1.3 Afwijken deels van de richtlijn ........................................................................................................5 2.1.4 Verkeersveiligheid centraal ............................................................................................................5 2.1.5 Nieuwe technieken..........................................................................................................................7 2.1.6 Beperkte reclame aan de lantaarnpalen en terughoudend met lichtgevende reclameborden....8 2.1.7 Volger Smart City ............................................................................................................................9 2.1.8 Zorgdragen een veilig

areaal..........................................................................................................9 2.2 Gebiedsgericht verlichten ..........................................................................................................................10 2.2.1 Woongebied ..................................................................................................................................10 2.2.2 Centrumgebied..............................................................................................................................10 2.2.3 Doorgaande wegen.......................................................................................................................11 2.2.4 Buitengebied .................................................................................................................................11 2.2.5 Voet- en achterpaden ...................................................................................................................11 2.2.6 Natuurgebied en bossen ...............................................................................................................12 2.2.7 Parken en groenvoorzieningen .....................................................................................................13 2.2.8 Speelplekken, jeu de boules banen en

hondenuitlaatplekken.....................................................13 2.2.9 Parkeerplaatsen ............................................................................................................................13 2.2.10. Bedrijventerrein.............................................................................................................................14 2.2.11. Fietsroutes .....................................................................................................................................15 2.2.12. Stationsgebied ...............................................................................................................................15 2.2.13. Kassen en stallen ...........................................................................................................................16 2.2.14. Bezienswaardigheden ...................................................................................................................16 2.2.15. Sportvelden....................................................................................................................................16 2.2.16.

Recreatie en Toerisme ...................................................................................................................16 2.3 Energie en milieubewust handelen............................................................................................................17 2.3.1 Duurzaamheid, circulariteit en het milieu staan centraal ...........................................................17 2.3.2 Lichthinder en lichtvervuiling voorkomen ....................................................................................18 2.2.4 Niet voldoen aan het Politie Keurmerk Veilig Wonen voor de openbare verlichting .................18 2.2.5 Keurmerk Veilig Ondernemen hoeveelheid licht ondergeschikt..................................................19 2.4 Samenwerken intern en extern..................................................................................................................20 2.4.1 In overleg met andere lichtbroneigenaren...................................................................................20 2.4.2 Betrekken bewoners, ondernemers en verenigingen bij grote wijzigingen ................................20 2.4.3 Integrale aanpak...........................................................................................................................20 2.4.4 Projectenvoorziening

instellen......................................................................................................20 3. Beheersmatige uitgangspunten .................................................................................................................21 3.1

Technische levensduur masten 45 jaar en armaturen 25 jaar..........................................................21

3.2

Uniformiteit........................................................................................................................................21

4. Scenario’s voor de raad .............................................................................................................................22 4.1

Snelheid vervanging conventionele verlichting in led ......................................................................22

4.2

Duurzaamheid....................................................................................................................................22

2

1. Inleiding

Voor u licht ons beleidsplan Donker waar mogelijk, licht waar nodig. Het beleidsplan openbare verlichting was aan vervanging toe. Op het gebied van licht zijn er veel ontwikkelingen, zoals de opkomst van led, detectie en dergelijke. Daarnaast bepalen ook steeds meer niet-gemeentelijke lichtbronnen mede de kwaliteit van de openbare ruimte (leefomgeving). Denk daarbij aan licht van bedrijven, reclame, etalages, paardenbakken, stallen of kassen, bezienswaardigheden en dergelijke. Daarom gaat dit beleidsplan over alle lichtbronnen in de openbare ruimte. De looptijd van dit beleid is van 2023 t/m 2030. Halverwege de looptijd wordt deze kort geëvalueerd en aan de raad voorgelegd of er aanpassingen nodig of wenselijk zijn.

1.1

Doel van verlichting

Het doel van de verlichting is om een bijdrage te leveren aan: - Een goede verkeersveiligheid waar dat van toepassing is en waar geen alternatief beschikbaar is; - Het bevorderen van de verkeersdoorstroming; - Een goede sociale veiligheid (waar dat nodig is) en waardoor met verlichting geen schijnveiligheid ontstaat; - Het creëren van een sfeervolle leefomgeving. Daar waar verlichting noodzakelijk is moet deze de aanwezige flora en fauna zo min mogelijk verstoren.

1.2

Visie

Wijchen is een gemeente met een rijke natuur en historie. Daar zijn we zuinig op. We verlichten alleen daar wat het nodig is en op de gewenste tijdstippen. Licht op maat. Waar het mogelijk is, is het donker. Zo dragen we bij aan duurzaamheid het beschermen van de flora en fauna en de gezondheid van onze inwoners. Zo kunnen we ook aandacht hebben voor de sfeer en leefbaarheid in onze gemeente.

3

2. Beleidsuitgangspunten Waar staan we voor de komende jaren? - Doordacht verlichten - Gebiedsgericht verlichten - Energie en milieu bewust handelen - Samenwerken intern en extern Hieronder leest u wat deze punten inhouden.

2.1 Doordacht verlichten

Door anders naar verlichting te kijken, nemen we andere keuzes. 2.1.2 Licht op maat In nieuwe situaties en bij vervanging gaan we een telemanagementsysteem toepassen. Op die locaties waar wisselende hoeveelheid gebruikers zijn of waar licht hinder veroorzaakt, passen we een sensor toe. Het licht is alleen aan op tijden dat er veel gebruik van gemaakt wordt, anders is het uit. Of het brand zachtjes. Er wordt altijd gedimd na de spits.

Foto: De Tandem in Wijchen waar het licht feller gaat branden als er iemand langs komt.

2.1.2 Niet verlichten tenzij Voor nieuwe wegen binnen en buiten de kom gaan we uit van “niet verlichten, tenzij”, dit houdt in; o Eerst kijken of het wegontwerp niet anders kan (zie integrale aanpak); o Indien dat niet mogelijk is en de verkeersveiligheid in het geding is, passieve markering (schrikhek, reflecterende belijning) toepassen o Mocht dat niet goed genoeg zijn, dan passen we actieve markering toe (lampjes in de as van de weg e.d.); o Indien bovenstaande niet geschikt is, dan passen we verlichting toe die zo energiezuinig en duurzaam mogelijk is. Bovendien kijken we dan ook op welk tijdstip we die verlichting nodig hebben en hoeveel licht. Lichthinder moet zoveel mogelijk voorkomen of gereduceerd worden. 4

2.1.3 Afwijken deels van de richtlijn In Nederland zijn we niet verplicht om te verlichten. Wel moeten we ons areaal goed verzorgen en moet de verkeersveiligheid geborgd zijn. We hebben dus geen wettelijke plicht om te verlichten. Er is wel een richtlijn, dat is nu de NPR13201/A1. Het is dus geen wet, maar een richtlijn. De richtlijn geeft een advies over de hoeveelheid licht op de weg (horizontale lichtsterkte, de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte (verticale lichtsterkte) en de verdeling van het licht op de weg (de gelijkmatigheid). De keuze is om bij vervanging of nieuw te plaatsen verlichting te verlichten op maximaal 75% van de geldende richtlijn qua horizontale lichtsterkte. Met uitzondering van centrumgebieden en uitgaansgebieden; daar staat vaak wat meer licht. Per situatie wordt bekeken wat de best wenselijke en haalbare situatie is. De verticale lichtsterkte houden we niet aan. Op deze hoogte (1,5m) is ook verlichting van bijvoorbeeld de koplampen van auto’s, het licht uit de woningen of etalages en dergelijke zichtbaar. Ook zou er heel veel meer licht bij moet komen om de richtlijn te kunnen halen en dat is niet wenselijk. Bij nieuwe aanleg streven we, op die locaties waar verlichting nodig is en waar de verdeling van het licht van belang is, naar een zo goed mogelijke gelijkmatigheid.

Bij vervanging van bestaande verlichting kijken we eerst of de verlichting nodig is en hoeveel verlichting er nodig is. Is er licht nodig, dan proberen we de gelijkmatigheid zo goed mogelijk te krijgen met de bestaande afstand tussen de lantaarnpalen. We verplaatsen deze niet.

Foto: Broekstraat in Hernen waar het licht heel gelijk over het wegdek is verdeeld.

2.1.4 Verkeersveiligheid centraal Licht wordt vaak in eén adem genoemd met veiligheid. Doordat er licht aanwezig is, voelt men zich veilig. Als we spreken over veiligheid, dan zijn er twee soorten, namelijk de verkeersveiligheid en sociale veiligheid.

5

Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is hoe we veilig van A naar B komen. Daar kan verlichting in bijdragen, maar er zijn vaak andere toepassingen die een betere bijdrage leveren aan deze verkeersveiligheid. Denk aan een lichter kleur wegdek, reflecterende belijning of witte kantmarkering, kattenogen, schrikhekken, bermpaaltjes en dergelijke kunnen vaak beter aangeven wat er gebeurt op een wegdek dan een enkele lantaarnpaal. Ons oog trekt naar het licht toe en ziet niet wat er daarvoor of erna gebeurt als daar geen verlichting staat. We plaatsen alleen verlichting als dat voor de verkeersveiligheid de beste oplossing is. We kijken dus altijd eerst naar andere oplossingen.

Foto: Weg ter Horst in Alverna. Je ziet het licht maar kan niet meer verder kijken.

Sociale veiligheid Sociale veiligheid is aan de ene kant meetbaar (objectief) zoals bijvoorbeeld het aantal inbraken. Maar we hebben ook subjectieve sociale veiligheid. Dat is het gevoel van veiligheid en dat is voor iedereen anders. Verlichting kan bijdragen aan de overzichtelijkheid van een gebied, maar ook aan schijnveiligheid. De echte veiligheid hangt met name af van de mate van sociale controle. Staan er huizen dicht bij de weg, gaat er veel verkeer overheen etc. Dan pas is een weg veiliger. Niet doordat er verlichting staat. Ons oog went direct aan licht, maar heeft even nodig om aan het donker te wennen. Als we zelf op de weg fietsen die verlicht is, kunnen we niet zien wie er aan de zijkant zit. Het licht lijkt dus wel veilig, maar het is niet veiliger.

6

Foto: De Beemd in Niftrik, een verlicht fietspad zonder sociale controle. Het licht geeft een schijnveiligheid.

Daar waar nu te veel verlichting staat, zowel binnen als buiten de kom, wordt deze bij een reconstructie, vervanging of gedurende deze beleidsperiode samen met inwoners besproken en bekeken of dit weg kan of verminderd kan worden. Waar nodig kunnen we dan alternatieven inzetten. 2.1.5 Nieuwe technieken Nieuwe technologische ontwikkelingen worden goed gevolgd. De gemeente is soms koploper en soms volger van nieuwe technieken, maar we willen echt niet altijd koploper zijn. Daar waar nieuwe technieken een goede toevoeging kunnen zijn en passen binnen het budget, passen we deze vanzelfsprekend toe.

Foto: elders in het land een lichter wegdek.

7

2.1.6 Beperkte reclame aan de lantaarnpalen en terughoudend met lichtgevende reclameborden In de Nota Reclame en de APV staat aangegeven waar wel en niet reclame geplaatst mag worden. Het mag echter nooit de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Reclame aan lantaarnpalen kan extra inkomsten genereren voor de gemeente. Echter het kan ook ervaren worden als een aantasting van de leefomgeving. Bovendien zorgen verlichte lichtmastreclames voor lichtvervuiling en een hoger energieverbruik. We hebben op een aantal locaties nu nog verlichte reclamebakken hebben. We gaan in overleg met de contractpartner om deze uit te zetten in de nacht. Ten aanzien van andere lichtgevende reclameborden of reclame op de gevel zijn we terughoudend. Het mag op een beperkt aantal locaties. Het mag in ieder geval niet de leefomgeving aantasten, verrommeling van het landschap geven, onnodige lichthinder veroorzaken of de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Reclame-uitingen in het centrumgebied in het inwendige gedeelte van een gebouw, bijv. achter een raam, en die kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid van de weg worden getoetst aan de criteria voor gevelreclame. Deze schermen mogen geen overlast voor omwonenden veroorzaken en onnodige lichtvervuiling. De gemeente vraagt ondernemers om deze schermen na sluitingstijd uit te zetten en altijd te dimmen op moment dat de straatverlichting aan gaat.

Voor het karakteristieke centrum van Wijchen gelden nog aanvullende eisen die in het Beeldkwaliteitsplan Centrum Wijchen zijn opgenomen.

Foto: Display in Wijchen op de Stationslaan. Het domineert het beeld op straat.

Displays zijn grote schermen die verlicht zijn. Soms bevatten deze wisselende of knipperende beelden. Dit kan met diverse technieken als led of lcd. Deze displays kunnen storend zijn in het landschap. Meestal dragen ze niet bij aan de verkeersveiligheid. We zijn terughoudend ten aanzien van nieuwe leddisplays. Knipperende en bewegende beelden mogen alvast nooit. 8

De omgevingswet geeft aan dat er geen hinder mag ontstaan aan de fysieke leefomgeving. We hanteren de ‘Richtlijn Lichthinder’ van de NSVV, de CROW-handreiking ‘Reclame langs wegen’ en de notitie van Rijkswaterstaat. Nieuwe toekomstige richtlijnen nemen we ook mee in onze besluitvorming. Wellicht dat door toekomstige ontwikkelingen het standpunt ten aanzien van displays verandert. 2.1.7 Volger Smart City Smart City is een breed begrip. Concreet komt het neer op het slim aansturen van alles in de openbare ruimte. Je kan daarbij denken aan een sensoren die een signaal geven als de vuilnisbakken vol zijn, fijnstofmeting, verkeerstelling, wifi in de lichtmast etc. Er zijn veel ontwikkelingen op dit vlak. We zijn geen koploper maar houden de ontwikkelingen wel goed in de gaten. Zodra het zinvol en betaalbaar is, passen we het toe.

Foto: voorbeeld van een laadlantaarnpaal in de gemeente Renkum. Smart city dus.

2.1.8 Zorgdragen een veilig areaal We dragen zorg voor de veiligheid van onze elektrische installaties, de zogeheten ‘installatieverantwoordelijkheid’. Door middel van steekproeven wordt de veiligheid van het areaal getoetst. We staan voor een duurzaam en veilig areaal.

9

2.2 Gebiedsgericht verlichten

Elk gebied heeft een andere functie en vraagt om een andere kijk naar wel of geen licht, hoeveel licht en op welk tijdstip. Of te wel gebiedsgericht verlichten. 2.2.1 Woongebied In de woongebieden passen we een lichtkleur toe waarmee een goede kleur- en gezichtsherkenning mogelijk is in verband met de sociale veiligheid. Stel er is een ramkraak en je moet de kleur van de auto beschrijven. Met de juiste lichtkleur kun je dat wel zien. Anders geef je een verkeerde kleur door.

Foto: vier bakjes Links met oranje verlichting waardoor de bakjes allemaal rood/oranje lijken. Rechts met witte verlichting waarmee je de echte kleuren kan zien.

Bij vernieuwing bekijken we of alternatieven kunnen toepassen of dat er minder verlichting nodig is. Maar ook op welke tijdstippen het nodig is. Hierbij wel lettend op de algemene sociale veiligheid. In elk geval wordt de verlichting na de spits gedimd. 2.2.2 Centrumgebied In het centrumgebied plaatsen we decoratieve verlichting. Er zijn diverse lichtbronnen in het centrum die effect hebben buiten op straat. Denk aan etalageverlichting bijvoorbeeld. De openbare verlichting dimmen we na de spits. We vragen ondernemers om hun etalageverlichting dan ook te dimmen en in de nacht uit te zetten. Een lamp met een sensor werkt effectiever dan dat licht de hele nacht aan staat. Feestverlichting mag alleen op de afgesproken locaties worden opgehangen.

Foto: Centrum in Wijchen. Etalageverlichting zorgt er voor dat het op straat donker lijkt.

10

2.2.3 Doorgaande wegen Doorgaande wegen waar de verkeersveiligheid belangrijk is en alternatieven geen betere oplossing kunnen bieden, blijven verlicht. Bij vernieuwing wordt gekeken of er slimme technieken toegepast kunnen worden om zo verlichting alleen aan te hebben wanneer dat nodig is. In elk geval wordt de verlichting na de spits gedimd. Doorgaande wegen die nu niet verlicht zijn, blijven ook onverlicht. 2.2.4 Buitengebied Uitgangspunt is ‘Niet Verlichten, tenzij’. Hoofdwegen buiten de kom die verlicht zijn, blijven verlicht. Wel kijken we of sensoren toegepast kunnen worden. Waar geen verlichting staat, komt geen verlichting. Andere wegen worden niet verlicht. Is er op die wegen sprake van een verkeersonveilige situatie (bijvoorbeeld scherpe bochten of kruisingen), dan wordt er gekeken naar alternatieven. Is er echt geen andere oplossing en is de verkeersveiligheid in gevaar, dan plaatsen we verlichting die gedimd wordt en in de nacht eventueel uit kan. Ook sensoren kunnen toegevoegd worden. Staat er nu reeds verlichting en is er geen sprake van een verkeersonveilige situatie, dan wordt de verlichting verwijderd op moment van een reconstructie, vervanging of anders gedurende de looptijd van dit beleid.

Foto: De Aaldert, weg in het buitengebied van Bergharen. Geen verlichting. Er is geen sprake van een verkeersonveilige situatie en er is geen sociale controle.

2.2.5 Voet- en achterpaden Voetpaden langs de weg worden vanaf de weg verlicht indien daar verlichting staat. Vrij liggende voetpaden worden alleen verlicht indien het een drukke route is in de donkere uren en er geen andere route beschikbaar is. De verlichting wordt na de spits gedimd en na vervanging voorzien van sensoren waarmee het licht aan en uit gaat. 11

Onze achterpaden worden niet verlicht. Staat er nu verlichting? Bij onderhoud of vervanging verwijderen wij deze. Achterpaden van derden (zoals de woningbouwvereniging) kunnen verlicht zijn. Is de verlichting op die paden wel van ons en is er onderhoud of vervanging nodig? Dan wordt deze weggehaald. Indien derden deze verlichting willen behouden, dan moeten zij zelf voor een aansluiting zorgen en materiaal. We gaan dan wel in gesprek met deze partijen om te bespreken of deze verlichting gedimd en voorzien kan worden van sensoren.

Foto: Achterpad in Alverna. Niet verlicht want weinig sociale controle.

2.2.6 Natuurgebied en bossen Natuurgebieden en bossen worden niet verlicht. De kwetsbare flora en fauna beschermen wij. Waar nu nog verlichting staat, wordt de verlichting verwijderd gedurende deze beleidsperiode.

Foto: Maasbandijk in Balgoij. Prachtig en kostbaar gebied dat niet verlicht wordt.

12

2.2.7 Parken en groenvoorzieningen Parken en groenvoorzieningen binnen de kom worden niet verlicht tenzij er hoofd fiets- of wandelroutes doorheen lopen en hiervoor geen alternatieve routes zijn. De verlichting wordt dan voorzien van een sensor waarmee het in de late avond of nacht aan kan gaan op moment dat er gebruik van gemaakt wordt. Anders worden parken en groenvoorzieningen niet verlicht. Flora en fauna kunnen namelijk ook hier last ervaren van verlichting. Daarbij biedt verlichting in parken vaak alleen schijnveiligheid. Daar waar nu verlichting staat en er geen sprake is van een hoofdfietsroute of hoofdwandelroute of er een alternatieve route is, dan wordt deze verwijderd in deze beleidsperiode. 2.2.8 Speelplekken, jeu de boules banen en hondenuitlaatplekken Speelplekken worden niet verlicht. Daar waar nu verlichting staat wordt deze in deze beleidsperiode of aan einde van de levensduur verwijderd. Jeu de boules banen worden niet verlicht.

Foto: Speelplaats wordt niet verlicht. Het wordt alleen overdag gebruikt om te spelen.

Hondenuitlaatplekken verlichten we niet. Staat er nu verlichting dan wordt deze waar mogelijk voorzien van een sensor. Bij vervanging wordt er geen nieuwe verlichting geplaatst. 2.2.9 Parkeerplaatsen Per parkeerplaats wordt bekeken of verlichting nodig is en op welk tijdstip. Is er verlichting nodig dan wordt het na de spits gedimd. Wordt er in de late avond of nacht geen of weinig gebruik van gemaakt dat gaat het licht in de nacht uit. Is er een wisselend gebruik dan wordt het licht voorzien van sensoren waarmee het licht aan of uit gaat bij gebruik van het terrein. Is het parkeerterrein niet van de gemeente, maar bijvoorbeeld van een sportvereniging? Dan gaan we met elkaar in gesprek om te kijken of het licht dan ook uit kan als het niet gebruikt wordt. Of dat het gedimd wordt na de spits.

13

Foto: Parkeerplaats bij sportveld Woezik dat helemaal leeg is in de nacht en wel volop brandt. Het licht kan uit.

2.2.10 Bedrijventerrein Verlichting op het bedrijventerrein is na vervanging gedimd en waar wenselijk voorzien van sensoren waarmee het licht aan of uit gaat. Dit in overleg met de ondernemersverenigingen. Eventuele andere slimme toepassingen zijn hier mogelijk indien het een waardevolle toepassing betreft. We gaan met de ondernemersverenigingen in gesprek over de verlichting van bedrijven. Reclame verlichting, verlichte naam op de gevel, licht van binnenuit. Al deze lichtbronnen worden besproken.

Foto: Verlicht reclamebord aan de gevel van een bedrijf dat de aandacht van de weg afleidt en er voor zorgt dat het op de weg donker lijkt.

14

2.2.11 Fietsroutes Recreatieve fietsroutes zijn routes die hoofdzakelijk overdag gebruikt worden. Deze routes worden niet verlicht. Daar waar nu nog verlichting staat, wordt deze de komende drie jaar verwijderd.

Foto: Recreatief fietspad in Alverna. Niet verlicht.

Hoofdfietsroutes binnen de kom worden verlicht. Dit kan direct zijn of indirect vanaf de naastliggende weg. De verlichting wordt gedimd na de spits zodra de armaturen hiervoor geschikt zijn. Buiten de kom is tussen de kernen en Wijchen 1 verlichte hoofdfietsroutes. Er komen er niet meer verlichte fietsroutes buiten de kom. We kijken of we de verlichting op die hoofdfietsroutes kunnen voorzien van slimme technieken zoals sensoren om zo de flora en fauna te beschermen. Ook wordt gekeken of het licht anders in de nacht bijvoorbeeld uit kan. Op andere routes waar verlichting gewenst is maar niet geplaatst wordt, wordt in overleg bekeken of alternatieven als een lichter wegdek of reflecterende belijning een bijdrage kan leveren aan de sociale veiligheid. Normale doorgaande fietsroutes binnen en buiten de kom kunnen verlicht zijn door het licht van de naastgelegen rijbaan, maar worden niet apart verlicht. Ook komt daar geen verlichting bij. Daar waar nu aparte verlichting staat wordt, bij vervanging of uiterlijk in deze beleidsperiode, in overleg met belanghebbenden onderzocht om deze te verwijderen. 2.2.12 Stationsgebied Het stationsgebied heeft veel verlichting dat niet van ons is. Verlichting op en rond de stations wordt voorgeschreven door ProRail. Verlichting op de toegangswegen is wel van ons.

Doordat de verlichting op en rond de stations zo fel is, lijkt het verderop heel donker. Daar brandt echter een normale hoeveelheid licht. De verlichting van ProRail is in beheer en onderhoud bij ProRail zelf. Maar er is contractueel vastgelegd dat de energiekosten bij de 15

gemeente liggen. We gaan deze beleidsperiode met ProRail in gesprek over de hoeveelheid verlichting en of het uit kan in de nacht en gedimd na de spits kan worden. 2.2.13 Kassen en stallen Er komen steeds meer kassen en stallen in ons open landschap. Een aantal is verlicht. Ze dienen afgeschermd te zijn vanuit het Activiteitenbesluit (artikel 3.56 lid 1 en artikel 3.59). Waar daar aanleiding toe is gaan we in gesprek met de eigenaren van kassen en stallen. 2.2.14 Bezienswaardigheden Monumenten, kerken en dergelijke noemen we bezienswaardigheden. Deze worden vaak aangelicht. Is deze van de gemeente dan gaan we de verlichting na de spits dimmen en na 23 uur uitzetten. In de meeste gevallen zijn deze niet van de gemeente. We vragen de eigenaren dan hetzelfde te doen.

Foto: Kerk in Hernen

2.2.15 Sportvelden

Verlichting op en rond het sportveld is in onze gemeente van de vereniging. Het is belangrijk dat het licht goed gericht is en alleen aan is wanneer er gesport wordt. Is de verlichting op het parkeerterrein van ons dan dimmen we dit licht na de spits en vanaf 00.00 uur gaat het uit als het weinig of niet gebruikt wordt. Is de verlichting op het parkeerterrein van de sportvereniging dan gaan we met elkaar in overleg om te bespreken om hetzelfde te doen. Zo voorkomen we onnodige lichthinder.

2.2.16 Recreatie en Toerisme Toerisme is belangrijk voor onze gemeente. Vanwege onze natuur en onze rijke historie komen er dagelijks bezoekers naar ons. Er zijn veel campings, hotels, B&B’s en dergelijke om te verblijven. Een groot aantal ligt in de kwetsbare gebieden zoals bijvoorbeeld het buitengebied. We vragen ondernemers om deze gebieden te beschermen door terughoudend te zijn met verlichting, deze in ieder geval na de spits ook te dimmen en in de nacht uit te zetten. Wellicht dat een sensor een goede aanvulling kan zijn waarmee het licht aan gaat als er iemand buiten loopt.

16

2.3 Energie en milieubewust handelen

We kijken goed naar duurzaamheid, energie en het milieu. 2.3.1 Duurzaamheid, circulariteit en het milieu staan centraal Duurzaamheid en circulariteit staat centraal. Wij willen in 2040 energieneutraal zijn zo hebben we in ons coalitieakkoord opgenomen. Om dat te bereiken moeten we zuiniger omgaan met energie. Ook willen we met zijn allen net zo veel energie opwekken als we gebruiken en stimuleren dat grondstoffen opnieuw worden gebruikt (circulariteit). We gaan ook voldoen aan het landelijke Energieakkoord. Hierin is afgesproken dat we: - In 2030 50% energie bespaard hebben (t.o.v. 2013); - In 2020 40% slimme verlichting en 40% energiezuinige verlichting hebben staan. Dat hebben we al voor een deel gerealiseerd. We zijn al actief bezig om deze doelstellingen te kunnen realiseren. Oude verlichting wordt vervangen. We kunnen deze doelstelling niet alleen realiseren, maar wel samen met onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Circulariteit is voor ons: na gebruik het terugbrengen van de grondstoffen in de fase waarin het oneindig gebruikt kan worden. We gooien niks weg. Een voorbeeld: een aluminium plaat hoeft niet teruggebracht te worden tot bauxiet, maar kan aluminium blijven mits dit oneindig toepasbaar blijft.

Qua circulariteit is ons uitgangspunt dat we kijken naar de mogelijkheden en stand der techniek. Waar het kan leggen we circulariteit neer als eis. Producten moeten in ieder geval wel altijd na de levenscyclus terug naar de leverancier. Qua eigendom is de markt nu nog niet zover dat deze bij de producent/leverancier kan blijven. We houden dit wel in de gaten. Per situatie wordt bekeken wat de meest duurzame, energiebesparende en lichthinder reducerende oplossing is passend in de omgeving, binnen het beschikbare budget en met gebruik van de juiste technologische mogelijkheden.

17

2.3.2 Lichthinder en lichtvervuiling voorkomen We kijken (nog meer) naar eventuele lichthinder en –vervuiling. Onnodige lichthinder en vervuiling willen we voorkomen. We zetten in op lagere lampsterkte, gerichter licht (minder strooilicht) en na de spits gaan we overal dimmen. In de nacht dimmen we nog verder terug en wellicht kan het licht in de nacht op bepaalde locaties uit of met een sensor het licht toch aan te kunnen laten gaan als er iemand gebruik van de route maakt. Daarnaast kan lichthinder of lichtvervuiling ook komen door bijvoorbeeld reclame of aangelichte gebouwen. Vaak wordt niet alleen het pand aangelicht, maar ook de omgeving of de hemel. We zetten ons in om deze lichtbroneigenaren te informeren over onnodige lichthinder/lichtvervuiling en zo gezamenlijk een prettigere leefomgeving te creëren. Dit gebeurt in de bestaande overlegmomenten.

Foto: Molenweg in Bergharen. Het licht van de lantaarnpaal schijnt vol de woning in. Dit kan als lichthinder ervaren worden.

2.2.4 Niet voldoen aan het Politie Keurmerk Veilig Wonen voor de openbare verlichting In Nederland kennen we het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW). Het is geen verplicht keurmerk en bestaat uit certificaten. Voor de openbare verlichting in de gemeente is het keurmerk Veilige Omgeving van belang. Het keurmerk geeft aan dat achterpaden verlicht moeten worden en de richtlijn voor de openbare verlichting volledig aangehouden wordt. Wij verlichten onze achterpaden niet. Ook hanteren we de richtlijn niet volledig, omdat er anders te veel licht op straat is. We houden voor wat betreft de openbare verlichting het keurmerk dus niet aan, net als in veel omliggende gemeenten. Wel kan de projectontwikkelaar het keurmerk gebruiken met het certificaat ‘Veilige Woning’. Zo kunnen inwoners toch de korting op hun verzekeringspremie krijgen.

18

Foto: Hoefsetuin in Wijchen is een woonwijk waar het politiekeurmerk veilig wonen met certificaat Veilige Omgeving aangehouden is. Volop in het licht staat deze woonwijk.

2.2.5 Keurmerk Veilig Ondernemen hoeveelheid licht ondergeschikt Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een keurmerk voor bedrijventerreinen en winkelgebieden. Er worden door ondernemers, verenigingen, politie, brandweer en de gemeente onderlinge afspraken gemaakt over diverse zaken, waaronder vaak ook over de openbare verlichting. We hebben nu een KVO op de bedrijventerreinen Oost en Bijsterhuizen. Daarnaast in het centrum van Wijchen. We gaan met de partijen in gesprek om aan te geven dat voor wat betreft de hoeveelheid verlichting ons beleidsplan ‘Donker waar mogelijk, Licht waar nodig’ leidend wordt.

19

2.4 Samenwerken intern en extern De openbare ruimte is voor ons allemaal. Door in een vroegtijdig stadium met elkaar op te trekken kunnen we komen tot een betere leefomgeving. Intern levert samenwerking vroeg in het proces een beter resultaat buiten op. 2.4.1 In overleg met andere lichtbroneigenaren Niet alleen de openbare verlichting bepaalt het beeld buiten in de openbare ruimte, maar ook andere lichtbronnen. Deze zijn vaak niet van ons. Denk aan reclameverlichting, etalage verlichting, verlichting vanuit bedrijven, aangelichte bezienswaardigheden als kerken en monumenten, paardenbakken, sportvelden en noem maar op. Door met elkaar het gesprek aan te gaan en de lichtbronnen meer op elkaar af te stemmen, kunnen we zorgen voor een prettigere leefomgeving die bovendien energiezuiniger is. 2.4.2 Betrekken bewoners, ondernemers en verenigingen bij grote wijzigingen Het onderwerp leent zich ervoor om actief en blijvend met de inwoners, verenigingen en ondernemers te spreken. Bij grote wijzigingen betrekken we ze door bijvoorbeeld online enquêtes, bijeenkomsten en dergelijke. Op natuurlijke momenten wordt het onderwerp licht besproken. 2.4.3 Integrale aanpak Bij het aanleggen van een woonwijk wordt vaak als laatste aan de lantaarnpalen gedacht. Dus staat het licht vaak tussen de bomen.

Uit oogpunt van sociale veiligheid is het van belang om een goede afstemming te hebben tussen het groen en de weg. Bosjes langs een fietspad kunnen een gevoel van onveiligheid geven. Dat kan voorkomen worden door een goede afstemming. Daarom wordt de openbare verlichting voortijdig in de ontwerpfase afgestemd op de groenvoorzieningen.

2.4.4 Projectenvoorziening instellen Integraal werken is steeds belangrijker. Werk met werk maken resulteert in lagere kosten, minder overlast voor inwoners en een mooier beeld buiten op straat. Om mee te kunnen in integrale projecten is het van belang dat er geld voor projecten is. Een voorziening of reserve kan hierin bijdragen.

20

3. Beheersmatige uitgangspunten 3.1 Technische levensduur masten 45 jaar en armaturen 25 jaar Een lantaarnpaal bestaat uit een mast (paal) en een kap (armatuur). De mast is vaak een stalen mast. Deze kan ongeveer 45 jaar blijven staan. Daar zit een armatuur op die gemiddeld 25 jaar mee kan gaan. We schaffen materialen aan die zo lang mogelijk mee gaan, zo duurzaam mogelijk zijn en waar mogelijk ook circulair zijn. Circulair is niet ombouwen. 3.2 Uniformiteit Het is belangrijk om zoveel mogelijk dezelfde masten en armaturen te hebben vanuit de beheerzijde. Zo hoeven er niet heel veel verschillende soorten op voorraad gehouden te worden en kan bij een schade alles sneller vervangen worden.

21

4. Scenario’s voor de raad 4.1 Snelheid vervanging conventionele verlichting in led

De afgelopen jaren is er al best veel verlichting vervangen door ledverlichting. Maar nog niet alle verlichting. Er ligt een amendement om de verlichting versneld te vervangen. Sinds eind februari 2023 wordt een aantal lampsoorten echter niet meer gemaakt. Dit houdt in dat als de lamp stuk is er geen nieuwe lamp meer in kan. In een deel hebben we nog een jongere lamp zitten, maar een groot deel ook niet. Deze dienen dus allemaal vervangen te worden door een nieuw armatuur. In totaal gaat het om 7.055 armaturen Het niet meer produceren van de conventionele lamp vraagt dus om een versnelling van de vervanging en houdt een vraag naar extra middelen in. We voorzien de nieuwe armaturen in elk geval van een telemanagementsysteem. Dit zorgt ervoor dat de verlichting op afstand te bedienen is, de verlichting gedimd kan worden, een melding gekregen wordt wanneer een lamp niet brandt en waarmee te zien is of het een storing boven de grond of onder de grond is. Bij een storing onder de grond moet de netbeheerder ingeschakeld worden. Het oplossen van dergelijke storingen kent een langere doorlooptijd. Doordat het telemanagementsysteem aangeeft welke soort storing het betreft, hoeft de storing niet eerst door een monteur bekeken te worden. We leggen twee opties voor: a. In een periode van 2 jaar alles vervangen met een TMS erop b.

In een periode van 4 jaar alles vervangen met een TMS erop Er is geen andere optie.

4.2 Duurzaamheid

We hebben duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Detectie is een systeem waarmee het licht standaard uit is/of een op lage lichtsterkte brandt. Als er een verkeersdeelnemer aankomt gaat het licht aan (of feller branden). Zodra deze voorbij is, gaat het licht weer uit (of zachter branden). Hiermee kunnen we een behoorlijke energiebesparing realiseren. We zien twee opties. 1. 2.

Op alle nieuwe armaturen komt een sensor (kosten +€150 per armatuur = €1,06 miljoen) Op die locaties waar dat zinvol is wordt nieuwe verlichting voorzien van een sensor, dit is circa 40% van alle nieuw te plaatsen verlichting (kosten +€150 per armatuur = €425.000)

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=a70c90bc-7a83-4822-a296-acbb5d934250