B11 - Aanmeldingsnotitie MER geanonimiseerd
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling, bestemmingsplan “Lambrasse” Gemeente Wijchen
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling, bestemmingsplan “Lambrasse” Gemeente Wijchen Concept
Rapportnummer:
211x08521.092900_3
Datum:
juni 2018
Opdrachtgever:
Belin BV en/of Mark van Thiel Beheer BV Gemeente Wijchen
Projectteam BRO:
EHa, CV, JCJV
Trefwoorden:
--
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 4
Beknopte inhoud:
--
BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect
4 4 4 5 6
3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
7
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING 1.1 Inleiding In 2005-2006 heeft Belin in Wijchen gronden aangekocht tussen de Randweg Noord, de Hernenseweg en de A326 en daarop het plan Lambrasse met 245 starterswoningen ontwikkeld. Het plan is in 2007 in uitvoering genomen en in februari 2010 werd de laatste fase 'De Poort van Leur’ opgeleverd. Aan de westzijde van het plan ligt nog een perceel grond, officieel gelegen aan de Groenestraat te Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie L nr. 490 en sectie L nr. 3962, tezamen 6.940 m² groot. Met de gemeente is afgesproken dat zij medewerking zal geven aan de realisatie van bedrijfsmatige activiteiten op dit perceel. Belin heeft haar rechten aan derden overgedragen en deze hebben op dit perceel in eerste instantie plannen ontwikkeld voor de realisering van een Food- en Fitnesscentrum. Door de economische crisis zijn de concrete plannen wat op de achtergrond gekomen en is afgesproken dat eerst een bestemmingsplanwijziging tot stand zal worden gebracht zodat slagvaardiger kan worden opgetreden. Daarnaast is Belin voornemens om ter hoogte van het perceel gelegen aan de noordkant van Groenestraat 35 / 37 te Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie L, nummer 509, een reclamemast te plaatsen.
1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie van bedrijfsmatige activiteiten (commercieel gebied met horecafuncties) mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r.
De ontwikkeling van bedrijfsmatige activiteiten kan vallen onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2): de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Hoofdstuk 1
2
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van een commercieel gebied met horecafuncties ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
1.4 Leeswijzer De hoofdstukken 2 en 3 vormen de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 4 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; b. de kenmerken van de activiteit; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben; d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Hoofdstuk 1
3
2.
EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied is circa 7.000 m2 en richt zich op de ontwikkeling van bedrijfsmatige activiteiten (commercieel gebied met horeca-functies).
Cumulatie met andere pro-
Nee
jecten Gebruik van natuurlijke hulp-
N.v.t.
bronnen
Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Hoofdstuk 2
4
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Luchtkwaliteit: De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluid wegverkeer: Er is sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon-en leefklimaat ten gevolge van het wegverkeer. Geur: Het betreft een stedelijke locatie, veehouderijen zijn in de omgeving niet aanwezig.
Risico van ongevallen
Er is geen sprake van een nieuwe risicobron.
2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
De locatie voor de bedrijfsbebouwing van Lambrasse is gelegen in de oksel van de oprit naar de A326, naast de nieuwe woonwijk Lambrasse. Het terrein vormt de oostelijke begrenzing van de kern van Wijchen en is in gebruik als agrarisch weiland. Aan de noord- en oostzijde wordt het terrein begrensd door houtwallen en het talud van de A326. Het maaiveld ligt ruim 3 meter lager dan dit talud en de aansluiting op de Hernenseweg. De houtwallen bereiken een hoogte van ongeveer 15 meter ten opzichte van het maaiveld.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit N.v.t. en
het
regeneratievermogen
van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wet-
Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is de Rijntakken. Deze ligt op een afstand van ca. 7,8
lands, kustgebieden, berg-
km tot het plangebied. Gezien deze afstand en de aard van de ontwikkeling zijn significant
en bosgebieden, reserva-
negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. In de omgeving van het plangebied ligt het
ten en natuurparken, Habi- dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot Natuur Netwerk Gelderland op een afstand van circa tat- en Vogelrichtlijngebie-
350 meter. Dit gebied ligt aan de andere kant van de A326, ten noorden van het plangebied.
den)
Gezien de afstand, de ligging ten opzichte van het Natuur Netwerk Gelderland en de aard van de ontwikkeling zijn significant negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Het plangebied ligt geheel buiten het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Functies van Water. Door de ontwikkelingen worden er geen wezenlijke kenmerken en waarden aangetast van de provinciale groenstructuur. De planvorming heeft verder geen invloed op planologische beschermde gebieden.
gebieden waarin bij com-
Nee
munautaire wetgeving
Hoofdstuk 2
5
Plaats van het project Criteria
Toets
vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
gebieden met een hoge
n.v.t.
bevolkingsdichtheid
landschappen van histo-
Archeologie: het archeologisch belang is door middel van een archeologisch onderzoek be-
risch, cultureel of archeo-
trokken in het plan. Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat er wat betreft archeologie
logisch belang
geen belemmeringen be-staan voor de in onderhavig bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling Overige is niet van toepassing
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Nee
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Nee
Watergebied van internationale beteke- Nee nis Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS). Er is geen
(voormalige EHS)
sprake van negatieve effecten op het NNN.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties. waterwingebieden, en Nee grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument
Nee
Belvedere-gebied
Nee
2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone Nee en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het Nee effect Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid Er is sprake van de bouw van bedrijfsbebouwing. De effecten zijn blijvend. Zoals van het effect
echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Hoofdstuk 2
6
3.
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan “Lambrasse” geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Hoofdstuk 3
7
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen | Oldenzaal www.bro.nl
Hoofdstuk 3
1